Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 03/05/1999
← Terug naar "Koninklijk besluit betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor preventie en bescherming op het werk "
Koninklijk besluit betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor preventie en bescherming op het werk Koninklijk besluit betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor preventie en bescherming op het werk
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID
3 MEI 1999. - Koninklijk besluit betreffende de opdrachten en de 3 MEI 1999. - Koninklijk besluit betreffende de opdrachten en de
werking van de Comités voor preventie en bescherming op het werk (1) werking van de Comités voor preventie en bescherming op het werk (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de
werknemers bij de uitvoering van hun werk, inzonderheid de artikelen werknemers bij de uitvoering van hun werk, inzonderheid de artikelen
4, 65, 67 en 68; 4, 65, 67 en 68;
Gelet op het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming, Gelet op het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming,
goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van 11 februari 1946 en 27 goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van 11 februari 1946 en 27
september 1947, inzonderheid op artikel 54quater8, tweede lid, september 1947, inzonderheid op artikel 54quater8, tweede lid,
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juni 1975, artikel 108, § gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juni 1975, artikel 108, §
1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 2 augustus 1968, 20 mei 1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 2 augustus 1968, 20 mei
1980 en 27 maart 1998, artikel 147octies, gewijzigd bij de koninklijke 1980 en 27 maart 1998, artikel 147octies, gewijzigd bij de koninklijke
besluiten van 16 april 1965 en 27 maart 1998, artikel 835, ingevoegd besluiten van 16 april 1965 en 27 maart 1998, artikel 835, ingevoegd
bij het koninklijk besluit van 21 maart 1958 en gewijzigd bij het bij het koninklijk besluit van 21 maart 1958 en gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 27 maart 1998, artikel 836 gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 maart 1998, artikel 836 gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 8 maart 1976 en de artikelen 837 tot 839decies, koninklijk besluit van 8 maart 1976 en de artikelen 837 tot 839decies,
gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 maart 1971, 20 juni gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 maart 1971, 20 juni
1975, 11 maart 1977, 14 september 1992, 8 februari 1993, 18 juni 1993 1975, 11 maart 1977, 14 september 1992, 8 februari 1993, 18 juni 1993
en 7 augustus 1995; en 7 augustus 1995;
Gelet op het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het Gelet op het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het
beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun
werk, inzonderheid op artikel 29; werk, inzonderheid op artikel 29;
Gelet op het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de
Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk, inzonderheid Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk, inzonderheid
op de artikelen 14 en 17; op de artikelen 14 en 17;
Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op
het werk, gegeven op 26 februari 1999; het werk, gegeven op 26 februari 1999;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat ingevolge de koninklijke besluiten van 27 maart 1998 Overwegende dat ingevolge de koninklijke besluiten van 27 maart 1998
die betrekking hebben op het beleid inzake het welzijn van de die betrekking hebben op het beleid inzake het welzijn van de
werknemers bij de uitvoering van hun werk en de interne en externe werknemers bij de uitvoering van hun werk en de interne en externe
dienst voor Preventie en Bescherming op het werk, de bevoegdheden van dienst voor Preventie en Bescherming op het werk, de bevoegdheden van
het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk dienen te worden het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk dienen te worden
herzien, inzonderheid met het oog op de uitoefening van deze herzien, inzonderheid met het oog op de uitoefening van deze
bevoegdheden door de syndicale afvaardiging en met het oog op de bevoegdheden door de syndicale afvaardiging en met het oog op de
aanpassing van de terminologie; aanpassing van de terminologie;
Overwegende dat eveneens de regels in verband met de werking van het Overwegende dat eveneens de regels in verband met de werking van het
Comité voor Preventie en Bescherming op het werk nader dienen te Comité voor Preventie en Bescherming op het werk nader dienen te
worden bepaald, inzonderheid wat betreft de minimumbepalingen die het worden bepaald, inzonderheid wat betreft de minimumbepalingen die het
huishoudelijk reglement moet bevatten; huishoudelijk reglement moet bevatten;
Overwegende dat al deze maatregelen zo snel mogelijk moeten worden Overwegende dat al deze maatregelen zo snel mogelijk moeten worden
vastgesteld en dit, alleszins in de loop van het jaar dat aan de vastgesteld en dit, alleszins in de loop van het jaar dat aan de
sociale verkiezingen voorafgaat, om de continuïteit van de werking van sociale verkiezingen voorafgaat, om de continuïteit van de werking van
de bestaande comités te waarborgen en te vermijden dat er naar de bestaande comités te waarborgen en te vermijden dat er naar
aanleiding van de installatie van nieuwe comités voor Preventie en aanleiding van de installatie van nieuwe comités voor Preventie en
Bescherming op het werk, ingevolge de voormelde sociale verkiezingen, Bescherming op het werk, ingevolge de voormelde sociale verkiezingen,
geschillen zouden ontstaan; geschillen zouden ontstaan;
Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Afdeling I. - Definities Afdeling I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit wordt

Artikel 1.Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit wordt

verstaan onder : verstaan onder :
1° Interne dienst : de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op 1° Interne dienst : de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op
het werk; het werk;
2° Externe dienst : de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op 2° Externe dienst : de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op
het werk; het werk;
3° de wet : de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de 3° de wet : de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de
werknemers bij de uitvoering van hun werk. werknemers bij de uitvoering van hun werk.
Voor de toepassing van de afdelingen II en III wordt onder comité Voor de toepassing van de afdelingen II en III wordt onder comité
verstaan : het comité voor Preventie en Bescherming op het werk, bij verstaan : het comité voor Preventie en Bescherming op het werk, bij
ontstentenis van een comité, de vakbondsafvaardiging, en, bij ontstentenis van een comité, de vakbondsafvaardiging, en, bij
onstentenis van een vakbondsafvaardiging, de werknemers zelf, onstentenis van een vakbondsafvaardiging, de werknemers zelf,
overeenkomstig de bepalingen van artikel 53 van de wet. overeenkomstig de bepalingen van artikel 53 van de wet.
Voor de toepassing van de afdelingen IV en V wordt onder comité Voor de toepassing van de afdelingen IV en V wordt onder comité
verstaan : het comité voor Preventie en Bescherming op het werk. verstaan : het comité voor Preventie en Bescherming op het werk.
Afdeling II. - Opdrachten van het comité Afdeling II. - Opdrachten van het comité

Art. 2.In toepassing van artikel 65 van de wet heeft het comité

Art. 2.In toepassing van artikel 65 van de wet heeft het comité

inzonderheid als opdracht adviezen uit te brengen en voorstellen te inzonderheid als opdracht adviezen uit te brengen en voorstellen te
formuleren omtrent het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij formuleren omtrent het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij
de uitvoering van hun werk, omtrent het globaal preventieplan en het de uitvoering van hun werk, omtrent het globaal preventieplan en het
jaarlijks actieplan opgesteld door de werkgever, de wijzigingen, de jaarlijks actieplan opgesteld door de werkgever, de wijzigingen, de
uitvoering en de resultaten ervan. uitvoering en de resultaten ervan.
Het comité wordt tevens betrokken bij het beheer en de werkzaamheden Het comité wordt tevens betrokken bij het beheer en de werkzaamheden
van het departement belast met het medisch toezicht van de interne van het departement belast met het medisch toezicht van de interne
dienst door ten minste tweemaal per jaar, met een tijdsverloop van dienst door ten minste tweemaal per jaar, met een tijdsverloop van
maximaal zes maanden hieraan aandacht te besteden op grond van een maximaal zes maanden hieraan aandacht te besteden op grond van een
verslag dat hiertoe door de preventieadviseur belast met het medisch verslag dat hiertoe door de preventieadviseur belast met het medisch
toezicht wordt opgesteld. toezicht wordt opgesteld.

Art. 3.Het comité brengt een voorafgaand advies uit over :

Art. 3.Het comité brengt een voorafgaand advies uit over :

1° alle voorstellen, maatregelen en toe te passen middelen, die 1° alle voorstellen, maatregelen en toe te passen middelen, die
rechtreeks of onrechtstreeks, meteen of na verloop van tijd, gevolgen rechtreeks of onrechtstreeks, meteen of na verloop van tijd, gevolgen
kunnen hebben voor het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van kunnen hebben voor het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van
hun werk; hun werk;
2° de planning en invoering van nieuwe technologieën, wat betreft de 2° de planning en invoering van nieuwe technologieën, wat betreft de
gevolgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, gevolgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers,
verbonden aan de keuzen inzake uitrusting, de arbeidsomstandigheden en verbonden aan de keuzen inzake uitrusting, de arbeidsomstandigheden en
de invloed op de omgevingsfactoren op het werk, met uitzondering van de invloed op de omgevingsfactoren op het werk, met uitzondering van
die gevolgen, waarop een collectieve arbeidsovereenkomst van die gevolgen, waarop een collectieve arbeidsovereenkomst van
toepassing is, die in gelijkaardige waarborgen voorziet; toepassing is, die in gelijkaardige waarborgen voorziet;
3° de keuze of de vervanging van een externe dienst voor technische 3° de keuze of de vervanging van een externe dienst voor technische
controles op de werkplaats en andere instellingen en deskundigen; controles op de werkplaats en andere instellingen en deskundigen;
4° de keuze of de verandering van de diensten waarop een beroep wordt 4° de keuze of de verandering van de diensten waarop een beroep wordt
gedaan in toepassing van de arbeidsongevallenwetten; gedaan in toepassing van de arbeidsongevallenwetten;
5° elke maatregel die overwogen wordt om de technieken en de 5° elke maatregel die overwogen wordt om de technieken en de
arbeidsvoorwaarden aan de mens aan te passen en om de arbeidsvoorwaarden aan de mens aan te passen en om de
beroepsvermoeidheid te voorkomen; beroepsvermoeidheid te voorkomen;
6° de specifieke maatregelen voor de inrichting van de arbeidsplaats 6° de specifieke maatregelen voor de inrichting van de arbeidsplaats
teneinde, in voorkomend geval, rekening te houden met de teneinde, in voorkomend geval, rekening te houden met de
tewerkgestelde minder-valide werknemers; tewerkgestelde minder-valide werknemers;
7° de keuze, de aankoop, het onderhoud en het gebruik van 7° de keuze, de aankoop, het onderhoud en het gebruik van
arbeidsmiddelen en persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen. arbeidsmiddelen en persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen.

Art. 4.Het comité geeft zijn voorafgaand akkoord in de gevallen

Art. 4.Het comité geeft zijn voorafgaand akkoord in de gevallen

bepaald door de verschillende wetten en uitvoeringsbesluiten ervan. bepaald door de verschillende wetten en uitvoeringsbesluiten ervan.

Art. 5.Het comité is er mee belast in de hem eigen domeinen de

Art. 5.Het comité is er mee belast in de hem eigen domeinen de

propagandamiddelen en de maatregelen in verband met het onthaal van de propagandamiddelen en de maatregelen in verband met het onthaal van de
werknemers, de informatie en de opleiding op het vlak van de preventie werknemers, de informatie en de opleiding op het vlak van de preventie
en bescherming op het werk uit te werken en in toepassing te brengen. en bescherming op het werk uit te werken en in toepassing te brengen.

Art. 6.Het comité stimuleert de activiteiten van de interne dienst en

Art. 6.Het comité stimuleert de activiteiten van de interne dienst en

volgt de werking van de interne dienst op. volgt de werking van de interne dienst op.

Art. 7.Het comité onderzoekt de door de werknemers geuite klachten

Art. 7.Het comité onderzoekt de door de werknemers geuite klachten

met betrekking tot het welzijn op het werk, evenals de klachten die met betrekking tot het welzijn op het werk, evenals de klachten die
betrekking hebben op de manier waarop de diensten, waarop in betrekking hebben op de manier waarop de diensten, waarop in
toepassing van de arbeidsongevallenwetten een beroep wordt gedaan, hun toepassing van de arbeidsongevallenwetten een beroep wordt gedaan, hun
opdracht vervullen. opdracht vervullen.

Art. 8.Het comité werkt voorstellen uit om de arbeidsplaats en de

Art. 8.Het comité werkt voorstellen uit om de arbeidsplaats en de

omgeving ervan te verfraaien. omgeving ervan te verfraaien.

Art. 9.Het comité verleent, op vraag van de met het toezicht belaste

Art. 9.Het comité verleent, op vraag van de met het toezicht belaste

ambtenaren, zijn medewerking aan deze ambtenaren. ambtenaren, zijn medewerking aan deze ambtenaren.

Art. 10.Het comité draagt bij tot de toepassing van het dynamisch

Art. 10.Het comité draagt bij tot de toepassing van het dynamisch

risicobeheersingssysteem door sommige van zijn leden werkgevers en risicobeheersingssysteem door sommige van zijn leden werkgevers en
werknemers af te vaardigen om samen met de bevoegde preventieadviseur werknemers af te vaardigen om samen met de bevoegde preventieadviseur
en het bevoegde lid van de hiërarchische lijn, periodiek en ten minste en het bevoegde lid van de hiërarchische lijn, periodiek en ten minste
één maal per jaar een grondig onderzoek in te stellen op al de één maal per jaar een grondig onderzoek in te stellen op al de
arbeidsplaatsen waarvoor het comité bevoegd is. arbeidsplaatsen waarvoor het comité bevoegd is.

Art. 11.Het comité wijst een afvaardiging aan die zich onmiddellijk

Art. 11.Het comité wijst een afvaardiging aan die zich onmiddellijk

ter plaatse begeeft, wanneer er ernstige risico's zijn, waarbij de ter plaatse begeeft, wanneer er ernstige risico's zijn, waarbij de
schade dreigend is en telkens er een ernstig ongeval of incident schade dreigend is en telkens er een ernstig ongeval of incident
gebeurd is, of wanneer ten minste een derde van de gebeurd is, of wanneer ten minste een derde van de
werknemersafvaardiging in het comité er om verzoekt. werknemersafvaardiging in het comité er om verzoekt.

Art. 12.Het comité wijst een afvaardiging aan om de met het toezicht

Art. 12.Het comité wijst een afvaardiging aan om de met het toezicht

belaste ambtenaren te woord te staan bij hun toezichtsbezoeken. belaste ambtenaren te woord te staan bij hun toezichtsbezoeken.

Art. 13.Het comité vervult bovendien alle andere opdrachten die door

Art. 13.Het comité vervult bovendien alle andere opdrachten die door

specifieke bepalingen aan hem worden toevertrouwd. specifieke bepalingen aan hem worden toevertrouwd.
Afdeling III. - Verplichtingen van de werkgever Afdeling III. - Verplichtingen van de werkgever

Art. 14.De werkgever is er toe gehouden het comité alle nodige

Art. 14.De werkgever is er toe gehouden het comité alle nodige

informatie te verstrekken opdat het met volkomen kennis van zaken informatie te verstrekken opdat het met volkomen kennis van zaken
advies zou kunnen uitbrengen. advies zou kunnen uitbrengen.
Hij stelt een documentatie samen betreffende de vraagstukken inzake Hij stelt een documentatie samen betreffende de vraagstukken inzake
het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, het het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, het
intern en extern milieu, waarvan de inhoud is bepaald in bijlage I van intern en extern milieu, waarvan de inhoud is bepaald in bijlage I van
het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de Interne Dienst het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de Interne Dienst
voor Preventie en Bescherming op het Werk, en houdt deze ter voor Preventie en Bescherming op het Werk, en houdt deze ter
beschikking van het comité. beschikking van het comité.
Daartoe moeten de leden van het comité op de hoogte worden gebracht en Daartoe moeten de leden van het comité op de hoogte worden gebracht en
kennis kunnen krijgen van alle al dan niet door de arbeids- of kennis kunnen krijgen van alle al dan niet door de arbeids- of
milieureglementering opgelegde inlichtingen, verslagen, adviezen en milieureglementering opgelegde inlichtingen, verslagen, adviezen en
documenten die verband houden met het welzijn van de werknemers bij de documenten die verband houden met het welzijn van de werknemers bij de
uitvoering van hun werk, het intern of extern milieu. uitvoering van hun werk, het intern of extern milieu.
Dit geldt inzonderheid voor de inlichtingen, verslagen, adviezen en Dit geldt inzonderheid voor de inlichtingen, verslagen, adviezen en
documenten die de eigen onderneming in toepassing van de documenten die de eigen onderneming in toepassing van de
milieureglementering aan de overheid dient te verschaffen of ter milieureglementering aan de overheid dient te verschaffen of ter
inzage dient te houden. inzage dient te houden.
Dit geldt eveneens voor de inlichtingen, verslagen, adviezen en Dit geldt eveneens voor de inlichtingen, verslagen, adviezen en
documenten die derde ondernemingen ter gelegenheid van hun aanvraag documenten die derde ondernemingen ter gelegenheid van hun aanvraag
voor een vergunning openbaar dienen te maken, indien en voor zover de voor een vergunning openbaar dienen te maken, indien en voor zover de
werkgever ten opzichte van die documenten een inzagerecht kan doen werkgever ten opzichte van die documenten een inzagerecht kan doen
gelden. gelden.
Dit geldt bovendien voor de wijzigingen aangebracht aan de Dit geldt bovendien voor de wijzigingen aangebracht aan de
fabricageprocédés, de werkmethodes of de installaties als ze de fabricageprocédés, de werkmethodes of de installaties als ze de
bestaande risico's voor het welzijn van de werknemers, het intern of bestaande risico's voor het welzijn van de werknemers, het intern of
het extern milieu kunnen verzwaren of er nieuwe kunnen vormen, evenals het extern milieu kunnen verzwaren of er nieuwe kunnen vormen, evenals
bij de aanwending of fabricage van nieuwe produkten. bij de aanwending of fabricage van nieuwe produkten.
Bovendien houdt de werkgever de bestelbon, de leveringsdocumenten en Bovendien houdt de werkgever de bestelbon, de leveringsdocumenten en
het indienststellingsverslag die betrekking hebben op de keuze, de het indienststellingsverslag die betrekking hebben op de keuze, de
aankoop en het gebruik van arbeidsmiddelen en persoonlijke en aankoop en het gebruik van arbeidsmiddelen en persoonlijke en
collectieve beschermingsmiddelen ter inzage van het comité en legt hij collectieve beschermingsmiddelen ter inzage van het comité en legt hij
regelmatig een verslag of overzicht ter bespreking voor aan het regelmatig een verslag of overzicht ter bespreking voor aan het
comité. comité.

Art. 15.De werkgever verstrekt aan het comité alle nodige informatie

Art. 15.De werkgever verstrekt aan het comité alle nodige informatie

betreffende de risico's voor de veiligheid en de gezondheid, alsmede betreffende de risico's voor de veiligheid en de gezondheid, alsmede
de beschermings- en preventiemaatregelen, zowel voor de organisatie in de beschermings- en preventiemaatregelen, zowel voor de organisatie in
haar geheel als op het niveau van elke groep van werkposten of haar geheel als op het niveau van elke groep van werkposten of
functies evenals alle nodige informatie betreffende de maatregelen functies evenals alle nodige informatie betreffende de maatregelen
genomen met betrekking tot de eerste hulp, de brandbestrijding en de genomen met betrekking tot de eerste hulp, de brandbestrijding en de
evacuatie van werknemers. evacuatie van werknemers.
De werkgever verstrekt bovendien alle nodige informatie betreffende de De werkgever verstrekt bovendien alle nodige informatie betreffende de
evaluatie van de risico's en de beschermende maatregelen, in het kader evaluatie van de risico's en de beschermende maatregelen, in het kader
van het dynamisch risicobeheersingssysteem en het globaal van het dynamisch risicobeheersingssysteem en het globaal
preventieplan preventieplan

Art. 16.De werkgever verzorgt jaarlijks op een vergadering van het

Art. 16.De werkgever verzorgt jaarlijks op een vergadering van het

comité een omstandige toelichting met betrekking tot het door de comité een omstandige toelichting met betrekking tot het door de
onderneming gevoerde milieubeleid. onderneming gevoerde milieubeleid.
Hij bezorgt aan het comité tevens de toelichtingen waarnaar een lid Hij bezorgt aan het comité tevens de toelichtingen waarnaar een lid
van het comité met betrekking tot externe milieuaangelegenheden zou van het comité met betrekking tot externe milieuaangelegenheden zou
hebben gevraagd. hebben gevraagd.

Art. 17.De werkgever geeft aan de leden van het comité die de

Art. 17.De werkgever geeft aan de leden van het comité die de

werknemers vertegenwoordigen de mogelijkheid om met hemzelf, of zijn werknemers vertegenwoordigen de mogelijkheid om met hemzelf, of zijn
afgevaardigden alsmede met de leden van de hiërarchische lijn, de afgevaardigden alsmede met de leden van de hiërarchische lijn, de
preventieadviseurs en de betrokken werknemers alle contacten te hebben preventieadviseurs en de betrokken werknemers alle contacten te hebben
die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdracht. die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdracht.

Art. 18.De werkgever deelt zijn standpunt of, in voorkomend geval,

Art. 18.De werkgever deelt zijn standpunt of, in voorkomend geval,

dat van de interne of externe dienst, de externe dienst voor dat van de interne of externe dienst, de externe dienst voor
technische controles op de werkplaats of andere betrokken instellingen technische controles op de werkplaats of andere betrokken instellingen
en deskundigen, mede aan het comité omtrent de adviezen van het comité en deskundigen, mede aan het comité omtrent de adviezen van het comité
inzake de door de werknemers geuite klachten betreffende het welzijn inzake de door de werknemers geuite klachten betreffende het welzijn
op het werk en inzake de manier waarop de diensten waarop in op het werk en inzake de manier waarop de diensten waarop in
toepassing van de arbeidsongevallenwetten een beroep wordt gedaan, hun toepassing van de arbeidsongevallenwetten een beroep wordt gedaan, hun
opdracht vervullen. opdracht vervullen.

Art. 19.De werkgever geeft zo vlug mogelijk een conform gevolg aan de

Art. 19.De werkgever geeft zo vlug mogelijk een conform gevolg aan de

met algemene stemmen uitgebrachte adviezen van het comité met met algemene stemmen uitgebrachte adviezen van het comité met
betrekking tot ernstige risico's voor het welzijn van de werknemers betrekking tot ernstige risico's voor het welzijn van de werknemers
waarbij de schade dreigend is en geeft er een passend gevolg aan in waarbij de schade dreigend is en geeft er een passend gevolg aan in
geval van uiteenlopende adviezen. geval van uiteenlopende adviezen.
Hij geeft gevolg aan al de andere adviezen binnen de door het comité Hij geeft gevolg aan al de andere adviezen binnen de door het comité
gestelde termijn of, indien geen termijn is bepaald, uiterlijk binnen gestelde termijn of, indien geen termijn is bepaald, uiterlijk binnen
de zes maanden. de zes maanden.
De werkgever die niet overeenkomstig de adviezen heeft gehandeld, er De werkgever die niet overeenkomstig de adviezen heeft gehandeld, er
geen gevolg aan heeft gegeven of gekozen heeft onder de uiteenlopende geen gevolg aan heeft gegeven of gekozen heeft onder de uiteenlopende
adviezen, deelt de redenen hiervan mede aan het comité. adviezen, deelt de redenen hiervan mede aan het comité.
Hij verklaart tevens de maatregelen die in gewettigd dringend geval Hij verklaart tevens de maatregelen die in gewettigd dringend geval
werden genomen zonder het comité vooraf te raadplegen of te werden genomen zonder het comité vooraf te raadplegen of te
informeren. informeren.

Art. 20.De werkgever stelt de nodige middelen ter beschikking van de

Art. 20.De werkgever stelt de nodige middelen ter beschikking van de

leden van het comité, waardoor zij de vastgestelde gevaren of risico's leden van het comité, waardoor zij de vastgestelde gevaren of risico's
kunnen signaleren aan het rechtstreeks bevoegde lid van de kunnen signaleren aan het rechtstreeks bevoegde lid van de
hiërarchische lijn. hiërarchische lijn.
In het kader van de informatieverplichting stelt hij tevens een In het kader van de informatieverplichting stelt hij tevens een
uithangbord of een ander geschikt communicatiemiddel waarmee alle uithangbord of een ander geschikt communicatiemiddel waarmee alle
werknemers kunnen worden bereikt, ter beschikking van het comité. werknemers kunnen worden bereikt, ter beschikking van het comité.
Afdeling IV. - De werking van het comité Afdeling IV. - De werking van het comité

Art. 21.De werkgever zorgt ervoor dat het comité ten minste één maal

Art. 21.De werkgever zorgt ervoor dat het comité ten minste één maal

per maand vergadert, evenals wanneer ten minste een derde van de per maand vergadert, evenals wanneer ten minste een derde van de
personeelsafvaardiging in het comité er om verzoekt. personeelsafvaardiging in het comité er om verzoekt.
De werkgever zorgt er tevens voor dat het comité ten minste twee maal De werkgever zorgt er tevens voor dat het comité ten minste twee maal
per jaar met een tussentijd van maximaal zes maanden vergadert over de per jaar met een tussentijd van maximaal zes maanden vergadert over de
zaken die betrekking hebben op het medisch toezicht, wanneer er een zaken die betrekking hebben op het medisch toezicht, wanneer er een
departement belast met het medisch toezicht is opgericht bij de departement belast met het medisch toezicht is opgericht bij de
interne dienst. interne dienst.
Het comité vergadert op de zetel van de technische bedrijfseenheid. Het comité vergadert op de zetel van de technische bedrijfseenheid.

Art. 22.De werkgever of zijn afgevaardigde aan wie hij zijn

Art. 22.De werkgever of zijn afgevaardigde aan wie hij zijn

bevoegdheden overdraagt, neemt het voorzitterschap op zich. bevoegdheden overdraagt, neemt het voorzitterschap op zich.
Hij stelt de agenda op en vermeldt er elk punt op dat ten minste tien Hij stelt de agenda op en vermeldt er elk punt op dat ten minste tien
dagen voor de vergadering door een lid van het comité werd dagen voor de vergadering door een lid van het comité werd
voorgesteld. voorgesteld.
Hij laat de notulen van de vorige vergadering goedkeuren. Hij laat de notulen van de vorige vergadering goedkeuren.

Art. 23.Het secretariaat van het comité wordt verzekerd door de

Art. 23.Het secretariaat van het comité wordt verzekerd door de

interne dienst, wanneer bij de werkgever één comité moet opgericht interne dienst, wanneer bij de werkgever één comité moet opgericht
worden. worden.
Wanneer een werkgever meerder technische bedrijfseenheden heeft Wanneer een werkgever meerder technische bedrijfseenheden heeft
waarvoor een comité moet opgericht worden, wordt het secretariaat van waarvoor een comité moet opgericht worden, wordt het secretariaat van
het comité verzekerd door de afdeling van de interne dienst, die is het comité verzekerd door de afdeling van de interne dienst, die is
opgericht voor de technische bedrijfseenheid waarvoor het opgericht voor de technische bedrijfseenheid waarvoor het
desbetreffende comité is opgericht. desbetreffende comité is opgericht.

Art. 24.Het secretariaat is belast met de volgende taken :

Art. 24.Het secretariaat is belast met de volgende taken :

1° elk gewoon lid van het comité ten minste acht dagen voor de 1° elk gewoon lid van het comité ten minste acht dagen voor de
vergadering schriftelijk uitnodigen; vergadering schriftelijk uitnodigen;
2° elk gewoon lid ten minste vijftien dagen voor de vergadering van de 2° elk gewoon lid ten minste vijftien dagen voor de vergadering van de
maand februari het jaarverslag van de interne dienst toesturen, maand februari het jaarverslag van de interne dienst toesturen,
onverminderd de verplichting om binnen de dertig dagen na het onverminderd de verplichting om binnen de dertig dagen na het
opstellen ervan een afschrift van het jaarverslag toe te zenden aan de opstellen ervan een afschrift van het jaarverslag toe te zenden aan de
gewone en plaatsvervangende leden van het comité; gewone en plaatsvervangende leden van het comité;
3° elk gewoon lid tenminste een maand voordat de vergadering over de 3° elk gewoon lid tenminste een maand voordat de vergadering over de
zaken in verband met het medisch toezicht plaats heeft het verslag zaken in verband met het medisch toezicht plaats heeft het verslag
toesturen dat in dit verband is opgesteld door de preventieadviseur toesturen dat in dit verband is opgesteld door de preventieadviseur
belast met het medisch toezicht; belast met het medisch toezicht;
4° de datum en de agenda van de vergadering meedelen aan de 4° de datum en de agenda van de vergadering meedelen aan de
preventieadviseur van de externe dienst die krachtens artikel 18 van preventieadviseur van de externe dienst die krachtens artikel 18 van
het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe
diensten voor preventie en bescherming op het werk, is aangeduid; diensten voor preventie en bescherming op het werk, is aangeduid;
5° op verschillende in het oog vallende en toegankelijke plaatsen, 5° op verschillende in het oog vallende en toegankelijke plaatsen,
acht dagen voor de vergadering van het comité een bericht aanplakken acht dagen voor de vergadering van het comité een bericht aanplakken
dat de datum en de agenda van de vergadering mededeelt of dit bericht dat de datum en de agenda van de vergadering mededeelt of dit bericht
kenbaar maken aan alle werknemers via andere gelijkwaardige kenbaar maken aan alle werknemers via andere gelijkwaardige
communicatiekanalen; communicatiekanalen;
6° de notulen van de vergadering opstellen en ze ten minste acht dagen 6° de notulen van de vergadering opstellen en ze ten minste acht dagen
voor de volgende vergadering bezorgen aan de gewone en voor de volgende vergadering bezorgen aan de gewone en
plaatsvervangende leden evenals aan de preventieadviseurs van de plaatsvervangende leden evenals aan de preventieadviseurs van de
interne dienst en de preventieadviseur van de externe dienst, die interne dienst en de preventieadviseur van de externe dienst, die
krachtens artikel 18 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 krachtens artikel 18 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998
betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het
werk, is aangeduid; werk, is aangeduid;
7° binnen de acht dagen na de vergadering, de conclusies en de genomen 7° binnen de acht dagen na de vergadering, de conclusies en de genomen
beslissingen op dezelfde plaats aanplakken of ze kenbaar maken aan beslissingen op dezelfde plaats aanplakken of ze kenbaar maken aan
alle werknemers via andere gelijkwaardige communicatiekanalen; alle werknemers via andere gelijkwaardige communicatiekanalen;
8° de inhoud van het jaarlijks actieplan, het jaarverslag van de 8° de inhoud van het jaarlijks actieplan, het jaarverslag van de
interne dienst, de aan de adviezen van het comité gegeven gevolgen en interne dienst, de aan de adviezen van het comité gegeven gevolgen en
elke informatie die het comité in het bijzonder wil kenbaar maken op elke informatie die het comité in het bijzonder wil kenbaar maken op
dezelfde plaatsen aanplakken of al deze informatie kenbaar maken aan dezelfde plaatsen aanplakken of al deze informatie kenbaar maken aan
alle werknemers via andere gelijkwaardige communicatiekanalen; alle werknemers via andere gelijkwaardige communicatiekanalen;
9° binnen dertig dagen vanaf het tijdstip opgelegd voor het opstellen 9° binnen dertig dagen vanaf het tijdstip opgelegd voor het opstellen
ervan, een afschrift van de maandverslagen toezenden aan de gewone en ervan, een afschrift van de maandverslagen toezenden aan de gewone en
plaatsvervangende leden van het comité; plaatsvervangende leden van het comité;
10° binnen dertig dagen vanaf het tijdstip opgelegd voor het opstellen 10° binnen dertig dagen vanaf het tijdstip opgelegd voor het opstellen
ervan, een afschrift van de maand- en jaarverslagen toezenden aan de ervan, een afschrift van de maand- en jaarverslagen toezenden aan de
gewone en de plaatsvervangende leden van de ondernemingsraad en de gewone en de plaatsvervangende leden van de ondernemingsraad en de
syndicale afvaardiging, indien deze instellingen bestaan. syndicale afvaardiging, indien deze instellingen bestaan.
De convocatie bedoeld in het eerste lid, 1°, vermeldt de plaats, de De convocatie bedoeld in het eerste lid, 1°, vermeldt de plaats, de
datum, het uur en de agenda en wordt vergezeld van het maandverslag datum, het uur en de agenda en wordt vergezeld van het maandverslag
van de interne dienst en van alle nodige inlichtingen met betrekking van de interne dienst en van alle nodige inlichtingen met betrekking
tot die agenda. tot die agenda.
De volgende taken moeten, in elk geval, verzekerd worden door de De volgende taken moeten, in elk geval, verzekerd worden door de
preventieadviseur die belast is met de leiding van de interne dienst preventieadviseur die belast is met de leiding van de interne dienst
of, in voorkomend geval, de preventieadviseur die belast is met de of, in voorkomend geval, de preventieadviseur die belast is met de
leiding van de afdeling : leiding van de afdeling :
1° de adviezen van het comité opstellen; 1° de adviezen van het comité opstellen;
2° er voor zorgen dat de notulen van de vergaderingen worden 2° er voor zorgen dat de notulen van de vergaderingen worden
opgesteld; opgesteld;
3° de vergaderingen bijwonen en er de nodige toelichtingen 3° de vergaderingen bijwonen en er de nodige toelichtingen
verstrekken; verstrekken;
4° er voor zorgen dat de in het eerste lid bedoelde taken worden 4° er voor zorgen dat de in het eerste lid bedoelde taken worden
uitgevoerd. uitgevoerd.

Art. 25.Nemen eveneens deel aan de vergaderingen van het comité, met

Art. 25.Nemen eveneens deel aan de vergaderingen van het comité, met

raadgevende stem : raadgevende stem :
1° de preventieadviseur belast met het medisch toezicht, die deel 1° de preventieadviseur belast met het medisch toezicht, die deel
uitmaakt van de interne dienst; uitmaakt van de interne dienst;
2° de preventieadviseur belast met de leiding van de interne dienst, 2° de preventieadviseur belast met de leiding van de interne dienst,
wanneer de dienst uit verschillende afdelingen bestaat telkens wanneer wanneer de dienst uit verschillende afdelingen bestaat telkens wanneer
zijn aanwezigheid vereist is ingevolge de verhouding die is zijn aanwezigheid vereist is ingevolge de verhouding die is
vastgesteld tussen de centrale dienst en de afdelingen in toepassing vastgesteld tussen de centrale dienst en de afdelingen in toepassing
van artikel 15, eerste lid van het koninklijk besluit van 27 maart van artikel 15, eerste lid van het koninklijk besluit van 27 maart
1998 betreffende de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op 1998 betreffende de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op
het Werk; het Werk;
3° de andere preventieadviseurs van de interne dienst dan deze bedoeld 3° de andere preventieadviseurs van de interne dienst dan deze bedoeld
in 1° en 2°, en de preventieadviseurs van de externe dienst, telkens in 1° en 2°, en de preventieadviseurs van de externe dienst, telkens
wanneer er op de agenda een punt staat dat behoort tot hun bijzondere wanneer er op de agenda een punt staat dat behoort tot hun bijzondere
bevoegdheid en inzonderheid bij de bespreking van het globaal bevoegdheid en inzonderheid bij de bespreking van het globaal
preventieplan, het jaarlijks actieplan en het medisch jaarverslag; preventieplan, het jaarlijks actieplan en het medisch jaarverslag;
4° de afgevaardigden-werklieden bij het toezicht op de graverijen en 4° de afgevaardigden-werklieden bij het toezicht op de graverijen en
de groeven, wat de groeven in open lucht en hun aanhorigheden betreft. de groeven, wat de groeven in open lucht en hun aanhorigheden betreft.
Het secretariaat stelt deze personen in kennis van de datum en de Het secretariaat stelt deze personen in kennis van de datum en de
agenda van de vergadering. agenda van de vergadering.

Art. 26.De leden vertegenwoordigers van de werknemers in het comité

Art. 26.De leden vertegenwoordigers van de werknemers in het comité

mogen zich, met de instemming van de werkgever, laten bijstaan door mogen zich, met de instemming van de werkgever, laten bijstaan door
een deskundige van hun keuze. een deskundige van hun keuze.
Met het oog op de voorbereiding van de vergaderingen kunnen zij zich, Met het oog op de voorbereiding van de vergaderingen kunnen zij zich,
met het stilzwijgende akkoord van de werkgever, laten bijstaan door met het stilzwijgende akkoord van de werkgever, laten bijstaan door
een bestendige afgevaardigde van hun vakvereniging. een bestendige afgevaardigde van hun vakvereniging.
Zij mogen steeds beroep doen op de met het toezicht belaste ambtenaar. Zij mogen steeds beroep doen op de met het toezicht belaste ambtenaar.

Art. 27.Het comité verstrekt binnen de kortst mogelijke termijn zijn

Art. 27.Het comité verstrekt binnen de kortst mogelijke termijn zijn

advies omtrent elke aangelegenheid waarover het verplicht geraadpleegd advies omtrent elke aangelegenheid waarover het verplicht geraadpleegd
wordt door de werkgever, evenals, in voorkomend geval, over de wordt door de werkgever, evenals, in voorkomend geval, over de
informatie die het ontvangt. informatie die het ontvangt.
De adviezen die niet met algemene stemmen worden uitgebracht vermelden De adviezen die niet met algemene stemmen worden uitgebracht vermelden
de andersluidende. de andersluidende.
Het advies omtrent het jaarlijks actieplan wordt in elk geval Het advies omtrent het jaarlijks actieplan wordt in elk geval
verstrekt voor de datum waarop dit plan moet in werking treden. verstrekt voor de datum waarop dit plan moet in werking treden.

Art. 28.De met het toezicht belaste ambtenaar mag ambtshalve het

Art. 28.De met het toezicht belaste ambtenaar mag ambtshalve het

comité convoceren en het voorzitterschap van de vergadering op zich comité convoceren en het voorzitterschap van de vergadering op zich
nemen. nemen.

Art. 29.De leden van het comité mogen zowel de globale als de

Art. 29.De leden van het comité mogen zowel de globale als de

individuele informatie waarover zij beschikken ingevolge de functies individuele informatie waarover zij beschikken ingevolge de functies
of mandaten die zij vervullen, niet aan anderen mededelen of openbaar of mandaten die zij vervullen, niet aan anderen mededelen of openbaar
maken, indien dit de belangen van de werkgever of van de werknemers maken, indien dit de belangen van de werkgever of van de werknemers
schaadt. schaadt.
De bepaling van het eerste lid heeft niet tot doel de normale De bepaling van het eerste lid heeft niet tot doel de normale
betrekkingen tussen de vakverenigingen en de afgevaardigden in het betrekkingen tussen de vakverenigingen en de afgevaardigden in het
comité te belemmeren en doet geen afbreuk aan hun recht om zich tot de comité te belemmeren en doet geen afbreuk aan hun recht om zich tot de
werkgever te wenden in geval een geschil rijst in het comité. werkgever te wenden in geval een geschil rijst in het comité.

Art. 30.De leden, vertegenwoordigers van de werknemers in het comité,

Art. 30.De leden, vertegenwoordigers van de werknemers in het comité,

hebben het recht op een passende opleiding. hebben het recht op een passende opleiding.
Zij mag niet te hunnen laste komen en wordt gegeven tijdens de Zij mag niet te hunnen laste komen en wordt gegeven tijdens de
werktijd of overeenkomstig de desbetreffende collectieve werktijd of overeenkomstig de desbetreffende collectieve
arbeidsovereenkomsten of wettelijke regelingen arbeidsovereenkomsten of wettelijke regelingen
Afdeling V. - Het huishoudelijk reglement Afdeling V. - Het huishoudelijk reglement

Art. 31.Onverminderd de bepalingen van afdeling III, bevat het

Art. 31.Onverminderd de bepalingen van afdeling III, bevat het

huishoudelijk reglement ten minste de volgende punten : huishoudelijk reglement ten minste de volgende punten :
1° de nadere regels betreffende de plaats en het tijdstip van de 1° de nadere regels betreffende de plaats en het tijdstip van de
vergaderingen; vergaderingen;
2° de naam en voornaam van de gewone en plaatsvervangende leden die de 2° de naam en voornaam van de gewone en plaatsvervangende leden die de
werkgever vertegenwoordigen en de naam en voornaam van de gewone en werkgever vertegenwoordigen en de naam en voornaam van de gewone en
plaatsvervangende leden die de werknemers vertegenwoordigen; plaatsvervangende leden die de werknemers vertegenwoordigen;
3° de naam en voornaam van de voorzitter en, in voorkomend geval, van 3° de naam en voornaam van de voorzitter en, in voorkomend geval, van
zijn plaatsvervanger; zijn plaatsvervanger;
4° de nadere regels betreffende de taak van de voorzitter en de wijze 4° de nadere regels betreffende de taak van de voorzitter en de wijze
waarop hij zich kan laten vervangen; waarop hij zich kan laten vervangen;
5° de wijze waarop een punt kan worden ingeschreven op de agenda; 5° de wijze waarop een punt kan worden ingeschreven op de agenda;
6° de wijze waarop de leden worden opgeroepen voor de vergadering; 6° de wijze waarop de leden worden opgeroepen voor de vergadering;
7° de nadere regels betreffende het verloop van de vergaderingen; 7° de nadere regels betreffende het verloop van de vergaderingen;
8° de nadere regels betreffende het vereiste aanwezigheidsquorum om 8° de nadere regels betreffende het vereiste aanwezigheidsquorum om
rechtsgeldig te kunnen vergaderen en de wijze waarop wordt vastgesteld rechtsgeldig te kunnen vergaderen en de wijze waarop wordt vastgesteld
dat er een akkoord is; dat er een akkoord is;
9° de wijze waarop inzage wordt verleend in de verslagen, adviezen en 9° de wijze waarop inzage wordt verleend in de verslagen, adviezen en
alle andere documenten die door de werkgever moeten worden ter alle andere documenten die door de werkgever moeten worden ter
beschikking gehouden van het comité; beschikking gehouden van het comité;
10° de wijze van bewaring en de termijn van bewaring van het archief 10° de wijze van bewaring en de termijn van bewaring van het archief
van het comité en de nadere regels betreffende de inzage ervan door de van het comité en de nadere regels betreffende de inzage ervan door de
leden van het comité; leden van het comité;
11° de nadere regels betreffende de aanduiding van de afvaardigingen 11° de nadere regels betreffende de aanduiding van de afvaardigingen
bedoeld in de artikelen 10 tot 12 en de samenstelling van die bedoeld in de artikelen 10 tot 12 en de samenstelling van die
afvaardigingen; afvaardigingen;
12° de aard van de middelen, inzonderheid onder de vorm van een 12° de aard van de middelen, inzonderheid onder de vorm van een
notitieboekje of een gelijkwaardig rapporteringsmiddel, die in notitieboekje of een gelijkwaardig rapporteringsmiddel, die in
toepassing van artikel 20 ter beschikking worden gesteld van de leden toepassing van artikel 20 ter beschikking worden gesteld van de leden
van het comité; van het comité;
13° de nadere regels betreffende de contacten bedoeld in artikel 17; 13° de nadere regels betreffende de contacten bedoeld in artikel 17;
14° de nadere regels betreffende de voorbereidende vergaderingen en 14° de nadere regels betreffende de voorbereidende vergaderingen en
betreffende bijkomende vergaderingen; betreffende bijkomende vergaderingen;
15° de wijze waarop, in voorkomend geval, deskundigen worden 15° de wijze waarop, in voorkomend geval, deskundigen worden
uitgenodigd; uitgenodigd;
16° de wijze waarop het personeel wordt geïnformeerd over de 16° de wijze waarop het personeel wordt geïnformeerd over de
agendapunten en de beslissingen van het comité; agendapunten en de beslissingen van het comité;
17° de procedure tot wijziging van het reglement. 17° de procedure tot wijziging van het reglement.
Afdeling VI. - Slotbepalingen Afdeling VI. - Slotbepalingen

Art. 32.Artikel 29 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998

Art. 32.Artikel 29 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998

betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de
uitvoering van hun werk wordt opgeheven. uitvoering van hun werk wordt opgeheven.

Art. 33.Artikel 14, vijfde lid van het koninklijk besluit van 27

Art. 33.Artikel 14, vijfde lid van het koninklijk besluit van 27

maart 1998 betreffende de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming maart 1998 betreffende de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming
op het Werk, wordt vervangen door het volgende lid : op het Werk, wordt vervangen door het volgende lid :
« De werkgever geeft gevolg aan dit advies overeenkomstig artikel 19 « De werkgever geeft gevolg aan dit advies overeenkomstig artikel 19
van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en
de werking van de comités voor preventie en bescherming op het werk. » de werking van de comités voor preventie en bescherming op het werk. »

Art. 34.Artikel 17, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt

Art. 34.Artikel 17, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt

vervangen door het volgende lid : vervangen door het volgende lid :
« De werkgever geeft gevolg aan dit advies overeenkomstig artikel 19 « De werkgever geeft gevolg aan dit advies overeenkomstig artikel 19
van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en
de werking van de comités voor preventie en bescherming op het werk. » de werking van de comités voor preventie en bescherming op het werk. »

Art. 35.Artikel 54quater8, tweede lid, van het algemeen reglement

Art. 35.Artikel 54quater8, tweede lid, van het algemeen reglement

voor de arbeidsbescherming, goedgekeurd bij de besluiten van de Regent voor de arbeidsbescherming, goedgekeurd bij de besluiten van de Regent
van 11 februari 1946 en 27 september 1947, gewijzigd bij het van 11 februari 1946 en 27 september 1947, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 20 juni 1975 wordt opgeheven. koninklijk besluit van 20 juni 1975 wordt opgeheven.

Art. 36.Artikel 108, § 1, van hetzelfde reglement, gewijzigd bij de

Art. 36.Artikel 108, § 1, van hetzelfde reglement, gewijzigd bij de

koninklijke besluiten van 2 augustus 1968, 20 mei 1980 en 27 maart koninklijke besluiten van 2 augustus 1968, 20 mei 1980 en 27 maart
1998, wordt vervangen door de volgende paragraaf : 1998, wordt vervangen door de volgende paragraaf :
« § 1. De geneesheer-diensthoofd stelt een verslag op met betrekking « § 1. De geneesheer-diensthoofd stelt een verslag op met betrekking
tot de verstreken tijdspanne en dat betrekking heeft op inzonderheid tot de verstreken tijdspanne en dat betrekking heeft op inzonderheid
de werkzaamheden van de dienst, de preventiemaatregelen die zijn de werkzaamheden van de dienst, de preventiemaatregelen die zijn
aandacht hebben gewekt, de resultaten die hij heeft bereikt en de aandacht hebben gewekt, de resultaten die hij heeft bereikt en de
maatregelen die hij voorstelt. maatregelen die hij voorstelt.
Dit verslag stemt overeen met het door de Minister van Tewerkstelling Dit verslag stemt overeen met het door de Minister van Tewerkstelling
en Arbeid vastgestelde model, zowel wat de presentatie als de inhoud en Arbeid vastgestelde model, zowel wat de presentatie als de inhoud
betreft. » betreft. »

Art. 37.Worden opgeheven in hetzelfde reglement :

Art. 37.Worden opgeheven in hetzelfde reglement :

1° artikel 147octies, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 1° artikel 147octies, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16
april 1965 en 27 maart 1998; april 1965 en 27 maart 1998;
2° artikel 835, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 maart 1958 2° artikel 835, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 maart 1958
en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 maart 1998; en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 maart 1998;
3° artikel 836, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 maart 1976; 3° artikel 836, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 maart 1976;
4° de afdeling 3 van titel V, hoofdstuk II, dat de artikelen 837 tot 4° de afdeling 3 van titel V, hoofdstuk II, dat de artikelen 837 tot
839decies bevat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 maart 839decies bevat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 maart
1971, 20 juni 1975, 11 maart 1977, 14 september 1992, 8 februari 1993, 1971, 20 juni 1975, 11 maart 1977, 14 september 1992, 8 februari 1993,
18 juni 1993 en 7 augustus 1995. 18 juni 1993 en 7 augustus 1995.

Art. 38.Zijn belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen

Art. 38.Zijn belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen

van dit besluit : van dit besluit :
1° de ingenieurs, industrieel ingenieurs, technische ingenieurs en 1° de ingenieurs, industrieel ingenieurs, technische ingenieurs en
technische controleurs van de Technische Inspectie van de technische controleurs van de Technische Inspectie van de
Administratie van de arbeidsveiligheid; Administratie van de arbeidsveiligheid;
2° de geneesheren-arbeidsinspecteurs en de 2° de geneesheren-arbeidsinspecteurs en de
adjunct-inspecteurs-arbeidshygiëne van de Medische Inspectie van de adjunct-inspecteurs-arbeidshygiëne van de Medische Inspectie van de
Administratie van de arbeidshygiëne en -geneeskunde. Administratie van de arbeidshygiëne en -geneeskunde.

Art. 39.De bepalingen van de artikelen 1 tot 31 vormen Titel II,

Art. 39.De bepalingen van de artikelen 1 tot 31 vormen Titel II,

Hoofdstuk IV van de codex over het welzijn op het werk met de volgende Hoofdstuk IV van de codex over het welzijn op het werk met de volgende
opschriften : opschriften :
1° « Titel II. - Organisatorische structuren » 1° « Titel II. - Organisatorische structuren »
2° « Hoofdstuk IV. - De comités voor preventie en bescherming op het 2° « Hoofdstuk IV. - De comités voor preventie en bescherming op het
werk. » werk. »

Art. 40.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de

Art. 40.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de

uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 3 mei 1999. Gegeven te Brussel, 3 mei 1999.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET Mevr. M. SMET
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 4 augustus 1996, Belgisch Staatsblad van 18 september 1996. Wet van 4 augustus 1996, Belgisch Staatsblad van 18 september 1996.
Besluit van de Regent van 11 februari 1946, Belgisch Staatsblad van 3 Besluit van de Regent van 11 februari 1946, Belgisch Staatsblad van 3
en 4 april 1946. en 4 april 1946.
Besluit van de Regent van 27 september 1947, Belgisch Staatsblad van 3 Besluit van de Regent van 27 september 1947, Belgisch Staatsblad van 3
en 4 oktober 1947. en 4 oktober 1947.
Koninklijk besluit van 21 maart 1958, Belgisch Staatsblad van 30 en 31 Koninklijk besluit van 21 maart 1958, Belgisch Staatsblad van 30 en 31
maart 1958. maart 1958.
Koninklijk besluit van 16 april 1965, Belgisch Staatsblad van 4 juni Koninklijk besluit van 16 april 1965, Belgisch Staatsblad van 4 juni
1965. 1965.
Koninklijk besluit van 2 augustus 1968, Belgisch Staatsblad van 24 Koninklijk besluit van 2 augustus 1968, Belgisch Staatsblad van 24
augustus 1968. augustus 1968.
Koninklijk besluit van 20 juni 1975, Belgisch Staatsblad van 15 juli Koninklijk besluit van 20 juni 1975, Belgisch Staatsblad van 15 juli
1975. 1975.
Koninklijk besluit van 8 maart 1976, Belgisch Staatsblad van 28 april Koninklijk besluit van 8 maart 1976, Belgisch Staatsblad van 28 april
1976. 1976.
Koninklijk besluit van 11 maart 1977, Belgisch Staatsblad van 4 mei Koninklijk besluit van 11 maart 1977, Belgisch Staatsblad van 4 mei
1977. 1977.
Koninklijk besluit van 20 mei 1980, Belgisch Staatsblad van 7 juni Koninklijk besluit van 20 mei 1980, Belgisch Staatsblad van 7 juni
1980. 1980.
Koninklijk besluit van 14 september 1992, Belgisch Staatsblad van 30 Koninklijk besluit van 14 september 1992, Belgisch Staatsblad van 30
september 1992. september 1992.
Koninklijk besluit van 8 februari 1993, Belgisch Staatsblad van 4 Koninklijk besluit van 8 februari 1993, Belgisch Staatsblad van 4
maart 1993. maart 1993.
Koninklijk besluit van 18 juni 1993, Belgisch Staatsblad van 8 juli Koninklijk besluit van 18 juni 1993, Belgisch Staatsblad van 8 juli
1993. 1993.
Koninklijk besluit van 27 maart 1998, Belgisch Staatsblad van 31 maart Koninklijk besluit van 27 maart 1998, Belgisch Staatsblad van 31 maart
1998. 1998.
^