Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de toekenning van een niet recurrent resultaatsgebonden voordeel in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014 tot vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de toekenning van een niet recurrent resultaatsgebonden voordeel in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014 tot vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
8 JANUARI 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 8 JANUARI 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014, |
gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, | gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, |
betreffende de toekenning van een niet recurrent resultaatsgebonden | betreffende de toekenning van een niet recurrent resultaatsgebonden |
voordeel in uitvoering van artikel 6 van de collectieve | voordeel in uitvoering van artikel 6 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014 tot vaststelling van sommige | arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014 tot vaststelling van sommige |
arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de | arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de |
provincie Limburg (1) | provincie Limburg (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de scheikundige | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de scheikundige |
nijverheid; | nijverheid; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014, |
gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, | gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, |
betreffende de toekenning van een niet recurrent resultaatsgebonden | betreffende de toekenning van een niet recurrent resultaatsgebonden |
voordeel in uitvoering van artikel 6 van de collectieve | voordeel in uitvoering van artikel 6 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014 tot vaststelling van sommige | arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014 tot vaststelling van sommige |
arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de | arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de |
provincie Limburg. | provincie Limburg. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 8 januari 2015 | Gegeven te Brussel, 8 januari 2015 |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid | Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014 |
Toekenning van een niet recurrent resultaatsgebonden voordeel in | Toekenning van een niet recurrent resultaatsgebonden voordeel in |
uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 | uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 |
maart 2014 tot vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de | maart 2014 tot vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de |
kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg (Overeenkomst | kunststofverwerkende nijverheid van de provincie Limburg (Overeenkomst |
geregistreerd op 28 mei 2014 onder het nummer 121524/CO/116) | geregistreerd op 28 mei 2014 onder het nummer 121524/CO/116) |
Doel | Doel |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in |
toepassing van de wet van 21 december 2007 betreffende de uitvoering | toepassing van de wet van 21 december 2007 betreffende de uitvoering |
van het interprofessioneel akkoord 2007-2008 en de collectieve | van het interprofessioneel akkoord 2007-2008 en de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 90 van 20 december 2007 betreffende de niet | arbeidsovereenkomst nr. 90 van 20 december 2007 betreffende de niet |
recurrent resultaatsgebonden voordelen, gewijzigd door de collectieve | recurrent resultaatsgebonden voordelen, gewijzigd door de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 90bis van 21 december 2010. | arbeidsovereenkomst nr. 90bis van 21 december 2010. |
Toepassingsgebied | Toepassingsgebied |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de |
werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die gelegen zijn in | werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die gelegen zijn in |
de provincie Limburg en ressorteren onder het Paritair Comité van de | de provincie Limburg en ressorteren onder het Paritair Comité van de |
scheikundige nijverheid uit hoofde van hun bedrijvigheid inzake | scheikundige nijverheid uit hoofde van hun bedrijvigheid inzake |
verwerking van kunststoffen. | verwerking van kunststoffen. |
Onder "arbeiders" verstaat men : de arbeiders en arbeidsters. | Onder "arbeiders" verstaat men : de arbeiders en arbeidsters. |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt geen bestaand |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt geen bestaand |
stelsel van niet recurrente resultaatsgebonden voordelen. | stelsel van niet recurrente resultaatsgebonden voordelen. |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst doet geen afbreuk aan eventuele | Deze collectieve arbeidsovereenkomst doet geen afbreuk aan eventuele |
stelsels van resultaatsgebonden voordelen die conform de bepalingen | stelsels van resultaatsgebonden voordelen die conform de bepalingen |
van 21 december 2007 betreffende de uitvoering van het | van 21 december 2007 betreffende de uitvoering van het |
interprofessioneel akkoord 2007-2008 en de collectieve | interprofessioneel akkoord 2007-2008 en de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 90 van 20 december 2007 betreffende de niet | arbeidsovereenkomst nr. 90 van 20 december 2007 betreffende de niet |
recurrente resultaatsgebonden voordelen, gewijzigd door de collectieve | recurrente resultaatsgebonden voordelen, gewijzigd door de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 90bis van 21 december 2010 werden afgesloten | arbeidsovereenkomst nr. 90bis van 21 december 2010 werden afgesloten |
op ondernemingsvlak. | op ondernemingsvlak. |
Het plan voor de toekenning van het niet recurrent resultaatsgebonden | Het plan voor de toekenning van het niet recurrent resultaatsgebonden |
voordeel | voordeel |
Art. 4.Toepassingsgebied |
Art. 4.Toepassingsgebied |
Dit toekenningsplan is van toepassing op alle arbeiders als omschreven | Dit toekenningsplan is van toepassing op alle arbeiders als omschreven |
in artikel 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, rekening | in artikel 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, rekening |
houdende met de modaliteiten in de onderstaande artikelen. | houdende met de modaliteiten in de onderstaande artikelen. |
Art. 5.Doelstelling en omschrijving van het voordeel |
Art. 5.Doelstelling en omschrijving van het voordeel |
De doelstelling waaraan de toekenning van deze niet resultaatsgebonden | De doelstelling waaraan de toekenning van deze niet resultaatsgebonden |
bonus wordt gekoppeld is de profit van de onderneming binnen de | bonus wordt gekoppeld is de profit van de onderneming binnen de |
referteperiode. De niet recurrente bonus zal meer bepaald worden | referteperiode. De niet recurrente bonus zal meer bepaald worden |
uitgekeerd op basis van de in het betrokken refertejaar door de | uitgekeerd op basis van de in het betrokken refertejaar door de |
onderneming behaalde "profit" en dit volgens onderstaande schaal : | onderneming behaalde "profit" en dit volgens onderstaande schaal : |
Profit van de onderneming | Profit van de onderneming |
Bénéfice de l'entreprise | Bénéfice de l'entreprise |
Toegekend bruto bedrag | Toegekend bruto bedrag |
Montant brut octroyé | Montant brut octroyé |
Kleiner of gelijk aan 0 pct. | Kleiner of gelijk aan 0 pct. |
Inférieur ou égal à 0 p.c. | Inférieur ou égal à 0 p.c. |
0 EUR | 0 EUR |
Groter dan 0 pct. en kleiner dan 2,5 pct. | Groter dan 0 pct. en kleiner dan 2,5 pct. |
Supérieur à 0 p.c. et inférieur à 2,5 p.c. | Supérieur à 0 p.c. et inférieur à 2,5 p.c. |
100 EUR | 100 EUR |
Groter dan of gelijk aan 2,5 pct. en kleiner dan 5 pct. | Groter dan of gelijk aan 2,5 pct. en kleiner dan 5 pct. |
Supérieur ou égal à 2,5 p.c. et inférieur à 5 p.c. | Supérieur ou égal à 2,5 p.c. et inférieur à 5 p.c. |
150 EUR | 150 EUR |
Groter dan of gelijk aan 5 pct. en kleinder dan 7,5 pct. | Groter dan of gelijk aan 5 pct. en kleinder dan 7,5 pct. |
Supérieur ou égal à 5 p.c. et inférieur à 7,5 p.c. | Supérieur ou égal à 5 p.c. et inférieur à 7,5 p.c. |
200 EUR | 200 EUR |
Groter dan of gelijk aan 7,5 pct. en kleiner dan 10 pct. | Groter dan of gelijk aan 7,5 pct. en kleiner dan 10 pct. |
Supérieur ou égal à 7,5 p.c. et inférieur à 10 p.c. | Supérieur ou égal à 7,5 p.c. et inférieur à 10 p.c. |
250 EUR | 250 EUR |
Groter dan 10 pct. | Groter dan 10 pct. |
Supérieur à 10 p.c. | Supérieur à 10 p.c. |
300 EUR | 300 EUR |
De "profit" van de onderneing, voor de bepaling van de niet recurrente | De "profit" van de onderneing, voor de bepaling van de niet recurrente |
resultaatsgebonden bonus, is de verhouding van de bedrijfswinst (code | resultaatsgebonden bonus, is de verhouding van de bedrijfswinst (code |
9901 van de statutaire jaarrekening) ten opzichte van de omzet van de | 9901 van de statutaire jaarrekening) ten opzichte van de omzet van de |
onderneming (code 70/74 van de jaarrekening) en dit uitgedrukt in een | onderneming (code 70/74 van de jaarrekening) en dit uitgedrukt in een |
percentage. | percentage. |
Met het begrip onderneming wordt de juridische entiteit bedoeld. | Met het begrip onderneming wordt de juridische entiteit bedoeld. |
Art. 6.Wijze van berekening van het voordeel |
Art. 6.Wijze van berekening van het voordeel |
Conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 90 | Conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 90 |
gebeurt de berekening van het voordeel voor de arbeiders die op het | gebeurt de berekening van het voordeel voor de arbeiders die op het |
einde van de referteperiode een anciënniteit hebben in de onderneming | einde van de referteperiode een anciënniteit hebben in de onderneming |
die minstens de helft bedraagt van de referteperiode, pro rata | die minstens de helft bedraagt van de referteperiode, pro rata |
temporis de effectieve arbeidsprestaties tijdens de referteperiode en | temporis de effectieve arbeidsprestaties tijdens de referteperiode en |
pro rata hun arbeidsregime. | pro rata hun arbeidsregime. |
Volgende perioden van niet prestatie worden gelijkgesteld met | Volgende perioden van niet prestatie worden gelijkgesteld met |
effectieve arbeidsprestaties voor de berekening van het voordeel : | effectieve arbeidsprestaties voor de berekening van het voordeel : |
- periodes van moederschapsrust bedoeld in artikel 39 van de | - periodes van moederschapsrust bedoeld in artikel 39 van de |
arbeidswet van 16 maart 1971; | arbeidswet van 16 maart 1971; |
- dagen tijdens dewelke de arbeidsovereenkomst wordt geschorst | - dagen tijdens dewelke de arbeidsovereenkomst wordt geschorst |
ingevolge artikel 28, 1° van de wet van 3 juli 1978 betreffende de | ingevolge artikel 28, 1° van de wet van 3 juli 1978 betreffende de |
arbeidsovereenkomsten; | arbeidsovereenkomsten; |
- dagen waarop de arbeiders recht hebben op loon ingevolge artikel 14 | - dagen waarop de arbeiders recht hebben op loon ingevolge artikel 14 |
van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen; | van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen; |
- dagen van tijdelijke werkloosheid tot een maximum van 60 dagen; | - dagen van tijdelijke werkloosheid tot een maximum van 60 dagen; |
- dagen van schorsing van de arbeidsovereenkomst door ziekte en/of | - dagen van schorsing van de arbeidsovereenkomst door ziekte en/of |
arbeidsongevallen tot een maximum van 10 dagen; | arbeidsongevallen tot een maximum van 10 dagen; |
- dagen anciënniteitsverlof als bepaald in artikel 21 van de | - dagen anciënniteitsverlof als bepaald in artikel 21 van de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014 tot vaststelling van | collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2014 tot vaststelling van |
sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van | sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van |
de provincie Limburg; | de provincie Limburg; |
- betaalde of onbetaalde compensatierustdagen in de onderneming die | - betaalde of onbetaalde compensatierustdagen in de onderneming die |
desgevallend toegekend zijn in het kader van arbeidsduurverkorting. | desgevallend toegekend zijn in het kader van arbeidsduurverkorting. |
Art. 7.Referteperiode |
Art. 7.Referteperiode |
De referteperiode voor het behalen van de doelstelling is het boekjaar | De referteperiode voor het behalen van de doelstelling is het boekjaar |
dat overeenstemt met het kalenderjaar (lopende van 1 januari tot en | dat overeenstemt met het kalenderjaar (lopende van 1 januari tot en |
met 31 december) of in voorkomen geval het verschoven boekjaar | met 31 december) of in voorkomen geval het verschoven boekjaar |
(bijvoorbeeld 1 april tot en met 31 maart). | (bijvoorbeeld 1 april tot en met 31 maart). |
De eerste referteperiode voor deze collectieve arbeidsovereenkomst is | De eerste referteperiode voor deze collectieve arbeidsovereenkomst is |
het kalenderjaar 2014 of in voorkomend geval het verschoven boekjaar | het kalenderjaar 2014 of in voorkomend geval het verschoven boekjaar |
dat aanvangt in 2014. | dat aanvangt in 2014. |
Art. 8.Methode van follow-up en controle om na te gaan of de |
Art. 8.Methode van follow-up en controle om na te gaan of de |
doelstellingen bereikt zijn | doelstellingen bereikt zijn |
§ 1. Halfjaarlijks wordt de prognose op basis van de in artikel 5 | § 1. Halfjaarlijks wordt de prognose op basis van de in artikel 5 |
omschreven formule van de doelstelling aan de ondernemingsraad | omschreven formule van de doelstelling aan de ondernemingsraad |
meegedeeld. Bij ontstentenis van een ondernemingsraad wordt dit | meegedeeld. Bij ontstentenis van een ondernemingsraad wordt dit |
meegedeeld aan de bevoegde syndicale afvaardiging. Bij ontstentenis | meegedeeld aan de bevoegde syndicale afvaardiging. Bij ontstentenis |
van deze laatste wordt deze informatie meegedeeld aan de arbeiders. | van deze laatste wordt deze informatie meegedeeld aan de arbeiders. |
§ 2. De controle of de doelstelling bereikt is gebeurt op basis van de | § 2. De controle of de doelstelling bereikt is gebeurt op basis van de |
in artikel 5 omschreven formule en aan de hand van de definitief | in artikel 5 omschreven formule en aan de hand van de definitief |
neergelegde, al dan niet gepubliceerde, jaarrekening van de | neergelegde, al dan niet gepubliceerde, jaarrekening van de |
onderneming voor de betrokken referteperiode, die desgevallend | onderneming voor de betrokken referteperiode, die desgevallend |
gecertificeerd is door de bedrijfsrevisor. | gecertificeerd is door de bedrijfsrevisor. |
Art. 9.Procedure in geval van betwisting van de resultaten |
Art. 9.Procedure in geval van betwisting van de resultaten |
§ 1. In geval van betwisting van de resultaten zal dit binnen de | § 1. In geval van betwisting van de resultaten zal dit binnen de |
onderneming besproken worden in de ondernemingsraad. Bij ontstentenis | onderneming besproken worden in de ondernemingsraad. Bij ontstentenis |
van deze laatste wordt dit besproken met de bevoegde syndicale | van deze laatste wordt dit besproken met de bevoegde syndicale |
afvaardiging. In geval er op ondernemingsvlak geen overeenstemming kan | afvaardiging. In geval er op ondernemingsvlak geen overeenstemming kan |
worden bereikt geldt de procedure zoals omschreven in artikel 21 van | worden bereikt geldt de procedure zoals omschreven in artikel 21 van |
de collectieve arbeidsovereenkomst houdende coördinatie van het | de collectieve arbeidsovereenkomst houdende coördinatie van het |
statuut van de syndicale afvaardigingen voor werklieden gesloten op 12 | statuut van de syndicale afvaardigingen voor werklieden gesloten op 12 |
februari 2008 in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid. | februari 2008 in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid. |
§ 2. In geval er geen bevoegde syndicale afvaardiging is binnen de | § 2. In geval er geen bevoegde syndicale afvaardiging is binnen de |
onderneming zal de procedure als omschreven in het bovenvermeld | onderneming zal de procedure als omschreven in het bovenvermeld |
artikel 21 van toepassing zijn. | artikel 21 van toepassing zijn. |
Art. 10.Tijdstip en wijze van betaling van het voordeel |
Art. 10.Tijdstip en wijze van betaling van het voordeel |
§ 1. Het voordeel wordt jaarlijks betaald bij de loonafrekening voor | § 1. Het voordeel wordt jaarlijks betaald bij de loonafrekening voor |
de maand volgend op de maand waarin de jaarrekening werd goedgekeurd | de maand volgend op de maand waarin de jaarrekening werd goedgekeurd |
en desgevallend gecertificeerd door de bedrijfsrevisor. | en desgevallend gecertificeerd door de bedrijfsrevisor. |
De eerste betaling in uitvoering van deze collectieve | De eerste betaling in uitvoering van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst zal gebeuren in 2015. | arbeidsovereenkomst zal gebeuren in 2015. |
§ 2. De uitbetaling van het voordeel gebeurt individueel aan de | § 2. De uitbetaling van het voordeel gebeurt individueel aan de |
arbeider volgens de bestaande regelingen binnen de onderneming | arbeider volgens de bestaande regelingen binnen de onderneming |
overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de wet van 12 april | overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de wet van 12 april |
1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers. | 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers. |
Doorwerking | Doorwerking |
Art. 11.Partijen komen overeen om artikel 23 van de wet van 5 |
Art. 11.Partijen komen overeen om artikel 23 van de wet van 5 |
december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de | december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de |
paritaire comités niet toe te passen. | paritaire comités niet toe te passen. |
Duur | Duur |
Art. 12.Inwerkingtreding en duur |
Art. 12.Inwerkingtreding en duur |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een onbepaalde | Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een onbepaalde |
duur en treedt in werking op 1 januari 2014. | duur en treedt in werking op 1 januari 2014. |
Zij kan door elk der partijen worden opgezegd mits een | Zij kan door elk der partijen worden opgezegd mits een |
opzeggingstermijn van drie maanden betekend bij een ter post | opzeggingstermijn van drie maanden betekend bij een ter post |
aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité | aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité |
voor de scheikundige nijverheid. De termijn van drie maanden begint te | voor de scheikundige nijverheid. De termijn van drie maanden begint te |
lopen vanaf de datum waarop de aangetekende brief aan de voorzitter | lopen vanaf de datum waarop de aangetekende brief aan de voorzitter |
wordt toegezonden en dit ten vroegste vanaf 30 september 2014. De | wordt toegezonden en dit ten vroegste vanaf 30 september 2014. De |
poststempel geldt als bewijs. | poststempel geldt als bewijs. |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst zal worden neergelegd ter Griffie | Deze collectieve arbeidsovereenkomst zal worden neergelegd ter Griffie |
van de Algemene Directie collectieve arbeidsbetrekkingen van de | van de Algemene Directie collectieve arbeidsbetrekkingen van de |
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en | Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en |
de algemeen verbindende kracht bij koninklijk besluit wordt gevraagd. | de algemeen verbindende kracht bij koninklijk besluit wordt gevraagd. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari |
2015. | 2015. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |