Koninklijk besluit tot wijziging van het stelsel van loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft | Koninklijk besluit tot wijziging van het stelsel van loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUDGET EN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUDGET EN |
BEHEERSCONTROLE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN | BEHEERSCONTROLE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN |
SOCIAAL OVERLEG, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, | SOCIAAL OVERLEG, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, |
BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, FEDERALE | BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, FEDERALE |
OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST | OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST |
FINANCIEN | FINANCIEN |
9 JULI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het stelsel van | 9 JULI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het stelsel van |
loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft | loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de | Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de |
maatschappelijke zekerheid der arbeiders, inzonderheid op artikel 7, § | maatschappelijke zekerheid der arbeiders, inzonderheid op artikel 7, § |
1, derde lid, l), vervangen bij de wet van 10 augustus 2001; | 1, derde lid, l), vervangen bij de wet van 10 augustus 2001; |
Gelet op de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale | Gelet op de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale |
bepalingen, inzonderheid artikel 99, gewijzigd door de wet van 30 | bepalingen, inzonderheid artikel 99, gewijzigd door de wet van 30 |
november 2001, artikel 100, derde lid, gewijzigd bij de wet van 30 | november 2001, artikel 100, derde lid, gewijzigd bij de wet van 30 |
december 2001, artikel 102, § 1, tweede lid, gewijzigd bij de wet van | december 2001, artikel 102, § 1, tweede lid, gewijzigd bij de wet van |
30 december 2001; | 30 december 2001; |
Gelet op het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de |
toekenning van onderbrekingsuitkeringen; | toekenning van onderbrekingsuitkeringen; |
Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de |
toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het | toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het |
onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; | onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; |
Gelet op het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de |
verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de | verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de |
rijksbesturen; | rijksbesturen; |
Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de |
onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen; | onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen; |
Gelet op het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de |
verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van | verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van |
de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan; | de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan; |
Gelet op het koninklijk besluit van 10 juni 2002 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 10 juni 2002 betreffende de |
toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van de | toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van de |
overheidsbedrijven die in toepassing van de wet van 21 maart 1991 | overheidsbedrijven die in toepassing van de wet van 21 maart 1991 |
houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven | houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven |
bestuursautonomie verkregen hebben; | bestuursautonomie verkregen hebben; |
Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2009 houdende | Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2009 houdende |
toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische | toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische |
Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking | Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking |
voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of | voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of |
familielid; | familielid; |
Gelet op het koninklijk besluit van 29 april 2013 houdende toekenning | Gelet op het koninklijk besluit van 29 april 2013 houdende toekenning |
aan de personeelsleden van de Cel voor Financiële Informatieverwerking | aan de personeelsleden van de Cel voor Financiële Informatieverwerking |
van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het | van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het |
verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid; | verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid; |
Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om | Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om |
een effectbeoordeling inzake duurzame ontwikkeling uit te voeren, | een effectbeoordeling inzake duurzame ontwikkeling uit te voeren, |
waarbij besloten is dat een effectbeoordeling niet vereist is; | waarbij besloten is dat een effectbeoordeling niet vereist is; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 mei | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 mei |
2013; | 2013; |
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor | Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor |
Arbeidsvoorziening, gegeven op 20 juni 2013; | Arbeidsvoorziening, gegeven op 20 juni 2013; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op |
8 juli 2013; | 8 juli 2013; |
Gelet op het advies nr. 60 van 12 december 2013 van het Comité | Gelet op het advies nr. 60 van 12 december 2013 van het Comité |
Overheidsbedrijven; | Overheidsbedrijven; |
Gelet op het protocol nr. 192/2 van 25 februari 2014 van het | Gelet op het protocol nr. 192/2 van 25 februari 2014 van het |
Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten; | Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten; |
Gelet op het advies nr. 55.807/1 van de Raad van State, gegeven op 6 | Gelet op het advies nr. 55.807/1 van de Raad van State, gegeven op 6 |
mei 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | mei 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Justitie, de Minister van | Op de voordracht van de Minister van Justitie, de Minister van |
Begroting, de Minister van Werk, de Minister van Overheidsbedrijven en | Begroting, de Minister van Werk, de Minister van Overheidsbedrijven en |
Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Financiën, de | Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Financiën, de |
Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en op het advies van de in Raad | Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en op het advies van de in Raad |
vergaderde Ministers, | vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.In artikel 19 van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 |
Artikel 1.In artikel 19 van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 |
betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, gewijzigd bij | betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, gewijzigd bij |
het koninklijk besluit van 21 december 1992, wordt de laatste zin "De | het koninklijk besluit van 21 december 1992, wordt de laatste zin "De |
aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief verzonden te worden | aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief verzonden te worden |
en wordt geacht ontvangen te zijn op het gewestelijk bureau de derde | en wordt geacht ontvangen te zijn op het gewestelijk bureau de derde |
werkdag na de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De | werkdag na de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De |
aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden | aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden |
verzonden.". | verzonden.". |
Art. 2.Artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk |
Art. 2.Artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk |
besluit van 21 december 1992, wordt vervangen als volgt : | besluit van 21 december 1992, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 22.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
" Art. 22.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en | aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en |
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen | volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen |
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in | de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in |
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten | de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten |
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat | behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat |
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". | het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". |
Art. 3.Artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk |
Art. 3.Artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk |
besluit van 12 maart 2000, wordt vervangen als volgt: | besluit van 12 maart 2000, wordt vervangen als volgt: |
" Art. 24.§ 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of |
" Art. 24.§ 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of |
terugvordering van de uitkeringen neemt, roept de directeur de | terugvordering van de uitkeringen neemt, roept de directeur de |
werknemer op teneinde hem te horen. De werknemer moet evenwel niet | werknemer op teneinde hem te horen. De werknemer moet evenwel niet |
worden opgeroepen om te worden gehoord in verband met zijn | worden opgeroepen om te worden gehoord in verband met zijn |
verweermiddelen : | verweermiddelen : |
1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een | 1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een |
werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de | werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst, of van het feit dat de werknemer de uitoefening | arbeidsovereenkomst, of van het feit dat de werknemer de uitoefening |
van een zelfstandige activiteit voortzet terwijl hij de uitoefening | van een zelfstandige activiteit voortzet terwijl hij de uitoefening |
ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het recht op | ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het recht op |
onderbrekingsuitkeringen; | onderbrekingsuitkeringen; |
2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een | 2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een |
uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de | uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de |
artikelen 6, 8 en 8bis; | artikelen 6, 8 en 8bis; |
3° wanneer de werknemer schriftelijk heeft medegedeeld dat hij niet | 3° wanneer de werknemer schriftelijk heeft medegedeeld dat hij niet |
wenst te worden gehoord. | wenst te worden gehoord. |
Indien de werknemer de dag van de oproeping verhinderd is, mag hij | Indien de werknemer de dag van de oproeping verhinderd is, mag hij |
vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die niet | vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die niet |
later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste | later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste |
verhoor was vastgesteld. | verhoor was vastgesteld. |
Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel | Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel |
verleend. | verleend. |
De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door | De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door |
het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag voor de dag | het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag voor de dag |
waarop de werknemer wordt opgeroepen. | waarop de werknemer wordt opgeroepen. |
De werknemer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een | De werknemer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een |
advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve | advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve |
werknemersorganisatie. | werknemersorganisatie. |
De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen | De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen |
onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post | onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post |
aangetekend schrijven ter kennis van de betrokken werknemer gebracht | aangetekend schrijven ter kennis van de betrokken werknemer gebracht |
en dient te vermelden voor welke periode er wordt teruggevorderd | en dient te vermelden voor welke periode er wordt teruggevorderd |
alsook welk bedrag wordt teruggevorderd. | alsook welk bedrag wordt teruggevorderd. |
De werknemer kan tegen de beslissingen van de directeur tot | De werknemer kan tegen de beslissingen van de directeur tot |
uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op | uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op |
straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de | straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de |
bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan. | bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan. |
§ 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van | § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van |
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn | toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn |
: | : |
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met | 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met |
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van de artikelen | een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van de artikelen |
14 en 14bis; | 14 en 14bis; |
2° de werknemer werd schriftelijk in kennis gesteld van deze | 2° de werknemer werd schriftelijk in kennis gesteld van deze |
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de | vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de |
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer | afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer |
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. | te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. |
Indien de werknemer in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord | Indien de werknemer in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord |
te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1. | te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1. |
§ 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: | § 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: |
- ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten | - ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten |
gevolge van een juridische of materiële vergissing van het | gevolge van een juridische of materiële vergissing van het |
werkloosheidsbureau; | werkloosheidsbureau; |
- ofwel de werknemer die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of | - ofwel de werknemer die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of |
deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft | deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft |
gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij | gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij |
tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". | tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". |
Art. 4.In artikel 16, § 1 van het koninklijk besluit van 12 augustus |
Art. 4.In artikel 16, § 1 van het koninklijk besluit van 12 augustus |
1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan | 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan |
personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, | personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, |
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 augustus 1996, wordt de | gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 augustus 1996, wordt de |
laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief | laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief |
verzonden te worden en wordt geacht ontvangen te zijn op het | verzonden te worden en wordt geacht ontvangen te zijn op het |
werkloosheidsbureau de derde dag na afgifte ervan ter post." vervangen | werkloosheidsbureau de derde dag na afgifte ervan ter post." vervangen |
als volgt : "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te | als volgt : "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te |
worden verzonden.". | worden verzonden.". |
Art. 5.Artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het |
Art. 5.Artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het |
koninklijk besluit van 3 september 2012, wordt vervangen als volgt : | koninklijk besluit van 3 september 2012, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 16bis.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
" Art. 16bis.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en | aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en |
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen | volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen |
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in | de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in |
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten | de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten |
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat | behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat |
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". | het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". |
Art. 6.Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk |
Art. 6.Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk |
besluit van 20 augustus 1996, wordt vervangen als volgt : | besluit van 20 augustus 1996, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 19.§ 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of |
" Art. 19.§ 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of |
terugvordering van de uitkeringen neemt, roept de directeur het | terugvordering van de uitkeringen neemt, roept de directeur het |
personeelslid op teneinde hem te horen. Het personeelslid moet evenwel | personeelslid op teneinde hem te horen. Het personeelslid moet evenwel |
niet worden opgeroepen om te worden gehoord in verband met zijn | niet worden opgeroepen om te worden gehoord in verband met zijn |
verweermiddelen : | verweermiddelen : |
1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een | 1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een |
werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de | werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst, of van het feit dat het personeelslid de | arbeidsovereenkomst, of van het feit dat het personeelslid de |
uitoefening van een zelfstandige activiteit voortzet, terwijl hij de | uitoefening van een zelfstandige activiteit voortzet, terwijl hij de |
uitoefening ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het | uitoefening ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het |
recht op onderbrekingsuitkeringen; | recht op onderbrekingsuitkeringen; |
2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een | 2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een |
uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de | uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de |
artikelen 4, en 4quinquies; | artikelen 4, en 4quinquies; |
3° wanneer het personeelslid schriftelijk heeft meegedeeld dat hij | 3° wanneer het personeelslid schriftelijk heeft meegedeeld dat hij |
niet wenst te worden gehoord. | niet wenst te worden gehoord. |
Indien het personeelslid de dag van de oproeping verhinderd is, mag | Indien het personeelslid de dag van de oproeping verhinderd is, mag |
hij vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die | hij vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die |
niet later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het | niet later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het |
eerste verhoor was vastgesteld. | eerste verhoor was vastgesteld. |
Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel | Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel |
verleend. | verleend. |
De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door | De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door |
het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag vóór de dag | het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag vóór de dag |
waarop het personeelslid wordt opgeroepen. | waarop het personeelslid wordt opgeroepen. |
Het personeelslid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door | Het personeelslid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door |
een advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve | een advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve |
werknemersorganisatie. | werknemersorganisatie. |
De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen | De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen |
onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post | onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post |
aangetekend schrijven ter kennis van het betrokken personeelslid | aangetekend schrijven ter kennis van het betrokken personeelslid |
gebracht en dient te vermelden voor welke periode er wordt | gebracht en dient te vermelden voor welke periode er wordt |
teruggevorderd alsook welk bedrag wordt teruggevorderd. | teruggevorderd alsook welk bedrag wordt teruggevorderd. |
De directeur zendt een afschrift van deze beslissing aan de | De directeur zendt een afschrift van deze beslissing aan de |
schooloverheid onder dewelke het personeelslid ressorteert. | schooloverheid onder dewelke het personeelslid ressorteert. |
Het personeelslid kan tegen de beslissingen van de directeur tot | Het personeelslid kan tegen de beslissingen van de directeur tot |
uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op | uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op |
straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de | straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de |
bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan. | bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan. |
§ 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van | § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van |
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn | toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn |
: | : |
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met | 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met |
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 6; | een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 6; |
2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze | 2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze |
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de | vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de |
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer | afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer |
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. | te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. |
Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt | Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt |
gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1. | gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1. |
§ 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: | § 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: |
- ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten | - ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten |
gevolge van een juridische of materiële vergissing van het | gevolge van een juridische of materiële vergissing van het |
werkloosheidsbureau; | werkloosheidsbureau; |
- ofwel het personeelslid die een vereiste aangifte niet heeft gedaan | - ofwel het personeelslid die een vereiste aangifte niet heeft gedaan |
of deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft | of deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft |
gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij | gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij |
tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". | tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". |
Art. 7.In artikel 133 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 |
Art. 7.In artikel 133 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 |
betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de | betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de |
personeelsleden van de rijksbesturen, wordt de laatste zin "Die | personeelsleden van de rijksbesturen, wordt de laatste zin "Die |
aanvraag wordt geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag na de | aanvraag wordt geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag na de |
afgifte ervan ter post." opgeheven. | afgifte ervan ter post." opgeheven. |
Art. 8.Artikel 136 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
Art. 8.Artikel 136 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
koninklijk besluit van 26 mei 1999, wordt vervangen als volgt : | koninklijk besluit van 26 mei 1999, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 136.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
" Art. 136.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en | aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en |
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen | volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen |
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in | de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in |
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten | de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten |
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat | behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat |
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan. | het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan. |
Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat | Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat |
overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt de ambtenaar, | overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt de ambtenaar, |
wat zijn bestuur betreft, toch geacht in loopbaanonderbreking te zijn | wat zijn bestuur betreft, toch geacht in loopbaanonderbreking te zijn |
vanaf de dag die op het aanvraagformulier is aangegeven.". | vanaf de dag die op het aanvraagformulier is aangegeven.". |
Art. 9.Artikel 138 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
Art. 9.Artikel 138 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
koninklijk besluit van 10 juni 2002, wordt aangevuld met de paragrafen | koninklijk besluit van 10 juni 2002, wordt aangevuld met de paragrafen |
3 en 4, luidende : | 3 en 4, luidende : |
" § 3. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van | " § 3. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van |
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn | toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn |
: | : |
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met | 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met |
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 122; | een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 122; |
2° de ambtenaar werd schriftelijk in kennis gesteld van deze | 2° de ambtenaar werd schriftelijk in kennis gesteld van deze |
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de | vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de |
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer | afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer |
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. | te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. |
Indien de ambtenaar in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord | Indien de ambtenaar in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord |
te worden, wordt toepassing gemaakt van §§ 1 en 2. | te worden, wordt toepassing gemaakt van §§ 1 en 2. |
§ 4. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: | § 4. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: |
- ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten | - ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten |
gevolge van een juridische of materiële vergissing van het | gevolge van een juridische of materiële vergissing van het |
werkloosheidsbureau; | werkloosheidsbureau; |
- ofwel de ambtenaar die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of | - ofwel de ambtenaar die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of |
deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft | deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft |
gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij | gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij |
tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". | tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". |
Art. 10.In artikel 27 van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 |
Art. 10.In artikel 27 van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 |
betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel | betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel |
van de besturen, wordt de laatste zin "Die aanvraag wordt geacht te | van de besturen, wordt de laatste zin "Die aanvraag wordt geacht te |
zijn ontvangen op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post." | zijn ontvangen op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post." |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 11.Artikel 30 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : |
Art. 11.Artikel 30 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 30.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
" Art. 30.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en | aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en |
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen | volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen |
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in | de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in |
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten | de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten |
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat | behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat |
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan. | het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan. |
Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat | Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat |
overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt de ambtenaar, | overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt de ambtenaar, |
wat zijn bestuur betreft, toch geacht in loopbaanonderbreking te zijn | wat zijn bestuur betreft, toch geacht in loopbaanonderbreking te zijn |
vanaf de dag die op het aanvraagformulier is aangegeven.". | vanaf de dag die op het aanvraagformulier is aangegeven.". |
Art. 12.Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : |
Art. 12.Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : |
" § 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of terugvordering | " § 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of terugvordering |
van de uitkeringen neemt, roept de directeur de ambtenaar op teneinde | van de uitkeringen neemt, roept de directeur de ambtenaar op teneinde |
hem te horen. De ambtenaar moet evenwel niet worden opgeroepen om te | hem te horen. De ambtenaar moet evenwel niet worden opgeroepen om te |
worden gehoord in verband met zijn verweermiddelen: | worden gehoord in verband met zijn verweermiddelen: |
1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een | 1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een |
werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de | werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst, of van het feit dat de ambtenaar de uitoefening | arbeidsovereenkomst, of van het feit dat de ambtenaar de uitoefening |
van een zelfstandige activiteit voortzet, terwijl hij de uitoefening | van een zelfstandige activiteit voortzet, terwijl hij de uitoefening |
ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het recht op | ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het recht op |
onderbrekingsuitkeringen; | onderbrekingsuitkeringen; |
2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een | 2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een |
uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de | uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de |
artikelen 5, 7, 8 en 13; | artikelen 5, 7, 8 en 13; |
3° wanneer de ambtenaar schriftelijk heeft meegedeeld dat hij niet | 3° wanneer de ambtenaar schriftelijk heeft meegedeeld dat hij niet |
wenst te worden gehoord. | wenst te worden gehoord. |
Indien de ambtenaar de dag van de oproeping verhinderd is, mag hij | Indien de ambtenaar de dag van de oproeping verhinderd is, mag hij |
vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die niet | vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die niet |
later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste | later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste |
verhoor was vastgesteld. | verhoor was vastgesteld. |
Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel | Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel |
verleend. | verleend. |
De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door | De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door |
het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag vóór de dag | het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag vóór de dag |
waarop het personeelslid wordt opgeroepen. | waarop het personeelslid wordt opgeroepen. |
De ambtenaar kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een | De ambtenaar kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een |
advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve | advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve |
werknemersorganisatie. | werknemersorganisatie. |
De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen | De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen |
onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post | onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post |
aangetekend schrijven ter kennis van de betrokken ambtenaar gebracht | aangetekend schrijven ter kennis van de betrokken ambtenaar gebracht |
en dient te vermelden voor welke periode er wordt teruggevorderd | en dient te vermelden voor welke periode er wordt teruggevorderd |
alsook welk bedrag wordt teruggevorderd. | alsook welk bedrag wordt teruggevorderd. |
De directeur zendt een afschrift van deze beslissing aan de overheid | De directeur zendt een afschrift van deze beslissing aan de overheid |
onder welke het personeelslid ressorteert. | onder welke het personeelslid ressorteert. |
De ambtenaar kan tegen de beslissingen van de directeur tot | De ambtenaar kan tegen de beslissingen van de directeur tot |
uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op | uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op |
straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de | straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de |
bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan. | bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan. |
§ 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van | § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van |
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn | toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn |
: | : |
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met | 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met |
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 23; | een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 23; |
2° de ambtenaar werd schriftelijk in kennis gesteld van deze | 2° de ambtenaar werd schriftelijk in kennis gesteld van deze |
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de | vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de |
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer | afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer |
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. | te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. |
Indien de ambtenaar in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord | Indien de ambtenaar in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord |
te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1. | te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1. |
§ 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer : | § 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer : |
- ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten | - ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten |
gevolge van een juridische of materiële vergissing van het | gevolge van een juridische of materiële vergissing van het |
werkloosheidsbureau; | werkloosheidsbureau; |
- ofwel de ambtenaar die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of | - ofwel de ambtenaar die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of |
deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft | deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft |
gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij | gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij |
tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". | tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". |
Art. 13.In artikel 80 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 |
Art. 13.In artikel 80 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 |
betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige | betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige |
personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht ter zijde | personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht ter zijde |
staan, wordt de laatste zin "Die aanvraag wordt geacht te zijn | staan, wordt de laatste zin "Die aanvraag wordt geacht te zijn |
ontvangen op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post." | ontvangen op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post." |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 14.Artikel 83 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : |
Art. 14.Artikel 83 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 83.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
" Art. 83.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en | aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en |
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen | volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen |
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in | de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in |
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten | de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten |
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat | behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat |
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan. | het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan. |
Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat | Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat |
overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt het | overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt het |
personeelslid, wat het Ministerie van Justitie betreft, toch geacht in | personeelslid, wat het Ministerie van Justitie betreft, toch geacht in |
loopbaanonderbreking te zijn vanaf de dag die op het aanvraagformulier | loopbaanonderbreking te zijn vanaf de dag die op het aanvraagformulier |
is aangegeven.". | is aangegeven.". |
Art. 15.Artikel 85 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
Art. 15.Artikel 85 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt aangevuld met de paragrafen | koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt aangevuld met de paragrafen |
3 en 4, luidende : | 3 en 4, luidende : |
" § 3. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van | " § 3. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van |
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn | toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn |
: | : |
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met | 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met |
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 70; | een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 70; |
2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze | 2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze |
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de | vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de |
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer | afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer |
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. | te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. |
Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt | Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt |
gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van §§ 1 en 2. | gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van §§ 1 en 2. |
§ 4. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: | § 4. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: |
- ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten | - ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten |
gevolge van een juridische of materiële vergissing van het | gevolge van een juridische of materiële vergissing van het |
werkloosheidsbureau; | werkloosheidsbureau; |
- ofwel het personeelslid die een vereiste aangifte niet heeft gedaan | - ofwel het personeelslid die een vereiste aangifte niet heeft gedaan |
of deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft | of deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft |
gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij | gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij |
tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". | tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". |
Art. 16.In artikel 22 van het koninklijk besluit van 10 juni 2002 |
Art. 16.In artikel 22 van het koninklijk besluit van 10 juni 2002 |
betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de | betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de |
personeelsleden van de overheidsbedrijven die in toepassing van de wet | personeelsleden van de overheidsbedrijven die in toepassing van de wet |
van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische | van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische |
overheidsbedrijven bestuursautonomie verkregen hebben, wordt de | overheidsbedrijven bestuursautonomie verkregen hebben, wordt de |
laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief | laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief |
verzonden te worden en wordt geacht ontvangen te zijn op het bureau de | verzonden te worden en wordt geacht ontvangen te zijn op het bureau de |
derde werkdag na de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De | derde werkdag na de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De |
aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden | aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden |
verzonden.". | verzonden.". |
Art. 17.Artikel 26 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : |
Art. 17.Artikel 26 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 26.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
" Art. 26.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en | aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en |
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen | volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen |
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in | de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in |
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten | de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten |
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat | behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat |
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". | het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". |
Art. 18.Artikel 28 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst |
Art. 18.Artikel 28 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst |
paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende | paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende |
: | : |
" § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van | " § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van |
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn | toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn |
: | : |
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met | 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met |
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 17; | een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 17; |
2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze | 2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze |
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de | vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de |
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer | afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer |
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. | te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. |
Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt | Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt |
gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.". | gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.". |
Art. 19.In artikel 17 van het koninklijk besluit van 16 november 2009 |
Art. 19.In artikel 17 van het koninklijk besluit van 16 november 2009 |
houdende toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische | houdende toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische |
Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking | Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking |
voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of | voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of |
familielid, wordt de laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post | familielid, wordt de laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post |
aangetekende brief te worden verzonden en wordt geacht ontvangen te | aangetekende brief te worden verzonden en wordt geacht ontvangen te |
zijn door het bureau de derde werkdag na de afgifte ervan ter post." | zijn door het bureau de derde werkdag na de afgifte ervan ter post." |
vervangen als volgt : "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende | vervangen als volgt : "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende |
brief te worden verzonden.". | brief te worden verzonden.". |
Art. 20.Artikel 21 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : |
Art. 20.Artikel 21 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 21.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
" Art. 21.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en | aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en |
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen | volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen |
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in | de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in |
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten | de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten |
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat | behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat |
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". | het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". |
Art. 21.Artikel 23 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst |
Art. 21.Artikel 23 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst |
paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende | paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende |
: | : |
" § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van | " § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van |
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn | toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn |
: | : |
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met | 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met |
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 12; | een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 12; |
2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze | 2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze |
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de | vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de |
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer | afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer |
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. | te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. |
Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt | Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt |
gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.". | gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.". |
Art. 22.In afdeling II van het koninklijk besluit van 29 april 2013 |
Art. 22.In afdeling II van het koninklijk besluit van 29 april 2013 |
houdende toekenningen aan de personeelsleden van de Cel voor | houdende toekenningen aan de personeelsleden van de Cel voor |
Financiële Informatieverwerking van het recht op ouderschapsverlof en | Financiële Informatieverwerking van het recht op ouderschapsverlof en |
loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek | loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek |
gezins- of familielid, wordt een artikel 8bis ingevoegd, luidende: | gezins- of familielid, wordt een artikel 8bis ingevoegd, luidende: |
"Art 8bis. In afwijking van de duur van minimum één maand, zoals | "Art 8bis. In afwijking van de duur van minimum één maand, zoals |
vermeld in de artikelen 6 en 7 kan het personeelslid voor de bijstand | vermeld in de artikelen 6 en 7 kan het personeelslid voor de bijstand |
of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de | of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de |
hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, zijn | hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, zijn |
beroepsloopbaan volledig onderbreken voor een duur van één week, | beroepsloopbaan volledig onderbreken voor een duur van één week, |
aansluitend verlengbaar met één week. | aansluitend verlengbaar met één week. |
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte, | Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte, |
elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer | elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer |
van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de | van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de |
geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of morele | geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of morele |
bijstand of verzorging noodzakelijk is. | bijstand of verzorging noodzakelijk is. |
De door het eerste lid geboden mogelijkheid staat open voor: | De door het eerste lid geboden mogelijkheid staat open voor: |
- het personeelslid dat ouder is in de eerste graad van het zwaar | - het personeelslid dat ouder is in de eerste graad van het zwaar |
zieke kind en ermee samenwoont; | zieke kind en ermee samenwoont; |
- het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast | - het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast |
is met de dagelijkse opvoeding. | is met de dagelijkse opvoeding. |
Wanneer de in het derde lid bedoelde personeelsleden geen gebruik | Wanneer de in het derde lid bedoelde personeelsleden geen gebruik |
kunnen maken van de door het eerste lid geboden mogelijkheid, kunnen | kunnen maken van de door het eerste lid geboden mogelijkheid, kunnen |
ook de volgende personeelsleden zich op die mogelijkheid beroepen : | ook de volgende personeelsleden zich op die mogelijkheid beroepen : |
- het personeelslid dat ouder is in de eerste graad van het zwaar | - het personeelslid dat ouder is in de eerste graad van het zwaar |
zieke kind en er niet mee samenwoont; | zieke kind en er niet mee samenwoont; |
- of wanneer laatstgenoemd personeelslid in de onmogelijkheid verkeert | - of wanneer laatstgenoemd personeelslid in de onmogelijkheid verkeert |
dit verlof op te nemen, een familielid van het zwaar zieke kind tot de | dit verlof op te nemen, een familielid van het zwaar zieke kind tot de |
tweede graad. | tweede graad. |
De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan kan genomen worden | De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan kan genomen worden |
voor een periode die het mogelijk maakt de minimum duur van een maand | voor een periode die het mogelijk maakt de minimum duur van een maand |
te bereiken wanneer het personeelslid aansluitend op de in het eerste | te bereiken wanneer het personeelslid aansluitend op de in het eerste |
lid bedoelde volledige onderbreking zijn recht bedoeld in artikel 4 | lid bedoelde volledige onderbreking zijn recht bedoeld in artikel 4 |
wenst uit te oefenen voor hetzelfde zwaar zieke kind. | wenst uit te oefenen voor hetzelfde zwaar zieke kind. |
Het bewijs van de reden voor deze loopbaanonderbreking wordt geleverd | Het bewijs van de reden voor deze loopbaanonderbreking wordt geleverd |
door middel van een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer | door middel van een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer |
van het zwaar ziek kind, waaruit blijkt dat het personeelslid bereid | van het zwaar ziek kind, waaruit blijkt dat het personeelslid bereid |
is bijstand of verzorging te verlenen aan het zwaar ziek kind. | is bijstand of verzorging te verlenen aan het zwaar ziek kind. |
Het bewijs van hospitalisatie van het kind wordt geleverd door een | Het bewijs van hospitalisatie van het kind wordt geleverd door een |
attest van het betrokken ziekenhuis. | attest van het betrokken ziekenhuis. |
Wanneer de hospitalisatie van het kind onvoorzienbaar is, kan worden | Wanneer de hospitalisatie van het kind onvoorzienbaar is, kan worden |
afgeweken van de termijn bepaald in artikel 10, § 2, tweede lid. In | afgeweken van de termijn bepaald in artikel 10, § 2, tweede lid. In |
dat geval bezorgt het personeelslid zo spoedig mogelijk een attest van | dat geval bezorgt het personeelslid zo spoedig mogelijk een attest van |
de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind waaruit het | de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind waaruit het |
onvoorzienbaar karakter van de hospitalisatie blijkt. Deze | onvoorzienbaar karakter van de hospitalisatie blijkt. Deze |
mogelijkheid geldt ook ingeval het verlof verlengd wordt met een | mogelijkheid geldt ook ingeval het verlof verlengd wordt met een |
week.". | week.". |
Art. 23.In artikel 17 van hetzelfde besluit, wordt de laatste zin "De |
Art. 23.In artikel 17 van hetzelfde besluit, wordt de laatste zin "De |
aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden verzonden | aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden verzonden |
en wordt geacht ontvangen te zijn door het bureau de derde werkdag na | en wordt geacht ontvangen te zijn door het bureau de derde werkdag na |
de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De aanvraag dient | de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De aanvraag dient |
bij een ter post aangetekende brief te worden verzonden.". | bij een ter post aangetekende brief te worden verzonden.". |
Art. 24.Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : |
Art. 24.Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : |
" Art. 21.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
" Art. 21.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de |
aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en | aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en |
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen | volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen |
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in | de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in |
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten | de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten |
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat | behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat |
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". | het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". |
Art. 25.Artikel 23 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst |
Art. 25.Artikel 23 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst |
paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende | paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende |
: | : |
" § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van | " § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van |
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn | toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn |
: | : |
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met | 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met |
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 12; | een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 12; |
2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze | 2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze |
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de | vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de |
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer | afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer |
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. | te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. |
Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt | Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt |
gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.". | gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.". |
Art. 26.In de artikelen 3, § 1, 8, §§ 2 en 3, 12, § 1, derde lid, 1°, |
Art. 26.In de artikelen 3, § 1, 8, §§ 2 en 3, 12, § 1, derde lid, 1°, |
15, tweede lid, 18, tweede lid, 22 en 23 van hetzelfde besluit worden | 15, tweede lid, 18, tweede lid, 22 en 23 van hetzelfde besluit worden |
de woorden "de werknemer" telkens vervangen door de woorden "het | de woorden "de werknemer" telkens vervangen door de woorden "het |
personeelslid". | personeelslid". |
Art. 27.In de artikelen 3, § 1, en 23, eerste en laatste lid, van |
Art. 27.In de artikelen 3, § 1, en 23, eerste en laatste lid, van |
hetzelfde besluit worden de woorden "De werknemer" telkens vervangen | hetzelfde besluit worden de woorden "De werknemer" telkens vervangen |
door de woorden "Het personeelslid". | door de woorden "Het personeelslid". |
Art. 28.In de artikelen 8, § 1, 12, § 1, derde lid, 2°, 13, eerste |
Art. 28.In de artikelen 8, § 1, 12, § 1, derde lid, 2°, 13, eerste |
lid, en 23, zevende lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de | lid, en 23, zevende lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de |
werknemer die" telkens vervangen door de woorden "het personeelslid | werknemer die" telkens vervangen door de woorden "het personeelslid |
dat". | dat". |
Art. 29.In artikel 8, § 2 van hetzelfde besluit worden de woorden "de |
Art. 29.In artikel 8, § 2 van hetzelfde besluit worden de woorden "de |
alleenstaande werknemer" vervangen door de woorden "het alleenstaand | alleenstaande werknemer" vervangen door de woorden "het alleenstaand |
personeelslid". | personeelslid". |
Art. 30.In artikel 13, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de |
Art. 30.In artikel 13, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de |
woorden "De werknemer die" vervangen door de woorden "Het | woorden "De werknemer die" vervangen door de woorden "Het |
personeelslid dat". | personeelslid dat". |
Art. 31.In artikel 20, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit worden |
Art. 31.In artikel 20, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit worden |
de woorden "de ambtenaar" vervangen door de woorden "het | de woorden "de ambtenaar" vervangen door de woorden "het |
personeelslid". | personeelslid". |
Art. 32.In artikel 23, zesde lid, van hetzelfde besluit worden de |
Art. 32.In artikel 23, zesde lid, van hetzelfde besluit worden de |
woorden "de betrokken werknemer" vervangen door de woorden "het | woorden "de betrokken werknemer" vervangen door de woorden "het |
betrokken personeelslid". | betrokken personeelslid". |
Art. 33.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand |
Art. 33.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand |
na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de dag | na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de dag |
volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. | volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. |
Art. 34.De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor |
Art. 34.De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor |
Begroting, de minister bevoegd voor Werk, de minister bevoegd voor | Begroting, de minister bevoegd voor Werk, de minister bevoegd voor |
Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking en de minister bevoegd | Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking en de minister bevoegd |
voor Financiën en Ambtenarenzaken, zijn ieder wat hem betreft, belast | voor Financiën en Ambtenarenzaken, zijn ieder wat hem betreft, belast |
met de uitvoering van dit besluit. | met de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 9 juli 2014. | Gegeven te Brussel, 9 juli 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
Mevr. A. TURTELBOOM | Mevr. A. TURTELBOOM |
De Minister van Begroting, | De Minister van Begroting, |
O. CHASTEL | O. CHASTEL |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
De Minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, | De Minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, |
J.-P. LABILLE | J.-P. LABILLE |
De Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken | De Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken |
K. GEENS | K. GEENS |
De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, | De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, |
H. BOGAERT | H. BOGAERT |