Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten | Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE |
OVERHEIDSDIENST JUSTITIE | OVERHEIDSDIENST JUSTITIE |
10 MAART 2008. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk | 10 MAART 2008. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk |
besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het | besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het |
personeel van de politiediensten | personeel van de politiediensten |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een | Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een |
geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, | geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, |
inzonderheid op artikel 121, zoals vervangen bij de wet van 26 april | inzonderheid op artikel 121, zoals vervangen bij de wet van 26 april |
2002; | 2002; |
Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de | Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de |
rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol); | rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol); |
Gelet op het protocol nr 201/1 van 15 januari 2007 van het | Gelet op het protocol nr 201/1 van 15 januari 2007 van het |
onderhandelingscomité voor de politiediensten; | onderhandelingscomité voor de politiediensten; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18 |
januari 2007; | januari 2007; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 23 | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 23 |
juli 2007; | juli 2007; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van |
14 mei 2007; | 14 mei 2007; |
Overwegende dat het advies van de Adviesraad van burgemeesters niet | Overwegende dat het advies van de Adviesraad van burgemeesters niet |
regelmatig binnen de voorgeschreven termijn gegeven is en dat geen | regelmatig binnen de voorgeschreven termijn gegeven is en dat geen |
verzoek om verlenging van de termijn gedaan is; dat er bijgevolg aan | verzoek om verlenging van de termijn gedaan is; dat er bijgevolg aan |
is voorbijgegaan; | is voorbijgegaan; |
Gelet op het advies n° 43.576/2 van de Raad van State, gegeven op 1 | Gelet op het advies n° 43.576/2 van de Raad van State, gegeven op 1 |
oktober 2007; | oktober 2007; |
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze | Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze |
Minister van Justitie, | Minister van Justitie, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Artikel VIII.III.3, tweede lid, RPPol, wordt vervangen als |
Artikel 1.Artikel VIII.III.3, tweede lid, RPPol, wordt vervangen als |
volgt : | volgt : |
« Indien het verlof wordt gesplitst en indien het personeelslid het | « Indien het verlof wordt gesplitst en indien het personeelslid het |
vraagt, moet het een doorlopende periode van ten minste zestien dagen | vraagt, moet het een doorlopende periode van ten minste zestien dagen |
omvatten. » | omvatten. » |
Art. 2.Artikel VIII.III.13 RPPol waarvan de bestaande tekst § 1 zal |
Art. 2.Artikel VIII.III.13 RPPol waarvan de bestaande tekst § 1 zal |
vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : | vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : |
« § 2. Indien een personeelslid zijn ambt definitief neerlegt vóór een | « § 2. Indien een personeelslid zijn ambt definitief neerlegt vóór een |
of meerdere van de data bedoeld in § 1, tweede lid, dan heeft het | of meerdere van de data bedoeld in § 1, tweede lid, dan heeft het |
recht op een aantal verlofdagen gelijk aan het aantal de feestdagen | recht op een aantal verlofdagen gelijk aan het aantal de feestdagen |
die samenvielen met een zaterdag of zondag in de periode dat het nog | die samenvielen met een zaterdag of zondag in de periode dat het nog |
in dienst was. Deze kunnen genomen worden onder dezelfde voorwaarden | in dienst was. Deze kunnen genomen worden onder dezelfde voorwaarden |
als het jaarlijks vakantieverlof. » | als het jaarlijks vakantieverlof. » |
Art. 3.In artikel VIII.V.1 RPPol worden de volgende wijzigingen |
Art. 3.In artikel VIII.V.1 RPPol worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° in het eerste lid worden de woorden « zeventien weken » vervangen | 1° in het eerste lid worden de woorden « zeventien weken » vervangen |
door de woorden « negentien weken »; | door de woorden « negentien weken »; |
2° in het eerste lid wordt in de Nederlandse tekst het woord « | 2° in het eerste lid wordt in de Nederlandse tekst het woord « |
bevallingsverlof » vervangen door het woord « moederschapsverlof »; | bevallingsverlof » vervangen door het woord « moederschapsverlof »; |
3° er wordt een tweede lid ingevoegd, luidende : | 3° er wordt een tweede lid ingevoegd, luidende : |
« De bezoldiging voor de verlenging van de postnatale rust toegestaan | « De bezoldiging voor de verlenging van de postnatale rust toegestaan |
in toepassing van artikel VIII.V.4, derde lid, mag niet meer dan één | in toepassing van artikel VIII.V.4, derde lid, mag niet meer dan één |
week bestrijken. »; | week bestrijken. »; |
4° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende : | 4° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende : |
« De bezoldiging voor de verlenging van de postnatale rust toegestaan | « De bezoldiging voor de verlenging van de postnatale rust toegestaan |
in toepassing van artikel VIII.V.4bis, mag niet meer dan 24 weken | in toepassing van artikel VIII.V.4bis, mag niet meer dan 24 weken |
bestrijken. » | bestrijken. » |
Art. 4.In artikel VIII.V.2 RPPol worden de volgende wijzigingen |
Art. 4.In artikel VIII.V.2 RPPol worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° in het eerste lid worden de woorden « zes weken » vervangen door de | 1° in het eerste lid worden de woorden « zes weken » vervangen door de |
woorden « vijf weken »; | woorden « vijf weken »; |
2° in het eerste lid wordt in de Nederlandse tekst het woord « | 2° in het eerste lid wordt in de Nederlandse tekst het woord « |
bevallingsverlof » vervangen door het woord « moederschapsverlof »; | bevallingsverlof » vervangen door het woord « moederschapsverlof »; |
3° in het tweede lid worden de woorden « acht weken » vervangen door | 3° in het tweede lid worden de woorden « acht weken » vervangen door |
de woorden « zeven weken ». | de woorden « zeven weken ». |
Art. 5.In de Nederlandse tekst van artikel VIII.V.3 RPPol wordt het |
Art. 5.In de Nederlandse tekst van artikel VIII.V.3 RPPol wordt het |
woord « bevallingsverlof » vervangen door het woord « | woord « bevallingsverlof » vervangen door het woord « |
moederschapsverlof ». | moederschapsverlof ». |
Art. 6.In artikel VIII.V.4 RPPol waarvan de bestaande tekst het |
Art. 6.In artikel VIII.V.4 RPPol waarvan de bestaande tekst het |
tweede lid zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : | tweede lid zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : |
1° er wordt een eerste lid ingevoegd, luidende : | 1° er wordt een eerste lid ingevoegd, luidende : |
« Op verzoek van het vrouwelijk personeelslid wordt het | « Op verzoek van het vrouwelijk personeelslid wordt het |
moederschapsverlof, in toepassing van artikel 39 van de arbeidswet van | moederschapsverlof, in toepassing van artikel 39 van de arbeidswet van |
16 maart 1971, na de negende week van het postnataal verlof verlengd | 16 maart 1971, na de negende week van het postnataal verlof verlengd |
met een periode waarvan de duur gelijk is aan de duur van de periode | met een periode waarvan de duur gelijk is aan de duur van de periode |
waarin zij verder heeft gewerkt vanaf de zesde week vóór de werkelijke | waarin zij verder heeft gewerkt vanaf de zesde week vóór de werkelijke |
datum van de bevalling of vanaf de achtste week wanneer de geboorte | datum van de bevalling of vanaf de achtste week wanneer de geboorte |
van een meerling wordt verwacht. Deze periode wordt, bij | van een meerling wordt verwacht. Deze periode wordt, bij |
vroeggeboorte, verminderd met de dagen waarop arbeid verricht werd | vroeggeboorte, verminderd met de dagen waarop arbeid verricht werd |
tijdens de periode van zeven dagen die de bevalling voorafgaat. »; | tijdens de periode van zeven dagen die de bevalling voorafgaat. »; |
2° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende : | 2° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende : |
« Op verzoek van het vrouwelijk personeelslid wordt het | « Op verzoek van het vrouwelijk personeelslid wordt het |
moederschapsverlof na de negende week van het postnataal verlof, | moederschapsverlof na de negende week van het postnataal verlof, |
verlengd met één week, wanneer het vrouwelijk personeelslid afwezig is | verlengd met één week, wanneer het vrouwelijk personeelslid afwezig is |
geweest wegens ziekte te wijten aan de zwangerschap gedurende de ganse | geweest wegens ziekte te wijten aan de zwangerschap gedurende de ganse |
periode vanaf de zesde week voorafgaand aan de werkelijke datum van de | periode vanaf de zesde week voorafgaand aan de werkelijke datum van de |
bevalling, of de achtste week wanneer de geboorte van een meerling | bevalling, of de achtste week wanneer de geboorte van een meerling |
wordt verwacht. »; | wordt verwacht. »; |
3° er wordt een vierde lid ingevoegd, luidende : | 3° er wordt een vierde lid ingevoegd, luidende : |
« In geval van geboorte van een meerling, wordt op verzoek van het | « In geval van geboorte van een meerling, wordt op verzoek van het |
vrouwelijk personeelslid het moederschapsverlof na de negende week van | vrouwelijk personeelslid het moederschapsverlof na de negende week van |
het postnataal verlof, eventueel verlengd overeenkomstig de bepalingen | het postnataal verlof, eventueel verlengd overeenkomstig de bepalingen |
van het eerste, het tweede en het derde lid, verlengd met een periode | van het eerste, het tweede en het derde lid, verlengd met een periode |
van maximaal twee weken. » | van maximaal twee weken. » |
Art. 7.In het RPPol wordt een artikel VIII.V.4bis ingevoegd, luidende |
Art. 7.In het RPPol wordt een artikel VIII.V.4bis ingevoegd, luidende |
: | : |
« Art. VIII.V.4bis. Wanneer het pasgeboren kind na de eerste zeven | « Art. VIII.V.4bis. Wanneer het pasgeboren kind na de eerste zeven |
dagen te rekenen vanaf zijn geboorte in de verplegingsinrichting moet | dagen te rekenen vanaf zijn geboorte in de verplegingsinrichting moet |
opgenomen blijven, kan op verzoek van het vrouwelijk personeelslid de | opgenomen blijven, kan op verzoek van het vrouwelijk personeelslid de |
postnatale rustperiode verlengd worden met een duur gelijk aan de | postnatale rustperiode verlengd worden met een duur gelijk aan de |
periode dat haar kind na die eerste zeven dagen in de | periode dat haar kind na die eerste zeven dagen in de |
verplegingsinrichting opgenomen blijft. De duur van deze verlenging | verplegingsinrichting opgenomen blijft. De duur van deze verlenging |
mag vierentwintig weken niet overschrijden. Met dat doel bezorgt het | mag vierentwintig weken niet overschrijden. Met dat doel bezorgt het |
vrouwelijk personeelslid aan de overheid waaronder zij ressorteert : | vrouwelijk personeelslid aan de overheid waaronder zij ressorteert : |
1° bij het einde van de postnatale rustperiode, een getuigschrift van | 1° bij het einde van de postnatale rustperiode, een getuigschrift van |
de verplegingsinrichting waaruit blijkt dat het pasgeboren kind in de | de verplegingsinrichting waaruit blijkt dat het pasgeboren kind in de |
verplegingsinrichting opgenomen blijft na de eerste zeven dagen vanaf | verplegingsinrichting opgenomen blijft na de eerste zeven dagen vanaf |
zijn geboorte en met vermelding van de duur van de opname; | zijn geboorte en met vermelding van de duur van de opname; |
2° in voorkomend geval een nieuw getuigschrift van de | 2° in voorkomend geval een nieuw getuigschrift van de |
verplegingsinrichting bij het einde van de verlenging die voortvloeit | verplegingsinrichting bij het einde van de verlenging die voortvloeit |
uit het bepaalde in dit lid waaruit blijkt dat tijdens deze verlenging | uit het bepaalde in dit lid waaruit blijkt dat tijdens deze verlenging |
het pasgeboren kind de verplegingsinrichting nog niet heeft mogen | het pasgeboren kind de verplegingsinrichting nog niet heeft mogen |
verlaten en met vermelding van de duur van de opname. » | verlaten en met vermelding van de duur van de opname. » |
Art. 8.In artikel VIII.V.10, § 3, eerste lid, RPPol, worden de |
Art. 8.In artikel VIII.V.10, § 3, eerste lid, RPPol, worden de |
woorden « twee maanden » vervangen door de woorden « twee weken ». | woorden « twee maanden » vervangen door de woorden « twee weken ». |
Art. 9.In de Nederlandse tekst van artikel VIII.VI.2 RPPol, wordt het |
Art. 9.In de Nederlandse tekst van artikel VIII.VI.2 RPPol, wordt het |
woord « bevallingsverlof » vervangen door het woord « | woord « bevallingsverlof » vervangen door het woord « |
moederschapsverlof ». | moederschapsverlof ». |
Art. 10.Het opschrift van deel VIII, titel VIII, RPPol wordt |
Art. 10.Het opschrift van deel VIII, titel VIII, RPPol wordt |
vervangen als volgt : | vervangen als volgt : |
« Titel VIII. - Adoptieverlof en opvangverlof ». | « Titel VIII. - Adoptieverlof en opvangverlof ». |
Art. 11.Artikel VIII.VIII.1 RPPol wordt vervangen als volgt : |
Art. 11.Artikel VIII.VIII.1 RPPol wordt vervangen als volgt : |
« Art. VIII.VIII.1. Een adoptieverlof wordt toegestaan aan het | « Art. VIII.VIII.1. Een adoptieverlof wordt toegestaan aan het |
personeelslid, met uitzondering van de aspirant, dat een kind beneden | personeelslid, met uitzondering van de aspirant, dat een kind beneden |
de tien jaar adopteert. | de tien jaar adopteert. |
Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken. Het verlof kan gesplitst | Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken. Het verlof kan gesplitst |
worden in weken en dient te worden opgenomen uiterlijk binnen de vier | worden in weken en dient te worden opgenomen uiterlijk binnen de vier |
maanden na de opname van het kind in het gezin van het personeelslid. | maanden na de opname van het kind in het gezin van het personeelslid. |
Op vraag van het personeelslid, kunnen ten hoogste 3 weken van dit | Op vraag van het personeelslid, kunnen ten hoogste 3 weken van dit |
verlof opgenomen worden vooraleer het kind effectief in het gezin | verlof opgenomen worden vooraleer het kind effectief in het gezin |
opgenomen wordt. | opgenomen wordt. |
Het personeelslid dat het verlof wenst te genieten bij toepassing van | Het personeelslid dat het verlof wenst te genieten bij toepassing van |
dit artikel, deelt aan de overheid waaronder het ressorteert, de datum | dit artikel, deelt aan de overheid waaronder het ressorteert, de datum |
mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. Die mededeling | mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. Die mededeling |
gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het | gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het |
verlof, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere | verlof, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere |
termijn aanvaardt. | termijn aanvaardt. |
Het personeelslid dient de volgende documenten voor te leggen : | Het personeelslid dient de volgende documenten voor te leggen : |
1° een attest, uitgereikt door de bevoegde centrale autoriteit van de | 1° een attest, uitgereikt door de bevoegde centrale autoriteit van de |
Gemeenschap of de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie waarin de | Gemeenschap of de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie waarin de |
toewijzing van het kind aan het personeelslid wordt bevestigd, om het | toewijzing van het kind aan het personeelslid wordt bevestigd, om het |
verlof van ten hoogste 3 weken te verkrijgen vooraleer het kind | verlof van ten hoogste 3 weken te verkrijgen vooraleer het kind |
opgenomen wordt in het gezin; | opgenomen wordt in het gezin; |
2° een attest dat de inschrijving van het kind in het bevolkings- of | 2° een attest dat de inschrijving van het kind in het bevolkings- of |
vreemdelingenregister bevestigt om het resterend verlof te kunnen | vreemdelingenregister bevestigt om het resterend verlof te kunnen |
opnemen. | opnemen. |
De maximumduur van het adoptieverlof wordt verdubbeld wanneer het kind | De maximumduur van het adoptieverlof wordt verdubbeld wanneer het kind |
getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van | getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van |
ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten | ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten |
minste 4 punten toegekend worden in de pijler 1 van de medisch-sociale | minste 4 punten toegekend worden in de pijler 1 van de medisch-sociale |
schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag. » | schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag. » |
Art. 12.Artikel VIII.VIII.2 RPPol wordt vervangen als volgt : |
Art. 12.Artikel VIII.VIII.2 RPPol wordt vervangen als volgt : |
« Art. VIII.VIII.2. Een opvangverlof wordt toegestaan aan het | « Art. VIII.VIII.2. Een opvangverlof wordt toegestaan aan het |
personeelslid, met uitzondering van de aspirant, dat de pleegvoogdij | personeelslid, met uitzondering van de aspirant, dat de pleegvoogdij |
opneemt van een kind beneden de tien jaar of dat een minderjarige | opneemt van een kind beneden de tien jaar of dat een minderjarige |
opneemt in zijn gezin ingevolge een rechterlijke beslissing tot | opneemt in zijn gezin ingevolge een rechterlijke beslissing tot |
plaatsing in een opvanggezin. | plaatsing in een opvanggezin. |
Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken voor een kind beneden de 3 | Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken voor een kind beneden de 3 |
jaar en ten hoogste 4 weken in de andere gevallen. Het verlof vangt | jaar en ten hoogste 4 weken in de andere gevallen. Het verlof vangt |
aan op de dag dat het kind in het gezin wordt opgenomen en kan niet | aan op de dag dat het kind in het gezin wordt opgenomen en kan niet |
gesplitst worden. | gesplitst worden. |
De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het kind | De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het kind |
getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van | getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van |
ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten | ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten |
minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale | minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale |
schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag; ». | schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag; ». |
Art. 13.In artikel VIII.IX.1 RPPol worden de volgende wijzigingen |
Art. 13.In artikel VIII.IX.1 RPPol worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° in het eerste lid, worden de woorden « hebben bereikt. » vervangen | 1° in het eerste lid, worden de woorden « hebben bereikt. » vervangen |
door de woorden « hebben bereikt; »; | door de woorden « hebben bereikt; »; |
2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : | 2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : |
« 3° opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen die | « 3° opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen die |
de leeftijd van 18 jaar niet hebben bereikt, wanneer het kind | de leeftijd van 18 jaar niet hebben bereikt, wanneer het kind |
getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van | getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van |
ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten | ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten |
minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale | minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale |
schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag; | schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag; |
4° opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen die | 4° opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen die |
onder het statuut van verlengde minderjarigheid werden geplaatst. »; | onder het statuut van verlengde minderjarigheid werden geplaatst. »; |
3° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende : | 3° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende : |
« Om het verlof in toepassing van dit artikel te genieten, kan de | « Om het verlof in toepassing van dit artikel te genieten, kan de |
dienst het personeelslid vragen het bewijs te leveren dat een | dienst het personeelslid vragen het bewijs te leveren dat een |
dwingende reden van familiaal belang zich voordoet. » | dwingende reden van familiaal belang zich voordoet. » |
Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de |
artikelen 3, 1° en 4°, 4, 6, 1° en 3° en 7 die uitwerking hebben met | artikelen 3, 1° en 4°, 4, 6, 1° en 3° en 7 die uitwerking hebben met |
ingang van 1 juli 2004 en met uitzondering van de artikelen 3, 3° en | ingang van 1 juli 2004 en met uitzondering van de artikelen 3, 3° en |
6, 2° die van toepassing zijn op de bevallingen die plaatsvinden na 1 | 6, 2° die van toepassing zijn op de bevallingen die plaatsvinden na 1 |
september 2006. | september 2006. |
Art. 15.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van |
Art. 15.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van |
Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit | Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 10 maart 2008. | Gegeven te Brussel, 10 maart 2008. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Binnenlandse Zaken, | De Minister van Binnenlandse Zaken, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
J. VANDEURZEN | J. VANDEURZEN |