Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 04/02/1998
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling van het wetenschappelijk personeel van de Staat "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling van het wetenschappelijk personeel van de Staat Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling van het wetenschappelijk personeel van de Staat
MINISTERIE VAN AMBTENARENZAKEN MINISTERIE VAN AMBTENARENZAKEN
4 FEBRUARI 1998. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk 4 FEBRUARI 1998. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling van het besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling van het
wetenschappelijk personeel van de Staat wetenschappelijk personeel van de Staat
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet; Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet;
Gelet op het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het Gelet op het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het
statuut der wetenschappelijke inrichtingen van de Staat, inzonderheid statuut der wetenschappelijke inrichtingen van de Staat, inzonderheid
op artikel 5, derde lid; op artikel 5, derde lid;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende Gelet op het koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende
bezoldigingsregeling van het wetenschappelijk personeel van de Staat, bezoldigingsregeling van het wetenschappelijk personeel van de Staat,
inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30
juli 1976, op artikel 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juli 1976, op artikel 2, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8
september 1972, op artikel 3, gewijzigd bij de koninklijke besluiten september 1972, op artikel 3, gewijzigd bij de koninklijke besluiten
van 8 september 1972 en 30 juli 1976, bij het koninklijk besluit nr. van 8 september 1972 en 30 juli 1976, bij het koninklijk besluit nr.
83 van 31 juli 1982, bij het koninklijk besluit nr. 163 van 30 83 van 31 juli 1982, bij het koninklijk besluit nr. 163 van 30
december 1982, bij het koninklijk besluit van 16 augustus 1988, bij de december 1982, bij het koninklijk besluit van 16 augustus 1988, bij de
wet van 4 januari 1989 en bij de koninklijke besluiten van 13 december wet van 4 januari 1989 en bij de koninklijke besluiten van 13 december
1989, 21 maart 1990, 7 augustus 1991, 19 november 1991, 20 oktober 1989, 21 maart 1990, 7 augustus 1991, 19 november 1991, 20 oktober
1992 en 9 juli 1993, op artikel 7, gewijzigd bij de koninklijke 1992 en 9 juli 1993, op artikel 7, gewijzigd bij de koninklijke
besluiten van 8 september 1972, 30 juli 1976 en 19 november 1991, op besluiten van 8 september 1972, 30 juli 1976 en 19 november 1991, op
artikel 8, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 september 1972, artikel 8, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 september 1972,
op de artikelen 9, 14 en 19 en op artikel 21, gewijzigd bij het op de artikelen 9, 14 en 19 en op artikel 21, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 17 oktober 1991; koninklijk besluit van 17 oktober 1991;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7
januari 1997; januari 1997;
Gelet op het akkoord van Begroting, gegeven op 21 april 1997; Gelet op het akkoord van Begroting, gegeven op 21 april 1997;
Gelet op het protocol nr. 73/2. van 15 september 1997 van het Gelet op het protocol nr. 73/2. van 15 september 1997 van het
Sectorcomité I - Algemeen Bestuur; Sectorcomité I - Algemeen Bestuur;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli
1989; 1989;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de algemene weddeherziening voor het personeel van de Overwegende dat de algemene weddeherziening voor het personeel van de
federale besturen beëindigd is; federale besturen beëindigd is;
Overwegende dat, als logisch gevolg daarvan, een gelijkaardige Overwegende dat, als logisch gevolg daarvan, een gelijkaardige
hervorming voor het wetenschappelijk personeel van de hervorming voor het wetenschappelijk personeel van de
wetenschappelijke inrichtingen van de Staat dient te worden wetenschappelijke inrichtingen van de Staat dient te worden
doorgevoerd; doorgevoerd;
Overwegende dat, met het oog op de gelijke behandeling, deze Overwegende dat, met het oog op de gelijke behandeling, deze
hervorming moet worden doorgevoerd met terugwerkende kracht op 1 juni hervorming moet worden doorgevoerd met terugwerkende kracht op 1 juni
1994; 1994;
Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en op het Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en op het
advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Organieke bepalingen HOOFDSTUK I. - Organieke bepalingen

Artikel 1.Artikel 1, laatste lid, van het koninklijk besluit van 21

Artikel 1.Artikel 1, laatste lid, van het koninklijk besluit van 21

april 1965 houdende bezoldigingsregeling van het wetenschappelijk april 1965 houdende bezoldigingsregeling van het wetenschappelijk
personeel van de Staat, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 personeel van de Staat, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30
juli 1976, wordt vervangen door de volgende leden : juli 1976, wordt vervangen door de volgende leden :
« De minimumwedde wordt verleend aan het personeelslid dat de leeftijd « De minimumwedde wordt verleend aan het personeelslid dat de leeftijd
van 21 jaar heeft bereikt. van 21 jaar heeft bereikt.
De weddeschalen mogen zich niet over meer dan eenendertig jaar De weddeschalen mogen zich niet over meer dan eenendertig jaar
ontwikkelen. » ontwikkelen. »

Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk

Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk

besluit van 8 september 1972, wordt vervangen door de volgende besluit van 8 september 1972, wordt vervangen door de volgende
bepaling : bepaling :
«

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

«

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

- "dienst van de Staat" : elke niet over afzonderlijke - "dienst van de Staat" : elke niet over afzonderlijke
rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die afhangt van de rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die afhangt van de
wetgevende macht, de uitvoerende macht of de rechterlijke macht; wetgevende macht, de uitvoerende macht of de rechterlijke macht;
- "dienst van de Gemeenschappen of van de Gewesten" : elke niet over - "dienst van de Gemeenschappen of van de Gewesten" : elke niet over
afzonderlijke rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die afhangt afzonderlijke rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die afhangt
van de raden of van de regeringen van de Gemeenschappen of van de van de raden of van de regeringen van de Gemeenschappen of van de
Gewesten; Gewesten;
- "dienst van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissies" : elke - "dienst van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissies" : elke
niet over afzonderlijke rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die niet over afzonderlijke rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die
afhangt van de Verenigde Vergadering of van het Verenigd College; afhangt van de Verenigde Vergadering of van het Verenigd College;
- "dienst van Afrika" : elke niet over afzonderlijke - "dienst van Afrika" : elke niet over afzonderlijke
rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die afhing van het rechtspersoonlijkheid beschikkende dienst die afhing van het
gouvernement van Belgisch-Congo of van het gouvernement van gouvernement van Belgisch-Congo of van het gouvernement van
Ruanda-Urundi; Ruanda-Urundi;
- "andere openbare diensten dan de diensten van de Staat, de diensten - "andere openbare diensten dan de diensten van de Staat, de diensten
van de Gemeenschappen of van de Gewesten of van de Gemeenschappelijke van de Gemeenschappen of van de Gewesten of van de Gemeenschappelijke
Gemeenschapscommissie en de diensten van Afrika" : Gemeenschapscommissie en de diensten van Afrika" :
1° elke dienst met afzonderlijke rechtspersoonlijkheid die afhangt van 1° elke dienst met afzonderlijke rechtspersoonlijkheid die afhangt van
de federale Staat of van de regeringen van de Gemeenschappen of van de de federale Staat of van de regeringen van de Gemeenschappen of van de
Gewesten; Gewesten;
2° elke dienst met afzonderlijke rechtspersoonlijkheid die afhangt van 2° elke dienst met afzonderlijke rechtspersoonlijkheid die afhangt van
het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
3° elke dienst met afzonderlijke rechtspersoonlijkheid die afhing van 3° elke dienst met afzonderlijke rechtspersoonlijkheid die afhing van
het gouvernement van Belgisch-Congo of van het gouvernement van het gouvernement van Belgisch-Congo of van het gouvernement van
Ruanda-Urundi; Ruanda-Urundi;
4° elke dienst die afhangt van één van de Gemeenschapscommissies van 4° elke dienst die afhangt van één van de Gemeenschapscommissies van
het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest; het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest;
5° elke dienst die afhangt van een provincie, een gemeente, een 5° elke dienst die afhangt van een provincie, een gemeente, een
vereniging van gemeenten, een agglomeratie of die afhing van een vereniging van gemeenten, een agglomeratie of die afhing van een
federatie van gemeenten, alsook elke dienst die afhangt van een aan federatie van gemeenten, alsook elke dienst die afhangt van een aan
een provincie of gemeente ondergeschikte instelling; een provincie of gemeente ondergeschikte instelling;
6° elke andere instelling onder Belgisch recht, die voldoet aan 6° elke andere instelling onder Belgisch recht, die voldoet aan
collectieve noodwendigheden van lokaal of algemeen belang, en waarbij collectieve noodwendigheden van lokaal of algemeen belang, en waarbij
de openbare overheid bij de oprichting of de bijzondere leiding de openbare overheid bij de oprichting of de bijzondere leiding
klaarblijkelijk een overwegend aandeel heeft, alsook elke andere klaarblijkelijk een overwegend aandeel heeft, alsook elke andere
instelling van koloniaal recht die beantwoordde aan dezelfde instelling van koloniaal recht die beantwoordde aan dezelfde
voorwaarden. » voorwaarden. »

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke

besluiten van 8 september 1972 en 30 juli 1976, het koninklijk besluit besluiten van 8 september 1972 en 30 juli 1976, het koninklijk besluit
nr. 83 van 31 juli 1982, het koninklijk besluit nr. 163 van 30 nr. 83 van 31 juli 1982, het koninklijk besluit nr. 163 van 30
december 1982, het koninklijk besluit van 16 augustus 1988, de wet van december 1982, het koninklijk besluit van 16 augustus 1988, de wet van
4 januari 1989 en de koninklijke besluiten van 13 december 1989, 21 4 januari 1989 en de koninklijke besluiten van 13 december 1989, 21
maart 1990, 7 augustus 1991, 19 november 1991, 20 oktober 1992 en 9 maart 1990, 7 augustus 1991, 19 november 1991, 20 oktober 1992 en 9
juli 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling : juli 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 3.De schaal voor elke graad wordt vastgesteld met inachtneming

«

Art. 3.De schaal voor elke graad wordt vastgesteld met inachtneming

van zijn rang en volgens de hieronder bepaalde voorwaarden : van zijn rang en volgens de hieronder bepaalde voorwaarden :
Rang A Rang A
1° Attaché en assistent 1° Attaché en assistent
831.108 - 1.488.519 831.108 - 1.488.519
31 x 27.880 31 x 27.880
112 x 52.161 112 x 52.161
2° Attaché en assistent 2° Attaché en assistent
1.028.959 - 1.545.185 1.028.959 - 1.545.185
31 x 25.182 31 x 25.182
102 x 44.068 102 x 44.068
a) voor het wetenschappelijk personeel van de Staat dat houder is van a) voor het wetenschappelijk personeel van de Staat dat houder is van
één van de wetenschappelijke of technische diploma's die opgesomd zijn één van de wetenschappelijke of technische diploma's die opgesomd zijn
in bijlage I, hoofdstuk I, rubriek niveau 1, van het koninklijk in bijlage I, hoofdstuk I, rubriek niveau 1, van het koninklijk
besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het
rijkspersoneel; rijkspersoneel;
b) voor het wetenschappelijk personeel van de Staat dat houder is van b) voor het wetenschappelijk personeel van de Staat dat houder is van
het diploma van doctor behaald na verdediging in het openbaar van een het diploma van doctor behaald na verdediging in het openbaar van een
verhandeling. verhandeling.
3° Eerstaanwezend assistent 3° Eerstaanwezend assistent
1.154.869 - 1.627.027 1.154.869 - 1.627.027
31 x 25.182 31 x 25.182
92 x 44.068 92 x 44.068
bevestigd zijn in de rang; bevestigd zijn in de rang;
houder zijn van een doctorsdiploma dat behaald werd na verdediging in houder zijn van een doctorsdiploma dat behaald werd na verdediging in
het openbaar van een verhandeling of het bewijs geleverd hebben het openbaar van een verhandeling of het bewijs geleverd hebben
bedoeld in artikel 11, 2°, van het koninklijk besluit van 21 april bedoeld in artikel 11, 2°, van het koninklijk besluit van 21 april
1965 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk 1965 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk
personeel der wetenschappelijke inrichtingen van de Staat. personeel der wetenschappelijke inrichtingen van de Staat.
Rang B Rang B
Werkleider Werkleider
1.189.051 - 1.762.822 1.189.051 - 1.762.822
112 x 52.161 112 x 52.161
Rang C Rang C
Werkleider geaggregeerde Werkleider geaggregeerde
1.208.835- 1.964.303 1.208.835- 1.964.303
142 x 53.962" 142 x 53.962"

Art. 4.In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij

Art. 4.In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij

de koninklijke besluiten van 8 september 1972, 30 juli 1976 en 19 de koninklijke besluiten van 8 september 1972, 30 juli 1976 en 19
november 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht : november 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in 1° worden de woorden "vanaf de leeftijd van 24 jaar" geschrapt; 1° in 1° worden de woorden "vanaf de leeftijd van 24 jaar" geschrapt;
2° 2° wordt vervangen door de volgende bepaling : 2° 2° wordt vervangen door de volgende bepaling :
« 2° de werkelijke diensten welke het personeelslid verricht heeft « 2° de werkelijke diensten welke het personeelslid verricht heeft
terwijl het behoorde : terwijl het behoorde :
tot de diensten van de Staat, de diensten van de Gemeenschappen, van tot de diensten van de Staat, de diensten van de Gemeenschappen, van
de Gewesten of van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de de Gewesten of van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de
diensten van Afrika of tot de andere openbare diensten, hetzij als diensten van Afrika of tot de andere openbare diensten, hetzij als
beroepsmilitair, hetzij als burgerlijk of geestelijk titularis van een beroepsmilitair, hetzij als burgerlijk of geestelijk titularis van een
bezoldigd ambt met volledige prestaties; bezoldigd ambt met volledige prestaties;
tot de gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen als burgerlijk of tot de gesubsidieerde vrije onderwijsinrichtingen als burgerlijk of
geestelijk titularis van een door middel van een weddetoelage geestelijk titularis van een door middel van een weddetoelage
bezoldigd ambt met volledige prestaties; bezoldigd ambt met volledige prestaties;
tot de onderwijsinstellingen van de Staat of van de Gemeenschappen, tot de onderwijsinstellingen van de Staat of van de Gemeenschappen,
als burgerlijk of geestelijk titularis van een bezoldigd ambt met als burgerlijk of geestelijk titularis van een bezoldigd ambt met
volledige prestaties; volledige prestaties;
tot de vrije gesubsidieerde diensten van school- en beroepsoriëntering tot de vrije gesubsidieerde diensten van school- en beroepsoriëntering
en de psycho-sociale centra, als burgerlijk of geestelijk titularis en de psycho-sociale centra, als burgerlijk of geestelijk titularis
van een door middel van een weddetoelage bezoldigd ambt met volledige van een door middel van een weddetoelage bezoldigd ambt met volledige
prestaties; » prestaties; »
3° 3° wordt opgeheven. 3° 3° wordt opgeheven.

Art. 5.In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 5.In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

koninklijk besluit van 8 september 1972, worden de volgende koninklijk besluit van 8 september 1972, worden de volgende
wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° in 1° worden de woorden "op bevordering tot een hogere wedde" 1° in 1° worden de woorden "op bevordering tot een hogere wedde"
vervangen door de woorden "op bevordering in zijn weddeschaal"; vervangen door de woorden "op bevordering in zijn weddeschaal";
2° 3° wordt vervangen door de volgende bepaling : 2° 3° wordt vervangen door de volgende bepaling :
« 3° worden als beroepsmilitair beschouwd : « 3° worden als beroepsmilitair beschouwd :
a) de beroepsofficieren, de aanvullingsofficieren, de hulpofficieren a) de beroepsofficieren, de aanvullingsofficieren, de hulpofficieren
en de korte termijn officieren; en de korte termijn officieren;
b) de reserveofficieren die vrijwillige prestaties verrichten met b) de reserveofficieren die vrijwillige prestaties verrichten met
uitsluiting van legeroefeningen; uitsluiting van legeroefeningen;
c) de reserveofficieren, de aanvullingsofficieren en de korte termijn c) de reserveofficieren, de aanvullingsofficieren en de korte termijn
officieren; officieren;
d) de militairen met een lagere graad dan die van officier, die dienen d) de militairen met een lagere graad dan die van officier, die dienen
op grond van een dienstneming of van een wederdienstneming met op grond van een dienstneming of van een wederdienstneming met
inbegrip van de beroepsvrijwilligers en de aanvullingsvrijwilligers; inbegrip van de beroepsvrijwilligers en de aanvullingsvrijwilligers;
e) de aalmoezeniers van het actieve kader en de reserveaalmoezeniers e) de aalmoezeniers van het actieve kader en de reserveaalmoezeniers
die in vredestijd in dienst worden gehouden om het tijdelijk kader van die in vredestijd in dienst worden gehouden om het tijdelijk kader van
de aalmoezeniersdienst te vormen; de aalmoezeniersdienst te vormen;
f) de morele consulenten bij de krijgsmacht die tot de f) de morele consulenten bij de krijgsmacht die tot de
niet-confessionele gemeenschap van België behoren;"; niet-confessionele gemeenschap van België behoren;";
3° er wordt een 4° ingevoegd, luidend als volgt : 3° er wordt een 4° ingevoegd, luidend als volgt :
« 4° met beroepsmilitairen worden gelijkgesteld : « 4° met beroepsmilitairen worden gelijkgesteld :
a) de aalmoezeniers en de reserveaalmoezeniers bij de rijkswacht; a) de aalmoezeniers en de reserveaalmoezeniers bij de rijkswacht;
b) de morele adviseurs bij de rijkswacht die ressorteren onder de b) de morele adviseurs bij de rijkswacht die ressorteren onder de
niet-confessionele gemeenschap van België. » niet-confessionele gemeenschap van België. »

Art. 6.In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden "op

Art. 6.In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden "op

bevordering tot een hogere wedde" vervangen door de woorden "op bevordering tot een hogere wedde" vervangen door de woorden "op
bevordering in zijn weddeschaal". bevordering in zijn weddeschaal".

Art. 7.In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende

Art. 7.In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° 1° wordt opgeheven; 1° 1° wordt opgeheven;
2° 3° wordt vervangen door de volgende bepaling : 2° 3° wordt vervangen door de volgende bepaling :
« 3° Wanneer de ambtenaar zijn prestaties uitoefent in het raam van « 3° Wanneer de ambtenaar zijn prestaties uitoefent in het raam van
één der deeltijdse arbeidsregelingen die bedoeld zijn in het tweede één der deeltijdse arbeidsregelingen die bedoeld zijn in het tweede
lid, is de wedde van de maand gelijk aan de maandwedde die betrekking lid, is de wedde van de maand gelijk aan de maandwedde die betrekking
heeft op volledige prestaties, vermenigvuldigd met het percentage van heeft op volledige prestaties, vermenigvuldigd met het percentage van
de door de ambtenaar uitgeoefende arbeidsregeling. de door de ambtenaar uitgeoefende arbeidsregeling.
De bepaling van het eerste lid is van toepassing als de ambtenaar De bepaling van het eerste lid is van toepassing als de ambtenaar
verminderde prestaties uitoefent : verminderde prestaties uitoefent :
a) gewettigd door sociale of familiale redenen; a) gewettigd door sociale of familiale redenen;
b) wegens persoonlijke aangelegenheid; b) wegens persoonlijke aangelegenheid;
c) op basis van de vrijwillige vierdagenweek; c) op basis van de vrijwillige vierdagenweek;
d) op basis van de halftijdse vervroegde uittreding; d) op basis van de halftijdse vervroegde uittreding;
e) bij toepassing van een stelsel van deeltijdse loopbaanonderbreking. e) bij toepassing van een stelsel van deeltijdse loopbaanonderbreking.
»; »;
3° er wordt een 4° ingevoegd, luidend als volgt : 3° er wordt een 4° ingevoegd, luidend als volgt :
« 4° Wanneer één van de arbeidsregelingen bedoeld in 3°, aanvangt in « 4° Wanneer één van de arbeidsregelingen bedoeld in 3°, aanvangt in
de loop van een maand of wanneer de wedde van de maand niet volledig de loop van een maand of wanneer de wedde van de maand niet volledig
verschuldigd is ingevolge een andere afwezigheid dan die welke in 3° verschuldigd is ingevolge een andere afwezigheid dan die welke in 3°
bedoeld zijn, wordt het bedrag als volgt bepaald : bedoeld zijn, wordt het bedrag als volgt bepaald :
De volledige maandwedde wordt vermenigvuldigd met een breuk : De volledige maandwedde wordt vermenigvuldigd met een breuk :
a) indien het aantal gepresteerde dagen van die maand kleiner is dan a) indien het aantal gepresteerde dagen van die maand kleiner is dan
of gelijk aan 10 : of gelijk aan 10 :
het aantal gepresteerde dagen x 1,4/30 het aantal gepresteerde dagen x 1,4/30
b) indien het aantal gepresteerde dagen van die maand groter is dan 10 b) indien het aantal gepresteerde dagen van die maand groter is dan 10
: :
30 - (het aantal niet-gepresteerde dagen x 1,4)/30 30 - (het aantal niet-gepresteerde dagen x 1,4)/30
Het aantal gepresteerde dagen is gelijk aan het aantal gepresteerde Het aantal gepresteerde dagen is gelijk aan het aantal gepresteerde
uren gedeeld door 7,6. uren gedeeld door 7,6.
Met gepresteerde dagen worden gelijkgesteld de dagen waarop het Met gepresteerde dagen worden gelijkgesteld de dagen waarop het
personeelslid recht heeft op wedde. ». personeelslid recht heeft op wedde. ».

Art. 8.In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de woorden "op

Art. 8.In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de woorden "op

bevordering tot een hogere wedde" vervangen door de woorden "op bevordering tot een hogere wedde" vervangen door de woorden "op
bevordering in zijn weddeschaal". bevordering in zijn weddeschaal".

Art. 9.In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

Art. 9.In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het

koninklijk besluit van 17 oktober 1991, worden de woorden "door de koninklijk besluit van 17 oktober 1991, worden de woorden "door de
Staat, de provincie, de gemeente of een openbare instelling met Staat, de provincie, de gemeente of een openbare instelling met
rechtspersoonlijkheid" vervangen door de woorden "door de Staat, de rechtspersoonlijkheid" vervangen door de woorden "door de Staat, de
Gemeenschap, het Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, Gemeenschap, het Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie,
door een van de Gemeenschapscommissies van het Brussels Hoofdstedelijk door een van de Gemeenschapscommissies van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest, een provincie, een gemeente, een openbaar centrum voor Gewest, een provincie, een gemeente, een openbaar centrum voor
maatschappelijk welzijn, een openbare inrichting of een openbare maatschappelijk welzijn, een openbare inrichting of een openbare
instelling met rechtspersoonlijkheid". instelling met rechtspersoonlijkheid".
HOOFDSTUK II. - Bijzondere, overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK II. - Bijzondere, overgangs- en slotbepalingen

Art. 10.De weddeschalen vermeld in artikel 2, tweede lid, van de wet

Art. 10.De weddeschalen vermeld in artikel 2, tweede lid, van de wet

van 4 januari 1989 houdende wijziging van de bezoldigingsregeling van van 4 januari 1989 houdende wijziging van de bezoldigingsregeling van
het wetenschappelijk personeel van de Staat, gewijzigd bij de het wetenschappelijk personeel van de Staat, gewijzigd bij de
koninklijke besluiten van 13 december 1989, 21 maart 1990, 7 augustus koninklijke besluiten van 13 december 1989, 21 maart 1990, 7 augustus
1991, 20 oktober 1992 en 9 juli 1993 worden vervangen door de volgende 1991, 20 oktober 1992 en 9 juli 1993 worden vervangen door de volgende
weddeschalen : weddeschalen :
« 1° Attaché « 1° Attaché
911.438 - 1.296.376 911.438 - 1.296.376
31 x 25.182 31 x 25.182
82 x 38.674 82 x 38.674
2° Assistent 2° Assistent
1.028.959 - 1.457.049 1.028.959 - 1.457.049
31 x 25.182 31 x 25.182
82 x 44.068 " 82 x 44.068 "

Art. 11.In afwijking van artikel 7 van het koninklijk besluit van 21

Art. 11.In afwijking van artikel 7 van het koninklijk besluit van 21

april 1965 houdende bezoldigingsregeling van het wetenschappelijk april 1965 houdende bezoldigingsregeling van het wetenschappelijk
personeel van de Staat, wordt voor de ambtenaren die op 31 december personeel van de Staat, wordt voor de ambtenaren die op 31 december
1993 in dienst waren en voor alle vóór 1 januari 1994 verrichte 1993 in dienst waren en voor alle vóór 1 januari 1994 verrichte
diensten elke weddeschaal in de klasse "24 jaar" ondergebracht. diensten elke weddeschaal in de klasse "24 jaar" ondergebracht.

Art. 12.De personeelsleden die op de datum van inwerkingtreding van

Art. 12.De personeelsleden die op de datum van inwerkingtreding van

dit besluit in hun hoedanigheid van houder van het diploma van dit besluit in hun hoedanigheid van houder van het diploma van
geaggregeerde voor het hoger onderwijs of van speciaal doctor de geaggregeerde voor het hoger onderwijs of van speciaal doctor de
weddeschaal vermeld onder artikel 3, rubriek "rang A", 2°, van het weddeschaal vermeld onder artikel 3, rubriek "rang A", 2°, van het
koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling van koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling van
het wetenschappelijk personeel van de Staat genieten, behouden deze het wetenschappelijk personeel van de Staat genieten, behouden deze
weddeschaal ten persoonlijke titel. weddeschaal ten persoonlijke titel.

Art. 13.Voor de toepassing van artikel 3, rubriek "rang A", 3°, van

Art. 13.Voor de toepassing van artikel 3, rubriek "rang A", 3°, van

het koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling het koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling
van het wetenschappelijk personeel van de Staat worden de ambtenaren van het wetenschappelijk personeel van de Staat worden de ambtenaren
die, zonder houder van het diploma van doctor te zijn, vóór 1 februari die, zonder houder van het diploma van doctor te zijn, vóór 1 februari
1992 tot de graad van eerstaanwezend assistent zijn benoemd met 1992 tot de graad van eerstaanwezend assistent zijn benoemd met
toepassing van de statutaire regels die voor deze datum van kracht toepassing van de statutaire regels die voor deze datum van kracht
waren, geacht het bewijs te hebben geleverd dat bedoeld is in artikel waren, geacht het bewijs te hebben geleverd dat bedoeld is in artikel
11, 2°, van het koninklijk besluit van 21 april 1965 tot vaststelling 11, 2°, van het koninklijk besluit van 21 april 1965 tot vaststelling
van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de
wetenschappelijke inrichtingen van de Staat. wetenschappelijke inrichtingen van de Staat.

Art. 14.In afwijking van artikel 3, rubriek "rang A", 3°, van het

Art. 14.In afwijking van artikel 3, rubriek "rang A", 3°, van het

koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling van koninklijk besluit van 21 april 1965 houdende bezoldigingsregeling van
het wetenschappelijk personeel van de Staat, kunnen de ambtenaren die het wetenschappelijk personeel van de Staat, kunnen de ambtenaren die
vóór 1 februari 1992 bevestigd zijn in een ambt van rang A, benoemd vóór 1 februari 1992 bevestigd zijn in een ambt van rang A, benoemd
worden tot de graad van eerstaanwezend assistent als zij, in de tak worden tot de graad van eerstaanwezend assistent als zij, in de tak
van de wetenschap waarop het ambt betrekking heeft, het bewijs leveren van de wetenschap waarop het ambt betrekking heeft, het bewijs leveren
wetenschappelijk werk te hebben verricht dat met een wetenschappelijk werk te hebben verricht dat met een
doctoraatsverhandeling vergeleken kan worden luidens een gunstig en doctoraatsverhandeling vergeleken kan worden luidens een gunstig en
met redenen omkleed advies van de commissie voor werving en met redenen omkleed advies van de commissie voor werving en
bevordering. Dit bewijs zal gelijkwaardig zijn aan dat wat bedoeld is bevordering. Dit bewijs zal gelijkwaardig zijn aan dat wat bedoeld is
in artikel 11, 2°, van het koninklijk besluit van 21 april 1965 tot in artikel 11, 2°, van het koninklijk besluit van 21 april 1965 tot
vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel der vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel der
wetenschappelijke inrichtingen van de Staat. wetenschappelijke inrichtingen van de Staat.

Art. 15.Dit besluit heeft uitwerking op 1 juni 1994, met uitzondering

Art. 15.Dit besluit heeft uitwerking op 1 juni 1994, met uitzondering

van : van :
1° artikel 7 dat uitwerking heeft : 1° artikel 7 dat uitwerking heeft :
- op 1 januari 1994 wat betreft zijn 1°; - op 1 januari 1994 wat betreft zijn 1°;
- op 1 september 1995 wat betreft zijn 2°; - op 1 september 1995 wat betreft zijn 2°;
- op 1 augustus 1996 wat betreft zijn 3°; - op 1 augustus 1996 wat betreft zijn 3°;
2° artikel 11 dat uitwerking heeft op 1 januari 1994; 2° artikel 11 dat uitwerking heeft op 1 januari 1994;
3° de artikelen 13 en 14 die uitwerking hebben op 1 februari 1992. 3° de artikelen 13 en 14 die uitwerking hebben op 1 februari 1992.

Art. 16.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat

Art. 16.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat

hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 4 februari 1998. Gegeven te Brussel, 4 februari 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Begroting, De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY H. VAN ROMPUY
De Minister van Ambtenarenzaken, De Minister van Ambtenarenzaken,
A. FLAHAUT A. FLAHAUT
^