Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 10/09/2026
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten betreffende de fietsleasing"
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten betreffende de fietsleasing Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten betreffende de fietsleasing
10 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het 10 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie
van het personeel van de politiediensten betreffende de fietsleasing van het personeel van de politiediensten betreffende de fietsleasing
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een
geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel
121, vervangen bij de wet van 26 april 2002; 121, vervangen bij de wet van 26 april 2002;
Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de
rechtspositie van het personeel van de politiediensten ("RPPol"); rechtspositie van het personeel van de politiediensten ("RPPol");
Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. 615/6 van het Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. 615/6 van het
onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 25 juni onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 25 juni
2025; 2025;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20
oktober 2025; oktober 2025;
Gelet op het advies van de Raad van burgemeesters, gegeven op 20 Gelet op het advies van de Raad van burgemeesters, gegeven op 20
februari 2026; februari 2026;
Gelet op de weigering van akkoordbevinding van de Minister van Gelet op de weigering van akkoordbevinding van de Minister van
Begroting d.d. 17 februari 2026; Begroting d.d. 17 februari 2026;
Gelet op het besluit van de Ministerraad van 13 mei 2026 om voorbij te Gelet op het besluit van de Ministerraad van 13 mei 2026 om voorbij te
gaan aan de weigering van akkoordbevinding van de Minister van gaan aan de weigering van akkoordbevinding van de Minister van
Begroting; Begroting;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d. Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d.
30 januari 2026; 30 januari 2026;
Gelet op het advies 79.529/2 van de Raad van State, gegeven op 6 juli Gelet op het advies 79.529/2 van de Raad van State, gegeven op 6 juli
2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en van de Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en van de
Minister van Justitie en op het advies van de in Raad vergaderde Minister van Justitie en op het advies van de in Raad vergaderde
Ministers, Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel XI.III.4 RPPol, waarvan de bestaande tekst

Artikel 1.Artikel XI.III.4 RPPol, waarvan de bestaande tekst

paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende: paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, 4°, maakt het personeelslid " § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, 4°, maakt het personeelslid
de keuze, op basis van de eindejaarstoelage, om een theoretisch budget de keuze, op basis van de eindejaarstoelage, om een theoretisch budget
samen te stellen, binnen de grenzen waarin het kan kiezen voor samen te stellen, binnen de grenzen waarin het kan kiezen voor
duurzame maatschappelijke voordelen. duurzame maatschappelijke voordelen.
De keuze voor het theoretisch budget bedoeld in het eerste lid gebeurt De keuze voor het theoretisch budget bedoeld in het eerste lid gebeurt
vóór het begin van de referteperiode voor de vaststelling van de vóór het begin van de referteperiode voor de vaststelling van de
betrokken eindejaarstoelage. Door deze keuze ziet het personeelslid af betrokken eindejaarstoelage. Door deze keuze ziet het personeelslid af
van het recht op het geheel of een gedeelte van de eindejaarstoelage van het recht op het geheel of een gedeelte van de eindejaarstoelage
dat overeenstemt met de periode waarop de voordelen betrekking hebben. dat overeenstemt met de periode waarop de voordelen betrekking hebben.
Onverminderd het tweede lid, wordt, indien de omzetting van de Onverminderd het tweede lid, wordt, indien de omzetting van de
eindejaarstoelage gedeeltelijk is of indien er een saldo overblijft eindejaarstoelage gedeeltelijk is of indien er een saldo overblijft
van het theoretisch budget bedoeld in het eerste lid, het resterende van het theoretisch budget bedoeld in het eerste lid, het resterende
saldo jaarlijks aan het personeelslid uitbetaald in de vorm van een saldo jaarlijks aan het personeelslid uitbetaald in de vorm van een
toelage. toelage.

Art. 2.In deel XI, RPPol, wordt het opschrift van titel V vervangen

Art. 2.In deel XI, RPPol, wordt het opschrift van titel V vervangen

door wat volgt: door wat volgt:
"TITEL V. - ALLERLEI BEZOLDIGINGEN, TEGEMOETKOMINGEN EN ANDERE "TITEL V. - ALLERLEI BEZOLDIGINGEN, TEGEMOETKOMINGEN EN ANDERE
VOORDELEN". VOORDELEN".

Art. 3.In het deel XI, titel V, RPPol, wordt een hoofdstuk III

Art. 3.In het deel XI, titel V, RPPol, wordt een hoofdstuk III

ingevoegd luidende: ingevoegd luidende:
"HOOFDSTUK III. - Duurzame maatschappelijke voordelen. "HOOFDSTUK III. - Duurzame maatschappelijke voordelen.
Art. XI.V.11. § 1. "Het personeelslid dat kiest voor de samenstelling Art. XI.V.11. § 1. "Het personeelslid dat kiest voor de samenstelling
van een theoretisch budget in toepassing van artikel XI.III.4, § 2, van een theoretisch budget in toepassing van artikel XI.III.4, § 2,
stelt voor de referteperiode van de eindejaarstoelage en volgens stelt voor de referteperiode van de eindejaarstoelage en volgens
dezelfde modaliteiten, het theoretisch budget samen om de voordelen in dezelfde modaliteiten, het theoretisch budget samen om de voordelen in
het kader van fietsleasing te financieren. Elke soort fiets kan het kader van fietsleasing te financieren. Elke soort fiets kan
daarbij in aanmerking komen, ook elektrische exemplaren en daarbij in aanmerking komen, ook elektrische exemplaren en
speedpedelecs. speedpedelecs.
Worden uitgesloten van dit voordeel, personeelsleden niet onderworpen Worden uitgesloten van dit voordeel, personeelsleden niet onderworpen
aan het regime van de Belgische sociale zekerheid, de aspiranten niet aan het regime van de Belgische sociale zekerheid, de aspiranten niet
voortspruitend uit de sociale promotie, de personeelsleden van het voortspruitend uit de sociale promotie, de personeelsleden van het
administratief en logistiek kader tijdens hun stageperiode en de administratief en logistiek kader tijdens hun stageperiode en de
contractuele personeelsleden zonder arbeidsovereenkomst van onbepaalde contractuele personeelsleden zonder arbeidsovereenkomst van onbepaalde
duur. duur.
Voor het geval dat het bedrag van de fietsleasing hoger is dan het Voor het geval dat het bedrag van de fietsleasing hoger is dan het
bedrag van de eindejaarstoelage berekend overeenkomstig het artikel bedrag van de eindejaarstoelage berekend overeenkomstig het artikel
XI.III.4, § 1, eerste lid, 4°, wordt het verschil ten laste van het XI.III.4, § 1, eerste lid, 4°, wordt het verschil ten laste van het
personeelslid gelegd. personeelslid gelegd.
§ 2. In geval van verbreking van het leasingcontract door het § 2. In geval van verbreking van het leasingcontract door het
personeelslid inzonderheid ingevolge een ontslag, een personeelslid inzonderheid ingevolge een ontslag, een
oppensioenstelling of een verandering van werkgever worden de oppensioenstelling of een verandering van werkgever worden de
eventuele kosten die eraan verbonden zijn door het personeelslid eventuele kosten die eraan verbonden zijn door het personeelslid
gedragen. gedragen.
Art. XI.V.12. De nadere regels van de fietsleasing worden vastgesteld Art. XI.V.12. De nadere regels van de fietsleasing worden vastgesteld
in een document houdende het fietsleasebeleid, dat wordt goedgekeurd in een document houdende het fietsleasebeleid, dat wordt goedgekeurd
door de Minister.". door de Minister.".

Art. 4.De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister

Art. 4.De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister

bevoegd voor Justitie zijn, elk voor wat hem betreft, belast met de bevoegd voor Justitie zijn, elk voor wat hem betreft, belast met de
uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Brussel, 10 september 2026. Brussel, 10 september 2026.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
B. QUINTIN B. QUINTIN
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
A. VERLINDEN A. VERLINDEN
^