Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de organisatie van de toepassingsprocedures voor de opleidings- en tewerkstellingsregelingen voor werknemers voor de jaren 2001 tot 2005 | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de organisatie van de toepassingsprocedures voor de opleidings- en tewerkstellingsregelingen voor werknemers voor de jaren 2001 tot 2005 |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
5 MAART 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 5 MAART 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001, |
gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de |
organisatie van de toepassingsprocedures voor de opleidings- en | organisatie van de toepassingsprocedures voor de opleidings- en |
tewerkstellingsregelingen voor werknemers voor de jaren 2001 tot 2005 | tewerkstellingsregelingen voor werknemers voor de jaren 2001 tot 2005 |
(1) | (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001, |
gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de |
organisatie van de toepassingsprocedures voor de opleidings- en | organisatie van de toepassingsprocedures voor de opleidings- en |
tewerkstellingsregelingen voor werknemers voor de jaren 2001 tot 2005. | tewerkstellingsregelingen voor werknemers voor de jaren 2001 tot 2005. |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 5 maart 2006. | Gegeven te Brussel, 5 maart 2006. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P. VANVELTHOVEN | P. VANVELTHOVEN |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het bouwbedrijf | Paritair Comité voor het bouwbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001 |
Organisatie van de toepassingsprocedures voor de opleidings- en | Organisatie van de toepassingsprocedures voor de opleidings- en |
tewerkstellingsregelingen voor werknemers voor de jaren 2001 tot 2005 | tewerkstellingsregelingen voor werknemers voor de jaren 2001 tot 2005 |
(Overeenkomst geregistreerd op 9 november 2001 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 9 november 2001 onder het nummer |
59609/CO/124) | 59609/CO/124) |
Artikel 1.Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers en de |
Artikel 1.Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers en de |
arbeiders van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het | arbeiders van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het |
bouwbedrijf ressorteren. | bouwbedrijf ressorteren. |
Onder "arbeiders" wordt verstaan : de arbeiders en de arbeidsters. | Onder "arbeiders" wordt verstaan : de arbeiders en de arbeidsters. |
Art. 2.Deze overeenkomst is gesloten overeenkomstig artikel 85 van de |
Art. 2.Deze overeenkomst is gesloten overeenkomstig artikel 85 van de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 tot organisatie van de | collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 tot organisatie van de |
opleidings- en tewerkstellingsakkoorden in de bouwsector voor de jaren | opleidings- en tewerkstellingsakkoorden in de bouwsector voor de jaren |
2001 tot 2005, hierna kaderovereenkomst genoemd. | 2001 tot 2005, hierna kaderovereenkomst genoemd. |
Art. 3.Deze overeenkomst bepaalt de toepassingsprocedure en de |
Art. 3.Deze overeenkomst bepaalt de toepassingsprocedure en de |
toegangsvoorwaarden tot de opleidingsregelingen die door titel III van | toegangsvoorwaarden tot de opleidingsregelingen die door titel III van |
de kaderovereenkomst worden vastgesteld. | de kaderovereenkomst worden vastgesteld. |
Afdeling 1. - Toepassingsregeling van de stelsels | Afdeling 1. - Toepassingsregeling van de stelsels |
Onderafdeling 1. - Informatie en raadpleging van de werknemers | Onderafdeling 1. - Informatie en raadpleging van de werknemers |
Art. 4.De werkgever informeert en raadpleegt, vóór het opstarten van |
Art. 4.De werkgever informeert en raadpleegt, vóór het opstarten van |
de bij artikel 3 bepaalde toetredingsprocedure, de | de bij artikel 3 bepaalde toetredingsprocedure, de |
vakbondsafvaardiging van de onderneming of bij ontstentenis, de | vakbondsafvaardiging van de onderneming of bij ontstentenis, de |
arbeiders. | arbeiders. |
De informatie en raadpleging hebben betrekking op de toepassing van de | De informatie en raadpleging hebben betrekking op de toepassing van de |
regeling in de onderneming. | regeling in de onderneming. |
Art. 5.§ 1. Het overleg met de vakbondsafvaardiging gebeurt op basis |
Art. 5.§ 1. Het overleg met de vakbondsafvaardiging gebeurt op basis |
van een document met als titel "ontwerp voor de toepassing van een | van een document met als titel "ontwerp voor de toepassing van een |
opleidingsstelsel voor de werknemers". | opleidingsstelsel voor de werknemers". |
Dit ontwerp vermeldt op zijn minst : | Dit ontwerp vermeldt op zijn minst : |
- de aard van de geplande opleidingsmodule(s); | - de aard van de geplande opleidingsmodule(s); |
- de categorieën en het aantal werknemers die betrokken zijn bij de | - de categorieën en het aantal werknemers die betrokken zijn bij de |
toepassing van de modules; | toepassing van de modules; |
- het aantal opleidingsuren per betrokken werknemer; | - het aantal opleidingsuren per betrokken werknemer; |
- de periode van het jaar waarin de toepassing van de | - de periode van het jaar waarin de toepassing van de |
opleidingsmodules worden gepland. | opleidingsmodules worden gepland. |
Na het overleg van het in lid 1 bedoelde ontwerp overhandigt de | Na het overleg van het in lid 1 bedoelde ontwerp overhandigt de |
vakbondsafvaardiging aan de werkgever een document ter bevestiging | vakbondsafvaardiging aan de werkgever een document ter bevestiging |
ervan. | ervan. |
§ 2. Dit opleidingsplan wordt ter goedkeuring medegedeeld aan de | § 2. Dit opleidingsplan wordt ter goedkeuring medegedeeld aan de |
FVB-regio waaronder de werkgever ressorteert. | FVB-regio waaronder de werkgever ressorteert. |
Art. 6.§ 1. Bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging geeft de |
Art. 6.§ 1. Bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging geeft de |
werkgever aan elke werknemer van de onderneming een kopie van het in | werkgever aan elke werknemer van de onderneming een kopie van het in |
artikel 5, § 1, bedoelde ontwerp. | artikel 5, § 1, bedoelde ontwerp. |
De werknemers delen de werkgever hun opmerkingen over dit ontwerp mee | De werknemers delen de werkgever hun opmerkingen over dit ontwerp mee |
binnen 10 arbeidsdagen na de overhandiging van het bij lid 1 bedoelde | binnen 10 arbeidsdagen na de overhandiging van het bij lid 1 bedoelde |
toepassingsontwerp. | toepassingsontwerp. |
§ 2. Dit opleidingsplan wordt ter goedkeuring medegedeeld aan de | § 2. Dit opleidingsplan wordt ter goedkeuring medegedeeld aan de |
FVB-regio waaronder de werkgever ressorteert. | FVB-regio waaronder de werkgever ressorteert. |
Art. 7.Bij het einde van de bij de artikelen 5 en 6 bedoelde |
Art. 7.Bij het einde van de bij de artikelen 5 en 6 bedoelde |
raadplegingsprocedure : | raadplegingsprocedure : |
- stelt de werkgever de definitieve vermeldingen van het ontwerp vast; | - stelt de werkgever de definitieve vermeldingen van het ontwerp vast; |
- stelt de werkgever de lijst op van de arbeiders die betrokken zijn | - stelt de werkgever de lijst op van de arbeiders die betrokken zijn |
bij de uitvoering van het ontwerp en plakt hij deze aan in de lokalen | bij de uitvoering van het ontwerp en plakt hij deze aan in de lokalen |
van de onderneming; | van de onderneming; |
- stuurt hij het toepassingsontwerp en de lijst van de betrokken | - stuurt hij het toepassingsontwerp en de lijst van de betrokken |
arbeiders naar het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid". | arbeiders naar het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid". |
De werkgever stuurt eveneens een kopie van het volgens de bepalingen | De werkgever stuurt eveneens een kopie van het volgens de bepalingen |
van artikel 5, § 1, 3e lid door vakbondsafvaardiging ondertekende | van artikel 5, § 1, 3e lid door vakbondsafvaardiging ondertekende |
document naar het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid". | document naar het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid". |
Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor toetreding tot de regeling (visa) | Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor toetreding tot de regeling (visa) |
Art. 8.Deze onderafdeling bepaalt de voorwaarden en toepassingsregels |
Art. 8.Deze onderafdeling bepaalt de voorwaarden en toepassingsregels |
van de toetredingsprocedure tot de opleidingsstelsels voor de | van de toetredingsprocedure tot de opleidingsstelsels voor de |
werknemers. | werknemers. |
Art. 9.De regelingen voor de opleiding van werknemers gelden niet |
Art. 9.De regelingen voor de opleiding van werknemers gelden niet |
voor de ondernemingen waarvan de werkgever schulden heeft bij het | voor de ondernemingen waarvan de werkgever schulden heeft bij het |
"Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf", | "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf", |
met inbegrip van de getrouwheids- en weerverletzegels. | met inbegrip van de getrouwheids- en weerverletzegels. |
Art. 10.§ 1. Het bij artikel 7 bedoelde toepassingsontwerp is slechts |
Art. 10.§ 1. Het bij artikel 7 bedoelde toepassingsontwerp is slechts |
ontvankelijk voorzover : | ontvankelijk voorzover : |
- de geplande opleiding behoort tot de door het "Fonds voor | - de geplande opleiding behoort tot de door het "Fonds voor |
vakopleiding in de bouwnijverheid" in toepassing van artikel 70, § 2, | vakopleiding in de bouwnijverheid" in toepassing van artikel 70, § 2, |
of artikel 74 van de kaderovereenkomst erkende opleidingsmodules; | of artikel 74 van de kaderovereenkomst erkende opleidingsmodules; |
- de invoering van het ontwerp niet leidt tot een overschrijving van | - de invoering van het ontwerp niet leidt tot een overschrijving van |
het bij artikel 70, § 3, van de kaderovereenkomst bedoelde jaarlijks | het bij artikel 70, § 3, van de kaderovereenkomst bedoelde jaarlijks |
krediet van 180 uren. | krediet van 180 uren. |
§ 2. Voor de toepassing van artikel 70, § 3, van de kaderovereenkomst | § 2. Voor de toepassing van artikel 70, § 3, van de kaderovereenkomst |
is het aantal in de onderneming tewerkgestelde arbeiders het aantal | is het aantal in de onderneming tewerkgestelde arbeiders het aantal |
arbeiders dat aan de R.S.Z. werd aangegeven voor het kwartaal | arbeiders dat aan de R.S.Z. werd aangegeven voor het kwartaal |
voorafgaand aan het kwartaal waarin het toepassingsontwerp wordt | voorafgaand aan het kwartaal waarin het toepassingsontwerp wordt |
meegedeeld aan het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid". | meegedeeld aan het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid". |
Art. 11.Bij ontvangst van het toepassingsontwerp kijkt het "Fonds |
Art. 11.Bij ontvangst van het toepassingsontwerp kijkt het "Fonds |
voor vakopleiding in de bouwnijverheid" na of de bij de artikelen 9 en | voor vakopleiding in de bouwnijverheid" na of de bij de artikelen 9 en |
10 gestelde voorwaarden zijn nageleefd. | 10 gestelde voorwaarden zijn nageleefd. |
Art. 12.§ 1. Wanneer de voorwaarden van artikel 9 en 10 zijn |
Art. 12.§ 1. Wanneer de voorwaarden van artikel 9 en 10 zijn |
nagegaan, stellen het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid" | nagegaan, stellen het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid" |
en de werkgever in onderling overleg het volgende vast : | en de werkgever in onderling overleg het volgende vast : |
- de in het kader van het toepassingsontwerp uit te werken | - de in het kader van het toepassingsontwerp uit te werken |
opleidingsprogramma's; | opleidingsprogramma's; |
- de categorieën en het aantal bij de uitvoering van het ontwerp | - de categorieën en het aantal bij de uitvoering van het ontwerp |
betrokken arbeiders; | betrokken arbeiders; |
- de nauwkeurige toepassingsregelingen van de programma's, meer | - de nauwkeurige toepassingsregelingen van de programma's, meer |
bepaald de duur en de plaats waar ze zullen worden verstrekt; | bepaald de duur en de plaats waar ze zullen worden verstrekt; |
- de periode van het jaar waarin het toepassingsontwerp zal worden | - de periode van het jaar waarin het toepassingsontwerp zal worden |
uitgevoerd. | uitgevoerd. |
§ 2. Het in § 1 bedoelde akkoord leidt tot de afgifte aan de werkgever | § 2. Het in § 1 bedoelde akkoord leidt tot de afgifte aan de werkgever |
van een toegangsvisum tot het in het toepassingsproject vermelde | van een toegangsvisum tot het in het toepassingsproject vermelde |
opleidingsstelsel. | opleidingsstelsel. |
Het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid" stuurt een kopie | Het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid" stuurt een kopie |
van het toegangsvisum naar het opleidingscentrum dat betrokken is bij | van het toegangsvisum naar het opleidingscentrum dat betrokken is bij |
de uitvoering van het toepassingsproject. | de uitvoering van het toepassingsproject. |
§ 3. Conform de artikelen 70, § 3, en 73 van de kaderovereenkomst, | § 3. Conform de artikelen 70, § 3, en 73 van de kaderovereenkomst, |
moet het toepassingsproject worden uitgevoerd in de periode van een | moet het toepassingsproject worden uitgevoerd in de periode van een |
jaar die begint op 1 september en eindigt op 31 augustus van het | jaar die begint op 1 september en eindigt op 31 augustus van het |
kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het toegangsvisum werd | kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het toegangsvisum werd |
toegekend aan de in artikel 1 van deze overeenkomst bedoelde | toegekend aan de in artikel 1 van deze overeenkomst bedoelde |
werkgever. | werkgever. |
Afdeling 2. - Slotbepalingen | Afdeling 2. - Slotbepalingen |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt van kracht op 1 |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt van kracht op 1 |
september 2001 en loopt af op 31 augustus 2005. | september 2001 en loopt af op 31 augustus 2005. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart |
2006. | 2006. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P. VANVELTHOVEN | P. VANVELTHOVEN |