Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 09/07/2014
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het stelsel van loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft "
Koninklijk besluit tot wijziging van het stelsel van loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft Koninklijk besluit tot wijziging van het stelsel van loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUDGET EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUDGET EN
BEHEERSCONTROLE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN BEHEERSCONTROLE, FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN
SOCIAAL OVERLEG, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, SOCIAAL OVERLEG, FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN,
BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, FEDERALE BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING, FEDERALE
OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST
FINANCIEN FINANCIEN
9 JULI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het stelsel van 9 JULI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het stelsel van
loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft loopbaanonderbreking voor wat de openbare sector betreft
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de
maatschappelijke zekerheid der arbeiders, inzonderheid op artikel 7, § maatschappelijke zekerheid der arbeiders, inzonderheid op artikel 7, §
1, derde lid, l), vervangen bij de wet van 10 augustus 2001; 1, derde lid, l), vervangen bij de wet van 10 augustus 2001;
Gelet op de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale Gelet op de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale
bepalingen, inzonderheid artikel 99, gewijzigd door de wet van 30 bepalingen, inzonderheid artikel 99, gewijzigd door de wet van 30
november 2001, artikel 100, derde lid, gewijzigd bij de wet van 30 november 2001, artikel 100, derde lid, gewijzigd bij de wet van 30
december 2001, artikel 102, § 1, tweede lid, gewijzigd bij de wet van december 2001, artikel 102, § 1, tweede lid, gewijzigd bij de wet van
30 december 2001; 30 december 2001;
Gelet op het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de
toekenning van onderbrekingsuitkeringen; toekenning van onderbrekingsuitkeringen;
Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de
toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het
onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra;
Gelet op het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de
verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de
rijksbesturen; rijksbesturen;
Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de
onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen; onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen;
Gelet op het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de
verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van
de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan; de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 juni 2002 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 10 juni 2002 betreffende de
toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van de
overheidsbedrijven die in toepassing van de wet van 21 maart 1991 overheidsbedrijven die in toepassing van de wet van 21 maart 1991
houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven
bestuursautonomie verkregen hebben; bestuursautonomie verkregen hebben;
Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2009 houdende Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 2009 houdende
toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische
Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking
voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of
familielid; familielid;
Gelet op het koninklijk besluit van 29 april 2013 houdende toekenning Gelet op het koninklijk besluit van 29 april 2013 houdende toekenning
aan de personeelsleden van de Cel voor Financiële Informatieverwerking aan de personeelsleden van de Cel voor Financiële Informatieverwerking
van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het
verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid; verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid;
Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om
een effectbeoordeling inzake duurzame ontwikkeling uit te voeren, een effectbeoordeling inzake duurzame ontwikkeling uit te voeren,
waarbij besloten is dat een effectbeoordeling niet vereist is; waarbij besloten is dat een effectbeoordeling niet vereist is;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 mei Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 mei
2013; 2013;
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor
Arbeidsvoorziening, gegeven op 20 juni 2013; Arbeidsvoorziening, gegeven op 20 juni 2013;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op
8 juli 2013; 8 juli 2013;
Gelet op het advies nr. 60 van 12 december 2013 van het Comité Gelet op het advies nr. 60 van 12 december 2013 van het Comité
Overheidsbedrijven; Overheidsbedrijven;
Gelet op het protocol nr. 192/2 van 25 februari 2014 van het Gelet op het protocol nr. 192/2 van 25 februari 2014 van het
Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten; Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten;
Gelet op het advies nr. 55.807/1 van de Raad van State, gegeven op 6 Gelet op het advies nr. 55.807/1 van de Raad van State, gegeven op 6
mei 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de mei 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Justitie, de Minister van Op de voordracht van de Minister van Justitie, de Minister van
Begroting, de Minister van Werk, de Minister van Overheidsbedrijven en Begroting, de Minister van Werk, de Minister van Overheidsbedrijven en
Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Financiën, de Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Financiën, de
Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en op het advies van de in Raad Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en op het advies van de in Raad
vergaderde Ministers, vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 19 van het koninklijk besluit van 2 januari 1991

Artikel 1.In artikel 19 van het koninklijk besluit van 2 januari 1991

betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, gewijzigd bij betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, gewijzigd bij
het koninklijk besluit van 21 december 1992, wordt de laatste zin "De het koninklijk besluit van 21 december 1992, wordt de laatste zin "De
aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief verzonden te worden aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief verzonden te worden
en wordt geacht ontvangen te zijn op het gewestelijk bureau de derde en wordt geacht ontvangen te zijn op het gewestelijk bureau de derde
werkdag na de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De werkdag na de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De
aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden
verzonden.". verzonden.".

Art. 2.Artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk

Art. 2.Artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk

besluit van 21 december 1992, wordt vervangen als volgt : besluit van 21 december 1992, wordt vervangen als volgt :
"

Art. 22.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

"

Art. 22.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.".

Art. 3.Artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk

Art. 3.Artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk

besluit van 12 maart 2000, wordt vervangen als volgt: besluit van 12 maart 2000, wordt vervangen als volgt:
"

Art. 24.§ 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of

"

Art. 24.§ 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of

terugvordering van de uitkeringen neemt, roept de directeur de terugvordering van de uitkeringen neemt, roept de directeur de
werknemer op teneinde hem te horen. De werknemer moet evenwel niet werknemer op teneinde hem te horen. De werknemer moet evenwel niet
worden opgeroepen om te worden gehoord in verband met zijn worden opgeroepen om te worden gehoord in verband met zijn
verweermiddelen : verweermiddelen :
1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een 1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een
werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de
arbeidsovereenkomst, of van het feit dat de werknemer de uitoefening arbeidsovereenkomst, of van het feit dat de werknemer de uitoefening
van een zelfstandige activiteit voortzet terwijl hij de uitoefening van een zelfstandige activiteit voortzet terwijl hij de uitoefening
ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het recht op ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het recht op
onderbrekingsuitkeringen; onderbrekingsuitkeringen;
2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een 2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een
uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de
artikelen 6, 8 en 8bis; artikelen 6, 8 en 8bis;
3° wanneer de werknemer schriftelijk heeft medegedeeld dat hij niet 3° wanneer de werknemer schriftelijk heeft medegedeeld dat hij niet
wenst te worden gehoord. wenst te worden gehoord.
Indien de werknemer de dag van de oproeping verhinderd is, mag hij Indien de werknemer de dag van de oproeping verhinderd is, mag hij
vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die niet vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die niet
later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste
verhoor was vastgesteld. verhoor was vastgesteld.
Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel
verleend. verleend.
De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door
het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag voor de dag het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag voor de dag
waarop de werknemer wordt opgeroepen. waarop de werknemer wordt opgeroepen.
De werknemer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een De werknemer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een
advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve
werknemersorganisatie. werknemersorganisatie.
De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen
onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post
aangetekend schrijven ter kennis van de betrokken werknemer gebracht aangetekend schrijven ter kennis van de betrokken werknemer gebracht
en dient te vermelden voor welke periode er wordt teruggevorderd en dient te vermelden voor welke periode er wordt teruggevorderd
alsook welk bedrag wordt teruggevorderd. alsook welk bedrag wordt teruggevorderd.
De werknemer kan tegen de beslissingen van de directeur tot De werknemer kan tegen de beslissingen van de directeur tot
uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op
straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de
bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan. bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan.
§ 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn
: :
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van de artikelen een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van de artikelen
14 en 14bis; 14 en 14bis;
2° de werknemer werd schriftelijk in kennis gesteld van deze 2° de werknemer werd schriftelijk in kennis gesteld van deze
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden.
Indien de werknemer in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord Indien de werknemer in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord
te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1. te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.
§ 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: § 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer:
- ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten - ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten
gevolge van een juridische of materiële vergissing van het gevolge van een juridische of materiële vergissing van het
werkloosheidsbureau; werkloosheidsbureau;
- ofwel de werknemer die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of - ofwel de werknemer die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of
deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft
gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij
tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.".

Art. 4.In artikel 16, § 1 van het koninklijk besluit van 12 augustus

Art. 4.In artikel 16, § 1 van het koninklijk besluit van 12 augustus

1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan
personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra,
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 augustus 1996, wordt de gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 augustus 1996, wordt de
laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief
verzonden te worden en wordt geacht ontvangen te zijn op het verzonden te worden en wordt geacht ontvangen te zijn op het
werkloosheidsbureau de derde dag na afgifte ervan ter post." vervangen werkloosheidsbureau de derde dag na afgifte ervan ter post." vervangen
als volgt : "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te als volgt : "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te
worden verzonden.". worden verzonden.".

Art. 5.Artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

Art. 5.Artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het

koninklijk besluit van 3 september 2012, wordt vervangen als volgt : koninklijk besluit van 3 september 2012, wordt vervangen als volgt :
"

Art. 16bis.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

"

Art. 16bis.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.".

Art. 6.Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk

Art. 6.Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk

besluit van 20 augustus 1996, wordt vervangen als volgt : besluit van 20 augustus 1996, wordt vervangen als volgt :
"

Art. 19.§ 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of

"

Art. 19.§ 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of

terugvordering van de uitkeringen neemt, roept de directeur het terugvordering van de uitkeringen neemt, roept de directeur het
personeelslid op teneinde hem te horen. Het personeelslid moet evenwel personeelslid op teneinde hem te horen. Het personeelslid moet evenwel
niet worden opgeroepen om te worden gehoord in verband met zijn niet worden opgeroepen om te worden gehoord in verband met zijn
verweermiddelen : verweermiddelen :
1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een 1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een
werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de
arbeidsovereenkomst, of van het feit dat het personeelslid de arbeidsovereenkomst, of van het feit dat het personeelslid de
uitoefening van een zelfstandige activiteit voortzet, terwijl hij de uitoefening van een zelfstandige activiteit voortzet, terwijl hij de
uitoefening ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het uitoefening ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het
recht op onderbrekingsuitkeringen; recht op onderbrekingsuitkeringen;
2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een 2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een
uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de
artikelen 4, en 4quinquies; artikelen 4, en 4quinquies;
3° wanneer het personeelslid schriftelijk heeft meegedeeld dat hij 3° wanneer het personeelslid schriftelijk heeft meegedeeld dat hij
niet wenst te worden gehoord. niet wenst te worden gehoord.
Indien het personeelslid de dag van de oproeping verhinderd is, mag Indien het personeelslid de dag van de oproeping verhinderd is, mag
hij vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die hij vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die
niet later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het niet later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het
eerste verhoor was vastgesteld. eerste verhoor was vastgesteld.
Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel
verleend. verleend.
De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door
het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag vóór de dag het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag vóór de dag
waarop het personeelslid wordt opgeroepen. waarop het personeelslid wordt opgeroepen.
Het personeelslid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door Het personeelslid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door
een advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve een advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve
werknemersorganisatie. werknemersorganisatie.
De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen
onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post
aangetekend schrijven ter kennis van het betrokken personeelslid aangetekend schrijven ter kennis van het betrokken personeelslid
gebracht en dient te vermelden voor welke periode er wordt gebracht en dient te vermelden voor welke periode er wordt
teruggevorderd alsook welk bedrag wordt teruggevorderd. teruggevorderd alsook welk bedrag wordt teruggevorderd.
De directeur zendt een afschrift van deze beslissing aan de De directeur zendt een afschrift van deze beslissing aan de
schooloverheid onder dewelke het personeelslid ressorteert. schooloverheid onder dewelke het personeelslid ressorteert.
Het personeelslid kan tegen de beslissingen van de directeur tot Het personeelslid kan tegen de beslissingen van de directeur tot
uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op
straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de
bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan. bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan.
§ 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn
: :
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 6; een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 6;
2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze 2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden.
Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt
gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1. gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.
§ 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: § 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer:
- ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten - ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten
gevolge van een juridische of materiële vergissing van het gevolge van een juridische of materiële vergissing van het
werkloosheidsbureau; werkloosheidsbureau;
- ofwel het personeelslid die een vereiste aangifte niet heeft gedaan - ofwel het personeelslid die een vereiste aangifte niet heeft gedaan
of deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft of deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft
gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij
tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.".

Art. 7.In artikel 133 van het koninklijk besluit van 19 november 1998

Art. 7.In artikel 133 van het koninklijk besluit van 19 november 1998

betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de
personeelsleden van de rijksbesturen, wordt de laatste zin "Die personeelsleden van de rijksbesturen, wordt de laatste zin "Die
aanvraag wordt geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag na de aanvraag wordt geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag na de
afgifte ervan ter post." opgeheven. afgifte ervan ter post." opgeheven.

Art. 8.Artikel 136 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 8.Artikel 136 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

koninklijk besluit van 26 mei 1999, wordt vervangen als volgt : koninklijk besluit van 26 mei 1999, wordt vervangen als volgt :
"

Art. 136.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

"

Art. 136.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan. het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.
Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat
overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt de ambtenaar, overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt de ambtenaar,
wat zijn bestuur betreft, toch geacht in loopbaanonderbreking te zijn wat zijn bestuur betreft, toch geacht in loopbaanonderbreking te zijn
vanaf de dag die op het aanvraagformulier is aangegeven.". vanaf de dag die op het aanvraagformulier is aangegeven.".

Art. 9.Artikel 138 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 9.Artikel 138 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

koninklijk besluit van 10 juni 2002, wordt aangevuld met de paragrafen koninklijk besluit van 10 juni 2002, wordt aangevuld met de paragrafen
3 en 4, luidende : 3 en 4, luidende :
" § 3. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van " § 3. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn
: :
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 122; een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 122;
2° de ambtenaar werd schriftelijk in kennis gesteld van deze 2° de ambtenaar werd schriftelijk in kennis gesteld van deze
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden.
Indien de ambtenaar in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord Indien de ambtenaar in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord
te worden, wordt toepassing gemaakt van §§ 1 en 2. te worden, wordt toepassing gemaakt van §§ 1 en 2.
§ 4. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: § 4. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer:
- ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten - ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten
gevolge van een juridische of materiële vergissing van het gevolge van een juridische of materiële vergissing van het
werkloosheidsbureau; werkloosheidsbureau;
- ofwel de ambtenaar die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of - ofwel de ambtenaar die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of
deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft
gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij
tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.".

Art. 10.In artikel 27 van het koninklijk besluit van 7 mei 1999

Art. 10.In artikel 27 van het koninklijk besluit van 7 mei 1999

betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel
van de besturen, wordt de laatste zin "Die aanvraag wordt geacht te van de besturen, wordt de laatste zin "Die aanvraag wordt geacht te
zijn ontvangen op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post." zijn ontvangen op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post."
opgeheven. opgeheven.

Art. 11.Artikel 30 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :

Art. 11.Artikel 30 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :

"

Art. 30.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

"

Art. 30.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan. het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.
Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat
overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt de ambtenaar, overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt de ambtenaar,
wat zijn bestuur betreft, toch geacht in loopbaanonderbreking te zijn wat zijn bestuur betreft, toch geacht in loopbaanonderbreking te zijn
vanaf de dag die op het aanvraagformulier is aangegeven.". vanaf de dag die op het aanvraagformulier is aangegeven.".

Art. 12.Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :

Art. 12.Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :

" § 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of terugvordering " § 1. Alvorens hij een beslissing tot uitsluiting of terugvordering
van de uitkeringen neemt, roept de directeur de ambtenaar op teneinde van de uitkeringen neemt, roept de directeur de ambtenaar op teneinde
hem te horen. De ambtenaar moet evenwel niet worden opgeroepen om te hem te horen. De ambtenaar moet evenwel niet worden opgeroepen om te
worden gehoord in verband met zijn verweermiddelen: worden gehoord in verband met zijn verweermiddelen:
1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een 1° wanneer de beslissing tot uitsluiting het gevolg is van een
werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de werkhervatting, een pensionering of een beëindiging van de
arbeidsovereenkomst, of van het feit dat de ambtenaar de uitoefening arbeidsovereenkomst, of van het feit dat de ambtenaar de uitoefening
van een zelfstandige activiteit voortzet, terwijl hij de uitoefening van een zelfstandige activiteit voortzet, terwijl hij de uitoefening
ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het recht op ervan reeds gedurende een jaar heeft gecumuleerd met het recht op
onderbrekingsuitkeringen; onderbrekingsuitkeringen;
2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een 2° in geval van terugvordering ten gevolge van de toekenning van een
uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de uitkeringsbedrag dat niet overeenstemt met de bepalingen van de
artikelen 5, 7, 8 en 13; artikelen 5, 7, 8 en 13;
3° wanneer de ambtenaar schriftelijk heeft meegedeeld dat hij niet 3° wanneer de ambtenaar schriftelijk heeft meegedeeld dat hij niet
wenst te worden gehoord. wenst te worden gehoord.
Indien de ambtenaar de dag van de oproeping verhinderd is, mag hij Indien de ambtenaar de dag van de oproeping verhinderd is, mag hij
vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die niet vragen dat het verhoor wordt verschoven naar een latere datum die niet
later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste
verhoor was vastgesteld. verhoor was vastgesteld.
Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel Behoudens gevallen van overmacht wordt slechts éénmalig uitstel
verleend. verleend.
De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door De aanvraag tot uitstel moet, behoudens in geval van overmacht, door
het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag vóór de dag het werkloosheidsbureau worden ontvangen uiterlijk de dag vóór de dag
waarop het personeelslid wordt opgeroepen. waarop het personeelslid wordt opgeroepen.
De ambtenaar kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een De ambtenaar kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een
advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve
werknemersorganisatie. werknemersorganisatie.
De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen De beslissing van de directeur, waarbij onrechtmatig ontvangen
onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd, wordt bij een ter post
aangetekend schrijven ter kennis van de betrokken ambtenaar gebracht aangetekend schrijven ter kennis van de betrokken ambtenaar gebracht
en dient te vermelden voor welke periode er wordt teruggevorderd en dient te vermelden voor welke periode er wordt teruggevorderd
alsook welk bedrag wordt teruggevorderd. alsook welk bedrag wordt teruggevorderd.
De directeur zendt een afschrift van deze beslissing aan de overheid De directeur zendt een afschrift van deze beslissing aan de overheid
onder welke het personeelslid ressorteert. onder welke het personeelslid ressorteert.
De ambtenaar kan tegen de beslissingen van de directeur tot De ambtenaar kan tegen de beslissingen van de directeur tot
uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op uitsluiting van het recht of tot terugvordering van de uitkeringen, op
straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de straffe van verval, binnen 3 maanden na de kennisgeving bij de
bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan. bevoegde arbeidsrechtbank in beroep gaan.
§ 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn
: :
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 23; een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 23;
2° de ambtenaar werd schriftelijk in kennis gesteld van deze 2° de ambtenaar werd schriftelijk in kennis gesteld van deze
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden.
Indien de ambtenaar in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord Indien de ambtenaar in toepassing van deze paragraaf, vraagt gehoord
te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1. te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.
§ 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer : § 3. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer :
- ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten - ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten
gevolge van een juridische of materiële vergissing van het gevolge van een juridische of materiële vergissing van het
werkloosheidsbureau; werkloosheidsbureau;
- ofwel de ambtenaar die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of - ofwel de ambtenaar die een vereiste aangifte niet heeft gedaan of
deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft
gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij
tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.".

Art. 13.In artikel 80 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001

Art. 13.In artikel 80 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001

betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige
personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht ter zijde personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht ter zijde
staan, wordt de laatste zin "Die aanvraag wordt geacht te zijn staan, wordt de laatste zin "Die aanvraag wordt geacht te zijn
ontvangen op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post." ontvangen op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post."
opgeheven. opgeheven.

Art. 14.Artikel 83 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :

Art. 14.Artikel 83 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :

"

Art. 83.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

"

Art. 83.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan. het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.
Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat Indien het recht op uitkeringen op een latere datum ingaat
overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt het overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, wordt het
personeelslid, wat het Ministerie van Justitie betreft, toch geacht in personeelslid, wat het Ministerie van Justitie betreft, toch geacht in
loopbaanonderbreking te zijn vanaf de dag die op het aanvraagformulier loopbaanonderbreking te zijn vanaf de dag die op het aanvraagformulier
is aangegeven.". is aangegeven.".

Art. 15.Artikel 85 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 15.Artikel 85 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt aangevuld met de paragrafen koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt aangevuld met de paragrafen
3 en 4, luidende : 3 en 4, luidende :
" § 3. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van " § 3. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn
: :
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 70; een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 70;
2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze 2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden.
Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt
gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van §§ 1 en 2. gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van §§ 1 en 2.
§ 4. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer: § 4. De directeur kan afzien van de terugvordering wanneer:
- ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten - ofwel de onderbrekingsuitkeringen ten onrechte zijn uitbetaald ten
gevolge van een juridische of materiële vergissing van het gevolge van een juridische of materiële vergissing van het
werkloosheidsbureau; werkloosheidsbureau;
- ofwel het personeelslid die een vereiste aangifte niet heeft gedaan - ofwel het personeelslid die een vereiste aangifte niet heeft gedaan
of deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft of deze laattijdig heeft gedaan, bewijst dat hij te goeder trouw heeft
gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij gehandeld en dat hij recht zou gehad hebben op uitkeringen indien hij
tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.". tijdig zijn aangifte zou hebben gedaan.".

Art. 16.In artikel 22 van het koninklijk besluit van 10 juni 2002

Art. 16.In artikel 22 van het koninklijk besluit van 10 juni 2002

betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de
personeelsleden van de overheidsbedrijven die in toepassing van de wet personeelsleden van de overheidsbedrijven die in toepassing van de wet
van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische
overheidsbedrijven bestuursautonomie verkregen hebben, wordt de overheidsbedrijven bestuursautonomie verkregen hebben, wordt de
laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief
verzonden te worden en wordt geacht ontvangen te zijn op het bureau de verzonden te worden en wordt geacht ontvangen te zijn op het bureau de
derde werkdag na de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De derde werkdag na de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De
aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden
verzonden.". verzonden.".

Art. 17.Artikel 26 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :

Art. 17.Artikel 26 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :

"

Art. 26.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

"

Art. 26.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.".

Art. 18.Artikel 28 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst

Art. 18.Artikel 28 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst

paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende
: :
" § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van " § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn
: :
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 17; een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 17;
2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze 2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden.
Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt
gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.". gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.".

Art. 19.In artikel 17 van het koninklijk besluit van 16 november 2009

Art. 19.In artikel 17 van het koninklijk besluit van 16 november 2009

houdende toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische houdende toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische
Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking
voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of
familielid, wordt de laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post familielid, wordt de laatste zin "De aanvraag dient bij een ter post
aangetekende brief te worden verzonden en wordt geacht ontvangen te aangetekende brief te worden verzonden en wordt geacht ontvangen te
zijn door het bureau de derde werkdag na de afgifte ervan ter post." zijn door het bureau de derde werkdag na de afgifte ervan ter post."
vervangen als volgt : "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende vervangen als volgt : "De aanvraag dient bij een ter post aangetekende
brief te worden verzonden.". brief te worden verzonden.".

Art. 20.Artikel 21 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :

Art. 20.Artikel 21 van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :

"

Art. 21.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

"

Art. 21.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.".

Art. 21.Artikel 23 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst

Art. 21.Artikel 23 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst

paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende
: :
" § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van " § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn
: :
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 12; een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 12;
2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze 2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden.
Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt
gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.". gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.".

Art. 22.In afdeling II van het koninklijk besluit van 29 april 2013

Art. 22.In afdeling II van het koninklijk besluit van 29 april 2013

houdende toekenningen aan de personeelsleden van de Cel voor houdende toekenningen aan de personeelsleden van de Cel voor
Financiële Informatieverwerking van het recht op ouderschapsverlof en Financiële Informatieverwerking van het recht op ouderschapsverlof en
loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek
gezins- of familielid, wordt een artikel 8bis ingevoegd, luidende: gezins- of familielid, wordt een artikel 8bis ingevoegd, luidende:
"Art 8bis. In afwijking van de duur van minimum één maand, zoals "Art 8bis. In afwijking van de duur van minimum één maand, zoals
vermeld in de artikelen 6 en 7 kan het personeelslid voor de bijstand vermeld in de artikelen 6 en 7 kan het personeelslid voor de bijstand
of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de
hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, zijn hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, zijn
beroepsloopbaan volledig onderbreken voor een duur van één week, beroepsloopbaan volledig onderbreken voor een duur van één week,
aansluitend verlengbaar met één week. aansluitend verlengbaar met één week.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte, Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte,
elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer
van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de
geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of morele geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of morele
bijstand of verzorging noodzakelijk is. bijstand of verzorging noodzakelijk is.
De door het eerste lid geboden mogelijkheid staat open voor: De door het eerste lid geboden mogelijkheid staat open voor:
- het personeelslid dat ouder is in de eerste graad van het zwaar - het personeelslid dat ouder is in de eerste graad van het zwaar
zieke kind en ermee samenwoont; zieke kind en ermee samenwoont;
- het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast - het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast
is met de dagelijkse opvoeding. is met de dagelijkse opvoeding.
Wanneer de in het derde lid bedoelde personeelsleden geen gebruik Wanneer de in het derde lid bedoelde personeelsleden geen gebruik
kunnen maken van de door het eerste lid geboden mogelijkheid, kunnen kunnen maken van de door het eerste lid geboden mogelijkheid, kunnen
ook de volgende personeelsleden zich op die mogelijkheid beroepen : ook de volgende personeelsleden zich op die mogelijkheid beroepen :
- het personeelslid dat ouder is in de eerste graad van het zwaar - het personeelslid dat ouder is in de eerste graad van het zwaar
zieke kind en er niet mee samenwoont; zieke kind en er niet mee samenwoont;
- of wanneer laatstgenoemd personeelslid in de onmogelijkheid verkeert - of wanneer laatstgenoemd personeelslid in de onmogelijkheid verkeert
dit verlof op te nemen, een familielid van het zwaar zieke kind tot de dit verlof op te nemen, een familielid van het zwaar zieke kind tot de
tweede graad. tweede graad.
De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan kan genomen worden De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan kan genomen worden
voor een periode die het mogelijk maakt de minimum duur van een maand voor een periode die het mogelijk maakt de minimum duur van een maand
te bereiken wanneer het personeelslid aansluitend op de in het eerste te bereiken wanneer het personeelslid aansluitend op de in het eerste
lid bedoelde volledige onderbreking zijn recht bedoeld in artikel 4 lid bedoelde volledige onderbreking zijn recht bedoeld in artikel 4
wenst uit te oefenen voor hetzelfde zwaar zieke kind. wenst uit te oefenen voor hetzelfde zwaar zieke kind.
Het bewijs van de reden voor deze loopbaanonderbreking wordt geleverd Het bewijs van de reden voor deze loopbaanonderbreking wordt geleverd
door middel van een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer door middel van een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer
van het zwaar ziek kind, waaruit blijkt dat het personeelslid bereid van het zwaar ziek kind, waaruit blijkt dat het personeelslid bereid
is bijstand of verzorging te verlenen aan het zwaar ziek kind. is bijstand of verzorging te verlenen aan het zwaar ziek kind.
Het bewijs van hospitalisatie van het kind wordt geleverd door een Het bewijs van hospitalisatie van het kind wordt geleverd door een
attest van het betrokken ziekenhuis. attest van het betrokken ziekenhuis.
Wanneer de hospitalisatie van het kind onvoorzienbaar is, kan worden Wanneer de hospitalisatie van het kind onvoorzienbaar is, kan worden
afgeweken van de termijn bepaald in artikel 10, § 2, tweede lid. In afgeweken van de termijn bepaald in artikel 10, § 2, tweede lid. In
dat geval bezorgt het personeelslid zo spoedig mogelijk een attest van dat geval bezorgt het personeelslid zo spoedig mogelijk een attest van
de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind waaruit het de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind waaruit het
onvoorzienbaar karakter van de hospitalisatie blijkt. Deze onvoorzienbaar karakter van de hospitalisatie blijkt. Deze
mogelijkheid geldt ook ingeval het verlof verlengd wordt met een mogelijkheid geldt ook ingeval het verlof verlengd wordt met een
week.". week.".

Art. 23.In artikel 17 van hetzelfde besluit, wordt de laatste zin "De

Art. 23.In artikel 17 van hetzelfde besluit, wordt de laatste zin "De

aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden verzonden aanvraag dient bij een ter post aangetekende brief te worden verzonden
en wordt geacht ontvangen te zijn door het bureau de derde werkdag na en wordt geacht ontvangen te zijn door het bureau de derde werkdag na
de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De aanvraag dient de afgifte ervan ter post." vervangen als volgt : "De aanvraag dient
bij een ter post aangetekende brief te worden verzonden.". bij een ter post aangetekende brief te worden verzonden.".

Art. 24.Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :

Art. 24.Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :

"

Art. 21.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

"

Art. 21.Het recht op uitkeringen gaat in de dag aangeduid op de

aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en aanvraag om uitkeringen, wanneer alle nodige documenten, behoorlijk en
volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen volledig ingevuld, verzonden zijn aan het werkloosheidsbureau, binnen
de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in de termijn van twee maanden, die ingaat de dag na de dag aangeduid in
de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten de aanvraag, en berekend van datum tot datum. Wanneer de documenten
behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat behoorlijk en volledig ingevuld verzonden worden na die termijn, gaat
het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.". het recht op uitkeringen slechts in de dag van de verzending ervan.".

Art. 25.Artikel 23 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst

Art. 25.Artikel 23 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst

paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende paragraaf 1 zal worden, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende
: :
" § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van " § 2. De bepalingen in § 1, eerste lid, zijn evenwel niet van
toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn toepassing, indien onderstaande voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn
: :
1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met 1° de Rijksdienst heeft een niet toegelaten cumulatie vastgesteld met
een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 12; een bijkomende activiteit als loontrekkende in de zin van artikel 12;
2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze 2° het personeelslid werd schriftelijk in kennis gesteld van deze
vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de vaststelling en van de mogelijkheid om binnen de vijftien dagen na de
afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer afgifte ter post van de brief van de Rijksdienst schriftelijk verweer
te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden. te laten geworden of schriftelijk te vragen om gehoord te worden.
Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt Indien het personeelslid in toepassing van deze paragraaf, vraagt
gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.". gehoord te worden, wordt toepassing gemaakt van § 1.".

Art. 26.In de artikelen 3, § 1, 8, §§ 2 en 3, 12, § 1, derde lid, 1°,

Art. 26.In de artikelen 3, § 1, 8, §§ 2 en 3, 12, § 1, derde lid, 1°,

15, tweede lid, 18, tweede lid, 22 en 23 van hetzelfde besluit worden 15, tweede lid, 18, tweede lid, 22 en 23 van hetzelfde besluit worden
de woorden "de werknemer" telkens vervangen door de woorden "het de woorden "de werknemer" telkens vervangen door de woorden "het
personeelslid". personeelslid".

Art. 27.In de artikelen 3, § 1, en 23, eerste en laatste lid, van

Art. 27.In de artikelen 3, § 1, en 23, eerste en laatste lid, van

hetzelfde besluit worden de woorden "De werknemer" telkens vervangen hetzelfde besluit worden de woorden "De werknemer" telkens vervangen
door de woorden "Het personeelslid". door de woorden "Het personeelslid".

Art. 28.In de artikelen 8, § 1, 12, § 1, derde lid, 2°, 13, eerste

Art. 28.In de artikelen 8, § 1, 12, § 1, derde lid, 2°, 13, eerste

lid, en 23, zevende lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de lid, en 23, zevende lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de
werknemer die" telkens vervangen door de woorden "het personeelslid werknemer die" telkens vervangen door de woorden "het personeelslid
dat". dat".

Art. 29.In artikel 8, § 2 van hetzelfde besluit worden de woorden "de

Art. 29.In artikel 8, § 2 van hetzelfde besluit worden de woorden "de

alleenstaande werknemer" vervangen door de woorden "het alleenstaand alleenstaande werknemer" vervangen door de woorden "het alleenstaand
personeelslid". personeelslid".

Art. 30.In artikel 13, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de

Art. 30.In artikel 13, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de

woorden "De werknemer die" vervangen door de woorden "Het woorden "De werknemer die" vervangen door de woorden "Het
personeelslid dat". personeelslid dat".

Art. 31.In artikel 20, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit worden

Art. 31.In artikel 20, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit worden

de woorden "de ambtenaar" vervangen door de woorden "het de woorden "de ambtenaar" vervangen door de woorden "het
personeelslid". personeelslid".

Art. 32.In artikel 23, zesde lid, van hetzelfde besluit worden de

Art. 32.In artikel 23, zesde lid, van hetzelfde besluit worden de

woorden "de betrokken werknemer" vervangen door de woorden "het woorden "de betrokken werknemer" vervangen door de woorden "het
betrokken personeelslid". betrokken personeelslid".

Art. 33.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand

Art. 33.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand

na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de dag na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de dag
volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Art. 34.De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor

Art. 34.De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor

Begroting, de minister bevoegd voor Werk, de minister bevoegd voor Begroting, de minister bevoegd voor Werk, de minister bevoegd voor
Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking en de minister bevoegd Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking en de minister bevoegd
voor Financiën en Ambtenarenzaken, zijn ieder wat hem betreft, belast voor Financiën en Ambtenarenzaken, zijn ieder wat hem betreft, belast
met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 juli 2014. Gegeven te Brussel, 9 juli 2014.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM Mevr. A. TURTELBOOM
De Minister van Begroting, De Minister van Begroting,
O. CHASTEL O. CHASTEL
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK Mevr. M. DE CONINCK
De Minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, De Minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking,
J.-P. LABILLE J.-P. LABILLE
De Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken De Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken
K. GEENS K. GEENS
De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken,
H. BOGAERT H. BOGAERT
^