Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen, betreffende de harmonisering van de loonschalen en de concordantie van de functies van toepassing op de beschutte werkplaatsen van de Duitstalige Gemeenschap | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen, betreffende de harmonisering van de loonschalen en de concordantie van de functies van toepassing op de beschutte werkplaatsen van de Duitstalige Gemeenschap |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
8 OKTOBER 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 8 OKTOBER 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2001, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2001, |
gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de | gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de |
sociale werkplaatsen, betreffende de harmonisering van de loonschalen | sociale werkplaatsen, betreffende de harmonisering van de loonschalen |
en de concordantie van de functies van toepassing op de beschutte | en de concordantie van de functies van toepassing op de beschutte |
werkplaatsen van de Duitstalige Gemeenschap (1) | werkplaatsen van de Duitstalige Gemeenschap (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de beschutte | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de beschutte |
werkplaatsen en de sociale werkplaatsen; | werkplaatsen en de sociale werkplaatsen; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2001, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2001, |
gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de | gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de |
sociale werkplaatsen, betreffende de harmonisering van de loonschalen | sociale werkplaatsen, betreffende de harmonisering van de loonschalen |
en de concordantie van de functies van toepassing op de beschutte | en de concordantie van de functies van toepassing op de beschutte |
werkplaatsen van de Duitstalige Gemeenschap. | werkplaatsen van de Duitstalige Gemeenschap. |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 8 oktober 2004. | Gegeven te Brussel, 8 oktober 2004. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE | Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Paritätische Kommission für die Betriebe für angepasste Arbeit und die | Paritätische Kommission für die Betriebe für angepasste Arbeit und die |
Sozialwerkstätten | Sozialwerkstätten |
Kollektives Arbeitsabkommen von 20. November 2001 | Kollektives Arbeitsabkommen von 20. November 2001 |
Harmonisierung der Lohntarife und die Ubereinstimmung der Funktionen, | Harmonisierung der Lohntarife und die Ubereinstimmung der Funktionen, |
die auf die Beschützenden Werkstätten der Deutschsprachigen | die auf die Beschützenden Werkstätten der Deutschsprachigen |
Gemeinschaft anwendbar sind. | Gemeinschaft anwendbar sind. |
KAPITEL I - Anwendungsbereich | KAPITEL I - Anwendungsbereich |
Artikel 1.Vorliegendes kollektives Arbeitsabkommen ist anwendbar auf |
Artikel 1.Vorliegendes kollektives Arbeitsabkommen ist anwendbar auf |
bestimmte Arbeitnehmer und Arbeitnehmerinnen wie im Artikel 4 des | bestimmte Arbeitnehmer und Arbeitnehmerinnen wie im Artikel 4 des |
vorliegenden Abkommens bestimmt, sowie auf die Arbeitgeber der | vorliegenden Abkommens bestimmt, sowie auf die Arbeitgeber der |
Beschützenden Werkstätten der Deutschsprachigen Gemeinschaft, die der | Beschützenden Werkstätten der Deutschsprachigen Gemeinschaft, die der |
paritätischen Kommission für die Betriebe für angepasste Arbeit und | paritätischen Kommission für die Betriebe für angepasste Arbeit und |
die Sozialwerkstätten angehören. | die Sozialwerkstätten angehören. |
Art. 2.Unter Arbeitnehmern versteht man die Arbeitnehmer und |
Art. 2.Unter Arbeitnehmern versteht man die Arbeitnehmer und |
Arbeitnehmerinnen, Arbeiter(innen) und Angestellten, die | Arbeitnehmerinnen, Arbeiter(innen) und Angestellten, die |
nichtbehinderten Personen und die Personen mit einer Behinderung. | nichtbehinderten Personen und die Personen mit einer Behinderung. |
KAPITEL II - Allgemeine Bestimmungen | KAPITEL II - Allgemeine Bestimmungen |
Art. 3.Vorliegendes kollektives Arbeitsabkommen wird getroffen in |
Art. 3.Vorliegendes kollektives Arbeitsabkommen wird getroffen in |
Anwendung des Punktes 4 des Rahmenabkommens 2001-2006 vom 30. Juni | Anwendung des Punktes 4 des Rahmenabkommens 2001-2006 vom 30. Juni |
2000 für den deutschsprachigen nichtkommerziellen Sektor. | 2000 für den deutschsprachigen nichtkommerziellen Sektor. |
Art. 4.Die Bestimmungen des vorliegenden kollektiven Arbeitsabkommens |
Art. 4.Die Bestimmungen des vorliegenden kollektiven Arbeitsabkommens |
legen die für alle Arbeitnehmer anwendbaren Regeln fest, die im | legen die für alle Arbeitnehmer anwendbaren Regeln fest, die im |
kollektiven Arbeitsabkommen vom 20. November 2001 über die | kollektiven Arbeitsabkommen vom 20. November 2001 über die |
Klassifizierung der Funktionen, die in den Beschützenden Werkstätten | Klassifizierung der Funktionen, die in den Beschützenden Werkstätten |
der Deutschsprachigen Gemeinschaft festgelegt werden und die in den | der Deutschsprachigen Gemeinschaft festgelegt werden und die in den |
Berufskategorien 8 bis 14 einschliesslich liegen. Diese Bestimmungen | Berufskategorien 8 bis 14 einschliesslich liegen. Diese Bestimmungen |
haben nur das Ziel, die Mindestentlohnung festzulegen, sie lassen den | haben nur das Ziel, die Mindestentlohnung festzulegen, sie lassen den |
Parteien die Freiheit, günstigere Bedingungen zu vereinbaren. Die | Parteien die Freiheit, günstigere Bedingungen zu vereinbaren. Die |
Anwendung dieses kollektiven Arbeitsabkommens darf keinesfalls den | Anwendung dieses kollektiven Arbeitsabkommens darf keinesfalls den |
Arbeitnehmern Schaden zufügen, die zum jetzigen Zeitpunkt eine | Arbeitnehmern Schaden zufügen, die zum jetzigen Zeitpunkt eine |
günstigere Lage geniessen. | günstigere Lage geniessen. |
KAPITEL III - Aquivalenzder funktionen | KAPITEL III - Aquivalenzder funktionen |
Art. 5.Für die Bestimmung der Lohnspannen zwischen den im Artikel 4 |
Art. 5.Für die Bestimmung der Lohnspannen zwischen den im Artikel 4 |
des vorliegenden Abkommens bezeichneten Berufskategorien und den | des vorliegenden Abkommens bezeichneten Berufskategorien und den |
untersten Tarifstufen mit 0 Jahren Betriebszugehörigheit und der | untersten Tarifstufen mit 0 Jahren Betriebszugehörigheit und der |
obersten Tarifstufe nach 31 Dienstjahren beziehen sich die Parteien | obersten Tarifstufe nach 31 Dienstjahren beziehen sich die Parteien |
auf nachstehende Aquivalenztabelle: | auf nachstehende Aquivalenztabelle: |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
KAPITEL IV - Mindestlöhne | KAPITEL IV - Mindestlöhne |
Art. 6.Die Mindestlöhne in Belgischen Franken sind im Anhang 1 des |
Art. 6.Die Mindestlöhne in Belgischen Franken sind im Anhang 1 des |
vorliegenden kollektiven Arbeitsabkommens aufgeführt. Ab dem 1. Januar | vorliegenden kollektiven Arbeitsabkommens aufgeführt. Ab dem 1. Januar |
2002 werden diese Beträge in euro umgerechnet und im Anhang 2 | 2002 werden diese Beträge in euro umgerechnet und im Anhang 2 |
aufgeführt. | aufgeführt. |
Alle in den Anhängen 1 und 2 aufgeführten Löhne und Gehälter sowie der | Alle in den Anhängen 1 und 2 aufgeführten Löhne und Gehälter sowie der |
im Artikel 7 des vorliegenden Abkommens aufgeführte garantierte | im Artikel 7 des vorliegenden Abkommens aufgeführte garantierte |
Mindestlohn, wie auch die tatsächlich bezahlten Löhne und Gehälter, | Mindestlohn, wie auch die tatsächlich bezahlten Löhne und Gehälter, |
sind an den Verbraucherindex des Königreiches angepasst, gemäss den im | sind an den Verbraucherindex des Königreiches angepasst, gemäss den im |
Gesetz vom 2. August 1971 festgelegten Modalitäten über die Anbindung | Gesetz vom 2. August 1971 festgelegten Modalitäten über die Anbindung |
der Gehälter, Löhne, Renten, Allokationen oder Subventionen zu Lasten | der Gehälter, Löhne, Renten, Allokationen oder Subventionen zu Lasten |
des öffentlichen Staatshaushaltes; die zu berücksichtigenden | des öffentlichen Staatshaushaltes; die zu berücksichtigenden |
Lohnstufen für die Berechnung bestimmter Sozialabgaben der | Lohnstufen für die Berechnung bestimmter Sozialabgaben der |
Arbeitnehmer sowie die Verpflichtungen, die den selbständigen | Arbeitnehmer sowie die Verpflichtungen, die den selbständigen |
Arbeitnehmern in sozialer Hinsicht auferlegt werden. | Arbeitnehmern in sozialer Hinsicht auferlegt werden. |
Sie werden betrachtet als in Korrelation stehend mit dem Basisindex | Sie werden betrachtet als in Korrelation stehend mit dem Basisindex |
117,9 (Basis : 1. Januar 1995), von dem die Rede ist im kollektiven | 117,9 (Basis : 1. Januar 1995), von dem die Rede ist im kollektiven |
Arbeitsabkommen vom 27. Januar 1995 (K.E. 8. Dezember 1995 - | Arbeitsabkommen vom 27. Januar 1995 (K.E. 8. Dezember 1995 - |
Belgisches Staatsblatt 21. Februar 1996) über die Anbindung der | Belgisches Staatsblatt 21. Februar 1996) über die Anbindung der |
Gehälter an den Verbraucherindex, wie in der paritätischen Kommission | Gehälter an den Verbraucherindex, wie in der paritätischen Kommission |
für die Beschützenden Werkstätten vereinbart. | für die Beschützenden Werkstätten vereinbart. |
Art. 7.Ab dem 1. Januar 2001 wird der garantierte Mindestlohn mit |
Art. 7.Ab dem 1. Januar 2001 wird der garantierte Mindestlohn mit |
100% -tiger Liquidation für das Personal, das eine der unter Artikel 4 | 100% -tiger Liquidation für das Personal, das eine der unter Artikel 4 |
des vorliegenden Arbeitsabkommens aufgeführten Funktionen ausübt und | des vorliegenden Arbeitsabkommens aufgeführten Funktionen ausübt und |
21 Jahre oder älter ist, bestimmt durch das kollektive Abkommen vom | 21 Jahre oder älter ist, bestimmt durch das kollektive Abkommen vom |
21. oktober 1998 über die Anwendung des garantierten | 21. oktober 1998 über die Anwendung des garantierten |
durchschnittlichen monatlichen Mindesteinkommens für Arbeitnehmer, die | durchschnittlichen monatlichen Mindesteinkommens für Arbeitnehmer, die |
in den Beschützenden Werkstätten beschäftigt sind. | in den Beschützenden Werkstätten beschäftigt sind. |
KAPITEL V - Ubernahme der betriebszugehörigkeit | KAPITEL V - Ubernahme der betriebszugehörigkeit |
Art. 8.Die Betriebszugehörigkeit der Funktion wird wie folgt bestimmt |
Art. 8.Die Betriebszugehörigkeit der Funktion wird wie folgt bestimmt |
: | : |
a) Bis zum 6. Monat einschliesslich des ersten Tages des | a) Bis zum 6. Monat einschliesslich des ersten Tages des |
Arbeitsantritts wird die Betriebszugehörigkeit auf 0 Jahre festgelegt; | Arbeitsantritts wird die Betriebszugehörigkeit auf 0 Jahre festgelegt; |
b) Ab dem 7. Monat nach dem 1. Tag des Monats des Arbeitsantritts wird | b) Ab dem 7. Monat nach dem 1. Tag des Monats des Arbeitsantritts wird |
die durch eine Beschäftigung im Rahmen eines vorherigen | die durch eine Beschäftigung im Rahmen eines vorherigen |
Arbeitsvertrages im Sektor (P.K. 327) und/oder im Sektor der | Arbeitsvertrages im Sektor (P.K. 327) und/oder im Sektor der |
Erziehungs- und Unterbringungshauser (P.K. 319) erworbene | Erziehungs- und Unterbringungshauser (P.K. 319) erworbene |
Betriebszugehörigkeit zu 100% ubernommen. | Betriebszugehörigkeit zu 100% ubernommen. |
c) Während dieser gleichen Zeitspanne wird die im Rahmen anderer | c) Während dieser gleichen Zeitspanne wird die im Rahmen anderer |
beruflicher Sektoren erworbene Betriebszugehörigkeit zu 50% | beruflicher Sektoren erworbene Betriebszugehörigkeit zu 50% |
übernommen, insoweit diese Beschäftigung in einer geleichartigen | übernommen, insoweit diese Beschäftigung in einer geleichartigen |
Funktion bestanden hat; | Funktion bestanden hat; |
d) Ab dem 13. Monat nach dem 1. Tage des Monats des Arbeitsantritts | d) Ab dem 13. Monat nach dem 1. Tage des Monats des Arbeitsantritts |
verständigen sich Arbeitgeber und Arbeitnehmer über eine endgültige | verständigen sich Arbeitgeber und Arbeitnehmer über eine endgültige |
Bestimmung der zu berücksichtigenden Betriebszugehörigkeit, davon | Bestimmung der zu berücksichtigenden Betriebszugehörigkeit, davon |
ausgehend, dass diese niemals geringer sein kann als die | ausgehend, dass diese niemals geringer sein kann als die |
Zugehörigkeit, die unter den Punkten b) und c) berücksichtigt wird. | Zugehörigkeit, die unter den Punkten b) und c) berücksichtigt wird. |
Art. 9.Die Beschäftigung über eine Teilzeitbeschäftigungsagentur oder |
Art. 9.Die Beschäftigung über eine Teilzeitbeschäftigungsagentur oder |
die Bindung eines Vertrages, der nicht auf unbestimmte Dauer | die Bindung eines Vertrages, der nicht auf unbestimmte Dauer |
abgeschlossen wurde, werden bei der bernahmeder Betriebszugehörigkeit | abgeschlossen wurde, werden bei der bernahmeder Betriebszugehörigkeit |
berücksichtigt. | berücksichtigt. |
Art. 10.Die gezielte Betriebszugehörigkeit berechnet sich in vollen |
Art. 10.Die gezielte Betriebszugehörigkeit berechnet sich in vollen |
Monaten und wird zum Zeitpunkt des Arbeitsantritts der Arbeitnehmer | Monaten und wird zum Zeitpunkt des Arbeitsantritts der Arbeitnehmer |
zugestanden. | zugestanden. |
Art. 11.Zum Zeitpunkt seiner Beförderung von einer Berufskategorie in |
Art. 11.Zum Zeitpunkt seiner Beförderung von einer Berufskategorie in |
eine andere hat jedes Personalmitglied unverzüglich das Recht auf den | eine andere hat jedes Personalmitglied unverzüglich das Recht auf den |
Tariflohn der neuen ausgeübten Funktion, unter Berücksichtigung der | Tariflohn der neuen ausgeübten Funktion, unter Berücksichtigung der |
erworbenen Betriebszugehörigkeit. | erworbenen Betriebszugehörigkeit. |
KAPITEL VI - Endjahrespräme | KAPITEL VI - Endjahrespräme |
Art. 12.Eine Prämie, die dem Betrag der Entlohnung des Montes |
Art. 12.Eine Prämie, die dem Betrag der Entlohnung des Montes |
Dezember entspricht, wird jedes Jahr den Arbeitnehmern zugestanden, | Dezember entspricht, wird jedes Jahr den Arbeitnehmern zugestanden, |
deren Funktionen um Artikel 4 des vorliegenden kollektiven | deren Funktionen um Artikel 4 des vorliegenden kollektiven |
Arbeitsabkommen aufgeführt sind, die zum Zeitpunkt der Auszahlung im | Arbeitsabkommen aufgeführt sind, die zum Zeitpunkt der Auszahlung im |
Dienst sind und die während der ganzen Dauer des Referenzjahres im | Dienst sind und die während der ganzen Dauer des Referenzjahres im |
Dienst waren. | Dienst waren. |
Die Arbeiter, die letztere Bedingung nicht erfüllen, haben das Recht | Die Arbeiter, die letztere Bedingung nicht erfüllen, haben das Recht |
auf ein Zwölftel des Betrages der Prämie für jeden vollendeten | auf ein Zwölftel des Betrages der Prämie für jeden vollendeten |
Dienstmonat im Laufe des Referenzjahres, ausser im Fall der Kündigung | Dienstmonat im Laufe des Referenzjahres, ausser im Fall der Kündigung |
durch den Arbeitgeber aus schwerwiegenden Gründen oder der Beeindigung | durch den Arbeitgeber aus schwerwiegenden Gründen oder der Beeindigung |
des Arbeitsverhältnissen während der Probezeit. | des Arbeitsverhältnissen während der Probezeit. |
Der Betrag der jährlichen Prämie oder der entsprechende Anteil kann | Der Betrag der jährlichen Prämie oder der entsprechende Anteil kann |
anteilig zu den Abwesenheiten im Referenzjahr reduziert werden, die | anteilig zu den Abwesenheiten im Referenzjahr reduziert werden, die |
nicht unter die Anwendung der reglementären und vertraglichen | nicht unter die Anwendung der reglementären und vertraglichen |
Bestimmungen über Jahresurlaub, gesetzliche Feiertage, Kurzarbeit, | Bestimmungen über Jahresurlaub, gesetzliche Feiertage, Kurzarbeit, |
Berufskrankheiten und Arbeitsunfälle fallen. | Berufskrankheiten und Arbeitsunfälle fallen. |
Der erwähnte Betrag wird nicht gekürzt für Krankheitstage, die durch | Der erwähnte Betrag wird nicht gekürzt für Krankheitstage, die durch |
eine Entlohnung gedeckt werden, oder als Folge eines Verkehrsunfalls | eine Entlohnung gedeckt werden, oder als Folge eines Verkehrsunfalls |
oder eines Schwangerschaftsurlaubs. | oder eines Schwangerschaftsurlaubs. |
Soweit keine anderen Bestimmungen auf Ebene des Betriebs festgelegt | Soweit keine anderen Bestimmungen auf Ebene des Betriebs festgelegt |
wurden, entspricht das Referenzjahr dem Ziviljahr und die | wurden, entspricht das Referenzjahr dem Ziviljahr und die |
Endjahresprämie wird zum Jahresende ausbezahlt. | Endjahresprämie wird zum Jahresende ausbezahlt. |
KAPITEL VII - Ubergangsmassnahmen | KAPITEL VII - Ubergangsmassnahmen |
Art. 13.Die Parteien kommen ausdrücklich überein, dass die durch |
Art. 13.Die Parteien kommen ausdrücklich überein, dass die durch |
vorliegendes kollektives Arbeitsabkommen gewährten Vorteile effektiv | vorliegendes kollektives Arbeitsabkommen gewährten Vorteile effektiv |
den Arbeitsnehmern gegeben werden in dem Masse, in dem die Regierung | den Arbeitsnehmern gegeben werden in dem Masse, in dem die Regierung |
der Deutschsprachigen Gemeinschaft zu dessen Durchführung gemäss dem | der Deutschsprachigen Gemeinschaft zu dessen Durchführung gemäss dem |
Abkommen vom 30. juni 2000 die Mittel zur Verfügung stellt. | Abkommen vom 30. juni 2000 die Mittel zur Verfügung stellt. |
Dies ist insbesondere der Fall für die Gewährung der im Anhang zum | Dies ist insbesondere der Fall für die Gewährung der im Anhang zum |
vorliegendem Abkommen festgesetzten Mindestlöhne, die Endjahresprämie | vorliegendem Abkommen festgesetzten Mindestlöhne, die Endjahresprämie |
wie unter Artikel 13 angeführt und die Ubernahme der | wie unter Artikel 13 angeführt und die Ubernahme der |
Betriebszugehörigkeit. | Betriebszugehörigkeit. |
Diese Abkommen kann jedoch den bestehenden Bestimmungen in diesen | Diese Abkommen kann jedoch den bestehenden Bestimmungen in diesen |
Bereichen keinen Schaden zufügen. | Bereichen keinen Schaden zufügen. |
Was die Festlegung der tariflichen Betriebszugehörigkeit in einer | Was die Festlegung der tariflichen Betriebszugehörigkeit in einer |
Ubergangsphase betrifft für die betroffenen Arbeitnehmer zum Zeitpunkt | Ubergangsphase betrifft für die betroffenen Arbeitnehmer zum Zeitpunkt |
der Anwendung dieses kollektiven Arbeitsabkommens, wird die | der Anwendung dieses kollektiven Arbeitsabkommens, wird die |
tatsächlich errungene Betriebszugehörigkeit nach Ablauf des 6. | tatsächlich errungene Betriebszugehörigkeit nach Ablauf des 6. |
Dienstmonates kumuliert mit den Jahren der Zugehörigkeit gemass | Dienstmonates kumuliert mit den Jahren der Zugehörigkeit gemass |
Artikel 8 b) und c). | Artikel 8 b) und c). |
Art. 14.Die Parteien kommen überein, gemeinsam darauf hinzuwirken, |
Art. 14.Die Parteien kommen überein, gemeinsam darauf hinzuwirken, |
dass die geltenden Löhne und Gehälter progressiv ab dem Datum des | dass die geltenden Löhne und Gehälter progressiv ab dem Datum des |
Inkrafttretens des vorliegenden kollektiven Arbeitsabkommens an die | Inkrafttretens des vorliegenden kollektiven Arbeitsabkommens an die |
Referenztarife der paritätischen Unterkommission für die privaten | Referenztarife der paritätischen Unterkommission für die privaten |
Krankenhäuser, wie unter Artikel 5 angeführt, angepasst werden, und | Krankenhäuser, wie unter Artikel 5 angeführt, angepasst werden, und |
dies entsprechend einer Betriebszugehörigkeit wie unter Artikel 8 | dies entsprechend einer Betriebszugehörigkeit wie unter Artikel 8 |
definiert. | definiert. |
KAPITEL VIII - Endbestimmungen | KAPITEL VIII - Endbestimmungen |
Art. 15.Vorliegendes kollektives Arbeitsabkommen ist auf unbestimmte |
Art. 15.Vorliegendes kollektives Arbeitsabkommen ist auf unbestimmte |
Dauer abgeschlossen. Es tritt in Kraft am 1. Januar 2001. | Dauer abgeschlossen. Es tritt in Kraft am 1. Januar 2001. |
Es kann aufgekündigt werden mittels Kündigungsfrist von sechs Monaten, | Es kann aufgekündigt werden mittels Kündigungsfrist von sechs Monaten, |
zugestellt mit eingeschriebenen Brief an den Vorsitzenden der | zugestellt mit eingeschriebenen Brief an den Vorsitzenden der |
paritätischen Kommission für die Betriebe für angepasste Arbeit und | paritätischen Kommission für die Betriebe für angepasste Arbeit und |
Sozialwerkstätten und die dort vertretenen Organisationen. | Sozialwerkstätten und die dort vertretenen Organisationen. |
Gesehenen, un dem Königlichen Erlass vom als Beilage beigefügt zu | Gesehenen, un dem Königlichen Erlass vom als Beilage beigefügt zu |
werden | werden |
Minister der Beschäftigung, | Minister der Beschäftigung, |
F. VAN DEN BOSSCHE | F. VAN DEN BOSSCHE |
Anhang 1 | Anhang 1 |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Gesehenen, un dem Königlichen Erlass vom als Beilage beigefügt zu | Gesehenen, un dem Königlichen Erlass vom als Beilage beigefügt zu |
werden | werden |
Minister der Beschäftigung, | Minister der Beschäftigung, |
F. VAN DEN BOSSCHE | F. VAN DEN BOSSCHE |
Anhang 2 | Anhang 2 |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Gesehenen, un dem Königlichen Erlass vom als Beilage beigefügt zu | Gesehenen, un dem Königlichen Erlass vom als Beilage beigefügt zu |
werden | werden |
Minister der Beschäftigung, | Minister der Beschäftigung, |
F. VAN DEN BOSSCHE | F. VAN DEN BOSSCHE |
Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale | Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale |
ondernemingen | ondernemingen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2001 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2001 |
Harmonisering van de loonschalen en de concordantie van de functies | Harmonisering van de loonschalen en de concordantie van de functies |
van toepassing op de beschutte werkplaatsen van de Duitstalige | van toepassing op de beschutte werkplaatsen van de Duitstalige |
Gemeenschap (Overeenkomst geregistreerd op 18 april 2002 onder het | Gemeenschap (Overeenkomst geregistreerd op 18 april 2002 onder het |
nummer 62133/CO/327) | nummer 62133/CO/327) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
sommige werknemers en werkneemsters, zoals bepaald in artikel van deze | sommige werknemers en werkneemsters, zoals bepaald in artikel van deze |
overeenkomst, evenals op de werkgevers van de beschutte werkplaatsen | overeenkomst, evenals op de werkgevers van de beschutte werkplaatsen |
van de Duitstalige gemeenschap die ressorteren onder het Paritair | van de Duitstalige gemeenschap die ressorteren onder het Paritair |
Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen. | Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen. |
Art. 2.Onder "werknemers" wordt verstaan : de werknemers en |
Art. 2.Onder "werknemers" wordt verstaan : de werknemers en |
werkneemsters, mannelijke en vrouwelijke arbeiders en bedienden, de | werkneemsters, mannelijke en vrouwelijke arbeiders en bedienden, de |
valide personen en de personen met een handicap. | valide personen en de personen met een handicap. |
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in |
uitvoering van punt 4 van het kaderakkoord 2001-2006 van 30 juni 2000 | uitvoering van punt 4 van het kaderakkoord 2001-2006 van 30 juni 2000 |
voor de Duitstalige non-profitsector. | voor de Duitstalige non-profitsector. |
Art. 4.De bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst leggen |
Art. 4.De bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst leggen |
de regels vast die van toepassing zijn op alle werknemers bedoeld in | de regels vast die van toepassing zijn op alle werknemers bedoeld in |
de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2001 betreffende de | de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2001 betreffende de |
functieclassificatie van toepassing op de beschutte werkplaatsen in de | functieclassificatie van toepassing op de beschutte werkplaatsen in de |
Duitstalige gemeenschap (overeenkomst geregistreerd op 18 april 2002 | Duitstalige gemeenschap (overeenkomst geregistreerd op 18 april 2002 |
onder het nummer 62131/CO/327) en die zich in de beroepscategorieën 8 | onder het nummer 62131/CO/327) en die zich in de beroepscategorieën 8 |
tot en met 14 bevinden. Zij beogen enkel het vastleggen van de | tot en met 14 bevinden. Zij beogen enkel het vastleggen van de |
minimumlonen en laten de partijen de vrijheid om gunstigere | minimumlonen en laten de partijen de vrijheid om gunstigere |
voorwaarden overeen te komen. De toepassing van deze collectieve | voorwaarden overeen te komen. De toepassing van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst zal in geen geval nadelig zijn voor de werknemers | arbeidsovereenkomst zal in geen geval nadelig zijn voor de werknemers |
die momenteel een gunstigere toestand genieten. | die momenteel een gunstigere toestand genieten. |
HOOFDSTUK III. - Gelijkstelling van de functies | HOOFDSTUK III. - Gelijkstelling van de functies |
Art. 5.Voor de bepaling van de loonspanning tussen de |
Art. 5.Voor de bepaling van de loonspanning tussen de |
beroepscategorieën bedoeld in artikel 4 van deze overeenkomst en om | beroepscategorieën bedoeld in artikel 4 van deze overeenkomst en om |
het beginpunt te bepalen van een minimumloonschaal op 0 jaar | het beginpunt te bepalen van een minimumloonschaal op 0 jaar |
anciënniteit, en het eindpunt van deze loonschaal na 31 jaren | anciënniteit, en het eindpunt van deze loonschaal na 31 jaren |
anciënniteit, verwijzende partijen naar de volgende | anciënniteit, verwijzende partijen naar de volgende |
gelijkstellingstabel : | gelijkstellingstabel : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
HOOFDSTUK IV. - Minimumlonen | HOOFDSTUK IV. - Minimumlonen |
Art. 6.De minimumlonen in Belgische frank zijn als bijlage 1 bij deze |
Art. 6.De minimumlonen in Belgische frank zijn als bijlage 1 bij deze |
collectieve arbeidsovereenkomst gevoegd. Vanaf 1 januari 2002 worden | collectieve arbeidsovereenkomst gevoegd. Vanaf 1 januari 2002 worden |
deze bedragen omgezet in euro en opgenomen als bijlage 2. | deze bedragen omgezet in euro en opgenomen als bijlage 2. |
Alle lonen en wedden, bijlagen 1 en 2, en de gewaarborgde minimumlonen | Alle lonen en wedden, bijlagen 1 en 2, en de gewaarborgde minimumlonen |
vermeld in artikel 7 van deze overeenkomst, evenals de effectief | vermeld in artikel 7 van deze overeenkomst, evenals de effectief |
betaalde lonen en wedden worden gekoppeld aan het indexcijfer van de | betaalde lonen en wedden worden gekoppeld aan het indexcijfer van de |
consumptieprijzen van het Rijk, overeenkomstig de modaliteiten bepaald | consumptieprijzen van het Rijk, overeenkomstig de modaliteiten bepaald |
door de wet van 2 augustus 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus | door de wet van 2 augustus 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus |
1971) houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, | 1971) houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, |
pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare | pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare |
schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee | schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee |
rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de | rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de |
sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal | sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal |
gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de | gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de |
consumptieprijzen worden gekoppeld. | consumptieprijzen worden gekoppeld. |
Zij worden beschouwd in correlatie te zijn met de spilindex 117,9 | Zij worden beschouwd in correlatie te zijn met de spilindex 117,9 |
(basis 1 januari 1995) waarvan sprake in de collectieve | (basis 1 januari 1995) waarvan sprake in de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 27 januari 1995 (koninklijk besluit van 8 | arbeidsovereenkomst van 27 januari 1995 (koninklijk besluit van 8 |
december 1995 - Belgisch Staatsblad 21 februari 1996) betreffende de | december 1995 - Belgisch Staatsblad 21 februari 1996) betreffende de |
koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen | koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen |
gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen. | gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen. |
Art. 7.Vanaf 1 januari 2001 wordt het gewaarborgd minimumloon met |
Art. 7.Vanaf 1 januari 2001 wordt het gewaarborgd minimumloon met |
liquidatie aan 100 pct. van het personeel dat één van de functies | liquidatie aan 100 pct. van het personeel dat één van de functies |
uitoefent bedoeld in artikel 4 van deze overeenkomst en dat 21 jaar of | uitoefent bedoeld in artikel 4 van deze overeenkomst en dat 21 jaar of |
ouder is vastgelegd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 | ouder is vastgelegd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 |
oktober 1998 betreffende de toepassing van het gewaarborgd gemiddeld | oktober 1998 betreffende de toepassing van het gewaarborgd gemiddeld |
minimummaandinkomen voor de werknemers die tewerkgesteld zijn in de | minimummaandinkomen voor de werknemers die tewerkgesteld zijn in de |
beschutte werkplaatsen. | beschutte werkplaatsen. |
HOOFDSTUK V. - Overname van anciënniteit | HOOFDSTUK V. - Overname van anciënniteit |
Art. 8.De anciënniteit in de functie wordt als volgt bepaald : |
Art. 8.De anciënniteit in de functie wordt als volgt bepaald : |
a) tot en met de 6de maand te rekenen vanaf de 1e dag van | a) tot en met de 6de maand te rekenen vanaf de 1e dag van |
indiensttreding wordt de anciënniteit vastgelegd op 0 jaar; | indiensttreding wordt de anciënniteit vastgelegd op 0 jaar; |
b) vanaf de 7de maand te rekenen vanaf de eerste dag van | b) vanaf de 7de maand te rekenen vanaf de eerste dag van |
indiensttreding, wordt de verworven anciënniteit door een | indiensttreding, wordt de verworven anciënniteit door een |
tewerkstelling via een vorig arbeidscontract in de sector (PC 327) | tewerkstelling via een vorig arbeidscontract in de sector (PC 327) |
en/of in de sector van de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen (PC | en/of in de sector van de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen (PC |
319) aan 100 pct. overgenomen; | 319) aan 100 pct. overgenomen; |
c) gedurende deze zelfde periode wordt de anciënniteit verworven in | c) gedurende deze zelfde periode wordt de anciënniteit verworven in |
andere beroepssectoren aan 50 pct. overgenomen, voor zover het | andere beroepssectoren aan 50 pct. overgenomen, voor zover het |
tewerkstelling in een gelijkaardige functie betrof; | tewerkstelling in een gelijkaardige functie betrof; |
d) vanaf de 13de maand te rekenen vanaf de 1e dag van indiensttreding | d) vanaf de 13de maand te rekenen vanaf de 1e dag van indiensttreding |
gaan de werkgever en de werknemer akkoord met een definitieve bepaling | gaan de werkgever en de werknemer akkoord met een definitieve bepaling |
van de anciënniteit die in aanmerking moet genomen worden, met dien | van de anciënniteit die in aanmerking moet genomen worden, met dien |
verstande dat ze nooit minder zal kunnen bedragen dan deze die zal | verstande dat ze nooit minder zal kunnen bedragen dan deze die zal |
toegekend worden door het in aanmerking nemen van de punten b) en c). | toegekend worden door het in aanmerking nemen van de punten b) en c). |
Art. 9.De tewerkstelling via een uitzendonderneming of via een ander |
Art. 9.De tewerkstelling via een uitzendonderneming of via een ander |
contract dan een contract van onbepaalde duur wordt in aanmerking | contract dan een contract van onbepaalde duur wordt in aanmerking |
genomen bij de overname van de anciënniteit. | genomen bij de overname van de anciënniteit. |
Art. 10.De bedoelde anciënniteit wordt berekend in volledige maanden |
Art. 10.De bedoelde anciënniteit wordt berekend in volledige maanden |
en toegekend op het moment van indiensttreding van de | en toegekend op het moment van indiensttreding van de |
werkne(e)m(st)er. | werkne(e)m(st)er. |
Art. 11.Bij een bevordering van een beroepscategorie naar een andere |
Art. 11.Bij een bevordering van een beroepscategorie naar een andere |
heeft elk personeelslid onmiddellijk recht op de loonschaal van de | heeft elk personeelslid onmiddellijk recht op de loonschaal van de |
nieuwe functie die hij uitoefent, rekening houdend met de verworven | nieuwe functie die hij uitoefent, rekening houdend met de verworven |
anciënniteit. | anciënniteit. |
HOOFDSTUK VI. -Eindejaarspremie | HOOFDSTUK VI. -Eindejaarspremie |
Art. 12.Een toelage waarvan het bedrag gelijk is aan het loon van de |
Art. 12.Een toelage waarvan het bedrag gelijk is aan het loon van de |
maand december wordt elk jaar toegekend aan de werknemers in de | maand december wordt elk jaar toegekend aan de werknemers in de |
functies bedoeld in artikel 4 van deze collectieve | functies bedoeld in artikel 4 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst, die in dienst zijn op het ogenblik van de | arbeidsovereenkomst, die in dienst zijn op het ogenblik van de |
uitbetaling en die gedurende het hele refertejaar in dienst zijn | uitbetaling en die gedurende het hele refertejaar in dienst zijn |
geweest. | geweest. |
De werknemers die niet aan deze laatste voorwaarde voldoen hebben | De werknemers die niet aan deze laatste voorwaarde voldoen hebben |
recht op een twaalfde van het bedrag van de premie voor elk volledige | recht op een twaalfde van het bedrag van de premie voor elk volledige |
maand dienst tijdens het refertejaar, behalve bij een ontslag door de | maand dienst tijdens het refertejaar, behalve bij een ontslag door de |
werkgever om dringende reden of het einde van de arbeidsbetrekkingen | werkgever om dringende reden of het einde van de arbeidsbetrekkingen |
tijdens de proefperiode. | tijdens de proefperiode. |
Het bedrag van de jaarlijkse premie of van het aandeel kan worden | Het bedrag van de jaarlijkse premie of van het aandeel kan worden |
verminder à rato van de andere afwezigheden tijdens het refertejaar, | verminder à rato van de andere afwezigheden tijdens het refertejaar, |
dan deze die voortvloeien uit de reglementaire en conventionele | dan deze die voortvloeien uit de reglementaire en conventionele |
bepalingen inzake jaarlijkse vakantie, wettelijke feestdagen, kort | bepalingen inzake jaarlijkse vakantie, wettelijke feestdagen, kort |
verzuim, beroepsziekten en arbeidsongevallen. | verzuim, beroepsziekten en arbeidsongevallen. |
Het bedrag waarvan sprake wordt niet verminderd voor de ziektedagen | Het bedrag waarvan sprake wordt niet verminderd voor de ziektedagen |
gedekt door een vergoeding of naar aanleiding van een ongeval van | gedekt door een vergoeding of naar aanleiding van een ongeval van |
gemeen recht of bevallingsverlof. | gemeen recht of bevallingsverlof. |
Behalve andere bepalingen gesloten op ondernemingsniveau valt het | Behalve andere bepalingen gesloten op ondernemingsniveau valt het |
refertejaar samen met het kalenderjaar en wordt de jaarlijkse premie | refertejaar samen met het kalenderjaar en wordt de jaarlijkse premie |
betaald op het einde van het jaar. | betaald op het einde van het jaar. |
HOOFDSTUK VII. - Overgangsmaatregelen | HOOFDSTUK VII. - Overgangsmaatregelen |
Art. 13.De partijen komen uitdrukkelijk overeen dat de voordelen |
Art. 13.De partijen komen uitdrukkelijk overeen dat de voordelen |
toegekend door deze collectieve arbeidsovereenkomst enkel effectief | toegekend door deze collectieve arbeidsovereenkomst enkel effectief |
aan de werknemers zullen gegeven worden, als de regering van de | aan de werknemers zullen gegeven worden, als de regering van de |
Duitstalige Gemeenschap de middelen toekent om dit te realiseren, | Duitstalige Gemeenschap de middelen toekent om dit te realiseren, |
overeenkomstig het akkoord van 30 juni 2000. | overeenkomstig het akkoord van 30 juni 2000. |
Dit is meer bepaald het geval voor het toekennen van de minimumlonen | Dit is meer bepaald het geval voor het toekennen van de minimumlonen |
bepaald als bijlage bij deze overeenkomst, de eindejaarspremie in | bepaald als bijlage bij deze overeenkomst, de eindejaarspremie in |
artikel 13 en de overname van de anciënniteit. | artikel 13 en de overname van de anciënniteit. |
Dit akkoord kan zeker geen afbreuk doen aan de bestaande bepalingen | Dit akkoord kan zeker geen afbreuk doen aan de bestaande bepalingen |
ter zaken. | ter zaken. |
Wat de bepaling van de baremieke anciënniteit betreft die moet worden | Wat de bepaling van de baremieke anciënniteit betreft die moet worden |
overgenomen in een overgangsfase, en voor de bedoelde werknemers in | overgenomen in een overgangsfase, en voor de bedoelde werknemers in |
dienst op het moment van de inwerkingtreding van deze collectieve | dienst op het moment van de inwerkingtreding van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst, zal rekening gehouden worden met de werkelijk | arbeidsovereenkomst, zal rekening gehouden worden met de werkelijk |
verworven anciënniteitsjaren bedoeld in artikel 8 b) en c). | verworven anciënniteitsjaren bedoeld in artikel 8 b) en c). |
Art. 14.De partijen komen overeen er samen op toe te zien, om de |
Art. 14.De partijen komen overeen er samen op toe te zien, om de |
lonen en wedden die van kracht zijn sinds de datum van | lonen en wedden die van kracht zijn sinds de datum van |
inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst betreffende | inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst betreffende |
de refertelonen van het Paritair Subcomité voor de privé-ziekenhuizen | de refertelonen van het Paritair Subcomité voor de privé-ziekenhuizen |
bedoeld in artikel 5, progressief aan te passen, en dat dit | bedoeld in artikel 5, progressief aan te passen, en dat dit |
overeenstemt met een anciënniteit zoals vastgelegd is in artikel 8. | overeenstemt met een anciënniteit zoals vastgelegd is in artikel 8. |
HOOFDSTUK VIII. -Slotbepalingen | HOOFDSTUK VIII. -Slotbepalingen |
Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor |
Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor |
onbepaalde tijd. | onbepaalde tijd. |
Zij treedt in werking op 1 januari 2001. | Zij treedt in werking op 1 januari 2001. |
Zij kan worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van 6 maanden wordt | Zij kan worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van 6 maanden wordt |
nageleefd, betekend bij een ter post aangetekende brief aan de | nageleefd, betekend bij een ter post aangetekende brief aan de |
voorzitter van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en | voorzitter van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en |
de sociale werkplaatsen en aan de organisaties die erin | de sociale werkplaatsen en aan de organisaties die erin |
vertegenwoordigd zijn. | vertegenwoordigd zijn. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 oktober | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 oktober |
2004. | 2004. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
F. VAN DEN BOSSCHE | F. VAN DEN BOSSCHE |
Bijlage 1 | Bijlage 1 |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 oktober | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 oktober |
2004. | 2004. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
F. VAN DEN BOSSCHE | F. VAN DEN BOSSCHE |
Bijlage 2 | Bijlage 2 |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 oktober | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 oktober |
2004. | 2004. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
F. VAN DEN BOSSCHE | F. VAN DEN BOSSCHE |