Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 13/09/2004
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
13 SEPTEMBER 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het 13 SEPTEMBER 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende
tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen Gelet op de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen
aan personen met een handicap, laatst gewijzigd bij de programmawet aan personen met een handicap, laatst gewijzigd bij de programmawet
van 22 december 2003; van 22 december 2003;
Gelet op het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de
inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming, inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming,
laatst gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 mei 2003, laatst gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 mei 2003,
inzonderheid op de artikelen 1, 4, 8, 8bis, 9, 9bis en 9ter ; inzonderheid op de artikelen 1, 4, 8, 8bis, 9, 9bis en 9ter ;
Gelet op het advies van de Nationale Hoge Raad voor personen met een Gelet op het advies van de Nationale Hoge Raad voor personen met een
handicap, gegeven op 16 februari 2004; handicap, gegeven op 16 februari 2004;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24
maart 2004; maart 2004;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven
op 8 juni 2004.; op 8 juni 2004.;
Gelet op het advies nr 37.490/3 van de Raad van State, gegeven op 6 Gelet op het advies nr 37.490/3 van de Raad van State, gegeven op 6
juli 2004, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de juli 2004, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat de Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat de
programmawet van 22 december 2003 een aantal bepalingen uit de programmawet van 22 december 2003 een aantal bepalingen uit de
programmawet van 24 december 2002, die de basiswet van 27 februari programmawet van 24 december 2002, die de basiswet van 27 februari
1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap
wijzigt, heeft uitgesteld tot 1 juli 2004; dat die bepalingen in de wijzigt, heeft uitgesteld tot 1 juli 2004; dat die bepalingen in de
programmawet van 22 december 2003 opnieuw gewijzigd worden door de programmawet van 22 december 2003 opnieuw gewijzigd worden door de
programmawet van 9 juli 2004, die op zijn beurt ook een aantal nieuwe programmawet van 9 juli 2004, die op zijn beurt ook een aantal nieuwe
bepalingen opneemt in de wetgeving betreffende de tegemoetkomingen aan bepalingen opneemt in de wetgeving betreffende de tegemoetkomingen aan
personen met een handicap; dat deze laatste programmawet nieuwe personen met een handicap; dat deze laatste programmawet nieuwe
rechten en verplichtingen instelt met ingang van 1 juli 2004, en dat rechten en verplichtingen instelt met ingang van 1 juli 2004, en dat
onderhavig besluit hoofdzakelijk uitvoering geeft aan deze nieuwe onderhavig besluit hoofdzakelijk uitvoering geeft aan deze nieuwe
rechten en verplichtingen; dat de door dit besluit voorgestelde rechten en verplichtingen; dat de door dit besluit voorgestelde
maatregelen daarom noodzakelijkerwijze de inwerkingtreding van de maatregelen daarom noodzakelijkerwijze de inwerkingtreding van de
bepalingen van de programmawet van 9 juli 2004 moeten volgen en dat de bepalingen van de programmawet van 9 juli 2004 moeten volgen en dat de
inwerkingtreding van dit besluit daarom vastgelegd moet worden op 1 inwerkingtreding van dit besluit daarom vastgelegd moet worden op 1
juli 2004; juli 2004;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor het Gezin en Personen Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor het Gezin en Personen
met een handicap en op het advies van Onze in Raad vergaderde met een handicap en op het advies van Onze in Raad vergaderde
Ministers op 9 juni 2004, Ministers op 9 juni 2004,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987

betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de
integratietegemoetkoming, vervangen bij het koninklijk besluit van 22 integratietegemoetkoming, vervangen bij het koninklijk besluit van 22
mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 4° worden de woorden « van het gemeentebestuur » geschrapt; 1° in het 4° worden de woorden « van het gemeentebestuur » geschrapt;
2° het 6° wordt vervangen als volgt : 2° het 6° wordt vervangen als volgt :
« 6° kind ten laste : « 6° kind ten laste :
- de persoon jonger dan 25 jaar voor wie de persoon met een handicap - de persoon jonger dan 25 jaar voor wie de persoon met een handicap
of de persoon met wie hij een huishouden vormt kinderbijslag ontvangt of de persoon met wie hij een huishouden vormt kinderbijslag ontvangt
of een onderhoudsgeld dat bij vonnis is vastgesteld of dat bepaald is of een onderhoudsgeld dat bij vonnis is vastgesteld of dat bepaald is
in een overeenkomst in het kader van een procedure tot echtscheiding in een overeenkomst in het kader van een procedure tot echtscheiding
met onderlinge toestemming, met onderlinge toestemming,
- of de persoon jonger dan 25 jaar voor wie de persoon met een - of de persoon jonger dan 25 jaar voor wie de persoon met een
handicap onderhoudsgeld betaalt dat bij vonnis is vastgesteld of dat handicap onderhoudsgeld betaalt dat bij vonnis is vastgesteld of dat
bepaald is in een overeenkomst in het kader van een procedure tot bepaald is in een overeenkomst in het kader van een procedure tot
echtscheiding met onderlinge toestemming. » echtscheiding met onderlinge toestemming. »

Art. 2.In hetzelfde besluit wordt een artikel 1bis ingevoegd,

Art. 2.In hetzelfde besluit wordt een artikel 1bis ingevoegd,

luidende : luidende :
«

Art. 1bis.Voor de toepassing van dit koninklijk besluit wordt de

«

Art. 1bis.Voor de toepassing van dit koninklijk besluit wordt de

persoon geplaatst in een opvanggezin gelijkgesteld met een kind en persoon geplaatst in een opvanggezin gelijkgesteld met een kind en
worden de geplaatste persoon en de opvangouders beschouwd als worden de geplaatste persoon en de opvangouders beschouwd als
bloedverwant in de eerste graad. ». bloedverwant in de eerste graad. ».

Art. 3.In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het

Art. 3.In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het

koninklijk besluit van 22 mei 2003, worden de volgende wijzigingen koninklijk besluit van 22 mei 2003, worden de volgende wijzigingen
aangebracht : aangebracht :
1° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt : 1° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt :
« 2° categorie B : de personen met een handicap die : « 2° categorie B : de personen met een handicap die :
- ofwel alleen wonen; - ofwel alleen wonen;
- ofwel sedert ten minste drie maanden dag en nacht in een - ofwel sedert ten minste drie maanden dag en nacht in een
verzorgingsinstelling verblijven en voorheen niet tot categorie C verzorgingsinstelling verblijven en voorheen niet tot categorie C
behoorden. »; behoorden. »;
2° het eerste lid, 3°, wordt vervangen als volgt : 2° het eerste lid, 3°, wordt vervangen als volgt :
« 3° categorie C : de personen met een handicap die : « 3° categorie C : de personen met een handicap die :
- ofwel een huishouden vormen; - ofwel een huishouden vormen;
- ofwel één of meerdere kinderen ten laste hebben. »; - ofwel één of meerdere kinderen ten laste hebben. »;
3° het laatste lid wordt vervangen als volgt : 3° het laatste lid wordt vervangen als volgt :
« Er kan per huishouden slechts één persoon zijn die het bedrag van de « Er kan per huishouden slechts één persoon zijn die het bedrag van de
inkomensvervangende tegemoetkoming ontvangt dat overeenstemt met inkomensvervangende tegemoetkoming ontvangt dat overeenstemt met
categorie C. Indien twee personen met een handicap in een huishouden categorie C. Indien twee personen met een handicap in een huishouden
tot de categorie C behoren, dan zal elk van hen het bedrag van de tot de categorie C behoren, dan zal elk van hen het bedrag van de
inkomensvervangende tegemoetkoming ontvangen dat overeenstemt met inkomensvervangende tegemoetkoming ontvangen dat overeenstemt met
categorie B. » categorie B. »

Art. 4.Artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk

Art. 4.Artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk

besluit van 22 mei 2003, wordt vervangen als volgt : besluit van 22 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
«

Art. 8.§ 1.Wat betreft de inkomensvervangende tegemoetkoming en de

«

Art. 8.§ 1.Wat betreft de inkomensvervangende tegemoetkoming en de

integratietegemoetkoming wordt onder inkomen verstaan, de inkomsten integratietegemoetkoming wordt onder inkomen verstaan, de inkomsten
van de persoon met een handicap en de inkomsten van de persoon met wie van de persoon met een handicap en de inkomsten van de persoon met wie
hij een huishouden vormt. hij een huishouden vormt.
De jaarlijkse inkomsten van een jaar zijn de gezamenlijk en De jaarlijkse inkomsten van een jaar zijn de gezamenlijk en
afzonderlijk belastbare inkomsten die in aanmerking worden genomen afzonderlijk belastbare inkomsten die in aanmerking worden genomen
voor de aanslag inzake personenbelasting en aanvullende belastingen. voor de aanslag inzake personenbelasting en aanvullende belastingen.
Wanneer op de berekeningsnota afzonderlijk belastbare inkomsten Wanneer op de berekeningsnota afzonderlijk belastbare inkomsten
voorkomen, worden deze bedragen enkel in aanmerking genomen indien ze voorkomen, worden deze bedragen enkel in aanmerking genomen indien ze
daadwerkelijk betrekking hebben op het referentiejaar. daadwerkelijk betrekking hebben op het referentiejaar.
De in aanmerking te nemen gegevens inzake inkomsten zijn deze die De in aanmerking te nemen gegevens inzake inkomsten zijn deze die
betrekking hebben op het referentiejaar, zijnde het jaar -2. betrekking hebben op het referentiejaar, zijnde het jaar -2.
Men verstaat onder « het jaar -2 » het tweede kalenderjaar voorafgaand Men verstaat onder « het jaar -2 » het tweede kalenderjaar voorafgaand
aan : aan :
1° de uitwerkingsdatum van de aanvraag of de nieuwe aanvraag om 1° de uitwerkingsdatum van de aanvraag of de nieuwe aanvraag om
tegemoetkoming in de gevallen waarin de beslissing op aanvraag wordt tegemoetkoming in de gevallen waarin de beslissing op aanvraag wordt
genomen; genomen;
2° de kalendermaand volgend op het feit dat aanleiding geeft tot de 2° de kalendermaand volgend op het feit dat aanleiding geeft tot de
ambtshalve herziening bedoeld in artikel 23, § 1 tot § 1ter van het ambtshalve herziening bedoeld in artikel 23, § 1 tot § 1ter van het
koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de procedure voor de koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de procedure voor de
behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met
een handicap. een handicap.
Deze gegevens inzake belastbare inkomsten komen voor op het Deze gegevens inzake belastbare inkomsten komen voor op het
aanslagbiljet, afgeleverd door de Administratie der directe aanslagbiljet, afgeleverd door de Administratie der directe
belastingen van het Ministerie van Financiën, overeenkomstig artikel belastingen van het Ministerie van Financiën, overeenkomstig artikel
180 van het koninklijk besluit van 4 maart 1965 tot uitvoering van het 180 van het koninklijk besluit van 4 maart 1965 tot uitvoering van het
Wetboek van de inkomstenbelastingen. Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Indien de aanvrager of de persoon met wie hij een huishouden vormt Indien de aanvrager of de persoon met wie hij een huishouden vormt
geen aangifte in de personenbelasting hebben gedaan betreffende het geen aangifte in de personenbelasting hebben gedaan betreffende het
jaar -2, dan stelt de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met jaar -2, dan stelt de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met
een handicap, ter vervanging van het niet medegedeeld inkomen, het een handicap, ter vervanging van het niet medegedeeld inkomen, het
werkelijk inkomen voor dat beschouwde jaar zelf vast. Met het oog werkelijk inkomen voor dat beschouwde jaar zelf vast. Met het oog
daarop zijn de aanvrager en de persoon met wie hij een huishouden daarop zijn de aanvrager en de persoon met wie hij een huishouden
vormt verplicht alle nodige gegevens mede te delen. vormt verplicht alle nodige gegevens mede te delen.
Bij de vaststelling van het in het vorig lid beoogde werkelijke Bij de vaststelling van het in het vorig lid beoogde werkelijke
inkomen, wordt voor onroerende goederen het kadastraal inkomen in inkomen, wordt voor onroerende goederen het kadastraal inkomen in
aanmerking genomen. Is de aanvrager of de persoon met wie hij een aanmerking genomen. Is de aanvrager of de persoon met wie hij een
huishouden vormt eigenaar van een woonhuis, bewoond door de persoon huishouden vormt eigenaar van een woonhuis, bewoond door de persoon
met een handicap of door de persoon met wie hij een huishouden vormt, met een handicap of door de persoon met wie hij een huishouden vormt,
dan wordt het kadastraal inkomen hiervan slechts in rekening genomen dan wordt het kadastraal inkomen hiervan slechts in rekening genomen
in de mate dat het 3.000,00 EUR te boven gaat. Dit bedrag wordt in de mate dat het 3.000,00 EUR te boven gaat. Dit bedrag wordt
verhoogd met 250,00 EUR voor elke persoon die overeenkomstig het verhoogd met 250,00 EUR voor elke persoon die overeenkomstig het
wetboek van de inkomstenbelasting op 1 januari van het jaar dat volgt wetboek van de inkomstenbelasting op 1 januari van het jaar dat volgt
op dat waarvan de inkomsten in aanmerking genomen worden, ten laste is op dat waarvan de inkomsten in aanmerking genomen worden, ten laste is
van de persoon met een handicap of voor de persoon met wie de persoon van de persoon met een handicap of voor de persoon met wie de persoon
met een handicap een huishouden vormt. met een handicap een huishouden vormt.
Indien de persoon met wie de persoon met een handicap een huishouden Indien de persoon met wie de persoon met een handicap een huishouden
vormt gedurende het jaar -2 nog geen deel uitmaakte van zijn vormt gedurende het jaar -2 nog geen deel uitmaakte van zijn
huishouden, worden de inkomsten van deze persoon op het ogenblik van huishouden, worden de inkomsten van deze persoon op het ogenblik van
de aanvraag, van de nieuwe aanvraag of van de herziening berekend de aanvraag, van de nieuwe aanvraag of van de herziening berekend
volgens de regels van de vorige leden. volgens de regels van de vorige leden.
Indien de persoon met wie de persoon met een handicap een huishouden Indien de persoon met wie de persoon met een handicap een huishouden
vormde deel uitmaakte van het huishouden gedurende het jaar -2 maar vormde deel uitmaakte van het huishouden gedurende het jaar -2 maar
daarvan geen deel meer uitmaakt op het ogenblik van de aanvraag, van daarvan geen deel meer uitmaakt op het ogenblik van de aanvraag, van
de nieuwe aanvraag of de herziening worden zijn inkomsten niet meer in de nieuwe aanvraag of de herziening worden zijn inkomsten niet meer in
aanmerking genomen. aanmerking genomen.
§ 2. Voor het bepalen van de in § 1 bedoelde inkomsten wordt geen § 2. Voor het bepalen van de in § 1 bedoelde inkomsten wordt geen
rekening gehouden met de uitkeringen en het aanvullend loon die de rekening gehouden met de uitkeringen en het aanvullend loon die de
persoon met een handicap ontvangt wanneer hij een beroepsopleiding, persoon met een handicap ontvangt wanneer hij een beroepsopleiding,
omscholing of herscholing volgt die ten laste is van de overheid, een omscholing of herscholing volgt die ten laste is van de overheid, een
openbare dienst of een sociale zekerheidsinstelling. » openbare dienst of een sociale zekerheidsinstelling. »

Art. 5.Artikel 8bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

Art. 5.Artikel 8bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

koninklijk besluit van 22 mei 2003, wordt vervangen als volgt : koninklijk besluit van 22 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
«

Art. 8bis.§ 1. In afwijking van artikel 8, wanneer een uitkering

«

Art. 8bis.§ 1. In afwijking van artikel 8, wanneer een uitkering

bedoeld in artikel 7, § 2, van de wet wordt uitbetaald in de vorm van bedoeld in artikel 7, § 2, van de wet wordt uitbetaald in de vorm van
kapitalen of afkoopwaarden, wordt hun tegenwaarde in periodieke kapitalen of afkoopwaarden, wordt hun tegenwaarde in periodieke
uitkering in aanmerking genomen, ongeacht ze al dan niet belastbaar uitkering in aanmerking genomen, ongeacht ze al dan niet belastbaar
is, ten belope van het bedrag van de lijfrente dat wordt verkregen uit is, ten belope van het bedrag van de lijfrente dat wordt verkregen uit
de omzetting tegen het procent dat in onderstaande tabel is vermeld de omzetting tegen het procent dat in onderstaande tabel is vermeld
tegenover de volle leeftijd van de verkrijger op de datum van het feit tegenover de volle leeftijd van de verkrijger op de datum van het feit
dat heeft aanleiding gegeven tot de uitbetaling : dat heeft aanleiding gegeven tot de uitbetaling :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
De verrekening gebeurt vanaf de ingangsdatum van het recht op de De verrekening gebeurt vanaf de ingangsdatum van het recht op de
tegemoetkoming en er worden geen vrijstellingen op toegepast. tegemoetkoming en er worden geen vrijstellingen op toegepast.
In de gevallen waarin het vonnis of de minnelijke schikking het In de gevallen waarin het vonnis of de minnelijke schikking het
gedeelte van het kapitaal dat voor de vergoeding van de vermindering gedeelte van het kapitaal dat voor de vergoeding van de vermindering
van het verdienvermogen en dat voor de vermindering van de van het verdienvermogen en dat voor de vermindering van de
zelfredzaamheid is bestemd, niet nader bepaalt, geschiedt de omzetting zelfredzaamheid is bestemd, niet nader bepaalt, geschiedt de omzetting
in lijfrente op 70 pct. van het kapitaal dat als vergoeding aan de in lijfrente op 70 pct. van het kapitaal dat als vergoeding aan de
aanvrager werd toegekend voor de vermindering van het verdienvermogen aanvrager werd toegekend voor de vermindering van het verdienvermogen
en op 30 pct. van het kapitaal dat als vergoeding aan de aanvrager en op 30 pct. van het kapitaal dat als vergoeding aan de aanvrager
wordt toegekend voor de vermindering van de zelfredzaamheid.. wordt toegekend voor de vermindering van de zelfredzaamheid..
§ 2. In afwijking van artikel 8 wordt, als inkomen voor de berekening § 2. In afwijking van artikel 8 wordt, als inkomen voor de berekening
van de inkomensvervangende tegemoetkoming rekening gehouden met de van de inkomensvervangende tegemoetkoming rekening gehouden met de
gezinsbijslag uitbetaald ten gunste van de persoon met een handicap gezinsbijslag uitbetaald ten gunste van de persoon met een handicap
overeenkomstig artikel 27 van de wet en artikel 47bis van de overeenkomstig artikel 27 van de wet en artikel 47bis van de
samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders. samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders.
Voor de toepassing van het vorige lid worden de prestaties in Voor de toepassing van het vorige lid worden de prestaties in
aanmerking genomen waarop de persoon met een handicap recht heeft op aanmerking genomen waarop de persoon met een handicap recht heeft op
de uitwerkingsdatum van de aanvraag of van de nieuwe aanvraag om de uitwerkingsdatum van de aanvraag of van de nieuwe aanvraag om
tegemoetkoming of op de eerste dag van de maand die volgt op het feit tegemoetkoming of op de eerste dag van de maand die volgt op het feit
dat aanleiding geeft tot de ambtshalve herziening bedoeld in artikel dat aanleiding geeft tot de ambtshalve herziening bedoeld in artikel
23, § 1 van het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de 23, § 1 van het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende de
procedure voor de behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen procedure voor de behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen
aan personen met een handicap. aan personen met een handicap.
Met het oog op het aftrekken van het bedrag van de tegemoetkomingen Met het oog op het aftrekken van het bedrag van de tegemoetkomingen
worden de in het eerste lid bedoelde prestaties op jaarbasis berekend worden de in het eerste lid bedoelde prestaties op jaarbasis berekend
en er worden geen vrijstellingen op toegepast. » en er worden geen vrijstellingen op toegepast. »

Art. 6.In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het

Art. 6.In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het

koninklijk besluit van 22 mei 2003, worden de volgende wijzigingen koninklijk besluit van 22 mei 2003, worden de volgende wijzigingen
aangebracht : aangebracht :
1° de § 1 wordt vervangen als volgt : 1° de § 1 wordt vervangen als volgt :
« § 1. Wanneer de inkomsten van het jaar -1 ten minste met 10 pct. « § 1. Wanneer de inkomsten van het jaar -1 ten minste met 10 pct.
verlaagd of verhoogd zijn ten opzichte van de inkomsten van het jaar verlaagd of verhoogd zijn ten opzichte van de inkomsten van het jaar
-2,wordt rekening gehouden met de inkomsten van het jaar -1. -2,wordt rekening gehouden met de inkomsten van het jaar -1.
Men verstaat onder « jaar -1 » het eerste kalenderjaar voorafgaand aan Men verstaat onder « jaar -1 » het eerste kalenderjaar voorafgaand aan
: :
1° de uitwerkingsdatum van de aanvraag of van de nieuwe aanvraag om 1° de uitwerkingsdatum van de aanvraag of van de nieuwe aanvraag om
tegemoetkoming in de gevallen waarin de beslissing op aanvraag wordt tegemoetkoming in de gevallen waarin de beslissing op aanvraag wordt
genomen; genomen;
2° de kalendermaand volgend op het feit dat aanleiding geeft tot de 2° de kalendermaand volgend op het feit dat aanleiding geeft tot de
ambtshalve herziening bedoeld in artikel 23, § 1 van het koninklijk ambtshalve herziening bedoeld in artikel 23, § 1 van het koninklijk
besluit van 23 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling besluit van 23 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling
van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap. van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap.
»; »;
2° in § 3 worden de woorden « de burgerlijke staat, » ingevoegd tussen 2° in § 3 worden de woorden « de burgerlijke staat, » ingevoegd tussen
de woorden « inzake » en « het huishouden ». de woorden « inzake » en « het huishouden ».

Art. 7.Artikel 9bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

Art. 7.Artikel 9bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

koninklijk besluit van 22 mei 2003, wordt vervangen door de volgende koninklijk besluit van 22 mei 2003, wordt vervangen door de volgende
bepaling : bepaling :
«

Art. 9bis.§ 1. Voor de berekening van de inkomensvervangende

«

Art. 9bis.§ 1. Voor de berekening van de inkomensvervangende

tegemoetkoming wordt geen rekening gehouden met : tegemoetkoming wordt geen rekening gehouden met :
1° het gedeelte van het inkomen van de persoon met wie de persoon met 1° het gedeelte van het inkomen van de persoon met wie de persoon met
een handicap een huishouden vormt, dat niet meer bedraagt dan de helft een handicap een huishouden vormt, dat niet meer bedraagt dan de helft
van het bedrag dat overeenstemt met het bedrag van categorie A bedoeld van het bedrag dat overeenstemt met het bedrag van categorie A bedoeld
in artikel 6, § 1, van de wet; in artikel 6, § 1, van de wet;
2° 10 pct. van het inkomen van de persoon met een handicap voortkomend 2° 10 pct. van het inkomen van de persoon met een handicap voortkomend
uit werkelijk door hemzelf gepresteerde arbeid; uit werkelijk door hemzelf gepresteerde arbeid;
3° het deel van de andere inkomsten dan die vermeld in 1° of 2°, dat 3° het deel van de andere inkomsten dan die vermeld in 1° of 2°, dat
geen 500,00 EUR per jaar overschrijdt. Dit bedrag is gekoppeld aan het geen 500,00 EUR per jaar overschrijdt. Dit bedrag is gekoppeld aan het
spilindexcijfer 103,14 van de consumptieprijzen (basis 1996 = 100). spilindexcijfer 103,14 van de consumptieprijzen (basis 1996 = 100).
§ 2. De in § 1, 1° en 3° in aanmerking genomen bedragen zijn de § 2. De in § 1, 1° en 3° in aanmerking genomen bedragen zijn de
bedragen die gelden op de datum van uitwerking van de aanvraag of de bedragen die gelden op de datum van uitwerking van de aanvraag of de
nieuwe aanvraag om een tegemoetkoming of op de eerste dag van de maand nieuwe aanvraag om een tegemoetkoming of op de eerste dag van de maand
volgend op het feit dat aanleiding geeft tot de ambtshalve herziening volgend op het feit dat aanleiding geeft tot de ambtshalve herziening
bedoeld in artikel 23, § 1 tot § 1ter van het koninklijk besluit van bedoeld in artikel 23, § 1 tot § 1ter van het koninklijk besluit van
22 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling van de 22 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling van de
dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap. » dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap. »
Art. 8 Artikel 9ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het Art. 8 Artikel 9ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het
koninklijk besluit van 22 mei 2003, wordt vervangen als volgt : koninklijk besluit van 22 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
«

Art. 9ter.§ 1. Voor de berekening van de integratietegemoetkoming

«

Art. 9ter.§ 1. Voor de berekening van de integratietegemoetkoming

worden bepaalde gedeelten van het overeenkomstig de artikelen 8 en 9 worden bepaalde gedeelten van het overeenkomstig de artikelen 8 en 9
bepaalde inkomen vrijgesteld onder de in de volgende paragrafen bepaalde inkomen vrijgesteld onder de in de volgende paragrafen
vermelde voorwaarden. vermelde voorwaarden.
§ 2. Van het inkomen van de persoon met wie de persoon met een § 2. Van het inkomen van de persoon met wie de persoon met een
handicap een huishouden vormt wordt vrijgesteld : handicap een huishouden vormt wordt vrijgesteld :
1° indien de persoon met een handicap behoort tot de categorie 1 of 2 1° indien de persoon met een handicap behoort tot de categorie 1 of 2
: de eerste 1500,00 EUR; : de eerste 1500,00 EUR;
2° indien de persoon met een handicap behoort tot de categorie 3, 4 of 2° indien de persoon met een handicap behoort tot de categorie 3, 4 of
5 : de eerste 16.354,13 EUR alsook de helft van het gedeelte dat meer 5 : de eerste 16.354,13 EUR alsook de helft van het gedeelte dat meer
bedraagt dan dit bedrag; bedraagt dan dit bedrag;
§ 3. Van het arbeidsinkomen worden de eerste 16.354,13 EUR § 3. Van het arbeidsinkomen worden de eerste 16.354,13 EUR
vrijgesteld, alsook de helft van het arbeidsinkomen dat meer bedraagt vrijgesteld, alsook de helft van het arbeidsinkomen dat meer bedraagt
dan 16.354,13 EUR; dan 16.354,13 EUR;
§ 4. Van het vervangingsinkomen wordt vrijgesteld : § 4. Van het vervangingsinkomen wordt vrijgesteld :
1° indien de genoten arbeidsvrijstelling niet meer bedraagt dan 1° indien de genoten arbeidsvrijstelling niet meer bedraagt dan
14.017,83 EUR : de eerste 2.335,97 EUR; 14.017,83 EUR : de eerste 2.335,97 EUR;
2° indien de genoten arbeidsvrijstelling meer bedraagt dan 14.017,83 2° indien de genoten arbeidsvrijstelling meer bedraagt dan 14.017,83
EUR : het gedeelte dat niet meer bedraagt dan het verschil tussen EUR : het gedeelte dat niet meer bedraagt dan het verschil tussen
2.335,97 EUR en het gedeelte van de genoten arbeidsvrijstelling dat 2.335,97 EUR en het gedeelte van de genoten arbeidsvrijstelling dat
meer bedraagt dan 14.017,83 EUR; meer bedraagt dan 14.017,83 EUR;
§ 5. Van het andere inkomen wordt vrijgesteld : het gedeelte dat niet § 5. Van het andere inkomen wordt vrijgesteld : het gedeelte dat niet
meer bedraagt dan het verschil tussen de categorievrijstelling, meer bedraagt dan het verschil tussen de categorievrijstelling,
enerzijds, en de som van de genoten arbeidsvrijstelling en de genoten enerzijds, en de som van de genoten arbeidsvrijstelling en de genoten
vrijstelling op het vervangingsinkomen, anderzijds; vrijstelling op het vervangingsinkomen, anderzijds;
§ 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder : § 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
1° arbeidsinkomen : het inkomen van de persoon met een handicap 1° arbeidsinkomen : het inkomen van de persoon met een handicap
voortkomend uit werkelijk door hemzelf gepresteerde arbeid; voortkomend uit werkelijk door hemzelf gepresteerde arbeid;
2° vervangingsinkomen : het geheel van de sociale uitkeringen die de 2° vervangingsinkomen : het geheel van de sociale uitkeringen die de
persoon met een handicap ontvangt op grond van de reglementeringen persoon met een handicap ontvangt op grond van de reglementeringen
inzake ziekte-en invaliditeit, werkloosheid, arbeidsongevallen, inzake ziekte-en invaliditeit, werkloosheid, arbeidsongevallen,
beroepsziekten, rust- en overlevingspensioenen, inkomensgarantie voor beroepsziekten, rust- en overlevingspensioenen, inkomensgarantie voor
ouderen en gewaarborgd inkomen voor bejaarden; ouderen en gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
3° arbeidsvrijstelling : de vrijstelling bedoeld in paragraaf 3; 3° arbeidsvrijstelling : de vrijstelling bedoeld in paragraaf 3;
4° vrijstelling op het vervangingsinkomen : de vrijstelling bedoeld in 4° vrijstelling op het vervangingsinkomen : de vrijstelling bedoeld in
paragraaf 4; paragraaf 4;
4°bis andere inkomen : het niet vrijgesteld vervangingsinkomen 4°bis andere inkomen : het niet vrijgesteld vervangingsinkomen
overeenkomstig § 4, het overeenkomstig § 2, 1° niet vrijgesteld overeenkomstig § 4, het overeenkomstig § 2, 1° niet vrijgesteld
inkomen van de persoon met wie de persoon met een handicap een inkomen van de persoon met wie de persoon met een handicap een
huishouden vormt en de andere niet in punten 1° en 2° bedoelde huishouden vormt en de andere niet in punten 1° en 2° bedoelde
belastbare inkomsten; belastbare inkomsten;
5° categorievrijstelling : een bedrag dat afhankelijk is van de 5° categorievrijstelling : een bedrag dat afhankelijk is van de
categorie waartoe de persoon op basis van artikel 4 zou kunnen behoren categorie waartoe de persoon op basis van artikel 4 zou kunnen behoren
of behoort en dat overeenstemt met de bedragen die overeenkomstig of behoort en dat overeenstemt met de bedragen die overeenkomstig
artikel 6, § 1, van de wet voor die categorieën kunnen bepaald worden. artikel 6, § 1, van de wet voor die categorieën kunnen bepaald worden.
§ 7.De bedragen bedoeld in de paragrafen 2 tot en met 4 zijn gekoppeld § 7.De bedragen bedoeld in de paragrafen 2 tot en met 4 zijn gekoppeld
aan de spilindex 103,14 der consumptieprijzen (basis 1996 = 100) aan de spilindex 103,14 der consumptieprijzen (basis 1996 = 100)
overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende
inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen,
toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist,
sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening
dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale
zekerheid der werknemers, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied zekerheid der werknemers, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied
opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer der opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer der
consumptieprijzen worden gekoppeld. consumptieprijzen worden gekoppeld.
De in aanmerking genomen bedragen zijn de bedragen die gelden op de De in aanmerking genomen bedragen zijn de bedragen die gelden op de
datum van uitwerking van de aanvraag of de nieuwe aanvraag om datum van uitwerking van de aanvraag of de nieuwe aanvraag om
tegemoetkoming of op de eerste dag van de maand volgend op de tegemoetkoming of op de eerste dag van de maand volgend op de
ambtshalve herziening. » ambtshalve herziening. »

Art. 8.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2004.

Art. 8.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2004.

Art. 9.Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze

Art. 9.Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze

Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap zijn Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap zijn
belast met de uitvoering van dit besluit. belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Kos, 13 september 2004. Gegeven te Kos, 13 september 2004.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE R. DEMOTTE
De Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, De Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap,
G. MANDAILA G. MANDAILA
^