Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 1996, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot invoering van een promotievergoeding voor het bouwbedrijf | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 1996, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot invoering van een promotievergoeding voor het bouwbedrijf |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
6 OKTOBER 1999. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 6 OKTOBER 1999. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 1996, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 1996, |
gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot invoering | gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot invoering |
van een promotievergoeding voor het bouwbedrijf (1) | van een promotievergoeding voor het bouwbedrijf (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor | Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor |
bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; | bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 1996, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 1996, |
gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot invoering | gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot invoering |
van een promotievergoeding voor het bouwbedrijf. | van een promotievergoeding voor het bouwbedrijf. |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid,is belast met de uitvoering |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid,is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 6 oktober 1999. | Gegeven te Brussel, 6 oktober 1999. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. | Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het bouwbedrijf | Paritair Comité voor het bouwbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 1996 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 november 1996 |
Invoering van een promotievergoeding voor het bouwbedrijf | Invoering van een promotievergoeding voor het bouwbedrijf |
(Overeenkomst geregistreerd op 29 oktober 1997 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 29 oktober 1997 onder het nummer |
45813/CO/124) | 45813/CO/124) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor | de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor |
het bouwbedrijf ressorteren en op de werklieden die zij tewerkstellen. | het bouwbedrijf ressorteren en op de werklieden die zij tewerkstellen. |
Met werklieden worden de werklieden en de werksters bedoeld. | Met werklieden worden de werklieden en de werksters bedoeld. |
HOOFDSTUK II. - Aard van het voordeel | HOOFDSTUK II. - Aard van het voordeel |
Art. 2.Het "Fonds voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het |
Art. 2.Het "Fonds voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het |
bouwbedrijf" kent een promotievergoeding voor het bouwbedrijf toe die | bouwbedrijf" kent een promotievergoeding voor het bouwbedrijf toe die |
overeenstemt met een tegemoetkoming in de terugbetaling van een | overeenstemt met een tegemoetkoming in de terugbetaling van een |
hypothecaire lening die door een werkman uit de sector werd aangegaan | hypothecaire lening die door een werkman uit de sector werd aangegaan |
en die betrekking heeft op de hoofdverblijfplaats van deze laatste. | en die betrekking heeft op de hoofdverblijfplaats van deze laatste. |
HOOFDSTUK III. - Toekenningsvoorwaarden | HOOFDSTUK III. - Toekenningsvoorwaarden |
Art. 3.§ 1. Om het recht op de promotievergoeding voor het |
Art. 3.§ 1. Om het recht op de promotievergoeding voor het |
bouwbedrijf te openen, moeten de in artikel 1 bedoelde werklieden op | bouwbedrijf te openen, moeten de in artikel 1 bedoelde werklieden op |
de aanvraagdatum gelijktijdig de volgende voorwaarden vervullen : | de aanvraagdatum gelijktijdig de volgende voorwaarden vervullen : |
1° Zich in een van de volgende drie toestanden bevinden : | 1° Zich in een van de volgende drie toestanden bevinden : |
a) door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn aan een onderneming, | a) door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn aan een onderneming, |
bedoeld in artikel 1; de gevallen van schorsing van de | bedoeld in artikel 1; de gevallen van schorsing van de |
arbeidsovereenkomst, zoals voorzien in de wet van 3 juli 1978 | arbeidsovereenkomst, zoals voorzien in de wet van 3 juli 1978 |
betreffende de arbeidsovereenkomsten, worden hiermee gelijkgesteld; | betreffende de arbeidsovereenkomsten, worden hiermee gelijkgesteld; |
b) zich in een toestand van volledige werkloosheid bevinden, op | b) zich in een toestand van volledige werkloosheid bevinden, op |
voorwaarde dat men volledig werkloos werd gesteld door een in artikel | voorwaarde dat men volledig werkloos werd gesteld door een in artikel |
1 bedoelde onderneming; | 1 bedoelde onderneming; |
c) begunstigde zijn van een van de volgende tussenkomsten die worden | c) begunstigde zijn van een van de volgende tussenkomsten die worden |
toegekend door het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit | toegekend door het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit |
het bouwbedrijf" : | het bouwbedrijf" : |
het vakantiegeld voor invalide werklieden, de begeleidende maatregelen | het vakantiegeld voor invalide werklieden, de begeleidende maatregelen |
of een van de regelingen van het conventioneel brugpensioen. | of een van de regelingen van het conventioneel brugpensioen. |
2° Ten minste vijf legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen | 2° Ten minste vijf legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen |
voor de prestaties geleverd in de loop van de tien jaren of zeven | voor de prestaties geleverd in de loop van de tien jaren of zeven |
legitimatiekaarten "rechthebbende" voor de prestaties geleverd in de | legitimatiekaarten "rechthebbende" voor de prestaties geleverd in de |
loop van de vijftien jaren die voorafgaan aan de aanvraag. | loop van de vijftien jaren die voorafgaan aan de aanvraag. |
Deze vijf of zeven legitimatiekaarten "rechthebbende" moeten | Deze vijf of zeven legitimatiekaarten "rechthebbende" moeten |
betrekking hebben op prestaties die na 1970 werden geleverd. | betrekking hebben op prestaties die na 1970 werden geleverd. |
Een van deze vijf of zeven legitimatiekaarten "rechthebbende" moet de | Een van deze vijf of zeven legitimatiekaarten "rechthebbende" moet de |
kaart zijn die geldig is tijdens het dienstjaar in de loop van | kaart zijn die geldig is tijdens het dienstjaar in de loop van |
hetwelke de eerste aanvraag kan worden ingediend. | hetwelke de eerste aanvraag kan worden ingediend. |
3° Een lening hebben bekomen die aan de volgende voorwaarden voldoet : | 3° Een lening hebben bekomen die aan de volgende voorwaarden voldoet : |
a) de lening moet zijn toegestaan door een financiële instelling, | a) de lening moet zijn toegestaan door een financiële instelling, |
volgens de voorwaarden en de modaliteiten eigen aan de hypothecaire | volgens de voorwaarden en de modaliteiten eigen aan de hypothecaire |
leningen; | leningen; |
b) er moet een akte van hypothecaire lening bij een notaris zijn | b) er moet een akte van hypothecaire lening bij een notaris zijn |
verleden na 31 december 1970; | verleden na 31 december 1970; |
c) de lening moet minimum 100 000 F belopen. Indien door de werkman | c) de lening moet minimum 100 000 F belopen. Indien door de werkman |
diverse leningen werden aangegaan, zal de tussenkomst van het fonds | diverse leningen werden aangegaan, zal de tussenkomst van het fonds |
voor bestaanszekerheid betrekking hebben op het totale bedrag van de | voor bestaanszekerheid betrekking hebben op het totale bedrag van de |
leningen dat, in toepassing van artikel 7, werd beperkt tot 2 700 000 | leningen dat, in toepassing van artikel 7, werd beperkt tot 2 700 000 |
F.; | F.; |
d) het doeleinde van de lening moet de aankoop, de bouw, de | d) het doeleinde van de lening moet de aankoop, de bouw, de |
verbouwing, de verfraaiing, de vergroting of de herstelling zijn van | verbouwing, de verfraaiing, de vergroting of de herstelling zijn van |
de hoofdverblijfplaats van de aanvrager, die in België gelegen is of | de hoofdverblijfplaats van de aanvrager, die in België gelegen is of |
in de grensstreek van de buurlanden van België. | in de grensstreek van de buurlanden van België. |
§ 2. Het bewijs van de voorwaarden, vermeld in § 1, wordt geleverd | § 2. Het bewijs van de voorwaarden, vermeld in § 1, wordt geleverd |
volgens de modaliteiten voorzien in artikel 5. | volgens de modaliteiten voorzien in artikel 5. |
Art. 4.Voor elk jaar dat volgt op de toekenning van de eerste |
Art. 4.Voor elk jaar dat volgt op de toekenning van de eerste |
tussenkomst, dient de belanghebbende het bewijs te leveren van de | tussenkomst, dient de belanghebbende het bewijs te leveren van de |
voorwaarde vastgesteld in artikel 3, § 1, en van het feit dat de | voorwaarde vastgesteld in artikel 3, § 1, en van het feit dat de |
lening die door hem werd aangegaan, nog steeds loopt. | lening die door hem werd aangegaan, nog steeds loopt. |
Het bewijs van deze voorwaarden wordt geleverd volgens de | Het bewijs van deze voorwaarden wordt geleverd volgens de |
modaliteiten, vastgesteld in artikel 6. | modaliteiten, vastgesteld in artikel 6. |
HOOFDSTUK IV. - Procedure | HOOFDSTUK IV. - Procedure |
Art. 5.De eerste aanvraag om toekenning van de in artikel 3, § 1 |
Art. 5.De eerste aanvraag om toekenning van de in artikel 3, § 1 |
bedoelde promotievergoeding, mag ten vroegste één jaar na het | bedoelde promotievergoeding, mag ten vroegste één jaar na het |
verlijden van de leningsakte bij de notaris, waarvan sprake in artikel | verlijden van de leningsakte bij de notaris, waarvan sprake in artikel |
3, § 1/3°/b), bij het fonds voor bestaanszekerheid worden ingediend. | 3, § 1/3°/b), bij het fonds voor bestaanszekerheid worden ingediend. |
Indien door de arbeider diverse leningen werden aangegaan, moet elk | Indien door de arbeider diverse leningen werden aangegaan, moet elk |
van deze leningen het voorwerp uitmaken van een specifieke aanvraag | van deze leningen het voorwerp uitmaken van een specifieke aanvraag |
tot toekenning. Deze aanvraag wordt ingediend aan de hand van een | tot toekenning. Deze aanvraag wordt ingediend aan de hand van een |
speciaal formulier, getiteld "origineel dossier", dat belanghebbende | speciaal formulier, getiteld "origineel dossier", dat belanghebbende |
op zijn verzoek wordt toegestuurd. | op zijn verzoek wordt toegestuurd. |
Elke aanvraag moet vergezeld gaan van de bewijsstukken die vereist | Elke aanvraag moet vergezeld gaan van de bewijsstukken die vereist |
zijn om het bewijs te leveren van de voorwaarden, vermeld in artikel | zijn om het bewijs te leveren van de voorwaarden, vermeld in artikel |
3, § 1. | 3, § 1. |
Art. 6.Voor wat betreft de tussenkomst bedoeld in artikel 4, stuurt |
Art. 6.Voor wat betreft de tussenkomst bedoeld in artikel 4, stuurt |
het "Fonds voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het | het "Fonds voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het |
bouwbedrijf" elk jaar in de loop van de maand die volgt op de | bouwbedrijf" elk jaar in de loop van de maand die volgt op de |
verjaardatum van het verlijden van de in artikel 5 bedoelde | verjaardatum van het verlijden van de in artikel 5 bedoelde |
leningsakte bij de notaris, een hernieuwingsformulier naar de | leningsakte bij de notaris, een hernieuwingsformulier naar de |
rechthebbenden op de promotievergoeding. | rechthebbenden op de promotievergoeding. |
Indien dit niet het geval is, dient de rechthebbende contact op te | Indien dit niet het geval is, dient de rechthebbende contact op te |
nemen met het "Fonds voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het | nemen met het "Fonds voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het |
bouwbedrijf". | bouwbedrijf". |
Dit formulier moet behoorlijk ingevuld en vergezeld van de vereiste | Dit formulier moet behoorlijk ingevuld en vergezeld van de vereiste |
bewijsstukken, worden teruggestuurd. | bewijsstukken, worden teruggestuurd. |
HOOFDSTUK V. - Wijze van berekening en uitkering van de | HOOFDSTUK V. - Wijze van berekening en uitkering van de |
promotievergoeding voor het bouwbedrijf | promotievergoeding voor het bouwbedrijf |
Art. 7.§ 1. De promotievergoeding wordt jaarlijks uitbetaald en stemt |
Art. 7.§ 1. De promotievergoeding wordt jaarlijks uitbetaald en stemt |
overeen met 1 pct. van het bedrag van het jaarlijks, nog terug te | overeen met 1 pct. van het bedrag van het jaarlijks, nog terug te |
betalen kapitaal, met een maximum van 15 000 F en een minimum van 500 | betalen kapitaal, met een maximum van 15 000 F en een minimum van 500 |
F. | F. |
Het jaarlijks, nog terug te betalen kapitaal wordt verkregen op basis | Het jaarlijks, nog terug te betalen kapitaal wordt verkregen op basis |
van een theoretische tabel van terugbetaling, door het totale bedrag | van een theoretische tabel van terugbetaling, door het totale bedrag |
van het geleende kapitaal (begrensd tot 2 700 000 F), te delen door de | van het geleende kapitaal (begrensd tot 2 700 000 F), te delen door de |
contractuele looptijd van de lening. | contractuele looptijd van de lening. |
§ 2. De toekenning van de promotievergoeding wordt beëindigd wanneer | § 2. De toekenning van de promotievergoeding wordt beëindigd wanneer |
het bedrag van deze vergoeding kleiner is dan 500 F. | het bedrag van deze vergoeding kleiner is dan 500 F. |
Art. 8.De promotievergoeding wordt ten laste van het "Fonds voor |
Art. 8.De promotievergoeding wordt ten laste van het "Fonds voor |
Bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" uitgekeerd | Bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" uitgekeerd |
door de ondertekenende syndicale organisaties aan de rechthebbenden | door de ondertekenende syndicale organisaties aan de rechthebbenden |
ontvangen de promotievergoeding rechtstreeks van het "Fonds voor | ontvangen de promotievergoeding rechtstreeks van het "Fonds voor |
Bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf", mits een | Bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf", mits een |
administratieve inhouding van 12 pct. | administratieve inhouding van 12 pct. |
Art. 9.De werklieden die maximum 25 jaar zijn op het ogenblik van de |
Art. 9.De werklieden die maximum 25 jaar zijn op het ogenblik van de |
ondertekening van de akte bij de notaris, kunnen, van zodra zij aan de | ondertekening van de akte bij de notaris, kunnen, van zodra zij aan de |
voorwaarden gesteld in artikel 3, voldoen, de promotievergoeding | voorwaarden gesteld in artikel 3, voldoen, de promotievergoeding |
verkrijgen met een terugwerkende kracht van maximum 2 jaar, beperkt | verkrijgen met een terugwerkende kracht van maximum 2 jaar, beperkt |
tot het jaar waarop de hypothecaire lening werd verkregen. | tot het jaar waarop de hypothecaire lening werd verkregen. |
HOOFDSTUK VI. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK VI. - Algemene bepalingen |
Art. 10.§ 1. In toepassing van artikel 8 van de statuten van het |
Art. 10.§ 1. In toepassing van artikel 8 van de statuten van het |
"Fonds voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf", | "Fonds voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf", |
legt de raad van bestuur van dit fonds de voorwaarden en de | legt de raad van bestuur van dit fonds de voorwaarden en de |
modaliteiten voor de uitkering van de promotievergoeding vast. | modaliteiten voor de uitkering van de promotievergoeding vast. |
§ 2. Bovendien kan hij het dagelijks en administratief beheer dat | § 2. Bovendien kan hij het dagelijks en administratief beheer dat |
voortvloeit uit dit stelsel, overdragen aan het Sociaal en Economisch | voortvloeit uit dit stelsel, overdragen aan het Sociaal en Economisch |
Fonds voor het bouwbedrijf. | Fonds voor het bouwbedrijf. |
Art. 11.De controle en de administratieve, boekhoudkundige en |
Art. 11.De controle en de administratieve, boekhoudkundige en |
financiële organisatie van de verrichtingen met betrekking tot de | financiële organisatie van de verrichtingen met betrekking tot de |
toekenning van de promotievergoeding worden toevertrouwd aan de | toekenning van de promotievergoeding worden toevertrouwd aan de |
Patronale Dienst voor organisatie en kontrole van de | Patronale Dienst voor organisatie en kontrole van de |
bestaanszekerheidsstelsels, vereniging zonder winstoogmerk, waarvan de | bestaanszekerheidsstelsels, vereniging zonder winstoogmerk, waarvan de |
statuten werden gepubliceerd in de bijlagen tot het Belgisch | statuten werden gepubliceerd in de bijlagen tot het Belgisch |
Staatsblad van 10 december 1987. | Staatsblad van 10 december 1987. |
HOOFDSTUK VII. - Financiering | HOOFDSTUK VII. - Financiering |
Art. 12.§ 1. Teneinde de promotievergoeding voor het bouwbedrijf te |
Art. 12.§ 1. Teneinde de promotievergoeding voor het bouwbedrijf te |
financieren, zijn de werkgevers, bedoeld in artikel 1, aan het "Fonds | financieren, zijn de werkgevers, bedoeld in artikel 1, aan het "Fonds |
voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" een | voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" een |
bijdrage verschuldigd. | bijdrage verschuldigd. |
Deze bijdrage is gelijk aan 1 pct. van het bedrag, dat op 108 pct. | Deze bijdrage is gelijk aan 1 pct. van het bedrag, dat op 108 pct. |
werd gebracht, van het totaal van de lonen aangegeven bij de | werd gebracht, van het totaal van de lonen aangegeven bij de |
Rijksdienst voor sociale zekerheid met betrekking tot de werklieden | Rijksdienst voor sociale zekerheid met betrekking tot de werklieden |
bedoeld in artikel 1, en is inbegrepen in het bedrag van de bijdrage | bedoeld in artikel 1, en is inbegrepen in het bedrag van de bijdrage |
vastgesteld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 maart 1980, | vastgesteld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 maart 1980, |
tot vaststelling van het bedrag van de bijdrage aan het "Fonds voor | tot vaststelling van het bedrag van de bijdrage aan het "Fonds voor |
Bestaanszekerheid voor de arbeiders van de bouwnijverheid", algemeen | Bestaanszekerheid voor de arbeiders van de bouwnijverheid", algemeen |
verbindend werd verklaard bij koninklijk besluit van 26 juni 1980 | verbindend werd verklaard bij koninklijk besluit van 26 juni 1980 |
(Belgisch Staatsblad van 2 augustus 1980) | (Belgisch Staatsblad van 2 augustus 1980) |
§ 2. In toepassing van artikel 3/6° van de statuten van het "Fonds | § 2. In toepassing van artikel 3/6° van de statuten van het "Fonds |
voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf", stort | voor Bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf", stort |
dit fonds het geïnde bedrag bij wijze van bijdrage aan het Sociaal en | dit fonds het geïnde bedrag bij wijze van bijdrage aan het Sociaal en |
Economisch Fonds voor het bouwbedrijf. | Economisch Fonds voor het bouwbedrijf. |
HOOFDSTUK VIII. - Geldigheid | HOOFDSTUK VIII. - Geldigheid |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing vanaf |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing vanaf |
1 oktober 1996. Zij wordt gesloten voor een onbepaalde tijd en kan | 1 oktober 1996. Zij wordt gesloten voor een onbepaalde tijd en kan |
mits éénparig akkoord van de partijen worden opgezegd mits een | mits éénparig akkoord van de partijen worden opgezegd mits een |
opzeggingstermijn van zes maanden bij een ter post aangetekende brief | opzeggingstermijn van zes maanden bij een ter post aangetekende brief |
gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het | gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het |
bouwbedrijf. | bouwbedrijf. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 6 oktober | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 6 oktober |
1999. | 1999. |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |