| Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 augustus 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vezelcement, betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 59 jaar na 40 jaar loopbaan voor de periode 1 januari 2021 tot 30 juni 2021 (1) | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 augustus 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vezelcement, betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 59 jaar na 40 jaar loopbaan voor de periode 1 januari 2021 tot 30 juni 2021 (1) |
|---|---|
| FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
| 11 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 11 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
| wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 augustus | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 augustus |
| 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vezelcement, | 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vezelcement, |
| betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) | betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) |
| vanaf 59 jaar na 40 jaar loopbaan voor de periode 1 januari 2021 tot | vanaf 59 jaar na 40 jaar loopbaan voor de periode 1 januari 2021 tot |
| 30 juni 2021 (1) | 30 juni 2021 (1) |
| FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
| Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
| Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
| arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
| 28; | 28; |
| Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de vezelcement; | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de vezelcement; |
| Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
| Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
| overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 8 augustus 2019, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 8 augustus 2019, |
| gesloten in het Paritair Subcomité voor de vezelcement, betreffende | gesloten in het Paritair Subcomité voor de vezelcement, betreffende |
| het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) vanaf 59 jaar | het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) vanaf 59 jaar |
| na 40 jaar loopbaan voor de periode 1 januari 2021 tot 30 juni 2021. | na 40 jaar loopbaan voor de periode 1 januari 2021 tot 30 juni 2021. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
| dit besluit. | dit besluit. |
| Gegeven te Brussel, 11 november 2019. | Gegeven te Brussel, 11 november 2019. |
| FILIP | FILIP |
| Van Koningswege : | Van Koningswege : |
| De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
| N. MUYLLE | N. MUYLLE |
| _______ | _______ |
| Nota | Nota |
| (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
| Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
| Bijlage | Bijlage |
| Paritair Subcomité voor de vezelcement | Paritair Subcomité voor de vezelcement |
| Collectieve arbeidsovereenkomst van 8 augustus 2019 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 8 augustus 2019 |
| Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) vanaf 59 jaar na 40 | Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) vanaf 59 jaar na 40 |
| jaar loopbaan voor de periode 1 januari 2021 tot 30 juni 2021 | jaar loopbaan voor de periode 1 januari 2021 tot 30 juni 2021 |
| (Overeenkomst geregistreerd op 30 augustus 2019 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 30 augustus 2019 onder het nummer |
| 153495/CO/106.03) | 153495/CO/106.03) |
| HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
| de werkgevers en de werknemers van de ondernemingen die ressorteren | de werkgevers en de werknemers van de ondernemingen die ressorteren |
| onder het Paritair Subcomité voor de vezelcement (PSC 106.03). | onder het Paritair Subcomité voor de vezelcement (PSC 106.03). |
| Onder "werknemers"" wordt verstaan : arbeiders en arbeidsters. | Onder "werknemers"" wordt verstaan : arbeiders en arbeidsters. |
| HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen |
Art. 2.In de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 wordt |
Art. 2.In de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 wordt |
| in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 141 en nr. | in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 141 en nr. |
| 142 van 23 april 2019 van de Nationale Arbeidsraad de SWT-regeling | 142 van 23 april 2019 van de Nationale Arbeidsraad de SWT-regeling |
| uitgebreid tot de werknemers van 59 jaar en ouder die worden ontslagen | uitgebreid tot de werknemers van 59 jaar en ouder die worden ontslagen |
| om elke andere dan dringende reden, indien zij voldoen aan de | om elke andere dan dringende reden, indien zij voldoen aan de |
| voorwaarde van een beroepsloopbaan van 40 jaar als loontrekkende | voorwaarde van een beroepsloopbaan van 40 jaar als loontrekkende |
| waarvan 10 jaar in de sector vezelcement. | waarvan 10 jaar in de sector vezelcement. |
Art. 3.De leeftijdsvoorwaarde van 59 jaar dient vervuld te zijn in de |
Art. 3.De leeftijdsvoorwaarde van 59 jaar dient vervuld te zijn in de |
| periode tussen 1 januari 2021 en 30 juni 2021, en bovendien op het | periode tussen 1 januari 2021 en 30 juni 2021, en bovendien op het |
| ogenblik dat de arbeidsovereenkomst een einde neemt. | ogenblik dat de arbeidsovereenkomst een einde neemt. |
Art. 4.De werknemer verbindt er zich toe de werkgever in kennis te |
Art. 4.De werknemer verbindt er zich toe de werkgever in kennis te |
| brengen van iedere wijziging die nuttig is om de eventuele inhoudingen | brengen van iedere wijziging die nuttig is om de eventuele inhoudingen |
| en heffingen correct toe te passen. | en heffingen correct toe te passen. |
| Zo zal onder andere de werknemer verwittigen wanneer : | Zo zal onder andere de werknemer verwittigen wanneer : |
| - zijn gezinslast wijzigt; | - zijn gezinslast wijzigt; |
| - hij als uitkeringsgerechtigde werkloze het werk hervat bij een | - hij als uitkeringsgerechtigde werkloze het werk hervat bij een |
| nieuwe werkgever of als zelfstandige in hoofdberoep; | nieuwe werkgever of als zelfstandige in hoofdberoep; |
| - hij als werknemer of als zelfstandige in hoofdberoep stopt en | - hij als werknemer of als zelfstandige in hoofdberoep stopt en |
| uitkeringsgerechtigde werkloze wordt. | uitkeringsgerechtigde werkloze wordt. |
Art. 5.Met toepassing van de artikelen 4bis, 4ter en 4quater van |
Art. 5.Met toepassing van de artikelen 4bis, 4ter en 4quater van |
| collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, zoals gewijzigd door | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, zoals gewijzigd door |
| collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van 19 december 2006, | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van 19 december 2006, |
| wordt het recht op de aanvullende vergoeding toegekend aan de | wordt het recht op de aanvullende vergoeding toegekend aan de |
| werknemers die ontslagen werden in het kader van deze collectieve | werknemers die ontslagen werden in het kader van deze collectieve |
| arbeidsovereenkomst behouden ten laste van de vorige werkgever, | arbeidsovereenkomst behouden ten laste van de vorige werkgever, |
| wanneer deze werknemers het werk als loontrekkende hervatten bij een | wanneer deze werknemers het werk als loontrekkende hervatten bij een |
| andere werkgever dan die welke hen ontslagen heeft en die niet behoort | andere werkgever dan die welke hen ontslagen heeft en die niet behoort |
| tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen | tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen |
| ontslagen heeft. | ontslagen heeft. |
| Het recht op de aanvullende vergoeding toegekend aan de werknemers die | Het recht op de aanvullende vergoeding toegekend aan de werknemers die |
| ontslagen zijn in het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomst | ontslagen zijn in het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomst |
| wordt eveneens behouden ten laste van de vorige werkgever in geval van | wordt eveneens behouden ten laste van de vorige werkgever in geval van |
| uitoefening van een zelfstandige hoofdactiviteit, op voorwaarde dat | uitoefening van een zelfstandige hoofdactiviteit, op voorwaarde dat |
| deze activiteit niet uitgeoefend wordt voor rekening van de werkgever | deze activiteit niet uitgeoefend wordt voor rekening van de werkgever |
| die hen ontslagen heeft of voor rekening van een werkgever die behoort | die hen ontslagen heeft of voor rekening van een werkgever die behoort |
| tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen | tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen |
| ontslagen heeft. | ontslagen heeft. |
| De werknemers beoogd in dit artikel behouden het recht op de | De werknemers beoogd in dit artikel behouden het recht op de |
| aanvullende vergoeding zodra een einde werd gemaakt aan hun | aanvullende vergoeding zodra een einde werd gemaakt aan hun |
| tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst of aan de | tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst of aan de |
| uitoefening van een zelfstandige hoofdactiviteit. Zij leveren in dit | uitoefening van een zelfstandige hoofdactiviteit. Zij leveren in dit |
| geval aan hun vorige werkgever (in de zin van de eerste paragraaf van | geval aan hun vorige werkgever (in de zin van de eerste paragraaf van |
| dit artikel) het bewijs van hun recht op werkloosheidsuitkeringen. | dit artikel) het bewijs van hun recht op werkloosheidsuitkeringen. |
| In het geval beoogd in de vorige paragraaf mogen werknemers geen twee | In het geval beoogd in de vorige paragraaf mogen werknemers geen twee |
| of meer aanvullende stelsels cumuleren. Wanneer zij zich in de | of meer aanvullende stelsels cumuleren. Wanneer zij zich in de |
| omstandigheden bevinden om verscheidene aanvullende stelsels te | omstandigheden bevinden om verscheidene aanvullende stelsels te |
| genieten, behouden zij het recht op het stelsel dat toegekend werd | genieten, behouden zij het recht op het stelsel dat toegekend werd |
| door de werkgever die hen ontslagen heeft (in de zin van de eerste | door de werkgever die hen ontslagen heeft (in de zin van de eerste |
| paragraaf van dit artikel). | paragraaf van dit artikel). |
Art. 6.De werkgever verbindt er zich toe aan de werknemer |
Art. 6.De werkgever verbindt er zich toe aan de werknemer |
| bovenvermelde vergoedingen te betalen tot de pensioengerechtigde | bovenvermelde vergoedingen te betalen tot de pensioengerechtigde |
| leeftijd, ongeacht de werknemer het werk hervat of niet. | leeftijd, ongeacht de werknemer het werk hervat of niet. |
Art. 7.Voor het bepalen van het netto referteloon wordt de RSZ |
Art. 7.Voor het bepalen van het netto referteloon wordt de RSZ |
| berekend op 100 pct. in plaats van 108 pct. van het brutoloon van de | berekend op 100 pct. in plaats van 108 pct. van het brutoloon van de |
| werknemer. | werknemer. |
Art. 8.Het netto referteloon wordt berekend op basis van de voltijdse |
Art. 8.Het netto referteloon wordt berekend op basis van de voltijdse |
| arbeidsprestaties die de werknemer uitoefende vóór de aanvang van | arbeidsprestaties die de werknemer uitoefende vóór de aanvang van |
| eventuele deeltijdse prestaties in het kader van het tijdskrediet. | eventuele deeltijdse prestaties in het kader van het tijdskrediet. |
| HOOFDSTUK III. - Financiering | HOOFDSTUK III. - Financiering |
Art. 9.Alle SWT-ers vanaf 59 jaar zullen gefinancierd worden volgens |
Art. 9.Alle SWT-ers vanaf 59 jaar zullen gefinancierd worden volgens |
| de bepalingen van artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van | de bepalingen van artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van |
| 31 januari 1985 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid. | 31 januari 1985 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid. |
| De volledige financiering van de kosten, voortvloeiend uit elke | De volledige financiering van de kosten, voortvloeiend uit elke |
| SWT-regeling, zowel deze ingevoerd in het raam van de bevordering van | SWT-regeling, zowel deze ingevoerd in het raam van de bevordering van |
| de tewerkstelling als andere, valt integraal ten laste van de | de tewerkstelling als andere, valt integraal ten laste van de |
| respectievelijke ondernemingen. | respectievelijke ondernemingen. |
| HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur | HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
| januari 2021 en treedt buiten werking op 31 december 2022. | januari 2021 en treedt buiten werking op 31 december 2022. |
| Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 november | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 november |
| 2019. | 2019. |
| De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
| N. MUYLLE | N. MUYLLE |