Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende het nationaal akkoord 2017-2018 | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende het nationaal akkoord 2017-2018 |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
11 JANUARI 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 11 JANUARI 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2017, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2017, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende het | gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende het |
nationaal akkoord 2017-2018 (1) | nationaal akkoord 2017-2018 (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het koetswerk; | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het koetswerk; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2017, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2017, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende het | in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende het |
nationaal akkoord 2017-2018. | nationaal akkoord 2017-2018. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 11 januari 2018. | Gegeven te Brussel, 11 januari 2018. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor het koetswerk | Paritair Subcomité voor het koetswerk |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2017 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2017 |
Nationaal akkoord 2017-2018 | Nationaal akkoord 2017-2018 |
(Overeenkomst geregistreerd op 26 juli 2017 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 26 juli 2017 onder het nummer |
140574/CO/149.02) | 140574/CO/149.02) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder | de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder |
de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor het koetswerk. | de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor het koetswerk. |
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt | Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. | onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. |
HOOFDSTUK II. - Kader | HOOFDSTUK II. - Kader |
Art. 2.Voorwerp |
Art. 2.Voorwerp |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten met inachtname van | Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten met inachtname van |
de interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst nr. 119 van 21 | de interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst nr. 119 van 21 |
maart 2017 tot vaststelling van de maximale marge voor de | maart 2017 tot vaststelling van de maximale marge voor de |
loonkostenontwikkeling voor de periode 2017-2018. | loonkostenontwikkeling voor de periode 2017-2018. |
Art. 3.Procedure |
Art. 3.Procedure |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt neergelegd op de Griffie | Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt neergelegd op de Griffie |
van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de | van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de |
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg | Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg |
overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 november | overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 november |
1969 tot vaststelling van de modaliteiten van neerlegging van de | 1969 tot vaststelling van de modaliteiten van neerlegging van de |
collectieve arbeidsovereenkomsten. | collectieve arbeidsovereenkomsten. |
De ondertekenende partijen vragen de algemeen bindend verklaring bij | De ondertekenende partijen vragen de algemeen bindend verklaring bij |
koninklijk besluit van deze collectieve arbeidsovereenkomst, inclusief | koninklijk besluit van deze collectieve arbeidsovereenkomst, inclusief |
de bijlage. | de bijlage. |
HOOFDSTUK III. - Inkomenszekerheid | HOOFDSTUK III. - Inkomenszekerheid |
Art. 4.Verhoging van de lonen |
Art. 4.Verhoging van de lonen |
§ 1. Op 1 juli 2017 worden alle sectorale minimumuurlonen verhoogd met | § 1. Op 1 juli 2017 worden alle sectorale minimumuurlonen verhoogd met |
1,1 pct.. | 1,1 pct.. |
§ 2. Op 1 juli 2017 worden ook alle effectieve brutolonen met 1,1 pct. | § 2. Op 1 juli 2017 worden ook alle effectieve brutolonen met 1,1 pct. |
verhoogd, behalve voor die ondernemingen waar de beschikbare marge op | verhoogd, behalve voor die ondernemingen waar de beschikbare marge op |
een alternatieve manier wordt ingevuld via een ondernemingsenveloppe. | een alternatieve manier wordt ingevuld via een ondernemingsenveloppe. |
§ 3. Indien geen ondernemingsoverleg over de enveloppe wordt opgestart | § 3. Indien geen ondernemingsoverleg over de enveloppe wordt opgestart |
of indien het overleg tegen 30 september 2017 niet uitmondt in een | of indien het overleg tegen 30 september 2017 niet uitmondt in een |
collectieve arbeidsovereenkomst, worden de effectieve bruto uurlonen | collectieve arbeidsovereenkomst, worden de effectieve bruto uurlonen |
van de arbeiders vanaf 1 juli 2017 verhoogd met 1,1 pct.. | van de arbeiders vanaf 1 juli 2017 verhoogd met 1,1 pct.. |
Art. 5.Ondernemingsenveloppe |
Art. 5.Ondernemingsenveloppe |
§ 1. De ondernemingen kunnen op 1 juli 2017 de beschikbare maximale | § 1. De ondernemingen kunnen op 1 juli 2017 de beschikbare maximale |
loonmarge van 1,1 pct. van de loonmassa op een alternatieve manier | loonmarge van 1,1 pct. van de loonmassa op een alternatieve manier |
invullen via een recurrente ondernemingsenveloppe. De besteding ervan | invullen via een recurrente ondernemingsenveloppe. De besteding ervan |
kan enkel op ondernemingsvlak onderhandeld worden. | kan enkel op ondernemingsvlak onderhandeld worden. |
Onder "loonmassa" wordt begrepen : de effectieve bruto uurlonen (met | Onder "loonmassa" wordt begrepen : de effectieve bruto uurlonen (met |
inbegrip van de eindejaarspremies, de ploegenpremies, het overloon, | inbegrip van de eindejaarspremies, de ploegenpremies, het overloon, |
enz.) en bijhorende sociale lasten (sociale zekerheidsbijdragen | enz.) en bijhorende sociale lasten (sociale zekerheidsbijdragen |
werkgever en andere sociale lasten). | werkgever en andere sociale lasten). |
§ 2. Voor ondernemingen met vakbondsafvaardiging verloopt de procedure | § 2. Voor ondernemingen met vakbondsafvaardiging verloopt de procedure |
voor de ondernemingsonderhandelingen over de besteding van het | voor de ondernemingsonderhandelingen over de besteding van het |
recurrent budget in 2 stappen : | recurrent budget in 2 stappen : |
a) Voorafgaandelijk moeten op ondernemingsvlak zowel de werkgever als | a) Voorafgaandelijk moeten op ondernemingsvlak zowel de werkgever als |
alle in de vakbondsafvaardiging van de in de onderneming | alle in de vakbondsafvaardiging van de in de onderneming |
vertegenwoordigde vakbonden akkoord gaan over een bedrijfseigen | vertegenwoordigde vakbonden akkoord gaan over een bedrijfseigen |
besteding van de enveloppe. | besteding van de enveloppe. |
In ondernemingen met meerdere zetels wordt de beslissing genomen op | In ondernemingen met meerdere zetels wordt de beslissing genomen op |
groepsniveau. Deze beslissing heeft niet alleen betrekking op het al | groepsniveau. Deze beslissing heeft niet alleen betrekking op het al |
dan niet onderhandelen, maar ook op het niveau waarop deze | dan niet onderhandelen, maar ook op het niveau waarop deze |
onderhandelingen zullen gevoerd worden; | onderhandelingen zullen gevoerd worden; |
b) Indien besloten wordt tot een ondernemingsoverleg over de besteding | b) Indien besloten wordt tot een ondernemingsoverleg over de besteding |
van de enveloppe, moet dit overleg ten laatste op 30 september 2017 | van de enveloppe, moet dit overleg ten laatste op 30 september 2017 |
leiden tot het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst. | leiden tot het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst. |
§ 3. In de ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging wordt dezelfde | § 3. In de ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging wordt dezelfde |
procedure gevolgd. Indien besloten wordt tot ondernemingsoverleg over | procedure gevolgd. Indien besloten wordt tot ondernemingsoverleg over |
een besteding van de enveloppe, moet de collectieve | een besteding van de enveloppe, moet de collectieve |
arbeidsovereenkomst worden ondertekend tussen de werkgever en alle in | arbeidsovereenkomst worden ondertekend tussen de werkgever en alle in |
het paritair subcomité vertegenwoordigde vakbonden. | het paritair subcomité vertegenwoordigde vakbonden. |
Opmerking | Opmerking |
De collectieve arbeidsovereenkomst inzake uurlonen van 9 oktober 2015, | De collectieve arbeidsovereenkomst inzake uurlonen van 9 oktober 2015, |
geregistreerd onder het nummer 130563/CO/149.02 en algemeen verbindend | geregistreerd onder het nummer 130563/CO/149.02 en algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 15 juli 2016 (Belgisch Staatsblad | verklaard bij koninklijk besluit van 15 juli 2016 (Belgisch Staatsblad |
van 14 september 2016), zal in die zin worden aangepast vanaf 1 juli | van 14 september 2016), zal in die zin worden aangepast vanaf 1 juli |
2017, en dit voor onbepaalde duur. | 2017, en dit voor onbepaalde duur. |
Art. 6.Fonds van bestaanszekerheid (FBZ) |
Art. 6.Fonds van bestaanszekerheid (FBZ) |
§ 1. De oudere werknemers die hun arbeidsduur in het kader van de | § 1. De oudere werknemers die hun arbeidsduur in het kader van de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 verminderen | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 verminderen |
met 1/5de of de helft omwille van opname van een landingsbaan tijdens | met 1/5de of de helft omwille van opname van een landingsbaan tijdens |
de periode vanaf 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2019 openen het recht | de periode vanaf 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2019 openen het recht |
op een aanvullende vergoeding betaald door het FBZ. | op een aanvullende vergoeding betaald door het FBZ. |
Deze aanvullende vergoeding wordt toegekend vanaf 60 jaar of vanaf 55 | Deze aanvullende vergoeding wordt toegekend vanaf 60 jaar of vanaf 55 |
jaar, in de gevallen bepaald in collectieve arbeidsovereenkomst nr. | jaar, in de gevallen bepaald in collectieve arbeidsovereenkomst nr. |
127 van 21 maart 2017, en dit tot de wettelijke leeftijd van het | 127 van 21 maart 2017, en dit tot de wettelijke leeftijd van het |
pensioen. | pensioen. |
Het bedrag van deze vergoeding wordt vastgesteld : | Het bedrag van deze vergoeding wordt vastgesteld : |
- op 29,92 EUR per maand voor een vermindering met 1/5de; | - op 29,92 EUR per maand voor een vermindering met 1/5de; |
- op 74,81 EUR per maand voor een vermindering met 1/2 (halftijds). | - op 74,81 EUR per maand voor een vermindering met 1/2 (halftijds). |
§ 2. Vanaf 1 januari 2018 worden alle aanvullende vergoedingen | § 2. Vanaf 1 januari 2018 worden alle aanvullende vergoedingen |
geïndexeerd op basis van de reële loonindexeringen op 1 februari 2016 | geïndexeerd op basis van de reële loonindexeringen op 1 februari 2016 |
en op 1 februari 2017 (de sociale index van de maand januari van het | en op 1 februari 2017 (de sociale index van de maand januari van het |
kalenderjaar wordt vergeleken met de sociale index van de maand | kalenderjaar wordt vergeleken met de sociale index van de maand |
januari van het voorgaande kalenderjaar). | januari van het voorgaande kalenderjaar). |
Door deze berekening, met name 0,27 pct. op 1 februari 2016 en 1,38 | Door deze berekening, met name 0,27 pct. op 1 februari 2016 en 1,38 |
pct. op 1 februari 2017, worden de aanvullende vergoedingen met 1,65 | pct. op 1 februari 2017, worden de aanvullende vergoedingen met 1,65 |
pct. geïndexeerd. | pct. geïndexeerd. |
Hierdoor worden de aanvullende vergoedingen vanaf 1 januari 2018 als | Hierdoor worden de aanvullende vergoedingen vanaf 1 januari 2018 als |
volgt verhoogd : | volgt verhoogd : |
- aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid : 11,18 EUR per | - aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid : 11,18 EUR per |
werkloosheidsuitkering en 5,59 EUR per halve werkloosheidsuitkering; | werkloosheidsuitkering en 5,59 EUR per halve werkloosheidsuitkering; |
- aanvullende vergoeding bij volledige werkloosheid : 6,28 EUR per | - aanvullende vergoeding bij volledige werkloosheid : 6,28 EUR per |
werkloosheidsuitkering en 3,14 EUR per halve werkloosheidsuitkering; | werkloosheidsuitkering en 3,14 EUR per halve werkloosheidsuitkering; |
- aanvullende vergoeding bij volledige werkloosheid voor oudere | - aanvullende vergoeding bij volledige werkloosheid voor oudere |
werklozen : 6,28 EUR per werkloosheidsuitkering en 3,14 EUR per halve | werklozen : 6,28 EUR per werkloosheidsuitkering en 3,14 EUR per halve |
werkloosheidsuitkering; | werkloosheidsuitkering; |
- aanvullende vergoeding bij arbeidsongeschiktheid : 2,34 EUR per | - aanvullende vergoeding bij arbeidsongeschiktheid : 2,34 EUR per |
RIZIV-uitkering en 1,17 EUR per halve RIZIV-uitkering; | RIZIV-uitkering en 1,17 EUR per halve RIZIV-uitkering; |
- aanvullende vergoeding bij arbeidsongeschiktheid voor oudere zieken | - aanvullende vergoeding bij arbeidsongeschiktheid voor oudere zieken |
: 6,28 EUR per RIZIVuitkering en 3,14 EUR per halve RIZIV-uitkering; | : 6,28 EUR per RIZIVuitkering en 3,14 EUR per halve RIZIV-uitkering; |
- aanvullende vergoeding bij sluiting : 304,16 EUR + 15,34 EUR/jaar | - aanvullende vergoeding bij sluiting : 304,16 EUR + 15,34 EUR/jaar |
met een maximum van 1 003,26 EUR; | met een maximum van 1 003,26 EUR; |
- aanvullende vergoeding bij halftijds tijdskrediet : 76,04 EUR/maand; | - aanvullende vergoeding bij halftijds tijdskrediet : 76,04 EUR/maand; |
- aanvullende vergoeding bij een landingsbaan : 30,41 EUR/maand tot | - aanvullende vergoeding bij een landingsbaan : 30,41 EUR/maand tot |
een vermindering met 1/5de en 76,04 EUR/maand voor een vermindering | een vermindering met 1/5de en 76,04 EUR/maand voor een vermindering |
met 1/2. | met 1/2. |
Opmerking | Opmerking |
De collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2016 inzake | De collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2016 inzake |
wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds, | wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds, |
geregistreerd onder het nummer 135636/CO/149.02 en algemeen verbindend | geregistreerd onder het nummer 135636/CO/149.02 en algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 31 januari 2017 (Belgisch | verklaard bij koninklijk besluit van 31 januari 2017 (Belgisch |
Staatsblad van 14 februari 2017), zal vanaf 1 januari 2017 in die zin | Staatsblad van 14 februari 2017), zal vanaf 1 januari 2017 in die zin |
worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. | worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. |
Art. 7.Eindejaarspremie |
Art. 7.Eindejaarspremie |
Bij elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst die plaatsvindt vanaf | Bij elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst die plaatsvindt vanaf |
1 juli 2017, heeft de werknemer recht heeft op een eindejaarspremie, | 1 juli 2017, heeft de werknemer recht heeft op een eindejaarspremie, |
berekend in verhouding tot de prestaties geleverd tijdens de | berekend in verhouding tot de prestaties geleverd tijdens de |
referentieperiode. | referentieperiode. |
In afwijking van vorige alinea, bestaat het pro ratarecht niet in | In afwijking van vorige alinea, bestaat het pro ratarecht niet in |
geval van ontslag om dringende reden of opzegging door een werknemer | geval van ontslag om dringende reden of opzegging door een werknemer |
met minder dan 3 jaar anciënniteit. | met minder dan 3 jaar anciënniteit. |
Opmerking | Opmerking |
De collectieve arbeidsovereenkomst inzake de eindejaarspremie van 28 | De collectieve arbeidsovereenkomst inzake de eindejaarspremie van 28 |
maart 2014, geregistreerd onder het nummer 121743/CO/149.02 en | maart 2014, geregistreerd onder het nummer 121743/CO/149.02 en |
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 8 januari | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 8 januari |
2015 (Belgisch Staatsblad van 6 februari 2015), zal vanaf 1 juli 2017 | 2015 (Belgisch Staatsblad van 6 februari 2015), zal vanaf 1 juli 2017 |
in die zin worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. | in die zin worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. |
HOOFDSTUK IV. - Vorming en opleiding | HOOFDSTUK IV. - Vorming en opleiding |
Art. 8.Bedrijfsopleidingsplannen |
Art. 8.Bedrijfsopleidingsplannen |
Om een kwaliteitsvol overleg over de bedrijfsopleidingsplannen te | Om een kwaliteitsvol overleg over de bedrijfsopleidingsplannen te |
verzekeren, dienen de besprekingen op ondernemingsvlak, zoals bepaald | verzekeren, dienen de besprekingen op ondernemingsvlak, zoals bepaald |
in artikel 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november | in artikel 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november |
2015 inzake vorming en opleiding, vóór 15 november van het voorgaande | 2015 inzake vorming en opleiding, vóór 15 november van het voorgaande |
kalenderjaar te worden aangevat. | kalenderjaar te worden aangevat. |
Art. 9.Werkgroep "vorming" |
Art. 9.Werkgroep "vorming" |
De sociale partners verbinden zich ertoe om tegen 31 oktober 2017, | De sociale partners verbinden zich ertoe om tegen 31 oktober 2017, |
vorming in een werkgroep met Educam te bespreken. | vorming in een werkgroep met Educam te bespreken. |
De werkgroep zal onder andere volgende thema's behandelen : het | De werkgroep zal onder andere volgende thema's behandelen : het |
groeipad, de omschrijving van vorming, afdwingbaarheid van het | groeipad, de omschrijving van vorming, afdwingbaarheid van het |
opleidingsCV, nieuwe leervormen en opleidingsbehoeften (mentorschap, | opleidingsCV, nieuwe leervormen en opleidingsbehoeften (mentorschap, |
HEV,...), vereenvoudiging van het opleidingsplan, incentives voor | HEV,...), vereenvoudiging van het opleidingsplan, incentives voor |
bepaalde doelgroepen en knelpuntopleidingen, mogelijkheid voor | bepaalde doelgroepen en knelpuntopleidingen, mogelijkheid voor |
werkgevers met personeel om deel te nemen aan vorming, begeleidende | werkgevers met personeel om deel te nemen aan vorming, begeleidende |
maatregelen door Educam,... | maatregelen door Educam,... |
Als gevolg van deze besprekingen zal een collectieve | Als gevolg van deze besprekingen zal een collectieve |
arbeidsovereenkomst worden gesloten tegen 30 november 2017. | arbeidsovereenkomst worden gesloten tegen 30 november 2017. |
Art. 10.Initiatieven voor instroom |
Art. 10.Initiatieven voor instroom |
De sociale partners menen dat de intrede van nieuwe werknemers in de | De sociale partners menen dat de intrede van nieuwe werknemers in de |
sector een belangrijke uitdaging is, zowel voor de ondernemingen als | sector een belangrijke uitdaging is, zowel voor de ondernemingen als |
voor de sector. | voor de sector. |
De sociale partners spreken daarom af om tegen 31 december 2017 | De sociale partners spreken daarom af om tegen 31 december 2017 |
concrete initiatieven voor instroom uit te werken, om vanaf 1 januari | concrete initiatieven voor instroom uit te werken, om vanaf 1 januari |
2018 te worden ingevoerd. | 2018 te worden ingevoerd. |
Opmerking | Opmerking |
De collectieve arbeidsovereenkomst inzake vorming en opleiding van 16 | De collectieve arbeidsovereenkomst inzake vorming en opleiding van 16 |
november 2015, geregistreerd onder het nummer 131221/CO/149.02 en | november 2015, geregistreerd onder het nummer 131221/CO/149.02 en |
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 6 november | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 6 november |
2016 (Belgisch Staatsblad van 22 december 2016), zal vanaf 1 juli 2017 | 2016 (Belgisch Staatsblad van 22 december 2016), zal vanaf 1 juli 2017 |
in die zin worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. | in die zin worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. |
HOOFDSTUK V. - Werkbaar werk | HOOFDSTUK V. - Werkbaar werk |
Art. 11.Uitwerking sectoraal model werkbaar werk |
Art. 11.Uitwerking sectoraal model werkbaar werk |
De sociale partners verbinden zich ertoe de inspanningen om een | De sociale partners verbinden zich ertoe de inspanningen om een |
sectoraal model van werkbaar werk te ontwikkelen verder te zetten. | sectoraal model van werkbaar werk te ontwikkelen verder te zetten. |
Hiertoe wordt een werkgroep "werkbaar werk" opgericht die tegen 31 | Hiertoe wordt een werkgroep "werkbaar werk" opgericht die tegen 31 |
december 2017 onder andere volgende thema's zal bespreken : | december 2017 onder andere volgende thema's zal bespreken : |
initiatieven om de tewerkstelling van oudere werknemers en het | initiatieven om de tewerkstelling van oudere werknemers en het |
evenwicht tussen beroeps- en privéleven te verzekeren, loopbaan- en | evenwicht tussen beroeps- en privéleven te verzekeren, loopbaan- en |
opleidingsadvies, aangepast of ander werk, analyse van | opleidingsadvies, aangepast of ander werk, analyse van |
afwezigheden,... | afwezigheden,... |
HOOFDSTUK VI. - Arbeidstijd en flexibiliteit | HOOFDSTUK VI. - Arbeidstijd en flexibiliteit |
Art. 12.Tewerkstellingsbevorderende maatregel |
Art. 12.Tewerkstellingsbevorderende maatregel |
De ondernemingen kunnen in het geval van herstructurering of indien de | De ondernemingen kunnen in het geval van herstructurering of indien de |
arbeidsorganisatie kan versoepeld worden, via een collectieve | arbeidsorganisatie kan versoepeld worden, via een collectieve |
arbeidsovereenkomst de tewerkstelling bevorderen door onder meer | arbeidsovereenkomst de tewerkstelling bevorderen door onder meer |
collectieve arbeidsduurvermindering toe te passen. | collectieve arbeidsduurvermindering toe te passen. |
Ze kunnen hiervoor gebruik maken van de bestaande wettelijke en | Ze kunnen hiervoor gebruik maken van de bestaande wettelijke en |
decretale aanmoedigingspremies en de omzetting van de | decretale aanmoedigingspremies en de omzetting van de |
loonsverhogingen. | loonsverhogingen. |
Art. 13.Flexibiliteit |
Art. 13.Flexibiliteit |
De sectorale collectieve arbeidsovereenkomst flexibiliteit komt tot 30 | De sectorale collectieve arbeidsovereenkomst flexibiliteit komt tot 30 |
juni 2019 overeen met de wettelijke regeling van artikel 20bis, § 1 | juni 2019 overeen met de wettelijke regeling van artikel 20bis, § 1 |
van de arbeidswet van 16 maart 1971. | van de arbeidswet van 16 maart 1971. |
Opmerking | Opmerking |
De collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015, geregistreerd | De collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015, geregistreerd |
onder het nummer 130566/CO/149.02 en algemeen verbindend verklaard bij | onder het nummer 130566/CO/149.02 en algemeen verbindend verklaard bij |
koninklijk besluit van 21 juli 2016 (Belgisch Staatsblad van 19 | koninklijk besluit van 21 juli 2016 (Belgisch Staatsblad van 19 |
september 2016), wordt in die zin aangepast en verlengd vanaf 1 juli | september 2016), wordt in die zin aangepast en verlengd vanaf 1 juli |
2017 tot en met 30 juni 2019. | 2017 tot en met 30 juni 2019. |
Art. 14.Vrijwillige overuren |
Art. 14.Vrijwillige overuren |
§ 1. Mits vóór 30 juni 2019 een collectieve arbeidsovereenkomst op | § 1. Mits vóór 30 juni 2019 een collectieve arbeidsovereenkomst op |
ondernemingsvlak wordt gesloten met alle vakorganisaties | ondernemingsvlak wordt gesloten met alle vakorganisaties |
vertegenwoordigd in de vakbondsafvaardiging of, bij ontstentenis, met | vertegenwoordigd in de vakbondsafvaardiging of, bij ontstentenis, met |
alle vakorganisaties vertegenwoordigd in het paritair comité, kan voor | alle vakorganisaties vertegenwoordigd in het paritair comité, kan voor |
een periode die loopt tot maximum 31 december 2019 het aantal | een periode die loopt tot maximum 31 december 2019 het aantal |
vrijwillige overuren worden verhoogd van 100 uur tot maximum 130 uur | vrijwillige overuren worden verhoogd van 100 uur tot maximum 130 uur |
per kalenderjaar. | per kalenderjaar. |
§ 2. De in uitvoering van § 1 gesloten ondernemings-collectieve | § 2. De in uitvoering van § 1 gesloten ondernemings-collectieve |
arbeidsovereenkomst wordt neergelegd op de Griffie van de Algemene | arbeidsovereenkomst wordt neergelegd op de Griffie van de Algemene |
Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale | Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale |
Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en een | Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en een |
kopie ervan wordt gelijktijdig overgemaakt aan de voorzitter van het | kopie ervan wordt gelijktijdig overgemaakt aan de voorzitter van het |
paritair comité. | paritair comité. |
§ 3. De toepassing van de mogelijkheid om de vrijwillige overuren te | § 3. De toepassing van de mogelijkheid om de vrijwillige overuren te |
verhogen op ondernemingsvlak zal het voorwerp zijn van een sectorale | verhogen op ondernemingsvlak zal het voorwerp zijn van een sectorale |
evaluatie tegen 30 juni 2018. | evaluatie tegen 30 juni 2018. |
Art. 15.Loopbaansparen |
Art. 15.Loopbaansparen |
Sociale partners komen overeen om de interprofessionele besprekingen | Sociale partners komen overeen om de interprofessionele besprekingen |
over het loopbaansparen van nabij op te volgen. | over het loopbaansparen van nabij op te volgen. |
HOOFDSTUK VII. - Eéngemaakt werknemersstatuut | HOOFDSTUK VII. - Eéngemaakt werknemersstatuut |
Art. 16.Inzetbaarheidsverhogende maatregelen |
Art. 16.Inzetbaarheidsverhogende maatregelen |
Rekening houdend met artikel 39ter van de wet van 3 juli 1978 | Rekening houdend met artikel 39ter van de wet van 3 juli 1978 |
betreffende de arbeidsovereenkomsten engageren partijen zich om | betreffende de arbeidsovereenkomsten engageren partijen zich om |
inzetbaarheidsverhogende maatregelen uit te werken in een werkgroep | inzetbaarheidsverhogende maatregelen uit te werken in een werkgroep |
tegen 31 december 2018. | tegen 31 december 2018. |
Art. 17.Inventaris van loon- en arbeidsvoorwaarden |
Art. 17.Inventaris van loon- en arbeidsvoorwaarden |
§ 1. Partijen engageren zich om de werkzaamheden inzake het opmaken | § 1. Partijen engageren zich om de werkzaamheden inzake het opmaken |
van een inventaris van de loon- en arbeidsvoorwaarden van zowel de | van een inventaris van de loon- en arbeidsvoorwaarden van zowel de |
arbeiders als de bedienden van ondernemingen die behoren tot het | arbeiders als de bedienden van ondernemingen die behoren tot het |
Paritair Subcomité voor het koetswerk. | Paritair Subcomité voor het koetswerk. |
Bovendien bevelen zij aan om eenzelfde vergelijkende studie te maken | Bovendien bevelen zij aan om eenzelfde vergelijkende studie te maken |
op het vlak van de onderneming. | op het vlak van de onderneming. |
§ 2. In het kader van de mogelijke hertekening van het paritair | § 2. In het kader van de mogelijke hertekening van het paritair |
landschap wordt ook een vergelijkende studie gemaakt tussen de loon- | landschap wordt ook een vergelijkende studie gemaakt tussen de loon- |
en arbeidsvoorwaarden van het Paritair Subcomité voor het koetswerk en | en arbeidsvoorwaarden van het Paritair Subcomité voor het koetswerk en |
deze van de paritaire (sub)comités 112, 149.01, 149.03 en 149.04. | deze van de paritaire (sub)comités 112, 149.01, 149.03 en 149.04. |
HOOFDSTUK VIII. - Loopbaanplanning | HOOFDSTUK VIII. - Loopbaanplanning |
Art. 18.Tijdskrediet en loopbaanvermindering |
Art. 18.Tijdskrediet en loopbaanvermindering |
§ 1. Voor de periode van 1 juli 2017 tot 30 juni 2019 kan het recht op | § 1. Voor de periode van 1 juli 2017 tot 30 juni 2019 kan het recht op |
halftijds/voltijds tijdskrediet met motief tot 24 maanden, zoals | halftijds/voltijds tijdskrediet met motief tot 24 maanden, zoals |
voorzien in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 | voorzien in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 |
oktober 2015, op ondernemingsvlak bij collectieve arbeidsovereenkomst | oktober 2015, op ondernemingsvlak bij collectieve arbeidsovereenkomst |
worden uitgebreid tot 51 maanden voor het tijdskrediet met motief | worden uitgebreid tot 51 maanden voor het tijdskrediet met motief |
zorg, overeenkomstig artikel 4, § 1, a), b) en c) van de collectieve | zorg, overeenkomstig artikel 4, § 1, a), b) en c) van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juli 2012, en tot 36 maanden voor | arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juli 2012, en tot 36 maanden voor |
het tijdskrediet met motief opleiding, overeenkomstig artikel 4, § 2 | het tijdskrediet met motief opleiding, overeenkomstig artikel 4, § 2 |
van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst. | van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst. |
§ 2. In uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 127 van | § 2. In uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 127 van |
de Nationale Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt de leeftijd op 55 | de Nationale Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt de leeftijd op 55 |
jaar gebracht voor de periode 2017-2018 voor arbeiders die hun | jaar gebracht voor de periode 2017-2018 voor arbeiders die hun |
arbeidsprestaties verminderen met 1/5de of tot een halftijdse | arbeidsprestaties verminderen met 1/5de of tot een halftijdse |
betrekking in het kader van een landingsbaan na 35 jaar loopbaan of in | betrekking in het kader van een landingsbaan na 35 jaar loopbaan of in |
een zwaar beroep. | een zwaar beroep. |
Opmerking | Opmerking |
De collectieve arbeidsovereenkomst inzake tijdskrediet en | De collectieve arbeidsovereenkomst inzake tijdskrediet en |
loopbaanvermindering van 9 oktober 2015, geregistreerd onder het | loopbaanvermindering van 9 oktober 2015, geregistreerd onder het |
nummer 131263/CO/149.02 en algemeen verbindend verklaard op 13 | nummer 131263/CO/149.02 en algemeen verbindend verklaard op 13 |
februari 2017 (Belgisch Staatsblad van 3 maart 2017), zal met ingang | februari 2017 (Belgisch Staatsblad van 3 maart 2017), zal met ingang |
van 1 juli 2017 in die zin worden aangepast. | van 1 juli 2017 in die zin worden aangepast. |
Art. 19.Stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) |
Art. 19.Stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) |
§ 1. SWT op 58 jaar (of 59 jaar) na 40 jaar loopbaan | § 1. SWT op 58 jaar (of 59 jaar) na 40 jaar loopbaan |
In toepassing van artikel 3, § 7 van het koninklijk besluit van 3 mei | In toepassing van artikel 3, § 7 van het koninklijk besluit van 3 mei |
2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag | 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 124 van de Nationale | en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 124 van de Nationale |
Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt het recht op SWT toegekend aan | Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt het recht op SWT toegekend aan |
arbeiders die, op het ogenblik van de beëindiging van de | arbeiders die, op het ogenblik van de beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst, een beroepsverleden van 40 jaar kunnen bewijzen | arbeidsovereenkomst, een beroepsverleden van 40 jaar kunnen bewijzen |
en die uiterlijk op 31 december 2017, 58 jaar of ouder zijn, of | en die uiterlijk op 31 december 2017, 58 jaar of ouder zijn, of |
uiterlijk op 31 december 2018, 59 jaar of ouder zijn. | uiterlijk op 31 december 2018, 59 jaar of ouder zijn. |
In toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 125 van de | In toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 125 van de |
Nationale Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt de leeftijd bepaald op | Nationale Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt de leeftijd bepaald op |
58 jaar voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017 en op | 58 jaar voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017 en op |
59 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018. | 59 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018. |
§ 2. SWT op 58 jaar (of 59 jaar) na 35 jaar loopbaan in zwaar beroep | § 2. SWT op 58 jaar (of 59 jaar) na 35 jaar loopbaan in zwaar beroep |
In toepassing van artikel 3, § 3 van het koninklijk besluit van 3 mei | In toepassing van artikel 3, § 3 van het koninklijk besluit van 3 mei |
2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag | 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 122 van de Nationale | en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 122 van de Nationale |
Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt het recht op SWT toegekend aan de | Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt het recht op SWT toegekend aan de |
arbeiders die in een zwaar beroep worden tewerkgesteld die, op het | arbeiders die in een zwaar beroep worden tewerkgesteld die, op het |
ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, een | ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, een |
beroepsverleden van 35 jaar kunnen bewijzen, en die uiterlijk op 31 | beroepsverleden van 35 jaar kunnen bewijzen, en die uiterlijk op 31 |
december 2017, 58 jaar of ouder zijn, of uiterlijk op 31 december | december 2017, 58 jaar of ouder zijn, of uiterlijk op 31 december |
2018, 59 jaar of ouder zijn. | 2018, 59 jaar of ouder zijn. |
In toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 122 van de | In toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 122 van de |
Nationale Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt de leeftijd bepaald op | Nationale Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt de leeftijd bepaald op |
58 jaar voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017 en op | 58 jaar voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017 en op |
59 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018. | 59 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018. |
§ 3. SWT op 58 jaar (of 59 jaar) na 33 jaar beroepsverleden waarvan 20 | § 3. SWT op 58 jaar (of 59 jaar) na 33 jaar beroepsverleden waarvan 20 |
jaar nachtarbeid | jaar nachtarbeid |
In toepassing van artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit van 3 mei | In toepassing van artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit van 3 mei |
2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag | 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 120 van de Nationale | en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 120 van de Nationale |
Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt het recht op SWT toegekend aan de | Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt het recht op SWT toegekend aan de |
arbeiders die, op het ogenblik van de beëindiging van de | arbeiders die, op het ogenblik van de beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst, een beroepsverleden van minstens 33 jaar hebben | arbeidsovereenkomst, een beroepsverleden van minstens 33 jaar hebben |
en minimaal 20 jaar gewerkt hebben in een nachtregeling zoals voorzien | en minimaal 20 jaar gewerkt hebben in een nachtregeling zoals voorzien |
in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990, en die | in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990, en die |
uiterlijk op 31 december 2017, 58 jaar of ouder zijn, of uiterlijk op | uiterlijk op 31 december 2017, 58 jaar of ouder zijn, of uiterlijk op |
31 december 2018, 59 jaar of ouder zijn. | 31 december 2018, 59 jaar of ouder zijn. |
In toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 121 van de | In toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 121 van de |
Nationale Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt de leeftijd bepaald op | Nationale Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt de leeftijd bepaald op |
58 jaar voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017 en op | 58 jaar voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017 en op |
59 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018. | 59 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018. |
§ 4. SWT op 58 jaar (of 59 jaar) na 33 jaar loopbaan in een zwaar | § 4. SWT op 58 jaar (of 59 jaar) na 33 jaar loopbaan in een zwaar |
beroep | beroep |
In toepassing van artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit van 3 mei | In toepassing van artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit van 3 mei |
2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag | 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 120 van de Nationale | en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 120 van de Nationale |
Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt het recht op SWT toegekend aan de | Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt het recht op SWT toegekend aan de |
arbeiders die in een zwaar beroep worden tewerkgesteld die, op het | arbeiders die in een zwaar beroep worden tewerkgesteld die, op het |
ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, een | ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, een |
beroepsverleden van 33 jaar kunnen bewijzen, en die uiterlijk op 31 | beroepsverleden van 33 jaar kunnen bewijzen, en die uiterlijk op 31 |
december 2017, 58 jaar of ouder zijn, of uiterlijk op 31 december | december 2017, 58 jaar of ouder zijn, of uiterlijk op 31 december |
2018, 59 jaar of ouder zijn. | 2018, 59 jaar of ouder zijn. |
In toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 121 van de | In toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 121 van de |
Nationale Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt de leeftijd bepaald op | Nationale Arbeidsraad van 21 maart 2017, wordt de leeftijd bepaald op |
58 jaar voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017 en op | 58 jaar voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017 en op |
59 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018. | 59 jaar voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018. |
§ 5. Aangepaste beschikbaarheid | § 5. Aangepaste beschikbaarheid |
De arbeiders kunnen op hun vraag vrijgesteld worden van de | De arbeiders kunnen op hun vraag vrijgesteld worden van de |
verplichting aangepast beschikbaar te zijn in de zin van het artikel | verplichting aangepast beschikbaar te zijn in de zin van het artikel |
22, § 3 van het koninklijk besluit tot regeling van het stelsel van | 22, § 3 van het koninklijk besluit tot regeling van het stelsel van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag van 3 mei 2007. | werkloosheid met bedrijfstoeslag van 3 mei 2007. |
Opmerking | Opmerking |
Een collectieve arbeidsovereenkomst inzake stelsel van werkloosheid | Een collectieve arbeidsovereenkomst inzake stelsel van werkloosheid |
met bedrijfstoeslag zal in die zin worden opgesteld, vanaf 1 januari | met bedrijfstoeslag zal in die zin worden opgesteld, vanaf 1 januari |
2017 tot en met 31 december 2018. | 2017 tot en met 31 december 2018. |
§ 6. Aanvullende vergoeding | § 6. Aanvullende vergoeding |
De betaling van de aanvullende vergoedingen en de werkgeversbijdragen | De betaling van de aanvullende vergoedingen en de werkgeversbijdragen |
voor de regelingen inzake stelsel van werkloosheid met | voor de regelingen inzake stelsel van werkloosheid met |
bedrijfstoeslag, zoals opgenomen in de § § 1 tot en met 4 van dit | bedrijfstoeslag, zoals opgenomen in de § § 1 tot en met 4 van dit |
artikel, wordt volledig ten laste genomen door het fonds voor | artikel, wordt volledig ten laste genomen door het fonds voor |
bestaanszekerheid. | bestaanszekerheid. |
De betaling van de aanvullende vergoeding en de werkgeversbijdrage | De betaling van de aanvullende vergoeding en de werkgeversbijdrage |
voor de regeling inzake stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag | voor de regeling inzake stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
vanaf 60 jaar na 40 jaar loopbaan wordt volledig ten laste genomen | vanaf 60 jaar na 40 jaar loopbaan wordt volledig ten laste genomen |
door het fonds voor bestaanszekerheid. | door het fonds voor bestaanszekerheid. |
Opmerking | Opmerking |
De collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2016 inzake | De collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2016 inzake |
wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds, | wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds, |
geregistreerd onder het nummer 135636/CO/149.02 en algemeen verbindend | geregistreerd onder het nummer 135636/CO/149.02 en algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 31 januari 2017 (Belgisch | verklaard bij koninklijk besluit van 31 januari 2017 (Belgisch |
Staatsblad van 14 februari 2017) zal vanaf 1 januari 2017 in die zin | Staatsblad van 14 februari 2017) zal vanaf 1 januari 2017 in die zin |
worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. | worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. |
HOOFDSTUK IX. - Inspraak en overleg | HOOFDSTUK IX. - Inspraak en overleg |
Art. 20.Werknemersvertegenwoordiging |
Art. 20.Werknemersvertegenwoordiging |
Voor de duur van het akkoord 2017-2018 worden de bepalingen inzake de | Voor de duur van het akkoord 2017-2018 worden de bepalingen inzake de |
werknemersvertegenwoordiging, voorzien in artikel 16 van het nationaal | werknemersvertegenwoordiging, voorzien in artikel 16 van het nationaal |
akkoord 2015-2016 (130424/CO/149.02), verlengd. | akkoord 2015-2016 (130424/CO/149.02), verlengd. |
Concreet betekent dit : in de ondernemingen, waar de ondernemingsraad, | Concreet betekent dit : in de ondernemingen, waar de ondernemingsraad, |
het comité voor preventie en bescherming op het werk en/of de | het comité voor preventie en bescherming op het werk en/of de |
vakbondsafvaardiging niet moet worden hernieuwd ingevolge een daling | vakbondsafvaardiging niet moet worden hernieuwd ingevolge een daling |
van het aantal werknemers, kunnen de werknemersafgevaardigden die niet | van het aantal werknemers, kunnen de werknemersafgevaardigden die niet |
langer beschermd zijn, pas worden ontslagen, nadat het paritair | langer beschermd zijn, pas worden ontslagen, nadat het paritair |
subcomité samengeroepen op initiatief van de voorzitter, bijeengekomen | subcomité samengeroepen op initiatief van de voorzitter, bijeengekomen |
is en zich, binnen de 30 dagen na de kennisgeving aan de voorzitter, | is en zich, binnen de 30 dagen na de kennisgeving aan de voorzitter, |
heeft uitgesproken over het ontslag. Deze procedure is niet geldig in | heeft uitgesproken over het ontslag. Deze procedure is niet geldig in |
geval van ontslag wegens zwaarwichtige redenen. Het niet-eerbiedigen | geval van ontslag wegens zwaarwichtige redenen. Het niet-eerbiedigen |
van de procedure wordt gelijkgesteld met een kennelijk onredelijk | van de procedure wordt gelijkgesteld met een kennelijk onredelijk |
ontslag en in dat geval is de werkgever aan de betrokken | ontslag en in dat geval is de werkgever aan de betrokken |
werknemersafgevaardigde een schadevergoeding gelijk aan 17 weken loon | werknemersafgevaardigde een schadevergoeding gelijk aan 17 weken loon |
verschuldigd. | verschuldigd. |
Art. 21.Vakbondsvorming |
Art. 21.Vakbondsvorming |
De termijn waarbinnen de meest representatieve organisaties hun | De termijn waarbinnen de meest representatieve organisaties hun |
aanvraag van toegestane afwezigheid voor het volgen van | aanvraag van toegestane afwezigheid voor het volgen van |
vakbondsvorming moeten indienen bij de werkgever wordt verlaagd van 3 | vakbondsvorming moeten indienen bij de werkgever wordt verlaagd van 3 |
weken naar 2 weken. | weken naar 2 weken. |
Opmerking | Opmerking |
De collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011 inzake | De collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011 inzake |
vakbondsvorming, geregistreerd onder het nummer 104913/CO/149.02, | vakbondsvorming, geregistreerd onder het nummer 104913/CO/149.02, |
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 1 december | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 1 december |
2011 (Belgisch Staatsblad van 17 januari 2012), wordt in die zin | 2011 (Belgisch Staatsblad van 17 januari 2012), wordt in die zin |
gewijzigd, en dit voor onbepaalde duur. | gewijzigd, en dit voor onbepaalde duur. |
HOOFDSTUK X. - Technische aanpassingen | HOOFDSTUK X. - Technische aanpassingen |
Art. 22.Loopbaan- en anciënniteitsverlof voor deeltijdse werknemers |
Art. 22.Loopbaan- en anciënniteitsverlof voor deeltijdse werknemers |
Vanaf 1 januari 2018 kunnen deeltijdse arbeiders hun recht op | Vanaf 1 januari 2018 kunnen deeltijdse arbeiders hun recht op |
loopbaan- en anciënniteitsverlof slechts uitoefenen in verhouding tot | loopbaan- en anciënniteitsverlof slechts uitoefenen in verhouding tot |
hun arbeidsstelsel op het ogenblik van opname van het verlof. | hun arbeidsstelsel op het ogenblik van opname van het verlof. |
Commentaar : | Commentaar : |
In tussentijd blijven de bepalingen die in de ondernemingen van | In tussentijd blijven de bepalingen die in de ondernemingen van |
toepassing zijn en die stroken met de sectorale akkoorden van | toepassing zijn en die stroken met de sectorale akkoorden van |
toepassing. | toepassing. |
Opmerking | Opmerking |
De collectieve arbeidsovereenkomst van 28 september 2011 betreffende | De collectieve arbeidsovereenkomst van 28 september 2011 betreffende |
het anciënniteitsverlof, geregistreerd onder het nummer | het anciënniteitsverlof, geregistreerd onder het nummer |
106626/CO/149.02 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk | 106626/CO/149.02 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk |
besluit van 9 januari 2013 (Belgisch Staatsblad van 8 mei 2013), en de | besluit van 9 januari 2013 (Belgisch Staatsblad van 8 mei 2013), en de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015 betreffende het | collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2015 betreffende het |
loopbaanverlof, geregistreerd onder het nummer 130564/CO/149.02 en | loopbaanverlof, geregistreerd onder het nummer 130564/CO/149.02 en |
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 juli 2016 | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 juli 2016 |
(Belgisch Staatsblad van 23 september 2016), zullen vanaf 1 januari | (Belgisch Staatsblad van 23 september 2016), zullen vanaf 1 januari |
2018 in deze zin worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. | 2018 in deze zin worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. |
Art. 23.Geboorteverlof |
Art. 23.Geboorteverlof |
In overeenstemming met artikel 30, § 2 van de wet van 3 juli 1978, | In overeenstemming met artikel 30, § 2 van de wet van 3 juli 1978, |
zoals gewijzigd door de wet van 13 april 2011 (Belgisch Staatsblad van | zoals gewijzigd door de wet van 13 april 2011 (Belgisch Staatsblad van |
10 mei 2011), wordt in alle collectieve arbeidsovereenkomsten het | 10 mei 2011), wordt in alle collectieve arbeidsovereenkomsten het |
begrip "vaderschapsverlof" vervangen door "geboorteverlof". | begrip "vaderschapsverlof" vervangen door "geboorteverlof". |
Opmerking | Opmerking |
De collectieve arbeidsovereenkomst van 28 maart 2014 inzake de | De collectieve arbeidsovereenkomst van 28 maart 2014 inzake de |
eindejaarspremie, geregistreerd onder het nummer 121743/CO/149.02 en | eindejaarspremie, geregistreerd onder het nummer 121743/CO/149.02 en |
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 8 januari | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 8 januari |
2015 (Belgisch Staatsblad van 6 februari 2015), zal vanaf 1 januari | 2015 (Belgisch Staatsblad van 6 februari 2015), zal vanaf 1 januari |
2017 in die zin worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. | 2017 in die zin worden aangepast, en dit voor onbepaalde duur. |
Art. 24.Werkgroep |
Art. 24.Werkgroep |
Een werkgroep zal nagaan welke andere technische | Een werkgroep zal nagaan welke andere technische |
aanpassingen/actualisaties in de sectorale collectieve | aanpassingen/actualisaties in de sectorale collectieve |
arbeidsovereenkomsten nodig zijn. | arbeidsovereenkomsten nodig zijn. |
HOOFDSTUK XI. - Sociale vrede en duur van het akkoord | HOOFDSTUK XI. - Sociale vrede en duur van het akkoord |
Art. 25.Sociale vrede |
Art. 25.Sociale vrede |
Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst verzekert de sociale vrede | Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst verzekert de sociale vrede |
in de sector tijdens heel de duur van het akkoord. Bijgevolg zal geen | in de sector tijdens heel de duur van het akkoord. Bijgevolg zal geen |
enkele eis van algemene of collectieve aard voorgelegd worden, noch op | enkele eis van algemene of collectieve aard voorgelegd worden, noch op |
nationaal, noch op regionaal, noch op vlak van de individuele | nationaal, noch op regionaal, noch op vlak van de individuele |
onderneming. | onderneming. |
Art. 26.Duur |
Art. 26.Duur |
§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor bepaalde | § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor bepaalde |
duur, gaande van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2018, tenzij | duur, gaande van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2018, tenzij |
anders bepaald. | anders bepaald. |
§ 2. De artikelen die van toepassing zijn voor onbepaalde duur kunnen | § 2. De artikelen die van toepassing zijn voor onbepaalde duur kunnen |
worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van drie maanden, betekend | worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van drie maanden, betekend |
per aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité | per aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité |
voor het koetswerk en aan de ondertekenende organisaties. | voor het koetswerk en aan de ondertekenende organisaties. |
§ 3. De artikelen die van toepassing zijn op het sociaal fonds voor | § 3. De artikelen die van toepassing zijn op het sociaal fonds voor |
onbepaalde duur kunnen worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van | onbepaalde duur kunnen worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van |
zes maanden, betekend per aangetekend schrijven aan de voorzitter van | zes maanden, betekend per aangetekend schrijven aan de voorzitter van |
het Paritair Subcomité voor het koetswerk en aan de ondertekenende | het Paritair Subcomité voor het koetswerk en aan de ondertekenende |
organisaties. | organisaties. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 januari |
2018. | 2018. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2017, | Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2017, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende het | gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende het |
nationaal akkoord 2017-2018 | nationaal akkoord 2017-2018 |
Premies Vlaamse Gewest | Premies Vlaamse Gewest |
De ondertekenende partijen verklaren dat de arbeiders ressorterend | De ondertekenende partijen verklaren dat de arbeiders ressorterend |
onder het Paritair Subcomité voor het koetswerk en die inzake | onder het Paritair Subcomité voor het koetswerk en die inzake |
domicilie en tewerkstelling voldoen aan de omschrijving van het | domicilie en tewerkstelling voldoen aan de omschrijving van het |
Vlaamse Gewest gebruik kunnen maken van de aanmoedigingspremies van | Vlaamse Gewest gebruik kunnen maken van de aanmoedigingspremies van |
kracht in het Vlaamse Gewest namelijk : | kracht in het Vlaamse Gewest namelijk : |
- zorgkrediet; | - zorgkrediet; |
- opleidingskrediet; | - opleidingskrediet; |
- ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering. | - ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 januari |
2018. | 2018. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |