Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs, betreffende het conventioneel brugpensioen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs, betreffende het conventioneel brugpensioen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
10 OKTOBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 10 OKTOBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december |
2009, gesloten in het Paritair Comité voor de gesubsidieerde | 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de gesubsidieerde |
inrichtingen van het vrij onderwijs, betreffende het conventioneel | inrichtingen van het vrij onderwijs, betreffende het conventioneel |
brugpensioen (1) | brugpensioen (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de gesubsidieerde | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de gesubsidieerde |
inrichtingen van het vrij onderwijs; | inrichtingen van het vrij onderwijs; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 2009, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 2009, |
gesloten in het Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen | gesloten in het Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen |
van het vrij onderwijs, betreffende het conventioneel brugpensioen. | van het vrij onderwijs, betreffende het conventioneel brugpensioen. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 10 oktober 2010. | Gegeven te Brussel, 10 oktober 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast |
met het Migratie- en asielbeleid, | met het Migratie- en asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij | Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij |
onderwijs | onderwijs |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 2009 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 2009 |
Conventioneel brugpensioen | Conventioneel brugpensioen |
(Overeenkomst geregistreerd op 4 mei 2010 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 4 mei 2010 onder het nummer |
99219/CO/152) | 99219/CO/152) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers, op de werklieden en werksters, hierna werknemers | de werkgevers, op de werklieden en werksters, hierna werknemers |
genoemd, die ressorteren onder het Paritair Comité voor de | genoemd, die ressorteren onder het Paritair Comité voor de |
gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs. | gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs. |
HOOFDSTUK II. - Brugpensioen | HOOFDSTUK II. - Brugpensioen |
Art. 2.De leeftijd om te kunnen genieten van het brugpensioen zoals |
Art. 2.De leeftijd om te kunnen genieten van het brugpensioen zoals |
bedoeld bij hoofdstuk III van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. | bedoeld bij hoofdstuk III van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. |
17, gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot | 17, gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot |
invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van | invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van |
sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen | sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen |
verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975, wordt | verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975, wordt |
vastgesteld op 58 jaar. | vastgesteld op 58 jaar. |
Art. 3.De aanvullende vergoeding waarvan sprake in artikel 2 wordt |
Art. 3.De aanvullende vergoeding waarvan sprake in artikel 2 wordt |
enkel toegekend aan de werknemers die de leeftijd hebben bereikt, | enkel toegekend aan de werknemers die de leeftijd hebben bereikt, |
voorzien in artikel 2, en die voldoen aan de wettelijk gestelde | voorzien in artikel 2, en die voldoen aan de wettelijk gestelde |
anciënniteitsvoorwaarden om het statuut van bruggepensioneerde te | anciënniteitsvoorwaarden om het statuut van bruggepensioneerde te |
kunnen bekomen, zijnde in 2010 en 2011 : 37 jaar loondienst of | kunnen bekomen, zijnde in 2010 en 2011 : 37 jaar loondienst of |
gelijkgestelde dagen voor werklieden (indien zwaar beroep : 35 jaar) | gelijkgestelde dagen voor werklieden (indien zwaar beroep : 35 jaar) |
en 33 jaar voor werksters. In 2012 zijn de anciënniteitsvoorwaarden | en 33 jaar voor werksters. In 2012 zijn de anciënniteitsvoorwaarden |
voor werklieden 38 jaar loondienst of gelijkgestelde dagen (indien | voor werklieden 38 jaar loondienst of gelijkgestelde dagen (indien |
zwaar beroep : 35 jaar) en 35 jaar voor werksters. | zwaar beroep : 35 jaar) en 35 jaar voor werksters. |
HOOFDSTUK III. - Tussenkomst door het waarborg- en sociaal fonds | HOOFDSTUK III. - Tussenkomst door het waarborg- en sociaal fonds |
Art. 4.De bepalingen van hoofdstuk III van deze collectieve |
Art. 4.De bepalingen van hoofdstuk III van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst zijn enkel van toepassing op de inrichtingen | arbeidsovereenkomst zijn enkel van toepassing op de inrichtingen |
waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Vlaamse Gewest | waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Vlaamse Gewest |
en op de inrichtingen gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, | en op de inrichtingen gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, |
waarvan de maatschappelijke zetel in het Brussels Hoofdstedelijk | waarvan de maatschappelijke zetel in het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest gevestigd is en die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid | Gewest gevestigd is en die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid |
ingeschreven zijn op de Nederlandse taalrol. | ingeschreven zijn op de Nederlandse taalrol. |
Art. 5.Voor de brugpensioenen die ingaan na ingangsdatum van die |
Art. 5.Voor de brugpensioenen die ingaan na ingangsdatum van die |
collectieve arbeidsovereenkomst, neemt het "Waarborg- en Sociaal Fonds | collectieve arbeidsovereenkomst, neemt het "Waarborg- en Sociaal Fonds |
voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs" de | voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs" de |
terugbetaling aan de werkgevers ten laste van de aanvullende | terugbetaling aan de werkgevers ten laste van de aanvullende |
vergoeding zoals voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 | vergoeding zoals voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 |
van 19 december 1974 en van de bijzondere werkgeversbijdragen. Het | van 19 december 1974 en van de bijzondere werkgeversbijdragen. Het |
"Waarborg- en Sociaal Fonds voor de gesubsidieerde inrichtingen van | "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de gesubsidieerde inrichtingen van |
het vrij onderwijs" zal ertoe gehouden zijn binnen de limieten van de | het vrij onderwijs" zal ertoe gehouden zijn binnen de limieten van de |
daartoe geïnde bijdragen te blijven. | daartoe geïnde bijdragen te blijven. |
Art. 6.De modaliteiten van terugbetaling zoals voorzien in artikel 5, |
Art. 6.De modaliteiten van terugbetaling zoals voorzien in artikel 5, |
worden bepaald in de raad van beheer van het "Waarborg- en Sociaal | worden bepaald in de raad van beheer van het "Waarborg- en Sociaal |
Fonds voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs". | Fonds voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs". |
Art. 7.De werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigd in |
Art. 7.De werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigd in |
het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de gesubsidieerde inrichtingen | het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de gesubsidieerde inrichtingen |
van het vrij onderwijs", verbinden er zich toe de bepalingen van | van het vrij onderwijs", verbinden er zich toe de bepalingen van |
artikel 5 te evalueren zes maanden vóór het verstrijken van deze | artikel 5 te evalueren zes maanden vóór het verstrijken van deze |
collectieve arbeidsovereenkomst. | collectieve arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK IV. - Berekeningswijze | HOOFDSTUK IV. - Berekeningswijze |
Art. 8.De aftrek van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen voor |
Art. 8.De aftrek van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen voor |
de berekening van de aanvullende vergoeding wordt berekend op 100 pct. | de berekening van de aanvullende vergoeding wordt berekend op 100 pct. |
van het brutoloon. | van het brutoloon. |
Art. 9.De bepalingen van artikel 9 van deze collectieve |
Art. 9.De bepalingen van artikel 9 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst zijn enkel van toepassing op de inrichtingen | arbeidsovereenkomst zijn enkel van toepassing op de inrichtingen |
waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Vlaamse Gewest, | waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Vlaamse Gewest, |
en op de inrichtingen gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, | en op de inrichtingen gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, |
waarvan de maatschappelijke zetel in het Brussels Hoofdstedelijk | waarvan de maatschappelijke zetel in het Brussels Hoofdstedelijk |
Gewest gevestigd is en die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid | Gewest gevestigd is en die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid |
ingeschreven zijn op de Nederlandse taalrol. | ingeschreven zijn op de Nederlandse taalrol. |
Voor de werknemers die gebruik maken van het recht op een vermindering | Voor de werknemers die gebruik maken van het recht op een vermindering |
van de arbeidsprestaties voor werknemers van 50 jaar en ouder, zoals | van de arbeidsprestaties voor werknemers van 50 jaar en ouder, zoals |
bepaald in artikel 9, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. | bepaald in artikel 9, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. |
77bis, wordt de aanvullende vergoeding van het brugpensioen berekend | 77bis, wordt de aanvullende vergoeding van het brugpensioen berekend |
op basis van een voltijdse arbeidsprestatie wanneer zij overstappen | op basis van een voltijdse arbeidsprestatie wanneer zij overstappen |
van de loopbaanvermindering naar het conventioneel brugpensioen zoals | van de loopbaanvermindering naar het conventioneel brugpensioen zoals |
voorzien in deze collectieve arbeidsovereenkomst. | voorzien in deze collectieve arbeidsovereenkomst. |
Het nettoreferteloon wordt berekend rekening houdend met de werkbonus | Het nettoreferteloon wordt berekend rekening houdend met de werkbonus |
toegekend aan werknemers met een laag loon. | toegekend aan werknemers met een laag loon. |
HOOFDSTUK V. - Geldigheidsduur | HOOFDSTUK V. - Geldigheidsduur |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een |
bepaalde tijd. Zij heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010 en | bepaalde tijd. Zij heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010 en |
houdt op van kracht te zijn op 31 december 2012. | houdt op van kracht te zijn op 31 december 2012. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 oktober | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 oktober |
2010. | 2010. |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast |
met het Migratie- en asielbeleid, | met het Migratie- en asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |