Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 07/01/1998
← Terug naar "Koninklijk besluit houdende toekenning van de waardigheid van Eredeken van de Arbeid dierlijke productie "
Koninklijk besluit houdende toekenning van de waardigheid van Eredeken van de Arbeid dierlijke productie Koninklijk besluit houdende toekenning van de waardigheid van Eredeken van de Arbeid dierlijke productie
MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN
ARBEID EN MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW ARBEID EN MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW
7 JANUARI 1998. - Koninklijk besluit houdende toekenning van de 7 JANUARI 1998. - Koninklijk besluit houdende toekenning van de
waardigheid van Eredeken van de Arbeid dierlijke productie waardigheid van Eredeken van de Arbeid dierlijke productie
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het besluit van de Regent van 12 november 1948, houdende Gelet op het besluit van de Regent van 12 november 1948, houdende
nadere omschrijving van de officiële modellen der erekentekens van de nadere omschrijving van de officiële modellen der erekentekens van de
Arbeid; Arbeid;
Gelet op het koninklijk besluit van 31 juli 1954, houdende goedkeuring Gelet op het koninklijk besluit van 31 juli 1954, houdende goedkeuring
der statuten van de Instelling van openbaar nut genoemd "Koninklijk der statuten van de Instelling van openbaar nut genoemd "Koninklijk
Instituut der Eliten van de Arbeid van België, Albert I - Nationale Instituut der Eliten van de Arbeid van België, Albert I - Nationale
Arbeidstentoonstellingen"; Arbeidstentoonstellingen";
Gelet op het advies van het bevoegd Nationaal Comité, gegeven op 9 Gelet op het advies van het bevoegd Nationaal Comité, gegeven op 9
september 1997; september 1997;
Gelet op het advies van de Commissaris-generaal der Regering bij het Gelet op het advies van de Commissaris-generaal der Regering bij het
Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid van België, gegeven op Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid van België, gegeven op
16 september 1997; 16 september 1997;
Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van
Economie, van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en van Onze Economie, van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en van Onze
Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De waardigheid van Eredeken van de Arbeid wordt toegekend

Artikel 1.De waardigheid van Eredeken van de Arbeid wordt toegekend

aan de hieronder vermelde personen, die geacht worden de nodige aan de hieronder vermelde personen, die geacht worden de nodige
hoedanigheden te bezitten om de tradities, alsmede het moreel en het hoedanigheden te bezitten om de tradities, alsmede het moreel en het
sociaal aanzien van hun beroep of functie te verpersoonlijken : sociaal aanzien van hun beroep of functie te verpersoonlijken :
RUNDVEEFOKKERIJ. - ELEVAGE BOVIN RUNDVEEFOKKERIJ. - ELEVAGE BOVIN
Herman Henri J.A., Bassenge Herman Henri J.A., Bassenge
KLEINVEE. - PETIT ELEVAGE KLEINVEE. - PETIT ELEVAGE
Taghon Antoine R.J., Gent Taghon Antoine R.J., Gent
DIERENZIEKTEBESTRIJDING. - LUTTE CONTRE LES MALADIES DU BETAIL DIERENZIEKTEBESTRIJDING. - LUTTE CONTRE LES MALADIES DU BETAIL
Catrysse Robert W.J., Middelkerke Catrysse Robert W.J., Middelkerke

Art. 2.Deze opdracht wordt hun gegeven voor een termijn van vijf

Art. 2.Deze opdracht wordt hun gegeven voor een termijn van vijf

jaar. Zij kan een einde nemen voor het verstrijken van die termijn, jaar. Zij kan een einde nemen voor het verstrijken van die termijn,
indien de titularis ophoudt zijn beroepsactiviteiten uit te oefenen. indien de titularis ophoudt zijn beroepsactiviteiten uit te oefenen.

Art. 3.Onze Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken

Art. 3.Onze Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken

behoren, Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en Onze Minister behoren, Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en Onze Minister
van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen zijn, ieder wat van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen zijn, ieder wat
hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 7 januari 1998. Gegeven te Brussel, 7 januari 1998.
ALBERT Van Koningswege : ALBERT Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie,
E. DI RUPO E. DI RUPO
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET Mevr. M. SMET
De Minister van Landbouw De Minister van Landbouw
en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
K. PINXTEN K. PINXTEN
^