Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, tot vaststelling, voor 2015, van het bedrag, de wijze van financiering, de modaliteiten van toekenning en vereffening van de bijdrage van het "Sociaal Fonds voor de warenhuizen" aan de door de vakverenigingen uitbetaalde onkosten voor de organisatie van cursussen voor syndicale opleiding | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, tot vaststelling, voor 2015, van het bedrag, de wijze van financiering, de modaliteiten van toekenning en vereffening van de bijdrage van het "Sociaal Fonds voor de warenhuizen" aan de door de vakverenigingen uitbetaalde onkosten voor de organisatie van cursussen voor syndicale opleiding |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
8 JANUARI 2016. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 8 JANUARI 2016. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 2015, gesloten | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 2015, gesloten |
in het Paritair Comité voor de warenhuizen, tot vaststelling, voor | in het Paritair Comité voor de warenhuizen, tot vaststelling, voor |
2015, van het bedrag, de wijze van financiering, de modaliteiten van | 2015, van het bedrag, de wijze van financiering, de modaliteiten van |
toekenning en vereffening van de bijdrage van het "Sociaal Fonds voor | toekenning en vereffening van de bijdrage van het "Sociaal Fonds voor |
de warenhuizen" aan de door de vakverenigingen uitbetaalde onkosten | de warenhuizen" aan de door de vakverenigingen uitbetaalde onkosten |
voor de organisatie van cursussen voor syndicale opleiding (1) | voor de organisatie van cursussen voor syndicale opleiding (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor | Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor |
bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; | bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de warenhuizen; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de warenhuizen; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 2015, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 2015, gesloten |
in het Paritair Comité voor de warenhuizen, tot vaststelling, voor | in het Paritair Comité voor de warenhuizen, tot vaststelling, voor |
2015, van het bedrag, de wijze van financiering, de modaliteiten van | 2015, van het bedrag, de wijze van financiering, de modaliteiten van |
toekenning en vereffening van de bijdrage van het "Sociaal Fonds voor | toekenning en vereffening van de bijdrage van het "Sociaal Fonds voor |
de warenhuizen" aan de door de vakverenigingen uitbetaalde onkosten | de warenhuizen" aan de door de vakverenigingen uitbetaalde onkosten |
voor de organisatie van cursussen voor syndicale opleiding. | voor de organisatie van cursussen voor syndicale opleiding. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 8 januari 2016. | Gegeven te Brussel, 8 januari 2016. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. | Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de warenhuizen | Paritair Comité voor de warenhuizen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 2015 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 mei 2015 |
Vaststelling, voor 2015, van het bedrag, de wijze van financiering, de | Vaststelling, voor 2015, van het bedrag, de wijze van financiering, de |
modaliteiten van toekenning en vereffening van de bijdrage van het | modaliteiten van toekenning en vereffening van de bijdrage van het |
"Sociaal Fonds voor de warenhuizen" aan de door de vakverenigingen | "Sociaal Fonds voor de warenhuizen" aan de door de vakverenigingen |
uitbetaalde onkosten voor de organisatie van cursussen voor syndicale | uitbetaalde onkosten voor de organisatie van cursussen voor syndicale |
opleiding (Overeenkomst geregistreerd op 18 juni 2015 onder het nummer | opleiding (Overeenkomst geregistreerd op 18 juni 2015 onder het nummer |
127417/CO/312) | 127417/CO/312) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op : |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op : |
a) de werkgevers van de ondernemingen die ressorteren onder het | a) de werkgevers van de ondernemingen die ressorteren onder het |
Paritair Comité voor de warenhuizen; | Paritair Comité voor de warenhuizen; |
b) de representatieve interprofessionele werknemersorganisaties die op | b) de representatieve interprofessionele werknemersorganisaties die op |
nationaal vlak zijn verbonden en zetelen in het Paritair Comité voor | nationaal vlak zijn verbonden en zetelen in het Paritair Comité voor |
de warenhuizen. | de warenhuizen. |
HOOFDSTUK II. - Aard van het voordeel | HOOFDSTUK II. - Aard van het voordeel |
Art. 2.De onder artikel 1, b) bedoelde representatieve |
Art. 2.De onder artikel 1, b) bedoelde representatieve |
interprofessionele werknemersorganisaties hebben recht op een | interprofessionele werknemersorganisaties hebben recht op een |
financiële bijdrage ten laste van het "Sociaal Fonds voor de | financiële bijdrage ten laste van het "Sociaal Fonds voor de |
warenhuizen" voor de onkosten welke zij dragen bij de organisatie van | warenhuizen" voor de onkosten welke zij dragen bij de organisatie van |
cursussen of seminaries met het oog op de verbetering van de kennis | cursussen of seminaries met het oog op de verbetering van de kennis |
van de werknemers op economisch, sociaal en technisch vlak, zoals | van de werknemers op economisch, sociaal en technisch vlak, zoals |
bepaald bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 oktober 1990 | bepaald bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 oktober 1990 |
betreffende de syndicale vorming, gesloten in het Paritair Comité voor | betreffende de syndicale vorming, gesloten in het Paritair Comité voor |
de warenhuizen (geregistreerd onder het nr. 25731/CO/312). | de warenhuizen (geregistreerd onder het nr. 25731/CO/312). |
HOOFDSTUK III. - Financiële bijdrage | HOOFDSTUK III. - Financiële bijdrage |
Afdeling 1. - Bedrag | Afdeling 1. - Bedrag |
Art. 3.De globale financiële bijdrage van het sociaal fonds is gelijk |
Art. 3.De globale financiële bijdrage van het sociaal fonds is gelijk |
aan het totaal van de bijdragen welke voor de syndicale opleiding | aan het totaal van de bijdragen welke voor de syndicale opleiding |
worden geïnd volgens de onder artikel 4 voorziene wijze van | worden geïnd volgens de onder artikel 4 voorziene wijze van |
financiering. | financiering. |
Het totale bedrag wordt over de onder artikel 1, b) bedoelde | Het totale bedrag wordt over de onder artikel 1, b) bedoelde |
representatieve interprofessionele werknemersorganisaties verdeeld | representatieve interprofessionele werknemersorganisaties verdeeld |
naar verhouding van het aantal kortingen op de syndicale bijdrage dat | naar verhouding van het aantal kortingen op de syndicale bijdrage dat |
het sociaal fonds tijdens het jaar 2014 voor elk van hen heeft | het sociaal fonds tijdens het jaar 2014 voor elk van hen heeft |
betaald. | betaald. |
Afdeling 2. - Financiering | Afdeling 2. - Financiering |
Art. 4.Om het sociaal fonds de mogelijkheid te bieden de financiële |
Art. 4.Om het sociaal fonds de mogelijkheid te bieden de financiële |
bijdrage voor de syndicale opleiding af te rekenen overeenkomstig de | bijdrage voor de syndicale opleiding af te rekenen overeenkomstig de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 12 januari 1981 tot oprichting van | collectieve arbeidsovereenkomst van 12 januari 1981 tot oprichting van |
een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van de statuten, | een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van de statuten, |
zoals vervangen door de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart | zoals vervangen door de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart |
2007 (geregistreerd op 5 april 2007 onder het nr. 82411/CO/312), wordt | 2007 (geregistreerd op 5 april 2007 onder het nr. 82411/CO/312), wordt |
de bijdrage welke door de werkgevers aan het sociaal fonds moet worden | de bijdrage welke door de werkgevers aan het sociaal fonds moet worden |
gestort, vastgesteld op 7,66 EUR per werknemer die op 30 september | gestort, vastgesteld op 7,66 EUR per werknemer die op 30 september |
2014 was tewerkgesteld. | 2014 was tewerkgesteld. |
De aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor het derde | De aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor het derde |
kwartaal 2014 is een rechtsgeldig bewijs voor de berekening van het | kwartaal 2014 is een rechtsgeldig bewijs voor de berekening van het |
tewerkgestelde effectief op 30 september 2014. | tewerkgestelde effectief op 30 september 2014. |
Het sociaal fonds houdt zich het recht voor om informaties bij de RSZ | Het sociaal fonds houdt zich het recht voor om informaties bij de RSZ |
op te vragen. | op te vragen. |
Afdeling 3. - Inning van de bijdragen van de werkgevers | Afdeling 3. - Inning van de bijdragen van de werkgevers |
Art. 5.De inning van de bijdragen van de werkgevers door het sociaal |
Art. 5.De inning van de bijdragen van de werkgevers door het sociaal |
fonds, berekend overeenkomstig artikel 4, geschiedt tijdens de maand | fonds, berekend overeenkomstig artikel 4, geschiedt tijdens de maand |
augustus. | augustus. |
De werkgevers moeten het verschuldigde bedrag uiterlijk op 31 augustus | De werkgevers moeten het verschuldigde bedrag uiterlijk op 31 augustus |
storten aan het sociaal fonds. | storten aan het sociaal fonds. |
Afdeling 4. - Vereffening | Afdeling 4. - Vereffening |
Art. 6.De toekenning van de financiële bijdrage aan de |
Art. 6.De toekenning van de financiële bijdrage aan de |
werknemersorganisaties bedoeld in artikel 1, b), geschiedt gedurende | werknemersorganisaties bedoeld in artikel 1, b), geschiedt gedurende |
de laatste twee weken van de maand september, volgens de modaliteiten | de laatste twee weken van de maand september, volgens de modaliteiten |
welke zijn vastgesteld door de raad van bestuur van het sociaal fonds. | welke zijn vastgesteld door de raad van bestuur van het sociaal fonds. |
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding en duur | HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding en duur |
Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2015 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2015. | januari 2015 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2015. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari |
2016. | 2016. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |