Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 augustus 1995, gesloten in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende het brugpensioen op 57 jaar | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 augustus 1995, gesloten in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende het brugpensioen op 57 jaar |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
10 JUNI 1997. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 10 JUNI 1997. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 augustus 1995, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 augustus 1995, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende het | gesloten in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende het |
brugpensioen op 57 jaar (1) | brugpensioen op 57 jaar (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering | Gelet op de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering |
van de tewerkstelling, inzonderheid op titel II; | van de tewerkstelling, inzonderheid op titel II; |
Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de |
toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel | toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel |
brugpensioen; | brugpensioen; |
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr 17, gesloten op 19 | Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr 17, gesloten op 19 |
december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een | december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een |
regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde | regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde |
werknemers, indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard | werknemers, indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard |
bij koninklijk besluit van 16 januari 1975; | bij koninklijk besluit van 16 januari 1975; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de houthandel; | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de houthandel; |
Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 31 augustus 1995, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 31 augustus 1995, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende het | gesloten in het Paritair Subcomité voor de houthandel, betreffende het |
brugpensioen op 57 jaar. | brugpensioen op 57 jaar. |
Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de |
Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 10 juni 1997. | Gegeven te Brussel, 10 juni 1997. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Mevr. M. SMET | Mevr. M. SMET |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de houthandel | Paritair Subcomité voor de houthandel |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 31 augustus 1995 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 31 augustus 1995 |
Brugpensioen op 57 jaar | Brugpensioen op 57 jaar |
(Overeenkomst geregistreerd op 20 december 1995 | (Overeenkomst geregistreerd op 20 december 1995 |
onder het nummer 40034/CO/125.03) | onder het nummer 40034/CO/125.03) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgever die onder het Paritair Subcomité voor de houthandel | de werkgever die onder het Paritair Subcomité voor de houthandel |
ressorteren alsook op hun werklieden. | ressorteren alsook op hun werklieden. |
Onder "werklieden", worden de werklieden en werksters bedoeld. | Onder "werklieden", worden de werklieden en werksters bedoeld. |
HOOFDSTUK II. - Doeleinden | HOOFDSTUK II. - Doeleinden |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel : |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel : |
- de verlenging van het stelsel brugpensioen op 57 jaar met | - de verlenging van het stelsel brugpensioen op 57 jaar met |
compenserende aanwervingen teneinde de tewerkstelling van jongere | compenserende aanwervingen teneinde de tewerkstelling van jongere |
werklieden aan te moedigen; | werklieden aan te moedigen; |
- de omschrijving van de oudere werklieden die kunnen genieten van dit | - de omschrijving van de oudere werklieden die kunnen genieten van dit |
brugpensioenstelsel; | brugpensioenstelsel; |
- de omschrijving van de tussenkomst van het Fonds voor | - de omschrijving van de tussenkomst van het Fonds voor |
bestaanszekerheid van de houthandel in de kostprijs van het | bestaanszekerheid van de houthandel in de kostprijs van het |
brugpensioen. | brugpensioen. |
HOOFDSTUK III. - Toekenningsvoorwaarden van de bijkomende vergoeding | HOOFDSTUK III. - Toekenningsvoorwaarden van de bijkomende vergoeding |
brugpensioen | brugpensioen |
Art. 3.Om aanspraak te kunnen maken op de bijkomende vergoeding |
Art. 3.Om aanspraak te kunnen maken op de bijkomende vergoeding |
brugpensioen geregeld bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, moet | brugpensioen geregeld bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, moet |
de afgedankte oudere werkman de volgende voorwaarden vervullen : | de afgedankte oudere werkman de volgende voorwaarden vervullen : |
- tenminste 57 jaar oud zijn op de datum van beeindiging van de | - tenminste 57 jaar oud zijn op de datum van beeindiging van de |
arbeidsovereenkomst die hem met een werkgever bedoeld onder artikel 1 | arbeidsovereenkomst die hem met een werkgever bedoeld onder artikel 1 |
bindt; | bindt; |
- afgedankt zijn, behalve om dringende redenen, door een werkgever | - afgedankt zijn, behalve om dringende redenen, door een werkgever |
bedoeld onder artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst; | bedoeld onder artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst; |
- de werkloosheidsvergoedingen genieten; | - de werkloosheidsvergoedingen genieten; |
- het wettelijk statuut van bruggepensioneerde genieten; | - het wettelijk statuut van bruggepensioneerde genieten; |
- iedere door de reglementering betreffende het brugpensioen niet | - iedere door de reglementering betreffende het brugpensioen niet |
toegelaten beroepsactiviteit hebben stopgezet; | toegelaten beroepsactiviteit hebben stopgezet; |
- voor de oudere werklieden die geen zestig jaar zijn op de datum van | - voor de oudere werklieden die geen zestig jaar zijn op de datum van |
de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst : | de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst : |
a) een tewerkstelling bewijzen van minstens tien jaren bij één of | a) een tewerkstelling bewijzen van minstens tien jaren bij één of |
meerdere werkgevers die ressorteren onder één van de paritaire | meerdere werkgevers die ressorteren onder één van de paritaire |
subcomités van het Paritair Comité voor de houthandel (125.01, 125.02 | subcomités van het Paritair Comité voor de houthandel (125.01, 125.02 |
en 125.03); | en 125.03); |
b) minstens zeven sociale voordelen, toegekend door één van de fondsen | b) minstens zeven sociale voordelen, toegekend door één van de fondsen |
voor bestaanszekerheid opgericht door één van de paritaire subcomités | voor bestaanszekerheid opgericht door één van de paritaire subcomités |
van het Paritair Comité voor de houtnijverheid, hebben ontvangen in de | van het Paritair Comité voor de houtnijverheid, hebben ontvangen in de |
loop van de tien jaren die hun intrede in het brugpensioen voorafgaan. | loop van de tien jaren die hun intrede in het brugpensioen voorafgaan. |
HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de bijkomende vergoeding brugpensioen | HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de bijkomende vergoeding brugpensioen |
Art. 4.De werkgever die een werkman afdankt die aan de criteria |
Art. 4.De werkgever die een werkman afdankt die aan de criteria |
bepaald onder artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst | bepaald onder artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst |
beantwoordt is er toe gehouden hem de bijkomende vergoeding | beantwoordt is er toe gehouden hem de bijkomende vergoeding |
brugpensioen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de | brugpensioen vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr 17 gesloten op 19 december 1974 in | collectieve arbeidsovereenkomst nr 17 gesloten op 19 december 1974 in |
de Nationale Arbeidsraad te betalen. Deze bijkomende vergoeding mag | de Nationale Arbeidsraad te betalen. Deze bijkomende vergoeding mag |
niet lager zijn dan het bedrag bepaald door artikel 6 van deze | niet lager zijn dan het bedrag bepaald door artikel 6 van deze |
collectieve arbeidsovereenkomst. | collectieve arbeidsovereenkomst. |
In de gevallen waarin het Fonds voor bestaanszekerheid van de | In de gevallen waarin het Fonds voor bestaanszekerheid van de |
houthandel tussenkomt om het geheel of een gedeelte van de bijkomende | houthandel tussenkomt om het geheel of een gedeelte van de bijkomende |
vergoeding brugpensioen ten laste te nemen, betaalt de werkgever enkel | vergoeding brugpensioen ten laste te nemen, betaalt de werkgever enkel |
het verschil tussen de bij toepassing van alinea 1 van dit artikel | het verschil tussen de bij toepassing van alinea 1 van dit artikel |
verschuldigde bedrag en de tussenkomst van het fonds voor | verschuldigde bedrag en de tussenkomst van het fonds voor |
bestaanszekerheid. | bestaanszekerheid. |
Art. 5.De bijkomende vergoeding brugpensioen vastgesteld |
Art. 5.De bijkomende vergoeding brugpensioen vastgesteld |
overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 van deze collectieve | overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst evolueert overeenkomstig de bepalingen van artikel | arbeidsovereenkomst evolueert overeenkomstig de bepalingen van artikel |
8 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr 17 gesloten op 19 december | 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr 17 gesloten op 19 december |
1974 in de Nationale Arbeidsraad. | 1974 in de Nationale Arbeidsraad. |
HOOFDSTUK V. - Tussenkomst van het fonds voor bestaanszekerheid | HOOFDSTUK V. - Tussenkomst van het fonds voor bestaanszekerheid |
Art. 6.Op voorwaarde dat de oudere werkman minstens tien jaar |
Art. 6.Op voorwaarde dat de oudere werkman minstens tien jaar |
beroepsactiviteit in de sector in de hoedanigheid van loontrekkende | beroepsactiviteit in de sector in de hoedanigheid van loontrekkende |
bij één of meerdere werkgevers ressorterend onder één van de paritaire | bij één of meerdere werkgevers ressorterend onder één van de paritaire |
subcomités van het Paritair comité voor de houtnijverheid bewijst en | subcomités van het Paritair comité voor de houtnijverheid bewijst en |
hij minstens zeven sociale voordelen in de loop van de tien jaren | hij minstens zeven sociale voordelen in de loop van de tien jaren |
voorafgaand aan de intrede in het brugpensioen heeft ontvangen, komt | voorafgaand aan de intrede in het brugpensioen heeft ontvangen, komt |
het Fonds voor bestaanszekerheid van de houthandel tussen in de | het Fonds voor bestaanszekerheid van de houthandel tussen in de |
betaling van de bijkomende vergoeding brugpensioen verschuldigd | betaling van de bijkomende vergoeding brugpensioen verschuldigd |
krachtens de artikelen 4 en 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst | krachtens de artikelen 4 en 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst |
a rato van een maandelijks forfaitair bedrag vastgesteld op : | a rato van een maandelijks forfaitair bedrag vastgesteld op : |
- tot 31 december 1995 : 3 500 F; | - tot 31 december 1995 : 3 500 F; |
- vanaf 1 januari 1996 : 3 800 F. | - vanaf 1 januari 1996 : 3 800 F. |
Art. 7.Het Fonds voor bestaanszekerheid van de houthandel neemt de |
Art. 7.Het Fonds voor bestaanszekerheid van de houthandel neemt de |
hoofdelijke bijdrage voortvloeiend uit het brugpensioen en | hoofdelijke bijdrage voortvloeiend uit het brugpensioen en |
verschuldigd aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en aan de | verschuldigd aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en aan de |
Rijksdienst voor pensioenen ten laste. | Rijksdienst voor pensioenen ten laste. |
HOOFDSTUK VI. - Procedure en algemene bepalingen | HOOFDSTUK VI. - Procedure en algemene bepalingen |
Art. 8.De aanvragen tot tussenkomst moeten aan het fonds voor |
Art. 8.De aanvragen tot tussenkomst moeten aan het fonds voor |
bestaanszekerheid door toedoen van een vakbond of rechtstreeks door de | bestaanszekerheid door toedoen van een vakbond of rechtstreeks door de |
werkman worden overgemaakt. | werkman worden overgemaakt. |
Ze moeten vergezeld zijn van alle bewijsstukken omtrent het recht op | Ze moeten vergezeld zijn van alle bewijsstukken omtrent het recht op |
de bijkomende vergoeding brugpensioen. | de bijkomende vergoeding brugpensioen. |
Art. 9.De bijzondere gevallen, die niet overeenkomstig de bepalingen |
Art. 9.De bijzondere gevallen, die niet overeenkomstig de bepalingen |
van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen opgelost worden, | van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen opgelost worden, |
worden door de meest gerede partij aan het beheerscomité van het fonds | worden door de meest gerede partij aan het beheerscomité van het fonds |
voor bestaanszekerheid voorgelegd. | voor bestaanszekerheid voorgelegd. |
Art. 10 De forfaitaire vergoeding die aan de arbeider door het fonds | Art. 10 De forfaitaire vergoeding die aan de arbeider door het fonds |
voor bestaanszekerheid wordt toegekend is onderworpen aan de afhouding | voor bestaanszekerheid wordt toegekend is onderworpen aan de afhouding |
wegens administratieve onkosten zoals bepaald door de collectieve | wegens administratieve onkosten zoals bepaald door de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 31 augustus 1995 betreffende de bijkomende | arbeidsovereenkomst van 31 augustus 1995 betreffende de bijkomende |
sociale voordelen toegekend door het Fonds voor bestaanszekerheid van | sociale voordelen toegekend door het Fonds voor bestaanszekerheid van |
de houthandel. | de houthandel. |
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen |
Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
juli 1995 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996. | juli 1995 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996. |
De bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn eveneens | De bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn eveneens |
van toepassing op de oudere afgedankte werklieden die van de | van toepassing op de oudere afgedankte werklieden die van de |
bijkomende vergoeding brugpensioen genieten verschuldigd krachtens | bijkomende vergoeding brugpensioen genieten verschuldigd krachtens |
vorige collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in het Paritair | vorige collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in het Paritair |
Subcomité voor de houthandel. | Subcomité voor de houthandel. |
De bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst blijven van | De bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst blijven van |
kracht na 31 december 1996 ten aanzien van de werklieden die op die | kracht na 31 december 1996 ten aanzien van de werklieden die op die |
datum van deze overeenkomst genieten. | datum van deze overeenkomst genieten. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van10 juni | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van10 juni |
1997. | 1997. |
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Mevr. M. SMET | Mevr. M. SMET |
Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld | Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld |