Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 08/07/2011
← Terug naar "Koninklijk besluit tot verhoging van sommige pensioenen van zelfstandigen "
Koninklijk besluit tot verhoging van sommige pensioenen van zelfstandigen Koninklijk besluit tot verhoging van sommige pensioenen van zelfstandigen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
8 JULI 2011. - Koninklijk besluit tot verhoging van sommige pensioenen 8 JULI 2011. - Koninklijk besluit tot verhoging van sommige pensioenen
van zelfstandigen van zelfstandigen
VERSLAG AAN DE KONING VERSLAG AAN DE KONING
Sire, Sire,
Het ontwerp van koninklijk besluit waarvan we de eer hebben het ter Het ontwerp van koninklijk besluit waarvan we de eer hebben het ter
ondertekening van Uwe Majesteit voor te leggen, heeft als doel sommige ondertekening van Uwe Majesteit voor te leggen, heeft als doel sommige
pensioenen van zelfstandigen te verhogen. pensioenen van zelfstandigen te verhogen.
In zijn advies nr. 49.706/1, gegeven op 26 mei 2011, heeft de Raad van In zijn advies nr. 49.706/1, gegeven op 26 mei 2011, heeft de Raad van
State in eerste instantie een opmerking geformuleerd over de noodzaak State in eerste instantie een opmerking geformuleerd over de noodzaak
om de verschillende beoogde verhogingen te verduidelijken. om de verschillende beoogde verhogingen te verduidelijken.
Het gaat om de volgende verhogingen : Het gaat om de volgende verhogingen :
- de verhoging op 1 september 2011 van de bedragen van het - de verhoging op 1 september 2011 van de bedragen van het
minimumpensioen met 2,11 % voor een gezinspensioen en met 2,37 % voor minimumpensioen met 2,11 % voor een gezinspensioen en met 2,37 % voor
een pensioen als alleenstaande en een overlevingspensioen. een pensioen als alleenstaande en een overlevingspensioen.
- de extra verhoging op 1 september 2011 met 0,14 % van de minimum - de extra verhoging op 1 september 2011 met 0,14 % van de minimum
gezinspensioenen ouder dan 15 jaar; door deze maatregel zullen de gezinspensioenen ouder dan 15 jaar; door deze maatregel zullen de
betrokken rechthebbenden het maandelijkse bedrag van hun pensioen op 1 betrokken rechthebbenden het maandelijkse bedrag van hun pensioen op 1
september 2011 verhoogd zien en zal de totale verhoging voor hen 2,25 september 2011 verhoogd zien en zal de totale verhoging voor hen 2,25
% bedragen; % bedragen;
- de verhoging met 1,25 % op 1 november 2011 van de - de verhoging met 1,25 % op 1 november 2011 van de
niet-minimumpensioenen van minder dan 15 jaar; worden beoogd alle niet-minimumpensioenen van minder dan 15 jaar; worden beoogd alle
niet-minimumpensioenen die voor het eerst een aanvang hebben genomen niet-minimumpensioenen die voor het eerst een aanvang hebben genomen
voor 1 januari 2011 en niet eerder dan 1 januari 1997; voor 1 januari 2011 en niet eerder dan 1 januari 1997;
- de verhoging met 2,25 % op 1 september 2011 van de - de verhoging met 2,25 % op 1 september 2011 van de
niet-minimumpensioenen van 15 jaar en meer; worden beoogd alle niet-minimumpensioenen van 15 jaar en meer; worden beoogd alle
niet-minimumpensioenen die voor het eerst een aanvang hebben genomen niet-minimumpensioenen die voor het eerst een aanvang hebben genomen
vóór 1 januari 1997. vóór 1 januari 1997.
De Raad van State formuleert ook een tweede opmerking, met betrekking De Raad van State formuleert ook een tweede opmerking, met betrekking
tot de verschillen in behandeling van de verschillende rechthebbenden tot de verschillen in behandeling van de verschillende rechthebbenden
op een pensioen. op een pensioen.
In een moeilijke begrotingscontext, en met het oog op de noodzaak om In een moeilijke begrotingscontext, en met het oog op de noodzaak om
zo snel mogelijk de welvaartsaanpassingen in te voeren voor de zo snel mogelijk de welvaartsaanpassingen in te voeren voor de
rechthebbenden op de laagste en oudste pensioenen, heeft de rechthebbenden op de laagste en oudste pensioenen, heeft de
Ministerraad de voorkeur gegeven, zowel wat betreft het percentage als Ministerraad de voorkeur gegeven, zowel wat betreft het percentage als
de datum van inwerkingtreding, aan de verhoging van de de datum van inwerkingtreding, aan de verhoging van de
minimumpensioenen en de pensioenen van 15 jaar en ouder, zonder minimumpensioenen en de pensioenen van 15 jaar en ouder, zonder
daarbij de andere pensioentypes uit het oog te verliezen. daarbij de andere pensioentypes uit het oog te verliezen.
Tot slot, zoals gevraagd door de Raad van State in zijn advies, werd Tot slot, zoals gevraagd door de Raad van State in zijn advies, werd
de titel van het besluit aangevuld om te preciseren dat de regeling de titel van het besluit aangevuld om te preciseren dat de regeling
een verhoging van sommige pensioenen van zelfstandigen betreft. een verhoging van sommige pensioenen van zelfstandigen betreft.
We hebben de eer te zijn, We hebben de eer te zijn,
Sire, Sire,
van Uwe Majesteit, van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige de zeer eerbiedige
en zeer getrouwe dienaren, en zeer getrouwe dienaren,
De Minister van Zelfstandigen, De Minister van Zelfstandigen,
Mevr. S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE
De Minister van Pensioenen, De Minister van Pensioenen,
M. DAERDEN M. DAERDEN
8 JULI 2011. - Koninklijk besluit tot verhoging van sommige pensioenen 8 JULI 2011. - Koninklijk besluit tot verhoging van sommige pensioenen
van zelfstandigen van zelfstandigen
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967
betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen,
artikel 35, hersteld bij de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, artikel 35, hersteld bij de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale,
budgettaire en andere bepalingen; budgettaire en andere bepalingen;
Gelet op de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering Gelet op de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering
in de pensioenregelingen, artikel 131bis, laatstelijk gewijzigd bij in de pensioenregelingen, artikel 131bis, laatstelijk gewijzigd bij
het koninklijk besluit van 3 maart 2010; het koninklijk besluit van 3 maart 2010;
Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal
statuut van de zelfstandigen, gegeven op 7 april 2011; statuut van de zelfstandigen, gegeven op 7 april 2011;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 12 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 12
april 2011; april 2011;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting,
gegeven op 20 april 2011; gegeven op 20 april 2011;
Gelet op het advies 49.706/1 van de Raad van State, gegeven op 26 mei Gelet op het advies 49.706/1 van de Raad van State, gegeven op 26 mei
2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Pensioenen en de Minister van Op de voordracht van de Minister van Pensioenen en de Minister van
Zelfstandigen en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Zelfstandigen en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK 1. - Verhoging van sommige pensioenen HOOFDSTUK 1. - Verhoging van sommige pensioenen

Artikel 1.Onder uitsluiting van de krachtens de artikelen 131 en

Artikel 1.Onder uitsluiting van de krachtens de artikelen 131 en

131bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot 131bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot
harmonisering in de pensioenregelingen, bedoelde pensioenen en van het harmonisering in de pensioenregelingen, bedoelde pensioenen en van het
onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk onvoorwaardelijk pensioen bedoeld in artikel 37 van het koninklijk
besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en
overlevingspensioen der zelfstandigen, wordt op 1 september 2011 een overlevingspensioen der zelfstandigen, wordt op 1 september 2011 een
herwaardering toegekend van het maandelijks pensioenbedrag van de herwaardering toegekend van het maandelijks pensioenbedrag van de
zelfstandige van : zelfstandige van :
- 2,25 % aan de gerechtigden op een pensioen in de regeling voor - 2,25 % aan de gerechtigden op een pensioen in de regeling voor
zelfstandigen dat daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan zelfstandigen dat daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan
vóór 1 januari 1997; vóór 1 januari 1997;
- 1,25 % aan de gerechtigden op een pensioen in de regeling voor - 1,25 % aan de gerechtigden op een pensioen in de regeling voor
zelfstandigen dat daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan na zelfstandigen dat daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan na
31 december 1996 en vóór 1 januari 2011. 31 december 1996 en vóór 1 januari 2011.

Art. 2.De pensioenen van de zelfstandigen die voldoen aan de

Art. 2.De pensioenen van de zelfstandigen die voldoen aan de

voorwaarden bedoeld in artikel 9, § 1, 1°, van het koninklijk besluit voorwaarden bedoeld in artikel 9, § 1, 1°, van het koninklijk besluit
nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en
overlevingspensioen der zelfstandigen, laatstelijk gewijzigd bij het overlevingspensioen der zelfstandigen, laatstelijk gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 13 juli 2001, en bedoeld in de artikelen 131 en koninklijk besluit van 13 juli 2001, en bedoeld in de artikelen 131 en
131bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot 131bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot
harmonisering in de pensioenregelingen, laatstelijk gewijzigd bij het harmonisering in de pensioenregelingen, laatstelijk gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 3 maart 2010, en die daadwerkelijk en voor de koninklijk besluit van 3 maart 2010, en die daadwerkelijk en voor de
eerste maal zijn ingegaan vóór 1 januari 1997 worden op 1 september eerste maal zijn ingegaan vóór 1 januari 1997 worden op 1 september
2011 verhoogd met 0,14 %. 2011 verhoogd met 0,14 %.

Art. 3.Wanneer het een overlevingspensioen betreft, is voor de

Art. 3.Wanneer het een overlevingspensioen betreft, is voor de

toepassing van de artikelen 1 en 2, het in aanmerking te nemen toepassing van de artikelen 1 en 2, het in aanmerking te nemen
ingangsjaar het jaar tijdens hetwelk het rustpensioen van de overleden ingangsjaar het jaar tijdens hetwelk het rustpensioen van de overleden
echtgenoot daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan indien echtgenoot daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan indien
deze op het ogenblik van zijn overlijden dit pensioen genoot. deze op het ogenblik van zijn overlijden dit pensioen genoot.
HOOFDSTUK 2 Verhoging van het gewaarborgd minimumpensioen HOOFDSTUK 2 Verhoging van het gewaarborgd minimumpensioen

Art. 4.Artikel 131bis, § 1septies, eerste lid, van de wet van 15 mei

Art. 4.Artikel 131bis, § 1septies, eerste lid, van de wet van 15 mei

1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen,
laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2010, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2010,
wordt aangevuld met de bepaling onder 7° luidende : wordt aangevuld met de bepaling onder 7° luidende :
« 7° op 1 september 2011, op 12.398,32 euro en 9.529,45 euro. » « 7° op 1 september 2011, op 12.398,32 euro en 9.529,45 euro. »
HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding

Art. 5.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2011, met

Art. 5.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2011, met

uitzondering van het artikel 1, tweede streepje, dat in werking treedt uitzondering van het artikel 1, tweede streepje, dat in werking treedt
op 1 november 2011. op 1 november 2011.
HOOFDSTUK 4. - Uitvoeringsbepaling HOOFDSTUK 4. - Uitvoeringsbepaling

Art. 6.De Minister bevoegd voor Pensioenen en de Minister bevoegd

Art. 6.De Minister bevoegd voor Pensioenen en de Minister bevoegd

voor Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de voor Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de
uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 8 juli 2011. Gegeven te Brussel, 8 juli 2011.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Zelfstandigen, De Minister van Zelfstandigen,
Mevr. S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE
De Minister van Pensioenen, De Minister van Pensioenen,
M. DAERDEN M. DAERDEN
^