Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beurs-vennootschappen, wat de opmaak van afwikkelingsplannen en groepsafwikkelings-plannen en de beoordeling van de afwikkelbaarheid betreft | Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beurs-vennootschappen, wat de opmaak van afwikkelingsplannen en groepsafwikkelings-plannen en de beoordeling van de afwikkelbaarheid betreft |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN |
5 MAART 2017. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 | 5 MAART 2017. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 |
april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen | april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen |
en beurs-vennootschappen, wat de opmaak van afwikkelingsplannen en | en beurs-vennootschappen, wat de opmaak van afwikkelingsplannen en |
groepsafwikkelings-plannen en de beoordeling van de afwikkelbaarheid | groepsafwikkelings-plannen en de beoordeling van de afwikkelbaarheid |
betreft | betreft |
VERSLAG AAN DE KONING | VERSLAG AAN DE KONING |
Sire, | Sire, |
Het besluit dat wij de eer hebben ter ondertekening aan Uwe Majesteit | Het besluit dat wij de eer hebben ter ondertekening aan Uwe Majesteit |
voor te leggen, voorziet in de uitvoering van de artikelen 227, § 2, | voor te leggen, voorziet in de uitvoering van de artikelen 227, § 2, |
230, derde lid, 441, § 2, 448, § 5 en 581 van de wet van 25 april 2014 | 230, derde lid, 441, § 2, 448, § 5 en 581 van de wet van 25 april 2014 |
op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en | op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en |
beursvennootschappen (hierna: de wet van 25 april 2014). Het betreft | beursvennootschappen (hierna: de wet van 25 april 2014). Het betreft |
bepalingen die betrekking hebben op de opmaak van afwikkelingsplannen | bepalingen die betrekking hebben op de opmaak van afwikkelingsplannen |
en groepsafwikkelings-plannen enerzijds, en de beoordeling van de | en groepsafwikkelings-plannen enerzijds, en de beoordeling van de |
afwikkelbaarheid van instellingen anderzijds. | afwikkelbaarheid van instellingen anderzijds. |
Door uitvoering te geven aan deze artikelen worden tevens een beperkt | Door uitvoering te geven aan deze artikelen worden tevens een beperkt |
aantal bepalingen van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement | aantal bepalingen van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement |
en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een | en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een |
kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en | kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en |
beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van | beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van |
de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, | de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, |
2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de | 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de |
Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het | Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het |
Europees Parlement en de Raad omgezet in het Belgisch recht (hierna: | Europees Parlement en de Raad omgezet in het Belgisch recht (hierna: |
Richtlijn 2014/59/EU). | Richtlijn 2014/59/EU). |
Er werd rekening gehouden met alle opmerkingen van de Raad van State. | Er werd rekening gehouden met alle opmerkingen van de Raad van State. |
ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING | ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING |
Artikel 1 | Artikel 1 |
Overeenkomstig het advies van de Raad van State en artikel 130, | Overeenkomstig het advies van de Raad van State en artikel 130, |
paragraaf 2, van Richtlijn 2014/59/EU, dient te worden verwezen naar | paragraaf 2, van Richtlijn 2014/59/EU, dient te worden verwezen naar |
de omzetting van deze richtlijn, | de omzetting van deze richtlijn, |
Artikel 2 | Artikel 2 |
Dit artikel bevat een definitie van enerzijds de wet van 25 april 2014 | Dit artikel bevat een definitie van enerzijds de wet van 25 april 2014 |
en anderzijds van de instellingen (kredietinstellingen en | en anderzijds van de instellingen (kredietinstellingen en |
beursvennootschappen) die geviseerd worden in het besluit. Voor het | beursvennootschappen) die geviseerd worden in het besluit. Voor het |
overige gelden de definities die gehanteerd worden in de wet van 25 | overige gelden de definities die gehanteerd worden in de wet van 25 |
april 2014. | april 2014. |
Artikel 3 | Artikel 3 |
Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 227, § 2, 1° van de wet van | Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 227, § 2, 1° van de wet van |
25 april 2014 en verzekert de omzetting van artikel 10, lid 7 van | 25 april 2014 en verzekert de omzetting van artikel 10, lid 7 van |
Richtlijn 2014/59/EU. Het schrijft de minimuminhoud voor van de | Richtlijn 2014/59/EU. Het schrijft de minimuminhoud voor van de |
afwikkelingsplannen. Het artikel geldt onverminderd de vereiste inhoud | afwikkelingsplannen. Het artikel geldt onverminderd de vereiste inhoud |
van de afwikkelingsplannen zoals bepaald in de richtsnoeren van de | van de afwikkelingsplannen zoals bepaald in de richtsnoeren van de |
Europese Bankautoriteit in verband met Richtlijn 2014/59/EU, in de | Europese Bankautoriteit in verband met Richtlijn 2014/59/EU, in de |
technische reguleringsnormen die door de Europese Commissie worden | technische reguleringsnormen die door de Europese Commissie worden |
vastgesteld met toepassing van die Richtlijn en in de richtsnoeren en | vastgesteld met toepassing van die Richtlijn en in de richtsnoeren en |
instructies van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad. | instructies van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad. |
Artikel 4 | Artikel 4 |
Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 441, § 2, 1° van de wet van | Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 441, § 2, 1° van de wet van |
25 april 2014 en verzekert de volledige omzetting van artikel 12, lid | 25 april 2014 en verzekert de volledige omzetting van artikel 12, lid |
3 van Richtlijn 2014/59/EU. Aangezien de minimuminhoud van | 3 van Richtlijn 2014/59/EU. Aangezien de minimuminhoud van |
groepsafwikkelingsplannen reeds grotendeels geregeld is in de | groepsafwikkelingsplannen reeds grotendeels geregeld is in de |
artikelen 440 en 441 van de wet van 25 april 2014, voegt dit artikel | artikelen 440 en 441 van de wet van 25 april 2014, voegt dit artikel |
slechts een punt toe ten opzichte van die regeling: het artikel doet | slechts een punt toe ten opzichte van die regeling: het artikel doet |
geen afbreuk aan de vereiste inhoud van een groepsafwikkelingsplan | geen afbreuk aan de vereiste inhoud van een groepsafwikkelingsplan |
zoals bepaald in de richtsnoeren van de Europese Bankautoriteit in | zoals bepaald in de richtsnoeren van de Europese Bankautoriteit in |
verband met Richtlijn 2014/59/EU, in de technische reguleringsnormen | verband met Richtlijn 2014/59/EU, in de technische reguleringsnormen |
die door de Europese Commissie worden vastgesteld met toepassing van | die door de Europese Commissie worden vastgesteld met toepassing van |
die Richtlijn en in de richtsnoeren en instructies van de | die Richtlijn en in de richtsnoeren en instructies van de |
gemeenschappelijke afwikkelingsraad. | gemeenschappelijke afwikkelingsraad. |
Artikel 5 | Artikel 5 |
Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 227, § 2, 2° en aan artikel | Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 227, § 2, 2° en aan artikel |
441, § 2, 2° van de wet van 25 april 2014, en verzekert aldus de | 441, § 2, 2° van de wet van 25 april 2014, en verzekert aldus de |
omzetting van artikel 11, lid 1, tweede alinea van Richtlijn | omzetting van artikel 11, lid 1, tweede alinea van Richtlijn |
2014/59/EU (dat verwijst naar Deel B van de bijlage bij die | 2014/59/EU (dat verwijst naar Deel B van de bijlage bij die |
Richtlijn). | Richtlijn). |
Er wordt in herinnering gebracht dat de afwikkelingsautoriteit | Er wordt in herinnering gebracht dat de afwikkelingsautoriteit |
weliswaar informatie kan opvragen voor het opstellen en bijhouden van | weliswaar informatie kan opvragen voor het opstellen en bijhouden van |
afwikkelingsplannen en groepsafwikkelings-plannen, doch in principe | afwikkelingsplannen en groepsafwikkelings-plannen, doch in principe |
enkel ten aanzien van instellingen naar Belgisch recht of | enkel ten aanzien van instellingen naar Belgisch recht of |
groepsentiteiten naar Belgisch recht. Wanneer de | groepsentiteiten naar Belgisch recht. Wanneer de |
afwikkelingsautoriteit deze bevoegdheid in haar hoedanigheid van | afwikkelingsautoriteit deze bevoegdheid in haar hoedanigheid van |
autoriteit op groepsniveau wenst uit te oefenen ten aanzien van | autoriteit op groepsniveau wenst uit te oefenen ten aanzien van |
groepsentiteiten naar het recht van een andere lidstaat, dient zij | groepsentiteiten naar het recht van een andere lidstaat, dient zij |
daartoe noodzakelijkerwijs beroep te doen op de bevoegde | daartoe noodzakelijkerwijs beroep te doen op de bevoegde |
afwikkelingsautoriteit van die lidstaat. | afwikkelingsautoriteit van die lidstaat. |
Artikel 6 | Artikel 6 |
Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 230, derde lid en aan artikel | Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 230, derde lid en aan artikel |
448, § 5 van de wet van 25 april 2014 en verzekert aldus de omzetting | 448, § 5 van de wet van 25 april 2014 en verzekert aldus de omzetting |
van artikel 15, lid 2 en artikel 16, lid 2 van Richtlijn 2014/59/EU | van artikel 15, lid 2 en artikel 16, lid 2 van Richtlijn 2014/59/EU |
(die verwijzen naar Deel C van de bijlage bij die Richtlijn). Het | (die verwijzen naar Deel C van de bijlage bij die Richtlijn). Het |
bepaalt de elementen die de afwikkelingsautoriteit minstens moet | bepaalt de elementen die de afwikkelingsautoriteit minstens moet |
onderzoeken wanneer zij de afwikkelbaarheid van een instelling of van | onderzoeken wanneer zij de afwikkelbaarheid van een instelling of van |
een groep beoordeelt. | een groep beoordeelt. |
Ik heb de eer te zijn, | Ik heb de eer te zijn, |
Sire, | Sire, |
Van Uwe Majesteit, | Van Uwe Majesteit, |
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, | de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
J. VAN OVERTVELDT | J. VAN OVERTVELDT |
ADVIES 60.602/2 VAN 28 DECEMBER 2016 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING | ADVIES 60.602/2 VAN 28 DECEMBER 2016 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING |
WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "TOT UITVOERING VAN | WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "TOT UITVOERING VAN |
DE WET VAN 25 APRIL 2014 OP HET STATUUT VAN EN HET TOEZICHT OP | DE WET VAN 25 APRIL 2014 OP HET STATUUT VAN EN HET TOEZICHT OP |
KREDIETINSTELLINGEN EN BEURSVENNOOTSCHAPPEN, WAT DE OPMAAK VAN | KREDIETINSTELLINGEN EN BEURSVENNOOTSCHAPPEN, WAT DE OPMAAK VAN |
AFWIKKELINGSPLANNEN EN GROEPSAFWIKKELINGSPLANNEN EN DE BEOORDELING VAN | AFWIKKELINGSPLANNEN EN GROEPSAFWIKKELINGSPLANNEN EN DE BEOORDELING VAN |
DE AFWIKKELBAARHEID BETREFT" | DE AFWIKKELBAARHEID BETREFT" |
Op 5 december 2016 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de | Op 5 december 2016 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de |
Minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude | Minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude |
verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken | verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken |
over een ontwerp van koninklijk besluit "tot uitvoering van de wet van | over een ontwerp van koninklijk besluit "tot uitvoering van de wet van |
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op | 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op |
kredietinstellingen en beursvennootschappen, wat de opmaak van | kredietinstellingen en beursvennootschappen, wat de opmaak van |
afwikkelingsplannen en groepsafwikkelings-plannen en de beoordeling | afwikkelingsplannen en groepsafwikkelings-plannen en de beoordeling |
van de afwikkelbaarheid betreft" . | van de afwikkelbaarheid betreft" . |
Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 28 december 2016 . | Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 28 december 2016 . |
De kamer was samengesteld uit Pierre Liénardy, kamervoorzitter, | De kamer was samengesteld uit Pierre Liénardy, kamervoorzitter, |
Bernard Blero en Wanda Vogel, staatsraden, en Anne-Catherine Van | Bernard Blero en Wanda Vogel, staatsraden, en Anne-Catherine Van |
Geersdaele, griffier. | Geersdaele, griffier. |
Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur . | Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur . |
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het | De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het |
advies is nagezien onder toezicht van Pierre Vandernoot, | advies is nagezien onder toezicht van Pierre Vandernoot, |
kamervoorzitter. | kamervoorzitter. |
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 28 december | Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 28 december |
2016 . | 2016 . |
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, | Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, |
eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, | eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, |
beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de | beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de |
voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van | voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van |
het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te | het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te |
vervullen voorafgaande vormvereisten. | vervullen voorafgaande vormvereisten. |
Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de | Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de |
volgende opmerkingen. | volgende opmerkingen. |
Onderzoek van het ontwerp | Onderzoek van het ontwerp |
1. In het eerste lid van de aanhef behoort vermeld te worden dat de | 1. In het eerste lid van de aanhef behoort vermeld te worden dat de |
artikelen 441, § 2, en 448, § 5, van de wet van 25 april 2014 "op het | artikelen 441, § 2, en 448, § 5, van de wet van 25 april 2014 "op het |
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en | statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en |
beursvennootschappen" daarin ingevoegd zijn bij het koninklijk besluit | beursvennootschappen" daarin ingevoegd zijn bij het koninklijk besluit |
van 26 december 2015, welk besluit zelf bekrachtigd is bij de wet van | van 26 december 2015, welk besluit zelf bekrachtigd is bij de wet van |
27 juni 2016, en dat artikel 581 van dezelfde wet van 25 april 2014 | 27 juni 2016, en dat artikel 581 van dezelfde wet van 25 april 2014 |
daarin ingevoegd is bij de wet van 25 oktober 2016. | daarin ingevoegd is bij de wet van 25 oktober 2016. |
2. Overeenkomstig artikel 10 van het koninklijk besluit van 21 | 2. Overeenkomstig artikel 10 van het koninklijk besluit van 21 |
december 2013 "houdende uitvoering van titel 2, hoofdstuk 2 van de wet | december 2013 "houdende uitvoering van titel 2, hoofdstuk 2 van de wet |
van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake | van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake |
administratieve vereenvoudiging" moet in de aanhef van besluiten | administratieve vereenvoudiging" moet in de aanhef van besluiten |
waarvoor een impactanalyse moet worden uitgevoerd, melding worden | waarvoor een impactanalyse moet worden uitgevoerd, melding worden |
gemaakt "van de uitgevoerde impactanalyse of van een van de in artikel | gemaakt "van de uitgevoerde impactanalyse of van een van de in artikel |
8 van de wet vermelde vrijstellings- of uitzonderingsgronden". | 8 van de wet vermelde vrijstellings- of uitzonderingsgronden". |
In de aanhef moet bijgevolg een nieuw lid ingevoegd worden dat luidt | In de aanhef moet bijgevolg een nieuw lid ingevoegd worden dat luidt |
als volgt: | als volgt: |
"Gelet op de regelgevingsimpactanalyse, uitgevoerd overeenkomstig de | "Gelet op de regelgevingsimpactanalyse, uitgevoerd overeenkomstig de |
artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse | artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse |
bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;". | bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;". |
3. Aangezien het ontwerp strekt tot de gedeeltelijke omzetting van | 3. Aangezien het ontwerp strekt tot de gedeeltelijke omzetting van |
richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei | richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei |
2014 "betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel | 2014 "betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel |
en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen | en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de | en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de |
Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, | Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, |
2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen | 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen |
(EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en | (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en |
de Raad", behoort daarvan melding te worden gemaakt in een nieuw | de Raad", behoort daarvan melding te worden gemaakt in een nieuw |
artikel 1, overeenkomstig artikel 130, lid 2, van die richtlijn. | artikel 1, overeenkomstig artikel 130, lid 2, van die richtlijn. |
Het opschrift van hoofdstuk 1 moet dienovereenkomstig herzien worden | Het opschrift van hoofdstuk 1 moet dienovereenkomstig herzien worden |
(1). | (1). |
4. Wat de Franse tekst betreft, moet de steller erop toezien dat de | 4. Wat de Franse tekst betreft, moet de steller erop toezien dat de |
Franse versie van richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en | Franse versie van richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en |
de Raad van 15 mei 2014 zo getrouw mogelijk omgezet wordt. | de Raad van 15 mei 2014 zo getrouw mogelijk omgezet wordt. |
5. In artikel 1, 2°, van het ontwerp moeten de woorden ", eerste lid" | 5. In artikel 1, 2°, van het ontwerp moeten de woorden ", eerste lid" |
ingevoegd worden na de woorden "artikel 1, § 3". | ingevoegd worden na de woorden "artikel 1, § 3". |
6. Artikel 3, tweede zin, stelt een regel vast die al vervat is in | 6. Artikel 3, tweede zin, stelt een regel vast die al vervat is in |
artikel 440, § 3, eerste lid, van de wet van 25 april 2014. | artikel 440, § 3, eerste lid, van de wet van 25 april 2014. |
Bepalingen die enkel een hogere norm in herinnering brengen door die | Bepalingen die enkel een hogere norm in herinnering brengen door die |
over te nemen of te parafraseren, horen in beginsel echter niet thuis | over te nemen of te parafraseren, horen in beginsel echter niet thuis |
in een uitvoeringsregeling, onder meer omdat daardoor onduidelijkheid | in een uitvoeringsregeling, onder meer omdat daardoor onduidelijkheid |
dreigt te ontstaan omtrent de juridische aard van de overgenomen | dreigt te ontstaan omtrent de juridische aard van de overgenomen |
regels en aldus verkeerdelijk de indruk wordt gewekt dat de | regels en aldus verkeerdelijk de indruk wordt gewekt dat de |
overgenomen regels kunnen worden gewijzigd door de overheid die de | overgenomen regels kunnen worden gewijzigd door de overheid die de |
regels overneemt. | regels overneemt. |
De tweede zin van artikel 3 moet bijgevolg weggelaten worden. | De tweede zin van artikel 3 moet bijgevolg weggelaten worden. |
7. In artikel 4, 8°, van het ontwerp moet het bezittelijk | 7. In artikel 4, 8°, van het ontwerp moet het bezittelijk |
voornaamwoord "haar" telkens vervangen worden door "hun", aangezien | voornaamwoord "haar" telkens vervangen worden door "hun", aangezien |
het begrip rechtspersonen zowel op het begrip "instelling" als op het | het begrip rechtspersonen zowel op het begrip "instelling" als op het |
begrip "groepsinstelling" betrekking heeft. | begrip "groepsinstelling" betrekking heeft. |
Wat de Franse tekst betreft, geldt deze opmerking ook voor de | Wat de Franse tekst betreft, geldt deze opmerking ook voor de |
onderdelen 9° en 19° van hetzelfde artikel. | onderdelen 9° en 19° van hetzelfde artikel. |
8. In de Franse tekst van artikel 4, 13°, moeten de woorden "la | 8. In de Franse tekst van artikel 4, 13°, moeten de woorden "la |
compatibilité de l'information financière" vervangen worden door de | compatibilité de l'information financière" vervangen worden door de |
woorden "la comptabilité et l'information financière". | woorden "la comptabilité et l'information financière". |
De griffier, | De griffier, |
A.-C. Van Geersdaele. | A.-C. Van Geersdaele. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
P. Liénardy. | P. Liénardy. |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Zie in dezelfde zin advies 60.514/2, gegeven op 14 december 2016 | (1) Zie in dezelfde zin advies 60.514/2, gegeven op 14 december 2016 |
over een ontwerp van koninklijk besluit "tot uitvoering van de wet van | over een ontwerp van koninklijk besluit "tot uitvoering van de wet van |
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op | 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op |
kredietinstellingen en beursvennootschappen, wat de uitzonderlijke | kredietinstellingen en beursvennootschappen, wat de uitzonderlijke |
overheidssteun en de afwikkelingsinstrumenten betreft". | overheidssteun en de afwikkelingsinstrumenten betreft". |
5 MAART 2017. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 | 5 MAART 2017. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 25 |
april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen | april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen |
en beurs-vennootschappen, wat de opmaak van afwikkelingsplannen en | en beurs-vennootschappen, wat de opmaak van afwikkelingsplannen en |
groepsafwikkelings-plannen en de beoordeling van de afwikkelbaarheid | groepsafwikkelings-plannen en de beoordeling van de afwikkelbaarheid |
betreft | betreft |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht | Gelet op de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht |
op kredietinstellingen en beursvennootschappen, de artikelen 227, § 2 | op kredietinstellingen en beursvennootschappen, de artikelen 227, § 2 |
en 230, derde lid; | en 230, derde lid; |
Gelet op de artikelen 441, § 2 en 448, § 5 van dezelfde wet, ingevoegd | Gelet op de artikelen 441, § 2 en 448, § 5 van dezelfde wet, ingevoegd |
bij koninklijk besluit van 26 december 2015, en bevestigd bij de wet | bij koninklijk besluit van 26 december 2015, en bevestigd bij de wet |
van 27 juni 2016; | van 27 juni 2016; |
Gelet op artikel 581 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 | Gelet op artikel 581 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 |
oktober 2016, | oktober 2016, |
Gelet op het advies het Afwikkelingscollege van de Nationale Bank van | Gelet op het advies het Afwikkelingscollege van de Nationale Bank van |
België, gegeven op 23 juni 2016; | België, gegeven op 23 juni 2016; |
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 19 | Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 19 |
oktober 2016; | oktober 2016; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op |
17 november 2016; | 17 november 2016; |
Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd | Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd |
overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 | overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 |
houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging; | houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging; |
Gelet op advies 60.602/2. van de Raad van State, gegeven op 28 | Gelet op advies 60.602/2. van de Raad van State, gegeven op 28 |
december 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van | december 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van |
de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Financiën en op het advies van de | Op de voordracht van de Minister van Financiën en op het advies van de |
in Raad vergaderde ministers, | in Raad vergaderde ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities | HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities |
Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van |
Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van |
Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement et de Raad van 15 mei | Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement et de Raad van 15 mei |
2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en | 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en |
de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en | de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en |
tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen | tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen |
2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, | 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, |
2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. | 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. |
1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad. | 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad. |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: |
1° de wet: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht | 1° de wet: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht |
op kredietinstellingen en beursvennootschappen; | op kredietinstellingen en beursvennootschappen; |
2° instelling: een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, § 3, eerste | 2° instelling: een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, § 3, eerste |
lid van de wet of een beursvennootschap bedoeld in artikel 499, § 2 | lid van de wet of een beursvennootschap bedoeld in artikel 499, § 2 |
van de wet. | van de wet. |
HOOFDSTUK 2. - Opmaak van afwikkelingsplannen en | HOOFDSTUK 2. - Opmaak van afwikkelingsplannen en |
groepsafwikkelingsplannen | groepsafwikkelingsplannen |
Art. 3.Onverminderd de vereiste inhoud van een afwikkelingsplan zoals |
Art. 3.Onverminderd de vereiste inhoud van een afwikkelingsplan zoals |
bepaald in de richtsnoeren van de Europese Bankautoriteit in verband | bepaald in de richtsnoeren van de Europese Bankautoriteit in verband |
met Richtlijn 2014/59/EU, in de technische reguleringsnormen die door | met Richtlijn 2014/59/EU, in de technische reguleringsnormen die door |
de Europese Commissie worden vastgesteld met toepassing van die | de Europese Commissie worden vastgesteld met toepassing van die |
Richtlijn en in de richtsnoeren en instructies van de | Richtlijn en in de richtsnoeren en instructies van de |
gemeenschappelijke afwikkelingsraad, bevat het afwikkelingsplan | gemeenschappelijke afwikkelingsraad, bevat het afwikkelingsplan |
minstens het volgende, in kwantiteiten uitgedrukt indien zulks passend | minstens het volgende, in kwantiteiten uitgedrukt indien zulks passend |
en mogelijk is: | en mogelijk is: |
1° een samenvatting van de belangrijkste elementen van het plan; | 1° een samenvatting van de belangrijkste elementen van het plan; |
2° een samenvatting van de wezenlijke veranderingen in de instelling | 2° een samenvatting van de wezenlijke veranderingen in de instelling |
welke zich sinds de indiening van de laatste afwikkelingsinformatie | welke zich sinds de indiening van de laatste afwikkelingsinformatie |
hebben voorgedaan; | hebben voorgedaan; |
3° een demonstratie van de wijze waarop de kritieke functies en | 3° een demonstratie van de wijze waarop de kritieke functies en |
kernbedrijfsonderdelen juridisch en economisch voldoende van de | kernbedrijfsonderdelen juridisch en economisch voldoende van de |
overige functies kunnen worden gescheiden om bij falen van de | overige functies kunnen worden gescheiden om bij falen van de |
instelling de continuïteit te waarborgen; | instelling de continuïteit te waarborgen; |
4° een schatting van het tijdsbestek voor de uitvoering van elk | 4° een schatting van het tijdsbestek voor de uitvoering van elk |
materieel aspect van het plan; | materieel aspect van het plan; |
5° een gedetailleerde beschrijving van de overeenkomstig artikel 230 | 5° een gedetailleerde beschrijving van de overeenkomstig artikel 230 |
van de wet uitgevoerde beoordeling van de afwikkelbaarheid; | van de wet uitgevoerde beoordeling van de afwikkelbaarheid; |
6° een beschrijving van de eventueel op grond van artikel 232 van de | 6° een beschrijving van de eventueel op grond van artikel 232 van de |
wet vereiste maatregelen voor het aanpakken of wegnemen van | wet vereiste maatregelen voor het aanpakken of wegnemen van |
belemmeringen voor de afwikkelbaarheid die als gevolg van de | belemmeringen voor de afwikkelbaarheid die als gevolg van de |
overeenkomstig artikel 230 van de wet uitgevoerde beoordeling zijn | overeenkomstig artikel 230 van de wet uitgevoerde beoordeling zijn |
vastgesteld; | vastgesteld; |
7° een beschrijving van de procedures voor het bepalen van de waarde | 7° een beschrijving van de procedures voor het bepalen van de waarde |
en verkoopbaarheid van de kritieke functies, kernbedrijfsonderdelen en | en verkoopbaarheid van de kritieke functies, kernbedrijfsonderdelen en |
activa van de kredietinstelling; | activa van de kredietinstelling; |
8° een gedetailleerde beschrijving van de regelingen die ervoor moeten | 8° een gedetailleerde beschrijving van de regelingen die ervoor moeten |
zorgen dat de op grond van artikel 5 vereiste informatie actueel is en | zorgen dat de op grond van artikel 5 vereiste informatie actueel is en |
te allen tijde voor de afwikkelingsautoriteiten beschikbaar is; | te allen tijde voor de afwikkelingsautoriteiten beschikbaar is; |
9° een toelichting door de afwikkelingsautoriteit van de wijze waarop | 9° een toelichting door de afwikkelingsautoriteit van de wijze waarop |
de afwikkelingsmogelijkheden kunnen worden gefinancierd zonder dat van | de afwikkelingsmogelijkheden kunnen worden gefinancierd zonder dat van |
het volgende wordt uitgegaan: | het volgende wordt uitgegaan: |
i) iedere buitengewone openbare financiële steun, afgezien van de | i) iedere buitengewone openbare financiële steun, afgezien van de |
interventies van de financieringsregelingen voor de afwikkeling; | interventies van de financieringsregelingen voor de afwikkeling; |
ii) iedere noodliquiditeitssteun van een centrale bank; of | ii) iedere noodliquiditeitssteun van een centrale bank; of |
iii) iedere liquiditeitssteun van een centrale bank onder | iii) iedere liquiditeitssteun van een centrale bank onder |
niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd en | niet-standaardvoorwaarden inzake zekerheidstelling, looptijd en |
rentevoet; | rentevoet; |
10° een gedetailleerde beschrijving van de verschillende | 10° een gedetailleerde beschrijving van de verschillende |
afwikkelingsstrategieën die binnen de verschillende mogelijke | afwikkelingsstrategieën die binnen de verschillende mogelijke |
scenario's kunnen worden toegepast en de betreffende tijdsbestekken; | scenario's kunnen worden toegepast en de betreffende tijdsbestekken; |
11° een beschrijving van kritieke onderlinge afhankelijkheden; | 11° een beschrijving van kritieke onderlinge afhankelijkheden; |
12° een beschrijving van de mogelijkheden voor het vrijwaren van de | 12° een beschrijving van de mogelijkheden voor het vrijwaren van de |
toegang tot betalingen en clearingdiensten en andere infrastructuren | toegang tot betalingen en clearingdiensten en andere infrastructuren |
en een beoordeling van de overdraagbaarheid van de posities van | en een beoordeling van de overdraagbaarheid van de posities van |
cliënten; | cliënten; |
13° een analyse van de gevolgen van het plan voor de werknemers van de | 13° een analyse van de gevolgen van het plan voor de werknemers van de |
instelling, met een beoordeling van eventueel daarmee gepaard gaande | instelling, met een beoordeling van eventueel daarmee gepaard gaande |
kosten, en een beschrijving van de beoogde procedures om de werknemers | kosten, en een beschrijving van de beoogde procedures om de werknemers |
te raadplegen tijdens het afwikkelingsproces, waarbij, in voorkomend | te raadplegen tijdens het afwikkelingsproces, waarbij, in voorkomend |
geval, rekening wordt gehouden met nationale stelsels voor een dialoog | geval, rekening wordt gehouden met nationale stelsels voor een dialoog |
met de sociale partners; | met de sociale partners; |
14° een plan om met de media en het publiek te communiceren; | 14° een plan om met de media en het publiek te communiceren; |
15° het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende | 15° het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende |
passiva krachtens artikel 267/3 van de wet en een termijn voor het | passiva krachtens artikel 267/3 van de wet en een termijn voor het |
bereiken van dat niveau, in voorkomend geval; | bereiken van dat niveau, in voorkomend geval; |
16° in voorkomend geval, het minimumvereiste voor eigen vermogen en | 16° in voorkomend geval, het minimumvereiste voor eigen vermogen en |
contractuele instrumenten van de inbreng van de particuliere sector | contractuele instrumenten van de inbreng van de particuliere sector |
krachtens artikel 267/3 van de wet en een termijn voor het bereiken | krachtens artikel 267/3 van de wet en een termijn voor het bereiken |
van dat niveau; | van dat niveau; |
17° een beschrijving van essentiële verrichtingen en systemen om de | 17° een beschrijving van essentiële verrichtingen en systemen om de |
continue werking van de bedrijfsprocessen van de instelling te | continue werking van de bedrijfsprocessen van de instelling te |
waarborgen; | waarborgen; |
18° indien van toepassing, eventuele adviezen van de instelling | 18° indien van toepassing, eventuele adviezen van de instelling |
betreffende het afwikkelingsplan. | betreffende het afwikkelingsplan. |
Art. 4.Het groepsafwikkelingsplan wordt opgesteld overeenkomstig de |
Art. 4.Het groepsafwikkelingsplan wordt opgesteld overeenkomstig de |
artikelen 440 en 441 van de wet, onverminderd de vereiste inhoud van | artikelen 440 en 441 van de wet, onverminderd de vereiste inhoud van |
een groepsafwikkelingsplan zoals bepaald in de richtsnoeren van de | een groepsafwikkelingsplan zoals bepaald in de richtsnoeren van de |
Europese Bankautoriteit in verband met Richtlijn 2014/59/EU, in de | Europese Bankautoriteit in verband met Richtlijn 2014/59/EU, in de |
technische reguleringsnormen die door de Europese Commissie worden | technische reguleringsnormen die door de Europese Commissie worden |
vastgesteld met toepassing van die Richtlijn en in de richtsnoeren en | vastgesteld met toepassing van die Richtlijn en in de richtsnoeren en |
instructies van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad. | instructies van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad. |
Art. 5.De afwikkelingsautoriteit kan de instellingen naar Belgisch |
Art. 5.De afwikkelingsautoriteit kan de instellingen naar Belgisch |
recht of de Belgische EER-moederondernemingen verplichten de volgende | recht of de Belgische EER-moederondernemingen verplichten de volgende |
informatie mee te delen voor het opstellen en bijhouden van | informatie mee te delen voor het opstellen en bijhouden van |
afwikkelingsplannen of groepsafwikkelingsplannen: | afwikkelingsplannen of groepsafwikkelingsplannen: |
1° de gedetailleerde beschrijving van de organisatiestructuur van de | 1° de gedetailleerde beschrijving van de organisatiestructuur van de |
instelling of de groepsentiteiten, waaronder een lijst van alle | instelling of de groepsentiteiten, waaronder een lijst van alle |
rechtspersonen; | rechtspersonen; |
2° de identificatie van de rechtstreekse houder en het percentage van | 2° de identificatie van de rechtstreekse houder en het percentage van |
stemrechten en niet-stemrechten van elke rechtspersoon; | stemrechten en niet-stemrechten van elke rechtspersoon; |
3° de locatie, het oprichtingsrechtsgebied, de licenties en het | 3° de locatie, het oprichtingsrechtsgebied, de licenties en het |
voornaamste management van elke rechtspersoon; | voornaamste management van elke rechtspersoon; |
4° het overzicht van de kritieke bedrijfsactiviteiten en | 4° het overzicht van de kritieke bedrijfsactiviteiten en |
kernbedrijfsonderdelen van de instelling of de groepsentiteiten, met | kernbedrijfsonderdelen van de instelling of de groepsentiteiten, met |
inbegrip van de materiële activa en passiva die met deze activiteiten | inbegrip van de materiële activa en passiva die met deze activiteiten |
en bedrijfsonderdelen verband houden, onder vermelding van de | en bedrijfsonderdelen verband houden, onder vermelding van de |
rechtspersonen; | rechtspersonen; |
5° de gedetailleerde beschrijving van de samenstelling van de passiva | 5° de gedetailleerde beschrijving van de samenstelling van de passiva |
van de instelling of de groepsentiteiten en van de passiva van al haar | van de instelling of de groepsentiteiten en van de passiva van al haar |
rechtspersonen, waarbij minimaal onderscheid wordt gemaakt tussen de | rechtspersonen, waarbij minimaal onderscheid wordt gemaakt tussen de |
categorieën en bedragen van de kort- en langlopende schulden en van de | categorieën en bedragen van de kort- en langlopende schulden en van de |
gedekte, ongedekte en achtergestelde verplichtingen; | gedekte, ongedekte en achtergestelde verplichtingen; |
6° de details van de in aanmerking komende passiva van de instelling | 6° de details van de in aanmerking komende passiva van de instelling |
of de groepsentiteiten; | of de groepsentiteiten; |
7° de procedures die nodig zijn om te bepalen aan wie de instelling of | 7° de procedures die nodig zijn om te bepalen aan wie de instelling of |
de groepsentiteiten een zekerheid hebben verschaft, wie deze zekerheid | de groepsentiteiten een zekerheid hebben verschaft, wie deze zekerheid |
aanhoudt en in welk rechtsgebied deze zekerheid zich bevindt; | aanhoudt en in welk rechtsgebied deze zekerheid zich bevindt; |
8° de beschrijving van de risicoposities buiten de balanstelling van | 8° de beschrijving van de risicoposities buiten de balanstelling van |
de instelling of de groepsentiteiten en hun rechtspersonen, waaronder | de instelling of de groepsentiteiten en hun rechtspersonen, waaronder |
een overzicht van de kritieke bedrijfsactiviteiten en | een overzicht van de kritieke bedrijfsactiviteiten en |
kernbedrijfsonderdelen; | kernbedrijfsonderdelen; |
9° de materiële hedges van de instelling of de groepsentiteiten, | 9° de materiële hedges van de instelling of de groepsentiteiten, |
waaronder een uitsplitsing naar hun rechtspersonen; | waaronder een uitsplitsing naar hun rechtspersonen; |
10° de identificatie van de belangrijkste of meest kritieke | 10° de identificatie van de belangrijkste of meest kritieke |
tegenpartijen van de instelling of de groepsentiteiten en een analyse | tegenpartijen van de instelling of de groepsentiteiten en een analyse |
van het effect van het falen van de belangrijkste tegenpartijen op de | van het effect van het falen van de belangrijkste tegenpartijen op de |
financiële positie van de instelling of de groepsentiteiten; | financiële positie van de instelling of de groepsentiteiten; |
11° elk systeem waarin de instelling of de groepsentiteiten voor een | 11° elk systeem waarin de instelling of de groepsentiteiten voor een |
wezenlijk aantal of een wezenlijke waarde aan transacties uitvoeren, | wezenlijk aantal of een wezenlijke waarde aan transacties uitvoeren, |
met inbegrip van een uitsplitsing naar de rechtspersonen van de | met inbegrip van een uitsplitsing naar de rechtspersonen van de |
instelling of de groepsentiteiten en de kritieke bedrijfsactiviteiten | instelling of de groepsentiteiten en de kritieke bedrijfsactiviteiten |
en kernbedrijfsonderdelen; | en kernbedrijfsonderdelen; |
12° elk betalings-, clearings- of afwikkelingssysteem waaraan de | 12° elk betalings-, clearings- of afwikkelingssysteem waaraan de |
instelling of de groepsentiteiten direct of indirect deelnemen, met | instelling of de groepsentiteiten direct of indirect deelnemen, met |
inbegrip van een uitsplitsing naar de rechtspersonen van de instelling | inbegrip van een uitsplitsing naar de rechtspersonen van de instelling |
of de groepsentiteiten en de kritieke bedrijfsactiviteiten en | of de groepsentiteiten en de kritieke bedrijfsactiviteiten en |
kernbedrijfsonderdelen; | kernbedrijfsonderdelen; |
13° de gedetailleerde inventarisatie en beschrijving van de essentiële | 13° de gedetailleerde inventarisatie en beschrijving van de essentiële |
managementinformatiesystemen, zoals onder meer die voor | managementinformatiesystemen, zoals onder meer die voor |
risicomanagement, boekhouding en financiële en toezichtrapportage, die | risicomanagement, boekhouding en financiële en toezichtrapportage, die |
door de instelling of de groepsentiteiten worden gebruikt, met | door de instelling of de groepsentiteiten worden gebruikt, met |
inbegrip van een uitsplitsing naar de rechtspersonen van de instelling | inbegrip van een uitsplitsing naar de rechtspersonen van de instelling |
en de groepsentiteiten en de kritieke bedrijfsactiviteiten en | en de groepsentiteiten en de kritieke bedrijfsactiviteiten en |
kernbedrijfsonderdelen; | kernbedrijfsonderdelen; |
14° de identificatie van de eigenaars van de in punt 13 bedoelde | 14° de identificatie van de eigenaars van de in punt 13 bedoelde |
systemen, de overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau met | systemen, de overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau met |
betrekking daartoe en eventuele software en systemen of licenties, met | betrekking daartoe en eventuele software en systemen of licenties, met |
inbegrip van een uitsplitsing naar hun rechtspersonen en de kritieke | inbegrip van een uitsplitsing naar hun rechtspersonen en de kritieke |
bedrijfsactiviteiten en kernbedrijfsonderdelen; | bedrijfsactiviteiten en kernbedrijfsonderdelen; |
15° de identificatie en overzicht van de rechtspersonen en de | 15° de identificatie en overzicht van de rechtspersonen en de |
onderlinge verbanden en afhankelijkheden tussen de verschillende | onderlinge verbanden en afhankelijkheden tussen de verschillende |
rechtspersonen, zoals: | rechtspersonen, zoals: |
- de gemeenschappelijke of gedeelde medewerkers, faciliteiten en | - de gemeenschappelijke of gedeelde medewerkers, faciliteiten en |
systemen; | systemen; |
- de regelingen voor kapitaal, financiering of liquiditeit; | - de regelingen voor kapitaal, financiering of liquiditeit; |
- de bestaande of voorwaardelijke kredietrisico's; | - de bestaande of voorwaardelijke kredietrisico's; |
- de kruiselingse garantieovereenkomsten, kruiselingse | - de kruiselingse garantieovereenkomsten, kruiselingse |
zekerheidsregelingen, kruiselingse wanbetalingsvoorzieningen en | zekerheidsregelingen, kruiselingse wanbetalingsvoorzieningen en |
kruiselingse salderingsregelingen tussen verbonden entiteiten; | kruiselingse salderingsregelingen tussen verbonden entiteiten; |
- de risico-overdrachten en back-to-backhandels-regelingen; | - de risico-overdrachten en back-to-backhandels-regelingen; |
- de overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau. | - de overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau. |
16° de identificatie van de bevoegde autoriteit en de | 16° de identificatie van de bevoegde autoriteit en de |
afwikkelingsautoriteit van elke rechtspersoon; | afwikkelingsautoriteit van elke rechtspersoon; |
17° de identificatie van het lid van het leidinggevend orgaan van de | 17° de identificatie van het lid van het leidinggevend orgaan van de |
instelling of van de Belgische EER-moederonderneming dat | instelling of van de Belgische EER-moederonderneming dat |
verantwoordelijk is voor het verstrekken van de informatie die nodig | verantwoordelijk is voor het verstrekken van de informatie die nodig |
is voor het opstellen van het afwikkelingsplan of het | is voor het opstellen van het afwikkelingsplan of het |
groepsafwikkelingsplan en, indien dit andere personen zijn, de | groepsafwikkelingsplan en, indien dit andere personen zijn, de |
personen die verantwoordelijk zijn voor de verschillende | personen die verantwoordelijk zijn voor de verschillende |
rechtspersonen, kritieke bedrijfsactiviteiten en | rechtspersonen, kritieke bedrijfsactiviteiten en |
kernbedrijfsonderdelen; | kernbedrijfsonderdelen; |
18° de beschrijving van de regelingen die de instelling of de | 18° de beschrijving van de regelingen die de instelling of de |
groepsentiteiten hebben ingevoerd om ervoor te zorgen dat de | groepsentiteiten hebben ingevoerd om ervoor te zorgen dat de |
afwikkelingsautoriteit in geval van een afwikkeling alle benodigde | afwikkelingsautoriteit in geval van een afwikkeling alle benodigde |
informatie, zoals door de afwikkelingsautoriteit is bepaald, voor de | informatie, zoals door de afwikkelingsautoriteit is bepaald, voor de |
toepassing van de afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden bezit; | toepassing van de afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden bezit; |
19° alle overeenkomsten die de instelling of de groepsentiteiten en | 19° alle overeenkomsten die de instelling of de groepsentiteiten en |
hun rechtspersonen met derden zijn aangegaan en die kunnen worden | hun rechtspersonen met derden zijn aangegaan en die kunnen worden |
beëindigd als de autoriteiten besluiten een afwikkelingsinstrument toe | beëindigd als de autoriteiten besluiten een afwikkelingsinstrument toe |
te passen, en of de gevolgen van de beëindiging van invloed kunnen | te passen, en of de gevolgen van de beëindiging van invloed kunnen |
zijn op de toepassing van het afwikkelingsinstrument; | zijn op de toepassing van het afwikkelingsinstrument; |
20° een beschrijving van mogelijke liquiditeitsbronnen voor de | 20° een beschrijving van mogelijke liquiditeitsbronnen voor de |
ondersteuning van de afwikkeling; | ondersteuning van de afwikkeling; |
21° informatie over bezwaring van activa, liquide activa, activiteiten | 21° informatie over bezwaring van activa, liquide activa, activiteiten |
buiten de balanstelling, hedgingstrategieën en boekingspraktijken. | buiten de balanstelling, hedgingstrategieën en boekingspraktijken. |
22° de informatie bedoeld in de richtsnoeren die worden bepaald door | 22° de informatie bedoeld in de richtsnoeren die worden bepaald door |
de Europese Bankautoriteit in verband met Richtlijn 2014/59/EU, in de | de Europese Bankautoriteit in verband met Richtlijn 2014/59/EU, in de |
technische reguleringsnormen die door de Europese Commissie worden | technische reguleringsnormen die door de Europese Commissie worden |
vastgesteld met toepassing van die Richtlijn en in de richtsnoeren en | vastgesteld met toepassing van die Richtlijn en in de richtsnoeren en |
instructies van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad; | instructies van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad; |
23° alle andere informatie die de afwikkelingsautoriteit nodig acht | 23° alle andere informatie die de afwikkelingsautoriteit nodig acht |
voor het opmaken en bijhouden van afwikkelingsplannen of | voor het opmaken en bijhouden van afwikkelingsplannen of |
groepsafwikkelingsplannen. | groepsafwikkelingsplannen. |
HOOFDSTUK 3. - Beoordeling van de afwikkelbaarheid | HOOFDSTUK 3. - Beoordeling van de afwikkelbaarheid |
Art. 6.§ 1. Bij het beoordelen van de afwikkelbaarheid van een |
Art. 6.§ 1. Bij het beoordelen van de afwikkelbaarheid van een |
instelling op grond van artikel 230 of van een groep op grond van | instelling op grond van artikel 230 of van een groep op grond van |
artikel 448 van de wet, onderzoekt de afwikkelingsautoriteit minstens | artikel 448 van de wet, onderzoekt de afwikkelingsautoriteit minstens |
de volgende elementen: | de volgende elementen: |
1° de mate waarin de instelling in staat is om de | 1° de mate waarin de instelling in staat is om de |
kernbedrijfsonderdelen en kritieke bedrijfsactiviteiten uit te | kernbedrijfsonderdelen en kritieke bedrijfsactiviteiten uit te |
splitsen naar de rechtspersonen; | splitsen naar de rechtspersonen; |
2° de mate waarin de juridische en bedrijfsstructuren met de | 2° de mate waarin de juridische en bedrijfsstructuren met de |
kernbedrijfsonderdelen en kritieke bedrijfsactiviteiten | kernbedrijfsonderdelen en kritieke bedrijfsactiviteiten |
overeenstemmen; | overeenstemmen; |
3° de mate waarin regelingen zijn ingesteld om te zorgen voor | 3° de mate waarin regelingen zijn ingesteld om te zorgen voor |
essentieel personeel, infrastructuur, financiering, liquiditeit en | essentieel personeel, infrastructuur, financiering, liquiditeit en |
kapitaal voor het ondersteunen en onderhouden van de | kapitaal voor het ondersteunen en onderhouden van de |
kernbedrijfsonderdelen en kritieke bedrijfsactiviteiten; | kernbedrijfsonderdelen en kritieke bedrijfsactiviteiten; |
4° de mate waarin de dienstverleningsovereenkomsten van de instelling | 4° de mate waarin de dienstverleningsovereenkomsten van de instelling |
volledig afdwingbaar zijn in geval van de afwikkeling van de | volledig afdwingbaar zijn in geval van de afwikkeling van de |
instelling; | instelling; |
5° de mate waarin de governancestructuur van de instelling berekend is | 5° de mate waarin de governancestructuur van de instelling berekend is |
op het beheren en garanderen van de naleving van het interne beleid | op het beheren en garanderen van de naleving van het interne beleid |
van de instelling met betrekking tot de overeenkomsten inzake | van de instelling met betrekking tot de overeenkomsten inzake |
dienstverleningsniveau; | dienstverleningsniveau; |
6° de mate waarin de instelling een procedure heeft voor de overdracht | 6° de mate waarin de instelling een procedure heeft voor de overdracht |
van de in het kader van de overeenkomsten inzake | van de in het kader van de overeenkomsten inzake |
dienstverleningsniveau verleende diensten aan derden in het geval van | dienstverleningsniveau verleende diensten aan derden in het geval van |
de afsplitsing van kritieke functies of kernbedrijfsonderdelen; | de afsplitsing van kritieke functies of kernbedrijfsonderdelen; |
7° de mate waarin er in noodplannen en maatregelen is voorzien om de | 7° de mate waarin er in noodplannen en maatregelen is voorzien om de |
continuïteit van de toegang tot betalings- en afwikkelingssystemen te | continuïteit van de toegang tot betalings- en afwikkelingssystemen te |
waarborgen; | waarborgen; |
8° de mate waarin de managementinformatiesystemen ervoor kunnen zorgen | 8° de mate waarin de managementinformatiesystemen ervoor kunnen zorgen |
dat de afwikkelingsautoriteiten correcte en volledige informatie | dat de afwikkelingsautoriteiten correcte en volledige informatie |
kunnen verzamelen over de kernbedrijfsonderdelen en kritieke | kunnen verzamelen over de kernbedrijfsonderdelen en kritieke |
bedrijfsactiviteiten om een snelle besluitvorming te bevorderen; | bedrijfsactiviteiten om een snelle besluitvorming te bevorderen; |
9° de mate waarin de managementinformatiesystemen te allen tijde de | 9° de mate waarin de managementinformatiesystemen te allen tijde de |
informatie kunnen leveren die essentieel is voor de doeltreffende | informatie kunnen leveren die essentieel is voor de doeltreffende |
afwikkeling van de instelling, ook in snel veranderende | afwikkeling van de instelling, ook in snel veranderende |
omstandigheden; | omstandigheden; |
10° de mate waarin de instelling de managementinformatiesystemen in de | 10° de mate waarin de instelling de managementinformatiesystemen in de |
door de afwikkelingsautoriteit vastgestelde stressscenario's heeft | door de afwikkelingsautoriteit vastgestelde stressscenario's heeft |
getest; | getest; |
11° de mate waarin de instelling de continuïteit van de | 11° de mate waarin de instelling de continuïteit van de |
managementinformatiesystemen kan waarborgen, zowel voor de getroffen | managementinformatiesystemen kan waarborgen, zowel voor de getroffen |
instelling als voor de nieuwe instelling ingeval de kritieke | instelling als voor de nieuwe instelling ingeval de kritieke |
bedrijfsactiviteiten en kernbedrijfsonderdelen van de rest van de | bedrijfsactiviteiten en kernbedrijfsonderdelen van de rest van de |
bedrijfsactiviteiten en -onderdelen worden afgesplitst; | bedrijfsactiviteiten en -onderdelen worden afgesplitst; |
12° de mate waarin de instelling adequate procedures heeft ingesteld | 12° de mate waarin de instelling adequate procedures heeft ingesteld |
om ervoor te zorgen dat de informatie die voor het identificeren van | om ervoor te zorgen dat de informatie die voor het identificeren van |
de deposanten en voor het bepalen van de door de | de deposanten en voor het bepalen van de door de |
depositogarantiestelsels gedekte bedragen is vereist, aan de | depositogarantiestelsels gedekte bedragen is vereist, aan de |
afwikkelingsautoriteiten wordt verstrekt; | afwikkelingsautoriteiten wordt verstrekt; |
13° indien de groep gebruik maakt van garanties binnen de groep, de | 13° indien de groep gebruik maakt van garanties binnen de groep, de |
mate waarin die garanties tegen marktvoorwaarden worden verstrekt en | mate waarin die garanties tegen marktvoorwaarden worden verstrekt en |
de soliditeit van de risicomanagementsystemen met betrekking tot die | de soliditeit van de risicomanagementsystemen met betrekking tot die |
garanties; | garanties; |
14° indien de groep back-to-backtransacties sluit, de mate waarin die | 14° indien de groep back-to-backtransacties sluit, de mate waarin die |
transacties tegen marktvoorwaarden worden uitgevoerd en de soliditeit | transacties tegen marktvoorwaarden worden uitgevoerd en de soliditeit |
van de risicomanagementsystemen met betrekking tot die transacties; | van de risicomanagementsystemen met betrekking tot die transacties; |
15° de mate waarin het gebruik van garanties binnen de groep of | 15° de mate waarin het gebruik van garanties binnen de groep of |
back-to-backboekingstransacties de kans op besmetting van de gehele | back-to-backboekingstransacties de kans op besmetting van de gehele |
groep vergroot; | groep vergroot; |
16° de mate waarin de juridische structuur van de groep de toepassing | 16° de mate waarin de juridische structuur van de groep de toepassing |
van de afwikkelingsinstrumenten verhindert als gevolg van het aantal | van de afwikkelingsinstrumenten verhindert als gevolg van het aantal |
rechtspersonen, de complexiteit van de groepsstructuur of de | rechtspersonen, de complexiteit van de groepsstructuur of de |
moeilijkheid om bedrijfsonderdelen met groepsentiteiten in | moeilijkheid om bedrijfsonderdelen met groepsentiteiten in |
overeenstemming te brengen; | overeenstemming te brengen; |
17° het bedrag en het type van de in aanmerking komende passiva van de | 17° het bedrag en het type van de in aanmerking komende passiva van de |
instelling; | instelling; |
18° indien de beoordeling betrekking heeft op een gemengde holding, de | 18° indien de beoordeling betrekking heeft op een gemengde holding, de |
mate waarin de afwikkeling van groepsentiteiten die instellingen of | mate waarin de afwikkeling van groepsentiteiten die instellingen of |
financiële instellingen zijn, een negatieve invloed op het | financiële instellingen zijn, een negatieve invloed op het |
niet-financiële deel van de groep kan hebben; | niet-financiële deel van de groep kan hebben; |
19° het bestaan en de deugdelijkheid van overeenkomsten inzake | 19° het bestaan en de deugdelijkheid van overeenkomsten inzake |
dienstverleningsniveau; | dienstverleningsniveau; |
20° de mate waarin de autoriteiten van derde landen over de nodige | 20° de mate waarin de autoriteiten van derde landen over de nodige |
afwikkelingsinstrumenten beschikken om afwikkelingsmaatregelen van | afwikkelingsinstrumenten beschikken om afwikkelingsmaatregelen van |
afwikkelingsautoriteiten van de Unie te ondersteunen en de | afwikkelingsautoriteiten van de Unie te ondersteunen en de |
mogelijkheden voor een gecoördineerd optreden van de Unieautoriteiten | mogelijkheden voor een gecoördineerd optreden van de Unieautoriteiten |
en de autoriteiten van derde landen; | en de autoriteiten van derde landen; |
21° de haalbaarheid om de afwikkelingsinstrumenten op zodanige wijze | 21° de haalbaarheid om de afwikkelingsinstrumenten op zodanige wijze |
te gebruiken dat de afwikkelingsdoelstellingen worden verwezenlijkt, | te gebruiken dat de afwikkelingsdoelstellingen worden verwezenlijkt, |
gezien de beschikbare instrumenten en de structuur van de instelling; | gezien de beschikbare instrumenten en de structuur van de instelling; |
22° de mate waarin de groepsstructuur de afwikkelingsautoriteit de | 22° de mate waarin de groepsstructuur de afwikkelingsautoriteit de |
mogelijkheid biedt de gehele groep of een of meer entiteiten daarvan | mogelijkheid biedt de gehele groep of een of meer entiteiten daarvan |
af te wikkelen zonder dat zulks significante direct of indirect | af te wikkelen zonder dat zulks significante direct of indirect |
nadelige gevolgen voor het financiële stelsel, het marktvertrouwen of | nadelige gevolgen voor het financiële stelsel, het marktvertrouwen of |
de economie als geheel heeft en met de bedoeling de waarde van de | de economie als geheel heeft en met de bedoeling de waarde van de |
groep als geheel te maximaliseren; | groep als geheel te maximaliseren; |
23° de regelingen en middelen waarmee de afwikkeling kan worden | 23° de regelingen en middelen waarmee de afwikkeling kan worden |
gefaciliteerd bij groepen met dochterondernemingen die in | gefaciliteerd bij groepen met dochterondernemingen die in |
verschillende jurisdicties gevestigd zijn; | verschillende jurisdicties gevestigd zijn; |
24° de geloofwaardigheid van het feit dat afwikkelingsinstrumenten op | 24° de geloofwaardigheid van het feit dat afwikkelingsinstrumenten op |
zodanige wijze kunnen worden gebruikt dat de | zodanige wijze kunnen worden gebruikt dat de |
afwikkelingsdoelstellingen worden verwezenlijkt, gezien de mogelijke | afwikkelingsdoelstellingen worden verwezenlijkt, gezien de mogelijke |
gevolgen voor schuldeisers, tegenpartijen, klanten en werknemers en de | gevolgen voor schuldeisers, tegenpartijen, klanten en werknemers en de |
mogelijke maatregelen die autoriteiten van derde landen kunnen nemen; | mogelijke maatregelen die autoriteiten van derde landen kunnen nemen; |
25° de mate waarin het effect van de afwikkeling van de instelling op | 25° de mate waarin het effect van de afwikkeling van de instelling op |
het financiële stelsel en op het vertrouwen van de financiële markten | het financiële stelsel en op het vertrouwen van de financiële markten |
op adequate wijze kan worden beoordeeld; | op adequate wijze kan worden beoordeeld; |
26° de mate waarin de afwikkeling van de instelling significante | 26° de mate waarin de afwikkeling van de instelling significante |
direct of indirect nadelige gevolgen voor het financiële stelsel, het | direct of indirect nadelige gevolgen voor het financiële stelsel, het |
marktvertrouwen of de economie kan hebben; | marktvertrouwen of de economie kan hebben; |
27° de mate waarin de besmetting van andere instellingen of van de | 27° de mate waarin de besmetting van andere instellingen of van de |
financiële markten zou kunnen worden beperkt door middel van de | financiële markten zou kunnen worden beperkt door middel van de |
toepassing van de afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden; | toepassing van de afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden; |
28° de mate waarin van de afwikkeling van de instelling een | 28° de mate waarin van de afwikkeling van de instelling een |
significant effect op de werking van betalings- en | significant effect op de werking van betalings- en |
afwikkelingssystemen kan uitgaan; | afwikkelingssystemen kan uitgaan; |
29° de elementen bedoeld in de richtsnoeren die worden bepaald door de | 29° de elementen bedoeld in de richtsnoeren die worden bepaald door de |
Europese Bankautoriteit in verband met Richtlijn 2014/59/EU, in de | Europese Bankautoriteit in verband met Richtlijn 2014/59/EU, in de |
technische reguleringsnormen die door de Europese Commissie worden | technische reguleringsnormen die door de Europese Commissie worden |
vastgesteld met toepassing van die Richtlijn en in de richtsnoeren en | vastgesteld met toepassing van die Richtlijn en in de richtsnoeren en |
instructies van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad; | instructies van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad; |
§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 worden verwijzingen naar een | § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 worden verwijzingen naar een |
instelling geacht eveneens betrekking te hebben op entiteiten als | instelling geacht eveneens betrekking te hebben op entiteiten als |
bedoeld in artikel 424, 2° en 3° van de wet wanneer de beoordeling de | bedoeld in artikel 424, 2° en 3° van de wet wanneer de beoordeling de |
afwikkelbaarheid van een groep betreft. | afwikkelbaarheid van een groep betreft. |
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling | HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling |
Art. 7.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering |
Art. 7.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 5 maart 2017. | Gegeven te Brussel, 5 maart 2017. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
J. VAN OVERTVELDT | J. VAN OVERTVELDT |