Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 11/06/2015
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
11 JUNI 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk 11 JUNI 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een
uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van
de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, artikel 86, § 3, gewijzigd bij de wet van 22 augustus 2002 en 1994, artikel 86, § 3, gewijzigd bij de wet van 22 augustus 2002 en
bij de wet van 29 maart 2012 houdende diverse bepalingen; bij de wet van 29 maart 2012 houdende diverse bepalingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling
van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten
voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten; voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten;
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de uitkeringsverzekering Gelet op het advies van het Beheerscomité van de uitkeringsverzekering
voor zelfstandigen, gegeven op 18 juni 2014; voor zelfstandigen, gegeven op 18 juni 2014;
Gelet op het advies nr. 2015/03 van het Algemeen Beheerscomité voor Gelet op het advies nr. 2015/03 van het Algemeen Beheerscomité voor
het sociaal statuut der zelfstandigen, gegeven op 2 maart 2015; het sociaal statuut der zelfstandigen, gegeven op 2 maart 2015;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 27 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 27
november 2014; november 2014;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting, gegeven Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting, gegeven
op 20 januari 2015; op 20 januari 2015;
Gelet op het advies nr. 57.348/2 van de Raad van State, gegeven op 27 Gelet op het advies nr. 57.348/2 van de Raad van State, gegeven op 27
april 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de april 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Gelet op de impactanalyse van de regelgeving uitgevoerd overeenkomstig Gelet op de impactanalyse van de regelgeving uitgevoerd overeenkomstig
artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse
bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging; bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en de Minister van Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en de Minister van
Zelfstandigen, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Zelfstandigen, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 20bis van het koninklijk besluit van 20 juli 1971

Artikel 1.Artikel 20bis van het koninklijk besluit van 20 juli 1971

houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een
moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de
meewerkende echtgenoten, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 meewerkende echtgenoten, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21
april 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juni 2011, april 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 juni 2011,
wordt opgeheven. wordt opgeheven.

Art. 2.Artikel 23 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk

Art. 2.Artikel 23 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk

besluit van 21 april 2007, wordt vervangen als volgt: besluit van 21 april 2007, wordt vervangen als volgt:
"

Artikel 23.De staat van arbeidsongeschiktheid wordt geacht behouden

"

Artikel 23.De staat van arbeidsongeschiktheid wordt geacht behouden

te blijven tijdens het tijdvak waarin de gerechtigde, na de te blijven tijdens het tijdvak waarin de gerechtigde, na de
voorafgaande toelating van de adviserend geneesheer, met het oog op voorafgaande toelating van de adviserend geneesheer, met het oog op
zijn volledige re-integratie een beroepsactiviteit hervat. zijn volledige re-integratie een beroepsactiviteit hervat.
Voor het verkrijgen van die toelating moet de gerechtigde die Voor het verkrijgen van die toelating moet de gerechtigde die
arbeidsongeschikt zoals bedoeld in artikel 19 of 20 is erkend, arbeidsongeschikt zoals bedoeld in artikel 19 of 20 is erkend,
voorafgaandelijk deze hervatting een aanvraag indienen bij de voorafgaandelijk deze hervatting een aanvraag indienen bij de
adviserend geneesheer van zijn verzekeringsinstelling. De toelating adviserend geneesheer van zijn verzekeringsinstelling. De toelating
wordt slechts verleend als het hervatten van de in het vorige lid wordt slechts verleend als het hervatten van de in het vorige lid
bedoelde beroepsactiviteit in overeenstemming te brengen is met zijn bedoelde beroepsactiviteit in overeenstemming te brengen is met zijn
algemene gezondheidstoestand. algemene gezondheidstoestand.
De toelating van de adviserend geneesheer mag geen betrekking hebben De toelating van de adviserend geneesheer mag geen betrekking hebben
op een tijdvak van langer dan zes maanden. Het tijdvak waarvoor de op een tijdvak van langer dan zes maanden. Het tijdvak waarvoor de
toelating werd verleend mag op aanvraag van de gerechtigde en onder toelating werd verleend mag op aanvraag van de gerechtigde en onder
dezelfde voorwaarden door de adviserend geneesheer door middel van een dezelfde voorwaarden door de adviserend geneesheer door middel van een
nieuwe toelating worden verlengd, zonder dat die toelating evenwel tot nieuwe toelating worden verlengd, zonder dat die toelating evenwel tot
gevolg mag hebben dat het volledige tijdvak van de hervatting van de gevolg mag hebben dat het volledige tijdvak van de hervatting van de
beroepsactiviteit erdoor op meer dan achttien maanden wordt gebracht. beroepsactiviteit erdoor op meer dan achttien maanden wordt gebracht.
Wanneer de gerechtigde zich niet volledig heeft kunnen re-integreren, Wanneer de gerechtigde zich niet volledig heeft kunnen re-integreren,
wordt met de activiteit die hij met toelating van de adviserend wordt met de activiteit die hij met toelating van de adviserend
geneesheer heeft uitgeoefend, geen rekening gehouden voor een geneesheer heeft uitgeoefend, geen rekening gehouden voor een
eventuele latere erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid als eventuele latere erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid als
bedoeld in artikel 19 of 20. bedoeld in artikel 19 of 20.
De krachtens dit artikel door de adviserend geneesheer genomen De krachtens dit artikel door de adviserend geneesheer genomen
beslissing die de aard, het volume en de voorwaarden tot uitoefening beslissing die de aard, het volume en de voorwaarden tot uitoefening
van de activiteit vermeldt, wordt schriftelijk ter kennis van de van de activiteit vermeldt, wordt schriftelijk ter kennis van de
gerechtigde gebracht en wordt opgenomen in het geneeskundig en gerechtigde gebracht en wordt opgenomen in het geneeskundig en
administratief dossier van de betrokkene in de zetel van de administratief dossier van de betrokkene in de zetel van de
verzekeringsinstelling. Die instelling zendt de gegevens over deze verzekeringsinstelling. Die instelling zendt de gegevens over deze
toelating via een elektronisch bericht naar het Rijksinstituut.". toelating via een elektronisch bericht naar het Rijksinstituut.".

Art. 3.Artikel 23bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

Art. 3.Artikel 23bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

koninklijk besluit van 17 juli 1989 en gewijzigd bij het koninklijk koninklijk besluit van 17 juli 1989 en gewijzigd bij het koninklijk
besluit van 17 november 2000, wordt vervangen als volgt : besluit van 17 november 2000, wordt vervangen als volgt :
"

Artikel 23bis.De gerechtigde die arbeidsongeschikt is erkend zoals

"

Artikel 23bis.De gerechtigde die arbeidsongeschikt is erkend zoals

bedoeld in artikel 19 of 20, kan na de voorafgaande toelating van de bedoeld in artikel 19 of 20, kan na de voorafgaande toelating van de
adviserend geneesheer een activiteit hervatten zonder de doelstelling adviserend geneesheer een activiteit hervatten zonder de doelstelling
van een volledige re-integratie zoals bedoeld in artikel 23 of als de van een volledige re-integratie zoals bedoeld in artikel 23 of als de
volledige re-integratie na het uitoefenen van een toegelaten volledige re-integratie na het uitoefenen van een toegelaten
activiteit zoals bedoeld in artikel 23 mislukt is. activiteit zoals bedoeld in artikel 23 mislukt is.
Voor het verkrijgen van die toelating moet de gerechtigde Voor het verkrijgen van die toelating moet de gerechtigde
voorafgaandelijk deze hervatting een aanvraag indienen bij de voorafgaandelijk deze hervatting een aanvraag indienen bij de
adviserend geneesheer van zijn verzekeringsinstelling. Deze toelating adviserend geneesheer van zijn verzekeringsinstelling. Deze toelating
wordt slechts verleend op voorwaarde dat de gerechtigde wordt slechts verleend op voorwaarde dat de gerechtigde
arbeidsongeschikt erkend blijft als bedoeld in artikel 19 of 20 en dat arbeidsongeschikt erkend blijft als bedoeld in artikel 19 of 20 en dat
de activiteit die wordt hervat, verenigbaar is met de algemene de activiteit die wordt hervat, verenigbaar is met de algemene
gezondheidstoestand van de gerechtigde. gezondheidstoestand van de gerechtigde.
De adviserend geneesheer moet de staat van arbeidsongeschiktheid van De adviserend geneesheer moet de staat van arbeidsongeschiktheid van
die gerechtigde controleren op grond van een geneeskundig onderzoek die gerechtigde controleren op grond van een geneeskundig onderzoek
dat ten minste eens om de zes maanden wordt verricht, tenzij de dat ten minste eens om de zes maanden wordt verricht, tenzij de
elementen aanwezig in het medisch dossier een onderzoek op een latere elementen aanwezig in het medisch dossier een onderzoek op een latere
datum verantwoorden. datum verantwoorden.
De krachtens dit artikel door de adviserend geneesheer genomen De krachtens dit artikel door de adviserend geneesheer genomen
beslissing die de aard, het volume en de voorwaarden tot uitoefening beslissing die de aard, het volume en de voorwaarden tot uitoefening
van de activiteit vermeldt, wordt schriftelijk ter kennis van de van de activiteit vermeldt, wordt schriftelijk ter kennis van de
gerechtigde gebracht en wordt opgenomen in het geneeskundig en gerechtigde gebracht en wordt opgenomen in het geneeskundig en
administratief dossier van de betrokkene in de zetel van de administratief dossier van de betrokkene in de zetel van de
verzekeringsinstelling. Die instelling zendt de gegevens over deze verzekeringsinstelling. Die instelling zendt de gegevens over deze
toelating via een elektronisch bericht naar het Rijksinstituut.". toelating via een elektronisch bericht naar het Rijksinstituut.".

Art. 4.In artikel 23ter, § 1, eerste lid van hetzelfde besluit,

Art. 4.In artikel 23ter, § 1, eerste lid van hetzelfde besluit,

ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 november 2000 en vervangen ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 november 2000 en vervangen
bij het koninklijk besluit van 27 juli 2011, wordt het woord "20bis," bij het koninklijk besluit van 27 juli 2011, wordt het woord "20bis,"
opgeheven. opgeheven.

Art. 5.In artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de

Art. 5.In artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de

koninklijke besluiten van 13 januari 2003 en 8 mei 2013, wordt het koninklijke besluiten van 13 januari 2003 en 8 mei 2013, wordt het
eerste lid vervangen als volgt : eerste lid vervangen als volgt :
"De uitkeringen worden geweigerd voor de tijdvakken bedoeld in artikel "De uitkeringen worden geweigerd voor de tijdvakken bedoeld in artikel
103 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor 103 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, behalve wanneer het gaat om een periode gedekt door een loon dat 1994, behalve wanneer het gaat om een periode gedekt door een loon dat
verworven werd door een bezigheid in toepassing van de artikelen 22, verworven werd door een bezigheid in toepassing van de artikelen 22,
23 en 23bis.". 23 en 23bis.".

Art. 6.Artikel 28bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

Art. 6.Artikel 28bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

koninklijk besluit van 17 juli 1989, vervangen bij het koninklijk koninklijk besluit van 17 juli 1989, vervangen bij het koninklijk
besluit van 21 april 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van besluit van 21 april 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van
11 juni 2011, wordt vervangen als volgt : 11 juni 2011, wordt vervangen als volgt :
"

Artikel 28bis.§ 1. De uitkeringen worden verminderd met 10 pct.

"

Artikel 28bis.§ 1. De uitkeringen worden verminderd met 10 pct.

zodra het tijdvak dat is gedekt door de in artikel 23 bedoelde zodra het tijdvak dat is gedekt door de in artikel 23 bedoelde
toelating van de adviserend geneesheer, een duur van zes maanden toelating van de adviserend geneesheer, een duur van zes maanden
bereikt. bereikt.
§ 2. De uitkeringen worden verminderd met 10 pct. zodra het tijdvak § 2. De uitkeringen worden verminderd met 10 pct. zodra het tijdvak
dat is gedekt door de in artikel 23bis bedoelde toelating van de dat is gedekt door de in artikel 23bis bedoelde toelating van de
adviserend geneesheer, een duur van zes maanden bereikt en tot 31 adviserend geneesheer, een duur van zes maanden bereikt en tot 31
december van het derde jaar volgend op het jaar waarin de toegelaten december van het derde jaar volgend op het jaar waarin de toegelaten
activiteit een aanvang nam. activiteit een aanvang nam.
Wanneer de uitoefening van de in artikel 23bis bedoelde toelating van Wanneer de uitoefening van de in artikel 23bis bedoelde toelating van
de adviserend geneesheer echter een onbezoldigde activiteit van niet de adviserend geneesheer echter een onbezoldigde activiteit van niet
professionele aard betreft, wordt de vermindering met 10 pct. zoals professionele aard betreft, wordt de vermindering met 10 pct. zoals
bedoeld in het vorige lid niet toegepast. bedoeld in het vorige lid niet toegepast.
§ 3. Aan het einde van de in § 2 bedoelde periode wordt de betaling § 3. Aan het einde van de in § 2 bedoelde periode wordt de betaling
van de uitkeringen volledig geschorst als het bedrag van de verworven van de uitkeringen volledig geschorst als het bedrag van de verworven
beroepsinkomsten uit de toegelaten beroepsbezigheid het drempelbedrag beroepsinkomsten uit de toegelaten beroepsbezigheid het drempelbedrag
van 17.149,19 euro met ten minste 15 pct. overschrijdt. Als het van 17.149,19 euro met ten minste 15 pct. overschrijdt. Als het
voormelde drempelbedrag met minder dan 15 pct. wordt overschreden, voormelde drempelbedrag met minder dan 15 pct. wordt overschreden,
wordt het bedrag van de uitkering voor het betrokken kalenderjaar wordt het bedrag van de uitkering voor het betrokken kalenderjaar
geschorst naar rata van een percentage van het bedrag van de uitkering geschorst naar rata van een percentage van het bedrag van de uitkering
dat gelijk is aan het percentage waarmee dit drempelbedrag wordt dat gelijk is aan het percentage waarmee dit drempelbedrag wordt
overschreden. overschreden.
Voor de toepassing van het voorgaande lid, wordt het percentage van de Voor de toepassing van het voorgaande lid, wordt het percentage van de
overschrijding, in voorkomend geval, berekend tot op één honderdste. overschrijding, in voorkomend geval, berekend tot op één honderdste.
Het aldus bekomen percentage wordt voor de berekening van het bedrag Het aldus bekomen percentage wordt voor de berekening van het bedrag
van de vermindering van de uitkering tot de naast hogere eenheid van de vermindering van de uitkering tot de naast hogere eenheid
afgerond wanneer de eerste decimaal ten minste 5 is; in het afgerond wanneer de eerste decimaal ten minste 5 is; in het
tegenovergestelde geval wordt de decimaal verwaarloosd. tegenovergestelde geval wordt de decimaal verwaarloosd.
Voor de toepassing van het eerste lid worden de beroepsinkomsten uit Voor de toepassing van het eerste lid worden de beroepsinkomsten uit
het derde volledige kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar het derde volledige kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar
waarin dat lid van toepassing is, in aanmerking genomen; de waarin dat lid van toepassing is, in aanmerking genomen; de
referentieperiode wordt op dezelfde manier vastgesteld voor de referentieperiode wordt op dezelfde manier vastgesteld voor de
daaropvolgende jaren. daaropvolgende jaren.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder beroepsbezigheid Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder beroepsbezigheid
verstaan iedere bezigheid die, naar gelang van het geval, een in verstaan iedere bezigheid die, naar gelang van het geval, een in
artikel 23, § 1, 1°, 2° of 4° van het Wetboek van de artikel 23, § 1, 1°, 2° of 4° van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 beoogd inkomen kan opleveren en iedere inkomstenbelastingen 1992 beoogd inkomen kan opleveren en iedere
gelijkaardige bezigheid uitgeoefend in een vreemd land of in dienst gelijkaardige bezigheid uitgeoefend in een vreemd land of in dienst
van een internationale of supranationale organisatie. van een internationale of supranationale organisatie.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder "het bedrag van de Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder "het bedrag van de
beroepsinkomsten" verstaan het netto belastbaar inkomen dat beroepsinkomsten" verstaan het netto belastbaar inkomen dat
voortvloeit uit de toegelaten beroepsbezigheid en dat in aanmerking voortvloeit uit de toegelaten beroepsbezigheid en dat in aanmerking
genomen werd door het Bestuur der Directe Belastingen voor de genomen werd door het Bestuur der Directe Belastingen voor de
vaststelling van de aanslag betreffende het betrokken jaar. vaststelling van de aanslag betreffende het betrokken jaar.
Het drempelbedrag bedoeld in het eerste lid is van toepassing op de Het drempelbedrag bedoeld in het eerste lid is van toepassing op de
beroepsinkomsten verworven in 2012. Voor de toepassing van de beroepsinkomsten verworven in 2012. Voor de toepassing van de
cumulatieregel op de inkomsten verworven tijdens de daaropvolgende cumulatieregel op de inkomsten verworven tijdens de daaropvolgende
kalenderjaren wordt er rekening gehouden met het op 1 januari van de kalenderjaren wordt er rekening gehouden met het op 1 januari van de
referentieperiode geïndexeerde drempelbedrag overeenkomstig de referentieperiode geïndexeerde drempelbedrag overeenkomstig de
bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een
stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en
tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale
uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden
bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der
arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de
zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden
gekoppeld. gekoppeld.
§ 4. Wanneer tussen een tijdvak dat gedekt is door de in artikel 23 § 4. Wanneer tussen een tijdvak dat gedekt is door de in artikel 23
bedoelde toelating en een tijdvak dat gedekt is door de in artikel bedoelde toelating en een tijdvak dat gedekt is door de in artikel
23bis bedoelde toelating, geen onderbreking ligt die minstens gelijk 23bis bedoelde toelating, geen onderbreking ligt die minstens gelijk
is aan een werkelijk kalenderkwartaal, wordt het eerste tijdvak is aan een werkelijk kalenderkwartaal, wordt het eerste tijdvak
gelijkgesteld met een in artikel 23bis bedoeld tijdvak voor de gelijkgesteld met een in artikel 23bis bedoeld tijdvak voor de
vermindering van de uitkering overeenkomstig de vorige paragrafen.". vermindering van de uitkering overeenkomstig de vorige paragrafen.".

Art. 7.Bij de gerechtigden die voor de inwerkingtreding van

Art. 7.Bij de gerechtigden die voor de inwerkingtreding van

onderhavig besluit een in artikel 20bis van het koninklijk besluit van onderhavig besluit een in artikel 20bis van het koninklijk besluit van
20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een
moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de
meewerkende echtgenoten bedoelde toelating bezitten zoals bepaald voor meewerkende echtgenoten bedoelde toelating bezitten zoals bepaald voor
de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt die toelating vanaf de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt die toelating vanaf
de inwerkingtreding van onderhavig besluit van rechtswege omgezet in de inwerkingtreding van onderhavig besluit van rechtswege omgezet in
een in artikel 23bis van het voormelde koninklijk besluit van 20 juli een in artikel 23bis van het voormelde koninklijk besluit van 20 juli
1971 bedoelde toelating zoals bepaald na de inwerkingtreding van 1971 bedoelde toelating zoals bepaald na de inwerkingtreding van
onderhavig besluit. onderhavig besluit.
Bij de gerechtigden die voor de inwerkingtreding van onderhavig Bij de gerechtigden die voor de inwerkingtreding van onderhavig
besluit een in artikel 23bis van het voormelde koninklijk besluit van besluit een in artikel 23bis van het voormelde koninklijk besluit van
20 juli 1971 bedoelde toelating bezitten zoals bepaald voor de 20 juli 1971 bedoelde toelating bezitten zoals bepaald voor de
inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt die toelating voor het inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt die toelating voor het
nog te verstrijken gedeelte vanaf de inwerkingtreding van onderhavig nog te verstrijken gedeelte vanaf de inwerkingtreding van onderhavig
besluit van rechtswege omgezet in een in artikel 23 van het voormelde besluit van rechtswege omgezet in een in artikel 23 van het voormelde
koninklijk besluit van 20 juli 1971 bedoelde toelating zoals bepaald koninklijk besluit van 20 juli 1971 bedoelde toelating zoals bepaald
na de inwerkingtreding van onderhavig besluit. na de inwerkingtreding van onderhavig besluit.
Voor de bepaling van de maximale termijn van achttien maanden bedoeld Voor de bepaling van de maximale termijn van achttien maanden bedoeld
in artikel 23 van het voormelde koninklijk besluit van 20 juli 1971 in artikel 23 van het voormelde koninklijk besluit van 20 juli 1971
zoals bepaald na de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt er zoals bepaald na de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt er
rekening gehouden met de al verstreken periode die gedekt is geweest rekening gehouden met de al verstreken periode die gedekt is geweest
door de in artikel 23 of in artikel 23bis van het voormelde koninklijk door de in artikel 23 of in artikel 23bis van het voormelde koninklijk
besluit van 20 juli 1971 bedoelde toelating zoals bepaald voor de besluit van 20 juli 1971 bedoelde toelating zoals bepaald voor de
inwerkingtreding van onderhavig besluit. inwerkingtreding van onderhavig besluit.
Bij de gerechtigden die al voor de inwerkingtreding van onderhavig Bij de gerechtigden die al voor de inwerkingtreding van onderhavig
besluit een activiteit hebben uitgeoefend overeenkomstig een in besluit een activiteit hebben uitgeoefend overeenkomstig een in
artikel 20bis, artikel 23 of artikel 23bis van het voormelde artikel 20bis, artikel 23 of artikel 23bis van het voormelde
koninklijk besluit van 20 juli 1971 bedoelde toelating zoals bepaald koninklijk besluit van 20 juli 1971 bedoelde toelating zoals bepaald
voor de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt er rekening voor de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt er rekening
gehouden met de volledige verstreken duur van de tijdvakken die gedekt gehouden met de volledige verstreken duur van de tijdvakken die gedekt
zijn geweest door deze toelating voor de toepassing van artikel 28bis zijn geweest door deze toelating voor de toepassing van artikel 28bis
van het voormelde koninklijk besluit van 20 juli 1971 zoals bepaald na van het voormelde koninklijk besluit van 20 juli 1971 zoals bepaald na
de inwerkingtreding van onderhavig besluit. de inwerkingtreding van onderhavig besluit.
Bij de gerechtigden die al voor de inwerkingtreding van onderhavig Bij de gerechtigden die al voor de inwerkingtreding van onderhavig
besluit een activiteit hebben uitgeoefend overeenkomstig een in besluit een activiteit hebben uitgeoefend overeenkomstig een in
artikel 20bis van het voormelde koninklijk besluit van 20 juli 1971 artikel 20bis van het voormelde koninklijk besluit van 20 juli 1971
bedoelde toelating zoals bepaald voor de inwerkingtreding van bedoelde toelating zoals bepaald voor de inwerkingtreding van
onderhavig besluit en die zich daags voor de inwerkingtreding van onderhavig besluit en die zich daags voor de inwerkingtreding van
onderhavig besluit al bevinden in de periode bedoeld in artikel 28bis, onderhavig besluit al bevinden in de periode bedoeld in artikel 28bis,
§ 3, eerste lid van het voormelde koninklijk besluit van 20 juli 1971 § 3, eerste lid van het voormelde koninklijk besluit van 20 juli 1971
zoals bepaald voor de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt zoals bepaald voor de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt
er echter rekening gehouden met een marge van 25 pct. tot het einde er echter rekening gehouden met een marge van 25 pct. tot het einde
van de looptijd van die toelating voor de toepassing van artikel van de looptijd van die toelating voor de toepassing van artikel
28bis, § 3, eerste lid van het voormelde koninklijk besluit van 20 28bis, § 3, eerste lid van het voormelde koninklijk besluit van 20
juli 1971 zoals bepaald na de inwerkingtreding van onderhavig besluit. juli 1971 zoals bepaald na de inwerkingtreding van onderhavig besluit.

Art. 8.De artikelen 2, 3 en 4 van het koninklijk besluit van 8 mei

Art. 8.De artikelen 2, 3 en 4 van het koninklijk besluit van 8 mei

2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971
houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een
moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de
meewerkende echtgenoten, worden opgeheven. meewerkende echtgenoten, worden opgeheven.

Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2015.

Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2015.

Art. 10.De minister bevoegd voor sociale zaken en de minister bevoegd

Art. 10.De minister bevoegd voor sociale zaken en de minister bevoegd

voor zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de voor zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de
uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, op 11 juni 2015. Gegeven te Brussel, op 11 juni 2015.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken, De Minister van Sociale Zaken,
M. DE BLOCK M. DE BLOCK
De Minister van Zelfstandigen, De Minister van Zelfstandigen,
W. BORSUS W. BORSUS
^