Koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie van het Centraal Bestuur van het Ministerie van Justitie | Koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie van het Centraal Bestuur van het Ministerie van Justitie |
---|---|
MINISTERIE VAN JUSTITIE | MINISTERIE VAN JUSTITIE |
13 JUNI 1999. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de | 13 JUNI 1999. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de |
personeelsformatie van het Centraal Bestuur van het Ministerie van | personeelsformatie van het Centraal Bestuur van het Ministerie van |
Justitie | Justitie |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op artikel 107, tweede lid, van de Grondwet; | Gelet op artikel 107, tweede lid, van de Grondwet; |
Gelet op het met redenen omkleed advies van het Hoog Overlegcomité van | Gelet op het met redenen omkleed advies van het Hoog Overlegcomité van |
Sector III - Justitie, gegeven op 11 juni 1999; | Sector III - Justitie, gegeven op 11 juni 1999; |
Gelet op de adviezen van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 | Gelet op de adviezen van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 |
april 1998 en 6 juli 1998; | april 1998 en 6 juli 1998; |
Gelet op het gemeenschappelijk akkoord van Onze Ministers van | Gelet op het gemeenschappelijk akkoord van Onze Ministers van |
Ambtenarenzaken en Begroting, gegeven op 2 juni 1999; | Ambtenarenzaken en Begroting, gegeven op 2 juni 1999; |
Gelet op het akkoord van de Ministerraad, gegeven op 2 juni 1999; | Gelet op het akkoord van de Ministerraad, gegeven op 2 juni 1999; |
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en op het advies van | Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en op het advies van |
Onze in Raad vergaderde Ministers, | Onze in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.§ 1. De personeelsformatie van het Centraal Bestuur van het |
Artikel 1.§ 1. De personeelsformatie van het Centraal Bestuur van het |
Ministerie van Justitie wordt als volgt vastgesteld : | Ministerie van Justitie wordt als volgt vastgesteld : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
§ 2. De hierna vermelde betrekkingen worden afgeschaft bij het vertrek | § 2. De hierna vermelde betrekkingen worden afgeschaft bij het vertrek |
van de titularis ervan : | van de titularis ervan : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
In de hierna vermelde betrekkingen van § 1 kan slechts worden voorzien | In de hierna vermelde betrekkingen van § 1 kan slechts worden voorzien |
wanneer de betrekkingen uit het eerste lid (geïdentificeerd met een | wanneer de betrekkingen uit het eerste lid (geïdentificeerd met een |
sterretje (*)) zijn afgeschaft : | sterretje (*)) zijn afgeschaft : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Art. 2.§ 1. In de hierna vermelde betrekkingen van artikel 1, § 1, |
Art. 2.§ 1. In de hierna vermelde betrekkingen van artikel 1, § 1, |
mag slechts worden voorzien wanneer de arbeidsposten van contractuelen | mag slechts worden voorzien wanneer de arbeidsposten van contractuelen |
waarvoor ze in de plaats komen, afgeschaft werden door het vertrek van | waarvoor ze in de plaats komen, afgeschaft werden door het vertrek van |
de leden van het contractueel personeel die ze bekleden : | de leden van het contractueel personeel die ze bekleden : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
§ 2. Indien, drie jaar na het van kracht worden van dit besluit, de in | § 2. Indien, drie jaar na het van kracht worden van dit besluit, de in |
§ 1 beoogde betrekkingen vacant gebleven zijn, worden ze in artikel 1, | § 1 beoogde betrekkingen vacant gebleven zijn, worden ze in artikel 1, |
§ 1 ambtshalve afgeschaft. | § 1 ambtshalve afgeschaft. |
§ 3. De inspecteur van Financiën moet vóór de bezetting van de | § 3. De inspecteur van Financiën moet vóór de bezetting van de |
betrekkingen vaststellen dat de voorwaarde vermeld in § 1 vervuld is. | betrekkingen vaststellen dat de voorwaarde vermeld in § 1 vervuld is. |
Art. 3.Zes betrekkingen worden voor een onbepaalde duur van ten |
Art. 3.Zes betrekkingen worden voor een onbepaalde duur van ten |
minste vijf jaar in overtal bezet door leden van de Rechterlijke Orde. | minste vijf jaar in overtal bezet door leden van de Rechterlijke Orde. |
Art. 4.Het koninklijk besluit van 2 december 1998 tot vaststelling |
Art. 4.Het koninklijk besluit van 2 december 1998 tot vaststelling |
van de personeelsformatie van het Centraal Bestuur van het Ministerie | van de personeelsformatie van het Centraal Bestuur van het Ministerie |
van Justitie, wordt opgeheven. | van Justitie, wordt opgeheven. |
Art. 5.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand |
Art. 5.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand |
volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is | volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is |
bekendgemaakt. | bekendgemaakt. |
Art. 6.Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit |
Art. 6.Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 13 juni 1999. | Gegeven te Brussel, 13 juni 1999. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
T. VAN PARYS | T. VAN PARYS |
De Minister van Begroting, | De Minister van Begroting, |
H. VAN ROMPUY | H. VAN ROMPUY |