Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
11 NOVEMBER 2013. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 11 NOVEMBER 2013. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 2013, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 2013, |
gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de | gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de |
houtbewerking, betreffende het stelsel van werkloosheid met | houtbewerking, betreffende het stelsel van werkloosheid met |
bedrijfstoeslag (1) | bedrijfstoeslag (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de stoffering en de | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de stoffering en de |
houtbewerking; | houtbewerking; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 2013, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 2013, gesloten |
in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, | in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, |
betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. | betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 11 november 2013. | Gegeven te Brussel, 11 november 2013. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking | Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 2013 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 2013 |
Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag | Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
(Overeenkomst geregistreerd op 26 maart 2013 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 26 maart 2013 onder het nummer |
114278/CO/126) | 114278/CO/126) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers en op |
Artikel 1.Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers en op |
de arbeiders/sters van de ondernemingen die ressorteren onder de | de arbeiders/sters van de ondernemingen die ressorteren onder de |
bevoegdheid van het Paritair Comité voor de stoffering en de | bevoegdheid van het Paritair Comité voor de stoffering en de |
houtbewerking. | houtbewerking. |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in het |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in het |
raam van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale | raam van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale |
Arbeidsraad van 19 december 1974 (Belgisch Staatsblad van 31 januari | Arbeidsraad van 19 december 1974 (Belgisch Staatsblad van 31 januari |
1975) en de wet houdende het Generatiepact van 23 december 2005 | 1975) en de wet houdende het Generatiepact van 23 december 2005 |
(Belgisch Staatsblad van 30 december 2005), met haar | (Belgisch Staatsblad van 30 december 2005), met haar |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
Art. 3.De collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle |
Art. 3.De collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle |
arbeiders die door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden, voor zover | arbeiders die door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden, voor zover |
zij aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsvergoeding en voldoen | zij aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsvergoeding en voldoen |
aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden bepaald in de artikelen 4 en | aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden bepaald in de artikelen 4 en |
5. | 5. |
HOOFDSTUK II. - Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden | HOOFDSTUK II. - Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden |
Art. 4.Leeftijdsvoorwaarden en algemene loopbaanvoorwaarden |
Art. 4.Leeftijdsvoorwaarden en algemene loopbaanvoorwaarden |
Kunnen na ontslag aanspraak maken op het sectoraal stelsel | Kunnen na ontslag aanspraak maken op het sectoraal stelsel |
werkloosheid met bedrijfstoesalg, de arbeiders(sters) : | werkloosheid met bedrijfstoesalg, de arbeiders(sters) : |
- die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt; | - die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt; |
- die voldoen aan de loopbaanvoorwaarden zoals gesteld in het | - die voldoen aan de loopbaanvoorwaarden zoals gesteld in het |
koninklijk besluit van 3 mei 2007, tot regeling van het stelsel van | koninklijk besluit van 3 mei 2007, tot regeling van het stelsel van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag (verder : SWT). | werkloosheid met bedrijfstoeslag (verder : SWT). |
Art. 5.Bijkomende loopbaanvoorwaarde |
Art. 5.Bijkomende loopbaanvoorwaarde |
§ 1. Om echter recht te kunnen laten gelden op het SWT, dient de | § 1. Om echter recht te kunnen laten gelden op het SWT, dient de |
arbeider/ster niet alleen de door de wetgeving gestelde | arbeider/ster niet alleen de door de wetgeving gestelde |
loopbaanvereiste te vervullen, doch dient hij/zij bovendien een | loopbaanvereiste te vervullen, doch dient hij/zij bovendien een |
loopbaan te kunnen bewijzen van ten minsten 15 jaar bij de werkgever | loopbaan te kunnen bewijzen van ten minsten 15 jaar bij de werkgever |
die hem/haar ontslaat. | die hem/haar ontslaat. |
Indien de arbeider/ster dit bewijs niet kan leveren, dient hij/zij een | Indien de arbeider/ster dit bewijs niet kan leveren, dient hij/zij een |
loopbaan te bewijzen van minimum 20 jaar in de sector waarvan minstens | loopbaan te bewijzen van minimum 20 jaar in de sector waarvan minstens |
8 jaar bij de werkgever die hem/haar ontslaat. | 8 jaar bij de werkgever die hem/haar ontslaat. |
De loopbaan dient te worden berekend van datum tot datum. | De loopbaan dient te worden berekend van datum tot datum. |
§ 2. Uitzondering wordt echter gemaakt voor de arbeider die het | § 2. Uitzondering wordt echter gemaakt voor de arbeider die het |
slachtoffer werd van een faillissement, een sluiting of een | slachtoffer werd van een faillissement, een sluiting of een |
herstructurering van een onderneming uit de sector stoffering en | herstructurering van een onderneming uit de sector stoffering en |
houtbewerking, daarna werd aangeworven door een andere werkgever van | houtbewerking, daarna werd aangeworven door een andere werkgever van |
de sector en op het ogenblik van deze aanwerving 50 jaar oud ouder | de sector en op het ogenblik van deze aanwerving 50 jaar oud ouder |
was. | was. |
Deze werknemer kan om voormelde reden niet voldoen aan de vereiste, | Deze werknemer kan om voormelde reden niet voldoen aan de vereiste, |
het bewijs te leveren van 8 jaar bij de werkgever die ontslaat. Toch | het bewijs te leveren van 8 jaar bij de werkgever die ontslaat. Toch |
zal hij het SWT kunnen genieten indien hij het bewijs levert van een | zal hij het SWT kunnen genieten indien hij het bewijs levert van een |
loopbaan van tenminste twintig jaar in de sector. | loopbaan van tenminste twintig jaar in de sector. |
HOOFDSTUK III. - Aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK III. - Aanvullende vergoeding |
Art. 6.De arbeiders omschreven in artikel 3 hebben recht op een |
Art. 6.De arbeiders omschreven in artikel 3 hebben recht op een |
aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever op voorwaarde dat | aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever op voorwaarde dat |
zij aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsvergoeding voor SWT. | zij aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsvergoeding voor SWT. |
Deze aanvullende vergoeding wordt maandelijks uitbetaald. | Deze aanvullende vergoeding wordt maandelijks uitbetaald. |
Art. 7.De aanvullende vergoeding, volgens de berekeningsmethode |
Art. 7.De aanvullende vergoeding, volgens de berekeningsmethode |
bepaald door het paritair comité, wordt toegekend vanaf het einde van | bepaald door het paritair comité, wordt toegekend vanaf het einde van |
de normale wettelijke opzeggingstermijn tot de pensioengerechtigde | de normale wettelijke opzeggingstermijn tot de pensioengerechtigde |
leeftijd. | leeftijd. |
De aanvullende vergoeding bestaat ui de helft (50 pct.) van het | De aanvullende vergoeding bestaat ui de helft (50 pct.) van het |
verschil tussen de werkloosheidsvergoeding en het netto | verschil tussen de werkloosheidsvergoeding en het netto |
refertemaandloon. De sociale en/of fiscale afhoudingen op de | refertemaandloon. De sociale en/of fiscale afhoudingen op de |
aanvullende vergoeding vallen ten laste van de arbeider. | aanvullende vergoeding vallen ten laste van de arbeider. |
De aanvullende vergoeding voor SWT van de arbeider die gebruik maakt | De aanvullende vergoeding voor SWT van de arbeider die gebruik maakt |
van een landingsbaan in het kader van de collectieve | van een landingsbaan in het kader van de collectieve |
arbeidsovereenkomsten nr. 77 en 103 van de Nationale Arbeidsraad, | arbeidsovereenkomsten nr. 77 en 103 van de Nationale Arbeidsraad, |
wordt berekend op basis van het bruto refertemaandloon, omgerekend | wordt berekend op basis van het bruto refertemaandloon, omgerekend |
naar een voltijdse betrekking. | naar een voltijdse betrekking. |
Het netto refertemaandloon wordt berekend, rekening houdend met de | Het netto refertemaandloon wordt berekend, rekening houdend met de |
werkbonus toegekend aan werknemers met een laag loon. | werkbonus toegekend aan werknemers met een laag loon. |
Art. 8.De aanvullende vergoeding, zoals bepaald in artikel 7, is |
Art. 8.De aanvullende vergoeding, zoals bepaald in artikel 7, is |
gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer van de | gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer van de |
consumptieprijzen, zoals dat is voorzien in de artikelen 5 tot en met | consumptieprijzen, zoals dat is voorzien in de artikelen 5 tot en met |
10 van hoofdstuk IV van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart | 10 van hoofdstuk IV van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart |
2013 inzak de loon- en arbeidsvoorwaarden, tot vervanging van de | 2013 inzak de loon- en arbeidsvoorwaarden, tot vervanging van de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 2011, koninklijk besluit | collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 2011, koninklijk besluit |
van 5 december 2012, Belgisch Staatsblad van 28 februari 2013. | van 5 december 2012, Belgisch Staatsblad van 28 februari 2013. |
Art. 9.De aanvullende vergoeding SWT zal door de werkgever worden |
Art. 9.De aanvullende vergoeding SWT zal door de werkgever worden |
doorbetaald bij een eventuele werkhervatting van de ontslagen | doorbetaald bij een eventuele werkhervatting van de ontslagen |
werknemer, hetzij als loontrekkende, hetzij als zelfstandige. | werknemer, hetzij als loontrekkende, hetzij als zelfstandige. |
De ontslagen werknemer zal zijn ex-werkgever vooraf op de hoogte | De ontslagen werknemer zal zijn ex-werkgever vooraf op de hoogte |
brengen van zijn werkhervatting alsook van de stopzetting ervan. | brengen van zijn werkhervatting alsook van de stopzetting ervan. |
Art. 10.De opzegging van de individuele arbeidsovereenkomst van de |
Art. 10.De opzegging van de individuele arbeidsovereenkomst van de |
arbeider zal slechts worden gegeven als blijkt dat de betrokken | arbeider zal slechts worden gegeven als blijkt dat de betrokken |
arbeider in aanmerking komt voor werkloosheidsvergoeding voor SWT | arbeider in aanmerking komt voor werkloosheidsvergoeding voor SWT |
onder meer wat de leeftijds- en loopbaanvereisten betreft zoals | onder meer wat de leeftijds- en loopbaanvereisten betreft zoals |
bepaald in de artikelen 4 en 5. | bepaald in de artikelen 4 en 5. |
Art. 11.De werkgever die met het oog op het SWT zijn arbeider |
Art. 11.De werkgever die met het oog op het SWT zijn arbeider |
ontslaat, is verplicht die te vervangen door een volledig | ontslaat, is verplicht die te vervangen door een volledig |
uitkeringsgerechtigde werkloze of door een andere persoon, zoals | uitkeringsgerechtigde werkloze of door een andere persoon, zoals |
voorzien bij koninklijk besluit van 3 mei 2007 en binnen de termijn in | voorzien bij koninklijk besluit van 3 mei 2007 en binnen de termijn in |
dit koninklijk besluit bepaald. | dit koninklijk besluit bepaald. |
In de vervanging moet worden voorzien gedurende tenminste zesendertig | In de vervanging moet worden voorzien gedurende tenminste zesendertig |
maanden. Bij niet-vervanging worden automatisch de sancties toegepast | maanden. Bij niet-vervanging worden automatisch de sancties toegepast |
voorzien in het koninklijk besluit van 3 mei 2007. | voorzien in het koninklijk besluit van 3 mei 2007. |
HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur | HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur |
Art. 12.De collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 12.De collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2013, ze houdt op van kracht te zijn op 1 juli 2013. | januari 2013, ze houdt op van kracht te zijn op 1 juli 2013. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 november | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 november |
2013. | 2013. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |