← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze van het nemen van monsters voor de officiële controle op de maximumgehalten aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen in bepaalde voedingsmiddelen "
Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze van het nemen van monsters voor de officiële controle op de maximumgehalten aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen in bepaalde voedingsmiddelen | Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze van het nemen van monsters voor de officiële controle op de maximumgehalten aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen in bepaalde voedingsmiddelen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE |
VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU | VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU |
10 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze | 10 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze |
van het nemen van monsters voor de officiële controle op de | van het nemen van monsters voor de officiële controle op de |
maximumgehalten aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen in | maximumgehalten aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen in |
bepaalde voedingsmiddelen | bepaalde voedingsmiddelen |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende | Gelet op het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende |
organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal | organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal |
Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van | Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van |
diverse wettelijke bepalingen, bekrachtigd bij de wet van 19 juli | diverse wettelijke bepalingen, bekrachtigd bij de wet van 19 juli |
2001, inzonderheid op artikel 3, § 5; | 2001, inzonderheid op artikel 3, § 5; |
Gelet op de Richtlijn 2005/10/EG van de Commissie van 4 februari 2005 | Gelet op de Richtlijn 2005/10/EG van de Commissie van 4 februari 2005 |
tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de | tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de |
officiële controle op de gehalten aan benzo(a)pyreen in | officiële controle op de gehalten aan benzo(a)pyreen in |
levensmiddelen; | levensmiddelen; |
Gelet op het advies van het wetenschappelijk comité van het Federaal | Gelet op het advies van het wetenschappelijk comité van het Federaal |
Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 29 juni | Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 29 juni |
2005; | 2005; |
Gelet op het advies nr. 39.234/3 van de Raad van State, gegeven op 25 | Gelet op het advies nr. 39.234/3 van de Raad van State, gegeven op 25 |
oktober 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van | oktober 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van |
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; | de gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en | Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en |
Volksgezondheid, | Volksgezondheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Bij de monsterneming met het oog op de officiële controle |
Artikel 1.Bij de monsterneming met het oog op de officiële controle |
van de naleving van de maximale gehaltes aan benzo(a)pyreen bepaald in | van de naleving van de maximale gehaltes aan benzo(a)pyreen bepaald in |
Verordening (EG) nr. 466/2001 van de Commissie van 8 maart 2001 tot | Verordening (EG) nr. 466/2001 van de Commissie van 8 maart 2001 tot |
vaststelling van maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in | vaststelling van maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in |
levensmiddelen, moeten de bepalingen van de bijlage van dit besluit in | levensmiddelen, moeten de bepalingen van de bijlage van dit besluit in |
acht genomen worden. | acht genomen worden. |
Art. 2.Onze Minister die volksgezondheid onder zijn bevoegdheid |
Art. 2.Onze Minister die volksgezondheid onder zijn bevoegdheid |
heeft, is belast met de uitvoering van dit besluit. | heeft, is belast met de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 10 januari 2006. | Gegeven te Brussel, 10 januari 2006. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, | De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, |
R. DEMOTTE | R. DEMOTTE |
Bijlage | Bijlage |
WIJZEN VAN BEMONSTERING VOOR DE OFFICI"LE CONTROLE OP DE GEHALTEN | WIJZEN VAN BEMONSTERING VOOR DE OFFICI"LE CONTROLE OP DE GEHALTEN |
AAN BENZO(A)PYREEN IN BEPAALDE LEVENSMIDDELEN | AAN BENZO(A)PYREEN IN BEPAALDE LEVENSMIDDELEN |
1. Doel en toepassingsgebied | 1. Doel en toepassingsgebied |
De monsters voor de officiële controle op de gehalten aan | De monsters voor de officiële controle op de gehalten aan |
benzo(a)pyreen in levensmiddelen worden genomen overeenkomstig de | benzo(a)pyreen in levensmiddelen worden genomen overeenkomstig de |
onderstaande methoden. De op die manier verkregen verzamelmonsters | onderstaande methoden. De op die manier verkregen verzamelmonsters |
worden geacht representatief te zijn voor de betrokken partijen. Op | worden geacht representatief te zijn voor de betrokken partijen. Op |
basis van de gehalten die in de laboratoriummonsters worden | basis van de gehalten die in de laboratoriummonsters worden |
geconstateerd, wordt bepaald of de partijen voldoen aan de bij | geconstateerd, wordt bepaald of de partijen voldoen aan de bij |
Verordening (EG) nr. 466/2001 vastgestelde maximumgehalten. | Verordening (EG) nr. 466/2001 vastgestelde maximumgehalten. |
2. Definities | 2. Definities |
« Partij » : een identificeerbare, in één keer geleverde hoeveelheid | « Partij » : een identificeerbare, in één keer geleverde hoeveelheid |
van een bepaald levensmiddel waarvan de ambtenaar gemeenschappelijke | van een bepaald levensmiddel waarvan de ambtenaar gemeenschappelijke |
kenmerken, zoals oorsprong, soort, verpakkingstype, verpakker, | kenmerken, zoals oorsprong, soort, verpakkingstype, verpakker, |
verzender of merktekens, heeft geconstateerd. | verzender of merktekens, heeft geconstateerd. |
« Subpartij » : aangeduid deel van een partij waarop de | « Subpartij » : aangeduid deel van een partij waarop de |
bemonsteringsmethode zal worden toegepast; elke subpartij moet fysiek | bemonsteringsmethode zal worden toegepast; elke subpartij moet fysiek |
van de hoofdpartij gescheiden zijn en moet kunnen worden | van de hoofdpartij gescheiden zijn en moet kunnen worden |
geïdentificeerd. | geïdentificeerd. |
« Basismonster » : hoeveelheid materiaal die op één plaats uit de | « Basismonster » : hoeveelheid materiaal die op één plaats uit de |
partij of de subpartij is genomen. | partij of de subpartij is genomen. |
« Verzamelmonster » : de samengevoegde basismonsters die uit de partij | « Verzamelmonster » : de samengevoegde basismonsters die uit de partij |
of de subpartij zijn genomen. | of de subpartij zijn genomen. |
« Laboratoriummonster » : voor het laboratorium bestemd monster. | « Laboratoriummonster » : voor het laboratorium bestemd monster. |
3. Algemene bepalingen | 3. Algemene bepalingen |
3.1. Te bemonsteren materiaal | 3.1. Te bemonsteren materiaal |
Elke partij die moet worden geanalyseerd, wordt afzonderlijk | Elke partij die moet worden geanalyseerd, wordt afzonderlijk |
bemonsterd. | bemonsterd. |
3.2. Voorzorgsmaatregelen | 3.2. Voorzorgsmaatregelen |
Bij de bemonstering en de bereiding van de laboratoriummonsters moet | Bij de bemonstering en de bereiding van de laboratoriummonsters moet |
worden voorkomen dat zich veranderingen voordoen waardoor het | worden voorkomen dat zich veranderingen voordoen waardoor het |
benzo(a)pyreengehalte kan veranderen of de analyses of de | benzo(a)pyreengehalte kan veranderen of de analyses of de |
representativiteit van het verzamelmonster kunnen worden beïnvloed. | representativiteit van het verzamelmonster kunnen worden beïnvloed. |
3.3. Basismonsters | 3.3. Basismonsters |
De basismonsters worden zoveel mogelijk op verschillende plaatsen uit | De basismonsters worden zoveel mogelijk op verschillende plaatsen uit |
de partij of de subpartij genomen. Als hiervan wordt afgeweken, wordt | de partij of de subpartij genomen. Als hiervan wordt afgeweken, wordt |
dit in het verslag vermeld. | dit in het verslag vermeld. |
3.4. Bereiding van het verzamelmonster | 3.4. Bereiding van het verzamelmonster |
Het verzamelmonster wordt verkregen door alle basismonsters bij elkaar | Het verzamelmonster wordt verkregen door alle basismonsters bij elkaar |
te voegen. Dit verzamelmonster wordt in het laboratorium | te voegen. Dit verzamelmonster wordt in het laboratorium |
gehomogeniseerd, tenzij dit onverenigbaar is met de toepassing van | gehomogeniseerd, tenzij dit onverenigbaar is met de toepassing van |
punt 3.5. | punt 3.5. |
3.5. Bereiding van laboratoriummonsters | 3.5. Bereiding van laboratoriummonsters |
Er worden uit het gehomogeniseerde verzamelmonster identieke | Er worden uit het gehomogeniseerde verzamelmonster identieke |
laboratoriummonsters voor controle-, verhaal- en arbitragedoeleinden | laboratoriummonsters voor controle-, verhaal- en arbitragedoeleinden |
genomen. | genomen. |
3.6. Verpakking en verzending van de monsters | 3.6. Verpakking en verzending van de monsters |
Elk monster wordt in een schone recipiënt van inert materiaal | Elk monster wordt in een schone recipiënt van inert materiaal |
geplaatst die een degelijke bescherming biedt tegen verontreiniging en | geplaatst die een degelijke bescherming biedt tegen verontreiniging en |
beschadiging tijdens het vervoer. Voorts worden de nodige | beschadiging tijdens het vervoer. Voorts worden de nodige |
voorzorgsmaatregelen genomen om verandering in de samenstelling van | voorzorgsmaatregelen genomen om verandering in de samenstelling van |
het monster tijdens vervoer of opslag te voorkomen. | het monster tijdens vervoer of opslag te voorkomen. |
3.7. Verzegeling en etikettering van de monsters | 3.7. Verzegeling en etikettering van de monsters |
Elk voor officieel gebruik genomen monster wordt op de plaats van | Elk voor officieel gebruik genomen monster wordt op de plaats van |
bemonstering verzegeld en geïdentificeerd. | bemonstering verzegeld en geïdentificeerd. |
Van elke bemonstering wordt een bemonsteringsverslag opgesteld aan de | Van elke bemonstering wordt een bemonsteringsverslag opgesteld aan de |
hand waarvan de bemonsterde partij ondubbelzinnig kan worden | hand waarvan de bemonsterde partij ondubbelzinnig kan worden |
geïdentificeerd; hierin worden bemonsteringsdatum en -plaats en alle | geïdentificeerd; hierin worden bemonsteringsdatum en -plaats en alle |
andere voor de analist nuttige gegevens vermeld. | andere voor de analist nuttige gegevens vermeld. |
4. Bemonstering | 4. Bemonstering |
Bij de gebruikte bemonsteringswijze wordt ervoor gezorgd dat het | Bij de gebruikte bemonsteringswijze wordt ervoor gezorgd dat het |
verzamelmonster representatief is voor de te controleren partij. | verzamelmonster representatief is voor de te controleren partij. |
4.1. Aantal basismonsters | 4.1. Aantal basismonsters |
In geval van oliën, waarbij ervan uitgegaan mag worden dat | In geval van oliën, waarbij ervan uitgegaan mag worden dat |
benzo(a)pyreen in een partij homogeen verdeeld is, volstaat het om | benzo(a)pyreen in een partij homogeen verdeeld is, volstaat het om |
drie basismonsters per partij te nemen, die samen het verzamelmonster | drie basismonsters per partij te nemen, die samen het verzamelmonster |
vormen. Het partijnummer moet worden vermeld. Voor olijfoliën en oliën | vormen. Het partijnummer moet worden vermeld. Voor olijfoliën en oliën |
uit afvallen van olijven wordt nadere informatie over de bemonstering | uit afvallen van olijven wordt nadere informatie over de bemonstering |
verstrekt in Verordening (EG) nr. 1989/2003 van de Commissie ((PB L | verstrekt in Verordening (EG) nr. 1989/2003 van de Commissie ((PB L |
295 van 13.112003, blz. 57)). | 295 van 13.112003, blz. 57)). |
Voor andere producten is het minimumaantal basismonsters dat van de | Voor andere producten is het minimumaantal basismonsters dat van de |
partij dient te worden genomen in tabel 1 aangegeven. De basismonsters | partij dient te worden genomen in tabel 1 aangegeven. De basismonsters |
moeten van vergelijkbaar gewicht zijn, elk niet meer dan 100 g, | moeten van vergelijkbaar gewicht zijn, elk niet meer dan 100 g, |
resulterend in een verzamelmonster van niet meer dan 300 g (zie punt | resulterend in een verzamelmonster van niet meer dan 300 g (zie punt |
3.4). | 3.4). |
TABEL 1 : Minimumaantal van de partij te nemen basismonsters | TABEL 1 : Minimumaantal van de partij te nemen basismonsters |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Indien de partij uit afzonderlijke verpakkingen bestaat, wordt voor | Indien de partij uit afzonderlijke verpakkingen bestaat, wordt voor |
het verzamelmonster een aantal verpakkingen genomen overeenkomstig | het verzamelmonster een aantal verpakkingen genomen overeenkomstig |
tabel 2. | tabel 2. |
TABEL 2 : Aantal voor de vorming van het verzamelmonster te | TABEL 2 : Aantal voor de vorming van het verzamelmonster te |
bemonsteren verpakkingen (basismonsters) ingeval de partij uit | bemonsteren verpakkingen (basismonsters) ingeval de partij uit |
afzonderlijke verpakkingen bestaat | afzonderlijke verpakkingen bestaat |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
4.2. Bemonstering in de kleinhandel | 4.2. Bemonstering in de kleinhandel |
De bemonstering van levensmiddelen in de kleinhandel moet zo mogelijk | De bemonstering van levensmiddelen in de kleinhandel moet zo mogelijk |
geschieden overeenkomstig de bovengenoemde bemonsteringsbepalingen. | geschieden overeenkomstig de bovengenoemde bemonsteringsbepalingen. |
Wanneer dit niet mogelijk is, kunnen andere effectieve | Wanneer dit niet mogelijk is, kunnen andere effectieve |
bemonsteringsprocedures in de kleinhandel worden toegepast, mits zij | bemonsteringsprocedures in de kleinhandel worden toegepast, mits zij |
een voldoende representativiteit voor de bemonsterde partij | een voldoende representativiteit voor de bemonsterde partij |
garanderen. | garanderen. |
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 januari 2006 tot | Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 10 januari 2006 tot |
vaststelling van de wijze van het nemen van monsters voor de officiële | vaststelling van de wijze van het nemen van monsters voor de officiële |
controle op de maximumgehalten aan polycyclische aromatische | controle op de maximumgehalten aan polycyclische aromatische |
koolwaterstoffen in bepaalde voedingsmiddelen. | koolwaterstoffen in bepaalde voedingsmiddelen. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, | De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, |
R. DEMOTTE | R. DEMOTTE |