Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 06/12/2002
← Terug naar "Koninklijk besluit houdende organisatie van de controle en de accreditatie van de certificatiedienstverleners die gekwalificeerde certificaten afleveren "
Koninklijk besluit houdende organisatie van de controle en de accreditatie van de certificatiedienstverleners die gekwalificeerde certificaten afleveren Koninklijk besluit houdende organisatie van de controle en de accreditatie van de certificatiedienstverleners die gekwalificeerde certificaten afleveren
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE
6 DECEMBER 2002. - Koninklijk besluit houdende organisatie van de 6 DECEMBER 2002. - Koninklijk besluit houdende organisatie van de
controle en de accreditatie van de certificatiedienstverleners die controle en de accreditatie van de certificatiedienstverleners die
gekwalificeerde certificaten afleveren gekwalificeerde certificaten afleveren
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 108 van de Grondwet; Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
Gelet op de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde Gelet op de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde
regels in verband met het juridisch kader voor elektronische regels in verband met het juridisch kader voor elektronische
handtekeningen en certificatiediensten, inzonderheid op artikel 17, § handtekeningen en certificatiediensten, inzonderheid op artikel 17, §
2, en artikel 20; 2, en artikel 20;
Overwegende dat het Europees Parlement en de Raad op 13 december 1999 Overwegende dat het Europees Parlement en de Raad op 13 december 1999
de Richtlijn 1999/93/EG hebben aangenomen inzake een gemeenschappelijk de Richtlijn 1999/93/EG hebben aangenomen inzake een gemeenschappelijk
kader voor elektronische handtekeningen; kader voor elektronische handtekeningen;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23
oktober 2001; oktober 2001;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 1 Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 1
februari 2002; februari 2002;
Gelet op de beraadslaging van de Ministerraad op 19 april 2002, Gelet op de beraadslaging van de Ministerraad op 19 april 2002,
betreffende de adviesaanvraag binnen een termijn van één maand; betreffende de adviesaanvraag binnen een termijn van één maand;
Gelet op het advies 33.692/1 van de Raad van State, gegeven op 26 Gelet op het advies 33.692/1 van de Raad van State, gegeven op 26
september 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de september 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Economie, en op het advies van Op de voordracht van Onze Minister van Economie, en op het advies van
Onze in Raad vergaderde Ministers, Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Voorafgaande bepalingen HOOFDSTUK I. - Voorafgaande bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :

1° "de wet" : "de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van 1° "de wet" : "de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van
bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische
handtekeningen en certificatiediensten"; handtekeningen en certificatiediensten";
2° "verklaring van certificatiepraktijk" : "een document dat de 2° "verklaring van certificatiepraktijk" : "een document dat de
praktijken beschrijft van een certificatiedienstverlener bij het praktijken beschrijft van een certificatiedienstverlener bij het
beheer van de diensten die hij aan het publiek aanbiedt, meer bepaald beheer van de diensten die hij aan het publiek aanbiedt, meer bepaald
het afgeven en het beheer van de certificaten, en het in stand houden het afgeven en het beheer van de certificaten, en het in stand houden
van de infrastructuur met openbare sleutel"; van de infrastructuur met openbare sleutel";
3° "bevoegde instantie" : "instantie die op basis van wettelijke of 3° "bevoegde instantie" : "instantie die op basis van wettelijke of
reglementaire bepalingen door de federale Staat, de Gewesten of reglementaire bepalingen door de federale Staat, de Gewesten of
Gemeenschappen, belast wordt met het deelnemen aan het ontwerpen of de Gemeenschappen, belast wordt met het deelnemen aan het ontwerpen of de
uitvoering van het « e-government »"; uitvoering van het « e-government »";
4° "audit" : "onderzoek van de praktijken van een 4° "audit" : "onderzoek van de praktijken van een
certificatiedienstverlener om zijn conformiteit met de vastgelegde certificatiedienstverlener om zijn conformiteit met de vastgelegde
accreditatiecriteria te evalueren"; accreditatiecriteria te evalueren";
5° "auditor" : "persoon die de voor een audit vereiste verrichtingen 5° "auditor" : "persoon die de voor een audit vereiste verrichtingen
geheel of gedeeltelijk uitvoert"; geheel of gedeeltelijk uitvoert";
6° "accreditatiecriteria" : "het geheel van de eisen opgesomd in 6° "accreditatiecriteria" : "het geheel van de eisen opgesomd in
artikel 17, § 1, van de wet, alsook in voorkomend geval, van de artikel 17, § 1, van de wet, alsook in voorkomend geval, van de
bijkomende eisen die nodig zijn voor de aanvullende diensten die bijkomende eisen die nodig zijn voor de aanvullende diensten die
verzekerd worden door of onder de verantwoordelijkheid van de verzekerd worden door of onder de verantwoordelijkheid van de
certificatiedienstverlener (bijvoorbeeld tijdsaanduiding)"; certificatiedienstverlener (bijvoorbeeld tijdsaanduiding)";
7° "referentiedocument voor accreditatie" : "referentiedocument dat de 7° "referentiedocument voor accreditatie" : "referentiedocument dat de
technische middelen weergeeft die kunnen aangewend worden om te technische middelen weergeeft die kunnen aangewend worden om te
voldoen aan de accreditatiecriteria"; voldoen aan de accreditatiecriteria";
8° "richtlijnen betreffende de accreditatie" : "referentiedocumenten 8° "richtlijnen betreffende de accreditatie" : "referentiedocumenten
gebruikt tijdens de audits voor de bepaling van de wijze waarop de gebruikt tijdens de audits voor de bepaling van de wijze waarop de
conformiteit met de accreditatiecriteria kan aangetoond worden". conformiteit met de accreditatiecriteria kan aangetoond worden".
HOOFDSTUK II. - "BE.SIGN"-accreditatiesysteem en procedures HOOFDSTUK II. - "BE.SIGN"-accreditatiesysteem en procedures

Art. 2.Een accreditatiesysteem van de certificatiedienstverleners

Art. 2.Een accreditatiesysteem van de certificatiedienstverleners

wordt uitgewerkt op basis van de hierna vermelde criteria en wordt uitgewerkt op basis van de hierna vermelde criteria en
procedures. Dit accreditatiesysteem wordt "BE.SIGN" genoemd. procedures. Dit accreditatiesysteem wordt "BE.SIGN" genoemd.

Art. 3.§ 1. De aanvraag tot het bekomen of het verlengen van een

Art. 3.§ 1. De aanvraag tot het bekomen of het verlengen van een

"BE.SIGN"-accreditatie moet ingediend worden bij het Bestuur Kwaliteit "BE.SIGN"-accreditatie moet ingediend worden bij het Bestuur Kwaliteit
en Veiligheid, Afdeling Accreditatie, Dienst Elektronische en Veiligheid, Afdeling Accreditatie, Dienst Elektronische
Handtekening van het Ministerie van Economische Zaken per gewone post, Handtekening van het Ministerie van Economische Zaken per gewone post,
via de internet-site http://mineco.fgov.be of per elektronische post via de internet-site http://mineco.fgov.be of per elektronische post
aan BE.SIGN@mineco.fgov.be. aan BE.SIGN@mineco.fgov.be.
§ 2. De aanvragen bedoeld in de §§ 1 en 2 worden opgemaakt op een door § 2. De aanvragen bedoeld in de §§ 1 en 2 worden opgemaakt op een door
het Bestuur opgesteld formulier dat ook in elektronische vorm het Bestuur opgesteld formulier dat ook in elektronische vorm
beschikbaar is. De aanvraag moet gedateerd en ondertekend zijn, beschikbaar is. De aanvraag moet gedateerd en ondertekend zijn,
ongeacht het om een handgeschreven of een elektronische aanvraag gaat. ongeacht het om een handgeschreven of een elektronische aanvraag gaat.
In het geval van een elektronische handtekening moet deze handtekening In het geval van een elektronische handtekening moet deze handtekening
beantwoorden aan de eisen van artikel 4, § 4 van de wet. beantwoorden aan de eisen van artikel 4, § 4 van de wet.
Als bijlage bij zijn accreditatieaanvraag deelt de Als bijlage bij zijn accreditatieaanvraag deelt de
certificatiedienstverlener zijn verklaring van certificatiepraktijk certificatiedienstverlener zijn verklaring van certificatiepraktijk
mee. mee.
§ 3. Binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag stelt het Bestuur § 3. Binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag stelt het Bestuur
een bewijs van ontvangst op en informeert het de een bewijs van ontvangst op en informeert het de
certificatiedienstverlener over de te volgen procedures. Meer bepaald, certificatiedienstverlener over de te volgen procedures. Meer bepaald,
deelt het Bestuur de laatste bijwerkingen mee van de volgende lijsten, deelt het Bestuur de laatste bijwerkingen mee van de volgende lijsten,
naargelang de behoeften : naargelang de behoeften :
1° de entiteiten gedefinieerd in artikel 2, 13° van de wet; 1° de entiteiten gedefinieerd in artikel 2, 13° van de wet;
2° de bevoegde instellingen voor de evaluatie van de veilige middelen 2° de bevoegde instellingen voor de evaluatie van de veilige middelen
voor het aanmaken van een elektronische handtekening ten opzichte van voor het aanmaken van een elektronische handtekening ten opzichte van
de eisen van bijlage III van de wet, zoals bepaald in artikel 7, § 2 de eisen van bijlage III van de wet, zoals bepaald in artikel 7, § 2
van de wet. van de wet.

Art. 4.§ 1. Indien de certificatiedienstverlener nog niet beschikt

Art. 4.§ 1. Indien de certificatiedienstverlener nog niet beschikt

over het conformiteitsattest uitgegeven door een entiteit die over het conformiteitsattest uitgegeven door een entiteit die
beantwoordt aan artikel 2, 13° van de wet, heeft hij de vrije keuze, beantwoordt aan artikel 2, 13° van de wet, heeft hij de vrije keuze,
tussen de entiteiten, van degene die hem zal moeten evalueren en deelt tussen de entiteiten, van degene die hem zal moeten evalueren en deelt
die dan mee aan het Bestuur. De aangewezen entiteit moet financieel en die dan mee aan het Bestuur. De aangewezen entiteit moet financieel en
administratief onafhankelijk zijn van de door haar geëvalueerde administratief onafhankelijk zijn van de door haar geëvalueerde
certificatiedienstverlener en moet waarborgen krijgen met betrekking certificatiedienstverlener en moet waarborgen krijgen met betrekking
tot de betaling van haar evaluatieprestaties en dit ongeacht het tot de betaling van haar evaluatieprestaties en dit ongeacht het
resultaat ervan; ze mag hem in geen enkel geval andere diensten resultaat ervan; ze mag hem in geen enkel geval andere diensten
verlenen. Een kostenraming van deze prestaties bepaalt de verlenen. Een kostenraming van deze prestaties bepaalt de
noodzakelijke en toereikende garantie; deze garantie kan bijvoorbeeld noodzakelijke en toereikende garantie; deze garantie kan bijvoorbeeld
verleend worden onder de vorm van een voorafgaandelijke betaling, een verleend worden onder de vorm van een voorafgaandelijke betaling, een
bankgarantie, een op een rekening geblokkeerde som of elk ander middel bankgarantie, een op een rekening geblokkeerde som of elk ander middel
aanvaard door de entiteit. aanvaard door de entiteit.
De entiteit voert de evaluatieaudit zo spoedig mogelijk uit en De entiteit voert de evaluatieaudit zo spoedig mogelijk uit en
uiterlijk binnen zes maanden te rekenen vanaf haar aanwijzing door de uiterlijk binnen zes maanden te rekenen vanaf haar aanwijzing door de
certificatiedienstverlener. certificatiedienstverlener.
§ 2. Het Bestuur kan als waarnemer deelnemen aan de evaluatieaudits § 2. Het Bestuur kan als waarnemer deelnemen aan de evaluatieaudits
van de certificatiedienstverleners, in nauwe samenwerking met de van de certificatiedienstverleners, in nauwe samenwerking met de
entiteiten. entiteiten.
§ 3. De entiteit evalueert de certificatiedienstverleners en bezorgt § 3. De entiteit evalueert de certificatiedienstverleners en bezorgt
een auditverslag en -attest aan het Bestuur. een auditverslag en -attest aan het Bestuur.
§ 4. Indien alle elementen van het initiële auditverslag positief § 4. Indien alle elementen van het initiële auditverslag positief
zijn, dan verleent het Bestuur een "BE.SIGN"- accreditatie voor een zijn, dan verleent het Bestuur een "BE.SIGN"- accreditatie voor een
periode van 3 jaar. periode van 3 jaar.
In geval van twijfel kan het Bestuur een bijkomende audit aanvragen. In geval van twijfel kan het Bestuur een bijkomende audit aanvragen.
Deze auditkosten zijn ten laste van de certificatiedienstverleners. Deze auditkosten zijn ten laste van de certificatiedienstverleners.
De accreditatie kan verlengd worden op basis van positieve De accreditatie kan verlengd worden op basis van positieve
auditverslagen. Deze laatste worden verlengingsaudits genoemd en zijn auditverslagen. Deze laatste worden verlengingsaudits genoemd en zijn
even volledig als de initiële audits; ze worden uitgevoerd binnen de even volledig als de initiële audits; ze worden uitgevoerd binnen de
drie maanden voor de vervaldatum van de accreditatie. drie maanden voor de vervaldatum van de accreditatie.
§ 5. Wanneer, wegens omstandigheden onafhankelijk van de wil van § 5. Wanneer, wegens omstandigheden onafhankelijk van de wil van
hetzij het Bestuur, hetzij de entiteiten, hetzij de geaccrediteerde hetzij het Bestuur, hetzij de entiteiten, hetzij de geaccrediteerde
certificatiedienstverleners, de verlengingsprocedure niet kan worden certificatiedienstverleners, de verlengingsprocedure niet kan worden
afgesloten voor de uiterste geldigheidsdatum van de afgesloten voor de uiterste geldigheidsdatum van de
"BE.SIGN"-accreditatie, stuurt het Bestuur een met redenen omkleed "BE.SIGN"-accreditatie, stuurt het Bestuur een met redenen omkleed
advies tot tijdelijke verlenging van de geldigheidsduur van de advies tot tijdelijke verlenging van de geldigheidsduur van de
accreditatie voor een maximumperiode van zes maanden. De tijdelijke accreditatie voor een maximumperiode van zes maanden. De tijdelijke
verlenging eindigt zodra de normale procedure ten einde is gekomen en verlenging eindigt zodra de normale procedure ten einde is gekomen en
wijzigt de normale kalender van de procedure niet. wijzigt de normale kalender van de procedure niet.
§ 6. Toezicht op de geaccrediteerde certificatiedienstverleners wordt § 6. Toezicht op de geaccrediteerde certificatiedienstverleners wordt
georganiseerd door middel van periodieke audits gepland door de georganiseerd door middel van periodieke audits gepland door de
entiteit. De certificatiedienstverlener informeert het Bestuur over de entiteit. De certificatiedienstverlener informeert het Bestuur over de
planning van de periodieke audits en het resultaat ervan. planning van de periodieke audits en het resultaat ervan.
Bovendien kunnen bijkomende audits nodig zijn : Bovendien kunnen bijkomende audits nodig zijn :
1° voor de controle van correctieve maatregelen vereist door een 1° voor de controle van correctieve maatregelen vereist door een
auditor : auditor :
- bij een toezichtsaudit of - bij een toezichtsaudit of
- bij een controle zoals voorzien in artikel 20 van de wet; - bij een controle zoals voorzien in artikel 20 van de wet;
2° voor de evaluatie van de door de certificatiedienstverlener 2° voor de evaluatie van de door de certificatiedienstverlener
gebruikte systemen of van de elementen van zijn beheer, indien gebruikte systemen of van de elementen van zijn beheer, indien
belangrijke wijzigingen betekend werden zoals voorzien in § 8 van dit belangrijke wijzigingen betekend werden zoals voorzien in § 8 van dit
artikel. artikel.
De bijkomende audits zijn ten laste van de certificatiedienstverlener. De bijkomende audits zijn ten laste van de certificatiedienstverlener.
De bijkomende audits brengen geen wijziging van de normale De bijkomende audits brengen geen wijziging van de normale
toezichtskalender met zich mee. toezichtskalender met zich mee.
§ 7. Alle audits worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van § 7. Alle audits worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van
de aangewezen entiteiten. de aangewezen entiteiten.
De auditkosten zijn ten laste van de certificatiedienstverleners. De auditkosten zijn ten laste van de certificatiedienstverleners.
§ 8. De certificatiedienstverleners zijn verplicht tot mededeling van § 8. De certificatiedienstverleners zijn verplicht tot mededeling van
alle veranderingen in het systeem of het beheer waarvan de aard een alle veranderingen in het systeem of het beheer waarvan de aard een
positieve of negatieve invloed kan hebben op het veiligheids- en positieve of negatieve invloed kan hebben op het veiligheids- en
betrouwbaarheidsniveau dat voortvloeit uit het juiste antwoord op de betrouwbaarheidsniveau dat voortvloeit uit het juiste antwoord op de
eisen vermeld in de bijlagen van de wet. eisen vermeld in de bijlagen van de wet.
§ 9. Een certificatiedienstverlener kan op elk ogenblik vragen om zijn § 9. Een certificatiedienstverlener kan op elk ogenblik vragen om zijn
"BE.SIGN"- accreditatie op te schorten of definitief er van af te "BE.SIGN"- accreditatie op te schorten of definitief er van af te
zien. zien.
§ 10. Wanneer blijkt dat, ten gevolge van toezichtsaudits, de § 10. Wanneer blijkt dat, ten gevolge van toezichtsaudits, de
accreditatievoorwaarden niet meer vervuld zijn, past het Bestuur de accreditatievoorwaarden niet meer vervuld zijn, past het Bestuur de
maatregelen toe zoals bepaald in artikel 20, §§ 3, 4 en 5 van de wet, maatregelen toe zoals bepaald in artikel 20, §§ 3, 4 en 5 van de wet,
en stelt de certificatiedienstverlener in gebreke tot wanneer deze en stelt de certificatiedienstverlener in gebreke tot wanneer deze
opnieuw in overeenstemming met de criteria is. De door het Bestuur opnieuw in overeenstemming met de criteria is. De door het Bestuur
vastgelegde regularisatietermijn bedraagt ten hoogste 3 maanden, vastgelegde regularisatietermijn bedraagt ten hoogste 3 maanden,
tenzij deze verlengd wordt wegens een beroep van de tenzij deze verlengd wordt wegens een beroep van de
certificatiedienstverlener, zoals bepaald in artikel 6, § 4 van dit certificatiedienstverlener, zoals bepaald in artikel 6, § 4 van dit
besluit. besluit.
HOOFDSTUK III. - Het Technisch Comité : HOOFDSTUK III. - Het Technisch Comité :
samenstelling en bevoegdheden samenstelling en bevoegdheden

Art. 5.§ 1. Een Technisch Comité wordt opgericht bij het Ministerie

Art. 5.§ 1. Een Technisch Comité wordt opgericht bij het Ministerie

van Economische Zaken en is samengesteld als volgt : van Economische Zaken en is samengesteld als volgt :
1° een vertegenwoordiger van het Ministerie van Economische Zaken, die 1° een vertegenwoordiger van het Ministerie van Economische Zaken, die
het voorzitterschap ervan waarneemt; het voorzitterschap ervan waarneemt;
2° een vertegenwoordiger van elke bevoegde instantie zoals bedoeld in 2° een vertegenwoordiger van elke bevoegde instantie zoals bedoeld in
artikel 1, 3°; artikel 1, 3°;
Kunnen bovendien vertegenwoordigers voorstellen : Kunnen bovendien vertegenwoordigers voorstellen :
1° de certificatiedienstverleners, met een maximum van drie 1° de certificatiedienstverleners, met een maximum van drie
vertegenwoordigers; vertegenwoordigers;
2° de meest representatieve organisaties van de betrokken 2° de meest representatieve organisaties van de betrokken
ondernemingen, met een maximum van drie vertegenwoordigers; ondernemingen, met een maximum van drie vertegenwoordigers;
3° het geheel van de meest representatieve verbruikersorganisaties, 3° het geheel van de meest representatieve verbruikersorganisaties,
met een maximum van drie vertegenwoordigers. met een maximum van drie vertegenwoordigers.
§ 2. De leden van het Technisch Comité worden aangewezen op basis van § 2. De leden van het Technisch Comité worden aangewezen op basis van
hun technische bevoegdheid inzake accreditatie van hun technische bevoegdheid inzake accreditatie van
certificatiedienstverleners. Ze worden benoemd door de Minister certificatiedienstverleners. Ze worden benoemd door de Minister
bevoegd voor Economische Zaken, op de voordracht van de betrokken bevoegd voor Economische Zaken, op de voordracht van de betrokken
instanties. instanties.
Voor ieder effectief lid kan een plaatsvervanger worden aangewezen. Voor ieder effectief lid kan een plaatsvervanger worden aangewezen.
§ 3. Het permanent secretariaat van het Technisch Comité wordt § 3. Het permanent secretariaat van het Technisch Comité wordt
verzekerd door het Bestuur. verzekerd door het Bestuur.
§ 4. Het Technisch Comité stelt zijn huishoudelijk reglement vast en § 4. Het Technisch Comité stelt zijn huishoudelijk reglement vast en
rapporteert minstens eenmaal per jaar over zijn activiteiten aan de rapporteert minstens eenmaal per jaar over zijn activiteiten aan de
Minister bevoegd voor Economische Zaken. Minister bevoegd voor Economische Zaken.
§ 5. Het Technisch Comité is onder meer belast met : § 5. Het Technisch Comité is onder meer belast met :
1° de uitwerking en de goedkeuring van het referentiedocument voor 1° de uitwerking en de goedkeuring van het referentiedocument voor
accreditatie en de richtlijnen betreffende de accreditatie; accreditatie en de richtlijnen betreffende de accreditatie;
2° de goedkeuring van de lijst van de normatieve documenten van 2° de goedkeuring van de lijst van de normatieve documenten van
toepassing inzake elektronische handtekening, voor de accreditatie van toepassing inzake elektronische handtekening, voor de accreditatie van
de certificatiedienstverleners; de certificatiedienstverleners;
3° de goedkeuring en de controle van de lijst van entiteiten; 3° de goedkeuring en de controle van de lijst van entiteiten;
4° het toezien op het onderzoek van de beroepen en de klachten zoals 4° het toezien op het onderzoek van de beroepen en de klachten zoals
bedoeld in artikel 6, § 1; de leden van het Technisch Comité moeten bedoeld in artikel 6, § 1; de leden van het Technisch Comité moeten
zich onthouden wanneer de instantie die zij vertegenwoordigen of zich onthouden wanneer de instantie die zij vertegenwoordigen of
zijzelf rechtstreeks betrokken zijn bij een klacht of een beroep; zijzelf rechtstreeks betrokken zijn bij een klacht of een beroep;
5° de coördinatie van de geleverde inspanningen met het oog op een 5° de coördinatie van de geleverde inspanningen met het oog op een
internationale erkenning van het "BE.SIGN"-accreditatiesysteem. internationale erkenning van het "BE.SIGN"-accreditatiesysteem.
HOOFDSTUK IV. - Beroepen en klachten HOOFDSTUK IV. - Beroepen en klachten

Art. 6.§ 1. Het Technisch Comité, met uitzondering van de

Art. 6.§ 1. Het Technisch Comité, met uitzondering van de

vertegenwoordigers van de certificatiedienstverleners, treedt op als vertegenwoordigers van de certificatiedienstverleners, treedt op als
een Kamer van Beroep die als opdracht heeft te ontvangen en te een Kamer van Beroep die als opdracht heeft te ontvangen en te
onderzoeken : onderzoeken :
1° elk beroep van een geaccrediteerde certificatiedienstverlener, 1° elk beroep van een geaccrediteerde certificatiedienstverlener,
wanneer het Bestuur overweegt om een "BE.SIGN"-accreditatie in te wanneer het Bestuur overweegt om een "BE.SIGN"-accreditatie in te
trekken; trekken;
2° elk beroep van een niet geaccrediteerde certificatiedienstverlener 2° elk beroep van een niet geaccrediteerde certificatiedienstverlener
die in gebreke werd gesteld tijdens een controle zoals voorzien in die in gebreke werd gesteld tijdens een controle zoals voorzien in
artikel 7 van dit besluit; artikel 7 van dit besluit;
3° elke klacht vanwege een certificatiedienstverlener, een bevoegde 3° elke klacht vanwege een certificatiedienstverlener, een bevoegde
instantie of om het even welke andere betrokken persoon aangaande de instantie of om het even welke andere betrokken persoon aangaande de
uitvoering van de procedures van accreditatie of controle, de uitvoering van de procedures van accreditatie of controle, de
verwijzing naar het statuut van geaccrediteerde verwijzing naar het statuut van geaccrediteerde
certificatiedienstverlener of de werking van een certificatiedienstverlener of de werking van een
certificatiedienstverlener. certificatiedienstverlener.
§ 2. De beroepen en klachten bedoeld in artikel 6, § 1, moeten met § 2. De beroepen en klachten bedoeld in artikel 6, § 1, moeten met
redenen omkleed zijn en per aangetekende brief of elektronisch redenen omkleed zijn en per aangetekende brief of elektronisch
equivalent opgestuurd worden naar de Kamer van Beroep. equivalent opgestuurd worden naar de Kamer van Beroep.
Ieder beroep aangaande een beslissing van het Bestuur moet ingediend Ieder beroep aangaande een beslissing van het Bestuur moet ingediend
worden binnen tien dagen volgend op de notificatie van de beslissing. worden binnen tien dagen volgend op de notificatie van de beslissing.
§ 3. De Kamer van Beroep verhoort de verzoeker of zijn § 3. De Kamer van Beroep verhoort de verzoeker of zijn
vertegenwoordiger en, in voorkomend geval, de leden van een betrokken vertegenwoordiger en, in voorkomend geval, de leden van een betrokken
auditploeg, binnen zestig dagen te rekenen van de dag van ontvangst auditploeg, binnen zestig dagen te rekenen van de dag van ontvangst
van het beroep of van de klacht. van het beroep of van de klacht.
De Kamer van Beroep laat zich alle stukken bezorgen die ze nuttig acht De Kamer van Beroep laat zich alle stukken bezorgen die ze nuttig acht
voor het onderzoek van het dossier. Ze mag het advies van experts voor het onderzoek van het dossier. Ze mag het advies van experts
inwinnen. inwinnen.
De Kamer van Beroep betekent haar advies aan de betrokken partijen, De Kamer van Beroep betekent haar advies aan de betrokken partijen,
bij brief of elektronisch equivalent, binnen tien dagen nadat zij haar bij brief of elektronisch equivalent, binnen tien dagen nadat zij haar
advies gegeven heeft. advies gegeven heeft.
§ 4. In de uitzonderlijke gevallen waarin het advies van de Kamer van § 4. In de uitzonderlijke gevallen waarin het advies van de Kamer van
Beroep niet binnen de door het Bestuur vastgelegde Beroep niet binnen de door het Bestuur vastgelegde
regularisatietermijn, vermeld in artikel 4, § 10, zou kunnen gegeven regularisatietermijn, vermeld in artikel 4, § 10, zou kunnen gegeven
worden, wordt deze termijn redelijkerwijze verlengd door het Bestuur worden, wordt deze termijn redelijkerwijze verlengd door het Bestuur
om de certificatiedienstverlener de mogelijkheid te bieden om de om de certificatiedienstverlener de mogelijkheid te bieden om de
nodige correctieve maatregelen te nemen welke rekening houden met dit nodige correctieve maatregelen te nemen welke rekening houden met dit
advies. advies.
HOOFDSTUK V. - Controle HOOFDSTUK V. - Controle

Art. 7.§ 1. Het Bestuur mag, op elk moment, het initiatief nemen om

Art. 7.§ 1. Het Bestuur mag, op elk moment, het initiatief nemen om

onverwacht een controle uit te voeren bij een onverwacht een controle uit te voeren bij een
certificatiedienstverlener die gekwalificeerde certificaten aflevert. certificatiedienstverlener die gekwalificeerde certificaten aflevert.
§ 2. Het Bestuur mag een beroep doen op de diensten van een of § 2. Het Bestuur mag een beroep doen op de diensten van een of
meerdere experts om zich te laten bijstaan in zijn controleopdracht. meerdere experts om zich te laten bijstaan in zijn controleopdracht.
De aangewezen experts moeten financieel en administratief De aangewezen experts moeten financieel en administratief
onafhankelijk zijn ten opzichte van de certificatiedienstverleners. onafhankelijk zijn ten opzichte van de certificatiedienstverleners.
§ 3. Het Bestuur mag op elk ogenblik aan de § 3. Het Bestuur mag op elk ogenblik aan de
certificatiedienstverleners vragen om hun "verklaring van certificatiedienstverleners vragen om hun "verklaring van
certificatiepraktijk" voor te leggen. certificatiepraktijk" voor te leggen.
De antwoorden moeten binnen een termijn van twintig dagen op het De antwoorden moeten binnen een termijn van twintig dagen op het
Bestuur toekomen. Bestuur toekomen.
§ 4. De uitgaven in verband met de controles zijn ten laste van het § 4. De uitgaven in verband met de controles zijn ten laste van het
Ministerie van Economische Zaken. Ministerie van Economische Zaken.
De hiertoe vereiste budgettaire middelen worden jaarlijks op de De hiertoe vereiste budgettaire middelen worden jaarlijks op de
algemene begroting van de uitgaven ingeschreven. algemene begroting van de uitgaven ingeschreven.

Art. 8.Onze Minister van Economische Zaken is belast met de

Art. 8.Onze Minister van Economische Zaken is belast met de

uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 6 december 2002. Gegeven te Brussel, 6 december 2002.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Economie, De Minister van Economie,
Ch. PICQUE Ch. PICQUE
^