Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 12/10/2005
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde bedienden indien zij worden ontslagen "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde bedienden indien zij worden ontslagen Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde bedienden indien zij worden ontslagen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
12 OKTOBER 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 12 OKTOBER 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2003, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2003,
gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de
textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een
aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde bedienden aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde bedienden
indien zij worden ontslagen (1) indien zij worden ontslagen (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de
toekenning van werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel toekenning van werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel
brugpensioen; brugpensioen;
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19
december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een
regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde
werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard
bij koninklijk besluit van 16 januari 1975; bij koninklijk besluit van 16 januari 1975;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden van de Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden van de
textielnijverheid en het breiwerk; textielnijverheid en het breiwerk;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2003, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2003,
gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de
textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een
aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde bedienden aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde bedienden
indien zij worden ontslagen, met uitzondering van de bepalingen in indien zij worden ontslagen, met uitzondering van de bepalingen in
strijd met artikel 4, § 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. strijd met artikel 4, § 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.
17 van 19 december 1974, tot invoering van een regeling van 17 van 19 december 1974, tot invoering van een regeling van
aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers
indien zij worden ontslagen. indien zij worden ontslagen.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 12 oktober 2005. Gegeven te Brussel, 12 oktober 2005.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
_______ _______
Nota's Nota's
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958.
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Koninklijk besluit van 16 januari 1975, Belgisch Staatsblad van 31 Koninklijk besluit van 16 januari 1975, Belgisch Staatsblad van 31
januari 1975. januari 1975.
Koninklijk besluit van 7 december 1992, Belgisch Staatsblad van 11 Koninklijk besluit van 7 december 1992, Belgisch Staatsblad van 11
december 1992. december 1992.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de bedienden van de textielnijverheid Paritair Comité voor de bedienden van de textielnijverheid
en het breiwerk en het breiwerk
Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2003 Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2003
Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige
bejaarde bedienden indien zij worden ontslagen (Overeenkomst bejaarde bedienden indien zij worden ontslagen (Overeenkomst
geregistreerd op 26 september 2003 onder het nummer 67771/CO/214) geregistreerd op 26 september 2003 onder het nummer 67771/CO/214)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

alle ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair alle ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair
Comité voor de bedienden van de textielnijverheid en het breiwerk en Comité voor de bedienden van de textielnijverheid en het breiwerk en
op de bedienden die zij tewerkstellen. op de bedienden die zij tewerkstellen.
HOOFDSTUK II.- Draagwijdte van de overeenkomst HOOFDSTUK II.- Draagwijdte van de overeenkomst

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de toekenning van

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de toekenning van

een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers
indien zij worden ontslagen. indien zij worden ontslagen.

Art. 3.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 2, van het

Art. 3.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 2, van het

koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van
werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel brugpensioen, wordt werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel brugpensioen, wordt
de minimumleeftijd, om te kunnen genieten van deze regeling van de minimumleeftijd, om te kunnen genieten van deze regeling van
aanvullende vergoeding vastgesteld op 58 jaar. aanvullende vergoeding vastgesteld op 58 jaar.

Art. 4.In uitvoering van de bepalingen van artikel 5 van de statuten,

Art. 4.In uitvoering van de bepalingen van artikel 5 van de statuten,

vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 april 1981, vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 april 1981,
gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de
textielnijverheid en het breiwerk tot oprichting van een "Fonds voor textielnijverheid en het breiwerk tot oprichting van een "Fonds voor
bestaanszekerheid voor de bedienden van de textielnijverheid en het bestaanszekerheid voor de bedienden van de textielnijverheid en het
breiwerk" en tot vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend breiwerk" en tot vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend
verklaard bij koninklijk besluit, wordt aan de bedienden bedoeld in de verklaard bij koninklijk besluit, wordt aan de bedienden bedoeld in de
artikelen 2 en 3 een aanvullende vergoeding toegekend ten laste van artikelen 2 en 3 een aanvullende vergoeding toegekend ten laste van
het fonds, waarvan het bedrag, de wijze van toekenning en van het fonds, waarvan het bedrag, de wijze van toekenning en van
uitkering hierna zijn vastgesteld. uitkering hierna zijn vastgesteld.
Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de
artikelen 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989 artikelen 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989
(Belgisch Staatsblad van 30 december 1989) en door artikel 141 van de (Belgisch Staatsblad van 30 december 1989) en door artikel 141 van de
wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen (Belgisch wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen (Belgisch
Staatsblad van 9 januari 1991), en door de uitvoeringsbesluiten ten Staatsblad van 9 januari 1991), en door de uitvoeringsbesluiten ten
laste genomen van het fonds. laste genomen van het fonds.
HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding

Art. 5.De in artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het

Art. 5.De in artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het

toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19
december 1974, aan alle bedienden die ongewild werkloos worden gesteld december 1974, aan alle bedienden die ongewild werkloos worden gesteld
en die gedurende de periode van 1 januari 2003 tot en met 30 juni 2005 en die gedurende de periode van 1 januari 2003 tot en met 30 juni 2005
recht verkrijgen op wettelijke werkloosheidsvergoeding en op de eerste recht verkrijgen op wettelijke werkloosheidsvergoeding en op de eerste
dag die recht geeft op deze vergoeding de leeftijd hebben bereikt dag die recht geeft op deze vergoeding de leeftijd hebben bereikt
zoals aangeduid in artikel 3 hierboven. zoals aangeduid in artikel 3 hierboven.
Zonder afbreuk te doen aan de vereiste dat de minimumleeftijd waarvan Zonder afbreuk te doen aan de vereiste dat de minimumleeftijd waarvan
sprake in artikel 3 moet bereikt zijn tijdens de geldigheidsduur van sprake in artikel 3 moet bereikt zijn tijdens de geldigheidsduur van
de huidige collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die de huidige collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die
recht geeft op wettelijke werkloosheidsvergoeding zich situeren in de recht geeft op wettelijke werkloosheidsvergoeding zich situeren in de
periode van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2005, wanneer, periode van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2005, wanneer,
overeenkomstig artikel 3, § 4, van voormeld koninklijk besluit van 7 overeenkomstig artikel 3, § 4, van voormeld koninklijk besluit van 7
december 1992, de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding december 1992, de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding
gedekte periode van de afgedankte werknemer een einde neemt buiten de gedekte periode van de afgedankte werknemer een einde neemt buiten de
geldigheidsduur van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, voor geldigheidsduur van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, voor
zover het ontslag betekend werd tijdens de geldigheidsduur van de zover het ontslag betekend werd tijdens de geldigheidsduur van de
collectieve arbeidsovereenkomst en ten laatste op 30 november 2004. collectieve arbeidsovereenkomst en ten laatste op 30 november 2004.
Zonder afbreuk te doen aan de vereiste dat de minimumleeftijd waarvan Zonder afbreuk te doen aan de vereiste dat de minimumleeftijd waarvan
sprake in artikel 3 moet bereikt zijn tijdens de geldigheidsduur van sprake in artikel 3 moet bereikt zijn tijdens de geldigheidsduur van
onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die
recht geeft op wettelijke werkloosheidsvergoeding zich situeren na 30 recht geeft op wettelijke werkloosheidsvergoeding zich situeren na 30
juni 2005, respectievelijk na 31 december 2005, ingeval van toepassing juni 2005, respectievelijk na 31 december 2005, ingeval van toepassing
van vorige alinea, indien dit te wijten is aan de verlenging van de van vorige alinea, indien dit te wijten is aan de verlenging van de
opzeggingstermijn ingevolge toepassing van de artikelen 38, § 2, en opzeggingstermijn ingevolge toepassing van de artikelen 38, § 2, en
38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten 38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten
(Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978). (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978).

Art. 6.Naast de anciënniteitsvoorwaarden vastgesteld door voormeld

Art. 6.Naast de anciënniteitsvoorwaarden vastgesteld door voormeld

koninklijk besluit van 7 december 1992 dienen de bedienden, om te koninklijk besluit van 7 december 1992 dienen de bedienden, om te
kunnen genieten van het conventioneel brugpen[00ad]sioen, bovendien te kunnen genieten van het conventioneel brugpen[00ad]sioen, bovendien te
voldoen aan één van volgende anciënniteitsvoorwaarden : voldoen aan één van volgende anciënniteitsvoorwaarden :
- ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding, - ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding,
confectie, vlasbereiding en/of jute, confectie, vlasbereiding en/of jute,
- ofwel 5 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding, - ofwel 5 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding,
confectie, vlasbereiding en/of jute tijdens de laatste 10 jaren confectie, vlasbereiding en/of jute tijdens de laatste 10 jaren
waarvan minstens 1 jaar gedurende de laatste 2 jaren. waarvan minstens 1 jaar gedurende de laatste 2 jaren.
Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt tevens verwezen Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt tevens verwezen
naar artikel 2, § 3 van voormeld koninklijk besluit. naar artikel 2, § 3 van voormeld koninklijk besluit.

Art. 7.De in artikel 5 bedoelde bedienden hebben, voorzover zij de

Art. 7.De in artikel 5 bedoelde bedienden hebben, voorzover zij de

wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht op de aanvullende wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht op de aanvullende
vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij
wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de voorwaarden zoals door wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de voorwaarden zoals door
deze pensioenreglementering vastgesteld. deze pensioenreglementering vastgesteld.
De regeling geldt eveneens voor de bedienden die tijdelijk uit het De regeling geldt eveneens voor de bedienden die tijdelijk uit het
stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling
wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke
werkloosheidsuitkeringen ontvangen. werkloosheidsuitkeringen ontvangen.
HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 8.1. Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de

Art. 8.1. Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de

helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de
werkloosheidsuitkering. werkloosheidsuitkering.
2. De aanvullende vergoeding, waarvan het brutobedrag lager is dan 2. De aanvullende vergoeding, waarvan het brutobedrag lager is dan
99,16 EUR bruto per maand, toegekend in het kader van het 99,16 EUR bruto per maand, toegekend in het kader van het
conventioneel brugpensioen voor bedienden, wordt verhoogd tot 99,16 conventioneel brugpensioen voor bedienden, wordt verhoogd tot 99,16
EUR bruto per maand. Deze verhoging van het bedrag van de aanvullende EUR bruto per maand. Deze verhoging van het bedrag van de aanvullende
vergoeding kan evenwel niet tot gevolg hebben dat het totaal bruto vergoeding kan evenwel niet tot gevolg hebben dat het totaal bruto
maandbedrag van deze aanvullende vergoeding en de maandbedrag van deze aanvullende vergoeding en de
werkloosheidsuitkeringen samen hoger komt te liggen dan de drempel die werkloosheidsuitkeringen samen hoger komt te liggen dan de drempel die
in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de persoonlijke in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de persoonlijke
afhouding voor de werknemer zonder gezinslast die wordt gestort aan de afhouding voor de werknemer zonder gezinslast die wordt gestort aan de
Rijksdienst voor pensioenen. Rijksdienst voor pensioenen.

Art. 9.Het netto-referteloon is gelijk aan het brutomaandloon

Art. 9.Het netto-referteloon is gelijk aan het brutomaandloon

begrensd tot 940,14 EUR (37 925 BEF) en verminderd met de persoonlijke begrensd tot 940,14 EUR (37 925 BEF) en verminderd met de persoonlijke
sociale zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. sociale zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding.
De grens van 940,14 EUR (37 925 BEF) is gekoppeld aan het indexcijfer De grens van 940,14 EUR (37 925 BEF) is gekoppeld aan het indexcijfer
134,52 (1971 = 100) en bedraagt dus 2 900,10 EUR op 1 januari 2003. 134,52 (1971 = 100) en bedraagt dus 2 900,10 EUR op 1 januari 2003.
Zij is gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer der Zij is gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer der
consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2
augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan
het indexcijfer der consumptieprijzen (Belgisch Staatsblad van 20 het indexcijfer der consumptieprijzen (Belgisch Staatsblad van 20
augustus 1971). augustus 1971).
Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in
functie van de ontwikkeling der regelingslonen overeenkomstig de functie van de ontwikkeling der regelingslonen overeenkomstig de
beslissing van de Nationale Arbeidsraad. beslissing van de Nationale Arbeidsraad.
Het nettoreferteloon wordt tot de hogere euro afgerond. Het nettoreferteloon wordt tot de hogere euro afgerond.
Art. 10.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die Art. 10.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die
rechtstreeks gebonden zijn aan de door de bediende verrichte rechtstreeks gebonden zijn aan de door de bediende verrichte
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt.
Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale
zekerheid onderworpen zijn. zekerheid onderworpen zijn.
Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van
werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen.
2. Voor de per maand betaalde bediende wordt als brutoloon beschouwd 2. Voor de per maand betaalde bediende wordt als brutoloon beschouwd
het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende punt 6 bepaalde het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende punt 6 bepaalde
refertemaand heeft verdiend. refertemaand heeft verdiend.
3. Voor de bediende die niet per maand wordt betaald, wordt het 3. Voor de bediende die niet per maand wordt betaald, wordt het
brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. brutoloon berekend op grond van het normale uurloon.
Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die
periode gewerkte normale uren. periode gewerkte normale uren.
Het aldus bekomen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal Het aldus bekomen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal
arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse arbeidstijdregeling van de arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse arbeidstijdregeling van de
bediende; dat product, vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12, bediende; dat product, vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12,
stemt overeen met het maandloon. stemt overeen met het maandloon.
4. Het brutoloon van een bediende die gedurende de ganse refertemaand 4. Het brutoloon van een bediende die gedurende de ganse refertemaand
niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) aanwezig was niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) aanwezig was
geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen. geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen.
Indien een bediende, krachtens de bepalingen van zijn(haar) Indien een bediende, krachtens de bepalingen van zijn(haar)
arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de
refertemaand moet werken en hij(zij) al die tijd niet heeft gewerkt, refertemaand moet werken en hij(zij) al die tijd niet heeft gewerkt,
wordt zijn(haar) brutoloon berekend op grond van het aantal wordt zijn(haar) brutoloon berekend op grond van het aantal
arbeidsdagen, dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. arbeidsdagen, dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld.
5. Het door de bediende verdiende brutoloon, ongeacht of het per maand 5. Het door de bediende verdiende brutoloon, ongeacht of het per maand
of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde van het of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde van het
totaal der contractuele premies en van de veranderlijke bezoldiging totaal der contractuele premies en van de veranderlijke bezoldiging
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt en door waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt en door
die bediende in de loop van de twaalf maanden die aan het ontslag die bediende in de loop van de twaalf maanden die aan het ontslag
voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen.
6. Naar aanleiding van het bij artikel 14 voorzien overleg, zal in 6. Naar aanleiding van het bij artikel 14 voorzien overleg, zal in
gemeen akkoord worden beslist met die refertemaand rekening moet gemeen akkoord worden beslist met die refertemaand rekening moet
worden gehouden. worden gehouden.
Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die
de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen.
HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag
van de aanvullende vergoeding van de aanvullende vergoeding

Art. 11.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt

Art. 11.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt

gebonden aan de schommeling van het indexcijfer van de gebonden aan de schommeling van het indexcijfer van de
consumptieprijzen, volgens de modaliteiten die van toepassing zijn consumptieprijzen, volgens de modaliteiten die van toepassing zijn
inzake werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de inzake werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de
wet van 2 augustus 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971). wet van 2 augustus 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971).
Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1
januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen, januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen,
overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale
Arbeidsraad. Arbeidsraad.
Voor de bedienden die in de loop van het jaar tot de regeling Voor de bedienden die in de loop van het jaar tot de regeling
toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in
aanmerking genomen voor deze berekening van de aanpassing. aanmerking genomen voor deze berekening van de aanpassing.
HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 12.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de

Art. 12.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de

kalendermaand gebeuren. kalendermaand gebeuren.
HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding
met andere voordelen met andere voordelen

Art. 13.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met

Art. 13.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met

andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen,
die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen.
De bediende, die onder de in artikel 5 voorziene voorwaarde ontslagen De bediende, die onder de in artikel 5 voorziene voorwaarde ontslagen
wordt zal dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende rechten wordt zal dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende rechten
moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in artikel moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in artikel
2 voorziene aanvullende vergoeding. 2 voorziene aanvullende vergoeding.
HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure

Art. 14.Vooraleer een of meerdere bedienden bedoeld bij artikel 5 te

Art. 14.Vooraleer een of meerdere bedienden bedoeld bij artikel 5 te

ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers van ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers van
het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, met het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, met
de syndicale afvaardiging. de syndicale afvaardiging.
Onverminderd de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. Onverminderd de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.
9 van 9 maart 1972, inzonderheid op artikel 12, heeft deze 9 van 9 maart 1972, inzonderheid op artikel 12, heeft deze
beraadslaging tot doel in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van beraadslaging tot doel in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van
de in de onderneming van kracht zijnde afdankingscriteria, bedienden de in de onderneming van kracht zijnde afdankingscriteria, bedienden
die aan het in artikel 3 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij die aan het in artikel 3 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij
voorrang kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de voorrang kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de
aanvullende regeling kunnen genieten. aanvullende regeling kunnen genieten.
Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging,
heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de
representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met het representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met het
personeel van de onderneming. personeel van de onderneming.
Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever
daarenboven de betrokken bediende bij aangetekende brief uit tot een daarenboven de betrokken bediende bij aangetekende brief uit tot een
onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming.
Dit onderhoud heeft tot doel aan de bediende de gelegenheid te geven Dit onderhoud heeft tot doel aan de bediende de gelegenheid te geven
zijn(haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag zijn(haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag
kenbaar te maken. kenbaar te maken.
Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972, Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972,
inzonderheid artikel 7, kan de bediende zich bij dit onderhoud laten inzonderheid artikel 7, kan de bediende zich bij dit onderhoud laten
bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten
vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud
plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was.
De ontslagen bedienden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling De ontslagen bedienden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling
te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de
arbeidsreserve. arbeidsreserve.
HOOFDSTUK IX. - Betaling aanvullende vergoeding HOOFDSTUK IX. - Betaling aanvullende vergoeding

Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding valt ten laste van

Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding valt ten laste van

het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de bedienden van de het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de bedienden van de
textielnijverheid en het breiwerk". textielnijverheid en het breiwerk".
Te dien einde zijn de werkgevers en werknemers verplicht gebruik te Te dien einde zijn de werkgevers en werknemers verplicht gebruik te
maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van
voormeld fonds, Poortakkerstraat 100 te 9051 Gent voormeld fonds, Poortakkerstraat 100 te 9051 Gent
(Sint-Denijs-Westrem). (Sint-Denijs-Westrem).
De administratieve richtlijnen van de raad van beheer van het fonds De administratieve richtlijnen van de raad van beheer van het fonds
moeten nageleefd worden. moeten nageleefd worden.
HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen

Art. 16.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van

Art. 16.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van

deze overeenkomst worden door de beheerraad van het in artikel 4 deze overeenkomst worden door de beheerraad van het in artikel 4
bedoelde fonds vastgesteld. bedoelde fonds vastgesteld.

Art. 17.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige

Art. 17.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige

collectieve arbeidsovereenkomst worden door de beheerraad van het collectieve arbeidsovereenkomst worden door de beheerraad van het
"Fonds voor bestaanszekerheid voor de bedienden van de "Fonds voor bestaanszekerheid voor de bedienden van de
textielnijverheid en het breiwerk" beslecht in de geest van en textielnijverheid en het breiwerk" beslecht in de geest van en
refererend naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de refererend naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de
Nationale Arbeidsraad. Nationale Arbeidsraad.

Art. 18.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari

Art. 18.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari

2003 tot en met 30 juni 2005. 2003 tot en met 30 juni 2005.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober
2005. 2005.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
^