Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 mei 2018, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2017 | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 mei 2018, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2017 |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
2 SEPTEMBER 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 2 SEPTEMBER 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 mei 2018, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 mei 2018, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en | gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en |
bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de sectorale | bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de sectorale |
pensioentoezegging voor het jaar 2017 (1) | pensioentoezegging voor het jaar 2017 (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de diensten voor | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de diensten voor |
gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap; | gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 23 mei 2018, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 23 mei 2018, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en | in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en |
bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de sectorale | bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de sectorale |
pensioentoezegging voor het jaar 2017. | pensioentoezegging voor het jaar 2017. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 2 september 2018. | Gegeven te Brussel, 2 september 2018. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van | Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van |
de Vlaamse Gemeenschap | de Vlaamse Gemeenschap |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 23 mei 2018 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 23 mei 2018 |
Sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2017 (Overeenkomst | Sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2017 (Overeenkomst |
geregistreerd op 15 juni 2018 onder het nummer 146384/CO/318.02) | geregistreerd op 15 juni 2018 onder het nummer 146384/CO/318.02) |
HOOFDSTUK I. - Voorwerp van de overeenkomst | HOOFDSTUK I. - Voorwerp van de overeenkomst |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten : |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten : |
- in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst | - in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst |
van 23 februari 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend | van 23 februari 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend |
pensioenstelsel (registratienummer 104291/CO/318.02), afgesloten in | pensioenstelsel (registratienummer 104291/CO/318.02), afgesloten in |
het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp | het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp |
van de Vlaamse Gemeenschap; | van de Vlaamse Gemeenschap; |
- in toepassing van punt 4 van het pensioenreglement dat als bijlage | - in toepassing van punt 4 van het pensioenreglement dat als bijlage |
is opgenomen bij de hoger genoemde collectieve arbeidsovereenkomst en | is opgenomen bij de hoger genoemde collectieve arbeidsovereenkomst en |
zoals laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni | zoals laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni |
2016 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal | 2016 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal |
aanvullend pensioenstelsel 318.02 (registratienummer 134549). | aanvullend pensioenstelsel 318.02 (registratienummer 134549). |
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied |
Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle |
Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle |
werkgevers en alle werknemers die ressorteren onder het Paritair | werkgevers en alle werknemers die ressorteren onder het Paritair |
Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de | Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de |
Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van : | Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van : |
- de categorieën voorzien in artikel 3 van deze collectieve | - de categorieën voorzien in artikel 3 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst; | arbeidsovereenkomst; |
- de in het buitenland gevestigde werkgevers en hun in België | - de in het buitenland gevestigde werkgevers en hun in België |
gedetacheerde werknemers in de zin van de toepasselijke | gedetacheerde werknemers in de zin van de toepasselijke |
EEG-verordening inzake de sociale zekerheid. | EEG-verordening inzake de sociale zekerheid. |
Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk | Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk |
werklieden- en bediendepersoneel. | werklieden- en bediendepersoneel. |
Art. 5.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op |
Art. 5.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op |
: | : |
- werknemers met een contract van interimarbeid; | - werknemers met een contract van interimarbeid; |
- werknemers met een vakantie-, studenten- of IBO-contract | - werknemers met een vakantie-, studenten- of IBO-contract |
(individuele beroepsopleiding); | (individuele beroepsopleiding); |
- leerlingen waarvoor geen sociale zekerheidsbijdragen worden betaald | - leerlingen waarvoor geen sociale zekerheidsbijdragen worden betaald |
(erkende leerling van de middenstand, leerling met industrieel | (erkende leerling van de middenstand, leerling met industrieel |
leercontract, leerling in opleiding tot ondernemingshoofd, leerling | leercontract, leerling in opleiding tot ondernemingshoofd, leerling |
met een overeenkomst voor socioprofessionele inpassing, erkend door de | met een overeenkomst voor socioprofessionele inpassing, erkend door de |
gemeenschappen en gewesten, stagiair met een | gemeenschappen en gewesten, stagiair met een |
beroepsinlevingsovereenkomst); | beroepsinlevingsovereenkomst); |
- arbeidszorgmedewerkers en personen tewerkgesteld in het kader van | - arbeidszorgmedewerkers en personen tewerkgesteld in het kader van |
artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 op de inrichting | artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 op de inrichting |
van de OCMW's en een tewerkstelling in het kader van artikel 78 van | van de OCMW's en een tewerkstelling in het kader van artikel 78 van |
het koninklijk besluit van 25 november 1991, tenzij er sprake is van | het koninklijk besluit van 25 november 1991, tenzij er sprake is van |
een arbeidsovereenkomst; | een arbeidsovereenkomst; |
- werknemers die activiteiten uitoefenen terwijl zij al een wettelijk | - werknemers die activiteiten uitoefenen terwijl zij al een wettelijk |
rustpensioen genieten; | rustpensioen genieten; |
- erkende beroepsjournalisten gedurende de periode die in aanmerking | - erkende beroepsjournalisten gedurende de periode die in aanmerking |
komt voor het wettelijk aanvullend pensioen voor erkende | komt voor het wettelijk aanvullend pensioen voor erkende |
beroepsjournalisten, geregeld door het koninklijk besluit van 27 juli | beroepsjournalisten, geregeld door het koninklijk besluit van 27 juli |
1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971); | 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971); |
- coöperanten van Belgische niet-gouvernementele organisaties, die | - coöperanten van Belgische niet-gouvernementele organisaties, die |
werken in het buitenland en voor wie een aansluiting bestaat bij de | werken in het buitenland en voor wie een aansluiting bestaat bij de |
Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid. | Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid. |
HOOFDSTUK III. - Pensioentoezegging | HOOFDSTUK III. - Pensioentoezegging |
Art. 6.§ 1. Op 31 december 2017 wordt een éénmalige toelage op de |
Art. 6.§ 1. Op 31 december 2017 wordt een éénmalige toelage op de |
individuele pensioenrekening gestort voor het jaar 2017. | individuele pensioenrekening gestort voor het jaar 2017. |
§ 2. De valutadatum vanaf wanneer het rendement toegekend wordt is 1 | § 2. De valutadatum vanaf wanneer het rendement toegekend wordt is 1 |
januari 2018. | januari 2018. |
Art. 7.§ 1. De toelage voor het jaar 2017 bedraagt maximaal 30 EUR |
Art. 7.§ 1. De toelage voor het jaar 2017 bedraagt maximaal 30 EUR |
per rechtgevend trimester in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 | per rechtgevend trimester in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 |
december 2017 voor zover : | december 2017 voor zover : |
- de aangeslotene in het jaar 2017 door een arbeidsovereenkomst | - de aangeslotene in het jaar 2017 door een arbeidsovereenkomst |
verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van | verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van |
toepassing is; | toepassing is; |
- en in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 december 2017 gedurende | - en in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 december 2017 gedurende |
minstens twee opeenvolgende trimesters door een arbeidsovereenkomst | minstens twee opeenvolgende trimesters door een arbeidsovereenkomst |
verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van | verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van |
toepassing is; | toepassing is; |
- en deze organisatie voor het jaar 2017 bijdragen betaalde in | - en deze organisatie voor het jaar 2017 bijdragen betaalde in |
uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 februari 2011 | uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 februari 2011 |
tot wijziging van de statuten en de benaming van het fonds voor | tot wijziging van de statuten en de benaming van het fonds voor |
bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 318.02 tot aanvullende | bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 318.02 tot aanvullende |
financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer | financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer |
104453/CO/318.02) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart | 104453/CO/318.02) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart |
2017 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen voor het | 2017 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen voor het |
jaar 2017 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds | jaar 2017 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds |
318.02 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot bepaling van de | 318.02 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot bepaling van de |
datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor het jaar 2017 | datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor het jaar 2017 |
(registratienummer 139638/CO/318.02). | (registratienummer 139638/CO/318.02). |
§ 2. De toelage voor het jaar 2017 bedraagt maximaal 13,76 EUR per | § 2. De toelage voor het jaar 2017 bedraagt maximaal 13,76 EUR per |
rechtgevend trimester in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 | rechtgevend trimester in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 |
december 2017 voor zover : | december 2017 voor zover : |
- de aangeslotene in het jaar 2017 door een arbeidsovereenkomst | - de aangeslotene in het jaar 2017 door een arbeidsovereenkomst |
verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van | verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van |
toepassing is; | toepassing is; |
- en in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 december 2017 gedurende | - en in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 december 2017 gedurende |
minstens twee opeenvolgende trimesters door een arbeidsovereenkomst | minstens twee opeenvolgende trimesters door een arbeidsovereenkomst |
verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van | verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van |
toepassing is; | toepassing is; |
- en deze organisatie voor het jaar 2017 een vrijstelling van | - en deze organisatie voor het jaar 2017 een vrijstelling van |
bijdragen had in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van | bijdragen had in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van |
23 februari 2011 tot wijziging van de statuten en de benaming van het | 23 februari 2011 tot wijziging van de statuten en de benaming van het |
fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 318.02 tot | fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 318.02 tot |
aanvullende financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer | aanvullende financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer |
104453/CO/318.02) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart | 104453/CO/318.02) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart |
2017 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen voor het | 2017 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen voor het |
jaar 2017 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds | jaar 2017 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds |
318.02 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot bepaling van de | 318.02 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot bepaling van de |
datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor het jaar 2017 | datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor het jaar 2017 |
(registratienummer 139638/CO/318.02). | (registratienummer 139638/CO/318.02). |
Art. 8.§ 1. De toelage wordt toegekend in verhouding tot de |
Art. 8.§ 1. De toelage wordt toegekend in verhouding tot de |
"contractuele arbeidstijd", zijnde [het gemiddeld aantal uren per week | "contractuele arbeidstijd", zijnde [het gemiddeld aantal uren per week |
van de werknemer] gedeeld door [het gemiddeld aantal uren per week van | van de werknemer] gedeeld door [het gemiddeld aantal uren per week van |
de maatpersoon]. | de maatpersoon]. |
Als de werknemer geen volledig trimester gewerkt heeft of in de loop | Als de werknemer geen volledig trimester gewerkt heeft of in de loop |
van een trimester van contractuele arbeidstijd is veranderd, wordt de | van een trimester van contractuele arbeidstijd is veranderd, wordt de |
contractuele arbeidstijd geproratiseerd in functie van het aantal | contractuele arbeidstijd geproratiseerd in functie van het aantal |
kalenderdagen van de arbeidsduur ten opzichte van het aantal | kalenderdagen van de arbeidsduur ten opzichte van het aantal |
kalenderdagen in het betrokken trimester. | kalenderdagen in het betrokken trimester. |
§ 2. Als de werknemer in de loop van het trimester met wettelijk | § 2. Als de werknemer in de loop van het trimester met wettelijk |
pensioen is gegaan, wordt de contractuele arbeidstijd geproratiseerd | pensioen is gegaan, wordt de contractuele arbeidstijd geproratiseerd |
in functie van het aantal kalenderdagen tot de pensioendatum ten | in functie van het aantal kalenderdagen tot de pensioendatum ten |
opzichte van het aantal kalenderdagen in het betrokken trimester. | opzichte van het aantal kalenderdagen in het betrokken trimester. |
§ 3. In geval van opzeggingsvergoeding wordt de toelage, bepaald in | § 3. In geval van opzeggingsvergoeding wordt de toelage, bepaald in |
deze collectieve arbeidsovereenkomst, toegekend voor de volledige | deze collectieve arbeidsovereenkomst, toegekend voor de volledige |
periode waarmee deze opzeggingsvergoeding overeenkomt, voor zover deze | periode waarmee deze opzeggingsvergoeding overeenkomt, voor zover deze |
periode een aanvang neemt in het jaar 2017 en de betrokken werknemer | periode een aanvang neemt in het jaar 2017 en de betrokken werknemer |
voorafgaand aan deze periode aan de voorwaarden van deze collectieve | voorafgaand aan deze periode aan de voorwaarden van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst heeft voldaan. | arbeidsovereenkomst heeft voldaan. |
§ 4. De berekening van de toelage wordt vastgesteld op basis van de | § 4. De berekening van de toelage wordt vastgesteld op basis van de |
gegevens die meegedeeld werden door de Rijksdienst voor Sociale | gegevens die meegedeeld werden door de Rijksdienst voor Sociale |
Zekerheid via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. | Zekerheid via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. |
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding, geldigheidsduur en opzegging van de | HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding, geldigheidsduur en opzegging van de |
collectieve arbeidsovereenkomst | collectieve arbeidsovereenkomst |
Art. 9.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op |
Art. 9.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op |
1 januari 2018 en is gesloten voor onbepaalde tijd. | 1 januari 2018 en is gesloten voor onbepaalde tijd. |
§ 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door elk van de partijen | § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door elk van de partijen |
worden opgezegd vóór 30 juni van ieder kalenderjaar, met uitwerking op | worden opgezegd vóór 30 juni van ieder kalenderjaar, met uitwerking op |
1 januari van het daaropvolgend kalenderjaar. De opzegging moet | 1 januari van het daaropvolgend kalenderjaar. De opzegging moet |
betekend worden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de | betekend worden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de |
voorzitter van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en | voorzitter van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en |
bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap, die een kopie van de | bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap, die een kopie van de |
opzegging stuurt aan elke ondertekenende partij. | opzegging stuurt aan elke ondertekenende partij. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 september | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 september |
2018. | 2018. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |