Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de jaren 1997 en 1998 in de subsector van de afhandeling op luchthavens | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de jaren 1997 en 1998 in de subsector van de afhandeling op luchthavens |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
10 JUNI 1998. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 10 JUNI 1998. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten |
in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de jaren 1997 en | in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de jaren 1997 en |
1998 in de subsector van de afhandeling op luchthavens (1) | 1998 in de subsector van de afhandeling op luchthavens (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer; |
Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997, gesloten |
in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de jaren 1997 en | in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de jaren 1997 en |
1998 in de subsector van de afhandeling op luchthavens. | 1998 in de subsector van de afhandeling op luchthavens. |
Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de |
Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 10 juni 1998. | Gegeven te Brussel, 10 juni 1998. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Mevr. M. SMET | Mevr. M. SMET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het vervoer | Paritair Comité voor het vervoer |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997 |
Jaren 1997 en 1998 in de subsector van de afhandeling op luchthavens | Jaren 1997 en 1998 in de subsector van de afhandeling op luchthavens |
(Overeenkomst geregistreerd op 15 september 1997 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 15 september 1997 onder het nummer |
44848/CO/140.08) | 44848/CO/140.08) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het | de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het |
vervoer en die tot de subsector van afhandeling op luchthavens behoren | vervoer en die tot de subsector van afhandeling op luchthavens behoren |
alsook tot hun werklieden. | alsook tot hun werklieden. |
Onder "afhandeling op luchthavens", wordt onder andere verstaan: | Onder "afhandeling op luchthavens", wordt onder andere verstaan: |
logistieke en administratieve bijstand verlenen aan luchtvaartuigen, | logistieke en administratieve bijstand verlenen aan luchtvaartuigen, |
aan bemanningsleden, aan passagiers, aan bagage, aan post en/of aan | aan bemanningsleden, aan passagiers, aan bagage, aan post en/of aan |
vracht ( afhandeling, sortering, verzending), zowel op de | vracht ( afhandeling, sortering, verzending), zowel op de |
inschepingsvloer, in en rond de vliegtuigen als in de | inschepingsvloer, in en rond de vliegtuigen als in de |
luchthavengebouwen. | luchthavengebouwen. |
Worden niet beschouwd onder "afhandeling op luchthavens" de volgende | Worden niet beschouwd onder "afhandeling op luchthavens" de volgende |
activiteiten : | activiteiten : |
de bevoorrading met motorbrandstoffen en smeermiddelen; | de bevoorrading met motorbrandstoffen en smeermiddelen; |
de bereiding van maaltijden, "inflight catering" genoemd. | de bereiding van maaltijden, "inflight catering" genoemd. |
Onder "werklieden", wordt bedoeld de werklieden en de werksters. | Onder "werklieden", wordt bedoeld de werklieden en de werksters. |
HOOFDSTUK II. - Functieclassificatie | HOOFDSTUK II. - Functieclassificatie |
Art. 2.§ 1. Partijen komen overeen om uiterlijk op 31 maart 1998 een |
Art. 2.§ 1. Partijen komen overeen om uiterlijk op 31 maart 1998 een |
systeem van functieclassificatie uit te werken. | systeem van functieclassificatie uit te werken. |
§ 2. Ondertussen blijft de thans bij de in artikel 1 bedoelde | § 2. Ondertussen blijft de thans bij de in artikel 1 bedoelde |
werkgevers geldende functieclassificatie van toepassing. | werkgevers geldende functieclassificatie van toepassing. |
Tijdens deze tijdspanne wordt voor de concrete toepassingsregels | Tijdens deze tijdspanne wordt voor de concrete toepassingsregels |
verwezen naar wat op heden overeengekomen of gebruikelijk is in de | verwezen naar wat op heden overeengekomen of gebruikelijk is in de |
ondernemingen. | ondernemingen. |
HOOFDSTUK III. - Verloning | HOOFDSTUK III. - Verloning |
Art. 3.Het minimumuurloon van de laagste categorie bedraagt 296 F. |
Art. 3.Het minimumuurloon van de laagste categorie bedraagt 296 F. |
Art. 4.§ 1. Het in artikel 3 vastgestelde minimumuurloon alsook de |
Art. 4.§ 1. Het in artikel 3 vastgestelde minimumuurloon alsook de |
lonen die effectief van toepassing zijn in de in artikel 1 bedoelde | lonen die effectief van toepassing zijn in de in artikel 1 bedoelde |
ondernemingen volgen de schommelingen van het indexcijfer der | ondernemingen volgen de schommelingen van het indexcijfer der |
consumptieprijzen. | consumptieprijzen. |
§ 2. Het indexeringssysteem is dit geregeld door de collectieve | § 2. Het indexeringssysteem is dit geregeld door de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 9 februari 1984 tot vaststelling van de | arbeidsovereenkomst van 9 februari 1984 tot vaststelling van de |
minimumlonen van de werklieden en werksters van de ondernemingen van | minimumlonen van de werklieden en werksters van de ondernemingen van |
goederenvervoer en vervoer van bestelgoederen en koppeling van deze | goederenvervoer en vervoer van bestelgoederen en koppeling van deze |
lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, algemeen | lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, algemeen |
verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 21 juni 1984 | verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 21 juni 1984 |
(Belgisch Staatsblad van 20 juli 1984). | (Belgisch Staatsblad van 20 juli 1984). |
De aanpassingen voortspruiten uit deze paragraaf dienen te gebeuren op | De aanpassingen voortspruiten uit deze paragraaf dienen te gebeuren op |
de werkelijke lonen. | de werkelijke lonen. |
§ 3. De werklieden die inzake indexering gunstiger voorwaarden hebben | § 3. De werklieden die inzake indexering gunstiger voorwaarden hebben |
verworven blijven deze behouden. | verworven blijven deze behouden. |
Art. 5.Elk jaar wordt een eindejaarspremie uitbetaald tijdens de week |
Art. 5.Elk jaar wordt een eindejaarspremie uitbetaald tijdens de week |
vóór 25 december. | vóór 25 december. |
De eindejaarspremie : | De eindejaarspremie : |
is minstens gelijk aan 164,66 uur van het werkelijk loon van de | is minstens gelijk aan 164,66 uur van het werkelijk loon van de |
functie die de betrokken werkman uitoefent, exclusief premies en | functie die de betrokken werkman uitoefent, exclusief premies en |
andere vergoedingen; | andere vergoedingen; |
Voor de deeltijdse werklieden is de eindejaarspremie gelijk aan de | Voor de deeltijdse werklieden is de eindejaarspremie gelijk aan de |
verhouding van hun wekelijkse arbeidsduur gedeeld door de wekelijkse | verhouding van hun wekelijkse arbeidsduur gedeeld door de wekelijkse |
arbeidsduur van een voltijdse werkman. | arbeidsduur van een voltijdse werkman. |
wordt toegekend aan de werkman die op 1 december in dienst is en een | wordt toegekend aan de werkman die op 1 december in dienst is en een |
volledig jaar ( refertejaar) dienst heeft in de onderneming; | volledig jaar ( refertejaar) dienst heeft in de onderneming; |
wordt prorata temporis toegekend aan de werkman die op 1 december nog | wordt prorata temporis toegekend aan de werkman die op 1 december nog |
geen volledig jaar maar minstens zes maanden dienst heeft; | geen volledig jaar maar minstens zes maanden dienst heeft; |
wordt prorata temporis toegekend aan de werkman die voor 1 december | wordt prorata temporis toegekend aan de werkman die voor 1 december |
ontslagen werd en die minstens zes maanden dienst had, behalve ontslag | ontslagen werd en die minstens zes maanden dienst had, behalve ontslag |
tijdens de proeftijd of wegens dringende reden; | tijdens de proeftijd of wegens dringende reden; |
wordt herleid a rato van de afwezigheden die niet het gevolg zijn van | wordt herleid a rato van de afwezigheden die niet het gevolg zijn van |
wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen betreffende | wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen betreffende |
jaarlijkse vakantie, wettelijke feestdagen, kort verzuim, | jaarlijkse vakantie, wettelijke feestdagen, kort verzuim, |
beroepsziekten en arbeidsongeval; voor de eerste dertig dagen | beroepsziekten en arbeidsongeval; voor de eerste dertig dagen |
afwezigheid op refertejaarbasis wegens ziekte, ongeval van gemeen | afwezigheid op refertejaarbasis wegens ziekte, ongeval van gemeen |
recht of moederschapsrust wordt de premie evenmin herleid. | recht of moederschapsrust wordt de premie evenmin herleid. |
Art. 6.Alle gunstigere voorwaarden met betrekking tot de elementen |
Art. 6.Alle gunstigere voorwaarden met betrekking tot de elementen |
vermeld in dit hoofdstuk III welke in de ondernemingen van toepassing | vermeld in dit hoofdstuk III welke in de ondernemingen van toepassing |
zijn, blijven onverminderd van toepassing. | zijn, blijven onverminderd van toepassing. |
Voor de concrete toepassingsregels wordt bijgevolg verwezen naar wat | Voor de concrete toepassingsregels wordt bijgevolg verwezen naar wat |
op heden overeengekomen of gebruikelijk is in de ondernemingen. | op heden overeengekomen of gebruikelijk is in de ondernemingen. |
HOOFDSTUK IV. - Arbeidsduur | HOOFDSTUK IV. - Arbeidsduur |
Art. 7.De normale wekelijkse arbeidsduur voor een voltijdse werknemer |
Art. 7.De normale wekelijkse arbeidsduur voor een voltijdse werknemer |
bedraagt 38 uur. | bedraagt 38 uur. |
Art. 8.§ 1. Een "split shift" houdt in dat de normale dagtaak |
Art. 8.§ 1. Een "split shift" houdt in dat de normale dagtaak |
gesplitst wordt in twee gedeelten. | gesplitst wordt in twee gedeelten. |
§ 2. Bij een split shift moet er tussen, de twee shiftgedeelten een | § 2. Bij een split shift moet er tussen, de twee shiftgedeelten een |
minimum onderbreking zijn van drie uur. | minimum onderbreking zijn van drie uur. |
§ 3. Voor een split shift ontvangt de werkman een "splitpremie". | § 3. Voor een split shift ontvangt de werkman een "splitpremie". |
Hij ontvangt eveneens tweemaal kilometer-vergoeding, het is te zeggen | Hij ontvangt eveneens tweemaal kilometer-vergoeding, het is te zeggen |
voor de weg heen en terug tussen de twee shiftgedeelten. | voor de weg heen en terug tussen de twee shiftgedeelten. |
§ 4. De bepalingen in dit artikel 8 kunnen alleen van toepassing zijn | § 4. De bepalingen in dit artikel 8 kunnen alleen van toepassing zijn |
mits hieromtrent een collectieve arbeidsovereenkomst op | mits hieromtrent een collectieve arbeidsovereenkomst op |
ondernemingsniveau wordt afgesloten, die ondertekend is door alle | ondernemingsniveau wordt afgesloten, die ondertekend is door alle |
representatieve werknemersorganisaties die in het Paritair Comité voor | representatieve werknemersorganisaties die in het Paritair Comité voor |
het vervoer vertegenwoordigd zijn. | het vervoer vertegenwoordigd zijn. |
De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de | De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de |
ondernemingen die op 31 december 1996 het stelsel toepasten dat door | ondernemingen die op 31 december 1996 het stelsel toepasten dat door |
dit artikel beheerst is. | dit artikel beheerst is. |
Art. 9.De grenzen van de arbeidsduur vastgesteld door de artikelen 19 |
Art. 9.De grenzen van de arbeidsduur vastgesteld door de artikelen 19 |
en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of een lagere grens | en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of een lagere grens |
vastgesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst kunnen | vastgesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst kunnen |
overschreden worden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur | overschreden worden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur |
berekend over een periode van één jaar gemiddeld de arbeidsduur | berekend over een periode van één jaar gemiddeld de arbeidsduur |
vastgesteld bij wet of collectieve arbeidsovereenkomst niet | vastgesteld bij wet of collectieve arbeidsovereenkomst niet |
overschrijdt. | overschrijdt. |
HOOFDSTUK V. - Nacht-, feestdagen- en weekendarbeid | HOOFDSTUK V. - Nacht-, feestdagen- en weekendarbeid |
Art. 10.Zonder afbreuk te doen aan alle andere wettelijke en |
Art. 10.Zonder afbreuk te doen aan alle andere wettelijke en |
reglementaire bepalingen, maar ook rekening houdend met de aard van de | reglementaire bepalingen, maar ook rekening houdend met de aard van de |
activiteiten welke direct en ononderbroken deel uitmaken van het | activiteiten welke direct en ononderbroken deel uitmaken van het |
vervoer via de lucht, het lossen en laden, is het noodzakelijk dat | vervoer via de lucht, het lossen en laden, is het noodzakelijk dat |
zowel mannelijke als vrouwelijke werklieden tijdens de nacht, het | zowel mannelijke als vrouwelijke werklieden tijdens de nacht, het |
weekend en op feestdagen worden tewerkgesteld. | weekend en op feestdagen worden tewerkgesteld. |
Art. 11.De partijen komen overeen een collectieve arbeidsovereenkomst |
Art. 11.De partijen komen overeen een collectieve arbeidsovereenkomst |
te sluiten die met de nieuwe wetgeving betreffende de nachtarbeid | te sluiten die met de nieuwe wetgeving betreffende de nachtarbeid |
rekening houdt. | rekening houdt. |
Art. 12.Ten aanzien van de ondernemingen die op 31 december 1996 geen |
Art. 12.Ten aanzien van de ondernemingen die op 31 december 1996 geen |
collectieve arbeidsovereenkomsten hebben inzake vergoeding van de in | collectieve arbeidsovereenkomsten hebben inzake vergoeding van de in |
dit hoofdstuk bedoelde prestaties zal tegen 31 maart 1998 een | dit hoofdstuk bedoelde prestaties zal tegen 31 maart 1998 een |
collectieve arbeidsovereenkomst worden gesloten. | collectieve arbeidsovereenkomst worden gesloten. |
HOOFDSTUK VI. - Syndicale afvaardiging | HOOFDSTUK VI. - Syndicale afvaardiging |
Art. 13.Ondertekenende partijen komen overeen om inzake het statuut |
Art. 13.Ondertekenende partijen komen overeen om inzake het statuut |
en de werking van de syndicale afvaardiging uiterlijk op 30 juni 1997 | en de werking van de syndicale afvaardiging uiterlijk op 30 juni 1997 |
een collectieve arbeidsovereenkomst af te sluiten. | een collectieve arbeidsovereenkomst af te sluiten. |
HOOFDSTUK VII. - Werkgeversbijdrage "risicogroepen" | HOOFDSTUK VII. - Werkgeversbijdrage "risicogroepen" |
Art. 14.Ondertekenende partijen verbinden zich er toe een collectieve |
Art. 14.Ondertekenende partijen verbinden zich er toe een collectieve |
arbeidsovereenkomst te sluiten overeenkomstig de bepalingen van | arbeidsovereenkomst te sluiten overeenkomstig de bepalingen van |
hoofdstuk II ("Maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de | hoofdstuk II ("Maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de |
vorming") van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende | vorming") van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende |
maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van | maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van |
artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de | artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de |
werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het | werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het |
concurrentievermogen. | concurrentievermogen. |
Art. 15.De in artikel 1 bedoelde werkgevers zullen voor de jaren 1997 |
Art. 15.De in artikel 1 bedoelde werkgevers zullen voor de jaren 1997 |
en 1998 een bijdrage van 0,10 pct. betalen aan het Sociaal Fonds voor | en 1998 een bijdrage van 0,10 pct. betalen aan het Sociaal Fonds voor |
het vervoer van goederen met motorvoertuigen. | het vervoer van goederen met motorvoertuigen. |
Art. 16.Het Sociaal Fonds voor het vervoer van goederen met |
Art. 16.Het Sociaal Fonds voor het vervoer van goederen met |
motorvoertuigen zal de in artikel 15 bedoelde middelen ter beschikking | motorvoertuigen zal de in artikel 15 bedoelde middelen ter beschikking |
stellen van de ondernemingen. | stellen van de ondernemingen. |
Art. 17.De in artikel 15 bedoelde middelen worden voor de opleiding |
Art. 17.De in artikel 15 bedoelde middelen worden voor de opleiding |
en de bevordering van de tewerkstelling van de personen behorend tot | en de bevordering van de tewerkstelling van de personen behorend tot |
de risicogroepen aangewend. | de risicogroepen aangewend. |
Art. 18.Het begrip "risicogroepen" wordt bepaald door een te sluiten |
Art. 18.Het begrip "risicogroepen" wordt bepaald door een te sluiten |
collectieve arbeidsovereenkomst. | collectieve arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK VIII. - Tewerkstellingsakkoorden | HOOFDSTUK VIII. - Tewerkstellingsakkoorden |
Art. 19.Ondertekenende partijen verbinden zich er toe een |
Art. 19.Ondertekenende partijen verbinden zich er toe een |
tewerkstellingsakkoord te sluiten overeenkomstig de bepalingen van | tewerkstellingsakkoord te sluiten overeenkomstig de bepalingen van |
hoofdstuk IV van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de | hoofdstuk IV van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de |
werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het | werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het |
concurrentievermogen en dit zodra de uitvoeringsbesluiten van boven | concurrentievermogen en dit zodra de uitvoeringsbesluiten van boven |
vermelde wet verschenen zijn. | vermelde wet verschenen zijn. |
HOOFDSTUK IX. - Arbeidsconflict | HOOFDSTUK IX. - Arbeidsconflict |
Art. 20 Vóór het uitlokken van een actie nemen de representatieve | Art. 20 Vóór het uitlokken van een actie nemen de representatieve |
werknemersorganisaties de verbintenis aan beroep te doen op het | werknemersorganisaties de verbintenis aan beroep te doen op het |
verzoeningsbureau opgericht door het Paritair Comité voor het vervoer | verzoeningsbureau opgericht door het Paritair Comité voor het vervoer |
en een actieaanzegging neer te leggen. | en een actieaanzegging neer te leggen. |
Art. 21.De actieaanzegging wordt aan de voorzitter van het paritair |
Art. 21.De actieaanzegging wordt aan de voorzitter van het paritair |
comité en aan de betrokken werkgever gestuurd. | comité en aan de betrokken werkgever gestuurd. |
Art. 22.De representatieve werknemersorganisaties en de werkgevers |
Art. 22.De representatieve werknemersorganisaties en de werkgevers |
verbinden zich er toe hun samenwerking te verlenen om een oplossing in | verbinden zich er toe hun samenwerking te verlenen om een oplossing in |
de schoot van het verzoeningsbureau te vinden. | de schoot van het verzoeningsbureau te vinden. |
Art. 23.De representatieve werknemersorganisaties en de werkgevers |
Art. 23.De representatieve werknemersorganisaties en de werkgevers |
verbinden zich er toe gevolg te geven aan iedere uitnodiging deel te | verbinden zich er toe gevolg te geven aan iedere uitnodiging deel te |
nemen aan een vergadering van het verzoeningsbureau. | nemen aan een vergadering van het verzoeningsbureau. |
HOOFDSTUK X. - Sociale vrede | HOOFDSTUK X. - Sociale vrede |
Art. 24.De representatieve werknemersorganisaties verbinden zich er |
Art. 24.De representatieve werknemersorganisaties verbinden zich er |
toe geen bijkomende eisen te stellen of te steunen tijdens de | toe geen bijkomende eisen te stellen of te steunen tijdens de |
geldigheidsduur van een collectieve arbeidsovereenkomst. | geldigheidsduur van een collectieve arbeidsovereenkomst. |
Deze verbintenis geldt ten aanzien van de punten die het voorwerp | Deze verbintenis geldt ten aanzien van de punten die het voorwerp |
hebben uitgemaakt van onderhandelingen. | hebben uitgemaakt van onderhandelingen. |
Deze verbintenis geldt voor de werkonderbrekingen, de stiptheidsacties | Deze verbintenis geldt voor de werkonderbrekingen, de stiptheidsacties |
of elke andere actievorm die het werk of een deel ervan kunnen | of elke andere actievorm die het werk of een deel ervan kunnen |
verstoren. | verstoren. |
Art. 25.De secretarissen van de representatieve |
Art. 25.De secretarissen van de representatieve |
werknemersorganisaties en de personeelsafgevaardigden zijn er toe | werknemersorganisaties en de personeelsafgevaardigden zijn er toe |
gehouden de verbintenissen genomen door de organisaties in de | gehouden de verbintenissen genomen door de organisaties in de |
artikelen 20 tot 24 van deze overeenkomst na te komen. | artikelen 20 tot 24 van deze overeenkomst na te komen. |
Art. 26.De syndicale afvaardiging zal tijdens de werkuren en in het |
Art. 26.De syndicale afvaardiging zal tijdens de werkuren en in het |
bedrijf slechts vergaderen na voorafgaande mededeling hiervan door de | bedrijf slechts vergaderen na voorafgaande mededeling hiervan door de |
secretaris van de betrokken vakorganisatie aan de werkgever. | secretaris van de betrokken vakorganisatie aan de werkgever. |
Art. 27.Rekening houdend met de verbintenissen aangegaan door de |
Art. 27.Rekening houdend met de verbintenissen aangegaan door de |
representatieve werknemersorganisaties in de artikelen 20 tot 26, | representatieve werknemersorganisaties in de artikelen 20 tot 26, |
zullen de in artikel 1 van onderhavige overeenkomst bedoelde | zullen de in artikel 1 van onderhavige overeenkomst bedoelde |
werkgevers een bijdrage gelijk aan 0,23 pct. van de lonen van de | werkgevers een bijdrage gelijk aan 0,23 pct. van de lonen van de |
arbeiders storten aan het Sociaal Fonds voor het vervoer van goederen | arbeiders storten aan het Sociaal Fonds voor het vervoer van goederen |
met motorvoertuigen en dit met ingang vanaf 1 januari 1999. | met motorvoertuigen en dit met ingang vanaf 1 januari 1999. |
De ondernemingen die, op 31 december 1996, niet gebonden waren door | De ondernemingen die, op 31 december 1996, niet gebonden waren door |
een collectieve arbeidsovereenkomst met betrekking tot de toekenning | een collectieve arbeidsovereenkomst met betrekking tot de toekenning |
van een syndicale premie of een getrouwheidspremie moeten de bijdrage | van een syndicale premie of een getrouwheidspremie moeten de bijdrage |
voorzien in het vorig lid vanaf 1 januari 1997 storten. | voorzien in het vorig lid vanaf 1 januari 1997 storten. |
Art. 28.De in artikel 27 vastgestelde bijdrage is bestemd voor de |
Art. 28.De in artikel 27 vastgestelde bijdrage is bestemd voor de |
financiering van de uitbetaling van een syndicale premie ten gunste | financiering van de uitbetaling van een syndicale premie ten gunste |
van de aangesloten werknemers die door de werkgevers bedoeld in | van de aangesloten werknemers die door de werkgevers bedoeld in |
artikel 1 tewerkgesteld zijn. | artikel 1 tewerkgesteld zijn. |
Art. 29.De collectieve arbeidsovereenkomsten en akkoorden met |
Art. 29.De collectieve arbeidsovereenkomsten en akkoorden met |
betrekking tot de syndicale premie en/of een getrouwheidsfonds die op | betrekking tot de syndicale premie en/of een getrouwheidsfonds die op |
ondernemingsvlak waren gesloten houden op van kracht te zijn met | ondernemingsvlak waren gesloten houden op van kracht te zijn met |
ingang van 1 januari 1999. | ingang van 1 januari 1999. |
HOOFDSTUK XI. - Loonmarge | HOOFDSTUK XI. - Loonmarge |
Art. 30.De partijen komen overeen dat de onderhandelingen betreffende |
Art. 30.De partijen komen overeen dat de onderhandelingen betreffende |
de sociale programmatie 1997-1998 het voorwerp zullen uitmaken van een | de sociale programmatie 1997-1998 het voorwerp zullen uitmaken van een |
collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de schoot van het Paritair | collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de schoot van het Paritair |
Comité voor het vervoer. | Comité voor het vervoer. |
HOOFDSTUK XII. - Geldigheidsduur | HOOFDSTUK XII. - Geldigheidsduur |
Art. 31.Deze overeenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari |
Art. 31.Deze overeenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari |
1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998. | 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998. |
Art. 32.De partijen nemen de verbintenis aan collectieve |
Art. 32.De partijen nemen de verbintenis aan collectieve |
arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur te sluiten vóór 31 december | arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur te sluiten vóór 31 december |
1998 betreffende de indexering van de lonen, de arbeidsconflicten en | 1998 betreffende de indexering van de lonen, de arbeidsconflicten en |
de sociale vrede. | de sociale vrede. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 juni | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 juni |
1998. | 1998. |
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Mevr. M. SMET | Mevr. M. SMET |