Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende de toekenning van een eindejaarspremie aan het garagepersoneel in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen van geregeld en ongeregeld vervoer | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende de toekenning van een eindejaarspremie aan het garagepersoneel in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen van geregeld en ongeregeld vervoer |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
6 JULI 2011. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 6 JULI 2011. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2010, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2010, |
gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, | gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, |
betreffende de toekenning van een eindejaarspremie aan het | betreffende de toekenning van een eindejaarspremie aan het |
garagepersoneel in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen | garagepersoneel in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen |
van geregeld en ongeregeld vervoer (1) | van geregeld en ongeregeld vervoer (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer en de | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer en de |
logistiek; | logistiek; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2010, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2010, |
gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, | gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, |
betreffende de toekenning van een eindejaarspremie aan het | betreffende de toekenning van een eindejaarspremie aan het |
garagepersoneel in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen | garagepersoneel in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen |
van geregeld en ongeregeld vervoer. | van geregeld en ongeregeld vervoer. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 6 juli 2011. | Gegeven te Brussel, 6 juli 2011. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister | De Vice-Eerste Minister |
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en | en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en |
asielbeleid, | asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek | Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2010 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2010 |
Toekenning van een eindejaarspremie aan het garagepersoneel in de | Toekenning van een eindejaarspremie aan het garagepersoneel in de |
ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen van geregeld en | ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen van geregeld en |
ongeregeld vervoer (Overeenkomst geregistreerd op 19 januari 2011 | ongeregeld vervoer (Overeenkomst geregistreerd op 19 januari 2011 |
onder het nummer 102850/CO/140) | onder het nummer 102850/CO/140) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
op de werkgevers van de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen | op de werkgevers van de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen |
van geregeld en ongeregeld vervoer die ressorteren onder het Paritair | van geregeld en ongeregeld vervoer die ressorteren onder het Paritair |
Comité voor het vervoer en de logistiek, alsmede op het | Comité voor het vervoer en de logistiek, alsmede op het |
garagepersoneel dat zij tewerkstellen. | garagepersoneel dat zij tewerkstellen. |
§ 2. Met geregeld vervoer wordt bedoeld het personenvervoer verricht | § 2. Met geregeld vervoer wordt bedoeld het personenvervoer verricht |
voor rekening van de VVM en de SRWT-TEC, ongeacht de capaciteit van | voor rekening van de VVM en de SRWT-TEC, ongeacht de capaciteit van |
het voertuig en ongeacht het soort aandrijving van de gebruikte | het voertuig en ongeacht het soort aandrijving van de gebruikte |
vervoermiddelen. Dit vervoer wordt verricht volgens de volgende | vervoermiddelen. Dit vervoer wordt verricht volgens de volgende |
criteria : een welbepaald traject en een welbepaald, geregeld | criteria : een welbepaald traject en een welbepaald, geregeld |
uurrooster. De passagiers worden opgehaald en afgezet aan vooraf | uurrooster. De passagiers worden opgehaald en afgezet aan vooraf |
vastgelegde halten. Dit vervoer is toegankelijk voor iedereen, zelfs | vastgelegde halten. Dit vervoer is toegankelijk voor iedereen, zelfs |
indien, in voorkomend geval, het verplicht is de reis vooraf te | indien, in voorkomend geval, het verplicht is de reis vooraf te |
reserveren. | reserveren. |
§ 3. Met bijzondere vormen van geregeld vervoer wordt bedoeld het | § 3. Met bijzondere vormen van geregeld vervoer wordt bedoeld het |
vervoer, ongeacht door wie het wordt georganiseerd, van bepaalde | vervoer, ongeacht door wie het wordt georganiseerd, van bepaalde |
categorieën reizigers met uitsluiting van andere reizigers, voor zover | categorieën reizigers met uitsluiting van andere reizigers, voor zover |
dat vervoer geschiedt op de wijze van het geregeld vervoer en wordt | dat vervoer geschiedt op de wijze van het geregeld vervoer en wordt |
uitgevoerd met voertuigen van meer dan 9 plaatsen (de chauffeur | uitgevoerd met voertuigen van meer dan 9 plaatsen (de chauffeur |
inbegrepen). | inbegrepen). |
§ 4. Met ongeregeld vervoer wordt bedoeld het vervoer dat niet aan de | § 4. Met ongeregeld vervoer wordt bedoeld het vervoer dat niet aan de |
definitie van geregeld, met inbegrip van de bijzondere vormen van | definitie van geregeld, met inbegrip van de bijzondere vormen van |
geregeld vervoer, beantwoordt en dat met name wordt gekenmerkt door | geregeld vervoer, beantwoordt en dat met name wordt gekenmerkt door |
het transport van vooraf samengestelde groepen, op initiatief van een | het transport van vooraf samengestelde groepen, op initiatief van een |
opdrachtgever of van de vervoerder zelf. Onder ongeregeld vervoer | opdrachtgever of van de vervoerder zelf. Onder ongeregeld vervoer |
wordt eveneens verstaan de internationaal geregelde diensten over een | wordt eveneens verstaan de internationaal geregelde diensten over een |
lange afstand. | lange afstand. |
HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten | HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten |
Art. 2.De werkgevers vermeld in artikel 1 betalen in 2010 aan het |
Art. 2.De werkgevers vermeld in artikel 1 betalen in 2010 aan het |
garagepersoneel dat zij tewerkstellen, een eindejaarspremie, berekend | garagepersoneel dat zij tewerkstellen, een eindejaarspremie, berekend |
volgens volgende formule : | volgens volgende formule : |
Uurloon 12/10 x 38 u x 52 | Uurloon 12/10 x 38 u x 52 |
12 | 12 |
Art. 3.De referteperiode voor de berekening van de eindejaarspremie |
Art. 3.De referteperiode voor de berekening van de eindejaarspremie |
vangt aan op 1 december 2009 en eindigt op 30 november 2010. | vangt aan op 1 december 2009 en eindigt op 30 november 2010. |
Art. 4.In de gevallen, zoals bepaald in § 1 tot en met § 7, hebben de |
Art. 4.In de gevallen, zoals bepaald in § 1 tot en met § 7, hebben de |
leden van het garagepersoneel recht op een gedeelte van de premie | leden van het garagepersoneel recht op een gedeelte van de premie |
gelijk aan 1/12e per maand tewerkstelling in de referteperiode, | gelijk aan 1/12e per maand tewerkstelling in de referteperiode, |
waarbij elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledig | waarbij elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledig |
gepresteerde maand : | gepresteerde maand : |
§ 1. Het garagepersoneel dat sedert tenminste 3 maanden in de | § 1. Het garagepersoneel dat sedert tenminste 3 maanden in de |
onderneming tewerkgesteld is, maar dat geen jaar anciënniteit telt op | onderneming tewerkgesteld is, maar dat geen jaar anciënniteit telt op |
30 november 2010. | 30 november 2010. |
§ 2. De gepensioneerde en bruggepensioneerde leden van het | § 2. De gepensioneerde en bruggepensioneerde leden van het |
garagepersoneel en de leden van het garagepersoneel die ontslagen | garagepersoneel en de leden van het garagepersoneel die ontslagen |
worden in de loop van de referteperiode om gelijk welke andere reden | worden in de loop van de referteperiode om gelijk welke andere reden |
dan de dringende reden, genieten de premie naar rata van de geleverde | dan de dringende reden, genieten de premie naar rata van de geleverde |
prestaties gedurende de referteperiode. Dezelfde regel geldt voor | prestaties gedurende de referteperiode. Dezelfde regel geldt voor |
rechthebbenden van de in de loop van de referteperiode overleden | rechthebbenden van de in de loop van de referteperiode overleden |
werklieden. | werklieden. |
§ 3. Het garagepersoneel dat vrijwillig de onderneming verlaat, | § 3. Het garagepersoneel dat vrijwillig de onderneming verlaat, |
terwijl het zich in een periode van economische werkloosheid bevindt, | terwijl het zich in een periode van economische werkloosheid bevindt, |
geniet de premie naar rata van de geleverde prestaties in de | geniet de premie naar rata van de geleverde prestaties in de |
referteperiode. | referteperiode. |
§ 4. Deeltijdse leden van het garagepersoneel met behoud van rechten | § 4. Deeltijdse leden van het garagepersoneel met behoud van rechten |
die zelf hun arbeidsovereenkomst beëindigen om een job met meer uren | die zelf hun arbeidsovereenkomst beëindigen om een job met meer uren |
te krijgen, hebben recht op de eindejaarspremie pro rata temporis. | te krijgen, hebben recht op de eindejaarspremie pro rata temporis. |
§ 5. Het garagepersoneel dat vrijwillig de onderneming verlaat en op | § 5. Het garagepersoneel dat vrijwillig de onderneming verlaat en op |
het ogenblik van de melding van het vrijwillig vertrek 10 jaar of meer | het ogenblik van de melding van het vrijwillig vertrek 10 jaar of meer |
anciënniteit heeft, heeft recht op een prorata eindejaarspremie. | anciënniteit heeft, heeft recht op een prorata eindejaarspremie. |
§ 6. De leden van het garagepersoneel waarvan het contract beëindigd | § 6. De leden van het garagepersoneel waarvan het contract beëindigd |
wordt wegens overmacht, genieten de premie naar rato van de geleverde | wordt wegens overmacht, genieten de premie naar rato van de geleverde |
prestaties gedurende de referteperiode. | prestaties gedurende de referteperiode. |
§ 7. De leden van het garagepersoneel met een contract van bepaalde | § 7. De leden van het garagepersoneel met een contract van bepaalde |
duur van minstens 3 maanden hebben recht op een eindejaarspremie naar | duur van minstens 3 maanden hebben recht op een eindejaarspremie naar |
rato van de geleverde prestaties. | rato van de geleverde prestaties. |
Art. 5.Wanneer een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd in onderlinge |
Art. 5.Wanneer een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd in onderlinge |
toestemming en het schriftelijk akkoord geen clausule omtrent de | toestemming en het schriftelijk akkoord geen clausule omtrent de |
eindejaarspremie bevat, dan is deze eindejaarspremie niet | eindejaarspremie bevat, dan is deze eindejaarspremie niet |
verschuldigd. | verschuldigd. |
Art. 6.Met uitzondering van de gevallen voorzien in artikel 4, § § 3, |
Art. 6.Met uitzondering van de gevallen voorzien in artikel 4, § § 3, |
4 en 5, verliezen de leden van het garagepersoneel die vrijwillig de | 4 en 5, verliezen de leden van het garagepersoneel die vrijwillig de |
onderneming verlaten in de loop van de referteperiode, het recht op de | onderneming verlaten in de loop van de referteperiode, het recht op de |
premie, indien de opzeggingstermijn verstrijkt vóór 30 november. | premie, indien de opzeggingstermijn verstrijkt vóór 30 november. |
Art. 7.Deeltijdse leden van het garagepersoneel hebben recht op de |
Art. 7.Deeltijdse leden van het garagepersoneel hebben recht op de |
eindejaarspremie naar rato van de door hen gepresteerde arbeidsduur. | eindejaarspremie naar rato van de door hen gepresteerde arbeidsduur. |
Art. 8.Voor de betaling van de premie zijn alle gevallen van |
Art. 8.Voor de betaling van de premie zijn alle gevallen van |
schorsing van de arbeidsovereenkomst gelijkgesteld, behoudens : | schorsing van de arbeidsovereenkomst gelijkgesteld, behoudens : |
§ 1. In geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst om reden van | § 1. In geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst om reden van |
militaire dienst, wordt de premie betaald naar rato van de effectief | militaire dienst, wordt de premie betaald naar rato van de effectief |
gepresteerde werktijd in de referteperiode. | gepresteerde werktijd in de referteperiode. |
§ 2. In geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens ongeval | § 2. In geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens ongeval |
of gewone ziekte, wordt de gelijkstelling begrensd tot maximum 30 | of gewone ziekte, wordt de gelijkstelling begrensd tot maximum 30 |
kalenderdagen per referteperiode. | kalenderdagen per referteperiode. |
§ 3. In geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens | § 3. In geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens |
economische werkloosheid wordt de gelijkstelling begrensd tot maximum | economische werkloosheid wordt de gelijkstelling begrensd tot maximum |
150 dagen per referteperiode. | 150 dagen per referteperiode. |
§ 4. In geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens | § 4. In geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens |
arbeidsongeval of beroepsziekte, wordt de gelijkstelling begrensd tot | arbeidsongeval of beroepsziekte, wordt de gelijkstelling begrensd tot |
de eerste 12 maanden van de ononderbroken ongeschiktheid. | de eerste 12 maanden van de ononderbroken ongeschiktheid. |
Voor elke dag van schorsing van de arbeidsovereenkomst die niet is | Voor elke dag van schorsing van de arbeidsovereenkomst die niet is |
gelijkgesteld, wordt het bedrag van de eindejaarspremie met 1/260e | gelijkgesteld, wordt het bedrag van de eindejaarspremie met 1/260e |
verminderd. | verminderd. |
Art. 9.De eindejaarspremie wordt toegekend aan alle leden van het |
Art. 9.De eindejaarspremie wordt toegekend aan alle leden van het |
garagepersoneel die op 30 november 2010 ten minste 3 maanden | garagepersoneel die op 30 november 2010 ten minste 3 maanden |
anciënniteit hebben in het bedrijf. | anciënniteit hebben in het bedrijf. |
Art. 10.Het sociaal fonds van de sector betaalt een voorschot van |
Art. 10.Het sociaal fonds van de sector betaalt een voorschot van |
74,39 EUR bruto aan de leden van het garagepersoneel die recht hebben | 74,39 EUR bruto aan de leden van het garagepersoneel die recht hebben |
op deze eindejaarspremie. De werkgevers betalen het bedrag van de | op deze eindejaarspremie. De werkgevers betalen het bedrag van de |
eindejaarspremie uit, verminderd met het voorschot betaald door het | eindejaarspremie uit, verminderd met het voorschot betaald door het |
sociaal fonds. | sociaal fonds. |
Art. 11.De eindejaarspremie moet op 20 december 2010 ten laatste |
Art. 11.De eindejaarspremie moet op 20 december 2010 ten laatste |
worden uitbetaald. | worden uitbetaald. |
HOOFDSTUK III. - Geldigheidsduur | HOOFDSTUK III. - Geldigheidsduur |
Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2010 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2010. | januari 2010 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2010. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 6 juli |
2011. | 2011. |
De Vice-Eerste Minister | De Vice-Eerste Minister |
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en | en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en |
asielbeleid, | asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |