Koninklijk besluit tot wijzing aan het koninklijk besluit van 11 mei 2003 tot vaststelling van het statuut, de bezoldiging en de plichten van de voorzitter en de leden van de Raad van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie | Koninklijk besluit tot wijzing aan het koninklijk besluit van 11 mei 2003 tot vaststelling van het statuut, de bezoldiging en de plichten van de voorzitter en de leden van de Raad van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER | FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER |
6 OKTOBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijzing aan het koninklijk | 6 OKTOBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijzing aan het koninklijk |
besluit van 11 mei 2003 tot vaststelling van het statuut, de | besluit van 11 mei 2003 tot vaststelling van het statuut, de |
bezoldiging en de plichten van de voorzitter en de leden van de Raad | bezoldiging en de plichten van de voorzitter en de leden van de Raad |
van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie | van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van | Gelet op de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van |
de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesectoren, | de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesectoren, |
inzonderheid op artikel 17, § 4; | inzonderheid op artikel 17, § 4; |
Gelet op het koninklijk besluit van 11 mei 2003 tot vaststelling van | Gelet op het koninklijk besluit van 11 mei 2003 tot vaststelling van |
het statuut, de bezoldiging en de plichten van de voorzitter en de | het statuut, de bezoldiging en de plichten van de voorzitter en de |
leden van de Raad van het Belgisch Instituut voor postdiensten en | leden van de Raad van het Belgisch Instituut voor postdiensten en |
telecommunicatie; | telecommunicatie; |
Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 30 | Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 30 |
april 2015 | april 2015 |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting gegeven op | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting gegeven op |
18 mei 2015; | 18 mei 2015; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken |
gegeven op 8 juli 2015; | gegeven op 8 juli 2015; |
Gelet op de regelgevingsimpactanalyse, uitgevoerd overeenkomstig de | Gelet op de regelgevingsimpactanalyse, uitgevoerd overeenkomstig de |
artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse | artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse |
bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging; | bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging; |
Gelet op het protocol van onderhandelingen van het sectorcomité VIII, | Gelet op het protocol van onderhandelingen van het sectorcomité VIII, |
gesloten op 26 augustus 2015; | gesloten op 26 augustus 2015; |
Gelet op advies 58.117/4 van de Raad van State, gegeven op 23 | Gelet op advies 58.117/4 van de Raad van State, gegeven op 23 |
september 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, | september 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, |
van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de minister van Telecommunicatie en Post en op | Op de voordracht van de minister van Telecommunicatie en Post en op |
het advies van de in Raad vergaderde Ministers, | het advies van de in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 11 mei 2003 tot |
Artikel 1.Hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 11 mei 2003 tot |
vaststelling van het statuut, de bezoldiging en de plichten van de | vaststelling van het statuut, de bezoldiging en de plichten van de |
voorzitter en de leden van de Raad van het Belgisch Instituut voor | voorzitter en de leden van de Raad van het Belgisch Instituut voor |
postdiensten en telecommunicatie wordt vervangen als volgt : | postdiensten en telecommunicatie wordt vervangen als volgt : |
"HOOFDSTUK II. - De selectie en de benoeming van de voorzitter en de | "HOOFDSTUK II. - De selectie en de benoeming van de voorzitter en de |
leden van de Raad | leden van de Raad |
Afdeling 1. - Oproep tot kandidaatstelling | Afdeling 1. - Oproep tot kandidaatstelling |
Art. 3.§ 1. De kandidaten voor een functie als voorzitter of lid van |
Art. 3.§ 1. De kandidaten voor een functie als voorzitter of lid van |
de Raad moeten over de competenties en de relationele vaardigheden, | de Raad moeten over de competenties en de relationele vaardigheden, |
alsook over de vaardigheden op het vlak van organisatie en beheer | alsook over de vaardigheden op het vlak van organisatie en beheer |
beschikken die worden bepaald in de functiebeschrijving en het | beschikken die worden bepaald in de functiebeschrijving en het |
competentieprofiel van de te begeven functie overeenkomstig artikel | competentieprofiel van de te begeven functie overeenkomstig artikel |
16, eerste lid van de wet. De functiebeschrijving en het | 16, eerste lid van de wet. De functiebeschrijving en het |
competentieprofiel dienen minstens de onder de paragrafen 2 tot en met | competentieprofiel dienen minstens de onder de paragrafen 2 tot en met |
4 vermelde voorwaarden te bevatten. | 4 vermelde voorwaarden te bevatten. |
§ 2. De kandidaten voor de functie van voorzitter of lid van de Raad | § 2. De kandidaten voor de functie van voorzitter of lid van de Raad |
moeten voldoen aan volgende algemene toelaatbaarheidsvereisten : | moeten voldoen aan volgende algemene toelaatbaarheidsvereisten : |
1° Onderdaan zijn van een E.U. lidstaat of van een staat die deel | 1° Onderdaan zijn van een E.U. lidstaat of van een staat die deel |
uitmaakt van de Europese Economische; | uitmaakt van de Europese Economische; |
2° Een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van de | 2° Een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van de |
beoogde functie; | beoogde functie; |
3° De burgerlijke en politieke rechten genieten; | 3° De burgerlijke en politieke rechten genieten; |
4° Houder van een universitair of daarmede gelijkgesteld diploma van | 4° Houder van een universitair of daarmede gelijkgesteld diploma van |
de tweede cyclus; | de tweede cyclus; |
§ 3. Om tot de selectie voor de functie van voorzitter toegelaten te | § 3. Om tot de selectie voor de functie van voorzitter toegelaten te |
worden, moet de kandidaat daarenboven ofwel een professionele ervaring | worden, moet de kandidaat daarenboven ofwel een professionele ervaring |
van tien jaar in de sector post of telecommunicatie of | van tien jaar in de sector post of telecommunicatie of |
radiocommunicatie bezitten, ofwel een professionele ervaring in die | radiocommunicatie bezitten, ofwel een professionele ervaring in die |
drie sectoren bezitten die tesamen een minimum van tien jaar bedraagt. | drie sectoren bezitten die tesamen een minimum van tien jaar bedraagt. |
§ 4.Om tot de selectie voor de functie van lid van de Raad toegelaten | § 4.Om tot de selectie voor de functie van lid van de Raad toegelaten |
te worden, moet de kandidaat ofwel een professionele ervaring van zes | te worden, moet de kandidaat ofwel een professionele ervaring van zes |
jaar in de sector post of telecommunicatie of radiocommunicatie | jaar in de sector post of telecommunicatie of radiocommunicatie |
bezitten, ofwel een professionele ervaring in die drie sectoren | bezitten, ofwel een professionele ervaring in die drie sectoren |
bezitten die tesamen een minimum van zes jaar bedraagt. | bezitten die tesamen een minimum van zes jaar bedraagt. |
§ 5. Een oproep tot kandidaatstelling wordt uitgeschreven door de | § 5. Een oproep tot kandidaatstelling wordt uitgeschreven door de |
Minister voor de functie van voorzitter en voor deze van lid van de | Minister voor de functie van voorzitter en voor deze van lid van de |
Raad. De oproep tot kandidaatstelling wordt gepubliceerd in het | Raad. De oproep tot kandidaatstelling wordt gepubliceerd in het |
Belgisch Staatsblad. | Belgisch Staatsblad. |
Afdeling 2. - De selectie | Afdeling 2. - De selectie |
Art. 4.De kandidaturen worden ingediend bij SELOR, Selectiebureau van |
Art. 4.De kandidaturen worden ingediend bij SELOR, Selectiebureau van |
de Federale Overheid, die de toelaatbaarheid ervan onderzoekt. | de Federale Overheid, die de toelaatbaarheid ervan onderzoekt. |
Art. 4/1.§ 1. De kandidaten wier kandidatuur toelaatbaar werd |
Art. 4/1.§ 1. De kandidaten wier kandidatuur toelaatbaar werd |
verklaard, leggen voor de selectiecommissie een mondelinge proef af, | verklaard, leggen voor de selectiecommissie een mondelinge proef af, |
uitgaande van een praktijkgeval dat verband houdt met de te begeven | uitgaande van een praktijkgeval dat verband houdt met de te begeven |
functie. Deze proef heeft tot doel zowel de specifieke competenties | functie. Deze proef heeft tot doel zowel de specifieke competenties |
als de managementvaardigheden te evalueren die vereist zijn voor de | als de managementvaardigheden te evalueren die vereist zijn voor de |
uitoefening van deze functie, alsook de strategische visie met | uitoefening van deze functie, alsook de strategische visie met |
betrekking tot de instelling. | betrekking tot de instelling. |
§ 2. De mondelinge proef wordt voorafgegaan door een computergestuurde | § 2. De mondelinge proef wordt voorafgegaan door een computergestuurde |
assessmentproef die de generieke managementcompetentie meet en | assessmentproef die de generieke managementcompetentie meet en |
aangepast is aan het niveau van de te begeven functie. | aangepast is aan het niveau van de te begeven functie. |
Wat de voorzitter van de Raad betreft, hij is het eerste aanspreekpunt | Wat de voorzitter van de Raad betreft, hij is het eerste aanspreekpunt |
voor de andere leden van de Raad en moet beschikken, middels zijn | voor de andere leden van de Raad en moet beschikken, middels zijn |
voorgaande ervaring, over managementcapaciteiten en de bekwaamheid om | voorgaande ervaring, over managementcapaciteiten en de bekwaamheid om |
de Raad en de diensten van het Instituut te leiden. | de Raad en de diensten van het Instituut te leiden. |
Wat de leden van de Raad betreft, zij moeten beschikken, middels hun | Wat de leden van de Raad betreft, zij moeten beschikken, middels hun |
voorgaande ervaring, over managementcapaciteiten en de bekwaamheid om | voorgaande ervaring, over managementcapaciteiten en de bekwaamheid om |
de diensten van het Instituut te leiden. | de diensten van het Instituut te leiden. |
§ 3. De inhoud van deze computergestuurde assessmentproef is dezelfde | § 3. De inhoud van deze computergestuurde assessmentproef is dezelfde |
in het Frans en het Nederlands. De verkregen resultaten worden | in het Frans en het Nederlands. De verkregen resultaten worden |
meegedeeld aan de selectiecommissie die als enige de resultaten ervan | meegedeeld aan de selectiecommissie die als enige de resultaten ervan |
beoordeelt en evalueert. | beoordeelt en evalueert. |
Art. 4/2.§ 1. De selectiecommissie wordt samengesteld uit vijf leden |
Art. 4/2.§ 1. De selectiecommissie wordt samengesteld uit vijf leden |
: | : |
1° de afgevaardigd bestuurder van SELOR of zijn afgevaardigde, | 1° de afgevaardigd bestuurder van SELOR of zijn afgevaardigde, |
voorzitter; | voorzitter; |
2° één externe expert inzake management van de Franse taalrol en één | 2° één externe expert inzake management van de Franse taalrol en één |
externe expert inzake management van de Nederlandse taalrol; | externe expert inzake management van de Nederlandse taalrol; |
3° één onafhankelijke externe expert van de Franse taalrol en één | 3° één onafhankelijke externe expert van de Franse taalrol en één |
onafhankelijke externe expert van de Nederlandse taalrol met ervaring | onafhankelijke externe expert van de Nederlandse taalrol met ervaring |
of een bijzondere kennis van de markten voor telecommunicatie of | of een bijzondere kennis van de markten voor telecommunicatie of |
postdiensten en die geen enkele functie of activiteit, al dan niet | postdiensten en die geen enkele functie of activiteit, al dan niet |
bezoldigd, uitoefent bij een operator voor telecommunicatie of | bezoldigd, uitoefent bij een operator voor telecommunicatie of |
postdiensten of een onderneming gereguleerd door de Raad. | postdiensten of een onderneming gereguleerd door de Raad. |
§ 2. De minister heeft de mogelijkheid om de selectiecommissie aan te | § 2. De minister heeft de mogelijkheid om de selectiecommissie aan te |
vullen met een onafhankelijke externe expert die niet tot de | vullen met een onafhankelijke externe expert die niet tot de |
Nederlandse of Franse taalrol behoort met ervaring of een bijzondere | Nederlandse of Franse taalrol behoort met ervaring of een bijzondere |
kennis van de markten voor telecommunicatie, postdiensten of | kennis van de markten voor telecommunicatie, postdiensten of |
radiocommunicatie en die geen enkele functie of activiteit, al dan | radiocommunicatie en die geen enkele functie of activiteit, al dan |
niet bezoldigd, uitoefent bij een operator voor telecommunicatie of | niet bezoldigd, uitoefent bij een operator voor telecommunicatie of |
postdiensten of een onderneming gereguleerd door de Raad. Deze wordt | postdiensten of een onderneming gereguleerd door de Raad. Deze wordt |
bijgestaan door een vertaler in de taal van de kandidaat. Dit | bijgestaan door een vertaler in de taal van de kandidaat. Dit |
optioneel lid zal niet deelnemen aan de deliberatie. | optioneel lid zal niet deelnemen aan de deliberatie. |
§ 3. De taalaanhorigheid wordt bepaald door de taal van het | § 3. De taalaanhorigheid wordt bepaald door de taal van het |
getuigschrift of het diploma dat bewijst dat men geslaagd is voor de | getuigschrift of het diploma dat bewijst dat men geslaagd is voor de |
studies die in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van de | studies die in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van de |
competentie die nodig is voor de expertiseopdracht. | competentie die nodig is voor de expertiseopdracht. |
De profielen van de leden van de selectiecommissie worden bepaald door | De profielen van de leden van de selectiecommissie worden bepaald door |
SELOR in samenspraak met de Minister. | SELOR in samenspraak met de Minister. |
De voorzitter van de selectiecommissie of zijn afgevaardigde dienen | De voorzitter van de selectiecommissie of zijn afgevaardigde dienen |
hetzij de kennis van de tweede taal bewezen te hebben conform artikel | hetzij de kennis van de tweede taal bewezen te hebben conform artikel |
43, § 3, derde lid, van de wetten op het gebruik van de talen in | 43, § 3, derde lid, van de wetten op het gebruik van de talen in |
bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, hetzij te worden | bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, hetzij te worden |
bijgestaan door een ambtenaar die deze kennis heeft bewezen. | bijgestaan door een ambtenaar die deze kennis heeft bewezen. |
§ 4. De afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de | § 4. De afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de |
Federale Overheid - deelt de samenstelling van de selectiecommissie | Federale Overheid - deelt de samenstelling van de selectiecommissie |
mee aan de Minister. Deze brengt dadelijk de regeringsleden op de | mee aan de Minister. Deze brengt dadelijk de regeringsleden op de |
hoogte, die over een termijn van zeven werkdagen beschikken om hem hun | hoogte, die over een termijn van zeven werkdagen beschikken om hem hun |
bezwaren kenbaar te maken. In dit geval legt de Minister een volledig | bezwaren kenbaar te maken. In dit geval legt de Minister een volledig |
dossier ter beslissing voor aan de Ministerraad, nadat hiervan een | dossier ter beslissing voor aan de Ministerraad, nadat hiervan een |
kopie werd overgemaakt aan het betrokken regeringslid. | kopie werd overgemaakt aan het betrokken regeringslid. |
Als de Ministerraad op basis van het dossier dat voorgelegd werd door | Als de Ministerraad op basis van het dossier dat voorgelegd werd door |
de Minister, een lid van de selectiecommissie wraakt, benoemt SELOR - | de Minister, een lid van de selectiecommissie wraakt, benoemt SELOR - |
Selectiebureau van de Federale Overheid - een ander lid; in dat geval | Selectiebureau van de Federale Overheid - een ander lid; in dat geval |
is het eerste lid van toepassing. | is het eerste lid van toepassing. |
§ 5. De selectiecommissie kan slechts op geldige wijze overgaan tot | § 5. De selectiecommissie kan slechts op geldige wijze overgaan tot |
het horen van de kandidaten en tot de deliberatie voor zover de | het horen van de kandidaten en tot de deliberatie voor zover de |
meerderheid van de leden aanwezig is, minstens twee van de leden tot | meerderheid van de leden aanwezig is, minstens twee van de leden tot |
de taalrol van de kandidaat behoren en elke categorie van leden | de taalrol van de kandidaat behoren en elke categorie van leden |
bedoeld in § 1 vertegenwoordigd is. | bedoeld in § 1 vertegenwoordigd is. |
§ 6. Alleen de leden van de selectiecommissie die hebben deelgenomen | § 6. Alleen de leden van de selectiecommissie die hebben deelgenomen |
aan het horen van al de kandidaten, kunnen deelnemen aan de | aan het horen van al de kandidaten, kunnen deelnemen aan de |
deliberatie met het oog op de indeling van de kandidaten in de groepen | deliberatie met het oog op de indeling van de kandidaten in de groepen |
" geschikt " of " niet-geschikt ". Geen enkel lid kan zich onthouden. | " geschikt " of " niet-geschikt ". Geen enkel lid kan zich onthouden. |
Art. 4/3.§ 1. Na afloop van de proeven en de vergelijking van de |
Art. 4/3.§ 1. Na afloop van de proeven en de vergelijking van de |
titels en merites van de kandidaten door SELOR, stelt SELOR een | titels en merites van de kandidaten door SELOR, stelt SELOR een |
gemotiveerd en omstandig selectieverslag op dat toelaat de kandidaten | gemotiveerd en omstandig selectieverslag op dat toelaat de kandidaten |
per taalrol in te delen in de categorieën geschikt en niet geschikt. | per taalrol in te delen in de categorieën geschikt en niet geschikt. |
Dit gebeurt afzonderlijk voor de functie van voorzitter en voor deze | Dit gebeurt afzonderlijk voor de functie van voorzitter en voor deze |
van lid van de Raad. | van lid van de Raad. |
§ 2. De kandidaten worden in kennis gesteld van hun inschrijving in | § 2. De kandidaten worden in kennis gesteld van hun inschrijving in |
één van de groepen. | één van de groepen. |
Afdeling 3. - De benoeming van de voorzitter en van de leden van de | Afdeling 3. - De benoeming van de voorzitter en van de leden van de |
Raad | Raad |
Art. 5.Enkel de verslagen van de kandidaten die door SELOR als |
Art. 5.Enkel de verslagen van de kandidaten die door SELOR als |
geschikt bevonden worden, worden aan de Minister meegedeeld. | geschikt bevonden worden, worden aan de Minister meegedeeld. |
Met de kandidaten van de groep "geschikt" wordt een aanvullend | Met de kandidaten van de groep "geschikt" wordt een aanvullend |
onderhoud georganiseerd met de bedoeling hen te vergelijken wat | onderhoud georganiseerd met de bedoeling hen te vergelijken wat |
betreft hun specifieke competenties, hun relationele en | betreft hun specifieke competenties, hun relationele en |
managementvaardigheden zoals bepaald in de functiebeschrijving en het | managementvaardigheden zoals bepaald in de functiebeschrijving en het |
competentieprofiel van de te begeven functie. Dit onderhoud wordt | competentieprofiel van de te begeven functie. Dit onderhoud wordt |
geleid door de Minister. | geleid door de Minister. |
Een verslag van elk onderhoud wordt opgemaakt en bij het | Een verslag van elk onderhoud wordt opgemaakt en bij het |
aanstellingsdossier gevoegd. | aanstellingsdossier gevoegd. |
Art. 6.§ 1. De kandidaten, gekozen overeenkomstig artikel 5, worden |
Art. 6.§ 1. De kandidaten, gekozen overeenkomstig artikel 5, worden |
voor een periode van zes jaar aangesteld in de functie van voorzitter | voor een periode van zes jaar aangesteld in de functie van voorzitter |
of lid van de Raad door de Koning bij besluit waarover in de | of lid van de Raad door de Koning bij besluit waarover in de |
Ministerraad werd beraadslaagd, op voorstel van de betrokken minister | Ministerraad werd beraadslaagd, op voorstel van de betrokken minister |
overeenkomstig artikel 17, § 2, van de wet. | overeenkomstig artikel 17, § 2, van de wet. |
§ 2. De voorzitter en de leden van de Raad moeten geen proeftijd | § 2. De voorzitter en de leden van de Raad moeten geen proeftijd |
vervullen." | vervullen." |
Art. 2.§ 1. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 |
Art. 2.§ 1. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 |
vervangen als volgt : | vervangen als volgt : |
"De voorzitter en de leden van de Raad worden geëvalueerd na twee en | "De voorzitter en de leden van de Raad worden geëvalueerd na twee en |
vier jaar mandaat." | vier jaar mandaat." |
§ 2. In artikel 14, § 2 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid | § 2. In artikel 14, § 2 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid |
vervangen als volgt : | vervangen als volgt : |
"De evaluatie van de houder van de functie van voorzitter en van lid | "De evaluatie van de houder van de functie van voorzitter en van lid |
van de Raad krijgt geen eindvermelding, tenzij de verslagen bedoeld in | van de Raad krijgt geen eindvermelding, tenzij de verslagen bedoeld in |
het eerste lid aantonen dat de doelstellingen vervat in het jaarlijks | het eerste lid aantonen dat de doelstellingen vervat in het jaarlijks |
werkplan of het strategisch plan voorzien in artikel 34 van de wet | werkplan of het strategisch plan voorzien in artikel 34 van de wet |
duidelijk niet zijn verwezenlijkt tijdens de geëvalueerde periode. In | duidelijk niet zijn verwezenlijkt tijdens de geëvalueerde periode. In |
dit laatste geval wordt de eindvermelding "onvoldoende" toegekend." | dit laatste geval wordt de eindvermelding "onvoldoende" toegekend." |
§ 3. In artikel 14, § 2 van hetzelfde besluit wordt het derde lid | § 3. In artikel 14, § 2 van hetzelfde besluit wordt het derde lid |
verwijderd. | verwijderd. |
§ 4. In artikel 14, § 3 van hetzelfde besluit wordt het woord "man" | § 4. In artikel 14, § 3 van hetzelfde besluit wordt het woord "man" |
vervangen door "van". | vervangen door "van". |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Art. 4.De minister bevoegd voor Telecommunicatie en Post is belast |
Art. 4.De minister bevoegd voor Telecommunicatie en Post is belast |
met de uitvoering van dit besluit. | met de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, op 6 oktober 2015. | Gegeven te Brussel, op 6 oktober 2015. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De minister van Telecommunicatie en Post, | De minister van Telecommunicatie en Post, |
A. DE CROO | A. DE CROO |