Koninklijk besluit betreffende de arbeidsduur van de mobiele werknemers tewerkgesteld in sommige ondernemingen van collectief personenvervoer over de weg die ongeregeld vervoer en/of internationaal geregeld vervoer uitvoeren (1) | Koninklijk besluit betreffende de arbeidsduur van de mobiele werknemers tewerkgesteld in sommige ondernemingen van collectief personenvervoer over de weg die ongeregeld vervoer en/of internationaal geregeld vervoer uitvoeren (1) |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
10 AUGUSTUS 2005. - Koninklijk besluit betreffende de arbeidsduur van | 10 AUGUSTUS 2005. - Koninklijk besluit betreffende de arbeidsduur van |
de mobiele werknemers tewerkgesteld in sommige ondernemingen van | de mobiele werknemers tewerkgesteld in sommige ondernemingen van |
collectief personenvervoer over de weg die ongeregeld vervoer en/of | collectief personenvervoer over de weg die ongeregeld vervoer en/of |
internationaal geregeld vervoer uitvoeren (PC 140) (1) | internationaal geregeld vervoer uitvoeren (PC 140) (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de arbeidswet van 16 maart 1971, inzonderheid op artikel 19, | Gelet op de arbeidswet van 16 maart 1971, inzonderheid op artikel 19, |
derde lid, 1°, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 225 van 7 | derde lid, 1°, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 225 van 7 |
december 1983 en bij de wet van 22 januari 1985; | december 1983 en bij de wet van 22 januari 1985; |
Gelet op het koninklijk besluit van 2 mei 1990 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 2 mei 1990 betreffende de |
arbeidsduur van het rijdend personeel tewerkgesteld in sommige | arbeidsduur van het rijdend personeel tewerkgesteld in sommige |
ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité van het | ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité van het |
vervoer. | vervoer. |
Gelet op de richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad | Gelet op de richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad |
van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van | van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van |
personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen; | personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer; |
Gelet op het advies nr. 38417/1 van de Raad van State, gegeven op 26 | Gelet op het advies nr. 38417/1 van de Raad van State, gegeven op 26 |
mei 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | mei 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op: |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op: |
1. de mobiele werknemers van de ondernemingen die onder het Paritair | 1. de mobiele werknemers van de ondernemingen die onder het Paritair |
Comité voor het vervoer ressorteren en die ongeregeld vervoer en/of | Comité voor het vervoer ressorteren en die ongeregeld vervoer en/of |
internationaal geregeld vervoer uitvoeren, in de zin van de | internationaal geregeld vervoer uitvoeren, in de zin van de |
EEG-Verordering nr. 684/92 van de Raad van 16 maart 1992 gewijzigd | EEG-Verordering nr. 684/92 van de Raad van 16 maart 1992 gewijzigd |
door de EG-Verordering nr. 11/98 van de raad van 11 december 1997 | door de EG-Verordering nr. 11/98 van de raad van 11 december 1997 |
houdende gemeenschappelijke regels voor het internationaal vervoer van | houdende gemeenschappelijke regels voor het internationaal vervoer van |
personen met touringcars en met autobussen; | personen met touringcars en met autobussen; |
2. de werkgevers die de onder 1 bedoelde werklieden tewerkstellen. | 2. de werkgevers die de onder 1 bedoelde werklieden tewerkstellen. |
Art. 2.Worden voor de vaststelling van de arbeidsduur niet als |
Art. 2.Worden voor de vaststelling van de arbeidsduur niet als |
arbeidstijd beschouwd : | arbeidstijd beschouwd : |
1. de beschikbaarheidstijd zoals bepaald in artikel 3, b) van de | 1. de beschikbaarheidstijd zoals bepaald in artikel 3, b) van de |
Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 | Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 |
maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen | maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen |
die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen, dit wil | die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen, dit wil |
zeggen: | zeggen: |
a) andere periodes dan pauzes of rusttijden, waarin de werknemer niet | a) andere periodes dan pauzes of rusttijden, waarin de werknemer niet |
op de werkplek hoeft te blijven, doch beschikbaar moet zijn om gevolg | op de werkplek hoeft te blijven, doch beschikbaar moet zijn om gevolg |
te kunnen geven aan eventuele oproepen om de rit aan te vatten of te | te kunnen geven aan eventuele oproepen om de rit aan te vatten of te |
hervatten, of om andere werkzaamheden uit te voeren; | hervatten, of om andere werkzaamheden uit te voeren; |
b) de periodes waarin de werknemer een per veerboot of trein vervoerd | b) de periodes waarin de werknemer een per veerboot of trein vervoerd |
voertuig begeleidt; | voertuig begeleidt; |
c) de wachttijden aan grenzen of bij laden en/of lossen; | c) de wachttijden aan grenzen of bij laden en/of lossen; |
d) de wachttijden tengevolge van rijverboden; | d) de wachttijden tengevolge van rijverboden; |
e) de tijd doorgebracht gedurende de rit naast de bestuurder of in een | e) de tijd doorgebracht gedurende de rit naast de bestuurder of in een |
slaapcabine; | slaapcabine; |
2. de meertijd die de werknemer nodig heeft om de afstand af te leggen | 2. de meertijd die de werknemer nodig heeft om de afstand af te leggen |
van en naar de plaats waar het voertuig zich bevindt indien dit niet | van en naar de plaats waar het voertuig zich bevindt indien dit niet |
op de gebruikelijke plaats is gestald; | op de gebruikelijke plaats is gestald; |
3. de wachttijden die verband houden met de tol-, of medische | 3. de wachttijden die verband houden met de tol-, of medische |
aangelegenheden; | aangelegenheden; |
4. de tijd gedurende de welke de werknemer aan boord of in de | 4. de tijd gedurende de welke de werknemer aan boord of in de |
nabijheid van de wagen verblijft ten einde de veiligheid van de wagen | nabijheid van de wagen verblijft ten einde de veiligheid van de wagen |
en de goederen te verzekeren, maar geen arbeid presteert; | en de goederen te verzekeren, maar geen arbeid presteert; |
5. de tijd gewijd aan de eetmalen; | 5. de tijd gewijd aan de eetmalen; |
6. de tijd, die overeenstemt met de onderbreking van de rijtijden | 6. de tijd, die overeenstemt met de onderbreking van de rijtijden |
bedoeld in artikel 7 van de EEG-verordening nr. 3820/85 van 20 | bedoeld in artikel 7 van de EEG-verordening nr. 3820/85 van 20 |
december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale | december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale |
aard voor het wegvervoer. | aard voor het wegvervoer. |
Art. 3.De grenzen van de arbeidsduur, vastgesteld door de artikelen |
Art. 3.De grenzen van de arbeidsduur, vastgesteld door de artikelen |
19 en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of een lagere grens | 19 en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of een lagere grens |
vastgesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst, kunnen | vastgesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst, kunnen |
overschreden worden, op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, | overschreden worden, op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, |
berekend over een periode van een semester, gemiddeld de arbeidsduur | berekend over een periode van een semester, gemiddeld de arbeidsduur |
vastgesteld door de wet of de collectieve arbeidsovereenkomst niet | vastgesteld door de wet of de collectieve arbeidsovereenkomst niet |
overschrijdt. | overschrijdt. |
Met semester wordt bedoeld de periode van 6 maanden gaande van 1 | Met semester wordt bedoeld de periode van 6 maanden gaande van 1 |
januari tot 30 juni of van 1 juli tot 31 december van elk jaar. | januari tot 30 juni of van 1 juli tot 31 december van elk jaar. |
Art. 4.De duur van de in artikel 2 vermelde periodes is voorzienbaar |
Art. 4.De duur van de in artikel 2 vermelde periodes is voorzienbaar |
en is gelijk aan twee vijfden van de diensttijd. In de maanden | en is gelijk aan twee vijfden van de diensttijd. In de maanden |
januari, februari, maart, oktober, november en december, | januari, februari, maart, oktober, november en december, |
vertegenwoordigt deze duur één derde van de diensttijd. De dagelijkse | vertegenwoordigt deze duur één derde van de diensttijd. De dagelijkse |
diensttijd is de periode tussen twee dagelijkse rusttijden of tussen | diensttijd is de periode tussen twee dagelijkse rusttijden of tussen |
een dagelijkse rusttijd en een wekelijkse rusttijd. | een dagelijkse rusttijd en een wekelijkse rusttijd. |
Art. 5.Het koninklijk besluit van 2 mei 1990 betreffende de |
Art. 5.Het koninklijk besluit van 2 mei 1990 betreffende de |
arbeidsduur van het rijdend personeel tewerkgesteld in sommige | arbeidsduur van het rijdend personeel tewerkgesteld in sommige |
ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité van het | ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité van het |
vervoer wordt opgeheven. | vervoer wordt opgeheven. |
Art. 6.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 6.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Art. 7.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 7.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Nice, 10 augustus 2005. | Gegeven te Nice, 10 augustus 2005. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
Voor de Minister van Werk, afwezig : | Voor de Minister van Werk, afwezig : |
De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven, | De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |
_______ | _______ |
Nota's | Nota's |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 16 maart 1971, Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971. | Wet van 16 maart 1971, Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971. |
Wet van 22 januari 1985, Belgisch Staatsblad van 24 januari 1985. | Wet van 22 januari 1985, Belgisch Staatsblad van 24 januari 1985. |
Koninklijk besluit nr. 225 van 7 december 1983, Belgisch Staatsblad | Koninklijk besluit nr. 225 van 7 december 1983, Belgisch Staatsblad |
van 15 december 1983. | van 15 december 1983. |
Koninklijk besluit van 2 mei 1990, Belgisch Staatsblad van 31 mei | Koninklijk besluit van 2 mei 1990, Belgisch Staatsblad van 31 mei |
1990. | 1990. |