Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde | Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN |
13 JUNI 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk | 13 JUNI 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk |
besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van | besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van |
goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde | goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde |
waarde (1) | waarde (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, | Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, |
artikel 52, § 1, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en | artikel 52, § 1, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en |
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995; | gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1995; |
Gelet op het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met | Gelet op het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met |
betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de | betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de |
belasting over de toegevoegde waarde; | belasting over de toegevoegde waarde; |
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 12 | Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 12 |
december 2012; | december 2012; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 29 | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 29 |
januari 2013; | januari 2013; |
Gelet op advies nr. 52.883/3 van de Raad van State, gegeven op 14 | Gelet op advies nr. 52.883/3 van de Raad van State, gegeven op 14 |
maart 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | maart 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Financiën, | Op de voordracht van de Minister van Financiën, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december |
Artikel 1.Artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december |
1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van | 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van |
de belasting over de toegevoegde waarde, laatstelijk gewijzigd bij het | de belasting over de toegevoegde waarde, laatstelijk gewijzigd bij het |
koninklijk besluit van 1 september 2004, wordt vervangen als volgt : | koninklijk besluit van 1 september 2004, wordt vervangen als volgt : |
« Art. 5.§ 1. De belasting verschuldigd bij invoer wordt betaald op |
« Art. 5.§ 1. De belasting verschuldigd bij invoer wordt betaald op |
het tijdstip van de aangifte voor het verbruik, onder voorbehoud van | het tijdstip van de aangifte voor het verbruik, onder voorbehoud van |
het bepaalde in de paragrafen 2 en 3. | het bepaalde in de paragrafen 2 en 3. |
§ 2. In de door de Minister van Financiën te bepalen gevallen en onder | § 2. In de door de Minister van Financiën te bepalen gevallen en onder |
de door hem te stellen voorwaarden, mag de voldoening worden | de door hem te stellen voorwaarden, mag de voldoening worden |
uitgesteld tot bij het verstrijken van een termijn van ten hoogste | uitgesteld tot bij het verstrijken van een termijn van ten hoogste |
tien dagen te rekenen vanaf de aangifte. | tien dagen te rekenen vanaf de aangifte. |
§ 3. Aan belastingplichtigen die de in artikel 53, § 1, eerste lid, | § 3. Aan belastingplichtigen die de in artikel 53, § 1, eerste lid, |
2°, van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte indienen, met | 2°, van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte indienen, met |
uitsluiting van de belastingplichtigen bedoeld in artikel 55, § 3, | uitsluiting van de belastingplichtigen bedoeld in artikel 55, § 3, |
tweede lid, van het Wetboek, kan door de Minister van Financiën of | tweede lid, van het Wetboek, kan door de Minister van Financiën of |
zijn gemachtigde vergunning worden verleend om de uit hoofde van de | zijn gemachtigde vergunning worden verleend om de uit hoofde van de |
invoer opeisbare belasting niet te voldoen op het tijdstip van de | invoer opeisbare belasting niet te voldoen op het tijdstip van de |
aangifte ten verbruik, mits die belasting als verschuldigde belasting | aangifte ten verbruik, mits die belasting als verschuldigde belasting |
wordt opgenomen in de bovenbedoelde periodieke aangifte. | wordt opgenomen in de bovenbedoelde periodieke aangifte. |
Aan de personen die overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, van | Aan de personen die overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, van |
het Wetboek, vooraf zijn erkend, kan door de Minister van Financiën of | het Wetboek, vooraf zijn erkend, kan door de Minister van Financiën of |
zijn gemachtigde evenwel vergunning worden verleend waardoor de niet | zijn gemachtigde evenwel vergunning worden verleend waardoor de niet |
in België gevestigde belastingplichtigen die door eerstgenoemden | in België gevestigde belastingplichtigen die door eerstgenoemden |
worden vertegenwoordigd, de uit hoofde van de invoer opeisbare | worden vertegenwoordigd, de uit hoofde van de invoer opeisbare |
belasting niet moeten voldoen op het tijdstip van de aangifte ten | belasting niet moeten voldoen op het tijdstip van de aangifte ten |
verbruik, mits die belasting als verschuldigde belasting wordt | verbruik, mits die belasting als verschuldigde belasting wordt |
opgenomen in de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek | opgenomen in de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek |
bedoelde aangifte die bedoelde personen moeten indienen voor rekening | bedoelde aangifte die bedoelde personen moeten indienen voor rekening |
van deze belastingplichtigen. | van deze belastingplichtigen. |
De in het eerste en tweede lid bedoelde vergunninghouder mag de bij de | De in het eerste en tweede lid bedoelde vergunninghouder mag de bij de |
invoer verschuldigde belasting niet voldoen volgens de wijze als | invoer verschuldigde belasting niet voldoen volgens de wijze als |
voorzien in de paragrafen 1 en 2. | voorzien in de paragrafen 1 en 2. |
§ 4. De in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde vergunning wordt alleen | § 4. De in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde vergunning wordt alleen |
verleend als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden : | verleend als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden : |
1° de belastingplichtigen moeten een invoer hebben verricht of moeten | 1° de belastingplichtigen moeten een invoer hebben verricht of moeten |
kunnen aantonen dat in de toekomst het geval zal zijn; | kunnen aantonen dat in de toekomst het geval zal zijn; |
2° zij hebben alle periodieke aangiften bedoeld in artikel 53, § 1, | 2° zij hebben alle periodieke aangiften bedoeld in artikel 53, § 1, |
eerste lid, 2°, van het Wetboek ingediend met betrekking tot de | eerste lid, 2°, van het Wetboek ingediend met betrekking tot de |
handelingen die zij hebben verricht sinds de vier kalenderkwartalen | handelingen die zij hebben verricht sinds de vier kalenderkwartalen |
die voorafgaan aan de vergunningaanvraag en hebben de belasting | die voorafgaan aan de vergunningaanvraag en hebben de belasting |
voldaan waarvan de opeisbaarheid blijkt uit die aangiften; | voldaan waarvan de opeisbaarheid blijkt uit die aangiften; |
3° zij hebben geen belastingschuld voortvloeiend uit overtredingen | 3° zij hebben geen belastingschuld voortvloeiend uit overtredingen |
inzake de belasting over de toegevoegde waarde die een schuldvordering | inzake de belasting over de toegevoegde waarde die een schuldvordering |
vormt in het voordeel van de administratie die geheel of gedeeltelijk | vormt in het voordeel van de administratie die geheel of gedeeltelijk |
zeker, opeisbaar en vaststaand is. | zeker, opeisbaar en vaststaand is. |
De in paragraaf 3, tweede lid, bedoelde vergunning wordt alleen | De in paragraaf 3, tweede lid, bedoelde vergunning wordt alleen |
verleend als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden : | verleend als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden : |
1° de vooraf erkende personen hebben alle periodieke aangiften bedoeld | 1° de vooraf erkende personen hebben alle periodieke aangiften bedoeld |
in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek ingediend met | in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek ingediend met |
betrekking tot de handelingen die hun lastgevers hebben verricht sinds | betrekking tot de handelingen die hun lastgevers hebben verricht sinds |
de vier kalenderkwartalen die voorafgaan aan de vergunningaanvraag en | de vier kalenderkwartalen die voorafgaan aan de vergunningaanvraag en |
hebben de belasting voldaan waarvan de opeisbaarheid blijkt uit die | hebben de belasting voldaan waarvan de opeisbaarheid blijkt uit die |
aangiften; | aangiften; |
2° zij zijn met hun lastgevers, in de zin van artikel 55, § 4, tweede | 2° zij zijn met hun lastgevers, in de zin van artikel 55, § 4, tweede |
lid, van het Wetboek, niet gehouden tot betaling van een | lid, van het Wetboek, niet gehouden tot betaling van een |
belastingschuld voortvloeiend uit overtredingen inzake de belasting | belastingschuld voortvloeiend uit overtredingen inzake de belasting |
over de toegevoegde waarde die een schuldvordering vormt in het | over de toegevoegde waarde die een schuldvordering vormt in het |
voordeel van de administratie die geheel of gedeeltelijk zeker, | voordeel van de administratie die geheel of gedeeltelijk zeker, |
opeisbaar en vaststaand is. | opeisbaar en vaststaand is. |
§ 5. De in paragraaf 3 bedoelde vergunning moet schriftelijk worden | § 5. De in paragraaf 3 bedoelde vergunning moet schriftelijk worden |
aangevraagd. Binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de | aangevraagd. Binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de |
datum van de aanvraag wordt de vergunning verleend indien de daartoe | datum van de aanvraag wordt de vergunning verleend indien de daartoe |
gestelde voorwaarden vervuld zijn of wordt de aanvraag verworpen bij | gestelde voorwaarden vervuld zijn of wordt de aanvraag verworpen bij |
een met redenen omklede beslissing. | een met redenen omklede beslissing. |
§ 6. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan de in | § 6. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan de in |
paragraaf 3 bedoelde vergunning worden ingetrokken indien zij werd | paragraaf 3 bedoelde vergunning worden ingetrokken indien zij werd |
afgeleverd op grond van een onjuiste verklaring of als de | afgeleverd op grond van een onjuiste verklaring of als de |
vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden gesteld door | vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden gesteld door |
artikel 53, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van het Wetboek of de ter | artikel 53, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van het Wetboek of de ter |
uitvoering ervan genomen besluiten. | uitvoering ervan genomen besluiten. |
In geval van intrekking overeenkomstig het eerste lid, zal een nieuwe | In geval van intrekking overeenkomstig het eerste lid, zal een nieuwe |
vergunning slechts kunnen worden aangevraagd na het verstrijken van | vergunning slechts kunnen worden aangevraagd na het verstrijken van |
een periode van twaalf maanden die volgt op de maand waarin de | een periode van twaalf maanden die volgt op de maand waarin de |
beslissing tot intrekking ter kennis werd gebracht. | beslissing tot intrekking ter kennis werd gebracht. |
§ 7. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde worden de | § 7. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde worden de |
toepassingsmodaliteiten van dit artikel bepaald. Hij bepaalt onder | toepassingsmodaliteiten van dit artikel bepaald. Hij bepaalt onder |
meer de formaliteiten die bij de aanvraag of de intrekking van de | meer de formaliteiten die bij de aanvraag of de intrekking van de |
vergunning dienen te worden vervuld. Hij stelt bovendien de vorm en de | vergunning dienen te worden vervuld. Hij stelt bovendien de vorm en de |
inhoud vast van deze vergunning. » | inhoud vast van deze vergunning. » |
Art. 2.In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 vervangen |
Art. 2.In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 vervangen |
als volgt : | als volgt : |
« § 1. De belasting is verschuldigd door de geadresseerde die in | « § 1. De belasting is verschuldigd door de geadresseerde die in |
België een belastbare invoer van goederen verricht. » | België een belastbare invoer van goederen verricht. » |
Art. 3.In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen |
Art. 3.In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen |
als volgt : | als volgt : |
« § 2. In de situaties bedoeld in artikel 5, § 3, moet de belasting | « § 2. In de situaties bedoeld in artikel 5, § 3, moet de belasting |
verschuldigd bij invoer als verschuldigde belasting opgenomen worden | verschuldigd bij invoer als verschuldigde belasting opgenomen worden |
in de periodieke aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de | in de periodieke aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de |
invoer plaatsvond. » | invoer plaatsvond. » |
Art. 4.Artikel 8 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : |
Art. 4.Artikel 8 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : |
« Art. 8.§ 1. Zijn hoofdelijk gehouden tot de voldoening van de |
« Art. 8.§ 1. Zijn hoofdelijk gehouden tot de voldoening van de |
belasting met de in artikel 6 bedoelde geadresseerde : | belasting met de in artikel 6 bedoelde geadresseerde : |
1° de aangever, met name de persoon die in eigen naam of in naam van | 1° de aangever, met name de persoon die in eigen naam of in naam van |
een andere persoon goederen aangeeft voor het verbruik of voor één van | een andere persoon goederen aangeeft voor het verbruik of voor één van |
de regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Wetboek; | de regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5, van het Wetboek; |
2° de lastgever van de onder 1° bedoelde aangever; | 2° de lastgever van de onder 1° bedoelde aangever; |
3° ieder ander persoon gehouden tot de voldoening van de | 3° ieder ander persoon gehouden tot de voldoening van de |
invoerrechten, ook al zijn de goederen om welke reden dan ook niet aan | invoerrechten, ook al zijn de goederen om welke reden dan ook niet aan |
invoerrechten onderworpen. | invoerrechten onderworpen. |
Wanneer de belasting moet worden voldaan op de wijze aangeduid in | Wanneer de belasting moet worden voldaan op de wijze aangeduid in |
artikel 7, § 2, is evenwel alleen de persoon die de goederen heeft | artikel 7, § 2, is evenwel alleen de persoon die de goederen heeft |
aangegeven voor het extern douanevervoer of het intern communautair | aangegeven voor het extern douanevervoer of het intern communautair |
douanevervoer, hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting. » | douanevervoer, hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting. » |
§ 2. De in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot 3° en tweede lid, bedoelde | § 2. De in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot 3° en tweede lid, bedoelde |
personen die aantonen dat zij geen fout hebben begaan of niet nalatig | personen die aantonen dat zij geen fout hebben begaan of niet nalatig |
zijn geweest, zijn ontslagen van de hoofdelijke aansprakelijkheid. | zijn geweest, zijn ontslagen van de hoofdelijke aansprakelijkheid. |
Deze personen kunnen in geen geval van deze aansprakelijkheid worden | Deze personen kunnen in geen geval van deze aansprakelijkheid worden |
ontslagen indien zij wisten of moesten weten dat de verschuldigde | ontslagen indien zij wisten of moesten weten dat de verschuldigde |
belasting bij de invoer niet werd of zal worden gestort aan de Staat. | belasting bij de invoer niet werd of zal worden gestort aan de Staat. |
» | » |
Art. 5.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering |
Art. 5.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 13 juni 2013. | Gegeven te Brussel, 13 juni 2013. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
K. GEENS | K. GEENS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 3 juli 1969, Belgisch Staatsblad van 17 juli 1969; | Wet van 3 juli 1969, Belgisch Staatsblad van 17 juli 1969; |
Wet van 28 december 1992, Belgisch Staatsblad van 31 december 1992, | Wet van 28 december 1992, Belgisch Staatsblad van 31 december 1992, |
1ste editie; | 1ste editie; |
Koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992, Belgisch Staatsblad van | Koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992, Belgisch Staatsblad van |
31 december 1992, 4de editie; | 31 december 1992, 4de editie; |
Koninklijk besluit van 22 december 1995, Belgisch Staatsblad van 30 | Koninklijk besluit van 22 december 1995, Belgisch Staatsblad van 30 |
december 1995; | december 1995; |
Koninklijk besluit van 1 september 2004, Belgisch Staatsblad van 10 | Koninklijk besluit van 1 september 2004, Belgisch Staatsblad van 10 |
september 2004, 2de editie; | september 2004, 2de editie; |
Gecoördineerde wetten op de Raad van State, koninklijk besluit van 12 | Gecoördineerde wetten op de Raad van State, koninklijk besluit van 12 |
januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973. | januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973. |