Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 10/02/2004
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 90, 91 en 92 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties "
Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 90, 91 en 92 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 90, 91 en 92 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE EN
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
10 FEBRUARI 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 10 FEBRUARI 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen
90, 91 en 92 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties 90, 91 en 92 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening, Gelet op de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening,
inzonderheid op artikel 21, 1°; inzonderheid op artikel 21, 1°;
Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de
werknemers bij de uitvoering van hun werk, inzonderheid op artikel 4, werknemers bij de uitvoering van hun werk, inzonderheid op artikel 4,
1°; 1°;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen Gelet op het koninklijk besluit van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen
Reglement op de Elektrische Installaties voor de huishoudelijke Reglement op de Elektrische Installaties voor de huishoudelijke
installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van
elektrische energie bindend wordt verklaard en op het koninklijk elektrische energie bindend wordt verklaard en op het koninklijk
besluit van 2 september 1981 houdende wijziging van het Algemeen besluit van 2 september 1981 houdende wijziging van het Algemeen
Reglement op de Elektrische Installaties en houdende bindendverklaring Reglement op de Elektrische Installaties en houdende bindendverklaring
ervan op de elektrische installaties in inrichtingen gerangschikt als ervan op de elektrische installaties in inrichtingen gerangschikt als
gevaarlijk, ongezond of hinderlijk en in inrichtingen beoogd bij gevaarlijk, ongezond of hinderlijk en in inrichtingen beoogd bij
artikel 28 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, artikel 28 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming,
gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 mei 1985, 7 april 1986 gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 mei 1985, 7 april 1986
en 30 maart 1993; en 30 maart 1993;
Gelet op het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, Gelet op het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties,
gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 maart 1981, inzonderheid op gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 maart 1981, inzonderheid op
de artikelen 90, 91 en 92; de artikelen 90, 91 en 92;
Gelet op het advies van het Vast Elektrotechnisch Comité, gegeven op Gelet op het advies van het Vast Elektrotechnisch Comité, gegeven op
13 februari 2003; 13 februari 2003;
Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op
het werk, gegeven op 27 juni 2003; het werk, gegeven op 27 juni 2003;
Gelet op het feit dat voldaan is aan de formaliteiten voorgeschreven Gelet op het feit dat voldaan is aan de formaliteiten voorgeschreven
bij de Richtlijn 98-34-EG van het Europees Parlement en de Raad bij de Richtlijn 98-34-EG van het Europees Parlement en de Raad
betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en
technische voorschriften; technische voorschriften;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de in dit besluit opgenomen voorschriften Overwegende dat de in dit besluit opgenomen voorschriften
verbeteringen uitmaken van de reglementering die, om voor de verbeteringen uitmaken van de reglementering die, om voor de
veiligheid te zorgen en om in lijn te zijn met de recente evolutie op veiligheid te zorgen en om in lijn te zijn met de recente evolutie op
het vlak van de Europese normalisatie, zonder uitstel dienen het vlak van de Europese normalisatie, zonder uitstel dienen
verplichtend gemaakt te worden; verplichtend gemaakt te worden;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, van Onze Minister van Op de voordracht van Onze Minister van Werk, van Onze Minister van
Energie en van Onze Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Energie en van Onze Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en
Welzijn op het werk, Welzijn op het werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet onder "Reglement"

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet onder "Reglement"

worden verstaan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, worden verstaan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties,
dat het voorwerp is van het koninklijk besluit van 10 maart 1981 dat het voorwerp is van het koninklijk besluit van 10 maart 1981
waarbij het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties voor de waarbij het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties voor de
huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en
verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard en van het verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard en van het
koninklijk besluit van 2 september 1981 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 2 september 1981 houdende wijziging van het
Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties en houdende Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties en houdende
bindendverklaring ervan op de elektrische installaties in inrichtingen bindendverklaring ervan op de elektrische installaties in inrichtingen
gerangschikt als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk en in inrichtingen gerangschikt als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk en in inrichtingen
beoogd bij artikel 28 van het Algemeen Reglement voor de beoogd bij artikel 28 van het Algemeen Reglement voor de
Arbeidsbescherming, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 mei Arbeidsbescherming, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 mei
1985, 7 april 1986 en 30 maart 1993. 1985, 7 april 1986 en 30 maart 1993.

Art. 2.Artikel 90 van het Reglement wordt vervangen als volgt :

Art. 2.Artikel 90 van het Reglement wordt vervangen als volgt :

« Art. 90.- ZWEMBADEN « Art. 90.- ZWEMBADEN
01. - Bepalingen 01. - Bepalingen
Volume 0 : het inwendig volume van de zwembadkom, zijn openingen in de Volume 0 : het inwendig volume van de zwembadkom, zijn openingen in de
wanden of de bodem, en de voetbaden. wanden of de bodem, en de voetbaden.
Volume 1 : het volume begrensd door : Volume 1 : het volume begrensd door :
-het volume 0; -het volume 0;
- het verticaal oppervlak gelegen op 2 m van de rand van de kom; - het verticaal oppervlak gelegen op 2 m van de rand van de kom;
- de vloer, - de vloer,
- het horizontaal vlak gelegen op 2,5 m boven de vloer of boven het - het horizontaal vlak gelegen op 2,5 m boven de vloer of boven het
oppervlak waar personen zich kunnen bevinden. oppervlak waar personen zich kunnen bevinden.
Wanneer in het zwembad duiktorens, springplanken, startblokken, Wanneer in het zwembad duiktorens, springplanken, startblokken,
glijbanen of structurele elementen waar personen zich kunnen bevinden glijbanen of structurele elementen waar personen zich kunnen bevinden
aanwezig zijn, is het volume 1 begrensd door : aanwezig zijn, is het volume 1 begrensd door :
- een verticaal oppervlak gelegen op 1,5 m rond de duiktorens, - een verticaal oppervlak gelegen op 1,5 m rond de duiktorens,
springplanken, startblokken, glijbanen en toegankelijke structurele springplanken, startblokken, glijbanen en toegankelijke structurele
elementen; elementen;
- het horizontaal vlak gelegen op 2,5 m boven het hoogste niveau waar - het horizontaal vlak gelegen op 2,5 m boven het hoogste niveau waar
personen zich kunnen bevinden. personen zich kunnen bevinden.
Volume 2 : het volume begrensd door : Volume 2 : het volume begrensd door :
- het verticaal buitenoppervlak van het volume 1 en het ermee - het verticaal buitenoppervlak van het volume 1 en het ermee
evenwijdig oppervlak gelegen op 1,5 m ervan. In de mate dat de evenwijdig oppervlak gelegen op 1,5 m ervan. In de mate dat de
uitwendige invloeden AD4/BC3 aanwezig zijn voorbij dit evenwijdig uitwendige invloeden AD4/BC3 aanwezig zijn voorbij dit evenwijdig
oppervlak dient deze plaats te worden beschouwd als deel uitmakend van oppervlak dient deze plaats te worden beschouwd als deel uitmakend van
volume 2; volume 2;
- de vloer; - de vloer;
- het horizontaal vlak gelegen op 2,5 m boven de vloer of boven het - het horizontaal vlak gelegen op 2,5 m boven de vloer of boven het
oppervlak waar personen zich kunnen bevinden. oppervlak waar personen zich kunnen bevinden.
De aanwezigheid van vaste wanden met een minimum hoogte van 2,5 m De aanwezigheid van vaste wanden met een minimum hoogte van 2,5 m
heeft een begrenzende invloed op de hierboven vermelde volumes 1 en 2. heeft een begrenzende invloed op de hierboven vermelde volumes 1 en 2.
De volgende tekeningen verduidelijken de verschillende volumes voor De volgende tekeningen verduidelijken de verschillende volumes voor
enkele gevallen. enkele gevallen.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
02. - Uitwendige invloedsfactoren 02. - Uitwendige invloedsfactoren
De combinaties van de uitwendige invloedsfactoren "aanwezigheid van De combinaties van de uitwendige invloedsfactoren "aanwezigheid van
water", "toestand van het menselijk lichaam" en "aanraking met de water", "toestand van het menselijk lichaam" en "aanraking met de
aardpotentiaal" zijn vermeld in de volgende tabel : aardpotentiaal" zijn vermeld in de volgende tabel :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
03. - Bescherming tegen onrechtstreekse aanraking bij gebruik van zeer 03. - Bescherming tegen onrechtstreekse aanraking bij gebruik van zeer
lage veiligheidsspanning lage veiligheidsspanning
Wanneer de bescherming tegen onrechtstreekse aanraking verzekerd wordt Wanneer de bescherming tegen onrechtstreekse aanraking verzekerd wordt
door het gebruik van zeer lage veiligheidsspanning is haar door het gebruik van zeer lage veiligheidsspanning is haar
maximumspanning gelijk aan de volgende waarden : maximumspanning gelijk aan de volgende waarden :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
04. - Bescherming tegen rechtstreekse aanraking - Beschermingsgraad 04. - Bescherming tegen rechtstreekse aanraking - Beschermingsgraad
van het elektrisch materieel van het elektrisch materieel
De bescherming tegen rechtstreekse aanraking wordt verzekerd door het De bescherming tegen rechtstreekse aanraking wordt verzekerd door het
gebruik van isolatie, hindernissen of omhulsels. gebruik van isolatie, hindernissen of omhulsels.
De beschermingsgraad van het elektrisch materieel is ten minste : De beschermingsgraad van het elektrisch materieel is ten minste :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
* Bij gebruik van zeer lage veiligheidsspanning van ten hoogste 12 V * Bij gebruik van zeer lage veiligheidsspanning van ten hoogste 12 V
wisselspanning, 18 V gelijkspanning met rimpel of 30 V gelijkspanning wisselspanning, 18 V gelijkspanning met rimpel of 30 V gelijkspanning
zonder rimpel, is geen enkele beschermingsgraad vereist. zonder rimpel, is geen enkele beschermingsgraad vereist.
05. - Veiligheidsscheiding van de stroombanen 05. - Veiligheidsscheiding van de stroombanen
Wanneer de beschermingsmaatregel tegen elektrische schokken door Wanneer de beschermingsmaatregel tegen elektrische schokken door
middel van veiligheidsscheiding van de stroombanen toegepast wordt, middel van veiligheidsscheiding van de stroombanen toegepast wordt,
mag een beschermingstransformator slechts één enkel toestel voeden. mag een beschermingstransformator slechts één enkel toestel voeden.
06. - Bijkomende equipotentiaalverbinding 06. - Bijkomende equipotentiaalverbinding
Een bijkomende equipotentiaalverbinding, uitgevoerd overeenkomstig de Een bijkomende equipotentiaalverbinding, uitgevoerd overeenkomstig de
bepalingen van artikel 73, verbindt alle vreemde gelijktijdig bepalingen van artikel 73, verbindt alle vreemde gelijktijdig
genaakbare geleidende delen en massa's van het elektrisch materiaal in genaakbare geleidende delen en massa's van het elektrisch materiaal in
de volumes 0, 1 en 2 met uitzondering van de massa's van het de volumes 0, 1 en 2 met uitzondering van de massa's van het
elektrisch materieel op zeer lage veiligheidsspanning. elektrisch materieel op zeer lage veiligheidsspanning.
07. - Elektrische leidingen 07. - Elektrische leidingen
In het volume 0 moeten de leidingen beperkt worden tot deze die deel In het volume 0 moeten de leidingen beperkt worden tot deze die deel
uitmaken van het er in toegelaten elektrisch materieel. uitmaken van het er in toegelaten elektrisch materieel.
In de volumes 1 en 2 moeten de zichtbare elektrische leidingen, In de volumes 1 en 2 moeten de zichtbare elektrische leidingen,
evenals deze verzonken op een diepte kleiner dan of gelijk aan 5 cm, evenals deze verzonken op een diepte kleiner dan of gelijk aan 5 cm,
voorzien zijn van een bijkomende isolatie en geklasseerd zijn bij voorzien zijn van een bijkomende isolatie en geklasseerd zijn bij
besluit door de Ministers die respectievelijk Energie en besluit door de Ministers die respectievelijk Energie en
Arbeidsveiligheid onder hun bevoegdheid hebben en dit ieder wat hem Arbeidsveiligheid onder hun bevoegdheid hebben en dit ieder wat hem
betreft, als hebbende een veiligheid die gelijkwaardig is met deze van betreft, als hebbende een veiligheid die gelijkwaardig is met deze van
toestellen van de klasse II. Ze mogen geen enkel metalen toestellen van de klasse II. Ze mogen geen enkel metalen
buitenomhulsel hebben. buitenomhulsel hebben.
De verzonken leidingen moeten verticaal of horizontaal worden De verzonken leidingen moeten verticaal of horizontaal worden
geplaatst. In het laatste geval bevinden zij zich nabij het plafond. geplaatst. In het laatste geval bevinden zij zich nabij het plafond.
In de volumes 1 en 2 moeten de leidingen beperkt worden tot deze In de volumes 1 en 2 moeten de leidingen beperkt worden tot deze
noodzakelijk voor de voeding van het elektrisch materieel binnen deze noodzakelijk voor de voeding van het elektrisch materieel binnen deze
volumes. volumes.
08. - Verbindingsdozen 08. - Verbindingsdozen
Verbindingsdozen van elektrische leidingen zijn verboden in de volumes Verbindingsdozen van elektrische leidingen zijn verboden in de volumes
0 en 1. Voor de stroombanen op ZLVS zijn zij evenwel toegelaten in 0 en 1. Voor de stroombanen op ZLVS zijn zij evenwel toegelaten in
volume 1. volume 1.
09. - Bedieningstoestellen, regelinrichtingen en contactdozen 09. - Bedieningstoestellen, regelinrichtingen en contactdozen
Met uitzondering van de aantikdetectoren zijn alle Met uitzondering van de aantikdetectoren zijn alle
bedieningstoestellen, regelinrichtingen en contactdozen verboden in de bedieningstoestellen, regelinrichtingen en contactdozen verboden in de
volumes 0 en 1. volumes 0 en 1.
Bedieningstoestellen, regelinrichtingen en contactdozen zijn Bedieningstoestellen, regelinrichtingen en contactdozen zijn
toegelaten : toegelaten :
- in het volume 1, indien ze worden geplaatst in een isolerend - in het volume 1, indien ze worden geplaatst in een isolerend
omhulsel op meer dan 1,25 m van de grens van het volume 0 en ten omhulsel op meer dan 1,25 m van de grens van het volume 0 en ten
minste 0,3 m boven de vloer; minste 0,3 m boven de vloer;
- in het volume 2, - in het volume 2,
op voorwaarde dat ze door één van de volgende maatregelen beschermd op voorwaarde dat ze door één van de volgende maatregelen beschermd
zijn : zijn :
- voeding op ZLVS van ten hoogste 25 V wisselspanning, 36 V - voeding op ZLVS van ten hoogste 25 V wisselspanning, 36 V
gelijkspanning met rimpel of 60 V gelijkspanning zonder rimpel. Het gelijkspanning met rimpel of 60 V gelijkspanning zonder rimpel. Het
voedingstoestel voor deze ZLVS moet zich buiten de volumes 0, 1 en 2 voedingstoestel voor deze ZLVS moet zich buiten de volumes 0, 1 en 2
bevinden. Dit toestel mag in volume 2 worden geplaatst indien zijn bevinden. Dit toestel mag in volume 2 worden geplaatst indien zijn
voedingsstroombaan beschermd is door een automatische voedingsstroombaan beschermd is door een automatische
differentieelstroominrichting met grote of zeer grote gevoeligheid; differentieelstroominrichting met grote of zeer grote gevoeligheid;
- automatische onderbreking van de voeding door middel van een - automatische onderbreking van de voeding door middel van een
automatische differentieelstroominrichting met grote of zeer grote automatische differentieelstroominrichting met grote of zeer grote
gevoeligheid; gevoeligheid;
- individuele veiligheidsscheiding per bedieningstoestel, - individuele veiligheidsscheiding per bedieningstoestel,
regelinrichting of contactdoos volgens de voorschriften van artikel regelinrichting of contactdoos volgens de voorschriften van artikel
76. Het voedingstoestel moet zich buiten de volumes 0, 1 en 2 76. Het voedingstoestel moet zich buiten de volumes 0, 1 en 2
bevinden. Dit toestel mag in volume 2 worden geplaatst indien zijn bevinden. Dit toestel mag in volume 2 worden geplaatst indien zijn
voedingsstroombaan beschermd is door een automatische voedingsstroombaan beschermd is door een automatische
differentieelstroominrichting met grote of zeer grote gevoeligheid. differentieelstroominrichting met grote of zeer grote gevoeligheid.
10. - Verlichtingstoestellen 10. - Verlichtingstoestellen
De verlichtingstoestellen in volume 0 mogen slechts worden gevoed op De verlichtingstoestellen in volume 0 mogen slechts worden gevoed op
zeer lage veiligheidsspanning overeenkomstig de waarden weergegeven in zeer lage veiligheidsspanning overeenkomstig de waarden weergegeven in
de tabel van punt 03. de tabel van punt 03.
In de volumes 1 en 2 zijn verlichtingstoestellen toegelaten op In de volumes 1 en 2 zijn verlichtingstoestellen toegelaten op
voorwaarde dat ze door één van de volgende maatregelen beschermd zijn voorwaarde dat ze door één van de volgende maatregelen beschermd zijn
: :
- voeding op zeer lage veiligheidsspanning overeenkomstig de waarden - voeding op zeer lage veiligheidsspanning overeenkomstig de waarden
weergegeven in de tabel van punt 03; weergegeven in de tabel van punt 03;
- mechanische bescherming (uitwendige invloed AG2) die enkel met - mechanische bescherming (uitwendige invloed AG2) die enkel met
behulp van gereedschap kan worden verwijderd, en geplaatst op een behulp van gereedschap kan worden verwijderd, en geplaatst op een
afstand van ten minste 2,25 m boven het vlak waar personen zich kunnen afstand van ten minste 2,25 m boven het vlak waar personen zich kunnen
bevinden. bevinden.
11. - Verwarmingselementen verzonken in vloeren 11. - Verwarmingselementen verzonken in vloeren
Verwarmingselementen verzonken in vloeren en wanden van volume 0 zijn Verwarmingselementen verzonken in vloeren en wanden van volume 0 zijn
verboden. verboden.
Verwarmingselementen die beantwoorden aan de voorschriften van de Verwarmingselementen die beantwoorden aan de voorschriften van de
artikelen 53 en 217 zijn toegelaten in de vloeren van volumes 1 en 2 artikelen 53 en 217 zijn toegelaten in de vloeren van volumes 1 en 2
indien ze bedekt zijn met een metalen netwerk dat verbonden is met de indien ze bedekt zijn met een metalen netwerk dat verbonden is met de
bijkomende equipotentiaalverbinding. bijkomende equipotentiaalverbinding.
12. - Andere toestellen 12. - Andere toestellen
In de volumes 0, 1 en 2 moeten de elektrische machines en toestellen, In de volumes 0, 1 en 2 moeten de elektrische machines en toestellen,
andere dan deze aangehaald in voornoemde punten, aan de volgende andere dan deze aangehaald in voornoemde punten, aan de volgende
voorwaarden voldoen : voorwaarden voldoen :
- ze zijn noodzakelijk voor de uitbating van het zwembad (pompen,...); - ze zijn noodzakelijk voor de uitbating van het zwembad (pompen,...);
- ze zijn ondergebracht in een omhulsel met een isolatie gelijkwaardig - ze zijn ondergebracht in een omhulsel met een isolatie gelijkwaardig
aan een toestel van, klasse II en met een mechanische bescherming aan een toestel van, klasse II en met een mechanische bescherming
(uitwendige invloed AG2); (uitwendige invloed AG2);
- ze zijn bijkomend beschermd door één van de volgende maatregelen : - ze zijn bijkomend beschermd door één van de volgende maatregelen :
- voeding op zeer lage veiligheidsspanning overeenkomstig de waarden - voeding op zeer lage veiligheidsspanning overeenkomstig de waarden
weergegeven in de tabel van punt 03, of weergegeven in de tabel van punt 03, of
- automatische onderbreking van de voeding door middel van een - automatische onderbreking van de voeding door middel van een
automatische differentieelstroominrichting met grote of zeer grote automatische differentieelstroominrichting met grote of zeer grote
gevoeligheid, of gevoeligheid, of
- individuele veiligheidsscheiding volgens de voorschriften van - individuele veiligheidsscheiding volgens de voorschriften van
artikel 76. artikel 76.
Indien het elektrisch materieel geplaatst is in een kabelkanaal of Indien het elektrisch materieel geplaatst is in een kabelkanaal of
technische ruimte in het volume 1 of 2 : technische ruimte in het volume 1 of 2 :
- is er enkel toegankelijkheid voor het dienst- en - is er enkel toegankelijkheid voor het dienst- en
onderhoudspersoneel; onderhoudspersoneel;
- is er automatische afschakeling van de spanning op alle - is er automatische afschakeling van de spanning op alle
niet-beschermde actieve delen die toevallig kunnen worden aangeraakt niet-beschermde actieve delen die toevallig kunnen worden aangeraakt
op het ogenblik van het wegnemen of openen van omhulsels; op het ogenblik van het wegnemen of openen van omhulsels;
- mag dit kanaal of deze ruimte niet onder water kunnen lopen. » - mag dit kanaal of deze ruimte niet onder water kunnen lopen. »

Art. 3.In artikel 91 van het Reglement worden de volgende wijzigingen

Art. 3.In artikel 91 van het Reglement worden de volgende wijzigingen

aangebracht : aangebracht :
1° - in punt 01, 4e streepje, wordt de tekst vervangen door de 1° - in punt 01, 4e streepje, wordt de tekst vervangen door de
volgende tekst : volgende tekst :
« - wat de omgevingstemperatuur betreft, wordt een onderscheid gemaakt « - wat de omgevingstemperatuur betreft, wordt een onderscheid gemaakt
tussen 4 verschillende volumes zoals aangeduid is op de volgende tussen 4 verschillende volumes zoals aangeduid is op de volgende
figuur; figuur;
- in volume 1 is enkel elektrisch materieel toegelaten dat behoort bij - in volume 1 is enkel elektrisch materieel toegelaten dat behoort bij
de verwarmingstoestellen voor sauna's; de verwarmingstoestellen voor sauna's;
- in volume 2 gelden geen bijzondere voorschriften in verband met de - in volume 2 gelden geen bijzondere voorschriften in verband met de
weerstand van het materieel tegen warmte; weerstand van het materieel tegen warmte;
in volume 3 moet het elektrisch materieel kunnen weerstaan aan een in volume 3 moet het elektrisch materieel kunnen weerstaan aan een
temperatuur van 125 °C; temperatuur van 125 °C;
- in volume 4 mogen enkel verlichtingstoestellen, bedienings- en - in volume 4 mogen enkel verlichtingstoestellen, bedienings- en
regelinrichtingen voor verwarmingstoestellen voor sauna's en hun regelinrichtingen voor verwarmingstoestellen voor sauna's en hun
aansluitleidingen worden geïnstalleerd; de temperatuurvoelers moeten aansluitleidingen worden geïnstalleerd; de temperatuurvoelers moeten
verplicht in volume 4 worden geplaatst. De weerstand tegen warmte is verplicht in volume 4 worden geplaatst. De weerstand tegen warmte is
zoals voorgeschreven voor volume 3. »; zoals voorgeschreven voor volume 3. »;
2° - punt 05 wordt vervangen door het volgende punt : 2° - punt 05 wordt vervangen door het volgende punt :
« 05. - Elektrische machines en toestellen « 05. - Elektrische machines en toestellen
In de saunaruimten zijn enkel verwarmings-toestellen, met inbegrip van In de saunaruimten zijn enkel verwarmings-toestellen, met inbegrip van
hun bedienings- en regelinrichtingen, verlichtingstoestellen, hun hun bedienings- en regelinrichtingen, verlichtingstoestellen, hun
aansluitleidingen en aansluitdozen als elektrisch materieel aansluitleidingen en aansluitdozen als elektrisch materieel
toegelaten. toegelaten.
Deze toestellen moeten : Deze toestellen moeten :
- hetzij beschermd zijn door een individuele veiligheidsscheiding - hetzij beschermd zijn door een individuele veiligheidsscheiding
volgens de voorschriften van artikel 76; volgens de voorschriften van artikel 76;
- hetzij van klasse I zijn, hun voedingsstroombanen zijn beschermd - hetzij van klasse I zijn, hun voedingsstroombanen zijn beschermd
door automatische differentieelstroominrichtingen met grote of zeer door automatische differentieelstroominrichtingen met grote of zeer
grote gevoeligheid; grote gevoeligheid;
- hetzij van de klasse II zijn of een veiligheid, tegen elektrische - hetzij van de klasse II zijn of een veiligheid, tegen elektrische
schokken, gelijkwaardig met deze van toestellen van de klasse II schokken, gelijkwaardig met deze van toestellen van de klasse II
hebben; hebben;
- hetzij van klasse III zijn en gevoed zijn op zeer lage - hetzij van klasse III zijn en gevoed zijn op zeer lage
veiligheidsspanning overeenkomstig de waarden van punt 02; veiligheidsspanning overeenkomstig de waarden van punt 02;
Alle andere elektrische toestellen moeten buiten de saunaruimte worden Alle andere elektrische toestellen moeten buiten de saunaruimte worden
geplaatst. » geplaatst. »

Art. 4.Artikel 92 van het Reglement wordt vervangen als volgt :

Art. 4.Artikel 92 van het Reglement wordt vervangen als volgt :

«

Art. 92.- Fonteinen en andere waterkommen

«

Art. 92.- Fonteinen en andere waterkommen

01. - Algemeenheden 01. - Algemeenheden
Voor de fonteinen en de andere waterkommen zijn de voorschriften met Voor de fonteinen en de andere waterkommen zijn de voorschriften met
betrekking tot zwembaden van toepassing. betrekking tot zwembaden van toepassing.
Voor de fonteinen en de andere waterkommen die ontoegankelijk zijn Voor de fonteinen en de andere waterkommen die ontoegankelijk zijn
gemaakt voor personen door middel van materiële elementen die gemaakt voor personen door middel van materiële elementen die
voldoende stevig en aangepast zijn, zijn de voorschriften van de voldoende stevig en aangepast zijn, zijn de voorschriften van de
hiernavolgende punten van toepassing. hiernavolgende punten van toepassing.
02. - Bepalingen 02. - Bepalingen
Volume 0 : het inwendig volume van de kom, zijn openingen in de wanden Volume 0 : het inwendig volume van de kom, zijn openingen in de wanden
of de bodem, en het inwendig volume van cascades of van fonteinen. of de bodem, en het inwendig volume van cascades of van fonteinen.
Volume 1 : het volume begrensd door : Volume 1 : het volume begrensd door :
- het volume 0; - het volume 0;
- het verticaal oppervlak gelegen op 2 m van de rand van de kom; - het verticaal oppervlak gelegen op 2 m van de rand van de kom;
- de grond, - de grond,
- het horizontaal vlak gelegen op 2,5 m boven de grond of boven het - het horizontaal vlak gelegen op 2,5 m boven de grond of boven het
oppervlak waar personen zich kunnen bevinden. oppervlak waar personen zich kunnen bevinden.
Wanneer in de fonteinen of andere waterkommen structurele elementen Wanneer in de fonteinen of andere waterkommen structurele elementen
aanwezig zijn waar personen zich kunnen bevinden, is het volume 1 aanwezig zijn waar personen zich kunnen bevinden, is het volume 1
begrensd door : begrensd door :
- een verticaal oppervlak gelegen op 1,5 m rond voornoemde structurele - een verticaal oppervlak gelegen op 1,5 m rond voornoemde structurele
elementen; elementen;
- het horizontaal vlak gelegen op 2,5 m boven het hoogste niveau waar - het horizontaal vlak gelegen op 2,5 m boven het hoogste niveau waar
personen zich kunnen bevinden. personen zich kunnen bevinden.
De aanwezigheid van vaste wanden met een minimum hoogte van 2,5 m De aanwezigheid van vaste wanden met een minimum hoogte van 2,5 m
heeft een begrenzende invloed op het hierboven vermelde volume 1. heeft een begrenzende invloed op het hierboven vermelde volume 1.
Er bestaat geen volume 2. Er bestaat geen volume 2.
03.- Bescherming tegen onrechtstreekse aanraking bij gebruik van zeer 03.- Bescherming tegen onrechtstreekse aanraking bij gebruik van zeer
lage veiligheidsspanning lage veiligheidsspanning
Wanneer de bescherming tegen onrechtstreekse aanraking in de volumes 0 Wanneer de bescherming tegen onrechtstreekse aanraking in de volumes 0
en 1 verzekerd wordt door het gebruik van zeer lage en 1 verzekerd wordt door het gebruik van zeer lage
veiligheidsspanning is haar maximumspanning gelijk aan 50 V veiligheidsspanning is haar maximumspanning gelijk aan 50 V
wisselspanning, 75 V gelijkspanning met rimpel of 120 V gelijkspanning wisselspanning, 75 V gelijkspanning met rimpel of 120 V gelijkspanning
zonder rimpel. zonder rimpel.
04. - Bescherming tegen rechtstreekse aanraking - Beschermingsgraad 04. - Bescherming tegen rechtstreekse aanraking - Beschermingsgraad
van het elektrisch materieel van het elektrisch materieel
De bescherming tegen rechtstreekse aanraking in de volumes 0 en 1 De bescherming tegen rechtstreekse aanraking in de volumes 0 en 1
wordt verzekerd door het gebruik van isolatie, hindernissen of wordt verzekerd door het gebruik van isolatie, hindernissen of
omhulsels. omhulsels.
De beschermingsgraad van het elektrisch materieel is ten minste : De beschermingsgraad van het elektrisch materieel is ten minste :
- IPX7/IPX8 in het volume 0; - IPX7/IPX8 in het volume 0;
- IPX5 in het volume 1. - IPX5 in het volume 1.
05. - Veiligheidsscheiding van de stroombanen 05. - Veiligheidsscheiding van de stroombanen
Wanneer de beschermingsmaatregel tegen elektrische schokken door Wanneer de beschermingsmaatregel tegen elektrische schokken door
middel van veiligheidsscheiding van de stroombanen toegepast wordt, middel van veiligheidsscheiding van de stroombanen toegepast wordt,
mag een beschermingstransformator slechts één enkel toestel voeden. mag een beschermingstransformator slechts één enkel toestel voeden.
06. - Bijkomende equipotentiaalverbinding 06. - Bijkomende equipotentiaalverbinding
Een bijkomende equipotentiaalverbinding, uitgevoerd overeenkomstig de Een bijkomende equipotentiaalverbinding, uitgevoerd overeenkomstig de
bepalingen van artikel 73, verbindt alle vreemde gelijktijdig bepalingen van artikel 73, verbindt alle vreemde gelijktijdig
genaakbare geleidende delen en massa's van het elektrisch materiaal in genaakbare geleidende delen en massa's van het elektrisch materiaal in
de volumes 0 en 1 met uitzondering van de massa's van het elektrisch de volumes 0 en 1 met uitzondering van de massa's van het elektrisch
materieel op zeer lage veiligheidsspanning. materieel op zeer lage veiligheidsspanning.
07. - Elektrische leidingen 07. - Elektrische leidingen
In de volumes 0 en 1 moeten de leidingen beperkt worden tot deze In de volumes 0 en 1 moeten de leidingen beperkt worden tot deze
noodzakelijk voor de voeding van het elektrisch materieel binnen deze noodzakelijk voor de voeding van het elektrisch materieel binnen deze
volumes. volumes.
08. - Verbindings- en contactdozen 08. - Verbindings- en contactdozen
Verbindingsdozen van elektrische leidingen en contactdozen zijn Verbindingsdozen van elektrische leidingen en contactdozen zijn
verboden in de volumes 0 en 1. Voor de stroombanen op ZLVS zijn zij verboden in de volumes 0 en 1. Voor de stroombanen op ZLVS zijn zij
evenwel toegelaten in volume 1. evenwel toegelaten in volume 1.
09. - Verlichtingstoestellen 09. - Verlichtingstoestellen
In de volumes 0 en 1 zijn verlichtingstoestellen toegelaten op In de volumes 0 en 1 zijn verlichtingstoestellen toegelaten op
voorwaarde dat ze door één van de volgende maatregelen beschermd zijn voorwaarde dat ze door één van de volgende maatregelen beschermd zijn
: :
- voeding op ZLVS overeenkomstig de waarden van punt 03. Het - voeding op ZLVS overeenkomstig de waarden van punt 03. Het
voedingstoestel voor deze ZLVS moet zich buiten de volumes 0 en 1 voedingstoestel voor deze ZLVS moet zich buiten de volumes 0 en 1
bevinden; bevinden;
- automatische onderbreking van de voeding door een automatische - automatische onderbreking van de voeding door een automatische
differentieelstroominrichting met grote of zeer grote gevoeligheid; differentieelstroominrichting met grote of zeer grote gevoeligheid;
- individuele veiligheidsscheiding volgens de voorschriften van - individuele veiligheidsscheiding volgens de voorschriften van
artikel 76. Het voedingstoestel moet zich buiten de volumes 0 en 1 artikel 76. Het voedingstoestel moet zich buiten de volumes 0 en 1
bevinden. bevinden.
De verlichtingstoestellen in de volumes 0 en 1 moeten vast opgesteld De verlichtingstoestellen in de volumes 0 en 1 moeten vast opgesteld
en voorzien zijn van een mechanische bescherming (uitwendige invloed en voorzien zijn van een mechanische bescherming (uitwendige invloed
AG2) die enkel met behulp van gereedschap kan worden verwijderd. AG2) die enkel met behulp van gereedschap kan worden verwijderd.
De verlichtingstoestellen in volume 0, geplaatst achter vaste vensters De verlichtingstoestellen in volume 0, geplaatst achter vaste vensters
en gevoed buiten het volume 0, moeten zodanig worden geïnstalleerd dat en gevoed buiten het volume 0, moeten zodanig worden geïnstalleerd dat
geen enkel galvanisch contact tussen de massa van de geen enkel galvanisch contact tussen de massa van de
verlichtingstoestellen en de geleidende delen van de vensters kan verlichtingstoestellen en de geleidende delen van de vensters kan
ontstaan. ontstaan.
10. - Andere toestellen 10. - Andere toestellen
In de volumes 0 en 1 zijn enkel pompen en het elektrisch materieel In de volumes 0 en 1 zijn enkel pompen en het elektrisch materieel
aangehaald in voornoemde punten toegelaten. aangehaald in voornoemde punten toegelaten.
De pompen zijn beschermd door één van de beschermingswijzen aangehaald De pompen zijn beschermd door één van de beschermingswijzen aangehaald
in punt 09. in punt 09.
Indien het elektrisch materieel geplaatst is in een kabelkanaal of Indien het elektrisch materieel geplaatst is in een kabelkanaal of
technische ruimte in het volume 1 : technische ruimte in het volume 1 :
- is er enkel toegankelijkheid voor het dienst- en - is er enkel toegankelijkheid voor het dienst- en
onderhoudspersoneel; onderhoudspersoneel;
- is er automatische afschakeling van de spanning op alle - is er automatische afschakeling van de spanning op alle
niet-beschermde actieve delen die toevallig kunnen worden aangeraakt niet-beschermde actieve delen die toevallig kunnen worden aangeraakt
op het ogenblik van het wegnemen of openen van omhulsels; op het ogenblik van het wegnemen of openen van omhulsels;
- mag dit kanaal of deze ruimte niet onder water kunnen lopen. - mag dit kanaal of deze ruimte niet onder water kunnen lopen.

Art. 5.Dit besluit is van toepassing op elektrische installaties en

Art. 5.Dit besluit is van toepassing op elektrische installaties en

belangrijke wijzigingen en uitbreidingen waarvan de uitvoering ter belangrijke wijzigingen en uitbreidingen waarvan de uitvoering ter
plaatse nog niet is aangevangen op de publicatiedatum van dit besluit. plaatse nog niet is aangevangen op de publicatiedatum van dit besluit.

Art. 6.Onze Minister van Werk, Onze Minister van Energie en Onze

Art. 6.Onze Minister van Werk, Onze Minister van Energie en Onze

Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk zijn, Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk zijn,
ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 februari 2004. Gegeven te Brussel, 10 februari 2004.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
De Minister van Energie, De Minister van Energie,
Mevr. F. MOERMAN Mevr. F. MOERMAN
De Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk, De Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk,
Mevr. K. VAN BREMPT Mevr. K. VAN BREMPT
^