Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 03/06/2018
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 60 jaar of ouder zijn "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 60 jaar of ouder zijn Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 60 jaar of ouder zijn
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
3 JUNI 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt 3 JUNI 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014, verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014,
gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het
breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten
gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de
beëindiging van de arbeidsovereenkomst 60 jaar of ouder zijn (1) beëindiging van de arbeidsovereenkomst 60 jaar of ouder zijn (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de textielnijverheid Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de textielnijverheid
en het breiwerk; en het breiwerk;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014,
gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het
breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten
gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de
beëindiging van de arbeidsovereenkomst 60 jaar of ouder zijn. beëindiging van de arbeidsovereenkomst 60 jaar of ouder zijn.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 3 juni 2018. Gegeven te Brussel, 3 juni 2018.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
K. PEETERS K. PEETERS
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk
Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014 Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014
Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige
bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst 60 jaar of ouder zijn (Overeenkomst geregistreerd arbeidsovereenkomst 60 jaar of ouder zijn (Overeenkomst geregistreerd
op 3 maart 2015 onder het nummer 125598/CO/120) op 3 maart 2015 onder het nummer 125598/CO/120)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van de overeenkomst

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

alle textiel- en breigoedondernemingen die onder de bevoegdheid vallen alle textiel- en breigoedondernemingen die onder de bevoegdheid vallen
van het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk en van het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk en
op de werklieden die zij tewerkstellen, met uitzondering van de op de werklieden die zij tewerkstellen, met uitzondering van de
ondernemingen en de erin tewerkgestelde werklieden die onder de ondernemingen en de erin tewerkgestelde werklieden die onder de
bevoegdheid vallen van de paritaire subcomités voor textiel Verviers bevoegdheid vallen van de paritaire subcomités voor textiel Verviers
(P.S.C. 120.01), voor het vlas (P.S.C. 120.02) en voor de jute (P.S.C. (P.S.C. 120.01), voor het vlas (P.S.C. 120.02) en voor de jute (P.S.C.
120.03). 120.03).
HOOFDSTUK II. - Rechthebbenden HOOFDSTUK II. - Rechthebbenden

Art. 2.§ 1. De ontslagen werklieden, behalve om dringende reden, die

Art. 2.§ 1. De ontslagen werklieden, behalve om dringende reden, die

op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en
tijdens de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2017 60 tijdens de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2017 60
jaar of ouder zijn en die op dat ogenblik het vereiste beroepsverleden jaar of ouder zijn en die op dat ogenblik het vereiste beroepsverleden
als loontrekkende kunnen rechtvaardigen zoals hierna bepaald en die als loontrekkende kunnen rechtvaardigen zoals hierna bepaald en die
gedurende deze periode recht verkrijgen op wettelijke gedurende deze periode recht verkrijgen op wettelijke
werkloosheidsvergoedingen, ontvangen een aanvullende vergoeding, zoals werkloosheidsvergoedingen, ontvangen een aanvullende vergoeding, zoals
bedoeld in artikel 5, ten laste van de werkgever. bedoeld in artikel 5, ten laste van de werkgever.
Het beroepsverleden bedoeld in het vorige lid is voor de mannen 40 Het beroepsverleden bedoeld in het vorige lid is voor de mannen 40
jaar. jaar.
Het beroepsverleden bedoeld in het vorige lid bedraagt voor de vrouwen Het beroepsverleden bedoeld in het vorige lid bedraagt voor de vrouwen
31 jaar in 2015, 32 jaar in 2016 en 33 jaar in 2017. 31 jaar in 2015, 32 jaar in 2016 en 33 jaar in 2017.
§ 2. Onder "het ogenblik van de beëindiging van de § 2. Onder "het ogenblik van de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst" wordt verstaan : het ogenblik dat de arbeider uit arbeidsovereenkomst" wordt verstaan : het ogenblik dat de arbeider uit
dienst treedt na het verstrijken van de opzeggingstermijn of, wanneer dienst treedt na het verstrijken van de opzeggingstermijn of, wanneer
er geen opzegging werd betekend of wanneer aan de betekende er geen opzegging werd betekend of wanneer aan de betekende
opzeggingstermijn voortijdig een einde wordt gemaakt, het ogenblik dat opzeggingstermijn voortijdig een einde wordt gemaakt, het ogenblik dat
de arbeider de onderneming verlaat. de arbeider de onderneming verlaat.
§ 3. In afwijking van § 1 mag de opzeggingstermijn of de door de § 3. In afwijking van § 1 mag de opzeggingstermijn of de door de
opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen arbeider een opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen arbeider een
einde nemen buiten de geldigheidsduur van de collectieve einde nemen buiten de geldigheidsduur van de collectieve
arbeidsovereenkomst, voor zover de opzeggingstermijn werd betekend of arbeidsovereenkomst, voor zover de opzeggingstermijn werd betekend of
de arbeidsovereenkomst werd verbroken tijdens de geldigheidsduur van de arbeidsovereenkomst werd verbroken tijdens de geldigheidsduur van
de collectieve arbeidsovereenkomst en voor zover de ontslagen arbeider de collectieve arbeidsovereenkomst en voor zover de ontslagen arbeider
de leeftijd voorzien in § 1 hiervoor bereikt heeft tijdens de de leeftijd voorzien in § 1 hiervoor bereikt heeft tijdens de
geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst. geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 3.Naast het vereiste beroepsverleden als loontrekkende, dienen

Art. 3.Naast het vereiste beroepsverleden als loontrekkende, dienen

de werklieden, om te kunnen genieten van het stelsel van werkloosheid de werklieden, om te kunnen genieten van het stelsel van werkloosheid
met bedrijfstoeslag, bovendien te voldoen aan één van de volgende met bedrijfstoeslag, bovendien te voldoen aan één van de volgende
sectorale anciënniteitsvoorwaarden : sectorale anciënniteitsvoorwaarden :
- ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding, - ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding,
confectie, vlasbereiding en/of jute; confectie, vlasbereiding en/of jute;
- ofwel 5 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding, - ofwel 5 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding,
confectie, vlasbereiding en/of jute tijdens de laatste 10 jaren confectie, vlasbereiding en/of jute tijdens de laatste 10 jaren
waarvan minstens 1 jaar in de laatste 2 jaren. waarvan minstens 1 jaar in de laatste 2 jaren.
Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt verwezen naar de Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt verwezen naar de
gelijkstellingen voor het beroepsverleden als loontrekkende. gelijkstellingen voor het beroepsverleden als loontrekkende.

Art. 4.In afwijking van artikelen 2 en 3 ontvangen de werklieden die

Art. 4.In afwijking van artikelen 2 en 3 ontvangen de werklieden die

tijdens de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2017 tijdens de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2017
voldoen aan de genoemde leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden, maar voldoen aan de genoemde leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden, maar
pas ontslagen worden buiten de geldigheidsperiode van deze collectieve pas ontslagen worden buiten de geldigheidsperiode van deze collectieve
arbeidsovereenkomst, een aanvullende vergoeding ten laste van de arbeidsovereenkomst, een aanvullende vergoeding ten laste van de
werkgever in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 107 werkgever in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 107
van 28 maart 2013 betreffende het kliksysteem voor het behoud van de van 28 maart 2013 betreffende het kliksysteem voor het behoud van de
aanvullende vergoeding in het kader van bepaalde stelsels van aanvullende vergoeding in het kader van bepaalde stelsels van
werkloosheid met bedrijfstoeslag. Deze regeling geldt niet voor de werkloosheid met bedrijfstoeslag. Deze regeling geldt niet voor de
werklieden die niet het attest hebben bezorgd dat de werkgever vóór werklieden die niet het attest hebben bezorgd dat de werkgever vóór
het ontslag heeft gevraagd, overeenkomstig artikel 4 van de het ontslag heeft gevraagd, overeenkomstig artikel 4 van de
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 107. collectieve arbeidsovereenkomst nr. 107.
HOOFDSTUK III. - Betaling van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK III. - Betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 5.De in artikel 2, § 1 bedoelde aanvullende vergoeding behelst

Art. 5.De in artikel 2, § 1 bedoelde aanvullende vergoeding behelst

het toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de het toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale
Arbeidsraad op 19 december 1974. Arbeidsraad op 19 december 1974.

Art. 6.Aan de werklieden die tot onderhavig stelsel van werkloosheid

Art. 6.Aan de werklieden die tot onderhavig stelsel van werkloosheid

met bedrijfstoeslag toetreden, wordt de aanvullende vergoeding met bedrijfstoeslag toetreden, wordt de aanvullende vergoeding
maandelijks betaald door de werkgever, die het bedrag van de maandelijks betaald door de werkgever, die het bedrag van de
aanvullende vergoeding, beperkt tot het bedrag berekend overeenkomstig aanvullende vergoeding, beperkt tot het bedrag berekend overeenkomstig
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale
Arbeidsraad, maar onverminderd de toepassing van de garantieregeling Arbeidsraad, maar onverminderd de toepassing van de garantieregeling
bedoeld in artikel 11, driemaandelijks bij het "Fonds voor bedoeld in artikel 11, driemaandelijks bij het "Fonds voor
bestaanszekerheid voor de textielnijverheid en het breiwerk" (hierna bestaanszekerheid voor de textielnijverheid en het breiwerk" (hierna
het fonds genoemd) kan terugvorderen. het fonds genoemd) kan terugvorderen.
Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de
wettelijke bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten eveneens door de wettelijke bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten eveneens door de
werkgever betaald. Het bedrag van deze bijzondere werkgeversbijdragen, werkgever betaald. Het bedrag van deze bijzondere werkgeversbijdragen,
verschuldigd op het bedrag van de aanvullende vergoeding, berekend verschuldigd op het bedrag van de aanvullende vergoeding, berekend
overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de
Nationale Arbeidsraad, maar onverminderd de toepassing van de Nationale Arbeidsraad, maar onverminderd de toepassing van de
garantieregeling bedoeld in artikel 11, kan eveneens door de werkgever garantieregeling bedoeld in artikel 11, kan eveneens door de werkgever
driemaandelijks bij het fonds worden teruggevorderd. driemaandelijks bij het fonds worden teruggevorderd.
Genoemde modaliteiten van betaling en terugvordering zijn eveneens van Genoemde modaliteiten van betaling en terugvordering zijn eveneens van
toepassing in geval van toepassing van de collectieve toepassing in geval van toepassing van de collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 107 van 28 maart 2013 betreffende het arbeidsovereenkomst nr. 107 van 28 maart 2013 betreffende het
kliksysteem voor het behoud van de aanvullende vergoeding in het kader kliksysteem voor het behoud van de aanvullende vergoeding in het kader
van bepaalde stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag. van bepaalde stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Art. 7.De in de artikelen 2 tot en met 3 bedoelde werklieden hebben,

Art. 7.De in de artikelen 2 tot en met 3 bedoelde werklieden hebben,

voor zover zij de wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht voor zover zij de wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht
op de aanvullende vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd op de aanvullende vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd
bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn binnen de bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn binnen de
voorwaarden zoals door de pensioenreglementering vastgesteld. voorwaarden zoals door de pensioenreglementering vastgesteld.
De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het
stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling
wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke
werkloosheidsvergoeding ontvangen. werkloosheidsvergoeding ontvangen.

Art. 8.In afwijking van artikel 7 hebben de in de artikelen 2 tot en

Art. 8.In afwijking van artikel 7 hebben de in de artikelen 2 tot en

met 3 bedoelde werklieden die hun hoofdverblijfplaats hebben in een met 3 bedoelde werklieden die hun hoofdverblijfplaats hebben in een
land van de Europese Economische Ruimte, ook recht op een aanvullende land van de Europese Economische Ruimte, ook recht op een aanvullende
vergoeding ten laste van hun werkgever voor zover zij geen vergoeding ten laste van hun werkgever voor zover zij geen
werkloosheidsuitkeringen kunnen genieten of kunnen blijven genieten in werkloosheidsuitkeringen kunnen genieten of kunnen blijven genieten in
het kader van de regelgeving inzake het stelsel van werkloosheid met het kader van de regelgeving inzake het stelsel van werkloosheid met
bedrijfstoeslag, alleen omdat zij hun hoofdverblijfplaats niet of niet bedrijfstoeslag, alleen omdat zij hun hoofdverblijfplaats niet of niet
meer in België hebben in de zin van artikel 66 van het koninklijk meer in België hebben in de zin van artikel 66 van het koninklijk
besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering
en voor zover zij werkloosheidsuitkeringen genieten krachtens de en voor zover zij werkloosheidsuitkeringen genieten krachtens de
wetgeving van hun woonland. wetgeving van hun woonland.
Die aanvullende vergoeding moet berekend worden alsof die werknemers Die aanvullende vergoeding moet berekend worden alsof die werknemers
werkloosheidsuitkeringen genieten op basis van de Belgische wetgeving. werkloosheidsuitkeringen genieten op basis van de Belgische wetgeving.

Art. 9.§ 1. In afwijking van de eerste alinea van artikel 7 en

Art. 9.§ 1. In afwijking van de eerste alinea van artikel 7 en

artikel 8 behouden de werklieden die zijn ontslagen in het kader van artikel 8 behouden de werklieden die zijn ontslagen in het kader van
deze collectieve overeenkomst het recht op de aanvullende vergoeding deze collectieve overeenkomst het recht op de aanvullende vergoeding
ten laste van de laatste werkgever, wanneer ze het werk hervatten als ten laste van de laatste werkgever, wanneer ze het werk hervatten als
loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft
ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid
als de werkgever die hen heeft ontslagen. als de werkgever die hen heeft ontslagen.
§ 2. In afwijking van de eerste alinea van artikel 7 en artikel 8 § 2. In afwijking van de eerste alinea van artikel 7 en artikel 8
behouden de werklieden die zijn ontslagen in het kader van deze behouden de werklieden die zijn ontslagen in het kader van deze
collectieve overeenkomst ook het recht op de aanvullende vergoeding collectieve overeenkomst ook het recht op de aanvullende vergoeding
ten laste van de laatste werkgever, ingeval een zelfstandige ten laste van de laatste werkgever, ingeval een zelfstandige
activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend op voorwaarde dat die activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend op voorwaarde dat die
activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening van de werkgever die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening van de werkgever die
hen heeft ontslagen of voor rekening van een werkgever die behoort tot hen heeft ontslagen of voor rekening van een werkgever die behoort tot
dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft
ontslagen. ontslagen.
§ 3. In de in § 1 en § 2 bedoelde gevallen hebben de ontslagen § 3. In de in § 1 en § 2 bedoelde gevallen hebben de ontslagen
werklieden, wanneer ze het werk hervatten tijdens de door de werklieden, wanneer ze het werk hervatten tijdens de door de
opzeggingsvergoeding gedekte periode, op zijn vroegst maar recht op de opzeggingsvergoeding gedekte periode, op zijn vroegst maar recht op de
aanvullende vergoeding vanaf de dag waarop ze recht zouden hebben aanvullende vergoeding vanaf de dag waarop ze recht zouden hebben
gehad op werkloosheidsuitkeringen indien ze het werk niet hadden gehad op werkloosheidsuitkeringen indien ze het werk niet hadden
hervat. hervat.
§ 4. In de in § 1 en § 2 bedoelde gevallen blijft het recht op de § 4. In de in § 1 en § 2 bedoelde gevallen blijft het recht op de
aanvullende vergoeding bestaan tijdens de hele duur van de aanvullende vergoeding bestaan tijdens de hele duur van de
tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst of tijdens de hele tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst of tijdens de hele
duur van de uitoefening van een zelfstandige activiteit in hoofdberoep duur van de uitoefening van een zelfstandige activiteit in hoofdberoep
volgens de regels bepaald in onderhavige collectieve volgens de regels bepaald in onderhavige collectieve
arbeidsovereenkomst en voor heel de periode gedurende welke de arbeidsovereenkomst en voor heel de periode gedurende welke de
werklieden die recht hebben op de aanvullende uitkering geen werklieden die recht hebben op de aanvullende uitkering geen
werkloosheidsuitkeringen als volledig uitkeringsgerechtigde werkloze werkloosheidsuitkeringen als volledig uitkeringsgerechtigde werkloze
meer genieten. meer genieten.
De in § 1 en § 2 bedoelde werklieden leveren aan hun laatste werkgever De in § 1 en § 2 bedoelde werklieden leveren aan hun laatste werkgever
het bewijs dat zij opnieuw in dienst zijn genomen op grond van een het bewijs dat zij opnieuw in dienst zijn genomen op grond van een
arbeidsovereenkomst of dat zij een zelfstandige activiteit in arbeidsovereenkomst of dat zij een zelfstandige activiteit in
hoofdberoep uitoefenen. hoofdberoep uitoefenen.
HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 10.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de

Art. 10.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de

helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de
werkloosheidsuitkering. werkloosheidsuitkering.

Art. 11.De aanvullende vergoeding, waarvan het brutobedrag lager is

Art. 11.De aanvullende vergoeding, waarvan het brutobedrag lager is

dan 99,16 EUR bruto per maand, toegekend in het kader van het stelsel dan 99,16 EUR bruto per maand, toegekend in het kader van het stelsel
van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werklieden, wordt verhoogd van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werklieden, wordt verhoogd
tot 99,16 EUR bruto per maand. tot 99,16 EUR bruto per maand.
Deze verhoging van het bedrag van de aanvullende vergoeding kan Deze verhoging van het bedrag van de aanvullende vergoeding kan
evenwel niet tot gevolg hebben dat het totaal bruto maandbedrag van evenwel niet tot gevolg hebben dat het totaal bruto maandbedrag van
deze aanvullende vergoeding en de werkloosheidsuitkeringen samen hoger deze aanvullende vergoeding en de werkloosheidsuitkeringen samen hoger
komt te liggen dan de drempel die voor de werknemer zonder gezinslast komt te liggen dan de drempel die voor de werknemer zonder gezinslast
in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de
werknemersbijdrage van 6,5 pct., ingehouden op het geheel van de werknemersbijdrage van 6,5 pct., ingehouden op het geheel van de
sociale uitkering en de aanvullende vergoeding. sociale uitkering en de aanvullende vergoeding.

Art. 12.Het netto-referteloon is gelijk aan het bruto maandloon

Art. 12.Het netto-referteloon is gelijk aan het bruto maandloon

begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale
zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. Voor de berekening van de zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. Voor de berekening van de
persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage, op het loon aan 100 pct., persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage, op het loon aan 100 pct.,
dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van de wet van 20 dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van de wet van 20
december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een
vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan
werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het
slachtoffer waren van een herstructurering. slachtoffer waren van een herstructurering.
De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971
= 100) en bedraagt 3 780,69 EUR op 1 januari 2014. Zij is gebonden aan = 100) en bedraagt 3 780,69 EUR op 1 januari 2014. Zij is gebonden aan
de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen, de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen,
overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende
inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der
consumptieprijzen. consumptieprijzen.
Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in
functie van de regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de functie van de regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de
Nationale Arbeidsraad. Nationale Arbeidsraad.
Het netto-referteloon wordt afgerond naar de hogere euro. Het netto-referteloon wordt afgerond naar de hogere euro.

Art. 13.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die

Art. 13.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die

rechtstreeks gebonden zijn aan de door de arbeider verrichte rechtstreeks gebonden zijn aan de door de arbeider verrichte
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt.
Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale
zekerheid onderworpen zijn. zekerheid onderworpen zijn.
Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van
werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen.
2. Voor de per maand betaalde arbeider wordt als brutoloon beschouwd 2. Voor de per maand betaalde arbeider wordt als brutoloon beschouwd
het loon dat hij gedurende de in navolgende punt 6 bepaalde het loon dat hij gedurende de in navolgende punt 6 bepaalde
refertemaand heeft verdiend. refertemaand heeft verdiend.
3. Voor de arbeider die niet per maand wordt betaald, wordt het 3. Voor de arbeider die niet per maand wordt betaald, wordt het
brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. brutoloon berekend op grond van het normale uurloon.
Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die
periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt
vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse
arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met
52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon.
4. Het brutoloon van een arbeider die gedurende de ganse refertemaand 4. Het brutoloon van een arbeider die gedurende de ganse refertemaand
niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij aanwezig was geweest op niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij aanwezig was geweest op
alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen. alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen.
Indien een arbeider, krachtens de bepalingen van zijn Indien een arbeider, krachtens de bepalingen van zijn
arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de
refertemaand moet werken en hij al die tijd niet heeft gewerkt, wordt refertemaand moet werken en hij al die tijd niet heeft gewerkt, wordt
zijn brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat in de zijn brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat in de
arbeidsovereenkomst is vastgesteld. arbeidsovereenkomst is vastgesteld.
5. Het door de arbeider verdiende brutoloon, ongeacht of het per maand 5. Het door de arbeider verdiende brutoloon, ongeacht of het per maand
of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met één twaalfde van het of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met één twaalfde van het
totaal der contractuele premies en van de veranderlijke bezoldiging totaal der contractuele premies en van de veranderlijke bezoldiging
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt en door waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt en door
die arbeider in de loop van de twaalf maanden die aan het ontslag die arbeider in de loop van de twaalf maanden die aan het ontslag
voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen.
6. Naar aanleiding van het bij artikel 17 voorzien overleg, zal in 6. Naar aanleiding van het bij artikel 17 voorzien overleg, zal in
gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet
worden gehouden. Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de worden gehouden. Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de
kalendermaand, die de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking kalendermaand, die de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking
genomen. genomen.
HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK V. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 14.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt

Art. 14.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt

gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen,
volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake
werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van
2 augustus 1971. 2 augustus 1971.
Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1
januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen
overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale
Arbeidsraad. Arbeidsraad.
Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling
toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in
aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing.
HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK VI. - Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de

Art. 15.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de

kalendermaand gebeuren. kalendermaand gebeuren.
HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere HOOFDSTUK VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere
voordelen voordelen

Art. 16.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met

Art. 16.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met

andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen,
die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen.
De arbeider, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 3, zal dus eerst de De arbeider, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 3, zal dus eerst de
uit die bepalingen voortvloeiende rechten moeten uitputten, alvorens uit die bepalingen voortvloeiende rechten moeten uitputten, alvorens
aanspraak te kunnen maken op de in artikel 5 voorziene aanvullende aanspraak te kunnen maken op de in artikel 5 voorziene aanvullende
vergoeding. vergoeding.
HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure HOOFDSTUK VIII. - Overlegprocedure

Art. 17.Vooraleer één of meerdere werklieden, bedoeld in de artikelen

Art. 17.Vooraleer één of meerdere werklieden, bedoeld in de artikelen

2 tot en met 3, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de 2 tot en met 3, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de
vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij
ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging. Onverminderd de ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging. Onverminderd de
bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart
1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel 1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel
in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van de in de onderneming in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van de in de onderneming
van kracht zijnde afdankingscriteria, werklieden die aan het in van kracht zijnde afdankingscriteria, werklieden die aan het in
artikel 2, § 1 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang artikel 2, § 1 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang
kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de aanvullende kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de aanvullende
regeling kunnen genieten. regeling kunnen genieten.
Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging,
heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de
representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de
werklieden van de onderneming. werklieden van de onderneming.
Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever
daarenboven de betrokken arbeider bij aangetekende brief uit tot een daarenboven de betrokken arbeider bij aangetekende brief uit tot een
onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Dit onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Dit
onderhoud heeft tot doel aan de arbeider de gelegenheid te geven zijn onderhoud heeft tot doel aan de arbeider de gelegenheid te geven zijn
bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag kenbaar te bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag kenbaar te
maken. maken.
Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972, Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972,
inzonderheid artikel 7, kan de arbeider zich bij dit onderhoud laten inzonderheid artikel 7, kan de arbeider zich bij dit onderhoud laten
bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten
vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud
plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was.
De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling
te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de
arbeidsreserve. arbeidsreserve.
HOOFDSTUK IX. - Eindbepalingen HOOFDSTUK IX. - Eindbepalingen

Art. 18.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van

Art. 18.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van

onderhavige overeenkomst worden door de raad van beheer van het fonds onderhavige overeenkomst worden door de raad van beheer van het fonds
vastgesteld. De administratieve richtlijnen van de raad van beheer van vastgesteld. De administratieve richtlijnen van de raad van beheer van
het fonds moeten door de werkgever nageleefd worden. het fonds moeten door de werkgever nageleefd worden.

Art. 19.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige

Art. 19.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige

collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het
fonds beslecht in de geest van en refererend naar de collectieve fonds beslecht in de geest van en refererend naar de collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad. arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad.

Art. 20.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve

Art. 20.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve

arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zou verklaard worden per arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zou verklaard worden per
koninklijk besluit. koninklijk besluit.

Art. 21.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari

Art. 21.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari

2015 tot en met 31 december 2017. 2015 tot en met 31 december 2017.
In afwijking hiervan zijn de artikelen 4 en 6, 3de alinea van In afwijking hiervan zijn de artikelen 4 en 6, 3de alinea van
toepassing voor onbepaalde duur. Deze bepalingen kunnen door elke toepassing voor onbepaalde duur. Deze bepalingen kunnen door elke
partij opgezegd worden per aangetekend schrijven overgemaakt aan de partij opgezegd worden per aangetekend schrijven overgemaakt aan de
voorzitter van het paritair comité en aan de ondertekenende partijen, voorzitter van het paritair comité en aan de ondertekenende partijen,
mits een opzeggingstermijn van tenminste drie maanden. mits een opzeggingstermijn van tenminste drie maanden.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 juni Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 juni
2018. 2018.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
K. PEETERS K. PEETERS
^