Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken en tuinen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken en tuinen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
10 NOVEMBER 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 10 NOVEMBER 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006, |
gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot | gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot |
vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de werklieden en | vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de werklieden en |
werksters tewerkgesteld in de ondernemingen voor het inplanten en | werksters tewerkgesteld in de ondernemingen voor het inplanten en |
onderhouden van parken en tuinen (1) | onderhouden van parken en tuinen (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006, gesloten |
in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot vaststelling van | in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot vaststelling van |
de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de werklieden en werksters | de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de werklieden en werksters |
tewerkgesteld in de ondernemingen voor het inplanten en onderhouden | tewerkgesteld in de ondernemingen voor het inplanten en onderhouden |
van parken en tuinen. | van parken en tuinen. |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 10 november 2006. | Gegeven te Brussel, 10 november 2006. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P. VANVELTHOVEN | P. VANVELTHOVEN |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf | Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006 |
Vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de werklieden en | Vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor de werklieden en |
werksters tewerkgesteld in de ondernemingen voor het inplanten en | werksters tewerkgesteld in de ondernemingen voor het inplanten en |
onderhouden van parken en tuinen (Overeenkomst geregistreerd op 30 mei | onderhouden van parken en tuinen (Overeenkomst geregistreerd op 30 mei |
2006 onder het nummer 79915/CO/145) | 2006 onder het nummer 79915/CO/145) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en de werklieden en werksters van de ondernemingen die | de werkgevers en de werklieden en werksters van de ondernemingen die |
ressorteren onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf en | ressorteren onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf en |
waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het inplanten en onderhouden van | waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het inplanten en onderhouden van |
parken en tuinen. | parken en tuinen. |
HOOFDSTUK II. - Beroepenclassificatie | HOOFDSTUK II. - Beroepenclassificatie |
Art. 2.De beroepenclassificatie van de werklieden wordt vastgesteld |
Art. 2.De beroepenclassificatie van de werklieden wordt vastgesteld |
als volgt : | als volgt : |
1. Ongeschoolden. Worden als ongeschoolden aangezien : | 1. Ongeschoolden. Worden als ongeschoolden aangezien : |
a) de hulpwerklieden, de ongeschoolde werklieden die niet zelfstandig | a) de hulpwerklieden, de ongeschoolde werklieden die niet zelfstandig |
kunnen werken; | kunnen werken; |
b) de werklieden die niet zijn begrepen in een van de ondervermelde | b) de werklieden die niet zijn begrepen in een van de ondervermelde |
categorieën. | categorieën. |
2. Halfgeschoolden. Worden als halfgeschoolden aangezien : | 2. Halfgeschoolden. Worden als halfgeschoolden aangezien : |
a) de werklieden die, na technische aanwijzingen, ten minste de helft | a) de werklieden die, na technische aanwijzingen, ten minste de helft |
van de verrichtingen van de geschoolden, op één na, normaal, | van de verrichtingen van de geschoolden, op één na, normaal, |
zelfstandig en degelijk kunnen uitvoeren; | zelfstandig en degelijk kunnen uitvoeren; |
b) de houders van het brevet afgeleverd na voleindiging van een | b) de houders van het brevet afgeleverd na voleindiging van een |
leerovereenkomst "tuinaanleg"; | leerovereenkomst "tuinaanleg"; |
c) de grondwerkers. | c) de grondwerkers. |
3. Geschoolden. Worden als geschoolden aangezien : | 3. Geschoolden. Worden als geschoolden aangezien : |
a) de werklieden, houders van het einddiploma van het lager middelbaar | a) de werklieden, houders van het einddiploma van het lager middelbaar |
tuinbouwonderwijs (A3), die ten minste drie jaar praktijk hebben in | tuinbouwonderwijs (A3), die ten minste drie jaar praktijk hebben in |
één of meer ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken | één of meer ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken |
en tuinen; | en tuinen; |
b) de werklieden, houders van het diploma van tuinbouwtechnicus | b) de werklieden, houders van het diploma van tuinbouwtechnicus |
afgeleverd door een instelling van het hoger middelbaar | afgeleverd door een instelling van het hoger middelbaar |
tuinbouwonderwijs (A2), die ten minste twee jaar praktijk hebben in | tuinbouwonderwijs (A2), die ten minste twee jaar praktijk hebben in |
één of meer ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken | één of meer ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken |
en tuinen; | en tuinen; |
c) de werklieden, houders van het brevet afgeleverd na voleindiging | c) de werklieden, houders van het brevet afgeleverd na voleindiging |
van een leerovereenkomst "tuinaanleg" en die ten minste drie jaar | van een leerovereenkomst "tuinaanleg" en die ten minste drie jaar |
praktijk hebben in één of meer ondernemingen voor het inplanten en | praktijk hebben in één of meer ondernemingen voor het inplanten en |
onderhouden van parken en tuinen; | onderhouden van parken en tuinen; |
d) de werklieden die de volgende voorwaarden vervullen : | d) de werklieden die de volgende voorwaarden vervullen : |
- gedurende ten minste drie jaar in één of meer ondernemingen voor het | - gedurende ten minste drie jaar in één of meer ondernemingen voor het |
inplanten en onderhouden van parken en tuinen hebben gewerkt; | inplanten en onderhouden van parken en tuinen hebben gewerkt; |
- bekwaam zijn om, na technische voorlichting, op bevel van de | - bekwaam zijn om, na technische voorlichting, op bevel van de |
werkgever of zijn plaatsvervanger, volgende werkzaamheden te | werkgever of zijn plaatsvervanger, volgende werkzaamheden te |
verrichten op één of twee uitzonderingen na : snoeien in het algemeen; | verrichten op één of twee uitzonderingen na : snoeien in het algemeen; |
binden van alle gewassen voor de versiering van tuinen, zowel | binden van alle gewassen voor de versiering van tuinen, zowel |
sierplanten als fruitbomen; onder profiel brengen en afsteken van de | sierplanten als fruitbomen; onder profiel brengen en afsteken van de |
randen van de wegen en heestergroepen; toepassen van verschillende | randen van de wegen en heestergroepen; toepassen van verschillende |
besproeiingen; uitstrooien van organische en scheikundige meststoffen; | besproeiingen; uitstrooien van organische en scheikundige meststoffen; |
planten van alle gewassen voor het verfraaien van de tuinen en een | planten van alle gewassen voor het verfraaien van de tuinen en een |
grondige kennis ervan bezitten; maaien van grasperken en snoeien van | grondige kennis ervan bezitten; maaien van grasperken en snoeien van |
hagen en randen; voorbereiden van de te bezaaien percelen en deze | hagen en randen; voorbereiden van de te bezaaien percelen en deze |
percelen bezaaien, met alle werkzaamheden die daarop betrekking | percelen bezaaien, met alle werkzaamheden die daarop betrekking |
hebben; gebruiken van radicale en selectieve onkruidverdelgers; | hebben; gebruiken van radicale en selectieve onkruidverdelgers; |
verrichten van alle metselwerk nodig voor de versiering van de tuinen | verrichten van alle metselwerk nodig voor de versiering van de tuinen |
(vloeren, rotsen, vijvers, enz.); gebruiken van motorgrasmaaiers en | (vloeren, rotsen, vijvers, enz.); gebruiken van motorgrasmaaiers en |
maaimachines. | maaimachines. |
4. Meergeschoolden A. Worden als meergeschoolden A aangezien : | 4. Meergeschoolden A. Worden als meergeschoolden A aangezien : |
a) de geschoolde werklieden, houders van een diploma van | a) de geschoolde werklieden, houders van een diploma van |
tuinbouwtechnicus afgeleverd door een instelling van hoger middelbaar | tuinbouwtechnicus afgeleverd door een instelling van hoger middelbaar |
tuinbouwonderwijs (A2), die ten minste vijf jaar praktijk hebben in | tuinbouwonderwijs (A2), die ten minste vijf jaar praktijk hebben in |
één of meer ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken | één of meer ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken |
en tuinen; | en tuinen; |
b) de geschoolde werklieden, houders van het diploma A1 afgeleverd | b) de geschoolde werklieden, houders van het diploma A1 afgeleverd |
door een instelling van hoger tuinbouwonderwijs, die ten minste twee | door een instelling van hoger tuinbouwonderwijs, die ten minste twee |
jaar praktijk hebben in één of meer ondernemingen voor het inplanten | jaar praktijk hebben in één of meer ondernemingen voor het inplanten |
en onderhouden van parken en tuinen; | en onderhouden van parken en tuinen; |
c) de autovoerders die regelmatig en in hoofdzaak een vrachtwagen van | c) de autovoerders die regelmatig en in hoofdzaak een vrachtwagen van |
minimum 3,5 ton nuttige last voeren; | minimum 3,5 ton nuttige last voeren; |
d) de geschoolde werklieden die gelast worden met het vervoer van | d) de geschoolde werklieden die gelast worden met het vervoer van |
zwaar materieel; | zwaar materieel; |
e) de eerste hoveniers en de grasmaaiers op glooiingen en gevaarlijke | e) de eerste hoveniers en de grasmaaiers op glooiingen en gevaarlijke |
bermen; | bermen; |
f) de werklieden die gras maaien op bermen langs wegen aangeduid met | f) de werklieden die gras maaien op bermen langs wegen aangeduid met |
de verkeerstekens F5 en F9 en langs wegen met twee of meer baanvakken, | de verkeerstekens F5 en F9 en langs wegen met twee of meer baanvakken, |
gescheiden door een bezaaide of beplante middenberm. | gescheiden door een bezaaide of beplante middenberm. |
5. Meergeschoolden B. Behoren tot de meergeschoolden B : | 5. Meergeschoolden B. Behoren tot de meergeschoolden B : |
a) de werklieden, houders van een diploma van tuinbouwtechnicus, | a) de werklieden, houders van een diploma van tuinbouwtechnicus, |
afgeleverd door een instelling van hoger middelbaar tuinbouwonderwijs | afgeleverd door een instelling van hoger middelbaar tuinbouwonderwijs |
(A2), die ten minste tien jaar praktijk hebben in één of meer | (A2), die ten minste tien jaar praktijk hebben in één of meer |
ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken en tuinen; | ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken en tuinen; |
b) de werklieden, houders van het einddiploma A1 afgeleverd door een | b) de werklieden, houders van het einddiploma A1 afgeleverd door een |
instelling van hoger tuinbouwonderwijs, die ten minste vijf jaar | instelling van hoger tuinbouwonderwijs, die ten minste vijf jaar |
praktijk hebben in één of meer ondernemingen voor het inplanten en | praktijk hebben in één of meer ondernemingen voor het inplanten en |
onderhouden van parken en tuinen. | onderhouden van parken en tuinen. |
HOOFDSTUK III. - Loonvoorwaarden | HOOFDSTUK III. - Loonvoorwaarden |
A. Uurlonen | A. Uurlonen |
Art. 3.De minimumuurlonen van de werklieden en werksters van 18 jaar |
Art. 3.De minimumuurlonen van de werklieden en werksters van 18 jaar |
en ouder worden op basis van een wekelijkse arbeidsduur van 39 uren | en ouder worden op basis van een wekelijkse arbeidsduur van 39 uren |
als volgt vastgesteld : | als volgt vastgesteld : |
op 1 april 2006 : | op 1 april 2006 : |
Ongeschoolden : 9,78 EUR | Ongeschoolden : 9,78 EUR |
Halfgeschoolden : 10,08 EUR | Halfgeschoolden : 10,08 EUR |
Geschoolden : 10,72 EUR | Geschoolden : 10,72 EUR |
Meergeschoolden A : 10,99 EUR | Meergeschoolden A : 10,99 EUR |
Meergeschoolden B : 11,56 EUR | Meergeschoolden B : 11,56 EUR |
Art. 4.Voor de ondernemingen met minder dan tien werknemers die een |
Art. 4.Voor de ondernemingen met minder dan tien werknemers die een |
effectieve werkelijke wekelijkse arbeidsduur van 38 uren hebben, | effectieve werkelijke wekelijkse arbeidsduur van 38 uren hebben, |
worden de minimumuurlonen voor de werklieden en werksters van 18 jaar | worden de minimumuurlonen voor de werklieden en werksters van 18 jaar |
en ouder als volgt vastgelegd : | en ouder als volgt vastgelegd : |
op 1 april 2006 : | op 1 april 2006 : |
Ongeschoolden : 10,01 EUR | Ongeschoolden : 10,01 EUR |
Halfgeschoolden : 10,34 EUR | Halfgeschoolden : 10,34 EUR |
Geschoolden : 10,99 EUR | Geschoolden : 10,99 EUR |
Meergeschoolden A : 11,24 EUR | Meergeschoolden A : 11,24 EUR |
Meergeschoolden B : 11,85 EUR | Meergeschoolden B : 11,85 EUR |
Art. 5.De minimumuurlonen en de in de ondernemingen werkelijk |
Art. 5.De minimumuurlonen en de in de ondernemingen werkelijk |
uitbetaalde lonen worden verhoogd met 0,5 pct. op 1 oktober 2006. | uitbetaalde lonen worden verhoogd met 0,5 pct. op 1 oktober 2006. |
B. Barema minderjarigen | B. Barema minderjarigen |
Art. 6.De minimumuurlonen van de minderjarige werklieden en werksters |
Art. 6.De minimumuurlonen van de minderjarige werklieden en werksters |
worden als volgt vastgesteld : | worden als volgt vastgesteld : |
17 jaar : 85 pct. | 17 jaar : 85 pct. |
16 jaar : 70 pct. | 16 jaar : 70 pct. |
15 jaar : 55 pct. van het uurloon van de werklieden en werksters van | 15 jaar : 55 pct. van het uurloon van de werklieden en werksters van |
18 jaar en ouder van dezelfde categorie. | 18 jaar en ouder van dezelfde categorie. |
C. Anciënniteitstoeslag | C. Anciënniteitstoeslag |
Art. 7.Op de minimumuurlonen wordt een anciënniteitstoeslag |
Art. 7.Op de minimumuurlonen wordt een anciënniteitstoeslag |
toegekend. Deze toeslag bedraagt 0,5 pct. bij een anciënniteit van 5 | toegekend. Deze toeslag bedraagt 0,5 pct. bij een anciënniteit van 5 |
jaar in de onderneming, 1 pct. bij een anciënniteit van 10 jaar in de | jaar in de onderneming, 1 pct. bij een anciënniteit van 10 jaar in de |
onderneming, 1,5 pct. bij een anciënniteit van 15 jaar in de | onderneming, 1,5 pct. bij een anciënniteit van 15 jaar in de |
onderneming en 2 pct. bij een anciënniteit van 20 jaar in de | onderneming en 2 pct. bij een anciënniteit van 20 jaar in de |
onderneming. | onderneming. |
Art. 8.De toeslag wordt betaald vanaf de eerste dag van de maand |
Art. 8.De toeslag wordt betaald vanaf de eerste dag van de maand |
volgend op het bereiken van de anciënniteit van respectievelijk 5, 10, | volgend op het bereiken van de anciënniteit van respectievelijk 5, 10, |
15 of 20 jaar. | 15 of 20 jaar. |
D. Indexering | D. Indexering |
Art. 9.§ 1. Vanaf 1 juli 2006 wordt het indexmechanisme gewijzigd. De |
Art. 9.§ 1. Vanaf 1 juli 2006 wordt het indexmechanisme gewijzigd. De |
lonen worden jaarlijks geïndexeerd als volgt : | lonen worden jaarlijks geïndexeerd als volgt : |
De minimum en reële uurlonen worden elk jaar op 1 januari aangepast in | De minimum en reële uurlonen worden elk jaar op 1 januari aangepast in |
functie van de reële evolutie van het viermaandelijks gemiddelde van | functie van de reële evolutie van het viermaandelijks gemiddelde van |
de gezondheidsindex van de laatste 12 maanden (december jaar -1 | de gezondheidsindex van de laatste 12 maanden (december jaar -1 |
tegenover december jaar -2). | tegenover december jaar -2). |
§ 2. Bij wijze van overgangsmaatregel zal op 1 januari 2007 de | § 2. Bij wijze van overgangsmaatregel zal op 1 januari 2007 de |
indexering de inflatie omvatten tussen het viermaandelijks gemiddelde | indexering de inflatie omvatten tussen het viermaandelijks gemiddelde |
van de gezondheidsindex van de maand september 2005 en het | van de gezondheidsindex van de maand september 2005 en het |
viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex van de maand | viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex van de maand |
december 2006. | december 2006. |
Art. 10.Indien gelijktijdig een conventionele verhoging van de lonen |
Art. 10.Indien gelijktijdig een conventionele verhoging van de lonen |
en een indexering moet worden toegepast, wordt eerst de conventionele | en een indexering moet worden toegepast, wordt eerst de conventionele |
verhoging van de lonen toegepast en wordt nadien de indexering | verhoging van de lonen toegepast en wordt nadien de indexering |
berekend. | berekend. |
Art. 11.De lonen worden bij een aanpassing als volgt afgerond : |
Art. 11.De lonen worden bij een aanpassing als volgt afgerond : |
- bij om het even welke wijziging van de lonen gebeurt de berekening, | - bij om het even welke wijziging van de lonen gebeurt de berekening, |
voor het bekomen van het eindresultaat, tot op drie decimalen. Het | voor het bekomen van het eindresultaat, tot op drie decimalen. Het |
bekomen bedrag wordt naar de hogere centiem afgerond wanneer de derde | bekomen bedrag wordt naar de hogere centiem afgerond wanneer de derde |
decimaal 5 of meer bedraagt en naar de lagere centiem wanneer de derde | decimaal 5 of meer bedraagt en naar de lagere centiem wanneer de derde |
decimaal minder dan 5 bedraagt; | decimaal minder dan 5 bedraagt; |
- bij meerdere op eenzelfde tijdstip uit te voeren wijzigingen, wordt | - bij meerdere op eenzelfde tijdstip uit te voeren wijzigingen, wordt |
slechts het eindresultaat afgerond. | slechts het eindresultaat afgerond. |
E. Mobiliteitsvergoeding | E. Mobiliteitsvergoeding |
Art. 12.Wanneer de werkman, in opdracht van de werkgever, zich van de |
Art. 12.Wanneer de werkman, in opdracht van de werkgever, zich van de |
zetel van de onderneming, het werkhuis, de werkplaats of een ander | zetel van de onderneming, het werkhuis, de werkplaats of een ander |
door de werkgever aangeduide plaats naar een andere werkplaats moet | door de werkgever aangeduide plaats naar een andere werkplaats moet |
begeven, worden deze verplaatsingskosten volledig door de werkgever | begeven, worden deze verplaatsingskosten volledig door de werkgever |
gedragen, ongeacht het gebruikte vervoermiddel en de af te leggen | gedragen, ongeacht het gebruikte vervoermiddel en de af te leggen |
afstand. | afstand. |
Art. 13.De vergoeding van de verplaatsingen van de woonplaats |
Art. 13.De vergoeding van de verplaatsingen van de woonplaats |
rechtstreeks naar de plaats van tewerkstelling wordt aangevuld door | rechtstreeks naar de plaats van tewerkstelling wordt aangevuld door |
een mobiliteitspremie van 0,037 EUR per effectief afgelegde kilometer | een mobiliteitspremie van 0,037 EUR per effectief afgelegde kilometer |
(zowel heen als terug). | (zowel heen als terug). |
De werkgever is vrijgesteld van de betaling van de mobiliteitspremie | De werkgever is vrijgesteld van de betaling van de mobiliteitspremie |
indien de verplaatsing gebeurt gedurende de tijd tijdens dewelke het | indien de verplaatsing gebeurt gedurende de tijd tijdens dewelke het |
personeel ter beschikking is van de werkgever. | personeel ter beschikking is van de werkgever. |
Art. 14.Het betalen van de mobiliteitspremie gebeurt gelijktijdig met |
Art. 14.Het betalen van de mobiliteitspremie gebeurt gelijktijdig met |
de terugbetaling van de verplaatsingskosten. | de terugbetaling van de verplaatsingskosten. |
F. Premie ter compensatie van de onmogelijkheid van de werkgever om | F. Premie ter compensatie van de onmogelijkheid van de werkgever om |
warme maaltijden te verstrekken | warme maaltijden te verstrekken |
Art. 15.Alle werknemers die recht hebben op de mobiliteitsvergoeding |
Art. 15.Alle werknemers die recht hebben op de mobiliteitsvergoeding |
ontvangen ook dagelijks een forfaitaire premie ter compensatie van de | ontvangen ook dagelijks een forfaitaire premie ter compensatie van de |
onmogelijkheid van de werkgever om warme maaltijden te verstrekken van | onmogelijkheid van de werkgever om warme maaltijden te verstrekken van |
2,50 EUR. Deze premie doet geen afbreuk aan de bestaande vergoedingen | 2,50 EUR. Deze premie doet geen afbreuk aan de bestaande vergoedingen |
die worden uitbetaald in het kader van overnachtingen. | die worden uitbetaald in het kader van overnachtingen. |
G. Verblijfskosten en scheidingsvergoeding | G. Verblijfskosten en scheidingsvergoeding |
Art. 16.Indien de werkman belet is, wegens de aard van het werk of de |
Art. 16.Indien de werkman belet is, wegens de aard van het werk of de |
lange verplaatsingsduur, dagelijks huiswaarts te keren en hij dus in | lange verplaatsingsduur, dagelijks huiswaarts te keren en hij dus in |
de omgeving van de werkplaats moet overnachten, moet de werkgever | de omgeving van de werkplaats moet overnachten, moet de werkgever |
instaan voor degelijke huisvesting, eetmalen en het gratis vervoer | instaan voor degelijke huisvesting, eetmalen en het gratis vervoer |
naar die werkplaats. | naar die werkplaats. |
Art. 17.De werkgever kan zich van deze verplichting kwijten door |
Art. 17.De werkgever kan zich van deze verplichting kwijten door |
betaling van : | betaling van : |
- de forfaitaire vergoedingen : huisvesting : 18,01 EUR per dag; | - de forfaitaire vergoedingen : huisvesting : 18,01 EUR per dag; |
eetmalen : 9,16 EUR per dag. | eetmalen : 9,16 EUR per dag. |
Deze bedragen zijn van kracht sinds 1 oktober 2005 en worden gekoppeld | Deze bedragen zijn van kracht sinds 1 oktober 2005 en worden gekoppeld |
aan het indexcijfer van de consumptieprijzen op dezelfde manier als de | aan het indexcijfer van de consumptieprijzen op dezelfde manier als de |
indexaanpassing van de lonen maar worden afgerond naar de hogere | indexaanpassing van de lonen maar worden afgerond naar de hogere |
deciem. | deciem. |
- een scheidingsvergoeding van minimum 6,20 EUR per dag wegens de door | - een scheidingsvergoeding van minimum 6,20 EUR per dag wegens de door |
huisvesting veroorzaakte bijkomende kosten. | huisvesting veroorzaakte bijkomende kosten. |
HOOFDSTUK IV. - Geldigheid | HOOFDSTUK IV. - Geldigheid |
Art. 18.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
Art. 18.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
ingang van 1 april 2006 en is gesloten voor onbepaalde tijd. | ingang van 1 april 2006 en is gesloten voor onbepaalde tijd. |
Elk van de contracterende partijen kan ze opzeggen, mits een | Elk van de contracterende partijen kan ze opzeggen, mits een |
opzeggingstermijn van drie maanden, te betekenen bij een ter post | opzeggingstermijn van drie maanden, te betekenen bij een ter post |
aangetekende brief aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het | aangetekende brief aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het |
tuinbouwbedrijf. | tuinbouwbedrijf. |
De collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juli 2003, gesloten in het | De collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juli 2003, gesloten in het |
Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot vaststelling van de | Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot vaststelling van de |
loon- en arbeidsvoorwaarden voor de werklieden en werksters van de | loon- en arbeidsvoorwaarden voor de werklieden en werksters van de |
ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken en tuinen | ondernemingen voor het inplanten en onderhouden van parken en tuinen |
(koninklijk besluit van 1 september 2004, Belgisch Staatsblad van 29 | (koninklijk besluit van 1 september 2004, Belgisch Staatsblad van 29 |
september 2004) wordt opgeheven. | september 2004) wordt opgeheven. |
De collectieve arbeidsovereenkomst van 26 september 2001, gesloten in | De collectieve arbeidsovereenkomst van 26 september 2001, gesloten in |
het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de koppeling | het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende de koppeling |
van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen wordt | van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen wordt |
opgeheven (koninklijk besluit van 17 januari 2003, Belgisch Staatsblad | opgeheven (koninklijk besluit van 17 januari 2003, Belgisch Staatsblad |
van 27 maart 2003). | van 27 maart 2003). |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 november | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 november |
2006. | 2006. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P. VANVELTHOVEN | P. VANVELTHOVEN |