Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de arbeidsorganisatie | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende de arbeidsorganisatie |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
9 OKTOBER 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 9 OKTOBER 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie | gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie |
en distributie, betreffende de arbeidsorganisatie (1) | en distributie, betreffende de arbeidsorganisatie (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de elektriciens : |
installatie en distributie; | installatie en distributie; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie | gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie |
en distributie, betreffende de arbeidsorganisatie. | en distributie, betreffende de arbeidsorganisatie. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 9 oktober 2014. | Gegeven te Brussel, 9 oktober 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie | Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014 |
Arbeidsorganisatie (Overeenkomst geregistreerd op 14 mei 2014 onder | Arbeidsorganisatie (Overeenkomst geregistreerd op 14 mei 2014 onder |
het nummer 121132/CO/149.01) | het nummer 121132/CO/149.01) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die | de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die |
ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de elektriciens : | ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de elektriciens : |
installatie en distributie. | installatie en distributie. |
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt | Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. | onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. |
HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten | HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten |
Art. 2.In toepassing van artikel 26bis, § 1 en § 1bis van de |
Art. 2.In toepassing van artikel 26bis, § 1 en § 1bis van de |
arbeidswet van 16 maart 1971, wordt de referteperiode op 1 jaar | arbeidswet van 16 maart 1971, wordt de referteperiode op 1 jaar |
gebracht en de interne grens vastgesteld op 91 uur. | gebracht en de interne grens vastgesteld op 91 uur. |
Art. 3.De arbeiders hebben binnen het wettelijk kader de |
Art. 3.De arbeiders hebben binnen het wettelijk kader de |
keuzemogelijkheid om de eerste 91 overuren per kalenderjaar in het | keuzemogelijkheid om de eerste 91 overuren per kalenderjaar in het |
kader van buitengewone vermeerdering van werk (artikel 25 van de | kader van buitengewone vermeerdering van werk (artikel 25 van de |
arbeidswet van 16 maart 1971) of van de werkzaamheden ingevolge een | arbeidswet van 16 maart 1971) of van de werkzaamheden ingevolge een |
onvoorziene noodzakelijkheid (artikel 26, § 1, 3° van de arbeidswet | onvoorziene noodzakelijkheid (artikel 26, § 1, 3° van de arbeidswet |
van 16 maart 1971) te recupereren of uitbetaald te krijgen. | van 16 maart 1971) te recupereren of uitbetaald te krijgen. |
Art. 4.De arbeiders hebben binnen het wettelijk kader de |
Art. 4.De arbeiders hebben binnen het wettelijk kader de |
keuzemogelijkheid om de bijkomende schijf van 91 overuren tot 130 | keuzemogelijkheid om de bijkomende schijf van 91 overuren tot 130 |
overuren per kalenderjaar in het kader van buitengewone vermeerdering | overuren per kalenderjaar in het kader van buitengewone vermeerdering |
van werk (artikel 25 van de arbeidswet van 16 maart 1971) of van de | van werk (artikel 25 van de arbeidswet van 16 maart 1971) of van de |
werkzaamheden ingevolge een onvoorziene noodzakelijkheid (artikel 26, | werkzaamheden ingevolge een onvoorziene noodzakelijkheid (artikel 26, |
§ 1, 3° van de arbeidswet van 16 maart 1971) te recupereren of | § 1, 3° van de arbeidswet van 16 maart 1971) te recupereren of |
uitbetaald te krijgen. | uitbetaald te krijgen. |
Art. 5.Evenwel, ondernemingen met een vakbondsafvaardiging die |
Art. 5.Evenwel, ondernemingen met een vakbondsafvaardiging die |
gebruik willen maken van de bijkomende schijf van 91 overuren tot 130 | gebruik willen maken van de bijkomende schijf van 91 overuren tot 130 |
overuren dienen ter zake een collectieve arbeidsovereenkomst op | overuren dienen ter zake een collectieve arbeidsovereenkomst op |
ondernemingsvlak af te sluiten. | ondernemingsvlak af te sluiten. |
Art. 6.In deze collectieve arbeidsovereenkomst, afgesloten op het |
Art. 6.In deze collectieve arbeidsovereenkomst, afgesloten op het |
niveau van de onderneming, dienen afspraken te worden opgenomen over | niveau van de onderneming, dienen afspraken te worden opgenomen over |
het verschaffen van informatie op semestriële basis aan de | het verschaffen van informatie op semestriële basis aan de |
vakbondsafvaardiging over het totaal aantal gepresteerde overuren (het | vakbondsafvaardiging over het totaal aantal gepresteerde overuren (het |
totaal aantal uitbetaalde en gerecupereerde overuren) en over het | totaal aantal uitbetaalde en gerecupereerde overuren) en over het |
gebruik van tijdelijke contracten (uitzendcontracten, contracten van | gebruik van tijdelijke contracten (uitzendcontracten, contracten van |
bepaalde duur en onderaanneming). | bepaalde duur en onderaanneming). |
Art. 7.Bovendien moet in deze overeenkomst worden opgenomen hoe |
Art. 7.Bovendien moet in deze overeenkomst worden opgenomen hoe |
jaarlijks overleg zal worden gepleegd over de eventuele omzetting van | jaarlijks overleg zal worden gepleegd over de eventuele omzetting van |
structurele overuren en tijdelijke contracten in contracten van | structurele overuren en tijdelijke contracten in contracten van |
onbepaalde duur. | onbepaalde duur. |
Art. 8.Partijen herinneren eraan dat conform artikelen 25 en 26, § 1, |
Art. 8.Partijen herinneren eraan dat conform artikelen 25 en 26, § 1, |
3° van de arbeidswet van 16 maart 1971 de vakbondsafvaardiging haar | 3° van de arbeidswet van 16 maart 1971 de vakbondsafvaardiging haar |
goedkeuring dient te geven bij het presteren van overuren. | goedkeuring dient te geven bij het presteren van overuren. |
Art. 9.De interne grens van 91 overuren per kalenderjaar wordt op 130 |
Art. 9.De interne grens van 91 overuren per kalenderjaar wordt op 130 |
overuren gebracht in ondernemingen zonder een vakbondsafvaardiging. | overuren gebracht in ondernemingen zonder een vakbondsafvaardiging. |
In ondernemingen met een vakbondsafvaardiging wordt bovenvermelde | In ondernemingen met een vakbondsafvaardiging wordt bovenvermelde |
grens slechts op 130 of 143 overuren gebracht indien er via een | grens slechts op 130 of 143 overuren gebracht indien er via een |
collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak afspraken zijn | collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak afspraken zijn |
gemaakt over de elementen zoals opgenomen in artikel 5 van onderhavige | gemaakt over de elementen zoals opgenomen in artikel 5 van onderhavige |
collectieve arbeidsovereenkomst. | collectieve arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK III. - Geldigheid | HOOFDSTUK III. - Geldigheid |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
ingang van 1 april 2014 en treedt buiten werking op 31 december 2014. | ingang van 1 april 2014 en treedt buiten werking op 31 december 2014. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 oktober | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 oktober |
2014. | 2014. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |