Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 11/09/2003
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2002, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende het reglement op de arbeidsduur van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de "Vlaamse Vervoermaatschappij" "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2002, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende het reglement op de arbeidsduur van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de "Vlaamse Vervoermaatschappij" Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2002, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende het reglement op de arbeidsduur van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de "Vlaamse Vervoermaatschappij"
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
11 SEPTEMBER 2003. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 11 SEPTEMBER 2003. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2002, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2002,
gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende het gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende het
reglement op de arbeidsduur van het rijdend personeel van de reglement op de arbeidsduur van het rijdend personeel van de
ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van
de "Vlaamse Vervoermaatschappij" (1) de "Vlaamse Vervoermaatschappij" (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2002, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2002, gesloten
in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende het reglement op in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende het reglement op
de arbeidsduur van het rijdend personeel van de ondernemingen van de arbeidsduur van het rijdend personeel van de ondernemingen van
openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de "Vlaamse openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de "Vlaamse
Vervoermaatschappij". Vervoermaatschappij".

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Gegeven te Athene, 11 september 2003. Gegeven te Athene, 11 september 2003.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor het vervoer Paritair Comité voor het vervoer
Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2002 Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2002
Reglement op de arbeidsduur van het rijdend personeel van de Reglement op de arbeidsduur van het rijdend personeel van de
ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van
de "Vlaamse Vervoermaatschappij" (Overeenkomst geregistreerd op 15 de "Vlaamse Vervoermaatschappij" (Overeenkomst geregistreerd op 15
juli 2002 onder het nummer 63375/CO/140.01) juli 2002 onder het nummer 63375/CO/140.01)
HOOFDSTUK I. - Bepalingen HOOFDSTUK I. - Bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement :

1. wordt "het geregeld vervoer" gedefinieerd zoals in artikel 2, 1°, 1. wordt "het geregeld vervoer" gedefinieerd zoals in artikel 2, 1°,
van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het
personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad
van Vlaanderen; van Vlaanderen;
2. is de "dagelijkse diensttijd" of "amplitude" de periode begrepen 2. is de "dagelijkse diensttijd" of "amplitude" de periode begrepen
tussen 2 dagelijkse rusttijden en tussen een dagelijkse en een tussen 2 dagelijkse rusttijden en tussen een dagelijkse en een
wekelijkse rusttijd; wekelijkse rusttijd;
3. is het "stationnement", de tijd van stilstand op de lijn; 3. is het "stationnement", de tijd van stilstand op de lijn;
4. is de "onderbreking", de tijd van stilstand op de stelplaats van 4. is de "onderbreking", de tijd van stilstand op de stelplaats van
vertrek, die in de diensttijd is begrepen; vertrek, die in de diensttijd is begrepen;
5. zijn de "onvoorziene prestaties" elke effectieve arbeid die 5. zijn de "onvoorziene prestaties" elke effectieve arbeid die
complementair is ten opzichte van de op de diensttabel voorziene complementair is ten opzichte van de op de diensttabel voorziene
dagprestatie waarvan de werkman niet de dag tevoren werd verwittigd; dagprestatie waarvan de werkman niet de dag tevoren werd verwittigd;
6. is de "dagprestatie" de totale arbeidstijd geleverd binnen de 6. is de "dagprestatie" de totale arbeidstijd geleverd binnen de
dagelijkse diensttijd; dagelijkse diensttijd;
7. is de "wekelijkse diensttijd", het geheel van over een kalenderweek 7. is de "wekelijkse diensttijd", het geheel van over een kalenderweek
verdeelde diensttijden; verdeelde diensttijden;
8. is de "dagelijkse rusttijd", de periode gelegen tussen twee 8. is de "dagelijkse rusttijd", de periode gelegen tussen twee
diensttijden, waarover de werkman vrij mag beschikken. Wordt onder diensttijden, waarover de werkman vrij mag beschikken. Wordt onder
rusttijd begrepen : rusttijd begrepen :
a) de nodige tijd om zich te kleden en te wassen vóór en na de arbeid; a) de nodige tijd om zich te kleden en te wassen vóór en na de arbeid;
b) de nodige tijd om de afstanden van de woon- of verblijfplaats naar b) de nodige tijd om de afstanden van de woon- of verblijfplaats naar
de stelplaats van vertrek en omgekeerd af te leggen; de stelplaats van vertrek en omgekeerd af te leggen;
9. is de "rustdag" die waarin er van 2 uur tot 24 uur niet wordt 9. is de "rustdag" die waarin er van 2 uur tot 24 uur niet wordt
gewerkt; gewerkt;
10. is de "administratieve tijd", de tijd besteed aan het vervullen 10. is de "administratieve tijd", de tijd besteed aan het vervullen
van de opgelegde werkzaamheden bij aanvang en einde van de prestaties. van de opgelegde werkzaamheden bij aanvang en einde van de prestaties.
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Art. 2.§ 1. Dit reglement is van toepassing op de werkgevers behorend

Art. 2.§ 1. Dit reglement is van toepassing op de werkgevers behorend

tot de subsector van de openbare autobusdiensten die ressorteren onder tot de subsector van de openbare autobusdiensten die ressorteren onder
het Paritair Comité voor het vervoer en die werken in opdracht van de het Paritair Comité voor het vervoer en die werken in opdracht van de
"Vlaamse Vervoermaatschappij (VVM)" alsook op hun werklieden behorend "Vlaamse Vervoermaatschappij (VVM)" alsook op hun werklieden behorend
tot de categorie van het rijdend personeel. tot de categorie van het rijdend personeel.
§ 2. Onder "werklieden" wordt verstaan : de werklieden en werksters. § 2. Onder "werklieden" wordt verstaan : de werklieden en werksters.

Art. 3.De werklieden van de ondernemingen die een bijzondere vorm van

Art. 3.De werklieden van de ondernemingen die een bijzondere vorm van

geregeld vervoer en/of ongeregeld vervoer uitbaten, zijn aan dit geregeld vervoer en/of ongeregeld vervoer uitbaten, zijn aan dit
reglement onderworpen, wanneer zij gedurende eenzelfde diensttijd reglement onderworpen, wanneer zij gedurende eenzelfde diensttijd
eveneens geregeld vervoer verrichten. eveneens geregeld vervoer verrichten.
HOOFDSTUK III. - Dienst- en arbeidstijd HOOFDSTUK III. - Dienst- en arbeidstijd

Art. 4.De diensttijd bedraagt twaalf uur per dag. Ingeval van

Art. 4.De diensttijd bedraagt twaalf uur per dag. Ingeval van

overschrijding wordt 25 pct. van de overschrijding bij de arbeidstijd overschrijding wordt 25 pct. van de overschrijding bij de arbeidstijd
gevoegd. gevoegd.
De wekelijkse diensttijd mag 70 uur niet overschrijden. De wekelijkse diensttijd mag 70 uur niet overschrijden.
Wanneer elke diensttijd 14 uur omvat, mag de wekelijkse diensttijd Wanneer elke diensttijd 14 uur omvat, mag de wekelijkse diensttijd
niet over meer dan 5 dagen worden verdeeld. niet over meer dan 5 dagen worden verdeeld.

Art. 5.Indien in de loop van eenzelfde diensttijd, de werkman slechts

Art. 5.Indien in de loop van eenzelfde diensttijd, de werkman slechts

op zijn stelplaats van vertrek terugkeert op het einde van zijn dienst op zijn stelplaats van vertrek terugkeert op het einde van zijn dienst
en er een stationnement is van minstens vier opeenvolgende uren, en er een stationnement is van minstens vier opeenvolgende uren,
worden twee van deze uren niet in de berekening van de diensttijd worden twee van deze uren niet in de berekening van de diensttijd
begrepen. begrepen.
Indien er in de loop van eenzelfde diensttijd een onderbreking Indien er in de loop van eenzelfde diensttijd een onderbreking
tussenkomt van minstens vier opeenvolgende uren, worden zestig minuten tussenkomt van minstens vier opeenvolgende uren, worden zestig minuten
van deze periode niet in de berekening van de diensttijd begrepen. van deze periode niet in de berekening van de diensttijd begrepen.
De bepalingen van vorig lid mogen slechts worden toegepast mits De bepalingen van vorig lid mogen slechts worden toegepast mits
goedkeuring van het paritair comité. goedkeuring van het paritair comité.
Het verzoek om goedkeuring moet worden ingediend binnen de 14 dagen Het verzoek om goedkeuring moet worden ingediend binnen de 14 dagen
volgend op de datum waarop de "Vlaamse Vervoermaatschappij (VVM)" aan volgend op de datum waarop de "Vlaamse Vervoermaatschappij (VVM)" aan
de exploitant van de wijziging kennis geeft van de uurregeling die een de exploitant van de wijziging kennis geeft van de uurregeling die een
overschrijding van de amplitude vergt. overschrijding van de amplitude vergt.

Art. 6.In de bij artikel 5, 1e of 2e lid bedoelde gevallen, mag de

Art. 6.In de bij artikel 5, 1e of 2e lid bedoelde gevallen, mag de

diensttijd van de week in de loop waarvan deze bepalingen worden diensttijd van de week in de loop waarvan deze bepalingen worden
toegepast, of van de week die op deze laatste volgt, over niet meer toegepast, of van de week die op deze laatste volgt, over niet meer
dan vijf dagen worden verdeeld. dan vijf dagen worden verdeeld.

Art. 7.Voor de berekening van de arbeidstijd worden niet als tijd

Art. 7.Voor de berekening van de arbeidstijd worden niet als tijd

aangezien gedurende dewelke de werklieden ter beschikking staan van de aangezien gedurende dewelke de werklieden ter beschikking staan van de
werkgever : werkgever :
1. de stationnementen; 1. de stationnementen;
2. de onderbrekingen. 2. de onderbrekingen.
Nochtans worden 15 minuten per stationnement, namelijk 5 minuten na Nochtans worden 15 minuten per stationnement, namelijk 5 minuten na
aankomst en 10 minuten vóór vertrek, beschouwd als arbeidstijd, in aankomst en 10 minuten vóór vertrek, beschouwd als arbeidstijd, in
zover de werkman tijdens het stationnement niet tot effectieve zover de werkman tijdens het stationnement niet tot effectieve
arbeidsprestaties van langere duur is verplicht. arbeidsprestaties van langere duur is verplicht.

Art. 8.De administratieve tijd bedraagt :

Art. 8.De administratieve tijd bedraagt :

1. 5 minuten bij aanvang van de prestatie; 1. 5 minuten bij aanvang van de prestatie;
2. 10 minuten op het einde van de prestatie. 2. 10 minuten op het einde van de prestatie.
Deze administratieve tijd wordt beschouwd als arbeidstijd. Deze administratieve tijd wordt beschouwd als arbeidstijd.
HOOFDSTUK IV. - Rust HOOFDSTUK IV. - Rust

Art. 9.De werkman heeft recht op een ononderbroken rust van minstens

Art. 9.De werkman heeft recht op een ononderbroken rust van minstens

tien uur tussen twee dagelijkse diensttijden. tien uur tussen twee dagelijkse diensttijden.

Art. 10.De dagelijkse rusttijd mag om de twee dagen tot acht uur

Art. 10.De dagelijkse rusttijd mag om de twee dagen tot acht uur

worden verkort, indien het begin en het einde van de diensttijd van worden verkort, indien het begin en het einde van de diensttijd van
eenzelfde werkman niet iedere dag hetzelfde kenmerk hebben, op eenzelfde werkman niet iedere dag hetzelfde kenmerk hebben, op
voorwaarde dat de gemiddelde duur van de dagelijkse rusttijd over twee voorwaarde dat de gemiddelde duur van de dagelijkse rusttijd over twee
weken, voor deze werkman niet lager dan tien uur is. weken, voor deze werkman niet lager dan tien uur is.
De rusttijd wordt eveneens tot acht uren verkort wanneer de werkman in De rusttijd wordt eveneens tot acht uren verkort wanneer de werkman in
de loop van eenzelfde diensttijd slechts naar zijn vertrekstelplaats de loop van eenzelfde diensttijd slechts naar zijn vertrekstelplaats
terugkeert op het einde van zijn dienst tijdens welke een terugkeert op het einde van zijn dienst tijdens welke een
stationnement van minstens vier opeenvolgende uren voorkwam waarvan stationnement van minstens vier opeenvolgende uren voorkwam waarvan
twee uren niet in de berekening van de diensttijd begrepen zijn. twee uren niet in de berekening van de diensttijd begrepen zijn.
Hetzelfde geldt wanneer er in de loop van eenzelfde diensttijd een Hetzelfde geldt wanneer er in de loop van eenzelfde diensttijd een
onderbreking van minstens vier opeenvolgende uren tussenkomt waarvan onderbreking van minstens vier opeenvolgende uren tussenkomt waarvan
zestig minuten niet in de berekening van de diensttijd zijn begrepen. zestig minuten niet in de berekening van de diensttijd zijn begrepen.

Art. 11.De werkman heeft eens per kalenderweek recht op minstens

Art. 11.De werkman heeft eens per kalenderweek recht op minstens

dertig opeenvolgende uren rust. dertig opeenvolgende uren rust.
Deze wekelijkse rust bedraagt zesendertig opeenvolgende uren wanneer Deze wekelijkse rust bedraagt zesendertig opeenvolgende uren wanneer
één van de in artikel 5 door dit reglement voorziene gevallen zich één van de in artikel 5 door dit reglement voorziene gevallen zich
voordoet op de dag die de wekelijkse rust voorafgaat. Wanneer de voordoet op de dag die de wekelijkse rust voorafgaat. Wanneer de
rusttijd na negentien uur en vóór twee uur aanvangt, bedraagt de rusttijd na negentien uur en vóór twee uur aanvangt, bedraagt de
wekelijkse rusttijd eveneens zesendertig uur. wekelijkse rusttijd eveneens zesendertig uur.

Art. 12.Daar de exploitanten van de "Vlaamse Vervoermaatschappij

Art. 12.Daar de exploitanten van de "Vlaamse Vervoermaatschappij

(VVM)" een openbare dienst van doorlopende aard verzekeren, kan op (VVM)" een openbare dienst van doorlopende aard verzekeren, kan op
alle dagen gewerkt worden, ook op zaterdag, zon- en feestdagen. alle dagen gewerkt worden, ook op zaterdag, zon- en feestdagen.
Het activiteitsschema van de onderneming moet zodanig worden opgesteld Het activiteitsschema van de onderneming moet zodanig worden opgesteld
dat de werkman per jaar van 104 rustdagen en 10 wettelijke feestdagen dat de werkman per jaar van 104 rustdagen en 10 wettelijke feestdagen
geniet. geniet.
HOOFDSTUK V. - Lonen en premies HOOFDSTUK V. - Lonen en premies

Art. 13.De arbeidstijd wordt bezoldigd tegen het door het Paritair

Art. 13.De arbeidstijd wordt bezoldigd tegen het door het Paritair

Comité voor het vervoer vastgesteld uurloon. Comité voor het vervoer vastgesteld uurloon.

Art. 14.Per stationnement wordt de volgende vergoeding betaald,

Art. 14.Per stationnement wordt de volgende vergoeding betaald,

evenwel rekening houdend met de reële stationnementsduur : evenwel rekening houdend met de reële stationnementsduur :
1. 15 minuten als arbeidstijd, zoals vermeld in artikel 7, 2e lid van 1. 15 minuten als arbeidstijd, zoals vermeld in artikel 7, 2e lid van
dit reglement; dit reglement;
2. een premie gelijk aan 100 pct. van het uurloon voor de 2. een premie gelijk aan 100 pct. van het uurloon voor de
eerstvolgende 30 minuten; eerstvolgende 30 minuten;
3. een premie gelijk aan 50 pct. van het uurloon voor de overige tijd. 3. een premie gelijk aan 50 pct. van het uurloon voor de overige tijd.

Art. 15.De onderbrekingen worden als volgt vergoed :

Art. 15.De onderbrekingen worden als volgt vergoed :

1. de eerste onderbreking van de dag die maximum 60 minuten duurt, 1. de eerste onderbreking van de dag die maximum 60 minuten duurt,
wordt vergoed met een premie gelijk aan 100 pct. van het uurloon voor wordt vergoed met een premie gelijk aan 100 pct. van het uurloon voor
de reële duur van de onderbreking; de reële duur van de onderbreking;
2. de eerste onderbreking van de dag die meer dan 60 minuten duurt, 2. de eerste onderbreking van de dag die meer dan 60 minuten duurt,
wordt vergoed met een premie van 1,54 EUR. Deze premie is gebonden aan wordt vergoed met een premie van 1,54 EUR. Deze premie is gebonden aan
de evolutie van het gezondheidsindexcijfer volgens hetzelfde de evolutie van het gezondheidsindexcijfer volgens hetzelfde
indexeringsmechanisme voorzien voor de uurlonen; indexeringsmechanisme voorzien voor de uurlonen;
3. de tweede en volgende onderbreking van de dag wordt vergoed met een 3. de tweede en volgende onderbreking van de dag wordt vergoed met een
premie gelijk aan 100 pct. van het uurloon voor de reële duur van de premie gelijk aan 100 pct. van het uurloon voor de reële duur van de
onderbreking met een maximum van 60 minuten. onderbreking met een maximum van 60 minuten.

Art. 16.Er wordt per periode van twee weken aan de voltijdse werkman

Art. 16.Er wordt per periode van twee weken aan de voltijdse werkman

een loon gewaarborgd overeenstemmend met 74 uur en berekend op grond een loon gewaarborgd overeenstemmend met 74 uur en berekend op grond
van de loonschaal die door het Paritair Comité voor het Vervoer is van de loonschaal die door het Paritair Comité voor het Vervoer is
vastgesteld. vastgesteld.
HOOFDSTUK VI. - Overloon - overwerk HOOFDSTUK VI. - Overloon - overwerk

Art. 17.De onvoorziene prestaties geven aanleiding tot betaling van

Art. 17.De onvoorziene prestaties geven aanleiding tot betaling van

een bijkomende uurvergoeding gelijk aan 25 pct. van het uurloon. een bijkomende uurvergoeding gelijk aan 25 pct. van het uurloon.

Art. 18.Wordt voor de berekening van het overloon als overwerk

Art. 18.Wordt voor de berekening van het overloon als overwerk

beschouwd de arbeidstijd die tien uur per dag, vijftig uur per week of beschouwd de arbeidstijd die tien uur per dag, vijftig uur per week of
een gemiddelde van 37 uur per week berekend over een periode van een een gemiddelde van 37 uur per week berekend over een periode van een
trimester overschrijdt. trimester overschrijdt.
Dit overwerk wordt vergoed met een toeslag zoals bepaald in artikel 29 Dit overwerk wordt vergoed met een toeslag zoals bepaald in artikel 29
van de wet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971) van de wet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971)
(Arbeidswet). (Arbeidswet).
Daarnaast worden de volgende toeslagen voor overwerk betaald : Daarnaast worden de volgende toeslagen voor overwerk betaald :
1. toeslag van 50 pct. voor overwerk voor arbeid verricht boven de op 1. toeslag van 50 pct. voor overwerk voor arbeid verricht boven de op
de diensttabel voorziene dagprestatie; de diensttabel voorziene dagprestatie;
2. toeslag van 100 pct. voor overwerk voor arbeid verricht op 2. toeslag van 100 pct. voor overwerk voor arbeid verricht op
rustdagen en voor arbeid verricht op compensatiedagen voor rustdagen. rustdagen en voor arbeid verricht op compensatiedagen voor rustdagen.
HOOFDSTUK VII. - Ondernemingsovereenkomsten HOOFDSTUK VII. - Ondernemingsovereenkomsten

Art. 19.De bepalingen van het huidige reglement doen geen afbreuk aan

Art. 19.De bepalingen van het huidige reglement doen geen afbreuk aan

bepalingen van meer gunstige overeenkomsten op ondernemingsvlak bepalingen van meer gunstige overeenkomsten op ondernemingsvlak
afgesloten. afgesloten.
HOOFDSTUK VIII. - Opheffingsbepaling HOOFDSTUK VIII. - Opheffingsbepaling

Art. 20.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt, overeenkomstig

Art. 20.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt, overeenkomstig

de bepalingen van artikel 21, voor het rijdend personeel van de de bepalingen van artikel 21, voor het rijdend personeel van de
ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van
de "Vlaamse Vervoermaatschappij (VVM)", de collectieve de "Vlaamse Vervoermaatschappij (VVM)", de collectieve
arbeidsovereenkomsten van 22 september 1967 en 31 oktober 1968 arbeidsovereenkomsten van 22 september 1967 en 31 oktober 1968
betreffende de arbeidsvoorwaarden van sommige categorieën van betreffende de arbeidsvoorwaarden van sommige categorieën van
werklieden, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van werklieden, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van
16 september 1969, (Belgisch Staatsblad van 1 november 1969). 16 september 1969, (Belgisch Staatsblad van 1 november 1969).
HOOFDSTUK IX. - Geldigheidsduur HOOFDSTUK IX. - Geldigheidsduur

Art. 21.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

Art. 21.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

ingang van 1 januari 2003 en is voor onbepaalde duur gesloten. ingang van 1 januari 2003 en is voor onbepaalde duur gesloten.
Zij treedt evenwel in werking op 1 maart 2002 voor het rijdend Zij treedt evenwel in werking op 1 maart 2002 voor het rijdend
personeel tewerkgesteld op de nieuwe contracten gegund door de "VVM" personeel tewerkgesteld op de nieuwe contracten gegund door de "VVM"
krachtens de algemene administratieve bepalingen en voorwaarden tot krachtens de algemene administratieve bepalingen en voorwaarden tot
exploitatie van geregeld vervoer voor rekening van de "VVM", behalve exploitatie van geregeld vervoer voor rekening van de "VVM", behalve
wat betreft die leden van het rijdend personeel die een personeelslid wat betreft die leden van het rijdend personeel die een personeelslid
tewerkgesteld op een dergelijk contract, vervangen wegens ziekte, tewerkgesteld op een dergelijk contract, vervangen wegens ziekte,
vakantie, e.d. vakantie, e.d.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan opgezegd worden door iedere Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan opgezegd worden door iedere
ondertekenende partij per aangetekende brief gericht aan de voorzitter ondertekenende partij per aangetekende brief gericht aan de voorzitter
van het Paritair Comité voor het vervoer met een opzeggingstermijn van van het Paritair Comité voor het vervoer met een opzeggingstermijn van
drie maanden. drie maanden.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11
september 2003. september 2003.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
^