← Terug naar "Koninklijk besluit tot bepaling van de reiskosten van de leden en de toelagen van de regeringscommissaris en de afgevaardigde van de minister van Begroting bij de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen "
Koninklijk besluit tot bepaling van de reiskosten van de leden en de toelagen van de regeringscommissaris en de afgevaardigde van de minister van Begroting bij de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen | Koninklijk besluit tot bepaling van de reiskosten van de leden en de toelagen van de regeringscommissaris en de afgevaardigde van de minister van Begroting bij de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE |
5 APRIL 2019. - Koninklijk besluit tot bepaling van de reiskosten van | 5 APRIL 2019. - Koninklijk besluit tot bepaling van de reiskosten van |
de leden en de toelagen van de regeringscommissaris en de | de leden en de toelagen van de regeringscommissaris en de |
afgevaardigde van de minister van Begroting bij de Hoge Raad voor de | afgevaardigde van de minister van Begroting bij de Hoge Raad voor de |
Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen | Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de | Gelet op de wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de |
vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de KMO's, de artikelen 24 | vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de KMO's, de artikelen 24 |
en 28; | en 28; |
Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1972 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1972 tot vaststelling |
van de bezoldigingsregeling van de voorzitter van de Hoge Raad voor de | van de bezoldigingsregeling van de voorzitter van de Hoge Raad voor de |
Middenstand; | Middenstand; |
Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 1990 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 1990 tot vaststelling |
van het bedrag der presentiegelden en vergoedingen toegekend aan de | van het bedrag der presentiegelden en vergoedingen toegekend aan de |
leden van de onderscheiden consultatieve organen van de Middenstand; | leden van de onderscheiden consultatieve organen van de Middenstand; |
Gelet op het advies van het Bureau van de Hoge Raad voor de | Gelet op het advies van het Bureau van de Hoge Raad voor de |
Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen van 11 juli | Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen van 11 juli |
2018; | 2018; |
Gelet op het advies van de afgevaardigde van de Minister van | Gelet op het advies van de afgevaardigde van de Minister van |
Begroting, gegeven op 10 september 2018; | Begroting, gegeven op 10 september 2018; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 |
juni 2018; | juni 2018; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 8 | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 8 |
november 2018; | november 2018; |
Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen die op 30 november 2018 | Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen die op 30 november 2018 |
bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § | bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § |
1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd | 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd |
op 12 januari 1973; | op 12 januari 1973; |
Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; | Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; |
Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van | Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van |
State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Begroting en de Minister van | Op de voordracht van de Minister van Begroting en de Minister van |
Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, | Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.De voorzitters en leden van de Hoge Raad voor de |
Artikel 1.De voorzitters en leden van de Hoge Raad voor de |
Zelfstandigen en de KMO hebben recht op terugbetaling van hun | Zelfstandigen en de KMO hebben recht op terugbetaling van hun |
reiskosten tussen hun woonplaats en de zetel van de Hoge Raad voor de | reiskosten tussen hun woonplaats en de zetel van de Hoge Raad voor de |
Zelfstandigen en de KMO overeenkomstig artikel 72, eerste lid, van het | Zelfstandigen en de KMO overeenkomstig artikel 72, eerste lid, van het |
koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen | koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen |
en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt. | en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt. |
Art. 2.§ 1. Aan de regeringscommissaris belast met de controle op de |
Art. 2.§ 1. Aan de regeringscommissaris belast met de controle op de |
handelingen van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO in | handelingen van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO in |
bestuurs-, financiële en begrotingsaangelegenheden wordt een toelage | bestuurs-, financiële en begrotingsaangelegenheden wordt een toelage |
verleend van honderdvijftig euro per kalendermaand. | verleend van honderdvijftig euro per kalendermaand. |
§ 2. De plaatsvervangende regeringscommissaris heeft recht op een | § 2. De plaatsvervangende regeringscommissaris heeft recht op een |
toelage van vijfentwintig euro voor elke vergadering van de Hoge Raad | toelage van vijfentwintig euro voor elke vergadering van de Hoge Raad |
voor de Zelfstandigen en de KMO waarop hij de verhinderde | voor de Zelfstandigen en de KMO waarop hij de verhinderde |
regeringscommissaris vervangt. | regeringscommissaris vervangt. |
Het totale bedrag van deze toelage mag echter honderd euro per | Het totale bedrag van deze toelage mag echter honderd euro per |
kalendermaand niet overschrijden. | kalendermaand niet overschrijden. |
§ 3. Aan de afgevaardigde van de minister bevoegd voor Begroting bij | § 3. Aan de afgevaardigde van de minister bevoegd voor Begroting bij |
de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO wordt een toelage | de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO wordt een toelage |
verleend van honderdvijftig euro per kalendermaand. | verleend van honderdvijftig euro per kalendermaand. |
§ 4. De toelagen bedoeld in §§ 1 tot en met 3 zijn gekoppeld aan het | § 4. De toelagen bedoeld in §§ 1 tot en met 3 zijn gekoppeld aan het |
spilindexcijfer 138,01. | spilindexcijfer 138,01. |
Art. 3.Opgeheven worden: |
Art. 3.Opgeheven worden: |
1° het koninklijk besluit van 22 december 1972 tot vaststelling van de | 1° het koninklijk besluit van 22 december 1972 tot vaststelling van de |
bezoldigingsregeling van de voorzitter van de Hoge Raad voor de | bezoldigingsregeling van de voorzitter van de Hoge Raad voor de |
Middenstand; | Middenstand; |
2° het koninklijk besluit van 12 december 1990 tot vaststelling van | 2° het koninklijk besluit van 12 december 1990 tot vaststelling van |
het bedrag der presentiegelden en vergoedingen toegekend aan de leden | het bedrag der presentiegelden en vergoedingen toegekend aan de leden |
van de onderscheiden consultatieve organen van de Middenstand, | van de onderscheiden consultatieve organen van de Middenstand, |
gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 oktober 2002 en 5 | gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 oktober 2002 en 5 |
december 2011. | december 2011. |
Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019. |
Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019. |
Art. 5.De minister bevoegd voor Begroting en de minister bevoegd voor |
Art. 5.De minister bevoegd voor Begroting en de minister bevoegd voor |
Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van | Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 5 april 2019. | Gegeven te Brussel, 5 april 2019. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Begroting, | De Minister van Begroting, |
S. WILMES | S. WILMES |
De Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, | De Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, |
D. DUCARME . | D. DUCARME . |