Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsnormen voor het netwerk 'cardiale pathologie' | Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsnormen voor het netwerk 'cardiale pathologie' |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE |
VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU | VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU |
12 JUNI 2012. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de | 12 JUNI 2012. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de |
erkenningsnormen voor het netwerk 'cardiale pathologie' | erkenningsnormen voor het netwerk 'cardiale pathologie' |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet betreffende de ziekenhuizen en andere | Gelet op de wet betreffende de ziekenhuizen en andere |
verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, artikelen 11, | verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, artikelen 11, |
20, 66 en 67; | 20, 66 en 67; |
Gelet op het koninklijk besluit van 12 juni 2012 tot aanduiding van de | Gelet op het koninklijk besluit van 12 juni 2012 tot aanduiding van de |
artikelen van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere | artikelen van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere |
verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, toepasselijk | verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, toepasselijk |
worden verklaard op het netwerk 'cardiale pathologie'; | worden verklaard op het netwerk 'cardiale pathologie'; |
Gelet op het advies van de Nationale Raad voor | Gelet op het advies van de Nationale Raad voor |
Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Programmatie en Erkenning, gegeven | Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Programmatie en Erkenning, gegeven |
op 11 maart 2010; | op 11 maart 2010; |
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 6 juni | Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 6 juni |
2011; | 2011; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 2 | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 2 |
april 2012; | april 2012; |
Gelet op advies nr. 50.899/3 van de Raad van State, gegeven op 14 | Gelet op advies nr. 50.899/3 van de Raad van State, gegeven op 14 |
februari 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van | februari 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van |
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; | de gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid, | Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Het netwerk 'cardiale pathologie' is gericht op het |
Artikel 1.Het netwerk 'cardiale pathologie' is gericht op het |
aanbieden van zorgcircuits binnen een bepaald gebied aan patiënten met | aanbieden van zorgcircuits binnen een bepaald gebied aan patiënten met |
een 'cardiale pathologie, in het kader van een | een 'cardiale pathologie, in het kader van een |
instellingsoverschrijdend juridisch geformaliseerde | instellingsoverschrijdend juridisch geformaliseerde |
samenwerkingsovereenkomst. | samenwerkingsovereenkomst. |
Art. 2.Het netwerk 'cardiale pathologie' biedt minstens een |
Art. 2.Het netwerk 'cardiale pathologie' biedt minstens een |
zorgcircuit voor patiënten met een acuut myocardinfarct met | zorgcircuit voor patiënten met een acuut myocardinfarct met |
ST-elevatie (STEMI-infarct) aan dat bestaat uit volgende modaliteiten | ST-elevatie (STEMI-infarct) aan dat bestaat uit volgende modaliteiten |
: | : |
1° bij tussenkomst van een mobiele urgentiegroep duidt de arts van | 1° bij tussenkomst van een mobiele urgentiegroep duidt de arts van |
deze mobiele urgentiegroep in toepassing van het koninklijk besluit | deze mobiele urgentiegroep in toepassing van het koninklijk besluit |
van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot | van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot |
inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende | inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende |
aanwijzing van gemeenten als centra van het eenvormig oproepstelsel, | aanwijzing van gemeenten als centra van het eenvormig oproepstelsel, |
een ziekenhuis dat beschikt over een zorgprogramma 'cardiale | een ziekenhuis dat beschikt over een zorgprogramma 'cardiale |
pathologie' B of over de deelprogramma's B1 en B2, aan als meest | pathologie' B of over de deelprogramma's B1 en B2, aan als meest |
aangewezen ziekenhuis. | aangewezen ziekenhuis. |
De arts van de mobiele urgentiegroep begeleidt de patiënt tot aan het | De arts van de mobiele urgentiegroep begeleidt de patiënt tot aan het |
laboratorium voor hartcatheterisatie of verzekert dat de zorg voor de | laboratorium voor hartcatheterisatie of verzekert dat de zorg voor de |
patiënt wordt overgenomen door een geneesheer van bedoeld ziekenhuis; | patiënt wordt overgenomen door een geneesheer van bedoeld ziekenhuis; |
2° indien de patiënt zich bevindt in een ziekenhuis dat beschikt over | 2° indien de patiënt zich bevindt in een ziekenhuis dat beschikt over |
een zorgprogramma 'cardiale pathologie' A maar dat niet beschikt over | een zorgprogramma 'cardiale pathologie' A maar dat niet beschikt over |
een zorgprogramma 'cardiale pathologie' B of over de deelprogramma's | een zorgprogramma 'cardiale pathologie' B of over de deelprogramma's |
B1 en B2, wordt hij zo snel als mogelijk, eventueel onder begeleiding | B1 en B2, wordt hij zo snel als mogelijk, eventueel onder begeleiding |
van een geneesheer of een mobiele urgentiegroep, overgebracht naar een | van een geneesheer of een mobiele urgentiegroep, overgebracht naar een |
ziekenhuis met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' B of met de | ziekenhuis met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' B of met de |
deelprogramma's B1 en B2. | deelprogramma's B1 en B2. |
De opname van de patiënt in laatst genoemd ziekenhuis gebeurt volgens | De opname van de patiënt in laatst genoemd ziekenhuis gebeurt volgens |
de modaliteiten bedoeld in 1°, tweede lid; | de modaliteiten bedoeld in 1°, tweede lid; |
3° zo snel als mogelijk na de hartcatheterisatie wordt de patiënt voor | 3° zo snel als mogelijk na de hartcatheterisatie wordt de patiënt voor |
nazorg en revalidatie overgebracht naar een zorgprogramma 'cardiale | nazorg en revalidatie overgebracht naar een zorgprogramma 'cardiale |
pathologie' A. Indien de overbrenging vroeger gebeurt, is een | pathologie' A. Indien de overbrenging vroeger gebeurt, is een |
begeleiding door een cardioloog van het zorgprogramma 'cardiale | begeleiding door een cardioloog van het zorgprogramma 'cardiale |
pathologie' B of van de deelprogramma's B1 en B2 waarbinnen de ingreep | pathologie' B of van de deelprogramma's B1 en B2 waarbinnen de ingreep |
gebeurde, noodzakelijk. | gebeurde, noodzakelijk. |
De overbrenging van de patiënt gaat gepaard met een overdracht van de | De overbrenging van de patiënt gaat gepaard met een overdracht van de |
nodige medische informatie met name een verslag van de diagnose en de | nodige medische informatie met name een verslag van de diagnose en de |
behandeling evenals richtlijnen voor acute zorgverstrekking en | behandeling evenals richtlijnen voor acute zorgverstrekking en |
secundaire preventie. | secundaire preventie. |
Art. 3.Van het netwerk 'cardiale pathologie' moeten minstens volgende |
Art. 3.Van het netwerk 'cardiale pathologie' moeten minstens volgende |
zorgaanbieders deel uitmaken : | zorgaanbieders deel uitmaken : |
1° ziekenhuizen met uitsluitend een zorgprogramma 'cardiale | 1° ziekenhuizen met uitsluitend een zorgprogramma 'cardiale |
pathologie' A of een deelprogramma B1; | pathologie' A of een deelprogramma B1; |
2° ziekenhuizen met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' B of met | 2° ziekenhuizen met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' B of met |
een erkenning voor de deelprogramma's B1 en B2 zonder B3; | een erkenning voor de deelprogramma's B1 en B2 zonder B3; |
3° ziekenhuizen met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' P; | 3° ziekenhuizen met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' P; |
4° ziekenhuizen met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' E; | 4° ziekenhuizen met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' E; |
5° ziekenhuizen met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' T; | 5° ziekenhuizen met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' T; |
6° ziekenhuizen met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' C; | 6° ziekenhuizen met een zorgprogramma 'cardiale pathologie' C; |
7° ziekenhuizen met een functie 'mobiele urgentiegroep'(MUG); | 7° ziekenhuizen met een functie 'mobiele urgentiegroep'(MUG); |
8° huisartsenkringen zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 10 | 8° huisartsenkringen zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 10 |
november 1967 betreffende de uitoefening van de | november 1967 betreffende de uitoefening van de |
gezondheidszorgberoepen. | gezondheidszorgberoepen. |
In elk netwerk moet minstens een zorgaanbieder van elk van voornoemde | In elk netwerk moet minstens een zorgaanbieder van elk van voornoemde |
categorieën vertegenwoordigd zijn. Indien in het gebied dat door het | categorieën vertegenwoordigd zijn. Indien in het gebied dat door het |
netwerk wordt bestreken een van voornoemde zorgaanbieders zich niet | netwerk wordt bestreken een van voornoemde zorgaanbieders zich niet |
bevindt, dan moet het netwerk een samenwerkingsovereenkomst afsluiten | bevindt, dan moet het netwerk een samenwerkingsovereenkomst afsluiten |
met één of meerdere van deze zorgaanbieders. | met één of meerdere van deze zorgaanbieders. |
De zorgaanbieders dienen zich te bevinden in het gebied dat door het | De zorgaanbieders dienen zich te bevinden in het gebied dat door het |
netwerk wordt bestreken. | netwerk wordt bestreken. |
De in het eerste lid bedoelde zorgaanbieders die zich in het gebied | De in het eerste lid bedoelde zorgaanbieders die zich in het gebied |
dat door het netwerk wordt bestreken bevinden, moeten de mogelijkheid | dat door het netwerk wordt bestreken bevinden, moeten de mogelijkheid |
hebben zich bij het netwerk aan te sluiten. | hebben zich bij het netwerk aan te sluiten. |
Elke zorgaanbieder mag deel uitmaken van meerdere netwerken. | Elke zorgaanbieder mag deel uitmaken van meerdere netwerken. |
Art. 4.§ 1. In elk netwerk 'cardiale pathologie' wordt een |
Art. 4.§ 1. In elk netwerk 'cardiale pathologie' wordt een |
coördinator aangeduid volgens de modaliteiten bepaald in de juridisch | coördinator aangeduid volgens de modaliteiten bepaald in de juridisch |
geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst. | geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst. |
§ 2. De coördinator wordt belast met de organisatie en de coördinatie | § 2. De coördinator wordt belast met de organisatie en de coördinatie |
van de activiteiten van het netwerk 'cardiale pathologie' in | van de activiteiten van het netwerk 'cardiale pathologie' in |
samenspraak met de deelnemende zorgaanbieders zoals nader uitgewerkt | samenspraak met de deelnemende zorgaanbieders zoals nader uitgewerkt |
in de juridisch geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst. | in de juridisch geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst. |
Art. 5.§ 1. Het netwerk 'cardiale pathologie' moet beschikken over |
Art. 5.§ 1. Het netwerk 'cardiale pathologie' moet beschikken over |
een overlegorgaan bestaande uit vertegenwoordigers van elk van de | een overlegorgaan bestaande uit vertegenwoordigers van elk van de |
deelnemende zorgaanbieders zoals bedoeld in artikel 3 die worden | deelnemende zorgaanbieders zoals bedoeld in artikel 3 die worden |
aangeduid volgens de modaliteiten opgenomen in de juridisch | aangeduid volgens de modaliteiten opgenomen in de juridisch |
geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst. | geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst. |
§ 2. Het overlegorgaan heeft als opdrachten : | § 2. Het overlegorgaan heeft als opdrachten : |
1° waken over de uitvoering van de instellingsoverschrijdende | 1° waken over de uitvoering van de instellingsoverschrijdende |
juridisch geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst; | juridisch geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst; |
2° nemen van initiatieven met het oog op het verbeteren van de | 2° nemen van initiatieven met het oog op het verbeteren van de |
kwaliteit van de zorgverlening. | kwaliteit van de zorgverlening. |
In het bijzonder dienen er afspraken te worden gemaakt in verband met | In het bijzonder dienen er afspraken te worden gemaakt in verband met |
het verwijzen en terugverwijzen van patiënten. Volgende afspraken | het verwijzen en terugverwijzen van patiënten. Volgende afspraken |
worden gemaakt voor patiënten met een STEMI-infarct : | worden gemaakt voor patiënten met een STEMI-infarct : |
a)verwijzing naar een zorgprogramma 'cardiale pathologie' B of de | a)verwijzing naar een zorgprogramma 'cardiale pathologie' B of de |
deelprogramma's 'cardiale patholgie' B1 en B2; | deelprogramma's 'cardiale patholgie' B1 en B2; |
b)terugverwijzing naar een zorgprogramma 'cardiale pathologie' A van | b)terugverwijzing naar een zorgprogramma 'cardiale pathologie' A van |
waaruit de patiënt oorspronkelijk werd verwezen of dat dichter bij de | waaruit de patiënt oorspronkelijk werd verwezen of dat dichter bij de |
thuisomgeving van de patiënt is gesitueerd. Daarbij dient erover | thuisomgeving van de patiënt is gesitueerd. Daarbij dient erover |
gewaakt dat de patiënten worden terug verwezen mits eerbiediging van | gewaakt dat de patiënten worden terug verwezen mits eerbiediging van |
de vrije keuze van de patiënt; | de vrije keuze van de patiënt; |
3° uitwerken van modaliteiten van gemeenschappelijke procesbewaking en | 3° uitwerken van modaliteiten van gemeenschappelijke procesbewaking en |
kwaliteitsopvolging van doorverwezen en terugverwezen patiënten; | kwaliteitsopvolging van doorverwezen en terugverwezen patiënten; |
4° afspraken maken omtrent nazorg en revalidatie met inbegrip van de | 4° afspraken maken omtrent nazorg en revalidatie met inbegrip van de |
secundaire preventie; | secundaire preventie; |
5° overleg plegen over het uitwerken van bijkomende zorgcircuits; | 5° overleg plegen over het uitwerken van bijkomende zorgcircuits; |
6° overleg plegen met zorgaanbieders op het vlak van cardiale | 6° overleg plegen met zorgaanbieders op het vlak van cardiale |
pathologie die geen deel uitmaken van het netwerk; | pathologie die geen deel uitmaken van het netwerk; |
7° de zorgaanbieders bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 6°, | 7° de zorgaanbieders bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 6°, |
ondersteunen bij het opstellen van de multidisciplinaire | ondersteunen bij het opstellen van de multidisciplinaire |
cardiologische kwaliteitshandboeken zoals bedoeld in de artikelen 8/1 | cardiologische kwaliteitshandboeken zoals bedoeld in de artikelen 8/1 |
en 20 van het koninklijk besluit van 15 juli 2004 houdende | en 20 van het koninklijk besluit van 15 juli 2004 houdende |
vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's 'cardiale | vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's 'cardiale |
pathologie' moeten voldoen om te worden erkend; | pathologie' moeten voldoen om te worden erkend; |
8° afspraken maken omtrent het financieel ten laste nemen door het | 8° afspraken maken omtrent het financieel ten laste nemen door het |
netwerk van de kosten van het vervoer van de patiënten tussen de | netwerk van de kosten van het vervoer van de patiënten tussen de |
ziekenhuizen die deel uitmaken van het netwerk. | ziekenhuizen die deel uitmaken van het netwerk. |
§ 3. Het overlegorgaan komt minstens 1 maal per jaar samen voor het | § 3. Het overlegorgaan komt minstens 1 maal per jaar samen voor het |
uitvoeren van haar opdrachten. | uitvoeren van haar opdrachten. |
Het overlegorgaan stelt een huishoudelijk reglement in verband met | Het overlegorgaan stelt een huishoudelijk reglement in verband met |
haar organisatie en werking op. | haar organisatie en werking op. |
Art. 6.Het netwerk 'cardiale pathologie' registreert gegevens met |
Art. 6.Het netwerk 'cardiale pathologie' registreert gegevens met |
betrekking tot structuur, proces en resultaat van de zorg. | betrekking tot structuur, proces en resultaat van de zorg. |
Art. 7.Het college van geneesheren voor het zorgprogramma 'cardiale |
Art. 7.Het college van geneesheren voor het zorgprogramma 'cardiale |
pathologie' gaat over tot de toetsing van medische activiteit van het | pathologie' gaat over tot de toetsing van medische activiteit van het |
netwerk. | netwerk. |
Art. 8.De Minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de |
Art. 8.De Minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 12 juni 2012. | Gegeven te Brussel, 12 juni 2012. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Volksgezondheid, | De Minister van Volksgezondheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |