Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, betreffende een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, betreffende een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
9 JANUARI 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 9 JANUARI 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2002, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2002, |
gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen | gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen |
van het gesubsidieerd vrij onderwijs, betreffende een stelsel van | van het gesubsidieerd vrij onderwijs, betreffende een stelsel van |
tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de | tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de |
arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking (1) | arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden van de | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden van de |
inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs; | inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2002, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2002, |
gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen | gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen |
van het gesubsidieerd vrij onderwijs, betreffende een stelsel van | van het gesubsidieerd vrij onderwijs, betreffende een stelsel van |
tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de | tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de |
arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking. | arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking. |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 9 januari 2005. | Gegeven te Brussel, 9 januari 2005. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE | Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het | Paritair Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het |
gesubsidieerd vrij onderwijs | gesubsidieerd vrij onderwijs |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2002 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2002 |
Stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de | Stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de |
arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking (Overeenkomst | arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking (Overeenkomst |
geregistreerd op 15 juli 2002 onder het nummer 63363/CO/225) | geregistreerd op 15 juli 2002 onder het nummer 63363/CO/225) |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de |
werkgevers en de werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité | werkgevers en de werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité |
voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd vrij | voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd vrij |
onderwijs. | onderwijs. |
Onder « werknemers » wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk | Onder « werknemers » wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk |
bediendepersoneel. | bediendepersoneel. |
Art. 3.In uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 22 |
Art. 3.In uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 22 |
december 2000, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 | december 2000, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 |
december 2001 ter vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst | december 2001 ter vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst |
nr. 77 van 14 februari 201 tot invoering van het stelsel van | nr. 77 van 14 februari 201 tot invoering van het stelsel van |
tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van | tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van |
arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, gesloten in de | arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, gesloten in de |
Nationale Arbeidsraad, en van de wet van 10 augustus 2001 (Belgisch | Nationale Arbeidsraad, en van de wet van 10 augustus 2001 (Belgisch |
Staatsblad van 15 september 2001) betreffende de verzoening van | Staatsblad van 15 september 2001) betreffende de verzoening van |
werkgelegenheid en kwaliteit van het leven, inzonderheid hoofdstuk IV, | werkgelegenheid en kwaliteit van het leven, inzonderheid hoofdstuk IV, |
wordt onder de specifieke voorwaarden zoals hierna bepaald, | wordt onder de specifieke voorwaarden zoals hierna bepaald, |
overeengekomen dat er een recht op tijdskrediet, loopbaanvermindering | overeengekomen dat er een recht op tijdskrediet, loopbaanvermindering |
en vermindering van arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking | en vermindering van arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking |
wordt ingesteld. | wordt ingesteld. |
Art. 4.Voorwaarden voor het tijdskrediet. |
Art. 4.Voorwaarden voor het tijdskrediet. |
§ 1. Het recht om in het kader van het tijdskrediet de | § 1. Het recht om in het kader van het tijdskrediet de |
arbeidsprestaties volledig te schorsen of tot een halftijdse | arbeidsprestaties volledig te schorsen of tot een halftijdse |
betrekking te verminderen, geldt voor werknemers met een | betrekking te verminderen, geldt voor werknemers met een |
minimumanciënniteit van één jaar bij de werkgever die hen tewerkstelt | minimumanciënniteit van één jaar bij de werkgever die hen tewerkstelt |
gedurende vijftien maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag. | gedurende vijftien maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag. |
Om de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking te verminderen | Om de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking te verminderen |
moet de werknemer ten minste ten belope van 3/4 van een voltijdse | moet de werknemer ten minste ten belope van 3/4 van een voltijdse |
betrekking tewerkgesteld geweest zijn gedurende de 12 maanden | betrekking tewerkgesteld geweest zijn gedurende de 12 maanden |
voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag. | voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag. |
§ 2. Het recht op tijdskrediet geldt voor een maximumperiode van 5 | § 2. Het recht op tijdskrediet geldt voor een maximumperiode van 5 |
jaar over de gehele loopbaan. | jaar over de gehele loopbaan. |
§ 3. Het tijdskrediet moet vanaf het tweede jaar tijdskrediet | § 3. Het tijdskrediet moet vanaf het tweede jaar tijdskrediet |
opgenomen worden per periode van minimum één jaar. | opgenomen worden per periode van minimum één jaar. |
§ 4. De definitieve keuze van de periode waarin men het tijdskrediet | § 4. De definitieve keuze van de periode waarin men het tijdskrediet |
opneemt, wordt in onderling overleg tussen werkgever en werknemer | opneemt, wordt in onderling overleg tussen werkgever en werknemer |
bepaald, in functie van de wensen en de noden van de werknemer en | bepaald, in functie van de wensen en de noden van de werknemer en |
rekening houdend met de behoeften van de dienst of dienstverlening. | rekening houdend met de behoeften van de dienst of dienstverlening. |
Eventueel uitstel van de uitoefening van het recht op tijdskrediet | Eventueel uitstel van de uitoefening van het recht op tijdskrediet |
gebeurt overeenkomstig de voorschriften zoals bepaald in artikel 14 | gebeurt overeenkomstig de voorschriften zoals bepaald in artikel 14 |
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001, | van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001, |
gesloten in de Nationale Arbeidsraad. | gesloten in de Nationale Arbeidsraad. |
§ 5. Wat betreft de toestemming van de werkgever inzake de opname van | § 5. Wat betreft de toestemming van de werkgever inzake de opname van |
tijdskrediet wordt verwezen naar de bepalingen van artikel 11, §§ 4 en | tijdskrediet wordt verwezen naar de bepalingen van artikel 11, §§ 4 en |
5, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december | 5, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december |
2001, gesloten in de Nationale Arbeidsraad. | 2001, gesloten in de Nationale Arbeidsraad. |
Art. 5.Voorwaarden voor de 1/5e loopbaanvermindering. |
Art. 5.Voorwaarden voor de 1/5e loopbaanvermindering. |
§ 1. Het recht op 1/5e loopbaanvermindering geldt voor werknemers die | § 1. Het recht op 1/5e loopbaanvermindering geldt voor werknemers die |
voltijds gewerkt hebben gedurende de laatste 12 maanden die voorafgaan | voltijds gewerkt hebben gedurende de laatste 12 maanden die voorafgaan |
aan de schriftelijke aanvraag en met een minimumanciënniteit van 5 | aan de schriftelijke aanvraag en met een minimumanciënniteit van 5 |
jaar bij de werkgever. De vermindering bedraagt 1 dag of 2 halve dagen | jaar bij de werkgever. De vermindering bedraagt 1 dag of 2 halve dagen |
per week. | per week. |
§ 2. Het recht op 1/5e loopbaanvermindering geldt voor een | § 2. Het recht op 1/5e loopbaanvermindering geldt voor een |
maximumperiode van 5 jaar over de hele loopbaan. | maximumperiode van 5 jaar over de hele loopbaan. |
§ 3. Het recht op 1/5e loopbaanvermindering wordt uitgeoefend per | § 3. Het recht op 1/5e loopbaanvermindering wordt uitgeoefend per |
periode van minimum zes maanden. | periode van minimum zes maanden. |
§ 4. De definitieve keuze van de periode waarin men het recht op 1/5e | § 4. De definitieve keuze van de periode waarin men het recht op 1/5e |
loopbaanvermindering opneemt, wordt in onderling overleg tussen | loopbaanvermindering opneemt, wordt in onderling overleg tussen |
werkgever en werknemer bepaald, in functie van de wensen en de noden | werkgever en werknemer bepaald, in functie van de wensen en de noden |
van de werknemer en rekening houdend met de behoeften van de dienst of | van de werknemer en rekening houdend met de behoeften van de dienst of |
dienstverlening. Eventueel uitstel of intrekking van de uitoefening | dienstverlening. Eventueel uitstel of intrekking van de uitoefening |
van het recht op loopbaanvermindering gebeurt overeenkomstig de | van het recht op loopbaanvermindering gebeurt overeenkomstig de |
voorschriften zoals bepaald in artikel 14 van de collectieve | voorschriften zoals bepaald in artikel 14 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001, gesloten in de | arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001, gesloten in de |
Nationale Arbeidsraad. | Nationale Arbeidsraad. |
Art. 6.Voorwaarden voor de vermindering van arbeidsprestaties. voor |
Art. 6.Voorwaarden voor de vermindering van arbeidsprestaties. voor |
onbeperkte duur voor werknemers van 50 jaar en ouder. | onbeperkte duur voor werknemers van 50 jaar en ouder. |
§ 1. Het recht op 1/5e loopbaanvermindering geldt voor werknemers van | § 1. Het recht op 1/5e loopbaanvermindering geldt voor werknemers van |
50 jaar en ouder die minimum 80 pct. van een voltijdse betrekking | 50 jaar en ouder die minimum 80 pct. van een voltijdse betrekking |
werken op het moment van de schriftelijke aanvraag, een | werken op het moment van de schriftelijke aanvraag, een |
minimumanciënniteit van 5 jaar hebben bij de werkgever en een totale | minimumanciënniteit van 5 jaar hebben bij de werkgever en een totale |
anciënniteit van 20 jaar hebben op het moment van de schriftelijke | anciënniteit van 20 jaar hebben op het moment van de schriftelijke |
aanvraag. | aanvraag. |
De vermindering bedraagt 1 dag of 2 halve dagen per week. | De vermindering bedraagt 1 dag of 2 halve dagen per week. |
§ 2. Het recht op vermindering van de arbeidsprestaties tot een | § 2. Het recht op vermindering van de arbeidsprestaties tot een |
halftijdse betrekking geldt voor werknemers van 50 jaar en ouder die | halftijdse betrekking geldt voor werknemers van 50 jaar en ouder die |
minimum 75 pct. van een voltijdse betrekking gewerkt hebben gedurende | minimum 75 pct. van een voltijdse betrekking gewerkt hebben gedurende |
het jaar voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag, een | het jaar voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag, een |
minimumanciënniteit van 5 jaar hebben bij de werkgever en een totale | minimumanciënniteit van 5 jaar hebben bij de werkgever en een totale |
anciënniteit van tweetig jaar hebben. | anciënniteit van tweetig jaar hebben. |
§ 3. De rechten zoals geformuleerd in de §§ 1 en 2 van dit artikel | § 3. De rechten zoals geformuleerd in de §§ 1 en 2 van dit artikel |
gelden voor de werknemers van 50 jaar en ouder en dit zonder | gelden voor de werknemers van 50 jaar en ouder en dit zonder |
maximumduur. Ze worden uitgeoefend per periode van minimum 6 maanden. | maximumduur. Ze worden uitgeoefend per periode van minimum 6 maanden. |
§ 4. De definitieve keuze van het tijdstip waarin men het recht op | § 4. De definitieve keuze van het tijdstip waarin men het recht op |
loopbaanvermindering opneemt, wordt in onderling overleg tussen | loopbaanvermindering opneemt, wordt in onderling overleg tussen |
werkgever en werknemer bepaald, in functie van de wensen en de noden | werkgever en werknemer bepaald, in functie van de wensen en de noden |
van de werknemer en rekening houdend met de behoeften van de dienst of | van de werknemer en rekening houdend met de behoeften van de dienst of |
dienstverlening. Eventueel uitstel of intrekking van de uitoefening | dienstverlening. Eventueel uitstel of intrekking van de uitoefening |
van het recht op loopbaanvermindering gebeurt overeenkomstig de | van het recht op loopbaanvermindering gebeurt overeenkomstig de |
voorschriften zoals bepaald in artikel 14 van de collectieve | voorschriften zoals bepaald in artikel 14 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001, gesloten in de | arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001, gesloten in de |
Nationale Arbeidsraad. | Nationale Arbeidsraad. |
Art. 7.Het totaal aantal werknemers dat gelijktijdig kan genieten van |
Art. 7.Het totaal aantal werknemers dat gelijktijdig kan genieten van |
de rechten in het kader van het tijdskrediet, 1/5e | de rechten in het kader van het tijdskrediet, 1/5e |
loopbaanvermindering en vermindering van arbeidsprestaties tot een | loopbaanvermindering en vermindering van arbeidsprestaties tot een |
halftijdse betrekking, wordt beperkt tot 5 pct. van het personeel, | halftijdse betrekking, wordt beperkt tot 5 pct. van het personeel, |
gerekend in voltijdse equivalenten. | gerekend in voltijdse equivalenten. |
Afrondingen naar een halve of volle eenheid worden naar boven | Afrondingen naar een halve of volle eenheid worden naar boven |
toegepast. | toegepast. |
Bij werkgevers met minder dan 20 werknemers zal de 5 pct. in één | Bij werkgevers met minder dan 20 werknemers zal de 5 pct. in één |
voltijds equivalent omgezet worden. | voltijds equivalent omgezet worden. |
Werknemers die in het kader van een uitgroeibaan, d.w.z. hun loopbaan | Werknemers die in het kader van een uitgroeibaan, d.w.z. hun loopbaan |
vanaf de leeftijd van 50 jaar, verminderen tot een halftijdse | vanaf de leeftijd van 50 jaar, verminderen tot een halftijdse |
betrekking met het oog op pensioen en/of brugpensioen, komen in | betrekking met het oog op pensioen en/of brugpensioen, komen in |
aanmerking voor de berekening van de drempel van 5 pct. van het | aanmerking voor de berekening van de drempel van 5 pct. van het |
personeel, maar worden niet meegeteld voor de invulling van de | personeel, maar worden niet meegeteld voor de invulling van de |
drempel. | drempel. |
Art. 8.De werknemer die het recht op tijdskrediet, |
Art. 8.De werknemer die het recht op tijdskrediet, |
loopbaanvermindering of vermindering van arbeidsprestaties tot een | loopbaanvermindering of vermindering van arbeidsprestaties tot een |
halftijdse betrekking wenst uit te oefenen, brengt de werkgever hier | halftijdse betrekking wenst uit te oefenen, brengt de werkgever hier |
drie maanden vooraf schriftelijk op de hoogte. Bij werkgevers met ten | drie maanden vooraf schriftelijk op de hoogte. Bij werkgevers met ten |
hoogste 20 werknemers moet dit zes maanden vooraf gebeuren. | hoogste 20 werknemers moet dit zes maanden vooraf gebeuren. |
Art. 9.Gunstigere lokale afspraken inzake het recht op tijdskrediet, |
Art. 9.Gunstigere lokale afspraken inzake het recht op tijdskrediet, |
loopbaanvermindering of vermindering van arbeidsprestaties tot een | loopbaanvermindering of vermindering van arbeidsprestaties tot een |
halftijdse betrekking kunnen gemaakt worden inzover ze passen binnen | halftijdse betrekking kunnen gemaakt worden inzover ze passen binnen |
de nationale reglementering. | de nationale reglementering. |
Art. 10.De ondertekenende partijen van deze collectieve |
Art. 10.De ondertekenende partijen van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst verklaren dat de werknemers ressorterend onder het | arbeidsovereenkomst verklaren dat de werknemers ressorterend onder het |
toepassingsgebied van het Paritair Comité voor de bedienden van de | toepassingsgebied van het Paritair Comité voor de bedienden van de |
inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs gebruik kunnen maken | inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs gebruik kunnen maken |
van het stelsel van de Vlaamse aanmoedigingspremies voor zorgkrediet, | van het stelsel van de Vlaamse aanmoedigingspremies voor zorgkrediet, |
opleidingskrediet, ondernemingen in moeilijkheden of in | opleidingskrediet, ondernemingen in moeilijkheden of in |
herstructurering onder de daarvoor opgelegde voorwaarden. | herstructurering onder de daarvoor opgelegde voorwaarden. |
Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2002. | januari 2002. |
Zij is gesloten voor onbepaalde duur en kan worden opgezegd door elk | Zij is gesloten voor onbepaalde duur en kan worden opgezegd door elk |
van de partijen mits een opzeggingstermijn van zes maanden en een per | van de partijen mits een opzeggingstermijn van zes maanden en een per |
post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het Paritair | post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het Paritair |
Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd | Comité voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd |
vrij onderwijs. | vrij onderwijs. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari |
2005. | 2005. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE | Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE |