Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 08/01/2024
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2023, gesloten in het Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en karton, betreffende de maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid en de vorming "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2023, gesloten in het Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en karton, betreffende de maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid en de vorming Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2023, gesloten in het Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en karton, betreffende de maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid en de vorming
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
8 JANUARI 2024. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt 8 JANUARI 2024. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2023, verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2023,
gesloten in het Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap, gesloten in het Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap,
papier en karton, betreffende de maatregelen tot bevordering van de papier en karton, betreffende de maatregelen tot bevordering van de
werkgelegenheid en de vorming (1) werkgelegenheid en de vorming (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de voortbrenging van Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de voortbrenging van
papierpap, papier en karton; papierpap, papier en karton;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2023, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2023, gesloten
in het Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en in het Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en
karton, betreffende de maatregelen tot bevordering van de karton, betreffende de maatregelen tot bevordering van de
werkgelegenheid en de vorming. werkgelegenheid en de vorming.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 8 januari 2024. Gegeven te Brussel, 8 januari 2024.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE P.-Y. DERMAGNE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en karton Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en karton
Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2023 Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2023
Maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid en de vorming Maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid en de vorming
(Overeenkomst geregistreerd op 21 augustus 2023 onder het nummer (Overeenkomst geregistreerd op 21 augustus 2023 onder het nummer
181677/CO/129) 181677/CO/129)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers, de arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die de werkgevers, de arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die
ressorteren onder het Paritair Comité voor de voortbrenging van ressorteren onder het Paritair Comité voor de voortbrenging van
papierpap, papier en karton (PC 129). papierpap, papier en karton (PC 129).
Zij is afgesloten in toepassing van de wet van 26 maart 1999 Zij is afgesloten in toepassing van de wet van 26 maart 1999
betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998
houdende diverse bepalingen. houdende diverse bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Risicogroepen HOOFDSTUK II. - Risicogroepen

Art. 2.Dit hoofdstuk wordt afgesloten in toepassing van :

Art. 2.Dit hoofdstuk wordt afgesloten in toepassing van :

- de wet houdende diverse bepalingen (I) van 27 december 2006, titel - de wet houdende diverse bepalingen (I) van 27 december 2006, titel
XIII, hoofdstuk VIII, afdelingen 1 en 2 (Belgisch Staatsblad van 28 XIII, hoofdstuk VIII, afdelingen 1 en 2 (Belgisch Staatsblad van 28
december 2006); december 2006);
- het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van - het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van
artikel 189, vierde lid van de wet van 27 december 2006 houdende artikel 189, vierde lid van de wet van 27 december 2006 houdende
diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 8 april 2013); diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 8 april 2013);
- het koninklijk besluit van 5 december 2017 houdende uitvoering van - het koninklijk besluit van 5 december 2017 houdende uitvoering van
afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet van 5 maart 2017 betreffende afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet van 5 maart 2017 betreffende
werkbaar en wendbaar werk (Belgisch Staatsblad van 18 december 2017). werkbaar en wendbaar werk (Belgisch Staatsblad van 18 december 2017).
De inspanning van 0,10 pct. wordt, langs het fonds voor De inspanning van 0,10 pct. wordt, langs het fonds voor
bestaanszekerheid, gebruikt om de aanwervings-, vormings- en bestaanszekerheid, gebruikt om de aanwervings-, vormings- en
omscholingsmogelijkheden van de arbeiders en arbeidsters aan te omscholingsmogelijkheden van de arbeiders en arbeidsters aan te
zwengelen. Deze 0,10 pct.-inspanning ten voordele van risicogroepen, zwengelen. Deze 0,10 pct.-inspanning ten voordele van risicogroepen,
die reeds verhoogd werd tot 0,15 pct. door de collectieve die reeds verhoogd werd tot 0,15 pct. door de collectieve
arbeidsovereenkomst van 28 maart 2001, algemeen verbindend verklaard arbeidsovereenkomst van 28 maart 2001, algemeen verbindend verklaard
door het koninklijk besluit van 17 februari 2002 en sindsdien door het koninklijk besluit van 17 februari 2002 en sindsdien
ononderbroken verlengd, wordt behouden op 0,15 pct. ononderbroken verlengd, wordt behouden op 0,15 pct.

Art. 3.De volgende personen behoren tot de risicogroepen :

Art. 3.De volgende personen behoren tot de risicogroepen :

1. De laaggeschoolde werkloze/werknemer : 1. De laaggeschoolde werkloze/werknemer :
De werkzoekende/werknemer die noch houder is van een diploma van De werkzoekende/werknemer die noch houder is van een diploma van
universitair onderwijs, noch van een diploma of van een getuigschrift universitair onderwijs, noch van een diploma of van een getuigschrift
van het hoger onderwijs van het lange of van het korte type, noch van van het hoger onderwijs van het lange of van het korte type, noch van
een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs; een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs;
2. De langdurig werkloze : 2. De langdurig werkloze :
- De werkzoekende die gedurende de 6 maanden die aan zijn - De werkzoekende die gedurende de 6 maanden die aan zijn
indienstneming voorafgaan, zonder onderbreking werkloosheids- of indienstneming voorafgaan, zonder onderbreking werkloosheids- of
wachtuitkeringen heeft genoten voor alle dagen van de week; wachtuitkeringen heeft genoten voor alle dagen van de week;
- De werkzoekende die gedurende de 6 maanden die aan zijn - De werkzoekende die gedurende de 6 maanden die aan zijn
indienstneming voorafgaan, uitsluitend deeltijds of als interimair indienstneming voorafgaan, uitsluitend deeltijds of als interimair
heeft gewerkt om aan de werkloosheid te ontkomen; heeft gewerkt om aan de werkloosheid te ontkomen;
3. De gehandicapte werkloze : 3. De gehandicapte werkloze :
De werkzoekende die, op het ogenblik van zijn indienstneming, bij het De werkzoekende die, op het ogenblik van zijn indienstneming, bij het
Rijksfonds voor sociale reclassering van de mindervaliden is Rijksfonds voor sociale reclassering van de mindervaliden is
ingeschreven; ingeschreven;
4. De deeltijds leerplichtige : 4. De deeltijds leerplichtige :
De werkzoekende van minder dan 18 jaar die nog onder de leerplicht De werkzoekende van minder dan 18 jaar die nog onder de leerplicht
valt en die geen secundair onderwijs met volledig leerplan meer volgt; valt en die geen secundair onderwijs met volledig leerplan meer volgt;
5. De herintreder : 5. De herintreder :
De werkzoekende die geen werkloosheids- of De werkzoekende die geen werkloosheids- of
loopbaanonderbrekingsuitkeringen heeft genoten en die geen loopbaanonderbrekingsuitkeringen heeft genoten en die geen
beroepsactiviteit heeft uitgeoefend gedurende de periode van drie jaar beroepsactiviteit heeft uitgeoefend gedurende de periode van drie jaar
die aan de indienstneming voorafgaat. Bovendien moet deze werkzoekende die aan de indienstneming voorafgaat. Bovendien moet deze werkzoekende
vóór deze periode van drie jaar zijn beroepsactiviteiten onderbroken vóór deze periode van drie jaar zijn beroepsactiviteiten onderbroken
hebben of ze nooit aangevat hebben; hebben of ze nooit aangevat hebben;
6. De bestaansminimumtrekker : 6. De bestaansminimumtrekker :
De werkzoekende die op het ogenblik van zijn indienstneming het De werkzoekende die op het ogenblik van zijn indienstneming het
bestaansminimum ontvangt; bestaansminimum ontvangt;
7. De oudere werkloze : vanaf 50 jaar; 7. De oudere werkloze : vanaf 50 jaar;
8. De werknemer die ontslagen of werkloos is ten gevolge van een 8. De werknemer die ontslagen of werkloos is ten gevolge van een
faillissement of een collectief ontslag : faillissement of een collectief ontslag :
De werknemer die naar aanleiding van een faillissement of een De werknemer die naar aanleiding van een faillissement of een
collectief ontslag werkzoekende is geworden en die door een langdurige collectief ontslag werkzoekende is geworden en die door een langdurige
werkloosheid de verworven professionele ervaring zou kunnen verliezen; werkloosheid de verworven professionele ervaring zou kunnen verliezen;
9. De werknemer met een onaangepaste of ontoereikende 9. De werknemer met een onaangepaste of ontoereikende
beroepsbekwaamheid die een bij scholing of opleiding moet volgen om beroepsbekwaamheid die een bij scholing of opleiding moet volgen om
zich, op korte of lange termijn, in zijn functie te kunnen handhaven; zich, op korte of lange termijn, in zijn functie te kunnen handhaven;
10. De doelgroep jongeren die met een startbaan aangeworven worden. 10. De doelgroep jongeren die met een startbaan aangeworven worden.

Art. 4.Ten minste 0,05 pct. van de bijdrage zal worden voorbehouden

Art. 4.Ten minste 0,05 pct. van de bijdrage zal worden voorbehouden

voor één of meerdere van de volgende risicogroepen : voor één of meerdere van de volgende risicogroepen :
1) Werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken; 1) Werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken;
2) Werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en 2) Werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en
bedreigd zijn met ontslag : bedreigd zijn met ontslag :
a. hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de a. hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de
opzeggingstermijn loopt; opzeggingstermijn loopt;
b. hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend b. hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend
is als onderneming in moeilijkheden of herstructurering; is als onderneming in moeilijkheden of herstructurering;
c. hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een c. hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een
collectief ontslag is aangekondigd; collectief ontslag is aangekondigd;
3) Niet-werkenden en personen die sinds minder dan een jaar werken en 3) Niet-werkenden en personen die sinds minder dan een jaar werken en
niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. Onder niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. Onder
"niet-werkenden" wordt verstaan : "niet-werkenden" wordt verstaan :
a. langdurig werkzoekenden, dit zijn personen die in het bezit zijn a. langdurig werkzoekenden, dit zijn personen die in het bezit zijn
van een werkkaart (artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 van een werkkaart (artikel 13 van het koninklijk besluit van 19
december 2001); december 2001);
b. uitkeringsgerechtigde werklozen; b. uitkeringsgerechtigde werklozen;
c. werkzoekenden die laaggeschoold zijn, dit zijn de jongeren die geen c. werkzoekenden die laaggeschoold zijn, dit zijn de jongeren die geen
getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs bezitten, getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs bezitten,
of werkzoekenden die erg-laaggeschoold zijn, dit zijn de jongeren die of werkzoekenden die erg-laaggeschoold zijn, dit zijn de jongeren die
geen getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs geen getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs
bezitten of van het lager secundair onderwijs bezitten (cfr. bezitten of van het lager secundair onderwijs bezitten (cfr.
definities uit artikel 24 van de wet van 24 december 1999); definities uit artikel 24 van de wet van 24 december 1999);
d. herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking van d. herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking van
minstens 1 jaar terug op arbeidsmarkt begeven; minstens 1 jaar terug op arbeidsmarkt begeven;
e. personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in e. personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in
toepassing van de wet van 26 mei 2002, personen die gerechtigd zijn op toepassing van de wet van 26 mei 2002, personen die gerechtigd zijn op
maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli
1976 betreffende de OCMW's; 1976 betreffende de OCMW's;
f. werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart f. werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart
herstructureringen (cfr. koninklijk besluit van 9 maart 2006); herstructureringen (cfr. koninklijk besluit van 9 maart 2006);
g. werkzoekenden die niet de nationaliteit van een lidstaat van de g. werkzoekenden die niet de nationaliteit van een lidstaat van de
Europese Unie bezitten of van wie minstens één van de ouders deze Europese Unie bezitten of van wie minstens één van de ouders deze
nationaliteit niet bezit of niet bezat bij overlijden, of van wie nationaliteit niet bezit of niet bezat bij overlijden, of van wie
minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of
bezaten bij overlijden; bezaten bij overlijden;
4) De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : 4) De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk :
a. de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te a. de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te
worden in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; worden in een regionaal agentschap voor personen met een handicap;
b. de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens b. de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens
33 pct.; 33 pct.;
c. de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te c. de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te
hebben op een inkomensvervangende- of een integratietegemoetkoming hebben op een inkomensvervangende- of een integratietegemoetkoming
(cfr. wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan personen met (cfr. wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan personen met
een handicap); een handicap);
d. de personen die als doelgroepwerknemer tewerkgesteld zijn of waren d. de personen die als doelgroepwerknemer tewerkgesteld zijn of waren
bij een werkgever die valt onder het toepassingsgebied van het bij een werkgever die valt onder het toepassingsgebied van het
Paritair Comité voor de beschutte en sociale werkplaatsen; Paritair Comité voor de beschutte en sociale werkplaatsen;
e. de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op e. de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op
basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens
66 pct.; 66 pct.;
f. de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de f. de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de
Algemene Directie Personen met een Handicap van de FOD Sociale Algemene Directie Personen met een Handicap van de FOD Sociale
Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen; Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen;
g. de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor g. de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor
arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot
werkhervatting; werkhervatting;
5) De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden hetzij 5) De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden hetzij
in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van een in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van een
individuele beroepsopleiding in een onderneming (cfr. artikel 27, 6° individuele beroepsopleiding in een onderneming (cfr. artikel 27, 6°
van het koninklijk besluit van 25 november 1991), hetzij in het kader van het koninklijk besluit van 25 november 1991), hetzij in het kader
van een instapstage (artikel 36quater van het koninklijk besluit van van een instapstage (artikel 36quater van het koninklijk besluit van
25 november 1991). 25 november 1991).

Art. 5.Van de in artikel 4 bedoelde inspanning van 0,05 pct. moet

Art. 5.Van de in artikel 4 bedoelde inspanning van 0,05 pct. moet

minstens de helft besteed worden aan initiatieven ten voordele van één minstens de helft besteed worden aan initiatieven ten voordele van één
of meerdere van de volgende groepen : of meerdere van de volgende groepen :
a. De in artikel 4, 5) bedoelde jongeren; a. De in artikel 4, 5) bedoelde jongeren;
b. De in artikel 4, 3) en 4) bedoelde personen die nog geen 26 jaar b. De in artikel 4, 3) en 4) bedoelde personen die nog geen 26 jaar
zijn. zijn.

Art. 6.Dit betekent concreet dat ingevolge artikel 5, 0,025 pct.

Art. 6.Dit betekent concreet dat ingevolge artikel 5, 0,025 pct.

wordt besteed aan initiatieven ten voordele van jongeren die nog geen wordt besteed aan initiatieven ten voordele van jongeren die nog geen
26 jaar zijn en die tot de risicogroepen behoren. 26 jaar zijn en die tot de risicogroepen behoren.

Art. 7.De praktische toepassing van deze maatregel, via het

Art. 7.De praktische toepassing van deze maatregel, via het

reglement, behoort tot de verantwoordelijkheid van het beheerscomité reglement, behoort tot de verantwoordelijkheid van het beheerscomité
van het fonds voor bestaanszekerheid. van het fonds voor bestaanszekerheid.
HOOFDSTUK III. - Startbanen HOOFDSTUK III. - Startbanen

Art. 8.De ondertekenende partij en gaan akkoord om een positief

Art. 8.De ondertekenende partij en gaan akkoord om een positief

advies te geven aan de federaal Minister van Werk inzake een sectorale advies te geven aan de federaal Minister van Werk inzake een sectorale
afwijking voor de startbanen voor de periode die loopt van 1 januari afwijking voor de startbanen voor de periode die loopt van 1 januari
2023 tot 31 december 2024. De vigerende wetgeving laat dit toe, gelet 2023 tot 31 december 2024. De vigerende wetgeving laat dit toe, gelet
op de blijvende verbintenis van de werkgevers vallend onder het op de blijvende verbintenis van de werkgevers vallend onder het
Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en karton Paritair Comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en karton
om een bijzondere bijdrage van 0,15 pct. op de brutolonen aan 108 pct. om een bijzondere bijdrage van 0,15 pct. op de brutolonen aan 108 pct.
te storten voor de risicogroepen. te storten voor de risicogroepen.
De werkgevers vallend onder voormeld paritair comité verbinden er zich De werkgevers vallend onder voormeld paritair comité verbinden er zich
toe om een bijzondere inspanning te leveren voor de opleiding van toe om een bijzondere inspanning te leveren voor de opleiding van
jongeren. jongeren.
Het aanvraagdossier, samengesteld conform de geldende wetgeving, zal, Het aanvraagdossier, samengesteld conform de geldende wetgeving, zal,
samen met het positief advies van het paritair comité, gericht worden samen met het positief advies van het paritair comité, gericht worden
aan de federaal Minister van Werk. aan de federaal Minister van Werk.
De werkgevers verbinden er zich toe, in geval van toekenning van de De werkgevers verbinden er zich toe, in geval van toekenning van de
afwijking door de federaal Minister van Werk, de aan de Minister afwijking door de federaal Minister van Werk, de aan de Minister
overgemaakte sectorale argumentatie ter informatie te bezorgen aan de overgemaakte sectorale argumentatie ter informatie te bezorgen aan de
leden van de ondernemingsraad, of, bij ontstentenis daarvan, aan de leden van de ondernemingsraad, of, bij ontstentenis daarvan, aan de
leden van het comité voor bescherming en preventie op de werkvloer of, leden van het comité voor bescherming en preventie op de werkvloer of,
bij ontstentenis daarvan, aan de leden van de syndicale delegatie. bij ontstentenis daarvan, aan de leden van de syndicale delegatie.
Indien de syndicale organisaties niet akkoord gaan met de sectorale Indien de syndicale organisaties niet akkoord gaan met de sectorale
argumentatie, kunnen zij een verzoek tot verzoening indienen bij de argumentatie, kunnen zij een verzoek tot verzoening indienen bij de
voorzitter van het paritair comité. voorzitter van het paritair comité.
Om het paritair comité toe te laten een evaluatie te maken, zal alle Om het paritair comité toe te laten een evaluatie te maken, zal alle
informatie ook overgemaakt worden aan de voorzitter van het paritair informatie ook overgemaakt worden aan de voorzitter van het paritair
comité. comité.
De sociale partners vragen de ondernemingen hun werknemers in de De sociale partners vragen de ondernemingen hun werknemers in de
schoot van de ondernemingsraad te informeren betreffende de motieven schoot van de ondernemingsraad te informeren betreffende de motieven
voor de vraag tot sectorale afwijking. voor de vraag tot sectorale afwijking.
HOOFDSTUK IV. - Werkbaar werk HOOFDSTUK IV. - Werkbaar werk

Art. 9.De sociale partners verbinden zich ertoe de werkgroep

Art. 9.De sociale partners verbinden zich ertoe de werkgroep

"werkbaar werk" te hervatten door een studie over full continuarbeid "werkbaar werk" te hervatten door een studie over full continuarbeid
uit te voeren. Hiervoor zal een budget worden gereserveerd in het uit te voeren. Hiervoor zal een budget worden gereserveerd in het
fonds van bestaanszekerheid. fonds van bestaanszekerheid.
Na deze studie zullen de sociale partners de besprekingen over een Na deze studie zullen de sociale partners de besprekingen over een
penibiliteitsfonds hervatten met de mogelijke verduidelijkingen van de penibiliteitsfonds hervatten met de mogelijke verduidelijkingen van de
regering hierover. regering hierover.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen. - Geldigheidsduur HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen. - Geldigheidsduur

Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

januari 2023 en loopt tot 31 december 2024. In geval van wetswijziging januari 2023 en loopt tot 31 december 2024. In geval van wetswijziging
kan deze collectieve arbeidsovereenkomst op verzoek van de meest kan deze collectieve arbeidsovereenkomst op verzoek van de meest
gerede partij tussentijds worden aangepast. gerede partij tussentijds worden aangepast.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari
2024. 2024.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE P.-Y. DERMAGNE
^