Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen en van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra | Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen en van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE EN FEDERALE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE EN FEDERALE |
OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
12 MEI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke | 12 MEI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke |
besluiten van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van | besluiten van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van |
onderbrekingsuitkeringen, van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking | onderbrekingsuitkeringen, van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking |
van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen en van 12 | van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen en van 12 |
augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen | augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen |
aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale | aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale |
centra | centra |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale | Gelet op de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale |
bepalingen, hoofdstuk IV, afdeling 5, gewijzigd bij de wet van 1 | bepalingen, hoofdstuk IV, afdeling 5, gewijzigd bij de wet van 1 |
augustus 1985, het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986, de | augustus 1985, het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986, de |
wetten van 20 juli 1991, 21 december 1994, 22 december 1995, 13 | wetten van 20 juli 1991, 21 december 1994, 22 december 1995, 13 |
februari 1998, 22 februari 1998, 25 januari 1999, 26 maart 1999, 27 | februari 1998, 22 februari 1998, 25 januari 1999, 26 maart 1999, 27 |
december 2000, 23 maart 2001, 10 augustus 2001, 30 december 2001, 9 | december 2000, 23 maart 2001, 10 augustus 2001, 30 december 2001, 9 |
juli 2004, 27 december 2006, 17 mei 2007, 30 december 2009, 21 | juli 2004, 27 december 2006, 17 mei 2007, 30 december 2009, 21 |
februari 2010 en 6 juni 2010 en de koninklijke besluiten van 21 mei | februari 2010 en 6 juni 2010 en de koninklijke besluiten van 21 mei |
1991 en 30 november 2001; | 1991 en 30 november 2001; |
Gelet op het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de |
toekenning van onderbrekingsuitkeringen; | toekenning van onderbrekingsuitkeringen; |
Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de |
toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het | toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het |
onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; | onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; |
Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de |
onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen; | onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen; |
Gelet op de regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd overeenkomstig de | Gelet op de regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd overeenkomstig de |
artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse | artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse |
bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging; | bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 |
januari 2014; | januari 2014; |
Gelet op de weigering van akkoordbevinding van de Minister van | Gelet op de weigering van akkoordbevinding van de Minister van |
Begroting, gegeven op 25 september 2013; | Begroting, gegeven op 25 september 2013; |
Gelet op het besluit van de Ministerraad van 31 januari 2014 om | Gelet op het besluit van de Ministerraad van 31 januari 2014 om |
voorbij te gaan aan de weigering van akkoordbevinding van de Minister | voorbij te gaan aan de weigering van akkoordbevinding van de Minister |
van Begroting; | van Begroting; |
Gelet op het akkoord van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor | Gelet op het akkoord van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor |
Arbeidsvoorziening, gegeven op 5 december 2013; | Arbeidsvoorziening, gegeven op 5 december 2013; |
Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. 192/1 van 25 februari | Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. 192/1 van 25 februari |
2014 van het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten; | 2014 van het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten; |
Gelet op het advies nr. 55.808 van de Raad van State, gegeven op 14 | Gelet op het advies nr. 55.808 van de Raad van State, gegeven op 14 |
april 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | april 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, de Minister belast met | Op de voordracht van de Minister van Werk, de Minister belast met |
Ambtenarenzaken, de Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en op het | Ambtenarenzaken, de Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en op het |
advies van de in Raad vergaderde Ministers, | advies van de in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.In artikel 8, § 3, van het koninklijk besluit van 2 januari |
Artikel 1.In artikel 8, § 3, van het koninklijk besluit van 2 januari |
1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, vervangen | 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, vervangen |
bij het koninklijk besluit van 25 augustus 2012, wordt het eerste lid | bij het koninklijk besluit van 25 augustus 2012, wordt het eerste lid |
vervangen als volgt: | vervangen als volgt: |
" § 3. In afwijking van § 2 wordt voor de werknemers die tewerkgesteld | " § 3. In afwijking van § 2 wordt voor de werknemers die tewerkgesteld |
zijn in een voltijds arbeidsregime en die hun arbeidsprestaties | zijn in een voltijds arbeidsregime en die hun arbeidsprestaties |
verminderen met de helft, een derde of een vierde, de leeftijd op 50 | verminderen met de helft, een derde of een vierde, de leeftijd op 50 |
jaar gebracht, voor de werknemers die op het ogenblik van de | jaar gebracht, voor de werknemers die op het ogenblik van de |
begindatum van de vermindering van de arbeidsprestaties cumulatief | begindatum van de vermindering van de arbeidsprestaties cumulatief |
voldoen aan de volgende voorwaarden: | voldoen aan de volgende voorwaarden: |
- een zwaar beroep hebben uitgeoefend gedurende minstens 5 jaar in de | - een zwaar beroep hebben uitgeoefend gedurende minstens 5 jaar in de |
voorafgaande 10 jaar of gedurende minstens 7 jaar in de daaraan | voorafgaande 10 jaar of gedurende minstens 7 jaar in de daaraan |
voorafgaande 15 jaar; | voorafgaande 15 jaar; |
- een zwaar beroep waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten | - een zwaar beroep waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten |
bestaat hebben uitgeoefend. Deze beroepen zijn de volgende: | bestaat hebben uitgeoefend. Deze beroepen zijn de volgende: |
a) de verpleegkundigen en het verzorgend personeel in de ziekenhuizen; | a) de verpleegkundigen en het verzorgend personeel in de ziekenhuizen; |
b) de verpleegkundigen en het verzorgend personeel in de rusthuizen en | b) de verpleegkundigen en het verzorgend personeel in de rusthuizen en |
in de rust- en verzorgingstehuizen; | in de rust- en verzorgingstehuizen; |
c) de beroepen die voorkomen op een lijst van knelpuntberoepen, | c) de beroepen die voorkomen op een lijst van knelpuntberoepen, |
vertrekkende van de knelpuntberoepenlijsten van de Gewesten, jaarlijks | vertrekkende van de knelpuntberoepenlijsten van de Gewesten, jaarlijks |
vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd besluit, na | vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd besluit, na |
onderhandeling binnen het Gemeenschappelijk Comité voor alle | onderhandeling binnen het Gemeenschappelijk Comité voor alle |
overheidsdiensten, na unaniem advies van het Beheerscomité van de | overheidsdiensten, na unaniem advies van het Beheerscomité van de |
Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en van het Comité | Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en van het Comité |
Overheidsbedrijven. | Overheidsbedrijven. |
Art. 2.Artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 12 augustus |
Art. 2.Artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 12 augustus |
1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de | 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de |
personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, | personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, |
vervangen bij het koninklijk besluit van 3 september 2012, wordt | vervangen bij het koninklijk besluit van 3 september 2012, wordt |
aangevuld met een lid, luidende: | aangevuld met een lid, luidende: |
"Het eerste en tweede lid zijn eveneens van toepassing op periodes van | "Het eerste en tweede lid zijn eveneens van toepassing op periodes van |
vermindering van prestaties bedoeld in artikel 3, §§ 3 en 4." | vermindering van prestaties bedoeld in artikel 3, §§ 3 en 4." |
Art. 3.In artikel 8bis, § 1, van het koninklijk besluit van 7 mei |
Art. 3.In artikel 8bis, § 1, van het koninklijk besluit van 7 mei |
1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het | 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het |
personeel van de besturen, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 | personeel van de besturen, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 |
augustus 2012, wordt het eerste lid vervangen als volgt: | augustus 2012, wordt het eerste lid vervangen als volgt: |
" Art. 8bis.§ 1. In afwijking van artikel 8, § 1 wordt voor ambtenaren |
" Art. 8bis.§ 1. In afwijking van artikel 8, § 1 wordt voor ambtenaren |
die tewerkgesteld zijn in een voltijdse arbeidsregeling en die hun | die tewerkgesteld zijn in een voltijdse arbeidsregeling en die hun |
arbeidsprestaties verminderen met de helft, een derde of een vierde, | arbeidsprestaties verminderen met de helft, een derde of een vierde, |
de leeftijd op 50 jaar gebracht, voor de ambtenaren die op het | de leeftijd op 50 jaar gebracht, voor de ambtenaren die op het |
ogenblik van de begindatum van de vermindering van de | ogenblik van de begindatum van de vermindering van de |
arbeidsprestaties cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden : | arbeidsprestaties cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden : |
- een zwaar beroep hebben uitgeoefend gedurende minstens 5 jaar in de | - een zwaar beroep hebben uitgeoefend gedurende minstens 5 jaar in de |
voorafgaande 10 jaar of gedurende minstens 7 jaar in de daaraan | voorafgaande 10 jaar of gedurende minstens 7 jaar in de daaraan |
voorafgaande 15 jaar; | voorafgaande 15 jaar; |
- een zwaar beroep waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten | - een zwaar beroep waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten |
bestaat hebben uitgeoefend. Deze beroepen zijn de volgende : | bestaat hebben uitgeoefend. Deze beroepen zijn de volgende : |
a) de verpleegkundigen en het verzorgend personeel in de ziekenhuizen; | a) de verpleegkundigen en het verzorgend personeel in de ziekenhuizen; |
b) de verpleegkundigen en verzorgend personeel in de rusthuizen en in | b) de verpleegkundigen en verzorgend personeel in de rusthuizen en in |
de rust- en verzorgingstehuizen; | de rust- en verzorgingstehuizen; |
c) de beroepen die voorkomen op een lijst van knelpuntberoepen, | c) de beroepen die voorkomen op een lijst van knelpuntberoepen, |
vertrekkende van de knelpuntberoepenlijsten van de Gewesten, jaarlijks | vertrekkende van de knelpuntberoepenlijsten van de Gewesten, jaarlijks |
vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd besluit, na | vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd besluit, na |
onderhandeling binnen het Gemeenschappelijk Comité voor alle | onderhandeling binnen het Gemeenschappelijk Comité voor alle |
overheidsdiensten, na unaniem advies van het Beheerscomité van de | overheidsdiensten, na unaniem advies van het Beheerscomité van de |
Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en van het Comité | Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en van het Comité |
Overheidsbedrijven. | Overheidsbedrijven. |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na |
afloop van een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de dag volgend | afloop van een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de dag volgend |
op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering | op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering |
van artikel 2 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2012. | van artikel 2 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2012. |
Art. 5.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor |
Art. 5.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor |
Ambtenarenzaken, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering | Ambtenarenzaken, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 12 mei 2014. | Gegeven te Brussel, 12 mei 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
De Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken, | De Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken, |
K. GEENS | K. GEENS |
De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, | De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, |
H. BOGAERT | H. BOGAERT |