Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard : 1) de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten, betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen; 2) de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 maart 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011 betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard : 1) de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten, betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen; 2) de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 maart 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011 betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
9 JANUARI 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 9 JANUARI 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard : 1) de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011, | verklaard : 1) de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011, |
gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en | gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en |
tarificatiediensten, betreffende de toekenning van het conventioneel | tarificatiediensten, betreffende de toekenning van het conventioneel |
brugpensioen; 2) de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 maart 2013, | brugpensioen; 2) de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 maart 2013, |
gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en | gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en |
tarificatiediensten, tot wijziging van de collectieve | tarificatiediensten, tot wijziging van de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011 betreffende de toekenning van | arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011 betreffende de toekenning van |
het conventioneel brugpensioen (1) | het conventioneel brugpensioen (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de apotheken en | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de apotheken en |
tarificatiediensten; | tarificatiediensten; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend worden verklaard : |
Artikel 1.Algemeen verbindend worden verklaard : |
1) de als bijlage 1 overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 | 1) de als bijlage 1 overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 |
oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en | oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en |
tarificatiediensten, betreffende de toekenning van het conventioneel | tarificatiediensten, betreffende de toekenning van het conventioneel |
brugpensioen; | brugpensioen; |
2) de als bijlage 2 overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 | 2) de als bijlage 2 overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 |
maart 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en | maart 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de apotheken en |
tarificatiediensten, tot wijziging van de collectieve | tarificatiediensten, tot wijziging van de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011 betreffende de toekenning van | arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011 betreffende de toekenning van |
het conventioneel brugpensioen. | het conventioneel brugpensioen. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 9 januari 2014. | Gegeven te Brussel, 9 januari 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage 1 | Bijlage 1 |
Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten | Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011 |
Toekenning van het conventioneel brugpensieon (Overeenkomst | Toekenning van het conventioneel brugpensieon (Overeenkomst |
geregistreerd op 14 november 2011 onder het nummer 106885/CO/313) | geregistreerd op 14 november 2011 onder het nummer 106885/CO/313) |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en de werknemers die onder de bevoegdheid vallen van het | de werkgevers en de werknemers die onder de bevoegdheid vallen van het |
Paritair comité voor de apotheken en tarificatiediensten. | Paritair comité voor de apotheken en tarificatiediensten. |
Voor de toepassing van deze overeenkomst, wordt onder "werknemers" | Voor de toepassing van deze overeenkomst, wordt onder "werknemers" |
verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werknemers. | verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werknemers. |
Art. 2.Het recht op het conventioneel brugpensioen wordt toegekend |
Art. 2.Het recht op het conventioneel brugpensioen wordt toegekend |
aan de werkenmers die worden ontslagen, behalve om dringende reden, en | aan de werkenmers die worden ontslagen, behalve om dringende reden, en |
die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de | die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de |
verbreking van de arbeidsovereenkomst of aan het einde van de | verbreking van de arbeidsovereenkomst of aan het einde van de |
opzeggingstermijn. | opzeggingstermijn. |
Art. 3.Overeenkomstig de geldende wetgeving moet de betrokken |
Art. 3.Overeenkomstig de geldende wetgeving moet de betrokken |
werknemer een beroepsloopbaan van tenminste 25 jaar kunnen aantonen. | werknemer een beroepsloopbaan van tenminste 25 jaar kunnen aantonen. |
Vanaf 1 januari 2009 moet, overeenkomstig de bepalingen van het | Vanaf 1 januari 2009 moet, overeenkomstig de bepalingen van het |
koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel | koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel |
brugpensioen in het kader van het Generatiepact, de beroepsloopbaan | brugpensioen in het kader van het Generatiepact, de beroepsloopbaan |
minstens 35 jaar bedragen voor mannen of 30 jaar voor vrouwen. | minstens 35 jaar bedragen voor mannen of 30 jaar voor vrouwen. |
Vanaf 1 januari 2010 moet de beroepsloopbaan minstens 37 jaar bedragen | Vanaf 1 januari 2010 moet de beroepsloopbaan minstens 37 jaar bedragen |
voor mannen of 33 jaar voor vrouwen. | voor mannen of 33 jaar voor vrouwen. |
Het begrip beroepsloopbaan wordt omschreven in hoofdstuk IV van | Het begrip beroepsloopbaan wordt omschreven in hoofdstuk IV van |
bovenvermeld koninklijk besluit van 3 mei 2007. | bovenvermeld koninklijk besluit van 3 mei 2007. |
Art. 4.De werkgever die overweegt een in artikel 2 bedoelde werknemer |
Art. 4.De werkgever die overweegt een in artikel 2 bedoelde werknemer |
te ontslaan moet, overeenkomstig artikel 10 van de collectieve | te ontslaan moet, overeenkomstig artikel 10 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, | arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, |
overleg plegen met de vertegenwoordigers van de werknemers. | overleg plegen met de vertegenwoordigers van de werknemers. |
Art. 5.De aanvullende vergoeding, ten laste van de werkgever, |
Art. 5.De aanvullende vergoeding, ten laste van de werkgever, |
bedraagt minimaal de helft van het verschil tussen het | bedraagt minimaal de helft van het verschil tussen het |
netto-referteloon en de werkloosheidsuitkering. | netto-referteloon en de werkloosheidsuitkering. |
Zij wordt berekend en aangepast volgens de modaliteiten van de | Zij wordt berekend en aangepast volgens de modaliteiten van de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale |
Arbeidsraad. | Arbeidsraad. |
Art. 6.Het recht op de aanvullende brugpensioenvergoeding toegekend |
Art. 6.Het recht op de aanvullende brugpensioenvergoeding toegekend |
aan werknemers die ontslagen worden het kader van de huidige | aan werknemers die ontslagen worden het kader van de huidige |
collectieve arbeidsovereenkomst, blijft ten laste van de laatste | collectieve arbeidsovereenkomst, blijft ten laste van de laatste |
werkgever indien de werknemers hun activiteit hervatten als | werkgever indien de werknemers hun activiteit hervatten als |
loontrekkende of als zelfstandige onder de voorwaarden en modaliteiten | loontrekkende of als zelfstandige onder de voorwaarden en modaliteiten |
zoals vastgelegd door collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 | zoals vastgelegd door collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 |
december 1974, die een regime van aanvullende vergoeding instelt voor | december 1974, die een regime van aanvullende vergoeding instelt voor |
sommige oudere werknemers in geval van ontslag, zoals gewijzigd door | sommige oudere werknemers in geval van ontslag, zoals gewijzigd door |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van 19 december 2006. | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van 19 december 2006. |
Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2012 en is geldig tot 31 december 2013. | januari 2012 en is geldig tot 31 december 2013. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari |
2014. | 2014. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
Bijlage 2 | Bijlage 2 |
Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten | Paritair Comité voor de apotheken en tarificatiediensten |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 maart 2013 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 maart 2013 |
Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011 | Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2011 |
betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen | betreffende de toekenning van het conventioneel brugpensioen |
(Overeenkomst geregistreerd op 28 maart 2013 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 28 maart 2013 onder het nummer |
114319/CO/313) | 114319/CO/313) |
Artikel 1.De titel van de overeenkomst wordt aangevuld als volgt : |
Artikel 1.De titel van de overeenkomst wordt aangevuld als volgt : |
"en aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever". | "en aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever". |
Art. 2.In artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 |
Art. 2.In artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 |
oktober 2011 wordt na de derde alinea een nieuw alinea ingevoegd als | oktober 2011 wordt na de derde alinea een nieuw alinea ingevoegd als |
volgt : | volgt : |
"Vanaf 1 januari 2012 moet de beroepsloopbaan minstens 38 jaar | "Vanaf 1 januari 2012 moet de beroepsloopbaan minstens 38 jaar |
bedragen voor mannelijke werknemers of 35 jaar voor vrouwelijke | bedragen voor mannelijke werknemers of 35 jaar voor vrouwelijke |
werknemers.". | werknemers.". |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2012 en eindigt op dezelfde datum als de basisovereenkomst, | januari 2012 en eindigt op dezelfde datum als de basisovereenkomst, |
met name op 31 december 2013. | met name op 31 december 2013. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari |
2014. | 2014. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |