Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 10/03/2008
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE
OVERHEIDSDIENST JUSTITIE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE
10 MAART 2008. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk 10 MAART 2008. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het
personeel van de politiediensten personeel van de politiediensten
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een
geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus,
inzonderheid op artikel 121, zoals vervangen bij de wet van 26 april inzonderheid op artikel 121, zoals vervangen bij de wet van 26 april
2002; 2002;
Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de
rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol); rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol);
Gelet op het protocol nr 201/1 van 15 januari 2007 van het Gelet op het protocol nr 201/1 van 15 januari 2007 van het
onderhandelingscomité voor de politiediensten; onderhandelingscomité voor de politiediensten;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18
januari 2007; januari 2007;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 23 Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 23
juli 2007; juli 2007;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van
14 mei 2007; 14 mei 2007;
Overwegende dat het advies van de Adviesraad van burgemeesters niet Overwegende dat het advies van de Adviesraad van burgemeesters niet
regelmatig binnen de voorgeschreven termijn gegeven is en dat geen regelmatig binnen de voorgeschreven termijn gegeven is en dat geen
verzoek om verlenging van de termijn gedaan is; dat er bijgevolg aan verzoek om verlenging van de termijn gedaan is; dat er bijgevolg aan
is voorbijgegaan; is voorbijgegaan;
Gelet op het advies n° 43.576/2 van de Raad van State, gegeven op 1 Gelet op het advies n° 43.576/2 van de Raad van State, gegeven op 1
oktober 2007; oktober 2007;
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze
Minister van Justitie, Minister van Justitie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel VIII.III.3, tweede lid, RPPol, wordt vervangen als

Artikel 1.Artikel VIII.III.3, tweede lid, RPPol, wordt vervangen als

volgt : volgt :
« Indien het verlof wordt gesplitst en indien het personeelslid het « Indien het verlof wordt gesplitst en indien het personeelslid het
vraagt, moet het een doorlopende periode van ten minste zestien dagen vraagt, moet het een doorlopende periode van ten minste zestien dagen
omvatten. » omvatten. »

Art. 2.Artikel VIII.III.13 RPPol waarvan de bestaande tekst § 1 zal

Art. 2.Artikel VIII.III.13 RPPol waarvan de bestaande tekst § 1 zal

vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
« § 2. Indien een personeelslid zijn ambt definitief neerlegt vóór een « § 2. Indien een personeelslid zijn ambt definitief neerlegt vóór een
of meerdere van de data bedoeld in § 1, tweede lid, dan heeft het of meerdere van de data bedoeld in § 1, tweede lid, dan heeft het
recht op een aantal verlofdagen gelijk aan het aantal de feestdagen recht op een aantal verlofdagen gelijk aan het aantal de feestdagen
die samenvielen met een zaterdag of zondag in de periode dat het nog die samenvielen met een zaterdag of zondag in de periode dat het nog
in dienst was. Deze kunnen genomen worden onder dezelfde voorwaarden in dienst was. Deze kunnen genomen worden onder dezelfde voorwaarden
als het jaarlijks vakantieverlof. » als het jaarlijks vakantieverlof. »

Art. 3.In artikel VIII.V.1 RPPol worden de volgende wijzigingen

Art. 3.In artikel VIII.V.1 RPPol worden de volgende wijzigingen

aangebracht : aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden « zeventien weken » vervangen 1° in het eerste lid worden de woorden « zeventien weken » vervangen
door de woorden « negentien weken »; door de woorden « negentien weken »;
2° in het eerste lid wordt in de Nederlandse tekst het woord « 2° in het eerste lid wordt in de Nederlandse tekst het woord «
bevallingsverlof » vervangen door het woord « moederschapsverlof »; bevallingsverlof » vervangen door het woord « moederschapsverlof »;
3° er wordt een tweede lid ingevoegd, luidende : 3° er wordt een tweede lid ingevoegd, luidende :
« De bezoldiging voor de verlenging van de postnatale rust toegestaan « De bezoldiging voor de verlenging van de postnatale rust toegestaan
in toepassing van artikel VIII.V.4, derde lid, mag niet meer dan één in toepassing van artikel VIII.V.4, derde lid, mag niet meer dan één
week bestrijken. »; week bestrijken. »;
4° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende : 4° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende :
« De bezoldiging voor de verlenging van de postnatale rust toegestaan « De bezoldiging voor de verlenging van de postnatale rust toegestaan
in toepassing van artikel VIII.V.4bis, mag niet meer dan 24 weken in toepassing van artikel VIII.V.4bis, mag niet meer dan 24 weken
bestrijken. » bestrijken. »

Art. 4.In artikel VIII.V.2 RPPol worden de volgende wijzigingen

Art. 4.In artikel VIII.V.2 RPPol worden de volgende wijzigingen

aangebracht : aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden « zes weken » vervangen door de 1° in het eerste lid worden de woorden « zes weken » vervangen door de
woorden « vijf weken »; woorden « vijf weken »;
2° in het eerste lid wordt in de Nederlandse tekst het woord « 2° in het eerste lid wordt in de Nederlandse tekst het woord «
bevallingsverlof » vervangen door het woord « moederschapsverlof »; bevallingsverlof » vervangen door het woord « moederschapsverlof »;
3° in het tweede lid worden de woorden « acht weken » vervangen door 3° in het tweede lid worden de woorden « acht weken » vervangen door
de woorden « zeven weken ». de woorden « zeven weken ».

Art. 5.In de Nederlandse tekst van artikel VIII.V.3 RPPol wordt het

Art. 5.In de Nederlandse tekst van artikel VIII.V.3 RPPol wordt het

woord « bevallingsverlof » vervangen door het woord « woord « bevallingsverlof » vervangen door het woord «
moederschapsverlof ». moederschapsverlof ».

Art. 6.In artikel VIII.V.4 RPPol waarvan de bestaande tekst het

Art. 6.In artikel VIII.V.4 RPPol waarvan de bestaande tekst het

tweede lid zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : tweede lid zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een eerste lid ingevoegd, luidende : 1° er wordt een eerste lid ingevoegd, luidende :
« Op verzoek van het vrouwelijk personeelslid wordt het « Op verzoek van het vrouwelijk personeelslid wordt het
moederschapsverlof, in toepassing van artikel 39 van de arbeidswet van moederschapsverlof, in toepassing van artikel 39 van de arbeidswet van
16 maart 1971, na de negende week van het postnataal verlof verlengd 16 maart 1971, na de negende week van het postnataal verlof verlengd
met een periode waarvan de duur gelijk is aan de duur van de periode met een periode waarvan de duur gelijk is aan de duur van de periode
waarin zij verder heeft gewerkt vanaf de zesde week vóór de werkelijke waarin zij verder heeft gewerkt vanaf de zesde week vóór de werkelijke
datum van de bevalling of vanaf de achtste week wanneer de geboorte datum van de bevalling of vanaf de achtste week wanneer de geboorte
van een meerling wordt verwacht. Deze periode wordt, bij van een meerling wordt verwacht. Deze periode wordt, bij
vroeggeboorte, verminderd met de dagen waarop arbeid verricht werd vroeggeboorte, verminderd met de dagen waarop arbeid verricht werd
tijdens de periode van zeven dagen die de bevalling voorafgaat. »; tijdens de periode van zeven dagen die de bevalling voorafgaat. »;
2° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende : 2° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende :
« Op verzoek van het vrouwelijk personeelslid wordt het « Op verzoek van het vrouwelijk personeelslid wordt het
moederschapsverlof na de negende week van het postnataal verlof, moederschapsverlof na de negende week van het postnataal verlof,
verlengd met één week, wanneer het vrouwelijk personeelslid afwezig is verlengd met één week, wanneer het vrouwelijk personeelslid afwezig is
geweest wegens ziekte te wijten aan de zwangerschap gedurende de ganse geweest wegens ziekte te wijten aan de zwangerschap gedurende de ganse
periode vanaf de zesde week voorafgaand aan de werkelijke datum van de periode vanaf de zesde week voorafgaand aan de werkelijke datum van de
bevalling, of de achtste week wanneer de geboorte van een meerling bevalling, of de achtste week wanneer de geboorte van een meerling
wordt verwacht. »; wordt verwacht. »;
3° er wordt een vierde lid ingevoegd, luidende : 3° er wordt een vierde lid ingevoegd, luidende :
« In geval van geboorte van een meerling, wordt op verzoek van het « In geval van geboorte van een meerling, wordt op verzoek van het
vrouwelijk personeelslid het moederschapsverlof na de negende week van vrouwelijk personeelslid het moederschapsverlof na de negende week van
het postnataal verlof, eventueel verlengd overeenkomstig de bepalingen het postnataal verlof, eventueel verlengd overeenkomstig de bepalingen
van het eerste, het tweede en het derde lid, verlengd met een periode van het eerste, het tweede en het derde lid, verlengd met een periode
van maximaal twee weken. » van maximaal twee weken. »

Art. 7.In het RPPol wordt een artikel VIII.V.4bis ingevoegd, luidende

Art. 7.In het RPPol wordt een artikel VIII.V.4bis ingevoegd, luidende

: :
« Art. VIII.V.4bis. Wanneer het pasgeboren kind na de eerste zeven « Art. VIII.V.4bis. Wanneer het pasgeboren kind na de eerste zeven
dagen te rekenen vanaf zijn geboorte in de verplegingsinrichting moet dagen te rekenen vanaf zijn geboorte in de verplegingsinrichting moet
opgenomen blijven, kan op verzoek van het vrouwelijk personeelslid de opgenomen blijven, kan op verzoek van het vrouwelijk personeelslid de
postnatale rustperiode verlengd worden met een duur gelijk aan de postnatale rustperiode verlengd worden met een duur gelijk aan de
periode dat haar kind na die eerste zeven dagen in de periode dat haar kind na die eerste zeven dagen in de
verplegingsinrichting opgenomen blijft. De duur van deze verlenging verplegingsinrichting opgenomen blijft. De duur van deze verlenging
mag vierentwintig weken niet overschrijden. Met dat doel bezorgt het mag vierentwintig weken niet overschrijden. Met dat doel bezorgt het
vrouwelijk personeelslid aan de overheid waaronder zij ressorteert : vrouwelijk personeelslid aan de overheid waaronder zij ressorteert :
1° bij het einde van de postnatale rustperiode, een getuigschrift van 1° bij het einde van de postnatale rustperiode, een getuigschrift van
de verplegingsinrichting waaruit blijkt dat het pasgeboren kind in de de verplegingsinrichting waaruit blijkt dat het pasgeboren kind in de
verplegingsinrichting opgenomen blijft na de eerste zeven dagen vanaf verplegingsinrichting opgenomen blijft na de eerste zeven dagen vanaf
zijn geboorte en met vermelding van de duur van de opname; zijn geboorte en met vermelding van de duur van de opname;
2° in voorkomend geval een nieuw getuigschrift van de 2° in voorkomend geval een nieuw getuigschrift van de
verplegingsinrichting bij het einde van de verlenging die voortvloeit verplegingsinrichting bij het einde van de verlenging die voortvloeit
uit het bepaalde in dit lid waaruit blijkt dat tijdens deze verlenging uit het bepaalde in dit lid waaruit blijkt dat tijdens deze verlenging
het pasgeboren kind de verplegingsinrichting nog niet heeft mogen het pasgeboren kind de verplegingsinrichting nog niet heeft mogen
verlaten en met vermelding van de duur van de opname. » verlaten en met vermelding van de duur van de opname. »

Art. 8.In artikel VIII.V.10, § 3, eerste lid, RPPol, worden de

Art. 8.In artikel VIII.V.10, § 3, eerste lid, RPPol, worden de

woorden « twee maanden » vervangen door de woorden « twee weken ». woorden « twee maanden » vervangen door de woorden « twee weken ».

Art. 9.In de Nederlandse tekst van artikel VIII.VI.2 RPPol, wordt het

Art. 9.In de Nederlandse tekst van artikel VIII.VI.2 RPPol, wordt het

woord « bevallingsverlof » vervangen door het woord « woord « bevallingsverlof » vervangen door het woord «
moederschapsverlof ». moederschapsverlof ».

Art. 10.Het opschrift van deel VIII, titel VIII, RPPol wordt

Art. 10.Het opschrift van deel VIII, titel VIII, RPPol wordt

vervangen als volgt : vervangen als volgt :
« Titel VIII. - Adoptieverlof en opvangverlof ». « Titel VIII. - Adoptieverlof en opvangverlof ».

Art. 11.Artikel VIII.VIII.1 RPPol wordt vervangen als volgt :

Art. 11.Artikel VIII.VIII.1 RPPol wordt vervangen als volgt :

« Art. VIII.VIII.1. Een adoptieverlof wordt toegestaan aan het « Art. VIII.VIII.1. Een adoptieverlof wordt toegestaan aan het
personeelslid, met uitzondering van de aspirant, dat een kind beneden personeelslid, met uitzondering van de aspirant, dat een kind beneden
de tien jaar adopteert. de tien jaar adopteert.
Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken. Het verlof kan gesplitst Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken. Het verlof kan gesplitst
worden in weken en dient te worden opgenomen uiterlijk binnen de vier worden in weken en dient te worden opgenomen uiterlijk binnen de vier
maanden na de opname van het kind in het gezin van het personeelslid. maanden na de opname van het kind in het gezin van het personeelslid.
Op vraag van het personeelslid, kunnen ten hoogste 3 weken van dit Op vraag van het personeelslid, kunnen ten hoogste 3 weken van dit
verlof opgenomen worden vooraleer het kind effectief in het gezin verlof opgenomen worden vooraleer het kind effectief in het gezin
opgenomen wordt. opgenomen wordt.
Het personeelslid dat het verlof wenst te genieten bij toepassing van Het personeelslid dat het verlof wenst te genieten bij toepassing van
dit artikel, deelt aan de overheid waaronder het ressorteert, de datum dit artikel, deelt aan de overheid waaronder het ressorteert, de datum
mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. Die mededeling mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. Die mededeling
gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het
verlof, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere verlof, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere
termijn aanvaardt. termijn aanvaardt.
Het personeelslid dient de volgende documenten voor te leggen : Het personeelslid dient de volgende documenten voor te leggen :
1° een attest, uitgereikt door de bevoegde centrale autoriteit van de 1° een attest, uitgereikt door de bevoegde centrale autoriteit van de
Gemeenschap of de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie waarin de Gemeenschap of de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie waarin de
toewijzing van het kind aan het personeelslid wordt bevestigd, om het toewijzing van het kind aan het personeelslid wordt bevestigd, om het
verlof van ten hoogste 3 weken te verkrijgen vooraleer het kind verlof van ten hoogste 3 weken te verkrijgen vooraleer het kind
opgenomen wordt in het gezin; opgenomen wordt in het gezin;
2° een attest dat de inschrijving van het kind in het bevolkings- of 2° een attest dat de inschrijving van het kind in het bevolkings- of
vreemdelingenregister bevestigt om het resterend verlof te kunnen vreemdelingenregister bevestigt om het resterend verlof te kunnen
opnemen. opnemen.
De maximumduur van het adoptieverlof wordt verdubbeld wanneer het kind De maximumduur van het adoptieverlof wordt verdubbeld wanneer het kind
getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van
ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten
minste 4 punten toegekend worden in de pijler 1 van de medisch-sociale minste 4 punten toegekend worden in de pijler 1 van de medisch-sociale
schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag. » schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag. »

Art. 12.Artikel VIII.VIII.2 RPPol wordt vervangen als volgt :

Art. 12.Artikel VIII.VIII.2 RPPol wordt vervangen als volgt :

« Art. VIII.VIII.2. Een opvangverlof wordt toegestaan aan het « Art. VIII.VIII.2. Een opvangverlof wordt toegestaan aan het
personeelslid, met uitzondering van de aspirant, dat de pleegvoogdij personeelslid, met uitzondering van de aspirant, dat de pleegvoogdij
opneemt van een kind beneden de tien jaar of dat een minderjarige opneemt van een kind beneden de tien jaar of dat een minderjarige
opneemt in zijn gezin ingevolge een rechterlijke beslissing tot opneemt in zijn gezin ingevolge een rechterlijke beslissing tot
plaatsing in een opvanggezin. plaatsing in een opvanggezin.
Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken voor een kind beneden de 3 Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken voor een kind beneden de 3
jaar en ten hoogste 4 weken in de andere gevallen. Het verlof vangt jaar en ten hoogste 4 weken in de andere gevallen. Het verlof vangt
aan op de dag dat het kind in het gezin wordt opgenomen en kan niet aan op de dag dat het kind in het gezin wordt opgenomen en kan niet
gesplitst worden. gesplitst worden.
De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het kind De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het kind
getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van
ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten
minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale
schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag; ». schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag; ».

Art. 13.In artikel VIII.IX.1 RPPol worden de volgende wijzigingen

Art. 13.In artikel VIII.IX.1 RPPol worden de volgende wijzigingen

aangebracht : aangebracht :
1° in het eerste lid, worden de woorden « hebben bereikt. » vervangen 1° in het eerste lid, worden de woorden « hebben bereikt. » vervangen
door de woorden « hebben bereikt; »; door de woorden « hebben bereikt; »;
2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : 2° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
« 3° opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen die « 3° opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen die
de leeftijd van 18 jaar niet hebben bereikt, wanneer het kind de leeftijd van 18 jaar niet hebben bereikt, wanneer het kind
getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van
ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten
minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale
schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag; schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag;
4° opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen die 4° opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen die
onder het statuut van verlengde minderjarigheid werden geplaatst. »; onder het statuut van verlengde minderjarigheid werden geplaatst. »;
3° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende : 3° er wordt een derde lid ingevoegd, luidende :
« Om het verlof in toepassing van dit artikel te genieten, kan de « Om het verlof in toepassing van dit artikel te genieten, kan de
dienst het personeelslid vragen het bewijs te leveren dat een dienst het personeelslid vragen het bewijs te leveren dat een
dwingende reden van familiaal belang zich voordoet. » dwingende reden van familiaal belang zich voordoet. »

Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de
artikelen 3, 1° en 4°, 4, 6, 1° en 3° en 7 die uitwerking hebben met artikelen 3, 1° en 4°, 4, 6, 1° en 3° en 7 die uitwerking hebben met
ingang van 1 juli 2004 en met uitzondering van de artikelen 3, 3° en ingang van 1 juli 2004 en met uitzondering van de artikelen 3, 3° en
6, 2° die van toepassing zijn op de bevallingen die plaatsvinden na 1 6, 2° die van toepassing zijn op de bevallingen die plaatsvinden na 1
september 2006. september 2006.

Art. 15.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van

Art. 15.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van

Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit
besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 10 maart 2008. Gegeven te Brussel, 10 maart 2008.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL P. DEWAEL
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
J. VANDEURZEN J. VANDEURZEN
^