Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 12/10/2005
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van bepaalde oudere werknemers in geval van ontslag "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van bepaalde oudere werknemers in geval van ontslag Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van bepaalde oudere werknemers in geval van ontslag
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
12 OKTOBER 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 12 OKTOBER 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003,
gesloten in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het gesloten in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het
administratief arrondissement Verviers, betreffende de toekenning van administratief arrondissement Verviers, betreffende de toekenning van
een aanvullende vergoeding ten gunste van bepaalde oudere werknemers een aanvullende vergoeding ten gunste van bepaalde oudere werknemers
in geval van ontslag (1) in geval van ontslag (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de
textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers; textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003, gesloten
in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het in het Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het
administratief arrondissement Verviers, betreffende de toekenning van administratief arrondissement Verviers, betreffende de toekenning van
een aanvullende vergoeding ten gunste van bepaalde oudere werknemers een aanvullende vergoeding ten gunste van bepaalde oudere werknemers
in geval van ontslag, met uitzondering van de bepalingen in strijd met in geval van ontslag, met uitzondering van de bepalingen in strijd met
artikel 4, § 2, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 artikel 4, § 2, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19
december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende
vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij
worden ontslagen. worden ontslagen.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 12 oktober 2005. Gegeven te Brussel, 12 oktober 2005.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief
arrondissement Verviers arrondissement Verviers
Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003 Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003
Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van bepaalde Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van bepaalde
oudere werknemers in geval van ontslag (Overeenkomst geregistreerd op oudere werknemers in geval van ontslag (Overeenkomst geregistreerd op
28 november 2003 onder het nummer 68673/CO/120.01) 28 november 2003 onder het nummer 68673/CO/120.01)
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003 voor de Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2003 voor de
werklieden (werksters) van de textielnijverheid uit het administratief werklieden (werksters) van de textielnijverheid uit het administratief
arrondissement Verviers, gesloten voor de jaren 2003-2004; arrondissement Verviers, gesloten voor de jaren 2003-2004;
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid (Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958); bestaanszekerheid (Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958);
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19
december 1974 in de Nationale Arbeidsraad (Belgisch Staatsblad van 31 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad (Belgisch Staatsblad van 31
januari 1975); januari 1975);
Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de
toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel
brugpensioen (Belgisch Staatsblad van 11 december 1992); brugpensioen (Belgisch Staatsblad van 11 december 1992);
wordt overeengekomen tussen : wordt overeengekomen tussen :
A.C.V. Textura, A.C.V. Textura,
A.B.V.V. Textiel, Kleding en Diamant A.B.V.V. Textiel, Kleding en Diamant
enerzijds, enerzijds,
en en
De Textielfederatie FEBELTEX De Textielfederatie FEBELTEX
anderzijds, anderzijds,
wat volgt : wat volgt :
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

alle textielondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het alle textielondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het
Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief Paritair Subcomité voor de textielnijverheid uit het administratief
arrondissement Verviers (PSC 120.01) en op de werklieden(werksters) arrondissement Verviers (PSC 120.01) en op de werklieden(werksters)
die zij tewerkstellen. die zij tewerkstellen.
HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van de overeenkomst HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van de overeenkomst

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de toekenning van

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de toekenning van

een aanvullende bijdrage ten gunste van bepaalde oudere werknemers in een aanvullende bijdrage ten gunste van bepaalde oudere werknemers in
geval van ontslag. geval van ontslag.

Art. 3.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 2, van het

Art. 3.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 2, van het

koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van
werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen wordt werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen wordt
de minimumleeftijd om deze aanvullende bijdrage te kunnen genieten de minimumleeftijd om deze aanvullende bijdrage te kunnen genieten
vastgelegd op 58 jaar. vastgelegd op 58 jaar.

Art. 4.In uitvoering van de bepalingen van artikel 5 van de statuten,

Art. 4.In uitvoering van de bepalingen van artikel 5 van de statuten,

vastgelegd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 1981, vastgelegd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 1981,
gesloten in het vroegere Paritair Comité voor de textielnijverheid uit gesloten in het vroegere Paritair Comité voor de textielnijverheid uit
het administratief arrondissement Verviers, tot oprichting van een het administratief arrondissement Verviers, tot oprichting van een
"Fonds voor bestaanszekerheid voor de textielnijverheid uit het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de textielnijverheid uit het
administratief arrondissement Verviers" en tot vaststelling van de administratief arrondissement Verviers" en tot vaststelling van de
statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14
september 1981, wordt een aanvullende bijdrage toegekend aan de september 1981, wordt een aanvullende bijdrage toegekend aan de
werklieden (werksters) bedoeld in artikel 2 en 3, ten laste van het werklieden (werksters) bedoeld in artikel 2 en 3, ten laste van het
fonds, waarvan het bedrag en de wijze van toekenning en uitkering fonds, waarvan het bedrag en de wijze van toekenning en uitkering
hierna worden vastgelegd. hierna worden vastgelegd.
Meer nog, de speciale werkgeversbijdragen, opgelegd door de artikelen Meer nog, de speciale werkgeversbijdragen, opgelegd door de artikelen
268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989 (Belgisch 268 tot 271 van de programmawet van 22 december 1989 (Belgisch
Staatsblad van 30 december 1989) en door artikel 141 van de wet van 29 Staatsblad van 30 december 1989) en door artikel 141 van de wet van 29
december 1990 houdende sociale bepalingen (Belgisch Staatsblad van 9 december 1990 houdende sociale bepalingen (Belgisch Staatsblad van 9
januari 1991) en door de uitvoeringsbesluiten, worden ten laste januari 1991) en door de uitvoeringsbesluiten, worden ten laste
genomen door het fonds. genomen door het fonds.
HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden van de aanvullende vergoeding

Art. 5.De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 2, betreft het

Art. 5.De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 2, betreft het

toekennen van voordelen die gelijk zijn aan deze die bepaald zijn door toekennen van voordelen die gelijk zijn aan deze die bepaald zijn door
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale
Arbeidsraad op 19 december 1974 aan alle werknemers die onvrijwillig Arbeidsraad op 19 december 1974 aan alle werknemers die onvrijwillig
werkloos zullen zijn, die, tijdens de periode van 1 januari 2003 tot werkloos zullen zijn, die, tijdens de periode van 1 januari 2003 tot
en met 31 december 2004, recht zullen hebben op de wettelijke en met 31 december 2004, recht zullen hebben op de wettelijke
werkloosheidsuitkeringen en die de leeftijd zullen bereikt hebben, werkloosheidsuitkeringen en die de leeftijd zullen bereikt hebben,
vermeld in voornoemd artikel 3 de eerste dag die recht geeft op deze vermeld in voornoemd artikel 3 de eerste dag die recht geeft op deze
uitkeringen. uitkeringen.
Ongeacht de voorwaarde volgens dewelke de minimumleeftijd, bedoeld in Ongeacht de voorwaarde volgens dewelke de minimumleeftijd, bedoeld in
artikel 3, moet bereikt zijn tijdens de geldigheidsduur van deze artikel 3, moet bereikt zijn tijdens de geldigheidsduur van deze
collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die recht geeft op collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die recht geeft op
wettelijke werkloosheidsuitkeringen zich bevinden na 31 december 2004, wettelijke werkloosheidsuitkeringen zich bevinden na 31 december 2004,
indien dit het gevolg is van de verlenging van de opzeggingstermijn indien dit het gevolg is van de verlenging van de opzeggingstermijn
door de toepassing van de artikelen 38, § 2 en 38bis van de wet van 3 door de toepassing van de artikelen 38, § 2 en 38bis van de wet van 3
juli 1978 betreffende arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van juli 1978 betreffende arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van
22 augustus 1978). 22 augustus 1978).

Art. 6.Ongeacht de anciënniteitvoorwaarden vastgesteld door voornoemd

Art. 6.Ongeacht de anciënniteitvoorwaarden vastgesteld door voornoemd

koninklijk besluit van 7 december 1992 moeten de werklieden, om te koninklijk besluit van 7 december 1992 moeten de werklieden, om te
kunnen genieten van het conventioneel brugpensioen, bovendien voldoen kunnen genieten van het conventioneel brugpensioen, bovendien voldoen
aan één van de volgende anciënniteitsvoorwaarden : aan één van de volgende anciënniteitsvoorwaarden :
- ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding, - ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding,
confectie en/of vlasbereiding; confectie en/of vlasbereiding;
- ofwel 5 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding, - ofwel 5 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding,
confectie en/of vlasbereiding tijdens de laatste 10 jaren waarvan confectie en/of vlasbereiding tijdens de laatste 10 jaren waarvan
minstens 1 jaar in de laatste 2 jaren. minstens 1 jaar in de laatste 2 jaren.
Wat betreft de gelijkgestelde arbeidsdagen wordt tevens verwezen naar Wat betreft de gelijkgestelde arbeidsdagen wordt tevens verwezen naar
artikel 2, § 3 van het koninklijk besluit van 7 december 1992. artikel 2, § 3 van het koninklijk besluit van 7 december 1992.

Art. 7.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben, voorzover zij de

Art. 7.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben, voorzover zij de

wettelijke werkloosheidsuitkeringen genieten, recht op de aanvullende wettelijke werkloosheidsuitkeringen genieten, recht op de aanvullende
vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij
wettelijk pensioengerechtigd zijn en onder de voorwaarden zoals door wettelijk pensioengerechtigd zijn en onder de voorwaarden zoals door
deze pensioenreglementering vastgesteld. deze pensioenreglementering vastgesteld.
De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het
stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling
wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke
werkloosheidsvergoeding ontvangen. werkloosheidsvergoeding ontvangen.
HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 8.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de

Art. 8.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de

helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de
werkloosheidsuitkering. werkloosheidsuitkering.

Art. 9.Het netto-referteloon is gelijk aan het brutomaandloon

Art. 9.Het netto-referteloon is gelijk aan het brutomaandloon

begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke
sociale-zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. sociale-zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding.
De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971
= 100) en bedraagt 2 900,10 EUR op 1 januari 2003. Zij is gebonden aan = 100) en bedraagt 2 900,10 EUR op 1 januari 2003. Zij is gebonden aan
de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen, de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen,
overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende
inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der
consumptieprijzen (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971). Deze consumptieprijzen (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971). Deze
grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien, rekening grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien, rekening
houdend met de evolutie van de conventionele lonen, overeenkomstig de houdend met de evolutie van de conventionele lonen, overeenkomstig de
beslissing van de Nationale Arbeidsraad. beslissing van de Nationale Arbeidsraad.
Het netto-referteloon wordt naar de hogere euro afgerond. Het netto-referteloon wordt naar de hogere euro afgerond.

Art. 10.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die

Art. 10.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die

rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werkman (werkster) verrichte rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werkman (werkster) verrichte
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en
waarvan de periodiciteit van betaling een maand niet overschrijdt. waarvan de periodiciteit van betaling een maand niet overschrijdt.
Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale
zekerheid onderworpen zijn. zekerheid onderworpen zijn.
Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van
werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen.
2. Voor de per maand betaalde werkman (werkster) wordt als brutoloon 2. Voor de per maand betaalde werkman (werkster) wordt als brutoloon
beschouwd het loon dat hij/zij gedurende de in punt 6 bepaalde beschouwd het loon dat hij/zij gedurende de in punt 6 bepaalde
refertemaand heeft verdiend. refertemaand heeft verdiend.
3. Voor de werkman(werkster) die niet per maand worden betaald, wordt 3. Voor de werkman(werkster) die niet per maand worden betaald, wordt
het brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. het brutoloon berekend op grond van het normale uurloon.
Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die
periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt
vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse
arbeidstijdregeling van de werkman (werkster); dat product, arbeidstijdregeling van de werkman (werkster); dat product,
vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het
maandloon. maandloon.
4. Het brutoloon van de werkman (werkster) die gedurende de ganse 4. Het brutoloon van de werkman (werkster) die gedurende de ganse
refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij/zij aanwezig refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij/zij aanwezig
was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen. was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen.
Indien de werkman (werkster), krachtens de bepalingen van zijn Indien de werkman (werkster), krachtens de bepalingen van zijn
arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de
refertemaand moeten werken en zij al die tijd niet hebben gewerkt, refertemaand moeten werken en zij al die tijd niet hebben gewerkt,
wordt zijn brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen, wordt zijn brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen,
dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld.
5. Het door de werkman (werkster) verdiende brutoloon, ongeacht of het 5. Het door de werkman (werkster) verdiende brutoloon, ongeacht of het
per maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde per maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde
van het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke van het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke
bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand
overschrijdt en door die werkman (werkster) in de loop van de twaalf overschrijdt en door die werkman (werkster) in de loop van de twaalf
maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen.
6. Naar aanleiding van het bij artikel 14 voorzien overleg, zal in 6. Naar aanleiding van het bij artikel 14 voorzien overleg, zal in
gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet
worden gehouden. worden gehouden.
Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die
de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen.
HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag
van de aanvullende vergoeding van de aanvullende vergoeding

Art. 11.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt

Art. 11.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt

gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen,
volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake
werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van
2 augustus 1971. 2 augustus 1971.
Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1
januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen
overeenkomstig het geen dienaangaande wordt beslist in de Nationale overeenkomstig het geen dienaangaande wordt beslist in de Nationale
Arbeidsraad. Arbeidsraad.
Voor de werklieden (werksters) die in de loop van het jaar tot de Voor de werklieden (werksters) die in de loop van het jaar tot de
regeling toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van regeling toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van
de conventionele lonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van de conventionele lonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van
het jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in het jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in
aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing.
HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 12.De betaling van de aanvullende vergoeding gebeurt

Art. 12.De betaling van de aanvullende vergoeding gebeurt

maandelijks. maandelijks.
HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding
met andere voordelen met andere voordelen

Art. 13.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met

Art. 13.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met

andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen,
die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen.
De werkman (werkster), die onder de in artikel 5 voorziene voorwaarde De werkman (werkster), die onder de in artikel 5 voorziene voorwaarde
ontslagen wordt, zal dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende ontslagen wordt, zal dus eerst de uit die bepalingen voortvloeiende
rechten moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in rechten moeten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in
artikel 2 voorziene aanvullende vergoeding. artikel 2 voorziene aanvullende vergoeding.
HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure

Art. 14.Vooraleer een of meerdere werklieden bedoeld in artikel 5 te

Art. 14.Vooraleer een of meerdere werklieden bedoeld in artikel 5 te

ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers van ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers van
het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, met het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, met
de vakbondsafvaardiging. Onverminderd de bepalingen van de collectieve de vakbondsafvaardiging. Onverminderd de bepalingen van de collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972, inzonderheid van artikel arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972, inzonderheid van artikel
12, heeft deze beraadslaging tot doel in gemeen overleg te beslissen 12, heeft deze beraadslaging tot doel in gemeen overleg te beslissen
of, afgezien van de in de onderneming van kracht zijnde of, afgezien van de in de onderneming van kracht zijnde
ontslagcriteria, werklieden die aan het in artikel 3 bepaalde ontslagcriteria, werklieden die aan het in artikel 3 bepaalde
leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang kunnen worden ontslagen en leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang kunnen worden ontslagen en
derhalve het voordeel van de aanvullende regeling kunnen genieten. derhalve het voordeel van de aanvullende regeling kunnen genieten.
Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging,
heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de
representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de
werklieden (werksters) van de onderneming. werklieden (werksters) van de onderneming.
Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever
daarenboven de betrokken werklieden (werksters) bij aangetekende brief daarenboven de betrokken werklieden (werksters) bij aangetekende brief
uit tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de uit tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de
onderneming. Dit onderhoud heeft tot doel aan de werkman (werkster) de onderneming. Dit onderhoud heeft tot doel aan de werkman (werkster) de
gelegenheid te geven hun bezwaren tegen het door de werkgever gelegenheid te geven hun bezwaren tegen het door de werkgever
voorgenomen ontslag kenbaar te maken. Overeenkomstig de collectieve voorgenomen ontslag kenbaar te maken. Overeenkomstig de collectieve
arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972 van het Paritair Comité voor de arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972 van het Paritair Comité voor de
textielnijverheid en het breiwerk betreffende het statuut van de textielnijverheid en het breiwerk betreffende het statuut van de
vakbondsafvaardiging, inzonderheid artikel 7, kan de werkman vakbondsafvaardiging, inzonderheid artikel 7, kan de werkman
(werkster) zich bij dit onderhoud laten bijstaan door de (werkster) zich bij dit onderhoud laten bijstaan door de
vakbondsafgevaardigde. De opzegging kan ten vroegste gebeuren op de vakbondsafgevaardigde. De opzegging kan ten vroegste gebeuren op de
tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit
onderhoud voorzien was. onderhoud voorzien was.
De ontslagen werklieden (werksters) hebben de mogelijkheid de De ontslagen werklieden (werksters) hebben de mogelijkheid de
aanvullende regeling te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve aanvullende regeling te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve
deel uit te maken van de arbeidsreserve. deel uit te maken van de arbeidsreserve.
HOOFDSTUK IX. - Betaling van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK IX. - Betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding valt ten laste van

Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding valt ten laste van

het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de textielnijverheid uit het het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de textielnijverheid uit het
administratief arrondissement Verviers". administratief arrondissement Verviers".
Te dien einde zijn de werkgevers en werklieden verplicht gebruik te Te dien einde zijn de werkgevers en werklieden verplicht gebruik te
maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van
het fonds, rue de Bruxelles 41 te 4800 Verviers. het fonds, rue de Bruxelles 41 te 4800 Verviers.
De administratieve richtlijnen van de raad van beheer van het fonds De administratieve richtlijnen van de raad van beheer van het fonds
moeten nageleefd worden. moeten nageleefd worden.
HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen HOOFDSTUK X. - Eindbepalingen

Art. 16.De administratieve formaliteiten voor de uitvoering van deze

Art. 16.De administratieve formaliteiten voor de uitvoering van deze

overeenkomst worden door de beheerraad van het in artikel 4 bedoelde overeenkomst worden door de beheerraad van het in artikel 4 bedoelde
fonds vastgesteld. fonds vastgesteld.

Art. 17.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige

Art. 17.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige

collectieve arbeidsovereenkomst worden door de beheerraad van het collectieve arbeidsovereenkomst worden door de beheerraad van het
"Fonds voor bestaanszekerheid voor de textielnijverheid uit het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de textielnijverheid uit het
administratief arrondissement Verviers" beslecht in de geest van en administratief arrondissement Verviers" beslecht in de geest van en
verwijzend naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de verwijzend naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de
Nationale Arbeidsraad. Nationale Arbeidsraad.

Art. 18.Deze overeenkomst is van toepassing voor de periode van 1

Art. 18.Deze overeenkomst is van toepassing voor de periode van 1

januari 2003 tot en met 31 december 2004. januari 2003 tot en met 31 december 2004.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober
2005. 2005.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
^