Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv (1) | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv (1) |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
11 OKTOBER 2022. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 11 OKTOBER 2022. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december |
2021, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, | 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, |
betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een | betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een |
aanvullende vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste | aanvullende vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste |
van Constructiv (1) | van Constructiv (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2021, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2021, |
gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de |
toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende | toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende |
vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van | vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van |
Constructiv. | Constructiv. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 11 oktober 2022.. | Gegeven te Brussel, 11 oktober 2022.. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het bouwbedrijf | Paritair Comité voor het bouwbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2021 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2021 |
Toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende | Toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende |
vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van | vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van |
Constructiv (Overeenkomst geregistreerd op 26 april 2022 onder het | Constructiv (Overeenkomst geregistreerd op 26 april 2022 onder het |
nummer 172215/CO/124) | nummer 172215/CO/124) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor | de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor |
het bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders die zij tewerkstellen. | het bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders die zij tewerkstellen. |
In deze collectieve arbeidsovereenkomst verstaat men onder : | In deze collectieve arbeidsovereenkomst verstaat men onder : |
- "arbeiders": de arbeiders en arbeidsters; | - "arbeiders": de arbeiders en arbeidsters; |
- "Constructiv": het fonds voor bestaanszekerheid opgericht voor de | - "Constructiv": het fonds voor bestaanszekerheid opgericht voor de |
sector van het bouwbedrijf (PC 124). | sector van het bouwbedrijf (PC 124). |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in uitvoering |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in uitvoering |
van de volgende collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten op 15 juli | van de volgende collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten op 15 juli |
2021 in de Nationale Arbeidsraad: | 2021 in de Nationale Arbeidsraad: |
- de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 150 tot vaststelling, voor de | - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 150 tot vaststelling, voor de |
periode van 1 januari 2021 tot 30 juni 2023, van de voorwaarden voor | periode van 1 januari 2021 tot 30 juni 2023, van de voorwaarden voor |
de toekenning van een bedrijfstoeslag in het kader van de werkloosheid | de toekenning van een bedrijfstoeslag in het kader van de werkloosheid |
met bedrijfstoeslag voor sommige oudere mindervalide werknemers en | met bedrijfstoeslag voor sommige oudere mindervalide werknemers en |
werknemers met ernstige lichamelijke problemen, indien zij worden | werknemers met ernstige lichamelijke problemen, indien zij worden |
ontslagen; | ontslagen; |
- de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 151 tot vaststelling, voor de | - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 151 tot vaststelling, voor de |
periode van 1 juli 2021 tot 30 juni 2023, van de voorwaarden voor de | periode van 1 juli 2021 tot 30 juni 2023, van de voorwaarden voor de |
toekenning van een bedrijfstoeslag in het kader van het stelsel van | toekenning van een bedrijfstoeslag in het kader van het stelsel van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag voor sommige oudere werknemers die | werkloosheid met bedrijfstoeslag voor sommige oudere werknemers die |
worden ontslagen en die 20 jaar hebben gewerkt in een regeling van | worden ontslagen en die 20 jaar hebben gewerkt in een regeling van |
nachtarbeid, die hebben gewerkt in een zwaar beroep of die hebben | nachtarbeid, die hebben gewerkt in een zwaar beroep of die hebben |
gewerkt in het bouwbedrijf en arbeidsongeschikt zijn; | gewerkt in het bouwbedrijf en arbeidsongeschikt zijn; |
- de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 152 tot invoering, voor de | - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 152 tot invoering, voor de |
periode van 1 juli 2021 tot 30 juni 2023, van een stelsel van | periode van 1 juli 2021 tot 30 juni 2023, van een stelsel van |
bedrijfstoeslag voor sommige oudere werknemers met een lange loopbaan | bedrijfstoeslag voor sommige oudere werknemers met een lange loopbaan |
die worden ontslagen. | die worden ontslagen. |
HOOFDDSTUK II. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 62 jaar | HOOFDDSTUK II. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 62 jaar |
Art. 3.Constructiv kent een maandelijkse aanvullende vergoeding toe |
Art. 3.Constructiv kent een maandelijkse aanvullende vergoeding toe |
aan de arbeiders die tussen de leeftijd van 62 en 65 jaar door een in | aan de arbeiders die tussen de leeftijd van 62 en 65 jaar door een in |
artikel 1 bedoelde werkgever ontslagen zijn, behoudens omwille van | artikel 1 bedoelde werkgever ontslagen zijn, behoudens omwille van |
dringende redenen. | dringende redenen. |
Art. 4.Om recht te hebben op de aanvullende vergoeding, moeten de in |
Art. 4.Om recht te hebben op de aanvullende vergoeding, moeten de in |
artikel 3 bedoelde arbeiders aan de volgende voorwaarden voldoen: | artikel 3 bedoelde arbeiders aan de volgende voorwaarden voldoen: |
1° de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de | 1° de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de |
beëindiging van de overeenkomst; | beëindiging van de overeenkomst; |
2° elke door de ter zake toepasselijk reglementering niet toegelaten | 2° elke door de ter zake toepasselijk reglementering niet toegelaten |
beroepsactiviteit hebben stopgezet; | beroepsactiviteit hebben stopgezet; |
3° werkloosheidsuitkeringen genieten; | 3° werkloosheidsuitkeringen genieten; |
4° ten minste 10 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in | 4° ten minste 10 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in |
dienst van één of meerdere van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen; | dienst van één of meerdere van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen; |
5° ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen | 5° ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen |
tijdens de laatste 10 jaar vóór de op inactiviteitsstelling of 7 | tijdens de laatste 10 jaar vóór de op inactiviteitsstelling of 7 |
kaarten in de loop van de laatste 15 jaar; | kaarten in de loop van de laatste 15 jaar; |
6° voldoen aan de criteria, bepaald in het koninklijk besluit van 3 | 6° voldoen aan de criteria, bepaald in het koninklijk besluit van 3 |
mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met | mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met |
bedrijfstoeslag. | bedrijfstoeslag. |
Art. 5.Voor de toepassing van artikel 4, 4° wordt als |
Art. 5.Voor de toepassing van artikel 4, 4° wordt als |
"beroepsloopbaan" beschouwd: de prestaties en de gelijkgestelde | "beroepsloopbaan" beschouwd: de prestaties en de gelijkgestelde |
periodes welke in aanmerking worden genomen voor het toekennen van een | periodes welke in aanmerking worden genomen voor het toekennen van een |
legitimatiekaart. | legitimatiekaart. |
Art. 6.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 3 bedoelde arbeiders |
Art. 6.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 3 bedoelde arbeiders |
moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve | moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst. | arbeidsovereenkomst. |
De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte | De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte |
periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 3, mag evenwel | periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 3, mag evenwel |
een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve | een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van | arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van |
62 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve | 62 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst. | arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK III. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 60 jaar in | HOOFDSTUK III. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 60 jaar in |
geval van ongeschiktheid tot voortzetting van de beroepsactiviteit | geval van ongeschiktheid tot voortzetting van de beroepsactiviteit |
Art. 7.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en |
Art. 7.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en |
-modaliteiten van de regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag | -modaliteiten van de regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
voor de arbeiders die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen bedoeld | voor de arbeiders die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen bedoeld |
in artikel 1 en die 60 jaar en ouder zijn op het ogenblik dat zij | in artikel 1 en die 60 jaar en ouder zijn op het ogenblik dat zij |
ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende | ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende |
reden, en die beschikken over een attest dat hun ongeschiktheid tot | reden, en die beschikken over een attest dat hun ongeschiktheid tot |
voortzetting van hun beroepsactiviteit bevestigt, afgegeven door een | voortzetting van hun beroepsactiviteit bevestigt, afgegeven door een |
arbeidsgeneesheer. | arbeidsgeneesheer. |
Art. 8.De in artikel 7 bedoelde arbeiders genieten van een |
Art. 8.De in artikel 7 bedoelde arbeiders genieten van een |
maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv, voor | maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv, voor |
zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen: | zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen: |
1° aan hun werkgever een attest van de arbeidsgeneesheer van de | 1° aan hun werkgever een attest van de arbeidsgeneesheer van de |
onderneming hebben overgemaakt dat de ongeschiktheid tot voortzetting | onderneming hebben overgemaakt dat de ongeschiktheid tot voortzetting |
van hun beroepsactiviteit bevestigt. Deze attestatie moet gebeuren | van hun beroepsactiviteit bevestigt. Deze attestatie moet gebeuren |
vóór iedere andere stap in de procedure; | vóór iedere andere stap in de procedure; |
2° de bevestiging van hun werkgever hebben dat, na overleg met de | 2° de bevestiging van hun werkgever hebben dat, na overleg met de |
arbeidsgeneesheer en de arbeider, er geen aangepast werk kan | arbeidsgeneesheer en de arbeider, er geen aangepast werk kan |
aangeboden worden in de onderneming; | aangeboden worden in de onderneming; |
3° de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de | 3° de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de |
beëindiging van de arbeidsovereenkomst; | beëindiging van de arbeidsovereenkomst; |
4° op het einde van de arbeidsovereenkomst volgende loopbaan kunnen | 4° op het einde van de arbeidsovereenkomst volgende loopbaan kunnen |
bewijzen: | bewijzen: |
- een beroepsloopbaan van minstens 33 jaar als loontrekkende | - een beroepsloopbaan van minstens 33 jaar als loontrekkende |
werknemer; | werknemer; |
- een beroepsloopbaan van minstens 15 jaar in één of meerdere | - een beroepsloopbaan van minstens 15 jaar in één of meerdere |
ondernemingen die behoren tot het Paritair Comité voor het | ondernemingen die behoren tot het Paritair Comité voor het |
bouwbedrijf; | bouwbedrijf; |
5° ten minste 7 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen | 5° ten minste 7 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen |
tijdens de laatste 15 jaar vóór het einde van de arbeidsovereenkomst; | tijdens de laatste 15 jaar vóór het einde van de arbeidsovereenkomst; |
de legitimatiekaarten door gelijkstelling mogen niet in aanmerking | de legitimatiekaarten door gelijkstelling mogen niet in aanmerking |
worden genomen; | worden genomen; |
6° werkloosheidsuitkeringen genieten; | 6° werkloosheidsuitkeringen genieten; |
7° elke door de ter zake toepasselijk reglementering niet toegelaten | 7° elke door de ter zake toepasselijk reglementering niet toegelaten |
beroepsactiviteit hebben stopgezet. | beroepsactiviteit hebben stopgezet. |
Art. 9.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend |
Art. 9.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend |
overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot | overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot |
regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. | regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. |
Art. 10.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 7 bedoelde arbeiders |
Art. 10.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 7 bedoelde arbeiders |
moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve | moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst. | arbeidsovereenkomst. |
Art. 11.De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding |
Art. 11.De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding |
gedekte periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 7, mag | gedekte periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 7, mag |
evenwel een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve | evenwel een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van | arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van |
60 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve | 60 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst. | arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK IV. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag in geval van 40 jaar | HOOFDSTUK IV. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag in geval van 40 jaar |
loopbaan | loopbaan |
Art. 12.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en |
Art. 12.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en |
-modaliteiten van de regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag | -modaliteiten van de regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
voor de arbeiders bedoeld in artikel 1 die op het ogenblik dat zij | voor de arbeiders bedoeld in artikel 1 die op het ogenblik dat zij |
ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende | ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende |
reden, 40 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen | reden, 40 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen |
rechtvaardigen. | rechtvaardigen. |
Art. 13.De in artikel 12 bedoelde arbeiders genieten van een |
Art. 13.De in artikel 12 bedoelde arbeiders genieten van een |
maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv, voor | maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv, voor |
zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen: | zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen: |
1° leeftijds- en loopbaanvoorwaarden: | 1° leeftijds- en loopbaanvoorwaarden: |
- de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt op het ogenblik van het einde | - de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt op het ogenblik van het einde |
van de arbeidsovereenkomst; | van de arbeidsovereenkomst; |
- een beroepsloopbaan van minstens 40 jaar kunnen bewijzen op het | - een beroepsloopbaan van minstens 40 jaar kunnen bewijzen op het |
ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst; | ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst; |
2° elke door de ter zake toepasselijke reglementering niet toegelaten | 2° elke door de ter zake toepasselijke reglementering niet toegelaten |
beroepsactiviteit hebben stopgezet; | beroepsactiviteit hebben stopgezet; |
3° werkloosheidsuitkeringen genieten; | 3° werkloosheidsuitkeringen genieten; |
4° ten minste 10 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in | 4° ten minste 10 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in |
dienst van één of meerdere van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen; | dienst van één of meerdere van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen; |
5° ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen | 5° ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen |
tijdens de laatste 10 jaar vóór de op inactiviteitsstelling of 7 | tijdens de laatste 10 jaar vóór de op inactiviteitsstelling of 7 |
kaarten in de loop van de laatste 15 jaar. | kaarten in de loop van de laatste 15 jaar. |
Art. 14.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend |
Art. 14.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend |
overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot | overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot |
regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. | regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. |
Art. 15.Voor de toepassing van artikel 13, 4°, wordt als |
Art. 15.Voor de toepassing van artikel 13, 4°, wordt als |
"beroepsloopbaan" beschouwd: de prestaties en de gelijkgestelde | "beroepsloopbaan" beschouwd: de prestaties en de gelijkgestelde |
periodes welke in aanmerking worden genomen voor het toekennen van een | periodes welke in aanmerking worden genomen voor het toekennen van een |
legitimatiekaart. | legitimatiekaart. |
Art. 16.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 12 bedoelde |
Art. 16.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 12 bedoelde |
arbeiders moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze | arbeiders moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze |
collectieve arbeidsovereenkomst. | collectieve arbeidsovereenkomst. |
De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte | De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte |
periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 12, mag evenwel | periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 12, mag evenwel |
een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve | een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van | arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van |
60 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve | 60 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst en de beroepsloopbaan van 40 jaar uiterlijk hebben | arbeidsovereenkomst en de beroepsloopbaan van 40 jaar uiterlijk hebben |
bereikt op het einde van de arbeidsovereenkomst. | bereikt op het einde van de arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK V. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 58 jaar voor | HOOFDSTUK V. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 58 jaar voor |
sommige oudere mindervalide arbeiders en arbeiders met ernstige | sommige oudere mindervalide arbeiders en arbeiders met ernstige |
lichamelijke problemen of daarmee gelijkgesteld | lichamelijke problemen of daarmee gelijkgesteld |
Art. 17.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en |
Art. 17.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en |
-modaliteiten van de regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag | -modaliteiten van de regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
voor de arbeiders die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen bedoeld | voor de arbeiders die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen bedoeld |
in artikel 1 en die 58 jaar en ouder zijn op het ogenblik dat zij | in artikel 1 en die 58 jaar en ouder zijn op het ogenblik dat zij |
ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende | ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende |
reden, en die voldoen aan de door de collectieve arbeidsovereenkomst | reden, en die voldoen aan de door de collectieve arbeidsovereenkomst |
nr. 150 van de Nationale Arbeidsraad vastgestelde voorwaarden als | nr. 150 van de Nationale Arbeidsraad vastgestelde voorwaarden als |
mindervalide arbeiders of als arbeiders met ernstige lichamelijke | mindervalide arbeiders of als arbeiders met ernstige lichamelijke |
problemen of daarmee gelijkgesteld. | problemen of daarmee gelijkgesteld. |
Art. 18.De in artikel 17 bedoelde arbeiders genieten van een |
Art. 18.De in artikel 17 bedoelde arbeiders genieten van een |
maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv, voor | maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv, voor |
zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen: | zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen: |
1° Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden: | 1° Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden: |
- De leeftijd van 58 jaar hebben bereikt op het ogenblik van het einde | - De leeftijd van 58 jaar hebben bereikt op het ogenblik van het einde |
van de arbeidsovereenkomst; | van de arbeidsovereenkomst; |
- Een beroepsloopbaan van minstens 35 jaar kunnen bewijzen op het | - Een beroepsloopbaan van minstens 35 jaar kunnen bewijzen op het |
ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst; | ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst; |
2° Het bewijs geleverd hebben: | 2° Het bewijs geleverd hebben: |
- Voor de mindervalide arbeiders, dat zij behoren tot één van de | - Voor de mindervalide arbeiders, dat zij behoren tot één van de |
categorieën opgenomen in artikel 2, § 2, 1° van de collectieve | categorieën opgenomen in artikel 2, § 2, 1° van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 150; | arbeidsovereenkomst nr. 150; |
- Voor de arbeiders met ernstige lichamelijke problemen, dat zij | - Voor de arbeiders met ernstige lichamelijke problemen, dat zij |
beschikken over een attest afgegeven door het Federaal agentschap voor | beschikken over een attest afgegeven door het Federaal agentschap voor |
beroepsrisico's, overeenkomstig artikel 7 van de collectieve | beroepsrisico's, overeenkomstig artikel 7 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 150; | arbeidsovereenkomst nr. 150; |
- Voor de arbeiders gelijkgesteld aan een arbeider met ernstige | - Voor de arbeiders gelijkgesteld aan een arbeider met ernstige |
lichamelijke problemen, dat zij beschikken over een attest afgegeven | lichamelijke problemen, dat zij beschikken over een attest afgegeven |
door het Federaal agentschap voor beroepsrisico's, overeenkomstig | door het Federaal agentschap voor beroepsrisico's, overeenkomstig |
artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 150; | artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 150; |
3° Ten minste 15 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in | 3° Ten minste 15 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in |
één of meerdere ondernemingen die behoren tot het Paritair Comité voor | één of meerdere ondernemingen die behoren tot het Paritair Comité voor |
het bouwbedrijf; | het bouwbedrijf; |
4° Ten minste 7 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen | 4° Ten minste 7 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen |
tijdens de laatste 15 jaar vóór het einde van de arbeidsovereenkomst; | tijdens de laatste 15 jaar vóór het einde van de arbeidsovereenkomst; |
de legitimatiekaarten door gelijkstelling mogen niet in aanmerking | de legitimatiekaarten door gelijkstelling mogen niet in aanmerking |
worden genomen; | worden genomen; |
5° Werkloosheidsuitkeringen genieten; | 5° Werkloosheidsuitkeringen genieten; |
6° Elke door de ter zake toepasselijk reglementering niet toegelaten | 6° Elke door de ter zake toepasselijk reglementering niet toegelaten |
beroepsactiviteit hebben stopgezet. | beroepsactiviteit hebben stopgezet. |
Art. 19.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend |
Art. 19.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend |
overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot | overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot |
regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. | regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. |
Art. 20.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 17 bedoelde |
Art. 20.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 17 bedoelde |
arbeiders moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze | arbeiders moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze |
collectieve arbeidsovereenkomst. | collectieve arbeidsovereenkomst. |
Art. 21.De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding |
Art. 21.De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding |
gedekte periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 17, mag | gedekte periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 17, mag |
evenwel een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve | evenwel een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van | arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van |
58 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve | 58 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst. | arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK VI. - Bedrag van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK VI. - Bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 22.§ 1. De maandbedragen van de aanvullende vergoeding ten laste |
Art. 22.§ 1. De maandbedragen van de aanvullende vergoeding ten laste |
van Constructiv, bedoeld in de hoofdstukken II, III, IV en V, worden | van Constructiv, bedoeld in de hoofdstukken II, III, IV en V, worden |
vastgesteld op: | vastgesteld op: |
Arbeiders met gezinslast/ | Arbeiders met gezinslast/ |
Ouvriers avec charge de famille | Ouvriers avec charge de famille |
Overige arbeiders/ | Overige arbeiders/ |
Autres ouvriers | Autres ouvriers |
Cat. I | Cat. I |
319,10 EUR | 319,10 EUR |
193,27 EUR | 193,27 EUR |
Cat. IA | Cat. IA |
346,00 EUR | 346,00 EUR |
214,44 EUR | 214,44 EUR |
Cat. II | Cat. II |
355,00 EUR | 355,00 EUR |
220,95 EUR | 220,95 EUR |
Cat. IIA | Cat. IIA |
395,00 EUR | 395,00 EUR |
252,24 EUR | 252,24 EUR |
Cat. III | Cat. III |
403,00 EUR | 403,00 EUR |
260,43 EUR | 260,43 EUR |
Cat. IV | Cat. IV |
451,00 EUR | 451,00 EUR |
298,32 EUR | 298,32 EUR |
Ploegbaas B/Chef d'équipe B | Ploegbaas B/Chef d'équipe B |
532,00 EUR | 532,00 EUR |
364,82 EUR | 364,82 EUR |
Meestergast/Contremaître | Meestergast/Contremaître |
609,00 EUR | 609,00 EUR |
432,00 EUR | 432,00 EUR |
In de bovenstaande tabel wordt verstaan onder: | In de bovenstaande tabel wordt verstaan onder: |
- "Cat. I": de arbeiders waarvan het uurloon lager is dan het | - "Cat. I": de arbeiders waarvan het uurloon lager is dan het |
conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA; | conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA; |
- "Cat. IA": de arbeiders waarvan het uurloon minstens gelijk is aan | - "Cat. IA": de arbeiders waarvan het uurloon minstens gelijk is aan |
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA, maar lager | het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA, maar lager |
dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II; | dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II; |
- "Cat. II": de arbeiders waarvan het uurloon minstens gelijk is aan | - "Cat. II": de arbeiders waarvan het uurloon minstens gelijk is aan |
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II, maar lager | het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II, maar lager |
dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA; | dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA; |
- "Cat. IIA": de arbeiders waarvan het uurloon minstens gelijk is aan | - "Cat. IIA": de arbeiders waarvan het uurloon minstens gelijk is aan |
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA, maar | het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA, maar |
lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III; | lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III; |
- "Cat. III": de arbeiders waarvan het uurloon minstens gelijk is aan | - "Cat. III": de arbeiders waarvan het uurloon minstens gelijk is aan |
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III, maar | het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III, maar |
lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV; | lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV; |
- "Cat. IV": de arbeiders waarvan het uurloon minstens gelijk is aan | - "Cat. IV": de arbeiders waarvan het uurloon minstens gelijk is aan |
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV; | het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV; |
- "Ploegbaas B": de arbeiders die gedurende 10 jaar ononderbroken ten | - "Ploegbaas B": de arbeiders die gedurende 10 jaar ononderbroken ten |
minste de kwalificatie ploegbaas B hebben genoten; | minste de kwalificatie ploegbaas B hebben genoten; |
- "Meestergast": de arbeiders die gedurende 10 jaar ononderbroken ten | - "Meestergast": de arbeiders die gedurende 10 jaar ononderbroken ten |
minste de kwalificatie meestergast hebben genoten; | minste de kwalificatie meestergast hebben genoten; |
- "Arbeiders met gezinslast": de arbeiders die behoren tot de | - "Arbeiders met gezinslast": de arbeiders die behoren tot de |
categorie "werknemers die samenwonen met een echtgenoot of echtgenote | categorie "werknemers die samenwonen met een echtgenoot of echtgenote |
die niet over een beroepsinkomen beschikt", zoals gedefinieerd in | die niet over een beroepsinkomen beschikt", zoals gedefinieerd in |
artikel 110, § 1, 1° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 | artikel 110, § 1, 1° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 |
houdende de werkloosheidsreglementering. | houdende de werkloosheidsreglementering. |
Het toepasselijke maandbedrag wordt bepaald op basis van het uurloon | Het toepasselijke maandbedrag wordt bepaald op basis van het uurloon |
van de arbeider vermeld in de DmfA-aangifte van het kwartaal waarin | van de arbeider vermeld in de DmfA-aangifte van het kwartaal waarin |
zijn arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen. | zijn arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen. |
§ 2. Voor de arbeiders van wie het recht op een aanvullende vergoeding | § 2. Voor de arbeiders van wie het recht op een aanvullende vergoeding |
ten laste van Constructiv is geopend op basis van een voorgaande | ten laste van Constructiv is geopend op basis van een voorgaande |
collectieve arbeidsovereenkomst inzake SWT gesloten in het Paritair | collectieve arbeidsovereenkomst inzake SWT gesloten in het Paritair |
Comité voor het bouwbedrijf, worden de maandbedragen van de | Comité voor het bouwbedrijf, worden de maandbedragen van de |
aanvullende vergoeding vanaf 1 juli 2021 vastgesteld zoals bepaald in | aanvullende vergoeding vanaf 1 juli 2021 vastgesteld zoals bepaald in |
§ 1, voor zover hun SWT een aanvang heeft genomen na 31 december 2017. | § 1, voor zover hun SWT een aanvang heeft genomen na 31 december 2017. |
Indien hun SWT een aanvang heeft genomen op een datum voorafgaand aan | Indien hun SWT een aanvang heeft genomen op een datum voorafgaand aan |
1 januari 2018, worden de maandbedragen van de aanvullende vergoeding | 1 januari 2018, worden de maandbedragen van de aanvullende vergoeding |
vanaf 1 juli 2021 als volgt vastgesteld: | vanaf 1 juli 2021 als volgt vastgesteld: |
Arbeiders met gezinslast/ | Arbeiders met gezinslast/ |
Ouvriers avec charge de famille | Ouvriers avec charge de famille |
Overige arbeiders/ | Overige arbeiders/ |
Autres ouvriers | Autres ouvriers |
Cat. I | Cat. I |
263,63 EUR | 263,63 EUR |
167,78 EUR | 167,78 EUR |
Cat. IA | Cat. IA |
298,75 EUR | 298,75 EUR |
178,96 EUR | 178,96 EUR |
Cat. II | Cat. II |
310,11 EUR | 310,11 EUR |
199,00 EUR | 199,00 EUR |
Cat. IIA | Cat. IIA |
343,12 EUR | 343,12 EUR |
215,64 EUR | 215,64 EUR |
Cat. III | Cat. III |
352,78 EUR | 352,78 EUR |
234,75 EUR | 234,75 EUR |
Cat. IV | Cat. IV |
400,26 EUR | 400,26 EUR |
264,84 EUR | 264,84 EUR |
Ploegbaas B/Chef d'équipe B | Ploegbaas B/Chef d'équipe B |
476,70 EUR | 476,70 EUR |
332,80 EUR | 332,80 EUR |
Meestergast/Contremaître | Meestergast/Contremaître |
552,96 EUR | 552,96 EUR |
401,29 EUR | 401,29 EUR |
In de bovenstaande tabel wordt onder de gebruikte categorieën | In de bovenstaande tabel wordt onder de gebruikte categorieën |
hetzelfde verstaan als bepaald in § 1. | hetzelfde verstaan als bepaald in § 1. |
§ 3. Het bedrag van de aanvullende vergoeding, bedoeld in §§ 1 en 2, | § 3. Het bedrag van de aanvullende vergoeding, bedoeld in §§ 1 en 2, |
die uitgekeerd wordt in de maand december verhoogd met: | die uitgekeerd wordt in de maand december verhoogd met: |
- 122,50 EUR voor de arbeiders die behoren tot de categorie | - 122,50 EUR voor de arbeiders die behoren tot de categorie |
"werknemers met gezinslast", zoals gedefinieerd in artikel 110, § 1 | "werknemers met gezinslast", zoals gedefinieerd in artikel 110, § 1 |
van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de | van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de |
werkloosheidsreglementering; | werkloosheidsreglementering; |
- 61,25 EUR voor de overige arbeiders. | - 61,25 EUR voor de overige arbeiders. |
Art. 23.Constructiv neemt, naast de aanvullende vergoeding, ook de |
Art. 23.Constructiv neemt, naast de aanvullende vergoeding, ook de |
bijzondere werkgeversbijdragen verschuldigd in de stelsels van | bijzondere werkgeversbijdragen verschuldigd in de stelsels van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag ten laste, bedoeld in hoofdstuk VI | werkloosheid met bedrijfstoeslag ten laste, bedoeld in hoofdstuk VI |
van titel XI van de wet houdende diverse bepalingen (I) van 27 | van titel XI van de wet houdende diverse bepalingen (I) van 27 |
december 2006. | december 2006. |
HOOFDSTUK VII. - Procedure en algemene bepalingen | HOOFDSTUK VII. - Procedure en algemene bepalingen |
Art. 24.De aanvraag tot toekenning van de aanvullende vergoeding moet |
Art. 24.De aanvraag tot toekenning van de aanvullende vergoeding moet |
worden ingediend bij Constructiv door toedoen van een | worden ingediend bij Constructiv door toedoen van een |
vakbondsorganisatie die deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft | vakbondsorganisatie die deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft |
ondertekend of door de betrokkene rechtstreeks bij middel van een | ondertekend of door de betrokkene rechtstreeks bij middel van een |
bijzonder formulier. | bijzonder formulier. |
De aanvraag moet vergezeld gaan van de documenten tot staving van het | De aanvraag moet vergezeld gaan van de documenten tot staving van het |
recht om de aanvullende vergoeding. | recht om de aanvullende vergoeding. |
Art. 25.Het beheerscomité bedoeld in artikel 21 van de statuten van |
Art. 25.Het beheerscomité bedoeld in artikel 21 van de statuten van |
Constructiv bepaalt de praktische modaliteiten en de procedure die | Constructiv bepaalt de praktische modaliteiten en de procedure die |
moet worden gevolgd bij het indienen en het behandelen van de | moet worden gevolgd bij het indienen en het behandelen van de |
aanvragen tot toekenning. | aanvragen tot toekenning. |
Art. 26.De patronale dienst bedoeld in artikel 12 van de statuten van |
Art. 26.De patronale dienst bedoeld in artikel 12 van de statuten van |
Constructiv is belast met de administratieve, boekhoudkundige en | Constructiv is belast met de administratieve, boekhoudkundige en |
financiële organisatie van de verrichtingen die voortvloeien uit de | financiële organisatie van de verrichtingen die voortvloeien uit de |
toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst. | toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst. |
Art. 27.De aanvullende vergoeding kan niet gecumuleerd worden met |
Art. 27.De aanvullende vergoeding kan niet gecumuleerd worden met |
andere voordelen van bestaanszekerheid, met uitzondering van de | andere voordelen van bestaanszekerheid, met uitzondering van de |
promotievergoeding. | promotievergoeding. |
Art. 28.De bijzondere gevallen die niet op grond van de bepalingen |
Art. 28.De bijzondere gevallen die niet op grond van de bepalingen |
van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen worden opgelost, | van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen worden opgelost, |
worden door de meest gerede partij voorgelegd aan het beheerscomité | worden door de meest gerede partij voorgelegd aan het beheerscomité |
bedoeld in artikel 21 van de statuten van Constructiv. | bedoeld in artikel 21 van de statuten van Constructiv. |
Bij enige moeilijkheid rond de toegang in het regime "werkloosheid met | Bij enige moeilijkheid rond de toegang in het regime "werkloosheid met |
bedrijfstoeslag", kan de meest gerede partij deze problematiek bij het | bedrijfstoeslag", kan de meest gerede partij deze problematiek bij het |
verzoeningsbureau van het paritair comité aanhangig maken nadat de | verzoeningsbureau van het paritair comité aanhangig maken nadat de |
lokale verzoeningsprocedure werd uitgeput. | lokale verzoeningsprocedure werd uitgeput. |
HOOFDSTUK VIII. - Financiering | HOOFDSTUK VIII. - Financiering |
Art. 29.De aanvullende vergoeding wordt gefinancierd door de |
Art. 29.De aanvullende vergoeding wordt gefinancierd door de |
forfaitaire bijdrage verschuldigd aan Constructiv (collectieve | forfaitaire bijdrage verschuldigd aan Constructiv (collectieve |
arbeidsovereenkomst van 3 juni 2004 tot vaststelling van de | arbeidsovereenkomst van 3 juni 2004 tot vaststelling van de |
forfaitaire bijdrage aan Constructiv). | forfaitaire bijdrage aan Constructiv). |
HOOFDSTUK IX. - Specifieke maatregelen | HOOFDSTUK IX. - Specifieke maatregelen |
Art. 30.Aan de werkgever die, in toepassing van het koninklijk |
Art. 30.Aan de werkgever die, in toepassing van het koninklijk |
besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid | besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid |
met bedrijfstoeslag, overgaat tot de vervanging van een werkloze met | met bedrijfstoeslag, overgaat tot de vervanging van een werkloze met |
bedrijfstoeslag, wordt aanbevolen behoudens geldige reden een jongere | bedrijfstoeslag, wordt aanbevolen behoudens geldige reden een jongere |
van minder dan 26 jaar aan te werven. | van minder dan 26 jaar aan te werven. |
Art. 31.Het is verboden werklozen met bedrijfstoeslag tewerk te |
Art. 31.Het is verboden werklozen met bedrijfstoeslag tewerk te |
stellen in de ondernemingen bedoeld in artikel 1 of hen als | stellen in de ondernemingen bedoeld in artikel 1 of hen als |
uitzendkracht ter beschikking te stellen van deze ondernemingen. | uitzendkracht ter beschikking te stellen van deze ondernemingen. |
Art. 32.In afwijking op de toekenningsvoorwaarden bepaald in de |
Art. 32.In afwijking op de toekenningsvoorwaarden bepaald in de |
hoofdstukken II, III, IV en V, betaalt Constructiv de aanvullende | hoofdstukken II, III, IV en V, betaalt Constructiv de aanvullende |
vergoeding verder uit in geval van werkhervatting door de in de | vergoeding verder uit in geval van werkhervatting door de in de |
artikelen 3, 7, 12 en 17 bedoelde arbeiders tijdens de periode van | artikelen 3, 7, 12 en 17 bedoelde arbeiders tijdens de periode van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag. | werkloosheid met bedrijfstoeslag. |
Dit geldt tevens voor de werkloze met bedrijfstoeslag die tijdelijk | Dit geldt tevens voor de werkloze met bedrijfstoeslag die tijdelijk |
zijn stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag schorst om in een | zijn stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag schorst om in een |
opleidingscentrum (erkend door Constructiv) bijkomende vorming te | opleidingscentrum (erkend door Constructiv) bijkomende vorming te |
geven aan werkzoekenden en werknemers. | geven aan werkzoekenden en werknemers. |
De uitbetaling neemt in ieder geval een einde op het ogenblik dat de | De uitbetaling neemt in ieder geval een einde op het ogenblik dat de |
in de artikelen 3, 7, 12 en 17 bedoelde arbeiders de wettelijke | in de artikelen 3, 7, 12 en 17 bedoelde arbeiders de wettelijke |
pensioenleeftijd bereiken. | pensioenleeftijd bereiken. |
Ingeval er, in strijd met het verbod, toch werkhervatting zou zijn bij | Ingeval er, in strijd met het verbod, toch werkhervatting zou zijn bij |
dezelfde werkgever die de arbeider heeft ontslagen om reden van | dezelfde werkgever die de arbeider heeft ontslagen om reden van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag, vordert Constructiv van die | werkloosheid met bedrijfstoeslag, vordert Constructiv van die |
werkgever de terugbetaling van de werkgeversbijdragen die op de | werkgever de terugbetaling van de werkgeversbijdragen die op de |
doorbetaalde aanvullende vergoeding verschuldigd zijn. | doorbetaalde aanvullende vergoeding verschuldigd zijn. |
Art. 33.Bij werkloosheid met bedrijfstoeslag bedoeld in hoofdstuk III |
Art. 33.Bij werkloosheid met bedrijfstoeslag bedoeld in hoofdstuk III |
van deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan Constructiv controleren | van deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan Constructiv controleren |
of de betrokkene tijdens de periode van werkloosheid met | of de betrokkene tijdens de periode van werkloosheid met |
bedrijfstoeslag blijft voldoen aan de voorwaarde dat hij ongeschikt is | bedrijfstoeslag blijft voldoen aan de voorwaarde dat hij ongeschikt is |
om zijn vroegere beroepsactiviteit voort te zetten. Ingeval een | om zijn vroegere beroepsactiviteit voort te zetten. Ingeval een |
irreguliere werkhervatting zou worden vastgesteld, kan het | irreguliere werkhervatting zou worden vastgesteld, kan het |
beheerscomité bedoeld in artikel 21 van de statuten van Constructiv de | beheerscomité bedoeld in artikel 21 van de statuten van Constructiv de |
toekenning van de aanvullende vergoeding herzien. | toekenning van de aanvullende vergoeding herzien. |
HOOFDSTUK X. - Geldigheidsduur | HOOFDSTUK X. - Geldigheidsduur |
Art. 34.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een |
Art. 34.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een |
bepaalde duur. Ze treedt in werking op 1 juli 2021 en houdt op van | bepaalde duur. Ze treedt in werking op 1 juli 2021 en houdt op van |
kracht te zijn op 30 juni 2023. | kracht te zijn op 30 juni 2023. |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst heft de collectieve | Deze collectieve arbeidsovereenkomst heft de collectieve |
arbeidsovereenkomsten van 8 juli 2021 betreffende de toekenning aan | arbeidsovereenkomsten van 8 juli 2021 betreffende de toekenning aan |
sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding | sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding |
(werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van Constructiv | (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van Constructiv |
(registratienummer: 166262/CO/124) en van 14 oktober 2021 | (registratienummer: 166262/CO/124) en van 14 oktober 2021 |
(registratienummer: 167817/CO/124) die de voormelde collectieve | (registratienummer: 167817/CO/124) die de voormelde collectieve |
arbeidsovereenkomst van 8 juli 2021 had verlengd, op. | arbeidsovereenkomst van 8 juli 2021 had verlengd, op. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 oktober | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 oktober |
2022. | 2022. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |