Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest, betreffende tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking en tot onderschrijving van de stelsels van Vlaamse aanmoedigingspremie | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest, betreffende tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking en tot onderschrijving van de stelsels van Vlaamse aanmoedigingspremie |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
5 JUNI 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 5 JUNI 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2001, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2001, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer | gesloten in het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer |
van het Vlaamse Gewest, betreffende tijdskrediet, loopbaanvermindering | van het Vlaamse Gewest, betreffende tijdskrediet, loopbaanvermindering |
en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking | en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking |
en tot onderschrijving van de stelsels van Vlaamse aanmoedigingspremie | en tot onderschrijving van de stelsels van Vlaamse aanmoedigingspremie |
(1) | (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het stads- en | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het stads- en |
streekvervoer van het Vlaamse Gewest; | streekvervoer van het Vlaamse Gewest; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2001, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2001, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer | gesloten in het Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer |
van het Vlaamse Gewest, betreffende tijdskrediet, loopbaanvermindering | van het Vlaamse Gewest, betreffende tijdskrediet, loopbaanvermindering |
en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking | en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking |
en tot onderschrijving van de stelsels van Vlaamse | en tot onderschrijving van de stelsels van Vlaamse |
aanmoedigingspremie. | aanmoedigingspremie. |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 5 juni 2004. | Gegeven te Brussel, 5 juni 2004. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse | Paritair Subcomité voor het stads- en streekvervoer van het Vlaamse |
Gewest | Gewest |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2001 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2001 |
Tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de | Tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de |
arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking en onderschrijving van | arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking en onderschrijving van |
de stelsels van Vlaamse aanmoedigingspremie (Overeenkomst | de stelsels van Vlaamse aanmoedigingspremie (Overeenkomst |
geregistreerd op 30 januari 2002 onder het nummer 60871/CO/328.01) | geregistreerd op 30 januari 2002 onder het nummer 60871/CO/328.01) |
Gelet op de wet van 10 augustus 2001 betreffende de verzoening van de | Gelet op de wet van 10 augustus 2001 betreffende de verzoening van de |
werkgelegenheid en kwaliteit van het leven; | werkgelegenheid en kwaliteit van het leven; |
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77, gesloten in de | Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77, gesloten in de |
Nationale Arbeidsraad op 14 februari 2001, tot invoering van een | Nationale Arbeidsraad op 14 februari 2001, tot invoering van een |
stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de | stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de |
arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, algemeen verbindend | arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 13 maart 2001; | verklaard bij koninklijk besluit van 13 maart 2001; |
Gelet op de wettelijke bepalingen betreffende de Vlaamse | Gelet op de wettelijke bepalingen betreffende de Vlaamse |
aanmoedigingspremie. | aanmoedigingspremie. |
A. Stelsels van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van | A. Stelsels van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van |
de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking | de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking |
Art. 3.De maximale duur van het tijdskrediet bedraagt vijf jaar |
Art. 3.De maximale duur van het tijdskrediet bedraagt vijf jaar |
tijdens de ganse beroepsloopbaan. | tijdens de ganse beroepsloopbaan. |
Art. 4.Ten aanzien van het recht op : |
Art. 4.Ten aanzien van het recht op : |
- tijdskrediet; | - tijdskrediet; |
- 1/5de loopbaanvermindering; | - 1/5de loopbaanvermindering; |
- loopbaanvermindering voor werknemers vanaf 50 jaar | - loopbaanvermindering voor werknemers vanaf 50 jaar |
wordt voor de personeelsleden tewerkgesteld in ploegen of in cycli in | wordt voor de personeelsleden tewerkgesteld in ploegen of in cycli in |
een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen, de arbeidsregeling | een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen, de arbeidsregeling |
jaarlijks individueel afgesproken met betrokkenen overeenkomstig de | jaarlijks individueel afgesproken met betrokkenen overeenkomstig de |
plaatselijke afspraken inzake de dienstrollen. | plaatselijke afspraken inzake de dienstrollen. |
Rekening houdend met het totaal aantal deeltijds werkenden, dient een | Rekening houdend met het totaal aantal deeltijds werkenden, dient een |
voldoende evenwichtige spreiding over de dagen van de week te worden | voldoende evenwichtige spreiding over de dagen van de week te worden |
bereikt. | bereikt. |
De gevolgen ten aanzien van de plaats in de rol voor de loontrekkende | De gevolgen ten aanzien van de plaats in de rol voor de loontrekkende |
personeelsleden die gebruik maken van het recht op tijdskrediet, | personeelsleden die gebruik maken van het recht op tijdskrediet, |
loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een | loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een |
halftijdse betrekking gebeurt overeenkomstig de lokale afspraken, | halftijdse betrekking gebeurt overeenkomstig de lokale afspraken, |
evenals de gevolgen naar aanleiding van de voltijdse hervatting. | evenals de gevolgen naar aanleiding van de voltijdse hervatting. |
Art. 5.De uitoefening van het recht op 1/5de loopbaanvermindering |
Art. 5.De uitoefening van het recht op 1/5de loopbaanvermindering |
evenals het recht van de personeelsleden van 50 jaar en ouder op de | evenals het recht van de personeelsleden van 50 jaar en ouder op de |
vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5de of tot een halftijdse | vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5de of tot een halftijdse |
betrekking kan door de werkgever worden uitgesteld, ingetrokken of | betrekking kan door de werkgever worden uitgesteld, ingetrokken of |
gewijzigd in de navolgende gevallen. | gewijzigd in de navolgende gevallen. |
Zijn onder meer redenen van uitstel : | Zijn onder meer redenen van uitstel : |
- organisatorische behoeften; | - organisatorische behoeften; |
- de continuïteit; | - de continuïteit; |
- de reële vervangingsmogelijkheden. | - de reële vervangingsmogelijkheden. |
De arbeidsregeling kan alleen worden gewijzigd in onderling overleg. | De arbeidsregeling kan alleen worden gewijzigd in onderling overleg. |
De intrekking kan slechts worden gerechtvaardigd ingevolge promotie | De intrekking kan slechts worden gerechtvaardigd ingevolge promotie |
naar een leidinggevende functie of vertrouwenspost zoals bepaald in | naar een leidinggevende functie of vertrouwenspost zoals bepaald in |
artikel 6. | artikel 6. |
Art. 6.Voor de toepassing van de 5 pct.-drempel wordt beschouwd als : |
Art. 6.Voor de toepassing van de 5 pct.-drempel wordt beschouwd als : |
- onderneming : de respectieve entiteiten van de « V.V.M. »; | - onderneming : de respectieve entiteiten van de « V.V.M. »; |
- dienst : een afdeling, een stelplaats of loods, een | - dienst : een afdeling, een stelplaats of loods, een |
onderhoudscentrum, een werkhuis of een magazijn. | onderhoudscentrum, een werkhuis of een magazijn. |
Art. 7.Het voorkeur- en planningsmechanisme wordt vastgesteld als |
Art. 7.Het voorkeur- en planningsmechanisme wordt vastgesteld als |
volgt : | volgt : |
- een eerste voorrang voor de personeelsleden die het recht op | - een eerste voorrang voor de personeelsleden die het recht op |
tijdskrediet, loopbaanvermindering of vermindering van de | tijdskrediet, loopbaanvermindering of vermindering van de |
arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, uitoefenen om | arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, uitoefenen om |
palliatieve verzorging te verlenen, om een zwaar ziek gezins- of | palliatieve verzorging te verlenen, om een zwaar ziek gezins- of |
familielid bij te staan of te verzorgen, om ouderschapsverlof wanneer | familielid bij te staan of te verzorgen, om ouderschapsverlof wanneer |
zij hun rechten hebben opgebruikt in het raam van : | zij hun rechten hebben opgebruikt in het raam van : |
a) het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof | a) het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof |
en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4 van de herstelwet van | en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4 van de herstelwet van |
22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het | 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het |
koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van | koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van |
onderbrekingsuitkeringen; | onderbrekingsuitkeringen; |
b) het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een | b) het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een |
recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een | recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een |
zwaar ziek gezins- of familielid; | zwaar ziek gezins- of familielid; |
c) het koninklijk besluit van 29 november 1997 tot invoering van een | c) het koninklijk besluit van 29 november 1997 tot invoering van een |
recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de | recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de |
beroepsloopbaan, of het koninklijk besluit van 29 oktober 1997 waarbij | beroepsloopbaan, of het koninklijk besluit van 29 oktober 1997 waarbij |
algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst | algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst |
nr 64 van 29 april 1997, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot | nr 64 van 29 april 1997, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot |
instelling van een recht op ouderschapsverlof. | instelling van een recht op ouderschapsverlof. |
- een tweede voorrang voor de personeelsleden waarvan het gezin is | - een tweede voorrang voor de personeelsleden waarvan het gezin is |
samengesteld uit twee werkende personen alsook voor de werknemers van | samengesteld uit twee werkende personen alsook voor de werknemers van |
eenoudergezinnen, met één of meer kinderen onder de 12 jaar. | eenoudergezinnen, met één of meer kinderen onder de 12 jaar. |
In geval van verzoeken van gelijktijdige uitoefening van het recht op | In geval van verzoeken van gelijktijdige uitoefening van het recht op |
tijdskrediet, loopbaanvermindering of vermindering van de | tijdskrediet, loopbaanvermindering of vermindering van de |
arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking wordt achtereenvolgens | arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking wordt achtereenvolgens |
voorrang gegeven naar gelang : | voorrang gegeven naar gelang : |
a) het aantal kinderen onder de 12 jaar; | a) het aantal kinderen onder de 12 jaar; |
b) de duur van de uitoefening van het recht. | b) de duur van de uitoefening van het recht. |
Deze voorrang wordt omgekeerd evenredig met de duur vastgesteld. | Deze voorrang wordt omgekeerd evenredig met de duur vastgesteld. |
- een derde voorrang voor de werknemers van 50 jaar en ouder, en | - een derde voorrang voor de werknemers van 50 jaar en ouder, en |
achtereenvolgens : | achtereenvolgens : |
a) degenen die het recht op loopbaanvermindering ten belope van een | a) degenen die het recht op loopbaanvermindering ten belope van een |
dag per week of twee halve dagen over dezelfde duur voor zover ze | dag per week of twee halve dagen over dezelfde duur voor zover ze |
tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling over 5 of meer dagen laten | tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling over 5 of meer dagen laten |
gelden; | gelden; |
b) degenen die het recht op een vermindering van de arbeidsprestaties | b) degenen die het recht op een vermindering van de arbeidsprestaties |
tot een halftijdse betrekking laten gelden. | tot een halftijdse betrekking laten gelden. |
- een vierde voorrang voor de werknemers die een beroepsopleiding | - een vierde voorrang voor de werknemers die een beroepsopleiding |
volgen. | volgen. |
Art. 8.Als leidende functies of vertrouwensposten worden beschouwd de |
Art. 8.Als leidende functies of vertrouwensposten worden beschouwd de |
weddetrekkende functies van niveau klasse 7 en hoger. | weddetrekkende functies van niveau klasse 7 en hoger. |
De personeelsleden met een leidende functie of een vertrouwenspost | De personeelsleden met een leidende functie of een vertrouwenspost |
klasse 7 tot en met 10, kunnen aanspraak maken op tijdskrediet, | klasse 7 tot en met 10, kunnen aanspraak maken op tijdskrediet, |
loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een | loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een |
halftijdse betrekking voor zover de continuïteit van de uitvoering van | halftijdse betrekking voor zover de continuïteit van de uitvoering van |
de functie het toelaat. | de functie het toelaat. |
Ook zij worden steeds in aanmerking genomen voor de berekening van het | Ook zij worden steeds in aanmerking genomen voor de berekening van het |
gemiddeld aantal personeelsleden. | gemiddeld aantal personeelsleden. |
Art. 9.Indien binnen de respectieve entiteit geen akkoord wordt |
Art. 9.Indien binnen de respectieve entiteit geen akkoord wordt |
bereikt tussen het betrokken personeelslid en zijn directie, is op | bereikt tussen het betrokken personeelslid en zijn directie, is op |
vraag van het personeelslid beroep mogelijk bij de directeur | vraag van het personeelslid beroep mogelijk bij de directeur |
personeelsbeleid. | personeelsbeleid. |
B. Vlaamse aanmoedigingspremie | B. Vlaamse aanmoedigingspremie |
Art. 10.De prioriteiten van het Vlaams Werkgelegenheidsbeleid, te |
Art. 10.De prioriteiten van het Vlaams Werkgelegenheidsbeleid, te |
weten het autonoom beheer van de loopbaan, het levenslang leren en de | weten het autonoom beheer van de loopbaan, het levenslang leren en de |
zorgaspecten zullen worden geïmplementeerd in het personeelsbeleid, | zorgaspecten zullen worden geïmplementeerd in het personeelsbeleid, |
wat rechten zal openen op de Vlaamse aanmoedigingspremies als | wat rechten zal openen op de Vlaamse aanmoedigingspremies als |
versterking van de federale uitkeringen in het raam van het | versterking van de federale uitkeringen in het raam van het |
tijdskrediet, inzonderheid : | tijdskrediet, inzonderheid : |
- voor zorgkrediet; | - voor zorgkrediet; |
- voor opleidingskrediet; | - voor opleidingskrediet; |
- voor loopbaanvermindering; | - voor loopbaanvermindering; |
- voor landingsbanen. | - voor landingsbanen. |
C. Gemeenschappelijke bepaling | C. Gemeenschappelijke bepaling |
Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
ingang van 1 januari 2002 voor de duur van één jaar. | ingang van 1 januari 2002 voor de duur van één jaar. |
Zij wordt stilzwijgend verlengd, behoudens opzegging door één van de | Zij wordt stilzwijgend verlengd, behoudens opzegging door één van de |
partijen, met een opzegtermijn van drie maanden, gericht aan de | partijen, met een opzegtermijn van drie maanden, gericht aan de |
voorzitter van het paritair subcomité bij een ter post aangetekend | voorzitter van het paritair subcomité bij een ter post aangetekend |
schrijven. | schrijven. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 juni | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 juni |
2004. | 2004. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |