Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 03/12/2006
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de Rechterlijke Macht terzijde staan "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de Rechterlijke Macht terzijde staan Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de Rechterlijke Macht terzijde staan
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST
WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
3 DECEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk 3 DECEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden
toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de
Rechterlijke Macht terzijde staan Rechterlijke Macht terzijde staan
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967, inzonderheid op Gelet op het Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967, inzonderheid op
artikel 185 ingevoegd bij de wet van 15 juli 1970 en gewijzigd bij de artikel 185 ingevoegd bij de wet van 15 juli 1970 en gewijzigd bij de
wetten van 17 februari 1997, 4 maart 1997, 21 juni 2001, 3 mei 2003 en wetten van 17 februari 1997, 4 maart 1997, 21 juni 2001, 3 mei 2003 en
23 mei 2003, artikel 353bis, ingevoegd bij de wet van 6 mei 1997, en 23 mei 2003, artikel 353bis, ingevoegd bij de wet van 6 mei 1997, en
gewijzigd bij de wetten van 24 maart 1999 en van 12 april 1999 en gewijzigd bij de wetten van 24 maart 1999 en van 12 april 1999 en
artikel 354, gewijzigd bij de wetten van 21 februari 1983, 17 februari artikel 354, gewijzigd bij de wetten van 21 februari 1983, 17 februari
1997, 22 december 1998 en 12 april 1999; 1997, 22 december 1998 en 12 april 1999;
Gelet op de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale Gelet op de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale
bepalingen, inzonderheid op artikel 99, gewijzigd bij het koninklijk bepalingen, inzonderheid op artikel 99, gewijzigd bij het koninklijk
besluit nr. 424 van 1 augustus 1986 en de wetten van 21 december 1994, besluit nr. 424 van 1 augustus 1986 en de wetten van 21 december 1994,
22 december 1995 en 13 februari 1998, op artikel 100, vervangen bij 22 december 1995 en 13 februari 1998, op artikel 100, vervangen bij
het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986 en gewijzigd bij de het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986 en gewijzigd bij de
wetten van 21 december 1994 en 26 maart 1999, op artikel 100bis, wetten van 21 december 1994 en 26 maart 1999, op artikel 100bis,
ingevoegd bij de wet van 21 december 1994, op artikel 102, vervangen ingevoegd bij de wet van 21 december 1994, op artikel 102, vervangen
bij het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986 en gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 424 van 1 augustus 1986 en gewijzigd
bij de wetten van 21 december 1994 en 22 december 1995 en 26 maart bij de wetten van 21 december 1994 en 22 december 1995 en 26 maart
1999 en op artikel 102bis, ingevoegd bij de wet van 21 december 1994 1999 en op artikel 102bis, ingevoegd bij de wet van 21 december 1994
en gewijzigd bij de wet van 22 december 1995, artikel 105, § 1, en gewijzigd bij de wet van 22 december 1995, artikel 105, § 1,
vervangen bij de wet van 26 maart 1999 en gewijzigd bij de wet van 10 vervangen bij de wet van 26 maart 1999 en gewijzigd bij de wet van 10
augustus 2001; augustus 2001;
Gelet op het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de
verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van
de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, inzonderheid op de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, inzonderheid op
artikel 32, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 14 juli 2004 en artikel 32, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 14 juli 2004 en
20 juli 2005 en op artikel 65, gewijzigd bij de koninklijke besluiten 20 juli 2005 en op artikel 65, gewijzigd bij de koninklijke besluiten
van 14 juli 2004 en 20 juli 2004; van 14 juli 2004 en 20 juli 2004;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van
3 november 2005; 3 november 2005;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 3 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 3
februari 2006; februari 2006;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 17 Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 17
februari 2006; februari 2006;
Gelet op het protocol nr. 306 A houdende de besluiten van de Gelet op het protocol nr. 306 A houdende de besluiten van de
onderhandelingen van het Sectorcomité III- Justitie, op datum van 24 onderhandelingen van het Sectorcomité III- Justitie, op datum van 24
april 2006; april 2006;
Gelet op het advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Gelet op het advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor
Arbeidsvoorziening, gegeven op 20 juli 2006; Arbeidsvoorziening, gegeven op 20 juli 2006;
Gelet op het advies nr. 40.512/3 van de Raad van State, gegeven op 23 Gelet op het advies nr. 40.512/3 van de Raad van State, gegeven op 23
juni 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de juni 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Onze Minister van
Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 32, § 1, van het koninklijk besluit van 16 maart

Artikel 1.Artikel 32, § 1, van het koninklijk besluit van 16 maart

2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige
personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde
staan, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt staan, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt
vervangen door volgende bepaling : vervangen door volgende bepaling :
"§ 1. Om voor zijn kind te zorgen heeft het personeelslid in "§ 1. Om voor zijn kind te zorgen heeft het personeelslid in
dienstactiviteit recht op een ouderschapsverlof van : dienstactiviteit recht op een ouderschapsverlof van :
- hetzij een periode van drie maanden volledige onderbreking van de - hetzij een periode van drie maanden volledige onderbreking van de
loopbaan zoals bedoeld bij artikel 100 van de herstelwet van 22 loopbaan zoals bedoeld bij artikel 100 van de herstelwet van 22
januari 1985 houdende sociale bepalingen; deze periode kan naar keuze januari 1985 houdende sociale bepalingen; deze periode kan naar keuze
van de werknemer worden opgesplitst in maanden; van de werknemer worden opgesplitst in maanden;
- hetzij een periode van zes maanden halftijdse onderbreking van de - hetzij een periode van zes maanden halftijdse onderbreking van de
loopbaan zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet, wanneer hij loopbaan zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet, wanneer hij
voltijds is tewerkgesteld; deze periode kan naar keuze van het voltijds is tewerkgesteld; deze periode kan naar keuze van het
personeelslid worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een personeelslid worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een
veelvoud hiervan; veelvoud hiervan;
- hetzij een periode van vijftien maanden onderbreking van de loopbaan - hetzij een periode van vijftien maanden onderbreking van de loopbaan
met één vijfde zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet wanneer met één vijfde zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet wanneer
hij voltijds is tewerkgesteld; deze periode kan naar keuze van het hij voltijds is tewerkgesteld; deze periode kan naar keuze van het
personeelslid worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een personeelslid worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een
veelvoud hiervan. veelvoud hiervan.
Het personeelslid heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn Het personeelslid heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn
ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten
vermeld in het eerste lid. Bij een wijziging van opnamevorm moet vermeld in het eerste lid. Bij een wijziging van opnamevorm moet
rekening worden gehouden met het principe dat één maand volledige rekening worden gehouden met het principe dat één maand volledige
loopbaanonderbreking gelijk is aan twee maanden halftijdse loopbaanonderbreking gelijk is aan twee maanden halftijdse
loopbaanonderbreking en gelijk is aan vijf maanden loopbaanonderbreking en gelijk is aan vijf maanden
loopbaanonderbreking met één vijfde. loopbaanonderbreking met één vijfde.
Het personeelslid heeft recht op ouderschapsverlof : Het personeelslid heeft recht op ouderschapsverlof :
- naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind zes jaar - naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind zes jaar
wordt; wordt;
- in het kader van de adoptie van een kind, gedurende een periode van - in het kader van de adoptie van een kind, gedurende een periode van
vier jaar die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel vier jaar die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel
uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het
vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn
verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind acht jaar wordt. verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind acht jaar wordt.
Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een
lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die
tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I
van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende
de kinderbijslag, wordt het recht op ouderschapsverlof toegekend de kinderbijslag, wordt het recht op ouderschapsverlof toegekend
uiterlijk tot het kind acht jaar wordt. uiterlijk tot het kind acht jaar wordt.
Aan de voorwaarde van de zesde of de achtste verjaardag moet zijn Aan de voorwaarde van de zesde of de achtste verjaardag moet zijn
voldaan uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof." voldaan uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof."

Art. 2.Artikel 32, § 2, van het koninklijk besluit van 16 maart 2001

Art. 2.Artikel 32, § 2, van het koninklijk besluit van 16 maart 2001

betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige
personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde
staan, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt staan, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004, wordt
aangevuld met een derde lid : aangevuld met een derde lid :
"Een toelage van 86,32 EUR per maand wordt toegekend aan het "Een toelage van 86,32 EUR per maand wordt toegekend aan het
personeelslid dat zijn loopbaan onderbreekt met één vijfde. Voor het personeelslid dat zijn loopbaan onderbreekt met één vijfde. Voor het
personeelslid dat uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen personeelslid dat uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen
die hij ten laste heeft, wordt dit bedrag van 86,32 EUR vervangen door die hij ten laste heeft, wordt dit bedrag van 86,32 EUR vervangen door
116,08 EUR." 116,08 EUR."

Art. 3.Artikel 65, § 2 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de

Art. 3.Artikel 65, § 2 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de

volgende leden : volgende leden :
"Ingeval van zware ziekte van een kind dat hoogstens 16 jaar oud is en "Ingeval van zware ziekte van een kind dat hoogstens 16 jaar oud is en
van wie het personeelslid uitsluitend of hoofdzakelijk de last draagt van wie het personeelslid uitsluitend of hoofdzakelijk de last draagt
in de zin van artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van in de zin van artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van
gewaarborgde gezinsbijslag, wordt, wanneer het personeelslid gewaarborgde gezinsbijslag, wordt, wanneer het personeelslid
alleenstaand is, de maximumperiode van de volledige alleenstaand is, de maximumperiode van de volledige
loopbaanonderbreking bedoeld in het tweede lid van deze paragraaf loopbaanonderbreking bedoeld in het tweede lid van deze paragraaf
uitgebreid naar 24 maanden en wordt de maximumperiode van de uitgebreid naar 24 maanden en wordt de maximumperiode van de
gedeeltelijke loopbaanonderbreking bedoeld in het tweede lid van deze gedeeltelijke loopbaanonderbreking bedoeld in het tweede lid van deze
paragraaf uitgebreid naar 48 maanden. paragraaf uitgebreid naar 48 maanden.
De periodes van volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking kunnen De periodes van volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking kunnen
enkel worden opgenomen met periodes van minimum één maand en maximum enkel worden opgenomen met periodes van minimum één maand en maximum
drie maanden, aaneensluitend of niet. drie maanden, aaneensluitend of niet.
Onder alleenstaande in de zin van dit artikel wordt verstaan het Onder alleenstaande in de zin van dit artikel wordt verstaan het
personeelslid dat uitsluitend en effectief samenwoont met één of personeelslid dat uitsluitend en effectief samenwoont met één of
meerdere van zijn kinderen. meerdere van zijn kinderen.
Ingeval van toepassing van het achtste lid van dit artikel moet het Ingeval van toepassing van het achtste lid van dit artikel moet het
personeelslid bovendien het bewijs leveren van de samenstelling van personeelslid bovendien het bewijs leveren van de samenstelling van
zijn gezin door middel van een attest dat wordt afgeleverd door de zijn gezin door middel van een attest dat wordt afgeleverd door de
gemeentelijke overheid en waaruit blijkt dat het personeelslid op het gemeentelijke overheid en waaruit blijkt dat het personeelslid op het
moment van de aanvraag uitsluitend en effectief samenwoont met één of moment van de aanvraag uitsluitend en effectief samenwoont met één of
meerdere van zijn kinderen. meerdere van zijn kinderen.
Voor iedere verlenging van een periode van volledige en gedeeltelijke Voor iedere verlenging van een periode van volledige en gedeeltelijke
loopbaanonderbreking dient het personeelslid dezelfde procedure te loopbaanonderbreking dient het personeelslid dezelfde procedure te
volgen en de door dit koninklijk besluit vereiste attest(en) in te volgen en de door dit koninklijk besluit vereiste attest(en) in te
dienen." dienen."

Art. 4.Dit besluit is van toepassing op alle aanvragen die worden

Art. 4.Dit besluit is van toepassing op alle aanvragen die worden

ingediend vanaf de inwerkingtreding ervan. ingediend vanaf de inwerkingtreding ervan.

Art. 5.Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Werk zijn,

Art. 5.Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Werk zijn,

ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 3 december 2006. Gegeven te Brussel, 3 december 2006.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 22 januari 1985, Belgisch Staatsblad van 24 januari 1985; Wet van 22 januari 1985, Belgisch Staatsblad van 24 januari 1985;
Wet van 26 maart 1999, Belgisch Staatsblad van 1 april 1999; Wet van 26 maart 1999, Belgisch Staatsblad van 1 april 1999;
Wet van 10 augustus 2001, Belgisch Staatsblad van 15 september 2001; Wet van 10 augustus 2001, Belgisch Staatsblad van 15 september 2001;
Koninklijk besluit van 29 oktober 1997, Belgisch Staatsblad van 7 Koninklijk besluit van 29 oktober 1997, Belgisch Staatsblad van 7
november 1997; november 1997;
Koninklijk besluit van 10 augustus 1998, Belgisch Staatsblad van 8 Koninklijk besluit van 10 augustus 1998, Belgisch Staatsblad van 8
september 1998; september 1998;
Koninklijk besluit van 4 juni 1999, Belgisch Staatsblad van 26 juni Koninklijk besluit van 4 juni 1999, Belgisch Staatsblad van 26 juni
1999; 1999;
Koninklijk besluit van 24 januari 2002, Belgisch Staatsblad van 31 Koninklijk besluit van 24 januari 2002, Belgisch Staatsblad van 31
januari 2002. januari 2002.
^