Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de ijzernijverheid, tot invoering van een tijdelijk brugpensioenstelsel op 56 jaar | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de ijzernijverheid, tot invoering van een tijdelijk brugpensioenstelsel op 56 jaar |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
5 MAART 2012. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 5 MAART 2012. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011, |
gesloten in het Paritair Comité voor de ijzernijverheid, tot invoering | gesloten in het Paritair Comité voor de ijzernijverheid, tot invoering |
van een tijdelijk brugpensioenstelsel op 56 jaar (1) | van een tijdelijk brugpensioenstelsel op 56 jaar (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de ijzernijverheid; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de ijzernijverheid; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011, gesloten |
in het Paritair Comité voor de ijzernijverheid, tot invoering van een | in het Paritair Comité voor de ijzernijverheid, tot invoering van een |
tijdelijk brugpensioenstelsel op 56 jaar. | tijdelijk brugpensioenstelsel op 56 jaar. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 5 maart 2012. | Gegeven te Brussel, 5 maart 2012. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
M. DE CONINCK | M. DE CONINCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de ijzernijverheid | Paritair Comité voor de ijzernijverheid |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011 |
Invoering van een tijdelijk brugpensioenstelsel op 56 jaar | Invoering van een tijdelijk brugpensioenstelsel op 56 jaar |
(Overeenkomst geregistreerd op 2 september 2011 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 2 september 2011 onder het nummer |
105513/CO/104) | 105513/CO/104) |
HOOFDSTUK I. - Onderwerp | HOOFDSTUK I. - Onderwerp |
Artikel 1.Deze overeenkomst is afgesloten in uitvoering van het |
Artikel 1.Deze overeenkomst is afgesloten in uitvoering van het |
sectoraal akkoord van 12 juli 2011, evenals in toepassing van de | sectoraal akkoord van 12 juli 2011, evenals in toepassing van de |
collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 92 en nr. 96, respectievelijk | collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 92 en nr. 96, respectievelijk |
afgesloten op 20 december 2007 en 20 februari 2009 binnen de Nationale | afgesloten op 20 december 2007 en 20 februari 2009 binnen de Nationale |
Arbeidsraad en van de artikelen 47 en 48 van de wet van 12 april 2011 | Arbeidsraad en van de artikelen 47 en 48 van de wet van 12 april 2011 |
houdende aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging | houdende aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging |
van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel | van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel |
akkoord, en tot uitvoering van het compromis van de Regering met | akkoord, en tot uitvoering van het compromis van de Regering met |
betrekking tot het ontwerp van interprofessioneel akkoord. | betrekking tot het ontwerp van interprofessioneel akkoord. |
Deze overeenkomst heeft tot doel een sectoraal brugpensioenkader te | Deze overeenkomst heeft tot doel een sectoraal brugpensioenkader te |
bepalen waarvan de toepassingsmodaliteiten onderhandeld worden op | bepalen waarvan de toepassingsmodaliteiten onderhandeld worden op |
ondernemingsvlak. | ondernemingsvlak. |
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied |
Art. 2.Deze overeenkomst is van toepassing in de ondernemingen die |
Art. 2.Deze overeenkomst is van toepassing in de ondernemingen die |
onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid (PC nr. 104) vallen | onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid (PC nr. 104) vallen |
en op de werknemers en werkneemsters die door een arbeidsovereenkomst | en op de werknemers en werkneemsters die door een arbeidsovereenkomst |
voor arbeider aan deze ondernemingen zijn gebonden. | voor arbeider aan deze ondernemingen zijn gebonden. |
HOOFDSTUK III. - Modaliteiten | HOOFDSTUK III. - Modaliteiten |
Art. 3.Deze overeenkomst voert tijdelijk, volgens de hierna vermelde |
Art. 3.Deze overeenkomst voert tijdelijk, volgens de hierna vermelde |
modaliteiten, een recht op brugpensioen in ten gunste van ontslagen | modaliteiten, een recht op brugpensioen in ten gunste van ontslagen |
werknemers van minstens 56 jaar oud op het ogenblik van de beëindiging | werknemers van minstens 56 jaar oud op het ogenblik van de beëindiging |
van de arbeidsovereenkomst, die op dat ogenblik een beroepsverleden | van de arbeidsovereenkomst, die op dat ogenblik een beroepsverleden |
van ten minste 40 jaar als loontrekkende kunnen laten gelden | van ten minste 40 jaar als loontrekkende kunnen laten gelden |
(zogenaamd stelsel 56-40). | (zogenaamd stelsel 56-40). |
Bovendien moeten deze werknemers het bewijs kunnen leveren dat ze vóór | Bovendien moeten deze werknemers het bewijs kunnen leveren dat ze vóór |
de leeftijd van 17 jaar gedurende ten minste 78 dagen | de leeftijd van 17 jaar gedurende ten minste 78 dagen |
arbeidsprestaties geleverd hebben waarvoor socialezekerheidsbijdragen | arbeidsprestaties geleverd hebben waarvoor socialezekerheidsbijdragen |
werden betaald, met volledige onderwerping aan de sociale zekerheid, | werden betaald, met volledige onderwerping aan de sociale zekerheid, |
of ten minste 78 dagen arbeidsprestaties in het kader van het | of ten minste 78 dagen arbeidsprestaties in het kader van het |
leerlingwezen die zich situeren vóór 1 september 1983. | leerlingwezen die zich situeren vóór 1 september 1983. |
Art. 4.In het raam van het conventioneel brugpensioen heeft de |
Art. 4.In het raam van het conventioneel brugpensioen heeft de |
bruggepensioneerde werknemer recht op een aanvullende | bruggepensioneerde werknemer recht op een aanvullende |
brugpensioenvergoeding ten laste van de werkgever. Deze vergoeding | brugpensioenvergoeding ten laste van de werkgever. Deze vergoeding |
wordt berekend en toegekend overeenkomstig de bepalingen van de | wordt berekend en toegekend overeenkomstig de bepalingen van de |
hoofdstukken III en IV van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, | hoofdstukken III en IV van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, |
zoals gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies | zoals gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies |
van 19 december 2006, afgesloten binnen de Nationale Arbeidsraad. | van 19 december 2006, afgesloten binnen de Nationale Arbeidsraad. |
Art. 5.De sector formuleert een aanbeveling aan de ondernemingen om |
Art. 5.De sector formuleert een aanbeveling aan de ondernemingen om |
op hun niveau de aanvragen die ingediend zouden worden voor een | op hun niveau de aanvragen die ingediend zouden worden voor een |
brugpensioenstelsel 56-40, gunstig en vanuit een niet-discriminerend | brugpensioenstelsel 56-40, gunstig en vanuit een niet-discriminerend |
oogpunt, te onderzoeken, met inachtneming van alle elementen van de | oogpunt, te onderzoeken, met inachtneming van alle elementen van de |
situatie van de werknemer en de organisatorische factoren. | situatie van de werknemer en de organisatorische factoren. |
De sector wordt op de hoogte gebracht van het gevolg dat aan de | De sector wordt op de hoogte gebracht van het gevolg dat aan de |
aanvragen gegeven wordt. Deze informatie aan de sector moet het hem | aanvragen gegeven wordt. Deze informatie aan de sector moet het hem |
mogelijk maken om kennis te nemen van eventuele | mogelijk maken om kennis te nemen van eventuele |
toepassingsmoeilijkheden met het oog op het oplossen ervan. | toepassingsmoeilijkheden met het oog op het oplossen ervan. |
HOOFDSTUK IV. - Toepassingsduur | HOOFDSTUK IV. - Toepassingsduur |
Art. 6.Deze overeenkomst wordt afgesloten voor een bepaalde duur. Ze |
Art. 6.Deze overeenkomst wordt afgesloten voor een bepaalde duur. Ze |
heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2011 en treedt buiten | heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2011 en treedt buiten |
werking op 31 december 2012. | werking op 31 december 2012. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart |
2012. | 2012. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
M. DE CONINCK | M. DE CONINCK |