Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende vorming en opleiding | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende vorming en opleiding |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
8 JANUARI 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 8 JANUARI 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014, |
gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende | gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende |
vorming en opleiding (1) | vorming en opleiding (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014, |
gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende | gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende |
vorming en opleiding. | vorming en opleiding. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 8 januari 2015. | Gegeven te Brussel, 8 januari 2015. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het garagebedrijf | Paritair Comité voor het garagebedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 2014 |
Vorming en opleiding (Overeenkomst geregistreerd op 7 juli 2014 onder | Vorming en opleiding (Overeenkomst geregistreerd op 7 juli 2014 onder |
het nummer 122113/CO/112) | het nummer 122113/CO/112) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder | de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder |
de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het garagebedrijf. | de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het garagebedrijf. |
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst akkoord | Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst akkoord |
wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke | wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke |
werklieden. | werklieden. |
HOOFDSTUK II. - Risicogroepen | HOOFDSTUK II. - Risicogroepen |
Art. 2.Bijdragen voor risicogroepen. |
Art. 2.Bijdragen voor risicogroepen. |
Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van | Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van |
27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in het | 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in het |
Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en het besluit van 19 | Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en het besluit van 19 |
februari 2013 tot uitvoering van het artikel 189, 4e lid van diezelfde | februari 2013 tot uitvoering van het artikel 189, 4e lid van diezelfde |
wet, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 april 2013, wordt | wet, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 april 2013, wordt |
de inning van 0,15 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 | de inning van 0,15 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 |
pct., voorzien voor onbepaalde duur bevestigd. | pct., voorzien voor onbepaalde duur bevestigd. |
Gezien deze inspanning vragen partijen dat de Minister van Werk de | Gezien deze inspanning vragen partijen dat de Minister van Werk de |
ondernemingen van de sector zou vrijstellen van de in artikel 191, § 1 | ondernemingen van de sector zou vrijstellen van de in artikel 191, § 1 |
van voornoemde wet voorziene bijdrage van 0,10 pct. in 2014 bestemd | van voornoemde wet voorziene bijdrage van 0,10 pct. in 2014 bestemd |
voor het Tewerkstellingsfonds. | voor het Tewerkstellingsfonds. |
Art. 3.Definitie van risicogroepen. |
Art. 3.Definitie van risicogroepen. |
Rekening houdend met de bepalingen van hoger genoemd koninklijk | Rekening houdend met de bepalingen van hoger genoemd koninklijk |
besluit, wordt deze inning van 0,15 pct. aangewend ter ondersteuning | besluit, wordt deze inning van 0,15 pct. aangewend ter ondersteuning |
van vormings- en opleidingsinitiatieven van personen uit de volgende | van vormings- en opleidingsinitiatieven van personen uit de volgende |
risicogroepen : | risicogroepen : |
- langdurig werkzoekenden; | - langdurig werkzoekenden; |
- kortgeschoolde werkzoekenden; | - kortgeschoolde werkzoekenden; |
- werkzoekenden van 45 jaar en ouder; | - werkzoekenden van 45 jaar en ouder; |
- herintreders en herinstreedsters; | - herintreders en herinstreedsters; |
- leefloners; | - leefloners; |
- personen met een arbeidshandicap; | - personen met een arbeidshandicap; |
- personen die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese | - personen die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese |
Unie bezitten of van wie minstens één van de ouders deze nationaliteit | Unie bezitten of van wie minstens één van de ouders deze nationaliteit |
niet bezitten of niet bezat bij overlijden, of van wie minstens twee | niet bezitten of niet bezat bij overlijden, of van wie minstens twee |
van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of niet bezaten | van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of niet bezaten |
bij overlijden; | bij overlijden; |
- werkzoekenden in een herinschakelingsstatuut; | - werkzoekenden in een herinschakelingsstatuut; |
- (deeltijds) lerende jongeren; | - (deeltijds) lerende jongeren; |
- kortgeschoolde arbeiders; | - kortgeschoolde arbeiders; |
- arbeiders die geconfronteerd worden met meervoudig ontslag, | - arbeiders die geconfronteerd worden met meervoudig ontslag, |
herstructurering of de introductie van nieuwe technologieën; | herstructurering of de introductie van nieuwe technologieën; |
- arbeiders van 45 jaar en ouder; | - arbeiders van 45 jaar en ouder; |
- de risicogroepen voorzien in het koninklijk besluit van 19 februari | - de risicogroepen voorzien in het koninklijk besluit van 19 februari |
2013 tot uitvoering van artikel 189, 4e lid van de wet van 27 december | 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4e lid van de wet van 27 december |
2006 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 8 april | 2006 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 8 april |
2013), gespecifieerd in artikel 4 van onderhavige collectieve | 2013), gespecifieerd in artikel 4 van onderhavige collectieve |
arbeidsovereenkomst. | arbeidsovereenkomst. |
Art. 3bis.Ten minste 0,05 pct. van de loonmassa dient te worden |
Art. 3bis.Ten minste 0,05 pct. van de loonmassa dient te worden |
voorbehouden aan één of meerder van volgende risicogroepen : | voorbehouden aan één of meerder van volgende risicogroepen : |
1. de werknemers van minstens 45 jaar oud die in de sector werken; | 1. de werknemers van minstens 45 jaar oud die in de sector werken; |
2. de werknemers van minstens 40 jaar die in de sector werken en | 2. de werknemers van minstens 40 jaar die in de sector werken en |
bedreigd zijn met ontslag, zoals gespecifieerd in artikel 1, 2° van | bedreigd zijn met ontslag, zoals gespecifieerd in artikel 1, 2° van |
het voornoemde koninklijk besluit; | het voornoemde koninklijk besluit; |
3. de niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar | 3. de niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar |
werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding, | werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding, |
zoals gespecifieerd in artikel 1, 3° van het voornoemde koninklijk | zoals gespecifieerd in artikel 1, 3° van het voornoemde koninklijk |
besluit; | besluit; |
4. de personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid zoals | 4. de personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid zoals |
gespecifieerd in artikel 1, 4° van het voornoemde koninklijk besluit; | gespecifieerd in artikel 1, 4° van het voornoemde koninklijk besluit; |
5. de jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, | 5. de jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, |
hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van | hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van |
een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in | een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in |
artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 | artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 |
houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een | houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een |
instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk | instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk |
besluit van 25 november 1991. | besluit van 25 november 1991. |
Voor de eerste categorie wordt daarenboven aanbevolen om vooraleer | Voor de eerste categorie wordt daarenboven aanbevolen om vooraleer |
over te gaan tot de afdanking van een arbeider van 45 jaar of meer, | over te gaan tot de afdanking van een arbeider van 45 jaar of meer, |
contact op te nemen met de vakbondsafvaardiging, of bij ontstentenis | contact op te nemen met de vakbondsafvaardiging, of bij ontstentenis |
hiervan, met één van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in het | hiervan, met één van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in het |
paritair comité, teneinde alternatieve mogelijkheden inzake | paritair comité, teneinde alternatieve mogelijkheden inzake |
beroepsopleiding of herscholing te onderzoeken (conform de afspraken | beroepsopleiding of herscholing te onderzoeken (conform de afspraken |
omtrent de sectorale tewerkstellingscel en artikel 2 van de | omtrent de sectorale tewerkstellingscel en artikel 2 van de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011 inzake werkzekerheid | collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 2011 inzake werkzekerheid |
geregistreerd onder het nummer 104824/CO/112 op 18 juli 2011 en | geregistreerd onder het nummer 104824/CO/112 op 18 juli 2011 en |
algemeen verbindend verklaard op 1 december 2011 (Belgisch Staatsblad | algemeen verbindend verklaard op 1 december 2011 (Belgisch Staatsblad |
19 januari 2012)). | 19 januari 2012)). |
Individuele gevallen kunnen overgemaakt worden aan het sociaal fonds | Individuele gevallen kunnen overgemaakt worden aan het sociaal fonds |
dat in overleg met de sectorale tewerkstellingscel binnen EDUCAM | dat in overleg met de sectorale tewerkstellingscel binnen EDUCAM |
begeleidingsmaatregelen zal voorstellen. | begeleidingsmaatregelen zal voorstellen. |
Art. 3ter.Van de in artikel 3bis bedoelde inspanning moet minstens de |
Art. 3ter.Van de in artikel 3bis bedoelde inspanning moet minstens de |
helft (0,025 pct.) besteed worden aan initiatieven ten voordele van | helft (0,025 pct.) besteed worden aan initiatieven ten voordele van |
één of meerdere van de volgende groepen : | één of meerdere van de volgende groepen : |
a. de in artikel 3bis, 5, bedoelde jongeren; | a. de in artikel 3bis, 5, bedoelde jongeren; |
b. de in artikel 3bis, 3 en 4, bedoelde personen die nog geen 26 jaar | b. de in artikel 3bis, 3 en 4, bedoelde personen die nog geen 26 jaar |
oud zijn. | oud zijn. |
Art. 4.Tewerkstelling. |
Art. 4.Tewerkstelling. |
In het kader van het nationaal akkoord 2001-2002 van 3 mei 2001 werd | In het kader van het nationaal akkoord 2001-2002 van 3 mei 2001 werd |
binnen de bestaande EDUCAMwerking een sectorale tewerkstellingscel | binnen de bestaande EDUCAMwerking een sectorale tewerkstellingscel |
ingevoerd. | ingevoerd. |
Deze tewerkstellingscel heeft zich sinds 1 juli 2007 meer specifiek | Deze tewerkstellingscel heeft zich sinds 1 juli 2007 meer specifiek |
ingeschreven in de afspraken gemaakt in het Generatiepact en in de | ingeschreven in de afspraken gemaakt in het Generatiepact en in de |
regelgeving op nationaal en regionaal vlak. | regelgeving op nationaal en regionaal vlak. |
De sociale partners bepalen binnen de instanties van EDUCAM op welke | De sociale partners bepalen binnen de instanties van EDUCAM op welke |
manier EDUCAM een zo groot mogelijk meerwaarde kan bieden aan de | manier EDUCAM een zo groot mogelijk meerwaarde kan bieden aan de |
bedrijfseigen en overkoepelende tewerkstellingscellen zoals voorzien | bedrijfseigen en overkoepelende tewerkstellingscellen zoals voorzien |
in de nationale en regionale regelgeving, rekening houdend met de | in de nationale en regionale regelgeving, rekening houdend met de |
beschikbare middelen. Het uiteindelijk doel is de arbeiders zo | beschikbare middelen. Het uiteindelijk doel is de arbeiders zo |
efficiënt mogelijk, en gebruik makend van reeds bestaande instrumenten | efficiënt mogelijk, en gebruik makend van reeds bestaande instrumenten |
zoals vorming en opleiding, outplacement en loopbaanbegeleiding, te | zoals vorming en opleiding, outplacement en loopbaanbegeleiding, te |
begeleiden naar een wedertewerkstelling, indien mogelijk in de eigen | begeleiden naar een wedertewerkstelling, indien mogelijk in de eigen |
sector. | sector. |
Daarenboven zal EDUCAM zich specifiek richten op de volledig werklozen | Daarenboven zal EDUCAM zich specifiek richten op de volledig werklozen |
binnen het sociaal fonds voor het garagebedrijf, die geen beroep | binnen het sociaal fonds voor het garagebedrijf, die geen beroep |
kunnen doen op de tewerkstellingscel. | kunnen doen op de tewerkstellingscel. |
Daarenboven dient de wedertewerkstellings-begeleiding van met ontslag | Daarenboven dient de wedertewerkstellings-begeleiding van met ontslag |
geconfronteerde en van ontslagen arbeiders - met inbegrip van | geconfronteerde en van ontslagen arbeiders - met inbegrip van |
aanvullende opleidingen en begeleiding in het sollicitatietraject - | aanvullende opleidingen en begeleiding in het sollicitatietraject - |
het behoud van tewerkstelling binnen de sector mogelijk te maken. | het behoud van tewerkstelling binnen de sector mogelijk te maken. |
De sociale partners engageren zich dat binnen de instanties van EDUCAM | De sociale partners engageren zich dat binnen de instanties van EDUCAM |
de mogelijkheid zal onderzocht worden een database met gegevens over | de mogelijkheid zal onderzocht worden een database met gegevens over |
werkgevers van de sector op te stellen, rekening houdend met de | werkgevers van de sector op te stellen, rekening houdend met de |
beschikbare middelen. | beschikbare middelen. |
Art. 5.Alternerend opleidingssysteem. |
Art. 5.Alternerend opleidingssysteem. |
In het kader van de opleiding van de deeltijds leerplichtigen | In het kader van de opleiding van de deeltijds leerplichtigen |
engageren de ondertekenende partijen zich tot het verder uitbouwen van | engageren de ondertekenende partijen zich tot het verder uitbouwen van |
een kwalitatief en paritair beheerd alternerend opleidingssysteem. | een kwalitatief en paritair beheerd alternerend opleidingssysteem. |
Daartoe zullen de in dit kader reeds opgestarte pilootprojecten | Daartoe zullen de in dit kader reeds opgestarte pilootprojecten |
geëvalueerd worden (samenwerkingsovereenkomsten met alternerend | geëvalueerd worden (samenwerkingsovereenkomsten met alternerend |
onderwijs en middenstandsleerlingwezen). In functie va de evaluatie | onderwijs en middenstandsleerlingwezen). In functie va de evaluatie |
zal een landelijke verspreiding van deze aanpak gebeuren. | zal een landelijke verspreiding van deze aanpak gebeuren. |
Art. 6.Voltijds onderwijs. |
Art. 6.Voltijds onderwijs. |
In het kader van een verbetering van de aansluiting | In het kader van een verbetering van de aansluiting |
onderwijs-arbeidsmarkt, finaliseren de ondertekenende partijen de | onderwijs-arbeidsmarkt, finaliseren de ondertekenende partijen de |
platformtekst onderwijs binnen EDUCAM, en zullen zij nagaan welke | platformtekst onderwijs binnen EDUCAM, en zullen zij nagaan welke |
elementen uit dit onderzoek zij in praktijk kunnen omzetten. | elementen uit dit onderzoek zij in praktijk kunnen omzetten. |
De raad van bestuur van EDUCAM bepaalt eventuele projecten met | De raad van bestuur van EDUCAM bepaalt eventuele projecten met |
voltijds onderwijs en werkt de verdere modaliteiten met betrekking tot | voltijds onderwijs en werkt de verdere modaliteiten met betrekking tot |
deze opdracht van EDUCAM uit. | deze opdracht van EDUCAM uit. |
HOOFDSTUK III. - Recht op permanente vorming | HOOFDSTUK III. - Recht op permanente vorming |
Art. 7.Bijdragen voor permanente vorming. |
Art. 7.Bijdragen voor permanente vorming. |
De inspanningen op het gebied van de voortdurende vorming van | De inspanningen op het gebied van de voortdurende vorming van |
werknemers en werkgevers worden verder ondersteund door de inning van | werknemers en werkgevers worden verder ondersteund door de inning van |
0,55 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct., voorzien | 0,55 pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct., voorzien |
voor onbepaalde duur. | voor onbepaalde duur. |
Art. 8.Opdrachten van EDUCAM. |
Art. 8.Opdrachten van EDUCAM. |
1) Basisopdracht | 1) Basisopdracht |
De basisopdracht van EDUCAM omvat het ondersteunen van een sectoraal | De basisopdracht van EDUCAM omvat het ondersteunen van een sectoraal |
opleidingsbeleid, met name : | opleidingsbeleid, met name : |
- Het onderzoeken van kwalificatie- en opleidingsnoden; | - Het onderzoeken van kwalificatie- en opleidingsnoden; |
- Het ontwikkelen van opleidingstrajecten in functie van de instroom | - Het ontwikkelen van opleidingstrajecten in functie van de instroom |
en de permanente vorming; | en de permanente vorming; |
- De kwaliteitsbewaking en certificering van de opleidingsinspanningen | - De kwaliteitsbewaking en certificering van de opleidingsinspanningen |
ten behoeve van de sector; | ten behoeve van de sector; |
- Het voeren van een promotiebeleid rond de EDUCAMproducten en | - Het voeren van een promotiebeleid rond de EDUCAMproducten en |
dienstverlening, in de eerste plaats ten aanzien van de bedrijven die | dienstverlening, in de eerste plaats ten aanzien van de bedrijven die |
ressorteren onder het toepassingsgebied van het Paritair Comité voor | ressorteren onder het toepassingsgebied van het Paritair Comité voor |
het gagagebedrijf, alsook ten aanzien van de opleidingsactoren. Dit | het gagagebedrijf, alsook ten aanzien van de opleidingsactoren. Dit |
promotiebeleid moet bijdragen tot een betere bekendheid van EDUCAM als | promotiebeleid moet bijdragen tot een betere bekendheid van EDUCAM als |
dusdanig en haar rol in de realisatie van een paritair | dusdanig en haar rol in de realisatie van een paritair |
opleidingsbeleid, alsook tot het imago van de sector in het algemeen; | opleidingsbeleid, alsook tot het imago van de sector in het algemeen; |
- De samenwerking tussen EDUCAM en de bediendesector (via Cevora), zal | - De samenwerking tussen EDUCAM en de bediendesector (via Cevora), zal |
verder worden uitgebouwd, teneinde de opleidingsinitiatieven op | verder worden uitgebouwd, teneinde de opleidingsinitiatieven op |
bedrijfsvlak voor arbeiders en bedienden optimaal te ondersteunen; | bedrijfsvlak voor arbeiders en bedienden optimaal te ondersteunen; |
- Het ijveren voor een toename van de bedrijfsopleidingsplannen (zie | - Het ijveren voor een toename van de bedrijfsopleidingsplannen (zie |
ook artikel 10 van deze overeenkomst); | ook artikel 10 van deze overeenkomst); |
- Het bijstaan van bedrijfsleiders en vakbondsafgevaardigden bij de | - Het bijstaan van bedrijfsleiders en vakbondsafgevaardigden bij de |
uitwerking van het opleidingsplan en het competentiebeheer in de | uitwerking van het opleidingsplan en het competentiebeheer in de |
ondernemingen; | ondernemingen; |
- Het bijstaan en adviseren van werkgevers en arbeiders indien er zich | - Het bijstaan en adviseren van werkgevers en arbeiders indien er zich |
op ondernemingsvlak problemen zouden voordoen bij het opmaken en | op ondernemingsvlak problemen zouden voordoen bij het opmaken en |
uitwerken van opleidingsplannen voor arbeiders die van hun recht op | uitwerken van opleidingsplannen voor arbeiders die van hun recht op |
permanente vorming geen gebruik kunnen of willen maken; | permanente vorming geen gebruik kunnen of willen maken; |
- Andere door de sector te bepalen opleidingsinitiatieven. | - Andere door de sector te bepalen opleidingsinitiatieven. |
2) Databank EDUCAM | 2) Databank EDUCAM |
Sinds 1 januari 2012 wordt binnen EDUCAM een databank opgericht die | Sinds 1 januari 2012 wordt binnen EDUCAM een databank opgericht die |
elke gevolgde opleiding van elke arbeider registreert. | elke gevolgde opleiding van elke arbeider registreert. |
De uitvoeringmodaliteiten hiertoe worden bepaald binnen de raad van | De uitvoeringmodaliteiten hiertoe worden bepaald binnen de raad van |
bestuur van EDUCAM door de sociale partners. Deze modaliteiten houden | bestuur van EDUCAM door de sociale partners. Deze modaliteiten houden |
rekening met onder andere de volgende elementen : | rekening met onder andere de volgende elementen : |
- elke werkgever zal elektronisch, via een elektronische interface, | - elke werkgever zal elektronisch, via een elektronische interface, |
alle buiten EDUCAM door zijn arbeiders gevolgde opleidingen moeten | alle buiten EDUCAM door zijn arbeiders gevolgde opleidingen moeten |
mededelen; | mededelen; |
- van zodra de databank operationeel wordt, zullen de gegevens met | - van zodra de databank operationeel wordt, zullen de gegevens met |
betrekking tot de CV opleiding beschikbaar zijn volgens modaliteiten | betrekking tot de CV opleiding beschikbaar zijn volgens modaliteiten |
te bepalen door de sociale partners binnen de raad van bestuur van | te bepalen door de sociale partners binnen de raad van bestuur van |
EDUCAM. | EDUCAM. |
Art. 9.Vormingskrediet. |
Art. 9.Vormingskrediet. |
Sinds 1 januari 2004 wordt per onderneming een collectief recht op | Sinds 1 januari 2004 wordt per onderneming een collectief recht op |
vorming en opleiding opgebouwd a rato van vier uur per kwartaal per | vorming en opleiding opgebouwd a rato van vier uur per kwartaal per |
arbeider : het vormingskrediet. | arbeider : het vormingskrediet. |
Dit vormingskrediet is voor de onderneming het bij collectieve | Dit vormingskrediet is voor de onderneming het bij collectieve |
arbeidsovereenkomst gestelde objectief om de permanente vorming van de | arbeidsovereenkomst gestelde objectief om de permanente vorming van de |
arbeiders te verzekeren. Onder "permanente vorming" wordt verstaan : | arbeiders te verzekeren. Onder "permanente vorming" wordt verstaan : |
de vorming die het vakmanschap van de arbeider bevordert, zijn | de vorming die het vakmanschap van de arbeider bevordert, zijn |
arbeidsmarktpositie versterkt en beantwoordt aan de noden van de | arbeidsmarktpositie versterkt en beantwoordt aan de noden van de |
ondernemingen en de sector. | ondernemingen en de sector. |
Het aantal arbeiders per onderneming wordt berekend op basis van de | Het aantal arbeiders per onderneming wordt berekend op basis van de |
meest recent beschikbare gegevens bij de Kruispuntbank van de Sociale | meest recent beschikbare gegevens bij de Kruispuntbank van de Sociale |
Zekerheid, verder KSZ genaamd, per 30 juni. | Zekerheid, verder KSZ genaamd, per 30 juni. |
Bijvoorbeeld : voor een bedrijf waarvoor deze KSZ-gegevens 10 | Bijvoorbeeld : voor een bedrijf waarvoor deze KSZ-gegevens 10 |
arbeiders opgeven, bedraagt het vormingskrediet voor een volledig jaar | arbeiders opgeven, bedraagt het vormingskrediet voor een volledig jaar |
4 uur x 4 (kwartalen) x 10 (arbeiders) = 160 uur. | 4 uur x 4 (kwartalen) x 10 (arbeiders) = 160 uur. |
Ieder jaar in de loop van het vierde kwartaal, meldt EDUCAM aan de | Ieder jaar in de loop van het vierde kwartaal, meldt EDUCAM aan de |
bedrijven die ressorteren onder het paritair comité hun | bedrijven die ressorteren onder het paritair comité hun |
vormingskrediet. Dit vormingskrediet bepaalt dan voor de onderneming | vormingskrediet. Dit vormingskrediet bepaalt dan voor de onderneming |
het objectief voor het komende jaar van het aantal te realiseren | het objectief voor het komende jaar van het aantal te realiseren |
opleidingsuren voor de arbeiders. Dit vormingskrediet is niet | opleidingsuren voor de arbeiders. Dit vormingskrediet is niet |
overdraagbaar van het ene jaar naar het andere. | overdraagbaar van het ene jaar naar het andere. |
Het vormingskrediet wordt verminderd a rato van het aantal door de | Het vormingskrediet wordt verminderd a rato van het aantal door de |
arbeider of arbeiders gevolgde opleidingsuren. Hiervoor komen | arbeider of arbeiders gevolgde opleidingsuren. Hiervoor komen |
uitsluitend door EDUCAM erkende opleidingen in aanmerking. EDUCAM | uitsluitend door EDUCAM erkende opleidingen in aanmerking. EDUCAM |
beheert het vormingskrediet. | beheert het vormingskrediet. |
De afbouw van het vormingskrediet is gekoppeld aan het | De afbouw van het vormingskrediet is gekoppeld aan het |
bedrijfsopleidingsplan waarvan sprake in artikel 10 en wordt in | bedrijfsopleidingsplan waarvan sprake in artikel 10 en wordt in |
overleg met de vakbondsafvaardiging, bij ontstentenis in overleg met | overleg met de vakbondsafvaardiging, bij ontstentenis in overleg met |
de arbeiders, maximaal gespreid over alle categorieën arbeiders van de | de arbeiders, maximaal gespreid over alle categorieën arbeiders van de |
onderneming. | onderneming. |
De opleidingssteun voor de door EDUCAM erkende opleidingen wordt | De opleidingssteun voor de door EDUCAM erkende opleidingen wordt |
gekoppeld aan het naleven van de verplichtingen zoals bepaald binnen | gekoppeld aan het naleven van de verplichtingen zoals bepaald binnen |
deze overeenkomst omtrent vorming en opleiding. | deze overeenkomst omtrent vorming en opleiding. |
Art. 10.Bedrijfsopleidingsplannen. |
Art. 10.Bedrijfsopleidingsplannen. |
§ 1. Elke onderneming vanaf 15 werknemers (arbeiders en bedienden | § 1. Elke onderneming vanaf 15 werknemers (arbeiders en bedienden |
samen), stelt jaarlijks een bedrijfsopleidingsplan op. Dergelijk | samen), stelt jaarlijks een bedrijfsopleidingsplan op. Dergelijk |
bedrijfsopleidingsplan wordt ter goedkeuring aan de ondernemingsraad, | bedrijfsopleidingsplan wordt ter goedkeuring aan de ondernemingsraad, |
bij ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging of aan het personeel, | bij ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging of aan het personeel, |
voorgelegd. | voorgelegd. |
Ondernemingen van minder dan 15 werknemers kunnen in het kader van de | Ondernemingen van minder dan 15 werknemers kunnen in het kader van de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2001 betreffende de | collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2001 betreffende de |
representatieve functie, hun bedrijfsopleidingsplan opmaken. | representatieve functie, hun bedrijfsopleidingsplan opmaken. |
Dit plan houdt rekening met de bestaande opleidingsnoden van de | Dit plan houdt rekening met de bestaande opleidingsnoden van de |
werknemers en de gewenste antwoorden hierop van het bedrijf. In | werknemers en de gewenste antwoorden hierop van het bedrijf. In |
functie van een sectorale erkenning en een optimaal gebruik van het | functie van een sectorale erkenning en een optimaal gebruik van het |
vormingskrediet en van de wet op het betaald educatief, verlof, | vormingskrediet en van de wet op het betaald educatief, verlof, |
verloopt de uitvoering van dit plan in overleg met EDUCAM. | verloopt de uitvoering van dit plan in overleg met EDUCAM. |
Het jaarlijkse bedrijfsopleidingsplan wordt telkens vóór 15 februari | Het jaarlijkse bedrijfsopleidingsplan wordt telkens vóór 15 februari |
van het betreffende jaar aan EDUCAM overgemaakt. | van het betreffende jaar aan EDUCAM overgemaakt. |
§ 2. Na ontvangst van ingediende opleidingsplannen, hebben de sociale | § 2. Na ontvangst van ingediende opleidingsplannen, hebben de sociale |
partners binnen EDUCAM 20 werkdagen de tijd om deze al dan niet goed | partners binnen EDUCAM 20 werkdagen de tijd om deze al dan niet goed |
te keuren. Alle vakbondsorganisaties aanwezig in de onderneming, | te keuren. Alle vakbondsorganisaties aanwezig in de onderneming, |
dienen het bedrijfsopleidingsplan goedgekeurd te hebben alvorens hun | dienen het bedrijfsopleidingsplan goedgekeurd te hebben alvorens hun |
vormingskrediet wordt opengesteld. | vormingskrediet wordt opengesteld. |
Na deze termijn, en bij afwezigheid van reactie, wordt het | Na deze termijn, en bij afwezigheid van reactie, wordt het |
vormingskrediet vrijgegeven door EDUCAM en dit volgens de modaliteiten | vormingskrediet vrijgegeven door EDUCAM en dit volgens de modaliteiten |
bepaald in artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. | bepaald in artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. |
Elke wijziging aan een bedrijfsopleidingsplan dat voorafgaandelijk | Elke wijziging aan een bedrijfsopleidingsplan dat voorafgaandelijk |
reeds was goedgekeurd binnen de onderneming, dient opnieuw ter | reeds was goedgekeurd binnen de onderneming, dient opnieuw ter |
goedkeuring te worden voorgelegd aan de ondernemingsraad of bij | goedkeuring te worden voorgelegd aan de ondernemingsraad of bij |
ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging of aan het personeel. | ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging of aan het personeel. |
§ 3. De uitvoering van dit plan wordt eveneens paritair opgevolgd en | § 3. De uitvoering van dit plan wordt eveneens paritair opgevolgd en |
jaarlijks geëvalueerd. De jaarlijkse evaluatie gebeurt in de | jaarlijks geëvalueerd. De jaarlijkse evaluatie gebeurt in de |
ondernemingsraad, bij ontstentenis in samenspraak met de | ondernemingsraad, bij ontstentenis in samenspraak met de |
vakbondsafvaardiging of door het paritair comité. | vakbondsafvaardiging of door het paritair comité. |
EDUCAM heeft als taak een instrument te ontwikkelen dat bedrijven moet | EDUCAM heeft als taak een instrument te ontwikkelen dat bedrijven moet |
helpen een opleidingsplan op te stellen en zodoende de kwaliteit van | helpen een opleidingsplan op te stellen en zodoende de kwaliteit van |
die plannen te verhogen. | die plannen te verhogen. |
Naast het erkennen van opleidingen dient EDUCAM ook een systeem en een | Naast het erkennen van opleidingen dient EDUCAM ook een systeem en een |
procedure van certificering van werknemers uit te werken. Indien het | procedure van certificering van werknemers uit te werken. Indien het |
opleidingsplan in door EDUCAM erkende opleidingen voorziet en indien | opleidingsplan in door EDUCAM erkende opleidingen voorziet en indien |
ze al dan niet gevolgd worden door een competentietest in het kader | ze al dan niet gevolgd worden door een competentietest in het kader |
van certificering, dan dient daarover voorafgaand een akkoord te | van certificering, dan dient daarover voorafgaand een akkoord te |
bestaan in het kader van het opleidingsplan of in het kader van een | bestaan in het kader van het opleidingsplan of in het kader van een |
akkoord tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging (indien | akkoord tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging (indien |
aanwezig). In geval van negatieve testresultaten wordt een | aanwezig). In geval van negatieve testresultaten wordt een |
principe-recht op remediering voorzien, waarin de werkgever er zich | principe-recht op remediering voorzien, waarin de werkgever er zich |
toe verbindt om een niet-geslaagde cursist een éénmalig recht op een | toe verbindt om een niet-geslaagde cursist een éénmalig recht op een |
remediëring aan te bieden. | remediëring aan te bieden. |
Art. 11.Recht op opleiding. |
Art. 11.Recht op opleiding. |
Binnen het collectief recht op vorming en opleiding, zoals bepaald in | Binnen het collectief recht op vorming en opleiding, zoals bepaald in |
artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt 1 dag per | artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt 1 dag per |
arbeider per 2 jaar voorzien voor het verplicht volgen van een | arbeider per 2 jaar voorzien voor het verplicht volgen van een |
opleiding. | opleiding. |
Op ondernemingsvlak, en in overleg met de arbeider in kwestie, dient | Op ondernemingsvlak, en in overleg met de arbeider in kwestie, dient |
te worden bepaald welke opleiding verplicht dient te worden gevolgd | te worden bepaald welke opleiding verplicht dient te worden gevolgd |
door elke arbeider. Het bepalen van het soort opleiding kan gebeuren | door elke arbeider. Het bepalen van het soort opleiding kan gebeuren |
in nauwe samenwerking tussen het ondernemingsniveau en EDUCAM en maakt | in nauwe samenwerking tussen het ondernemingsniveau en EDUCAM en maakt |
integraal deel uit van het bedrijfsopleidingsplan. | integraal deel uit van het bedrijfsopleidingsplan. |
Het systeem voor het verplicht volgen van een opleiding dient tegen | Het systeem voor het verplicht volgen van een opleiding dient tegen |
eind december 2014 te worden geëvalueerd. | eind december 2014 te worden geëvalueerd. |
HOOFDSTUK IV. - Engagement opleidingsinspanningen | HOOFDSTUK IV. - Engagement opleidingsinspanningen |
Art. 12.De ondertekenende partijen onderschrijven de noodzaak van |
Art. 12.De ondertekenende partijen onderschrijven de noodzaak van |
permanente vorming als middel tot verhoging van de competitie van de | permanente vorming als middel tot verhoging van de competitie van de |
werklieden, en bijgevolg van de ondernemingen. | werklieden, en bijgevolg van de ondernemingen. |
De ondertekenende partijen bevestigen de verbintenis die in artikel 12 | De ondertekenende partijen bevestigen de verbintenis die in artikel 12 |
van het nationaal akkoord 2011-2012 van 19 mei 2011 is genomen, en die | van het nationaal akkoord 2011-2012 van 19 mei 2011 is genomen, en die |
erin bestaat de nodige maatregelen te treffen om de participatiegraad | erin bestaat de nodige maatregelen te treffen om de participatiegraad |
van de arbeiders jaarlijks met 5 pct. te verhogen overeenkomstig | van de arbeiders jaarlijks met 5 pct. te verhogen overeenkomstig |
artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 dat ter | artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 dat ter |
uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende | uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende |
het Generatiepact. | het Generatiepact. |
Deze doelstelling met name wordt bereikt door : | Deze doelstelling met name wordt bereikt door : |
- de consolidatie en de versterking van de opleidingstijd, zowel | - de consolidatie en de versterking van de opleidingstijd, zowel |
individueel als collectief bedoeld in artikelen 9 en 11 van deze | individueel als collectief bedoeld in artikelen 9 en 11 van deze |
collectieve arbeidsovereenkomst; | collectieve arbeidsovereenkomst; |
- de bedrijfsopleidingsplannen bedoeld in artikel 10 van deze | - de bedrijfsopleidingsplannen bedoeld in artikel 10 van deze |
collectieve arbeidsovereenkomst. | collectieve arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK V. - Geldigheid | HOOFDSTUK V. - Geldigheid |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt deze van 29 |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt deze van 29 |
september 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het | september 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het |
garagebedrijf, betreffende vorming en opleiding, algemeen verbindend | garagebedrijf, betreffende vorming en opleiding, algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 3 augustus 2012 (Belgisch | verklaard bij koninklijk besluit van 3 augustus 2012 (Belgisch |
Staatsblad van 19 september 2012 - nr. 106447/CO/112). | Staatsblad van 19 september 2012 - nr. 106447/CO/112). |
Art. 14.Duur. |
Art. 14.Duur. |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari | Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari |
2014 en wordt gesloten voor onbepaalde duur, met uitzondering van : | 2014 en wordt gesloten voor onbepaalde duur, met uitzondering van : |
- artikel 10, § 2 dat in werking treedt op 1 januari 2014 voor een | - artikel 10, § 2 dat in werking treedt op 1 januari 2014 voor een |
bepaalde duur van 2 jaar, en aldus op 31 december 2015 vervalt; | bepaalde duur van 2 jaar, en aldus op 31 december 2015 vervalt; |
- alinea's 1 en 2 van artikel 11 die op 1 januari 2014 in werking | - alinea's 1 en 2 van artikel 11 die op 1 januari 2014 in werking |
treden voor een bepaalde duur van 2 jaar, en op 31 december 2015 | treden voor een bepaalde duur van 2 jaar, en op 31 december 2015 |
vervallen. | vervallen. |
Zij kan door elk van de ondertekenende organisaties worden opgezegd, | Zij kan door elk van de ondertekenende organisaties worden opgezegd, |
mits een opzegging van drie maanden wordt betekend bij een ter post | mits een opzegging van drie maanden wordt betekend bij een ter post |
aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité | aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité |
voor het garagebedrijf en aan de in dat paritair comité | voor het garagebedrijf en aan de in dat paritair comité |
vertegenwoordigde organisaties. | vertegenwoordigde organisaties. |
Deze opzegging kan slechts ingaan ten vroegste vanaf 1 oktober 2015. | Deze opzegging kan slechts ingaan ten vroegste vanaf 1 oktober 2015. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari |
2015. | 2015. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |