Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 05/08/2006
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd "Fonds Sociale Maribel" en vaststelling van zijn statuten "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd "Fonds Sociale Maribel" en vaststelling van zijn statuten Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd "Fonds Sociale Maribel" en vaststelling van zijn statuten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
5 AUGUSTUS 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 5 AUGUSTUS 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999,
gesloten in het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en gesloten in het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en
bejaardenhulp, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, bejaardenhulp, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid,
genaamd "Fonds Sociale Maribel" en vaststelling van zijn statuten (1) genaamd "Fonds Sociale Maribel" en vaststelling van zijn statuten (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de diensten voor Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de diensten voor
gezins- en bejaardenhulp; gezins- en bejaardenhulp;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999,
gesloten in het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en gesloten in het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en
bejaardenhulp, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, bejaardenhulp, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid,
genaamd "Fonds Sociale Maribel" en vaststelling van zijn statuten. genaamd "Fonds Sociale Maribel" en vaststelling van zijn statuten.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 5 augustus 2006. Gegeven te Brussel, 5 augustus 2006.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958.
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp
Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999 Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999
Oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd "Fonds Oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, genaamd "Fonds
Sociale Maribel" en vaststelling van zijn statuten (Overeenkomst Sociale Maribel" en vaststelling van zijn statuten (Overeenkomst
geregistreerd op 2 december 1999 onder het nummer 53149/CO/318) geregistreerd op 2 december 1999 onder het nummer 53149/CO/318)
A. Oprichting A. Oprichting

Artikel 1.Bij deze collectieve arbeidsovereenkomst en bij toepassing

Artikel 1.Bij deze collectieve arbeidsovereenkomst en bij toepassing

van artikel 1, alinea 1, 1° van de wet van 7 januari 1958 betreffende van artikel 1, alinea 1, 1° van de wet van 7 januari 1958 betreffende
de fondsen voor bestaanszekerheid richt het Paritair Comité voor de de fondsen voor bestaanszekerheid richt het Paritair Comité voor de
diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door de Vlaamse diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door de Vlaamse
Gemeenschap een fonds voor bestaanszekerheid op, waarvan de statuten Gemeenschap een fonds voor bestaanszekerheid op, waarvan de statuten
hierna zijn vastgesteld. hierna zijn vastgesteld.

Art. 2.Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers en de

Art. 2.Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers en de

werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de diensten werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de diensten
voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door de Vlaamse voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door de Vlaamse
Gemeenschap. Gemeenschap.
Onder "werkgevers" wordt verstaan : de werkgevers die hun voornaamste Onder "werkgevers" wordt verstaan : de werkgevers die hun voornaamste
activiteit uitoefenen in een van de activiteiten omschreven in artikel activiteit uitoefenen in een van de activiteiten omschreven in artikel
1, 1° van het koninklijk besluit van 5 februari 1997 houdende 1, 1° van het koninklijk besluit van 5 februari 1997 houdende
maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de
non-profitsector en die georganiseerd zijn als verenigingen zonder non-profitsector en die georganiseerd zijn als verenigingen zonder
winstoogmerk of als vennootschap met een sociaal oogmerk waarvan de winstoogmerk of als vennootschap met een sociaal oogmerk waarvan de
statuten bepalen dat de vennoten geen vermogensvoordeel nastreven. statuten bepalen dat de vennoten geen vermogensvoordeel nastreven.
Onder "werknemers" wordt verstaan : het vrouwelijk en mannelijk Onder "werknemers" wordt verstaan : het vrouwelijk en mannelijk
werklieden- en bediendepersoneel van de diensten voor gezins- en werklieden- en bediendepersoneel van de diensten voor gezins- en
bejaardenhulp gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. bejaardenhulp gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1

juli 1999 en is gesloten voor onbepaalde duur. juli 1999 en is gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan door elk van de partijen worden opgezegd ten laatste op 31 Zij kan door elk van de partijen worden opgezegd ten laatste op 31
december van ieder jaar met uitwerking vanaf 1 juli van het december van ieder jaar met uitwerking vanaf 1 juli van het
daaropvolgend jaar. daaropvolgend jaar.
De opzegging dient betekend te worden bij een ter post aangetekende De opzegging dient betekend te worden bij een ter post aangetekende
brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de
diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door de Vlaamse diensten voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door de Vlaamse
Gemeenschap. Gemeenschap.
De voorzitter laat een kopie van de opzegging aan iedere De voorzitter laat een kopie van de opzegging aan iedere
ondertekenende partij geworden alsook aan de Minister van ondertekenende partij geworden alsook aan de Minister van
Tewerkstelling en Arbeid alsook aan de Rijksdienst voor sociale Tewerkstelling en Arbeid alsook aan de Rijksdienst voor sociale
zekerheid. zekerheid.
B. Statuten B. Statuten
HOOFDSTUK I. - Benaming en maatschappelijke zetel HOOFDSTUK I. - Benaming en maatschappelijke zetel

Art. 4.Met ingang van 1 juli 1999 wordt een fonds voor

Art. 4.Met ingang van 1 juli 1999 wordt een fonds voor

bestaanszekerheid opgericht, genaamd "Fonds Sociale Maribel", hierna bestaanszekerheid opgericht, genaamd "Fonds Sociale Maribel", hierna
"het fonds" genoemd. "het fonds" genoemd.
De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd op het federaal De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd op het federaal
Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid - Dienst van de collectieve Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid - Dienst van de collectieve
arbeidsbetrekkingen te 1040 Brussel, Belliardstraat 51. arbeidsbetrekkingen te 1040 Brussel, Belliardstraat 51.
De administratieve zetel van het fonds is gevestigd op de De administratieve zetel van het fonds is gevestigd op de
maatschappelijke zetel van de V.V.D.G., Sint-Jansstraat 32-38, 1000 maatschappelijke zetel van de V.V.D.G., Sint-Jansstraat 32-38, 1000
Brussel. Deze zetel kan bij unanieme beslissing van de raad van beheer Brussel. Deze zetel kan bij unanieme beslissing van de raad van beheer
van het fonds, voorzien bij artikel 12, elders worden overgeplaatst. van het fonds, voorzien bij artikel 12, elders worden overgeplaatst.
De raad van beheer betekent zijn beslissing aan de voorzitter van het De raad van beheer betekent zijn beslissing aan de voorzitter van het
paritair comité en aan de federale minister van Tewerkstelling en paritair comité en aan de federale minister van Tewerkstelling en
Arbeid. Arbeid.
HOOFDSTUK II. - Doel HOOFDSTUK II. - Doel

Art. 5.Het fonds wordt opgericht door deze overeenkomst in uitvoering

Art. 5.Het fonds wordt opgericht door deze overeenkomst in uitvoering

van artikel 35, § 5, 3e lid van de wet van 29 juni 1981 houdende van artikel 35, § 5, 3e lid van de wet van 29 juni 1981 houdende
algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en heeft algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en heeft
als enig doel het beheer van de gemutualiseerde som van de als enig doel het beheer van de gemutualiseerde som van de
bijdragevermindering bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit bijdragevermindering bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit
van 5 februari 1997. van 5 februari 1997.
Het fonds is belast, overeenkomstig de bepalingen getroffen in Het fonds is belast, overeenkomstig de bepalingen getroffen in
uitvoering van artikel 2, 4de lid van het koninklijk besluit van 5 uitvoering van artikel 2, 4de lid van het koninklijk besluit van 5
februari 1997 met : februari 1997 met :
1° het ontvangen van de som vermeld in lid 1; 1° het ontvangen van de som vermeld in lid 1;
2° het goedkeuren en toekennen van de som van de bijdragevermindering 2° het goedkeuren en toekennen van de som van de bijdragevermindering
aan de werkgevers die zich hebben verbonden een extra inspanning te aan de werkgevers die zich hebben verbonden een extra inspanning te
leveren betreffende de tewerkstelling volgens de afspraken en de leveren betreffende de tewerkstelling volgens de afspraken en de
modaliteiten opgenomen in en/of krachtens het koninklijk besluit van 5 modaliteiten opgenomen in en/of krachtens het koninklijk besluit van 5
februari 1997 en de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999 februari 1997 en de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999
houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de
tewerkstelling in de diensten voor gezins- en bejaardenhulp tewerkstelling in de diensten voor gezins- en bejaardenhulp
gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 6.In het kader van het doel omschreven in artikel 5 kan het

Art. 6.In het kader van het doel omschreven in artikel 5 kan het

fonds maximaal 0,5 pct. van de som van de bijdragevermindering fonds maximaal 0,5 pct. van de som van de bijdragevermindering
gebruiken ter dekking van de administratieve en personeelskosten, en gebruiken ter dekking van de administratieve en personeelskosten, en
dit in toepassing van het ministerieel besluit van 20 mei 1998 en van dit in toepassing van het ministerieel besluit van 20 mei 1998 en van
de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999. de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999.

Art. 7.Het fonds wordt toelating verleend een beheersovereenkomst te

Art. 7.Het fonds wordt toelating verleend een beheersovereenkomst te

sluiten met de federale minister van Tewerkstelling en Arbeid. sluiten met de federale minister van Tewerkstelling en Arbeid.
HOOFDSTUK III. - Financiering HOOFDSTUK III. - Financiering

Art. 8.De geldmiddelen van het fonds bestaan uit de som van de

Art. 8.De geldmiddelen van het fonds bestaan uit de som van de

bijdrageverminderingen vermeld in artikel 5, eerste lid van deze bijdrageverminderingen vermeld in artikel 5, eerste lid van deze
overeenkomst, met inbegrip van de renten. overeenkomst, met inbegrip van de renten.

Art. 9.Voorzover de revisor, aangeduid bij toepassing van artikel 20

Art. 9.Voorzover de revisor, aangeduid bij toepassing van artikel 20

van deze overeenkomst, een bedrijfsrevisor is en voorzover het fonds van deze overeenkomst, een bedrijfsrevisor is en voorzover het fonds
een beheersovereenkomst gesloten heeft met de federale minister van een beheersovereenkomst gesloten heeft met de federale minister van
Tewerkstelling en Arbeid, kunnen de kosten met betrekking tot de Tewerkstelling en Arbeid, kunnen de kosten met betrekking tot de
tussenkomst van de revisor aangerekend worden op de renten waarvan tussenkomst van de revisor aangerekend worden op de renten waarvan
sprake in artikel 8 van deze overeenkomst. sprake in artikel 8 van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK IV. - Rechthebbenden, toekenning HOOFDSTUK IV. - Rechthebbenden, toekenning
en betaling van de bijdrageverminderingen en betaling van de bijdrageverminderingen

Art. 10.De werkgevers ontvangen de bijdrageverminderingen door

Art. 10.De werkgevers ontvangen de bijdrageverminderingen door

tussenkomst van het fonds volgens de modaliteiten voorzien door en/of tussenkomst van het fonds volgens de modaliteiten voorzien door en/of
krachtens het koninklijk besluit van 5 februari 1997 en door de krachtens het koninklijk besluit van 5 februari 1997 en door de
collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999 houdende maatregelen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1999 houdende maatregelen
met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de diensten met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de diensten
voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door de Vlaamse voor gezins- en bejaardenhulp gesubsidieerd door de Vlaamse
Gemeenschap. Gemeenschap.
HOOFDSTUK V. - Raad van beheer HOOFDSTUK V. - Raad van beheer

Art. 11.Het fonds wordt beheerd door een paritair samengestelde raad

Art. 11.Het fonds wordt beheerd door een paritair samengestelde raad

van beheer bestaande uit de effectieve leden van het Paritair Comité van beheer bestaande uit de effectieve leden van het Paritair Comité
voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp. De plaatsvervangende voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp. De plaatsvervangende
leden van het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en leden van het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en
bejaardenhulp kunnen zetelen als plaatsvervangers voor de effectieve bejaardenhulp kunnen zetelen als plaatsvervangers voor de effectieve
leden van de raad van beheer. leden van de raad van beheer.

Art. 12.De leden van de raad van beheer worden aangesteld voor

Art. 12.De leden van de raad van beheer worden aangesteld voor

dezelfde periode als deze van hun mandaat van lid van het paritair dezelfde periode als deze van hun mandaat van lid van het paritair
comité. comité.
Het mandaat van lid van de raad van beheer vervalt door het ontslag of Het mandaat van lid van de raad van beheer vervalt door het ontslag of
door overlijden of wanneer de duur van het mandaat is verstreken of door overlijden of wanneer de duur van het mandaat is verstreken of
wanneer de organisatie die het lid heeft voorgedragen om zijn wanneer de organisatie die het lid heeft voorgedragen om zijn
vervanging verzoekt of wanneer de betrokkene geen deel meer uitmaakt vervanging verzoekt of wanneer de betrokkene geen deel meer uitmaakt
van de organisatie die hem voorgedragen heeft. Het nieuw lid voltooit van de organisatie die hem voorgedragen heeft. Het nieuw lid voltooit
desgevallend het mandaat van zijn voorganger. De mandaten van de leden desgevallend het mandaat van zijn voorganger. De mandaten van de leden
van de raad van beheer zijn hernieuwbaar. van de raad van beheer zijn hernieuwbaar.

Art. 13.De leden van de raad van beheer verbinden zich niet

Art. 13.De leden van de raad van beheer verbinden zich niet

persoonlijk bij de verbintenissen aangegaan door het fonds. persoonlijk bij de verbintenissen aangegaan door het fonds.
Hun verantwoordelijkheid beperkt zich tot de uitvoering van hun Hun verantwoordelijkheid beperkt zich tot de uitvoering van hun
mandaat. mandaat.

Art. 14.De raad van beheer kiest elk jaar een voorzitter en een

Art. 14.De raad van beheer kiest elk jaar een voorzitter en een

ondervoorzitter onder zijn leden, beurtelings uit de ondervoorzitter onder zijn leden, beurtelings uit de
werknemersafvaardiging en de werkgeversafvaardiging. De voorzitter en werknemersafvaardiging en de werkgeversafvaardiging. De voorzitter en
de ondervoorzitter zijn steeds uit een verschillende afvaardiging. de ondervoorzitter zijn steeds uit een verschillende afvaardiging.

Art. 15.De raad van beheer beschikt over de meest uitgebreide

Art. 15.De raad van beheer beschikt over de meest uitgebreide

bevoegdheden voor het beheer en de administratie van het fonds, binnen bevoegdheden voor het beheer en de administratie van het fonds, binnen
de limieten gesteld door en/of krachtens de wet van 7 januari 1958, de limieten gesteld door en/of krachtens de wet van 7 januari 1958,
deze statuten en het koninklijk besluit van 5 februari 1997. deze statuten en het koninklijk besluit van 5 februari 1997.
Tenzij andersluidende beslissing van de raad van beheer treedt deze Tenzij andersluidende beslissing van de raad van beheer treedt deze
laatste in al zijn handelingen op en handelt hij in rechte via de laatste in al zijn handelingen op en handelt hij in rechte via de
voorzitter en de ondervoorzitter gezamenlijk, elk desgevallend voorzitter en de ondervoorzitter gezamenlijk, elk desgevallend
vervangen door een lid van de raad daartoe door de raad aangesteld. vervangen door een lid van de raad daartoe door de raad aangesteld.
De raad van beheer heeft onder meer als opdrachten : De raad van beheer heeft onder meer als opdrachten :
1° het toekennen van de som van de bijdragevermindering overeenkomstig 1° het toekennen van de som van de bijdragevermindering overeenkomstig
de bepalingen van artikel 5, 2e lid van deze overeenkomst en het de bepalingen van artikel 5, 2e lid van deze overeenkomst en het
opvolgen van de toekenning van de som; opvolgen van de toekenning van de som;
2° alle nodige maatregelen te treffen voor de uitvoering van de 2° alle nodige maatregelen te treffen voor de uitvoering van de
bepalingen van het koninklijk besluit van 5 februari 1997 en van zijn bepalingen van het koninklijk besluit van 5 februari 1997 en van zijn
uitvoeringsbesluiten; uitvoeringsbesluiten;
3° over te gaan tot de eventuele aanwerving en afdanking van het 3° over te gaan tot de eventuele aanwerving en afdanking van het
personeel van het fonds; personeel van het fonds;
4° controle uit te oefenen en alle nodige maatregelen te treffen voor 4° controle uit te oefenen en alle nodige maatregelen te treffen voor
de uitvoering van deze statuten; de uitvoering van deze statuten;
5° de administratiekosten vast te stellen; 5° de administratiekosten vast te stellen;
6° tijdens de maand juni van elk jaar schriftelijk verslag over te 6° tijdens de maand juni van elk jaar schriftelijk verslag over te
maken aan het paritair comité over de vervulling van zijn opdachten; maken aan het paritair comité over de vervulling van zijn opdachten;
7° de bevoegde instanties de verslagen over te maken voorzien 7° de bevoegde instanties de verslagen over te maken voorzien
krachtens en/of door het koninklijk besluit van 5 februari 1997 krachtens en/of door het koninklijk besluit van 5 februari 1997
volgens de modaliteiten overeengekomen binnen de sector. volgens de modaliteiten overeengekomen binnen de sector.

Art. 16.De raad van beheer vergadert minstens tweemaal per jaar.

Art. 16.De raad van beheer vergadert minstens tweemaal per jaar.

De raad vergadert hetzij op uitnodiging van de voorzitter ambtshalve De raad vergadert hetzij op uitnodiging van de voorzitter ambtshalve
handelend, hetzij op vraag van tenminste de helft van zijn leden, handelend, hetzij op vraag van tenminste de helft van zijn leden,
hetzij op vraag van een der in zijn schoot vertegenwoordigde hetzij op vraag van een der in zijn schoot vertegenwoordigde
organisaties. organisaties.
De uitnodigingen bevatten de dagorde. De uitnodigingen bevatten de dagorde.
De notulen van de vergadering worden opgemaakt door de secretaris De notulen van de vergadering worden opgemaakt door de secretaris
aangeduid door de raad van beheer en ondertekend door degene die de aangeduid door de raad van beheer en ondertekend door degene die de
vergadering heeft voorgezeten. Uittreksels uit deze notulen worden vergadering heeft voorgezeten. Uittreksels uit deze notulen worden
door de voorzitter en de ondervoorzitter ondertekend. door de voorzitter en de ondervoorzitter ondertekend.

Art. 17.De raad van beheer kan slechts geldig vergaderen en beslissen

Art. 17.De raad van beheer kan slechts geldig vergaderen en beslissen

indien minstens de helft van de leden van de werknemersafvaardiging en indien minstens de helft van de leden van de werknemersafvaardiging en
de helft van de leden van de werkgeversafvaardiging aanwezig is. de helft van de leden van de werkgeversafvaardiging aanwezig is.

Art. 18.Behoudens andersluidende bepalingen in het huishoudelijk

Art. 18.Behoudens andersluidende bepalingen in het huishoudelijk

reglement opgesteld door de raad van beheer en goedgekeurd bij reglement opgesteld door de raad van beheer en goedgekeurd bij
unanimiteit, worden de beslissingen getroffen bij eenparigheid van unanimiteit, worden de beslissingen getroffen bij eenparigheid van
stemmen. stemmen.
HOOFDSTUK VII. - Het beheerscomité HOOFDSTUK VII. - Het beheerscomité

Art. 19.Luidens artikel 15 van de statuten heeft de raad van beheer

Art. 19.Luidens artikel 15 van de statuten heeft de raad van beheer

de meest uitgebreide bevoegdheden betreffende het beheer en de de meest uitgebreide bevoegdheden betreffende het beheer en de
administratie van het fonds. administratie van het fonds.
De raad van beheer kan een paritair samengesteld beheerscomité De raad van beheer kan een paritair samengesteld beheerscomité
samenstellen en beslist welke bevoegdheden worden overgedragen aan het samenstellen en beslist welke bevoegdheden worden overgedragen aan het
beheerscomité. beheerscomité.
HOOFDSTUK VIII. - Controle HOOFDSTUK VIII. - Controle

Art. 20.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van de wet van 7

Art. 20.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van de wet van 7

januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid duidt het januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid duidt het
paritair comité in de hoedanigheid van revisor een bedrijfsrevisor aan paritair comité in de hoedanigheid van revisor een bedrijfsrevisor aan
ter controle van het beheer van het fonds. ter controle van het beheer van het fonds.
Deze moet minstens eenmaal per jaar verslag uitbrengen bij het Deze moet minstens eenmaal per jaar verslag uitbrengen bij het
paritair comité. Bovendien licht hij de raad van beheer regelmatig in paritair comité. Bovendien licht hij de raad van beheer regelmatig in
over de resultaten van zijn onderzoeken en doet de aanbevelingen die over de resultaten van zijn onderzoeken en doet de aanbevelingen die
hij nodig acht. hij nodig acht.
HOOFDSTUK IX. - Balans en rekeningen HOOFDSTUK IX. - Balans en rekeningen

Art. 21.Elk jaar worden op 31 december de balans en de rekeningen van

Art. 21.Elk jaar worden op 31 december de balans en de rekeningen van

het verlopen dienstjaar afgesloten en een eerste maal op 31 december het verlopen dienstjaar afgesloten en een eerste maal op 31 december
2000. 2000.
HOOFDSTUK X. - Ontbinding en vereffening HOOFDSTUK X. - Ontbinding en vereffening

Art. 22.Het fonds is opgericht voor een onbepaalde duur.

Art. 22.Het fonds is opgericht voor een onbepaalde duur.

Art. 23.Het wordt ontbonden volgens de modaliteiten opgenomen in

Art. 23.Het wordt ontbonden volgens de modaliteiten opgenomen in

artikel 3 van deze overeenkomst door het paritair comité. artikel 3 van deze overeenkomst door het paritair comité.

Art. 24.Na de betaling van het passief worden de goederen en de

Art. 24.Na de betaling van het passief worden de goederen en de

waarden van het fonds overgeheveld naar het tewerkstellingsfonds voor waarden van het fonds overgeheveld naar het tewerkstellingsfonds voor
de non-profitsector bedoeld in artikel 7 van het ministerieel besluit de non-profitsector bedoeld in artikel 7 van het ministerieel besluit
van 20 mei 1998. van 20 mei 1998.
Het paritair comité duidt de vereffenaars aan onder de leden van de Het paritair comité duidt de vereffenaars aan onder de leden van de
raad van beheer van het fonds. raad van beheer van het fonds.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 augustus Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 augustus
2006. 2006.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
^