Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 10/06/2001
← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen van de werklieden en werksters die ressorteren onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf "
Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen van de werklieden en werksters die ressorteren onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen van de werklieden en werksters die ressorteren onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID
10 JUNI 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de 10 JUNI 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de
opzeggingstermijnen van de werklieden en werksters die ressorteren opzeggingstermijnen van de werklieden en werksters die ressorteren
onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf (1) onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten,
inzonderheid op artikel 61, § 1, gewijzigd bij de wet van 20 juli inzonderheid op artikel 61, § 1, gewijzigd bij de wet van 20 juli
1991; 1991;
Gelet op het voorstel van het Paritair Comité voor het Gelet op het voorstel van het Paritair Comité voor het
tuinbouwbedrijf; tuinbouwbedrijf;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat er, omwille van sociale redenen, aanleiding toe Overwegende dat er, omwille van sociale redenen, aanleiding toe
bestaat zonder uitstel de opzeggingstermijnen te wijzigen in het bestaat zonder uitstel de opzeggingstermijnen te wijzigen in het
belang van de werklieden en werksters van de ondernemingen die belang van de werklieden en werksters van de ondernemingen die
ressorteren onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf en die ressorteren onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf en die
een belangrijke anciënniteit tellen; een belangrijke anciënniteit tellen;
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de

werklieden en werksters van de ondernemingen die onder de bevoegdheid werklieden en werksters van de ondernemingen die onder de bevoegdheid
van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf ressorteren, met van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf ressorteren, met
uitzondering van het seizoens- en het gelegenheidspersoneel zoals uitzondering van het seizoens- en het gelegenheidspersoneel zoals
bedoeld in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november bedoeld in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november
1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de
besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke
zekerheid der arbeiders. zekerheid der arbeiders.

Art. 2.Wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat, wordt, in

Art. 2.Wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat, wordt, in

afwijking van de bepalingen van artikel 59 van de wet van 3 juli 1978 afwijking van de bepalingen van artikel 59 van de wet van 3 juli 1978
betreffende de arbeidsovereenkomsten, de bij het beëindigen van de betreffende de arbeidsovereenkomsten, de bij het beëindigen van de
arbeidsovereenkomst voor werklieden na te leven opzeggingstermijn arbeidsovereenkomst voor werklieden na te leven opzeggingstermijn
vastgesteld op : vastgesteld op :
- vijfendertig dagen wat de werklieden betreft die tussen zes maanden - vijfendertig dagen wat de werklieden betreft die tussen zes maanden
en minder dan vijf jaren anciënniteit in de onderneming tellen; en minder dan vijf jaren anciënniteit in de onderneming tellen;
- tweeënveertig dagen wat de werklieden betreft die tussen vijf en - tweeënveertig dagen wat de werklieden betreft die tussen vijf en
minder dan tien jaren anciënniteit in de onderneming tellen; minder dan tien jaren anciënniteit in de onderneming tellen;
- zesenvijftig dagen wat de werklieden betreft die tussen tien en - zesenvijftig dagen wat de werklieden betreft die tussen tien en
minder dan vijftien jaren anciënniteit in de onderneming tellen; minder dan vijftien jaren anciënniteit in de onderneming tellen;
- vierentachtig dagen wat de werklieden betreft die tussen vijftien en - vierentachtig dagen wat de werklieden betreft die tussen vijftien en
minder dan twintig jaren anciënniteit in de onderneming tellen; minder dan twintig jaren anciënniteit in de onderneming tellen;
- honderdentwaalf dagen wat de werklieden betreft die twintig of meer - honderdentwaalf dagen wat de werklieden betreft die twintig of meer
jaren anciënniteit in de onderneming tellen. jaren anciënniteit in de onderneming tellen.

Art. 3.De opzeggingstermijnen bepaald in artikel 2 zijn niet van

Art. 3.De opzeggingstermijnen bepaald in artikel 2 zijn niet van

toepassing in geval de opzegging gegeven wordt door de werkgever in toepassing in geval de opzegging gegeven wordt door de werkgever in
het kader van een brugpensioenregeling. In dat geval worden de het kader van een brugpensioenregeling. In dat geval worden de
opzeggingstermijnen zoals bepaald in artikel 59 van de wet van 3 juli opzeggingstermijnen zoals bepaald in artikel 59 van de wet van 3 juli
1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, toegepast. 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, toegepast.

Art. 4.De opzeggingen betekend voor de inwerkingtreding van dit

Art. 4.De opzeggingen betekend voor de inwerkingtreding van dit

besluit blijven al hun gevolgen behouden. besluit blijven al hun gevolgen behouden.

Art. 5.Het koninklijk besluit van 21 juni 1999 tot vaststelling van

Art. 5.Het koninklijk besluit van 21 juni 1999 tot vaststelling van

de opzeggingstermijnen van de werklieden die ressorteren onder het de opzeggingstermijnen van de werklieden die ressorteren onder het
Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, wordt opgeheven. Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, wordt opgeheven.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Art. 6.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 7.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering

Art. 7.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering

van dit besluit. van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 juni 2001. Gegeven te Brussel, 10 juni 2001.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid, De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978.
Wet van 20 juli 1991, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991. Wet van 20 juli 1991, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991.
^