Koninklijk besluit betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een « Europese blauwe kaart » | Koninklijk besluit betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een « Europese blauwe kaart » |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
3 AUGUSTUS 2012. - Koninklijk besluit betreffende de regels voor het | 3 AUGUSTUS 2012. - Koninklijk besluit betreffende de regels voor het |
indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige | indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige |
arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse | arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse |
werknemer ter verkrijgen van een « Europese blauwe kaart » | werknemer ter verkrijgen van een « Europese blauwe kaart » |
VERSLAG AAN DE KONING | VERSLAG AAN DE KONING |
Sire, | Sire, |
Het ontwerp van besluit dat we de eer hebben Zijne Majesteit ter | Het ontwerp van besluit dat we de eer hebben Zijne Majesteit ter |
ondertekening voor te leggen, bepaalt de procedure die moet worden | ondertekening voor te leggen, bepaalt de procedure die moet worden |
gevolgd in het kader van de uitreiking van de voorlopige | gevolgd in het kader van de uitreiking van de voorlopige |
arbeidsvergunningen die wordt aangevraagd om de « Europese blauwe | arbeidsvergunningen die wordt aangevraagd om de « Europese blauwe |
kaart » te bekomen. | kaart » te bekomen. |
De aangebrachte wijzigingen zijn gebaseerd op de volgende wettelijke | De aangebrachte wijzigingen zijn gebaseerd op de volgende wettelijke |
bepalingen. | bepalingen. |
Artikel 8, § 2 van wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling | Artikel 8, § 2 van wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling |
van buitenlandse werknemers biedt Zijne Majesteit de gelegenheid om de | van buitenlandse werknemers biedt Zijne Majesteit de gelegenheid om de |
regels vast te leggen voor de indiening van de aanvragen om de | regels vast te leggen voor de indiening van de aanvragen om de |
arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten, en voor de verlenging en de | arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten, en voor de verlenging en de |
vernieuwing ervan. Die bepaling biedt Zijne Majesteit ook de | vernieuwing ervan. Die bepaling biedt Zijne Majesteit ook de |
gelegenheid om de regels vast te leggen tot toekenning, weigering en | gelegenheid om de regels vast te leggen tot toekenning, weigering en |
intrekking van de arbeidsvergunningen en van de arbeidskaarten. | intrekking van de arbeidsvergunningen en van de arbeidskaarten. |
Artikelsgewijze bespreking | Artikelsgewijze bespreking |
Artikel 1 | Artikel 1 |
Dit artikel bepaalt dat de aanvraag inzake voorlopige | Dit artikel bepaalt dat de aanvraag inzake voorlopige |
arbeidsvergunning door de werkgever moet worden ingediend bij de | arbeidsvergunning door de werkgever moet worden ingediend bij de |
bevoegde overheid aan de hand van een formulier dat door deze bevoegde | bevoegde overheid aan de hand van een formulier dat door deze bevoegde |
overheid wordt uitgereikt. Dit formulier moet ten minste de | overheid wordt uitgereikt. Dit formulier moet ten minste de |
vermeldingen bevatten die als bijlage bij het besluit dat U wordt | vermeldingen bevatten die als bijlage bij het besluit dat U wordt |
voorgelegd, zijn opgenomen. | voorgelegd, zijn opgenomen. |
Art. 2 | Art. 2 |
Dit artikel bepaalt welke documenten noodzakelijk zijn om de | Dit artikel bepaalt welke documenten noodzakelijk zijn om de |
voorlopige arbeidsvergunning aan te vragen. Het zijn de volgende : | voorlopige arbeidsvergunning aan te vragen. Het zijn de volgende : |
- een kopie van de arbeidsovereenkomst die is ondertekend door de twee | - een kopie van de arbeidsovereenkomst die is ondertekend door de twee |
partijen; | partijen; |
- een kopie van het paspoort als de werknemer niet aanwezig is in | - een kopie van het paspoort als de werknemer niet aanwezig is in |
België of van het verblijfsdocument dat is uitgereikt door het | België of van het verblijfsdocument dat is uitgereikt door het |
gemeentebestuur, als de werknemer zich op het Belgische grondgebied | gemeentebestuur, als de werknemer zich op het Belgische grondgebied |
bevindt; | bevindt; |
- een beëdigde vertaling van het diploma van de werknemer waarin | - een beëdigde vertaling van het diploma van de werknemer waarin |
vermeld wordt dat hij geslaagd is voor drie jaar postsecundaire hogere | vermeld wordt dat hij geslaagd is voor drie jaar postsecundaire hogere |
studies. | studies. |
Art. 3 | Art. 3 |
Het eerste lid van dit artikel bepaalt vanaf welke datum het dossier | Het eerste lid van dit artikel bepaalt vanaf welke datum het dossier |
wordt beschouwd « als zijnde ingediend » bij de bevoegde overheid. | wordt beschouwd « als zijnde ingediend » bij de bevoegde overheid. |
Het tweede lid bepaalt de procedure die moet worden gevolgd als de | Het tweede lid bepaalt de procedure die moet worden gevolgd als de |
informatie of de documenten die bij de aanvraag worden gevoegd, | informatie of de documenten die bij de aanvraag worden gevoegd, |
ongeschikt zijn. | ongeschikt zijn. |
In dit geval moet de bevoegde Overheid de aanvrager uitleggen welke de | In dit geval moet de bevoegde Overheid de aanvrager uitleggen welke de |
ontbrekende documenten zijn. De aanvrager heeft één maand om deze | ontbrekende documenten zijn. De aanvrager heeft één maand om deze |
informatie te bezorgen. | informatie te bezorgen. |
Deze bepaling wijkt af van het artikel 34, 1° van bovengenoemd | Deze bepaling wijkt af van het artikel 34, 1° van bovengenoemd |
koninklijk besluit van 9 juni 1999 dat bepaalt dat de aanvraag wordt | koninklijk besluit van 9 juni 1999 dat bepaalt dat de aanvraag wordt |
geweigerd wanneer deze onvolledige gegevens bevat. | geweigerd wanneer deze onvolledige gegevens bevat. |
Deze bepaling is echter nodig met het oog op een volledige omzetting | Deze bepaling is echter nodig met het oog op een volledige omzetting |
van de Richtlijn 2009/50/EG en meer bepaald van artikel 11, punt 2 van | van de Richtlijn 2009/50/EG en meer bepaald van artikel 11, punt 2 van |
deze Richtlijn. | deze Richtlijn. |
Art.4 | Art.4 |
Dit artikel bepaalt dat de voorlopige arbeidsvergunning moet worden | Dit artikel bepaalt dat de voorlopige arbeidsvergunning moet worden |
bezorgd aan de werkgever en dat een kopie van dit document moet worden | bezorgd aan de werkgever en dat een kopie van dit document moet worden |
gestuurd aan de Dienst Vreemdelingenzaken. | gestuurd aan de Dienst Vreemdelingenzaken. |
Art. 5 | Art. 5 |
Dit artikel bepaalt dat de bevoegde Overheid zich ertoe verbindt de | Dit artikel bepaalt dat de bevoegde Overheid zich ertoe verbindt de |
Dienst Vreemdelingenzaken alle informatie te verstrekken betreffende | Dienst Vreemdelingenzaken alle informatie te verstrekken betreffende |
de beëindiging van de arbeidsovereenkomst of de wijzigingen van de | de beëindiging van de arbeidsovereenkomst of de wijzigingen van de |
arbeidsovereenkomst (bedoeld in artikel 15/1 van bovengenoemd | arbeidsovereenkomst (bedoeld in artikel 15/1 van bovengenoemd |
koninklijk besluit van 9 juni 1999). | koninklijk besluit van 9 juni 1999). |
Art. 6 | Art. 6 |
Dit artikel bepaalt dat in geval van een nieuwe aanvraag inzake | Dit artikel bepaalt dat in geval van een nieuwe aanvraag inzake |
voorlopige arbeidsvergunning, identiek dezelfde procedure moet worden | voorlopige arbeidsvergunning, identiek dezelfde procedure moet worden |
gevolgd als bij de eerste aanvraag. | gevolgd als bij de eerste aanvraag. |
Art. 7 | Art. 7 |
Dit artikel bepaalt dat dit besluit op dezelfde dag in werking treedt | Dit artikel bepaalt dat dit besluit op dezelfde dag in werking treedt |
als het koninklijk besluit van 15 augustus 2012 houdende wijzigingen | als het koninklijk besluit van 15 augustus 2012 houdende wijzigingen |
van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang | van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang |
tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van | tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van |
vreemdelingen. | vreemdelingen. |
Deze uitgestelde inwerkingtreding wordt verklaard door het feit dat de | Deze uitgestelde inwerkingtreding wordt verklaard door het feit dat de |
volledige procedure inzake de toekenning van de Europese blauwe kaart, | volledige procedure inzake de toekenning van de Europese blauwe kaart, |
een combinatie is van de bepalingen inzake « verblijf » en de | een combinatie is van de bepalingen inzake « verblijf » en de |
bepalingen inzake « werk », zoals hierboven vermeld. | bepalingen inzake « werk », zoals hierboven vermeld. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
Advies 50.185/1 van 20 september 2011 | Advies 50.185/1 van 20 september 2011 |
van de afdeling wetgeving van de Raad van State | van de afdeling wetgeving van de Raad van State |
De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 11 augustus | De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 11 augustus |
2011 door de Minister van Werk verzocht haar, binnen een termijn van | 2011 door de Minister van Werk verzocht haar, binnen een termijn van |
dertig dagen, verlengd tot 26 september 2011, van advies te dienen | dertig dagen, verlengd tot 26 september 2011, van advies te dienen |
over een ontwerp van koninklijk besluit betreffende de voorwaarden | over een ontwerp van koninklijk besluit betreffende de voorwaarden |
inzake de indiening en de uitreiking van voorlopige | inzake de indiening en de uitreiking van voorlopige |
arbeidsvergunningen die worden toegekend in het kader van de aanvraag | arbeidsvergunningen die worden toegekend in het kader van de aanvraag |
tot verkrijging van een « Europese blauwe kaart » door de buitenlandse | tot verkrijging van een « Europese blauwe kaart » door de buitenlandse |
werknemer', heeft het volgende advies gegeven : | werknemer', heeft het volgende advies gegeven : |
Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, | Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, |
vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het | vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het |
ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is | ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is |
tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel | tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel |
gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte | gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte |
bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen | bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen |
kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de | kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de |
regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het | regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het |
vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is. | vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is. |
Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de | Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de |
Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling | Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling |
Wetgeving zich in hoofdzaak beperkt tot het onderzoek van de | Wetgeving zich in hoofdzaak beperkt tot het onderzoek van de |
bevoegdheid van de steller van het ontwerp, van de rechtsgrond, | bevoegdheid van de steller van het ontwerp, van de rechtsgrond, |
alsmede van de te vervullen vormvereisten. | alsmede van de te vervullen vormvereisten. |
STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP | STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP |
1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot | 1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot |
het regelen van de procedure die moet worden gevolgd voor het | het regelen van de procedure die moet worden gevolgd voor het |
aanvragen en het toekennen van de voorlopige arbeidsvergunning in het | aanvragen en het toekennen van de voorlopige arbeidsvergunning in het |
kader van de regeling van de Europese blauwe kaart, zoals die in de | kader van de regeling van de Europese blauwe kaart, zoals die in de |
wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, | wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, |
het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, zal | het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, zal |
worden ingevoegd bij een wet die in ontwerpvorm het voorwerp heeft | worden ingevoegd bij een wet die in ontwerpvorm het voorwerp heeft |
uitgemaakt van advies 50.205/2/V van 12 september 2011 van de Raad van | uitgemaakt van advies 50.205/2/V van 12 september 2011 van de Raad van |
State, afdeling Wetgeving (1). | State, afdeling Wetgeving (1). |
De ontworpen regeling moet worden gelezen in samenhang met de | De ontworpen regeling moet worden gelezen in samenhang met de |
artikelen 15/1 tot 15/4 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 | artikelen 15/1 tot 15/4 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 |
houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de | houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de |
tewerkstelling van buitenlandse werknemers, welke bepalingen in dat | tewerkstelling van buitenlandse werknemers, welke bepalingen in dat |
koninklijk besluit zullen worden ingevoegd bij het koninklijk besluit | koninklijk besluit zullen worden ingevoegd bij het koninklijk besluit |
dat in ontwerpvorm het voorwerp uitmaakt van advies 50.184/1 dat heden | dat in ontwerpvorm het voorwerp uitmaakt van advies 50.184/1 dat heden |
wordt uitgebrach (2). | wordt uitgebrach (2). |
2.1. Onder voorbehoud van hetgeen onder 2.2 wordt vermeld, kan de | 2.1. Onder voorbehoud van hetgeen onder 2.2 wordt vermeld, kan de |
ontworpen regeling worden geacht rechtsgrond te vinden in artikel 8, § | ontworpen regeling worden geacht rechtsgrond te vinden in artikel 8, § |
2, van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van | 2, van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van |
buitenlandse werknemers. Die bepaling luidt : | buitenlandse werknemers. Die bepaling luidt : |
« De Koning stelt de nadere regelen vast voor de indiening van de | « De Koning stelt de nadere regelen vast voor de indiening van de |
aanvragen om de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten en voor de | aanvragen om de arbeidsvergunningen en de arbeidskaarten en voor de |
verlenging of de vernieuwing ervan. | verlenging of de vernieuwing ervan. |
Hij stelt eveneens de nadere regelen vast tot toekenning, weigering en | Hij stelt eveneens de nadere regelen vast tot toekenning, weigering en |
intrekking van de arbeidsvergunningen en van de arbeidskaarten ». | intrekking van de arbeidsvergunningen en van de arbeidskaarten ». |
2.2. In artikel 7 van het ontwerp wordt bepaald dat er een protocol | 2.2. In artikel 7 van het ontwerp wordt bepaald dat er een protocol |
wordt gesloten « dat doelt op de samenwerking tussen de bevoegde | wordt gesloten « dat doelt op de samenwerking tussen de bevoegde |
overheden, de Dienst Vreemdelingenzaken en de inspectiediensten die | overheden, de Dienst Vreemdelingenzaken en de inspectiediensten die |
belast zijn met het toezicht op de wetgeving betreffende de | belast zijn met het toezicht op de wetgeving betreffende de |
reglementering en de arbeidsbetrekkingen ». | reglementering en de arbeidsbetrekkingen ». |
Geen van de wetsbepalingen, vermeld in het eerste lid van de aanhef | Geen van de wetsbepalingen, vermeld in het eerste lid van de aanhef |
van het ontwerp, biedt rechtsgrond voor het aangehaalde artikel 7. | van het ontwerp, biedt rechtsgrond voor het aangehaalde artikel 7. |
Daarenboven kan de Koning niet bevoegd worden geacht om de | Daarenboven kan de Koning niet bevoegd worden geacht om de |
gewestelijke overheden (3) te verplichten om het in artikel 7 van het | gewestelijke overheden (3) te verplichten om het in artikel 7 van het |
ontwerp bedoelde protocol te sluiten. Dergelijke verplichting is | ontwerp bedoelde protocol te sluiten. Dergelijke verplichting is |
immers niet in overeenstemming met de aan de betrokken overheden | immers niet in overeenstemming met de aan de betrokken overheden |
toekomende autonomie. Om die redenen dient artikel 7 uit het ontwerp | toekomende autonomie. Om die redenen dient artikel 7 uit het ontwerp |
te worden weggelaten. | te worden weggelaten. |
ONDERZOEK VAN DE TEKST | ONDERZOEK VAN DE TEKST |
Aanhef | Aanhef |
1. Rekening houdend met hetgeen over de rechtsgrond van de ontworpen | 1. Rekening houdend met hetgeen over de rechtsgrond van de ontworpen |
regeling is opgemerkt, redigere men het eerste lid van de aanhef van | regeling is opgemerkt, redigere men het eerste lid van de aanhef van |
het ontwerp als volgt : | het ontwerp als volgt : |
« Gelet op de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van | « Gelet op de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van |
buitenlandse werknemers, artikel 8, § 2; » (4). | buitenlandse werknemers, artikel 8, § 2; » (4). |
2. In het tweede lid van de aanhef van het ontwerp wordt verwezen naar | 2. In het tweede lid van de aanhef van het ontwerp wordt verwezen naar |
artikel 15/1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999. Deze bepaling | artikel 15/1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999. Deze bepaling |
strekt de ontworpen regeling niet tot rechtsgrond en wordt er evenmin | strekt de ontworpen regeling niet tot rechtsgrond en wordt er evenmin |
door gewijzigd. Een verwijzing ernaar in de aanhef van het ontwerp is | door gewijzigd. Een verwijzing ernaar in de aanhef van het ontwerp is |
daarenboven niet noodzakelijk voor een goed begrip van de ontworpen | daarenboven niet noodzakelijk voor een goed begrip van de ontworpen |
regeling (5). Het tweede lid kan derhalve uit de aanhef worden | regeling (5). Het tweede lid kan derhalve uit de aanhef worden |
weggelaten. | weggelaten. |
3. Aan het einde van de Nederlandse tekst van het lid van de aanhef | 3. Aan het einde van de Nederlandse tekst van het lid van de aanhef |
waarin wordt verwezen naar het begrotingsakkoord dient uiteraard te | waarin wordt verwezen naar het begrotingsakkoord dient uiteraard te |
worden geschreven « , gegeven op 15 juli 2011; ». | worden geschreven « , gegeven op 15 juli 2011; ». |
4. Men passe de redactie van het lid van de aanhef waarin wordt | 4. Men passe de redactie van het lid van de aanhef waarin wordt |
verwezen naar het advies van de Raad van State aan als volgt : | verwezen naar het advies van de Raad van State aan als volgt : |
« Gelet op advies 50.185/1 van de Raad van State, gegeven op 20 | « Gelet op advies 50.185/1 van de Raad van State, gegeven op 20 |
september 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, | september 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, |
van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
». | ». |
Artikel 1 | Artikel 1 |
De zinsnede « ingevoegd door het koninklijk besluit van..., », in | De zinsnede « ingevoegd door het koninklijk besluit van..., », in |
artikel 1 van het ontwerp, heeft tot gevolg dat toekomstige | artikel 1 van het ontwerp, heeft tot gevolg dat toekomstige |
wijzigingen die mogelijk zullen worden aangebracht in artikel 15/1 van | wijzigingen die mogelijk zullen worden aangebracht in artikel 15/1 van |
het koninklijk besluit 9 juni 1999 voor de toepassing van artikel 1 | het koninklijk besluit 9 juni 1999 voor de toepassing van artikel 1 |
buiten beschouwing dienen te worden gelaten. Indien dit niet de | buiten beschouwing dienen te worden gelaten. Indien dit niet de |
bedoeling is, wordt de voornoemde zinsnede best geschrapt. | bedoeling is, wordt de voornoemde zinsnede best geschrapt. |
Dezelfde opmerking geldt ten aanzien van de artikelen 5 en 6 van het | Dezelfde opmerking geldt ten aanzien van de artikelen 5 en 6 van het |
ontwerp. | ontwerp. |
Artikel 8 | Artikel 8 |
Indien het de bedoeling is om de datum van inwerkingtreding van de | Indien het de bedoeling is om de datum van inwerkingtreding van de |
ontworpen regeling af te stemmen op die van de regeling welke, in | ontworpen regeling af te stemmen op die van de regeling welke, in |
ontwerpvorm, het voorwerp uitmaakte van advies 50.248/2/V dat de Raad | ontwerpvorm, het voorwerp uitmaakte van advies 50.248/2/V dat de Raad |
van State, afdeling Wetgeving, op 8 september 2011 uitbracht (6), | van State, afdeling Wetgeving, op 8 september 2011 uitbracht (6), |
dient er uiteraard op te worden toegezien dat het correcte opschrift | dient er uiteraard op te worden toegezien dat het correcte opschrift |
van het betrokken koninklijk besluit wordt vermeld. Daarenboven moet | van het betrokken koninklijk besluit wordt vermeld. Daarenboven moet |
worden verwezen naar de datum van « inwerkingtreding » en niet naar | worden verwezen naar de datum van « inwerkingtreding » en niet naar |
die van de « bekendmaking » van het laatstgenoemde koninklijk besluit. | die van de « bekendmaking » van het laatstgenoemde koninklijk besluit. |
Bijlage | Bijlage |
Het opschrift van het in bijlage bij het ontwerp gevoegde | Het opschrift van het in bijlage bij het ontwerp gevoegde |
aanvraagformulier moet worden voorafgegaan door het woord « Bijlage ». | aanvraagformulier moet worden voorafgegaan door het woord « Bijlage ». |
Aan het einde van de bijlage dient de formule « Gezien om gevoegd te | Aan het einde van de bijlage dient de formule « Gezien om gevoegd te |
worden bij ons besluit van... » te worden toegevoegd, waarna dezelfde | worden bij ons besluit van... » te worden toegevoegd, waarna dezelfde |
ondertekeningen moeten volgen als die welke volgen na het dispositief | ondertekeningen moeten volgen als die welke volgen na het dispositief |
(7). | (7). |
De kamer was samengesteld uit | De kamer was samengesteld uit |
de Heren M. Van Damme, kamervoorzitter, | de Heren M. Van Damme, kamervoorzitter, |
J. Baert, | J. Baert, |
W. Van Vaerenbergh, staatsraden, | W. Van Vaerenbergh, staatsraden, |
M. Rigaux, assessor van de afdeling Wetgeving, | M. Rigaux, assessor van de afdeling Wetgeving, |
Mevrouw A. Beckers,griffier. | Mevrouw A. Beckers,griffier. |
Het verslag werd uitgebracht door Mevrouw G. Scheppers, auditeur. | Het verslag werd uitgebracht door Mevrouw G. Scheppers, auditeur. |
De griffier | De griffier |
A. Beckers | A. Beckers |
De voorzitter | De voorzitter |
M. Van Damme | M. Van Damme |
_______ | _______ |
Nota's | Nota's |
(1) Advies 50.205/2/V van 12 september 2011 over een voorontwerp van | (1) Advies 50.205/2/V van 12 september 2011 over een voorontwerp van |
wet « tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de | wet « tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de |
toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de | toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de |
verwijdering van vreemdelingen ». | verwijdering van vreemdelingen ». |
(2) Advies 50.184/1 van 20 september 2011 over een ontwerp van | (2) Advies 50.184/1 van 20 september 2011 over een ontwerp van |
koninklijk besluit « tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 | koninklijk besluit « tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 |
juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende | juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende |
de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, strekkende tot de | de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, strekkende tot de |
toekenning van een voorlopige arbeidsvergunning in het kader van het | toekenning van een voorlopige arbeidsvergunning in het kader van het |
verkrijgen van een Europese blauwe kaart ». | verkrijgen van een Europese blauwe kaart ». |
(3) Luidens artikel 2, 3°, van de wet van 30 april 1999 en artikel 1, | (3) Luidens artikel 2, 3°, van de wet van 30 april 1999 en artikel 1, |
5°, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 dient onder « de | 5°, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 dient onder « de |
bevoegde overheid » te worden verstaan « de overheid bevoegd krachtens | bevoegde overheid » te worden verstaan « de overheid bevoegd krachtens |
artikel 6, § 1, IX, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | artikel 6, § 1, IX, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming van de instellingen ». | hervorming van de instellingen ». |
(4) De vermelding van de artikelen 4, § 4, en 6, 2°, van de wet van 30 | (4) De vermelding van de artikelen 4, § 4, en 6, 2°, van de wet van 30 |
april 1999 is in het tekstvoorstel weggelaten omdat die bepalingen | april 1999 is in het tekstvoorstel weggelaten omdat die bepalingen |
geen rechtsgrond bieden voor de ontworpen regeling. Het betreft immers | geen rechtsgrond bieden voor de ontworpen regeling. Het betreft immers |
bepalingen die niet op het vaststellen van de procedure van aanvraag | bepalingen die niet op het vaststellen van de procedure van aanvraag |
of toekenning van de voorlopige arbeidsvergunning betrekking hebben of | of toekenning van de voorlopige arbeidsvergunning betrekking hebben of |
die geen machtiging van de Koning inhouden. | die geen machtiging van de Koning inhouden. |
(5) In diverse artikelen van het ontwerp wordt reeds melding gemaakt | (5) In diverse artikelen van het ontwerp wordt reeds melding gemaakt |
van artikel 15/1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999. Indien | van artikel 15/1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999. Indien |
aan het tweede lid van de aanhef de bedoeling ten grondslag zou liggen | aan het tweede lid van de aanhef de bedoeling ten grondslag zou liggen |
om op de samenhang te wijzen met de regeling die met betrekking tot de | om op de samenhang te wijzen met de regeling die met betrekking tot de |
voorlopige arbeidsvergunningen in het kader van het verkrijgen van de | voorlopige arbeidsvergunningen in het kader van het verkrijgen van de |
Europese blauwe kaart zal worden ingevoegd in het koninklijk besluit | Europese blauwe kaart zal worden ingevoegd in het koninklijk besluit |
van 9 juni 1999 door het ontwerp 50.184/1, zou trouwens logischerwijze | van 9 juni 1999 door het ontwerp 50.184/1, zou trouwens logischerwijze |
best worden verwezen naar alle bepalingen van de in dat koninklijk | best worden verwezen naar alle bepalingen van de in dat koninklijk |
besluit in te voegen afdeling 1bis (ontworpen artikelen 15/1 tot | besluit in te voegen afdeling 1bis (ontworpen artikelen 15/1 tot |
15/4). | 15/4). |
(6) Ontwerp van koninklijk besluit « tot wijziging van de koninklijke | (6) Ontwerp van koninklijk besluit « tot wijziging van de koninklijke |
besluiten van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het | besluiten van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het |
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van | grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van |
vreemdelingen, van 17 mei 2007 tot vaststelling van de | vreemdelingen, van 17 mei 2007 tot vaststelling van de |
uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 september 2006 tot wijziging | uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 september 2006 tot wijziging |
van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het | van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het |
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van | grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van |
vreemdelingen en van 7 mei 2008 tot vaststelling van bepaalde | vreemdelingen en van 7 mei 2008 tot vaststelling van bepaalde |
uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 december 1980 betreffende de | uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 december 1980 betreffende de |
toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de | toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de |
verwijdering van vreemdelingen ». | verwijdering van vreemdelingen ». |
(7) Handleiding Wetgevingstechniek. Handleiding voor het opstellen van | (7) Handleiding Wetgevingstechniek. Handleiding voor het opstellen van |
wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, nr. 172, te | wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, nr. 172, te |
raadplegen op de website van de Raad van State | raadplegen op de website van de Raad van State |
(www.raadvst-consetat.be). | (www.raadvst-consetat.be). |
3 AUGUSTUS 2012. - Koninklijk besluit betreffende de regels voor het | 3 AUGUSTUS 2012. - Koninklijk besluit betreffende de regels voor het |
indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige | indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige |
arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse | arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse |
werknemer ter verkrijgen van een Europese blauwe kaart (1) | werknemer ter verkrijgen van een Europese blauwe kaart (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van | Gelet op de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van |
buitenlandse werknemers, artikelen 8, § 2, | buitenlandse werknemers, artikelen 8, § 2, |
Gelet op het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering | Gelet op het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering |
van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van | van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van |
buitenlandse werknemers, afdeling 1bis, | buitenlandse werknemers, afdeling 1bis, |
Gelet op het advies van de Adviesraad voor de tewerkstelling van | Gelet op het advies van de Adviesraad voor de tewerkstelling van |
buitenlandse werknemers, gegeven op 21 juni 2011, | buitenlandse werknemers, gegeven op 21 juni 2011, |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 |
juni 2011, | juni 2011, |
Gelet op het akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor | Gelet op het akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor |
Begroting, gegeven op 15 juli 2011, | Begroting, gegeven op 15 juli 2011, |
Gelet op het advies 50.185/1 van de Raad van State, gegeven op 20 | Gelet op het advies 50.185/1 van de Raad van State, gegeven op 20 |
september 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, 1°, van de wetten | september 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, 1°, van de wetten |
op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973, | op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973, |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze | Op de voordracht van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze |
in Raad vergaderde Ministers, | in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.De aanvraag voor een voorlopige arbeidsvergunning die wordt |
Artikel 1.De aanvraag voor een voorlopige arbeidsvergunning die wordt |
uitgereikt aan een werkgever, bij toepassing van artikel 15/1 van het | uitgereikt aan een werkgever, bij toepassing van artikel 15/1 van het |
koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van | koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van |
30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse | 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse |
werknemers, moet door de werkgever worden ingediend bij de bevoegde | werknemers, moet door de werkgever worden ingediend bij de bevoegde |
Overheid middels een door deze bevoegde Overheid uitgereikt formulier | Overheid middels een door deze bevoegde Overheid uitgereikt formulier |
dat minstens de vermeldingen bevat die zijn opgenomen in de bijlage | dat minstens de vermeldingen bevat die zijn opgenomen in de bijlage |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Art. 2.De werkgever voegt bij het in artikel 1 bedoelde formulier de |
Art. 2.De werkgever voegt bij het in artikel 1 bedoelde formulier de |
volgende documenten : | volgende documenten : |
- een afschrift van de geschreven arbeidsovereenkomst conform de | - een afschrift van de geschreven arbeidsovereenkomst conform de |
bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de | bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de |
arbeidsovereenkomsten, ondertekend door de werkgever en de werknemer; | arbeidsovereenkomsten, ondertekend door de werkgever en de werknemer; |
- een afschrift van het paspoort van de werknemer indien deze niet in | - een afschrift van het paspoort van de werknemer indien deze niet in |
België aanwezig is of een afschrift van het document, uitgereikt door | België aanwezig is of een afschrift van het document, uitgereikt door |
de betrokken gemeente, dat de verblijfssituatie van de werknemer | de betrokken gemeente, dat de verblijfssituatie van de werknemer |
bevestigt, indien deze reeds in België aanwezig is; | bevestigt, indien deze reeds in België aanwezig is; |
- een vertaald en gelegaliseerd afschrift van het diploma van de | - een vertaald en gelegaliseerd afschrift van het diploma van de |
werknemer dat bevestigt dat hij geslaagd is in een postsecundaire | werknemer dat bevestigt dat hij geslaagd is in een postsecundaire |
cyclus van minstens drie jaar hogere studies aan een instituut erkend | cyclus van minstens drie jaar hogere studies aan een instituut erkend |
als instelling voor hoger onderwijs door de Staat waarin het instituut | als instelling voor hoger onderwijs door de Staat waarin het instituut |
is gevestigd zoals bedoeld in artikel 15/1 van voormeld koninklijk | is gevestigd zoals bedoeld in artikel 15/1 van voormeld koninklijk |
besluit van 9 juni 1999. | besluit van 9 juni 1999. |
Art. 3.De aanvraag voor een voorlopige arbeidsvergunning wordt geacht |
Art. 3.De aanvraag voor een voorlopige arbeidsvergunning wordt geacht |
te zijn ingediend : | te zijn ingediend : |
- hetzij op de datum van indiening van het volledige dossier bij de | - hetzij op de datum van indiening van het volledige dossier bij de |
bevoegde Overheid, | bevoegde Overheid, |
- hetzij op de derde werkdag volgend op de datum van verzending door | - hetzij op de derde werkdag volgend op de datum van verzending door |
de Post van het volledige dossier aan de bevoegde Overheid. | de Post van het volledige dossier aan de bevoegde Overheid. |
Indien ter staving van de aanvraag niet afdoende gegevens of | Indien ter staving van de aanvraag niet afdoende gegevens of |
documenten zijn verstrekt, deelt de bevoegde Overheid de aanvrager mee | documenten zijn verstrekt, deelt de bevoegde Overheid de aanvrager mee |
welke bijkomende documenten of gegevens vereist zijn. De aanvrager | welke bijkomende documenten of gegevens vereist zijn. De aanvrager |
heeft dertig dagen om die inlichtingen te verstrekken. In dit geval | heeft dertig dagen om die inlichtingen te verstrekken. In dit geval |
wordt de termijn van dertig dagen bepaald in artikel 15/3 van het | wordt de termijn van dertig dagen bepaald in artikel 15/3 van het |
voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999 verlengd met dertig dagen. | voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999 verlengd met dertig dagen. |
Indien de aanvullende gegevens of documenten niet binnen de gestelde | Indien de aanvullende gegevens of documenten niet binnen de gestelde |
termijn worden verstrekt, wordt de aanvraag afgewezen. | termijn worden verstrekt, wordt de aanvraag afgewezen. |
Art. 4.De voorlopige arbeidsvergunning wordt door de bevoegde |
Art. 4.De voorlopige arbeidsvergunning wordt door de bevoegde |
Overheid naar de werkgever verzonden. Een afschrift van deze | Overheid naar de werkgever verzonden. Een afschrift van deze |
voorlopige arbeidsvergunning wordt door de bevoegde Overheid naar de | voorlopige arbeidsvergunning wordt door de bevoegde Overheid naar de |
Dienst Vreemdelingenzaken verstuurd. | Dienst Vreemdelingenzaken verstuurd. |
Art. 5.De bevoegde Overheid verwittigt de Dienst Vreemdelingenzaken |
Art. 5.De bevoegde Overheid verwittigt de Dienst Vreemdelingenzaken |
van elke inlichting meegedeeld door de werkgever met betrekking tot de | van elke inlichting meegedeeld door de werkgever met betrekking tot de |
verbreking van de arbeidsovereenkomst of in verband met wijzigingen | verbreking van de arbeidsovereenkomst of in verband met wijzigingen |
inzake de arbeidsvoorwaarden zoals bepaald in artikel 15/1 van het | inzake de arbeidsvoorwaarden zoals bepaald in artikel 15/1 van het |
voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999. | voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999. |
Art. 6.Iedere aanvraag betreffende een nieuwe voorlopige |
Art. 6.Iedere aanvraag betreffende een nieuwe voorlopige |
arbeidsvergunning, zoals bedoeld in artikel 15/4 van het voormeld | arbeidsvergunning, zoals bedoeld in artikel 15/4 van het voormeld |
koninklijk besluit van 9 juni 1999, dient ingediend bij de bevoegde | koninklijk besluit van 9 juni 1999, dient ingediend bij de bevoegde |
Overheid volgens dezelfde nadere regels en procedure zoals voorzien | Overheid volgens dezelfde nadere regels en procedure zoals voorzien |
voor de eerste aanvraag, twee maanden voor het einde van de geldigheid | voor de eerste aanvraag, twee maanden voor het einde van de geldigheid |
van de Europese blauwe kaart. | van de Europese blauwe kaart. |
Art. 7.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het koninklijk |
Art. 7.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het koninklijk |
besluit van 15 augustus 2012 van wijziging van het koninklijk besluit | besluit van 15 augustus 2012 van wijziging van het koninklijk besluit |
van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het | van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het |
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen in het | verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen in het |
Belgisch Staatsblad wordt inwerking treedt. | Belgisch Staatsblad wordt inwerking treedt. |
Art. 8.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 8.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012. | Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 30 april 1999, Belgisch Staatsblad van 21 mei 1999. | Wet van 30 april 1999, Belgisch Staatsblad van 21 mei 1999. |
Koninklijk besluit van 9 juni 1999, Belgisch Staatsblad van 26 juni | Koninklijk besluit van 9 juni 1999, Belgisch Staatsblad van 26 juni |
1999. | 1999. |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Gezien om te worden gevoegd bij ons besluit van 3 augustus 2012 | Gezien om te worden gevoegd bij ons besluit van 3 augustus 2012 |
betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het | betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het |
afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de | afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de |
aanvraag door een buitenlandse werkenemer tot het verkrijgen van een « | aanvraag door een buitenlandse werkenemer tot het verkrijgen van een « |
Europese blauwe kaart ». | Europese blauwe kaart ». |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. M. DE CONINCK | Mevr. M. DE CONINCK |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Um dem Erlass vom 3. August 2012 hinsichtlich der Bedingungen zun | Um dem Erlass vom 3. August 2012 hinsichtlich der Bedingungen zun |
Einreichen von Beantragungen und der Ausstellung einer vorläufigen | Einreichen von Beantragungen und der Ausstellung einer vorläufigen |
Arbeitserlaubnis im Rahmen einer Beantragung durch ausländische | Arbeitserlaubnis im Rahmen einer Beantragung durch ausländische |
Arbeitnehmer um eine « Blaue Karte EU » zu bekommen, beigelegt zu | Arbeitnehmer um eine « Blaue Karte EU » zu bekommen, beigelegt zu |
werden. | werden. |
ALBERT | ALBERT |
Von Königs wegen: | Von Königs wegen: |
Die Arbeitsministerin | Die Arbeitsministerin |
Frau M. DE CONINCK | Frau M. DE CONINCK |